donderdag 8 september 2016

Haar Laatste Verlangen (slot)


Het was een grauwe herfstmorgen.
De Lijsterstraat, de straat waar het ouderlijk huis van Nathalie Van Bosvoorde zich bevond lag er troosteloos bij.
Overal lagen afgevallen bladeren en hier en daar takken.
Nadat een herfststorm het land passeerde en op sommige plekken zelfs lelijk huishield.
Voor de deur stond de statige Dodge Ram van John De Beuckelaer die in het dorp ‘De Sherrif’ werd genoemd.
Aan de overkant van de straat stond zo’n typische Vlaamse fermette. Zo één met een karrewiel in het de gevel verwerkt.
En een waterput in de voortuin.
De bewoners waren een vriendelijk, doch ietwat bemoeiziek oud echtpaar. Francine en Leon heten ze.
Van het soort mensen die altijd klaarstaan met ‘goede raad’, vaak niet beseffend dat niet iedereen daar altijd zat op te wachten.
’s ochtends opende Francine de ramen van de echtelijke slaapkamer.
Die keek pal uit op het kamertje waar Nathalie al van haar kindertijd een eigen stekje had.
Waar ze speelde, studeerde, gezellig kletste met haar vriendinnen, vooral dan met Liesbeth.
De kamer waar ze helaas… Haar laatste dagen doorbracht.
Ze zag meteen dat de rolluiken als enige van het huis aan de overkant nog niet geopend waren.
Francine slikte, ze had er geen goed gevoel bij.
“Ik peins dat het gebeurd is, Leon.” Zei ze met trieste stem.
“Euh... Wat?” Vroeg de oude man terwijl hij zich met veel moeite uit bed probeerde te hijsen.
“Nathalieke, van hier over. Ik peins dat ‘Onze Lieven Heer’ haar komen halen is.”
Francine was heel gelovig. De hele woonkamer stond vol ‘postuurkes’ en heiligenbeeldjes.
En kaarsen.
Leon schuifelde naar het raam, zich achteloos tussen de benen krabbend.
Net op dat moment reed een zwarte lijkwagen de straat ingereden.
Traag slalomde de auto tussen de rondslingerende takken.
Leon stond ook bij het raam en zag de smurrie van bladeren en takken op straat.
“Joengejoenge, dat ‘eet hier lelijk gedaan vandenacht. Mensenlief!” Bromde hij.
Leon en Francine sloegen samen een kruisteken toen ze de lijkwagen achterwaarts de oprit van het ouderlijke huis van Nathalie zagen oprijden.
Aan de overkant ging de deur open.
John De Beuckelaer liep de straat op. Met gekruiste armen keek hij strak voor zich uit.
In zijn eigen autoritaire stijl zoals de mensen hem kenden.
Maar het was duidelijk dat hij diep vanbinnen verscheurd was van verdriet.
De wagen reed achterwaarts de oprit van het gezin Van Bosvoorde op.
John gaf de bestuurder aanwijzingen met handgebaren.
“Hoow stop.” Riep hij als de wagen tot tegen de garagepoort stond.
De motor sloeg af.
Het werd stil, het enige geluid wat je hoorde was de druilerige regen op de herfstbladeren.
De deuren van de grote zwarte lijkwagen zwaaiden open. Twee mannen stapten uit.
De ene was een oude ietwat zwaarlijvige man met zwarte snor en kalende kruin.
Het was Raymond Ceustermans, zaakvoerder van ‘Begrafenissen Ceustermans’.
En meer dan gulle sponsor van allerhande sportieve en culturele activiteiten.
Hij was ook vaste klant in Café The Sherrif, vooral als er gebiljart werd. Raymond was een fervente biljartspeler, niemand kon hem verslaan.
De andere was zijn zoon Jan. Ooit een begenadigd voetballer, de sterspeler van de lokale voetbalploeg.
Kreeg een aanbieding van een grote nationale voetbalploeg, maar sloeg die af.
Wie mijn vorige verhalen gelezen heeft weet waarom.
Nadien besloot  hij om mee in de zaak van zijn vader te stappen.
Beide heren gaven John een warme handdruk en condoleerden hem met het verlies.
Toen gingen ze naar binnen.
Het werd weer stil in de straat. Treurig en stil op een druilerige morgen eind oktober...
Het was voorbij.
Afgelopen nacht is Nathalie Van Bosvoorde in stilte heengegaan.

De ochtend ervoor voelde ze zich nog goed. Ze at met smaak en keek uit naar de komst van enkele van haar vriendinnen waarmee ze nog in de zwemclub zat.
Blijgezind zat ze te babbelen en te tateren. Het was bijna gezellig in haar kamertje.
Ook Liesbeth kwam langs.
En Tim.
Nathalie genoot van de aanwezigheid van haar vrienden en vriendinnen. Het gaf haar de kracht om de helse pijnen die haar afgetakelde lichaam kwelden te verbijten.
Maar ze zag verdriet in hun ogen.
Vooral in de ogen van Liesbeth.
Ineens zei Liesbeth, “ik moet even naar het WC”.
Ze bleef lang weg, en Nathalie wendde zich tot Ilse één van de meisjes met wie ze samen veel wedstrijden zwom.
“Ga eens kijken waar ‘Bethje’ blijft, ik maak me wat zorgen.”
Ilse liep naar ’t WC en hoorde achter de deur zacht gesnik.
“Liesbeth, gaat het?” Vroeg ze.
Er kwam geen antwoord.
Alleen zacht gesnik.
Opeens ging de deur open.
“Het gaat wel hoor.” Zei Liesbeth. Wijl ze probeerde te glimlachen.
“Je hebt gehuild.” Zei Ilse. "Je hebt het moeilijk hé. Begrijpelijk, jij was zo erg close met Nathalie".
“Ik had het even moeilijk ja. Meer is het niet.” Antwoordde Liesbeth beetje kortaf.
En ze ging weer naar boven.
Ilse liep haar zuchtend achterna.
Nathalie kreeg het moeilijk. Ze ademde zwaar en kreeg moeite met spreken.
Haar moeder was bezorgd.
“Misschien dat jullie maar beter afronden, zodat ze kan rusten.”
Maar Nathalie was formeel en met meer kracht in haar stem dan even tevoren zei ze.
“Nee mama, laat ze blijven.
Ik wil er nog even zijn voor hen, zolang het nog kan.
Ik wil de tijd nemen om afscheid van hen te nemen.
Want het is zo definitief Mama.”
Die laatste woorden sprak Nathalie krachtig uit.
Doch met een kleine snik in haar stem.
Het stemde haar droevig haar lieve vrienden en vriendinnen te moeten verlaten.
Zij waren de enige reden waarvoor ze zich zo lang mogelijk vastklampte aan het leven.
Nathalie zei niet veel. Ze had haar laatste krachten bijna opgebruikt.
Maar keek hen lang aan. Nam hun handen vast en streelde zachtjes met haar duim over de rug van hun hand.
Fysiek contact, oogcontact.
Het deed hen deugd.
Maar na een tijdje besloten de meesten toch om te vertrekken.
Doch niet zonder een lange en intense knuffel.
Met tranen in hun ogen.
“Doe het goed." Fluisterde Nathalie hen toe.
Maak iets moois van je leven. En geniet van elke dag.
Ik hou van jullie en da's voor eeuwig."
Ze meende elk woord en dat voelden ze wel.

Het liep tegen de avond.
Liesbeth stond in de gang te praten met Ilse en Sanne die op het punt stonden te vertrekken.
Tim op haar bed en nam haar hand vast.
Nathalie keek hem aan.
“Tim." Zei ze. “Doe me een plezier… Zorg goed voor Liesbeth.
Ze heeft het moeilijk, ik zie dat. Voel dat.
Ze vecht tegen haar tranen, ze trilt op haar benen.
Ze doet zich sterker voor dan ze is.
Ze gaat het moeilijk krijgen Tim.
Het is voor haar de eerste keer dat ze iemand verliest waaraan ze zo gehecht is.
Beide grootouders nog in leven, weet ge wel?
Gelukkige jeugd in een beschermde omgeving.
Nooit echte pijn gekend.
Liesbeth is een tof meisje, maar zo gevoelig.
Dit is een schok voor haar, ik voelde dat al van in het begin toen ik haar zei dat ik niet lang meer te leven had.
Zorg voor haar, bied haar een troostende schouder aan.
Alsjeblief Tim.” Ze vroeg het met lichtjes smekende stem.
Tim gaf haar een zoen op de mond.
Teder raakten zijn lippen de hare.
“Als je dat wil schatje… Dan doe ik dat.
Lesbeth had geluk met zo'n bezorgde vriendin als jij."
Liesbeth kwam terug de kamer binnen.
Nathalie keek haar glimlachend aan.
“’Bethje’.” Zei ze zacht.
"Bedankt voor… die mooie… momenten”.
Ze ademde alsmaar moeilijker en spreken viel haar steeds zwaarder.
“Veel… geluk. Lieve… vriendin.”
Bij die woorden hield ze Liesbeth haar hand vast.
Liesbeth voelde echter hoe haar greep almaar zwakker werd.
“Hou… je… sterk… Lie v er d… “ Probeerde Nathalie nog te zeggen.
Ze schonk haar, haar allerlaatste glimlach.
Toen sloot ze de ogen en zonk weg in een diepe coma.
Liesbeth werd bleek.
Tranen rolden over haar wangen.
Tim nam haar vast.
“NEEEEEEEEEEEEEE!!!!!!!!”  Schreeuwde Liesbeth hartsverscheurend.
“Waarom jij lieve Nathalie… Waarom net jij !!!
Het is ZO FUCKING ONEERLIJK!” Zei Liesbeth huilend.
Tim hield haar in zijn armen.
En streelde zacht haar donkerblonde haren.
Maureen, Nathalie haar moeder kwam de kamer binnen.
Samen met John, haar ‘Parrain’.
Ze zagen Liesbeth hartverscheurend huilen.
“Ik zal haar naar huis brengen.” Zei Tim.
Ik ben toch met de auto van mijn kameraad.
“Doe dat jongen". Zei John.
Toen Tim en Liesbeth weg wilden gaan greep John hem ineens bij zijn schouder, Tim keek om.
"Tim." Zei hij. "Gij zijt ne goeie gast.
En dat meen ik maat. Dat meen ik!"
Tim keek John aan, hij zag dat de oude man een krop in de keel had.
"Merci." Zei hij. Daarna daalde hij samen met Liesbeth de trap af.

Tim ondersteunde haar en liep met haar de trap af. Samen wandelden ze naar buiten.
In de auto stortte Liesbeth haar hart uit.
“Ik hield me sterk Tim… Voor Nathalie.
Ik wilde niet dat ze mijn tranen zag.
Maar ik ging er godverdomme zo onderdoor.
Nachtenlang heb ik me in slaap gehuild.
Ik was een jaar of zeven.
Toen we hierheen verhuisden.
Nieuwe school, nieuwe vriendjes.
Ik kende niemand.
Niemand wilde met me spelen.
Daar waar ik aan de kust waar we voordien woonden, zoveel fijne vriendjes en vriendinnetjes had.
Nu nieuwe omgeving.
Een iemand speelde met mij, nam  me mee naar de zandbak.
Waar we urenlang zandtaartjes bakten.
Nathalie.
Zo was ze.
Sociaal.
Meevoelend."
Tim herkende het.
Deelde zijn ervaringen met Liesbeth.
Toen hij het autotje van zijn vriend voor de deur van Liesbeth haar ouderlijke huis stopte.
Babbelden ze nog even na.
Liesbeth putte er troost uit.
Een klein beetje maar. Maar toch.
Het verlichte heel even de pijn in haar hart dat verscheurd was door intens verdriet.
Intussen gleden de uren traag voorbij.
John waakte bij zijn geliefde kleindochter.
Bij Nathalie.
Terwijl het buiten stormde en regende.
De regen roffelde op het gesloten rolluik, en de wind floot door de spleten.
Nathalie ademde steeds zwaarder en onregelmatiger.
Steeds trager ook.
Het enige licht dat brandde was dat van haar bureaulampje.
John zag haar mooie ronde gezicht en haar lange golvende blonde haren.
De sproetjes rond haar neusje.
Haar mooie fijne lippen.
Hij hoorde haar ademen, heel traag.
Daarna nog eens.
En toen… NIETS MEER!!!!

Het was voorbij.
John had zich altijd kranig gehouden.
Zoals altijd trouwens.
De man had al zoveel meegemaakt.
Zijn broer stierf toen hij zelf nog kind was.
Tijdens zijn legerdienst zag hij één van zijn beste vrienden verongelukken.
Zijn eerste echtgenote kwam om het leven bij een tragisch verkeersongeluk.
Een brand verwoestte een aanpalend gebouw van zijn café en drankcentrale en veroorzaakte heel wat schade in de rest van de gebouwen.
Maar nooit zag je hem huilen.
Dat hoorde toen niet. "Een man mag niet huilen," zo werd het hem al vroeg ingepeperd.
Maar die nacht, toen zijn geliefde kleindochter heenging.
Brak de veer.
Tranen stroomden over zijn wangen.
Zomaar.
Hij hield zijn handen voor zijn gezicht en begon te huilen.
Zijn dochter kwam de kamer binnen.
Ze wist dat het voorbij was.
Ook over haar wangen liepen tranen.
Maar aan de andere kant was ze ook een beetje opgelucht.
Haar dochter had geen pijn meer, haar lijdensweg was eindelijk voorbij.
Na de zomer ging het snel bergaf met haar. De pijn was niet meer te harden en ze werd met de dag zwakker. Alleen haar vader moeder en haar parrain wisten door welke hel ze ging. Hoe zelfs heel hoge dosissen morfine niet meer helpen tegen die alles verterende pijn. Hoe ze veranderde van een robuuste sportieve meid naar een zielig hoopje ellende smachtend naar een moment zonder pijn, hoe kort ook.
“Rust nu maar meisje." Zei ze zachtjes, terwijl ze door haar dochters lange blonde haren woelde. "Het is voorbij nu, je hoeft nooit geen pijn meer te lijden."
Toen streelde ze teder haar vaders rug.
Ze wist niet wat zeggen, maar het deed haar iets.
Haar vaak zo stugge, soms hardvochtige vader.
Onwrikbaar, koppig, weerbarstig.
Toonde zelden enige emotie.
Een man van weinig woorden.
Wanneer hem iets dwars zat ging hij liever naar het keukentje achterin het café.
Daar zat hij dan op een stoel. De krant te lezen, of gewoon te mokken.
Of liep hij naar buiten, liep een blokje om.
In gedachten verzonken.
Nu zat hij daar, in de kamer van zijn kleindochter.
Hij droogde zijn tranen en vermande zich.
“Sorry." Zei hij zachtjes.
Maureen glimlachte.
“Dat is toch nergens voor nodig pa. Ik ben blij dat ge u eens laat gaan.
Ge hebt uw verdriet lang genoeg opgekropt.”
Hij stond recht en nam zijn dochter in de armen.
Samen lieten ze hun tranen de vrije loop.
Intens verdriet… Om Nathalie.

Haar laatste gebaar!
Normaal volgt na dergelijk tragisch overlijden een begrafenis of crematie.
Met koffietafel achteraf.
Maar niet deze keer.
Nathalie had immers een laatste wens.
Die ze op een briefje neerschreef.
Haar ouders had ze er wel over ingelicht, en ook haar Parrain.
En vooral hij vond het een mooie daad van haar.
Voor de anderen schreef ze een mooie brief. Die stond op haar laptop, samen met de adressen naar wie het gestuurd moest worden.
Dit was de tekst.

Lieve vrienden en familie.

Totaal onverwacht kreeg ik in het ziekenhuis te horen dat ik ongeneeslijk ziek ben.
Een tumor in mijn hoofd die uitzaait over mijn hele lichaam.
Het maakte me kwaad, opstandig, triest en woedend tegelijkertijd.
Maar het zette me ook aan het denken.
Hoe kan het dat zoiets kan gebeuren in een tijd waarin de wetenschap verder staat dan ooit.
Dat men machteloos moet toezien hoe een mens in korte tijd aftakelt en sterft.
Ik wil anderen dat leed besparen.
Het spijt me dat ik jullie dat leed niet kon besparen. Dat ik jullie moet achterlaten.
Maar een artikel op het internet deed me nadenken.
En besluiten om mijn lichaam aan de wetenschap te schenken.
Om onderzoek op te verrichten.
Wie weet kan dat helpen?
Om wetenschappers inzicht te verschaffen.
In het hoe of waarom van het ontstaan van deze vreselijke tumoren en andere kankers.
Die zoveel leed aanrichten.
Zoveel verdriet veroorzaken.
Ik hoop dat jullie mijn beslissing kunnen begrijpen.
Misschien maakt het mijn levenseinde minder zinloos.
Kan ik een sprankeltje hoop zijn voor andere mensen.

Lieve vrienden en familie.
Het ga jullie goed.
Ik had nog zoveel willen doen, met jullie aan mijn zijde.
Maar het lot besliste anders.

Tot… ooit !!
Liefs.
Nathalie Van Bosvoorde.

De familie en haar beste vrienden kwam samen om haar te gedenken.
Er werden teksten voorgelezen en Tim schreef een liedje voor haar.
Met een pakkende tekst.
“I was looking for friendship. But on your side I found love.”
Was een deel van de tekst.
Tim zong het met zoveel liefde en passie.
Hij legde dan zijn gitaar neer en boog het hoofd. “Rust zacht, Nathalie. Je was een fijn persoon.
Ik vergeet je nooit.” Fluisterde hij.
Daarna ging hij terug naar zijn plaats. Liesbeth zat vlak naast hem.
Ze keek hem aan, een traan liep over haar wangen.
“Ge hebt dat zo schoon gezongen Tim. Echt waar".
Maanden gingen voorbij.
De winter was lang, koud en somber.
Het maakte het diepe gemis in de harten van allen die Nathalie hadden gekend nog zo zwaar.
Maar toen kwam de lente.
Krokusjes en sneeuwklokjes kwamen piepen.
De bomen begonnen te botten.
De zon gaf eindelijk wat warmte.
Een verliefd paartje wandelde in de zon genietend van de ontluikende natuur.
Tim en Liesbeth. Ze hadden elkaar gevonden.
Tim probeerde er zoveel mogelijk te zijn voor Liesbeth.
Hij had het aan Nathalie beloofd.
Hij zocht haar op.
Nam haar mee naar de stad om iets te gaan drinken.
Of naar de bioscoop.
Of ze wandelden gewoon in het park.
Hand in hand.
Liesbeth vond bij Tim een luisterend oor, troostende woorden uitgesproken met zachte warme stem.
En op zijn tijd een warme knuffel.
Met kerstmis werd Tim uitgenodigd bij Liesbeth thuis.
Ze wilden die jongen die hun dochter door haar ergste verdriet heen hielp beter leren kennen.
En ontvingen hem hartelijk.

Enkele weken later.
Een winters weekendje in januari in de Ardennen.
In een chalet diep in de bossen.
Genoten ze van de sneeuw, die al begon te vallen toen ze nog op weg waren.
Nog voor ze de auto uit hadden geladen begonnen ze sneeuwballen te gooien.
En te rollebollen in de sneeuw.
Om dan voor het knetterende haardvuur na te genieten onder een warm fleece dekentje.
Bij een romantische film op een veel te klein TV scherm.
Liesbeth keek Tim aan.
“Ik hou van je.” Fluisterde ze stilletjes.
“Ja Tim, ik hou zielsveel van je.
En ik meen het.
Ik voel me zo geborgen bij jou.
Dit voelde ik nooit eerder bij een jongen”.
Ze woelde door zijn haren en fluisterde nogmaals stilletjes zijn naam.
“Tim.”
Tim gaf haar lieve zoentjes op haar voorhoofd.
“Je bent een tof meisje Liesbeth.
Zacht en gevoelig. Een goudeerlijke trouwe vriendin.
Nathalie vertelde veel over jou.
Toen ze al op school zat.
Gek dat jullie niet naar dezelfde school gingen.
Maar goed.
Alles wat ze over jou vertelde is waar.
Jij bent een toffe, lieve, schat van een meid… “
Het haardvuur doofde zachtjes uit, de aftiteling van de film liep.
Tim en Liesbeth lagen op de zetel.
In een innige omhelzing. Hun lippen raakten elkaar.
Het was het prille begin.
Van een vriendschap die liefde werd.
Tim en Liesbeth.
Ze waren niet meer te scheiden.
Ze zochten en vonden troost bij elkaar.
Elke kus, elke aanraking.
Heelde langzaam de diepe pijn in hun hart.
Elk woord, liefdevol uitgesproken. Was als pleister op hun gekwetste ziel.
Een meisje, veel te jong gestorven.
Was naast een grote kampioene, een talentvolle sportster.
Vooral een warme vriendin.
Met een luisterend oor en een hart van goud.
Haar lichaam was in handen van een team van wetenschappers.
Die de kranten zouden halen met zoals dat heet “baanbrekend onderzoek naar hersentumoren”.
Maar haar geest.
Was sterk aanwezig in de harten van haar vrienden.
Wiens harten gevuld werden met een liefdevolle warmte.

Liesbeth staarde dromerig naar een foto van Nathalie.
“Bedankt Natske, voor dat mooie gebaar.
Tim heeft zijn belofte gehouden.

Alles verloopt zoals jij het zou gewild hebben.
Merci Suske… “

woensdag 7 september 2016

Haar Laatste Verlangen 3


Het grote moment was aangebroken.
Een grote massa had plaatsgenomen op de tribune van een groot zwembad in Brussel.
Kranten hadden erover geschreven.
Terminaal zieke zwemster wil laatste maal scoren op het Belgisch Kampioenschap.
Stel je voor, ze kwam zelfs op TV.
In haar badjas liep ze naar de startblokken.
Het was tijd voor de grote finale.
Ze had al een paar keer een goede beurt gemaakt, eerste, tweede, nog eens eerste.
Maar nu was het grote moment daar.
Nathalie Van Bosvoorde tussen de beste zwemsters van het land.
Pascal nam haar badjas aan en pakte haar nog eens stevig beet.
Succes meisje, doe het goed.
Het startschot werd gegeven en Nathalie schoot als een pijl het water in.
En zwom alsof haar leven ervan af hing.
Ze was vierde.
Ze hoorde weer de aanmoedigingen.
Ze was in haar element, de adrenaline gierde door haar lichaam.
Niets kon haar nog stoppen.
De eerste vijftig meter had ze al achter de kiezen. En twee zwemsters had ze al ingehaald.
Nu was ze tweede.
De zwemster voor haar was al drie maar Belgisch Kampioen en was niet van plan haar vierde titel te laten schieten.
Het ging hard tegen hard.
Centimeter na centimeter kwam Nathalie dichterbij. Met forse slagen.
Hard tegen hard.
De laatste baan.
De andere zwemster perste er alles uit, kreeg zelfs voorsprong.
Maar Nathalie liet zich niet kennen.
Ze zette alles op alles. Haar slagen werden krachtiger. Nog een paar meter. Nog vijf slagen, vier, drie, twee, één.
Ze tikte de rand aan. Gejuich alom. Ze keek op, en zag haar tegenstreefster ook de rand aantikken. Iets minder dan een seconde later.
Nathalie Van Bosvoorde was Belgisch Kampioen bij de dames.
En werd met lof onthaald.
De medaille werd omgegord en de ‘Brabançonne’ weerklonk.
Haar tegenstreefster omhelsde haar met tranen in de ogen en noemde haar een dappere tegenstandster.
“Ik had graag een vierde keer op rij gewonnen, maar toch. Ik gun je die medaille van ganser harte. Je hebt ervoor gevochten en je verdient hem. Het ga je goed moedige meid.”
Wat ging er om in dat hoofdje?
De allerlaatste wedstrijd.
Echt de allerlaatste.
Vijf maanden had ze nog.
Die pijn in haar hoofd bleef, de druk op haar hersenen nam alsmaar toe.
De trainingen waren best wel lastig, ze voelde dat haar krachten afnamen, dat haar lichaam begon af te takelen.
Het begin van het einde.
Na die laatste wedstrijd leek dit zich nog door te zetten.
Ze had vaak geen fut en was snel moe. Ze sliep ook veel.
Wanneer ze wakker was reed ze een eindje met de fiets.

Het was zomer.
Haar allerlaatste zomer.
Op een zonnige en best wel hete dag.
Ze zat bij Liesbeth thuis in de tuin.
Liesbeth lag topless in de zon.
“Waarom niet?” dacht Nathalie en ze deed ook haar bovenstukje uit.
Het deed haar deugd, de zon op haar huid.
Ze genoot.
“Weet je nog, toen ik je kwam vertellen dat ik terminaal ziek ben Liesbeth?”
En toen je me die foto toonde van die knappe gast.
Toen ging er het één en ander door me heen.
Weet je nog dat ik zei ‘stel je voor, sterven als maagd’”…
Liesbeth keek haar aan.
Ze lachte.
Nathalie keek haar diep in de ogen.
“Liesbeth….  " Zei ze.
“Ik wil niet sterven als maagd.
Ik wil vrijen, ik wil seks.
Ik heb er zoveel van gefantaseerd, samen met jou.
Maar altijd stelde ik het uit om de stap te zetten.
Ik had de kans, met Tim die nu bij Nonkel Jerry werkt.
Maar ik zei neen.
Ik heb daar zo’n fucking spijt van.”
Ze zuchtte diep.
“Spreek af met Tim.” Zei Liesbeth.
“Nee." Zei Nathalie. “No way!!
Als ‘Parrain’ merkt dat hij met mij aanpapt smijt ie hem buiten.
Hij moet niks van Tim weten. Het is dik tegen zijn goesting dat Tim bij Nonkel Jerry werkt.
Om één of andere reden kan hij Tim zijn kop niet uitstaan.
Hij vindt hem een luiaard en een nietsnut.
Hij zou over de rooie gaan moest hij daar lucht van krijgen.
‘Parrain’ is altijd heel beschermend op dat vlak.
Zo iemand als Tim die aanpapt met zijn petekind. Dat kan hij niet vatten.
Hij vertrouwd mij omdat ik weet dat ik ‘mijn verstand gebruik’.
Maar toch zie ik hem heel wantrouwig kijken als Tim op me afstapt.
Ik voel dat, het staat hem niet aan.
Ik ken ‘Parrain’ dan ook door en door en hij mij.
En daarbij… Tim weet dat ik niet lang meer te leven heb. Allez ja... Hij is heel gevoelig.
Hij laat dat niet zien, maar...  Het afscheid zou hem zwaar vallen, moest er meer zijn tussen ons dan alleen maar vriendschap”.
Liesbeth reageerde.
“Die Tim is een beetje een player. Hij zou geen nee zeggen tegen een nummertje met jou.
Hey... Dat zou een goeie fuckbuddy zijn.”
“No Way". Zei Nathalie opnieuw.
Daar komt alleen maar miserie van. Daar ben ik honderd procent zeker van.
“Dan pakken we het anders aan." Zei Liesbeth ineens.
"Komaan Nats, kleren aan en meekomen. We moeten niet denken maar handelen!"

Liesbeth nam Nathalie mee naar haar autootje.
Ze reden de stad uit, Liesbeth zette er een flinke vaart achter. Ze vlamde de ringweg op en lapte de maximumsnelheid van 70 km/u vierkant aan haar laars.
“Waar rijden we naartoe?” Vroeg Nathalie nieuwsgierig.
“Dat zal je wel zien Natske”, Antwoordde Liesbeth mysterieus.
Ze sloegen een klein straatje in, een ‘boereweggeske’ zoals ze zeggen.
Het kronkelde langs de akkers en weilanden waar koeien vredig stonden te grazen. Liesbeth reed alsof ze aan het oefenen was voor één of andere rally.
Nathalie zag een bordje.
“Domein ’t Oud Hofstedeke” las ze.
Ze kende dat wel.
Een oude hoeve die dienst deed als restaurant plus feestzaal. Daarrond was er een immens domein met een hele grote zwemvijver en ligweide. En een speeltuin voor de allerkleinsten.
Liesbeth hield halt op de parking, de kiezelsteentjes knarsten onder de wielen van haar auto.
“Eindstation, uitstappen Nats.” Zij Liesbeth glimlachend.
“Ga je niet mee?” Vroeg Nathalie.
“Nee, ik heb voor het moment geen vent vandoen." Lachte ze.
Maar ik weet zeker dat jij hier je goesting zal vinden.
Tip, de lekkerste hunks zitten bij het beachvolley terrein.
Daar heb ik al veel snoepjes geproefd hoor."
Liesbeth gaf Nathalie een knuffel.
“Allez vooruit, ga ervoor, ik duim voor je.
Toon wat ge in uw mars hebt, en vooral... GENIET ERVAN!"
Nathalie stapte uit.
Betaalde de inkom en liep naar de zwemvijver.
Ze zag gezinnen met kinderen. Vaders die met hun kroost in het water plonsden terwijl moeders aan de kant toekeken.
Verliefde koppeltjes.
Op het terras van het tearoom gedeelte van de oude hoeve zaten mensen van een koele frisdrank of één van de 200 verschillende soorten bier te genieten.
Ze hoorde het gejoel van kinderen op de reuzegrote speeltuin. Een jonge jobstudent reed met een vintage bakfiets rond en probeerde er de huisgemaakte ijsjes aan de man te brengen.
Ze voelde de zenuwen door haar lichaam gieren.
Maar aan de andere kant vond ze het best spannend.
Aan het afgebakende terrein met grote netten zag ze jongens en ook een paar meisjes beach-volleybal spelen.
De jongens waren groot en knap, sommigen zelfs tamelijk gespierd.
Nathalie voelde kriebels in haar buik.
Ze kon het nauwelijks geloven.
Ze kleedde zich uit en verborg haar kleren in haar sporttas die ze voordien snel thuis ophaalde.
Ze twijfelde even. Zou ze haar bovenstukje ook uitdoen.
Sommige meisjes deden het. Er was zelfs een meisje wiens enige kledingstuk een heel fancy zwembroekje bezet met diamantachtige glittertjes was. Ze keurde de jongens op het beachvolley terrein en likte suggestief aan haar ijsje.
“Ach waarom niet?" Dacht Nathalie.
Ze zat rechtop, de zon op haar huid.
Een jongen keek haar aan. Hey schoonheid ga je mee iets drinken”. Vroeg hij knipogend.
Ze wees hem af.
Ze keek naar de jongens op het volleybal veld.
De bal rolde in haar richting, een jong kereltje met getaande huidskleur en kroezelhaar dat langs alle kanten leek op te springen liep er achteraan.
“Hij misschien”, dacht ze.
Ze gaf hem de bal. “Alsjeblieft”, zei ze. Ze glimlachte erbij.
“Merci”, zei hij. En knipoogde  naar haar.
Maar liep terug naar zijn vrienden.
Opeens hoorde ze een stem die haar bekend voorkwam.
“Wel,wel… Wat doe jij hier Nathalie Van Bosvoorde?”
Ze draaide zich om.
“Tim… " Zei ze.
“Jij hier.”
Hij zette zich naast haar. Hij droeg een lange zwarte boxershort die nog nat was, net als zijn haren.
Hij bekeek Nathalie van top tot teen.
Nathalie wist niet goed wat te doen of zeggen.
Ze voelde haar hart bonzen toen ze hem naar haar zag kijken.
“Ge wordt al een beetje rood Nats, ge moet u insmeren.
Als ge wilt… Doe ik dat even voor jou. Allez kom legt u nekeer op uw buik.”
Nathalie twijfelde, ze wist wel dat zijn bezorgdheid om haar rood wordende huid niet onbaatzuchtig was. Dan graaide in haar tas en haalde de tube zonnecrème eruit.
“Ga je gang maar," Zei ze.
Nathalie lag op haar buik op het grasveld vlak naast het afgebakende beachvolley terrein, ze voelde Tim’s zachte handen over haar lichaam.
Hij wreef haar rug in met een souplesse die ze zelden had geweten. Hij wreef zijn handen eerst warm nadat hij deze met zonnecrème had ingewreven, zodat ze niet zou schrikken van koude crème op haar huid. Zoals een volleerde masseur dat zou doen. En natuurlijk was het niet zomaar insmeren, maar begon hij haar heerlijk te masseren. Met een stevige grip gleden zijn handen over haar ingesmeerde huid.
Ze liet het zich welgevallen.
Hier liep niemand rond die haar kende.
“Wat heb je toch een prachtig lichaam Nathalie.
Het vele zwemmen en trainen heeft zijn vruchten afgeworpen.
Je bent zo lekker gestroomlijnd, en wat een gespierde armen en benen."
Hij ging schrijlings over haar zitten.>
“Sta me toe dat ik even van dit heerlijke moment geniet.” Fluisterde hij zacht in haar oor.
Ze voelde hoe hij haar met zijn handen overal aanraakte.
Zacht, teder, sensueel.
Nathalie genoot, maar ze twijfelde.
“Zou ik hiermee verder gaan”? Vroeg ze zich af.
Ze wist dat Tim niets liever wilde dan met haar naar bed gaan.
En dat hij nu zijn kans schoon zag om haar te versieren. Om een ultieme poging te wagen.
Ze voelde hoe hij probeerde om haar tussen haar benen aan te raken.
Dat hij een erectie had, dat had ze ook al lang door.
Ineens, in een reflex. Deed ze haar benen ietsje wijder uit elkaar.
Nu kon hij vlotjes tussen haar benen, discreet ging hij met zijn vingers onder haar broekje.
Ze vond het spannend.
Zijn vingers over haar bilnaad.
Dan naar onderen.
Zijn andere hand over haar rug, naar haar linkerschouder.
“Draai je even om lieve Nathalie”, vroeg hij zachtjes fluisterend in haar oor.
Ze deed het.
Hij lag op haar en keek haar recht in de ogen. Nathalie glimlachte, haar hart pompte razendsnel nu.
Toen raakten zijn lippen de hare.
Ze sloeg haar handen over zijn rug.
Een lange kus volgde, daar in het gras op een iets rustiger plekje een stukje van de zwemvijver vandaan.
Tim zoende haar vurig en hartstochtelijk.
Streelde haar welgevormde lichaam.
Nathalie voelde hoe hij zijn bekken zachtjes bewoog. Ze voelde zijn geslacht dat in volle erectie was.
Ineens besefte ze... Dat is wat ze wilde, waar ze naar verlangde.
Ze rook de geur van zijn natte haren, voelde zijn licht bezwete lijf tegen het hare.
Zijn kussen werden heftiger, zijn ademhaling zwaarder.
Hij kon zich niet langer beheersen.
Ineens hoorde ze hem die ene zin zeggen die ze elk moment kon verwachten.
“Vrij met mij Nathalie!!! Ik wil het al zo lang met je doen!!!!
Dit is mijn laatste kans... Zeg geen nee alsjeblieft.”
Hij streelde door haar haren en keek haar smekend aan.
“SCHENK ME JOUW LICHAAM NATHALIE!!!”

Nathalie aarzelde.
“Tim… Je moet weten. Als mijn ‘Parrain’ dit ooit te weten komt zwaait er wat voor je, en voor mij.”
“Hij zal het niet te weten komen. We doen het gewoon bij mij thuis. Ik woon in de stad niet ver van het Atheneum waar we vroeger naar school gingen.
Is toch ideaal… "
Hij keek haar aan.
“Zeg ja Nathalie, ik verlang hier zo lang naar en jij ook. Ik voel het…. Zeg ja.”
Nathalie haalde diep adem. Keek hem aan.
“Waarom ook niet?” Dacht ze.
Ze keek hem diep in de ogen en woelde zachtjes door zijn warrige krullenbol.
“Ik schenk je mijn lichaam maatje. Ik zal helemaal van jou zijn.”
Met die woorden gaf ze hem een lange sensuele kus.
Even later wandelden ze samen het domein uit. Op de parking stond een kleine muisgrijze Citroën C2.
Nathalie stapte in en klikte de veiligheidsgordel vast, terwijl ze naar Tim keek.
Hij woelde even door haar haren, ze glimlachte verlegen.
Tim hield er een vinnige en sportieve rijstijl op na.
“Aardig karretje." Zei Nathalie.
“Is van mijn maat met wie ik een appartement deel. Hij is nu aan het werk, en ik vroeg of ik zijn auto even mocht lenen. Zijn auto en ons appartement voor ons alleen. Dit wordt een heerlijk moment Nathalie.”
Ze hielden halt in een zijstraat naast het Atheneum waar ze ooit samen school liepen.
Ze betraden een klein ietwat rommelig appartementje op de zolderverdieping van ietwat verouderd aandoend appartementsgebouw.
Hij opende de deur van één van de kamers, het bed was halvelings opgemaakt en aan de muur hingen posters met ‘Manga’ en ‘Anime’ figuren. Naast het bed lag een laptop en slingerden er vuile kleren rond..
“Zo hier zijn we dan, let maar niet op de rommel schat."
Door het open raam zag Nathalie het schoolplein waar ze zo vaak rondslenterde, babbelde, giechelde met haar vriendinnen, enzovoort.
“We kunnen rustig het raam open laten. Het is vakantie, er loopt hierachter geen hond rond.”
Tim trok zijn short naar beneden. Nathalie draaide zich om en keek verlekkerd naar zijn naakte lichaam.
Traag gleden haar ogen naar beneden.
Haar handen voelden klam aan en ze voelde de zenuwen gieren door haar lichaam.
Tim omhelsde haar en keek haar in de ogen, trok haar t-shirt zachtjes omhoog.
“Je bent zenuwachtig hé lieverd”, zei hij.
“Het is mijn eerste keer Tim. Er gaat van alles door me heen nu.
Maar ik wil dit zo hard, ik verlang zo hard naar seks nu. En blijkbaar staat het in de sterren geschreven dat jij de uitverkorene bent.
Je hebt me Tim, neem me maar”.
Ze drukte haar lippen tegen de zijne en een lange passionele kus volgde.
Haar T-shirt ging uit, alsook haar strakke rennersbroekje. Ze ging liggen op het bed en Tim begon haar te zoenen over heel haar lichaam. Ze voelde zijn vingers tussen haar benen glijden terwijl hij zacht haar tepels likte.
Over haar schaamlippen naar haar clitoris.
Ze slaakte een gesmoord kreuntje en sloot haar ogen.
Tim spreidde haar benen en verwende haar intieme delen met zijn vingers en zijn tong.
“Ooooh jaaah… Ga door schatje, dit is zo zalig.”
Tim liet haar lekker klaarkomen. En ging daarna op haar liggen en kuste haar hartstochtelijk.
Nathalie sloeg haar armen om hem heen.
“Kom maar Tim”, smeekte ze. “Ik ben er helemaal klaar voor.
Ik verlang hier al zo lang naar schat." Zei ze terwijl ze zijn penis omklemde en hem zachtjes tussen haar schaamlippen duwde.
Zachtjes drong hij in haar binnen, ze voelde eerst een flinke pijnscheut.
Ze klampte zich aan Tim’s bezwete lichaam vast en beet op haar tanden.
Hij hield zich in. “Doet het pijn liefje?" Vroeg hij.
“Ga door." Smeekte ze, De pijn verbijtend.
“Ga alstublieft door, neuk me Tim.”
Ze verbeet de pijn en concentreerde zich op zijn licht behaarde borstkas en zijn jongensachtige ongeschoren gezicht.
Toen voelde ze hoe de pijn minderde en overging in een zalige extase.
Dit was waar zo zo naar verlangde, waar zolang over fantaseerde.
Eindelijk had ze seks. Voelde ze niet haar vinger tussen haar benen. Maar een zalige dikke penis die langzaam heen en weer ging..
Ze sloot haar ogen en kwam voor de tweede maal klaar. Ze kreunde heftig en voelde haar lichaam schokken.

Tim was een goede minnaar die goed leek aan te voelen wat ze fijn vond en wat niet.
Hij luisterde naar haar ademhaling, zag haar lichaamsignalen en speelde erop in.
Het was duidelijk dat hij toch al veel sekspartners heeft gehad.
Tim was zoals Liesbeth eerder zei inderdaad een ‘player’.
Een vrouwenversierder en altijd uit op een stevige pot seks.
Hij zat meermaals op chatboxen of datingsites op zoek naar een éénmalige sekspartner.
Of hij ging naar café’s of andere dancings, louter om er een  vrouw te vinden om mee te…
Met zijn nonchalante levenshouding en zijn jongensachtige charme wist hij menig vrouw in bed te praten. Zelfs oudere vrouwen.
Voorts tekende hij en maakte hij muziek samen met zijn maat met wie hij onder één dak woonde.
Dat zette hij dan op internet. Of hij probeerde op die manier optredens te versieren.
Leven van zijn muziek, van zijn ‘creaties’. Dat was zijn droom.
Het was daarom dat Nathalie best wel een boontje had voor deze nonchalante dromer.
Was ze stiekem verliefd op hem toen hij nog bij haar op school zat.
En ook toen hij bij haar nonkel ging werken, voelde ze diep in haar hartje dat vlammetje weer opflakkeren.
En nu bedreef ze met hem de liefde.
En genoot ervan met volle teugen.
Het was avond.
Nathalie had zich lekker in Tim zijn schoot genesteld en was zo zielsgelukkig in slaap gevallen, met een gelukzalige glimlach op haar lippen.
Tim hield zijn armen over haar lichaam geklemd en woelde zachtjes door haar zachte, lange blonde haar.
Zachtjes fluisterde hij haar naam.
“Nathalie”.
Hoe struis ze leek als ze fier rechtop stond en trots haar haren achterover schudde.
Zo fragiel en broos leek ze daar naakt in Tim’s bed. Met een flauwe glimlach op haar mond en haar handen losjes rond zijn lichaam.
"Kan niet geloven dat je er weldra niet meer zal zijn meisje. Dat het weldra voorbij is."
Hij wist dat ze ziek was, dat er haar nog maar weinig tijd meer restte op deze wereld.
Hij had zijn stille verlangen om ooit meer voor haar te zijn dan een goeie vriend opgeborgen.
Tot dat ene moment. Toen hij haar zag, topless bij de zwemvijver. Verlekkerd rondkijkend naar de knappe jongens die beach-volley speelden.
Toen wist hij, ‘dit was zijn laatste kans’.
En hij greep die.
Hij zou alles op alles zetten om haar te overtuigen.
Maar ze ging meteen mee. Na een lichte twijfeling, dat wel.
En hij liet haar genieten.
Met al haar zintuigen.
En genoot ook van haar.
Van haar gestroomlijnde lichaam, haar volle stevige borsten, haar strakke billen gespierde dijen.
Van haar kussen vol vuur en passie en haar diepe verlangen naar pure lust, naar seks.
De hele namiddag en vooravond lang hebben ze passioneel en intens gevreeën.
Nathalie kon er niet genoeg van krijgen. Van die intieme momenten vol zinderende passie en dierlijke lust.
Zo ontstond er iets heel speciaals tussen Tim en Nathalie.

Die zomer zouden ze enkele malen afspreken, meestal op zondag, toen was de drankencentrale niet open.
En konden ze afspreken op het flatje dat Tim deelde met zijn kameraad.
In eerste instantie ging ze voor de seks, om te genieten van datgene wat ze zich haar hele jeugd moest ontzeggen.
Maar al gauw voelde ze meer dan alleen maar vriendschap en genegenheid.
En dat was wederzijds.
Zo lagen ze na een intens lange vrijpartij elkaar lieve woordjes toe te fluisteren.
En keken elkaar diep in de ogen.
“Zie ons hier liggen”, gniffelde Nathalie zachtjes.
“Zalig toch”, zei Tim. “Ik kijk zo uit naar die momenten met jou lieveke.
Ik weet niet hoe ik het moet uitleggen.
Maar dit voelt aan als een droom die uitgekomen is”.
Hij streelde zachtjes haar wang.
“Weet je nog schatje, die keer toen we daar aan de bushalte stonden, en ik je een ‘oneerbaar voorstel’ deed?”
Nathalie slikte, ze hoopte dat hij hier nooit over zou beginnen. Ze voelde zich diep vanbinnen schuldig hierover. Schuldig omdat ze die ene jongen waarvoor ze stiekem zoveel meer voelde dan alleen maar vriendschap, zo hard kwetste.
“Het deed je pijn hé?” Zei ze. Terwijl ze hem diep in de ogen keek.
“Sorry, maar ik dacht aan mijn zwemcarrière. Dat wilde ik voor niets of niemand opgeven.
Er was in mijn leven geen plaats voor liefde, noch voor uitgaan, one-night stands en andere uitspattingen.
Ik leefde zo Spartaans, alles voor de sport. Opofferingen doen, leuke dingen laten.
Ik kreeg er veel voor terug da’s waar. Maar nu heb ik meer dan ooit het gevoel dat ik mijn mooiste jaren heb vergooit. Zonder dat ik dat ooit zal kunnen rechtzetten.
Ik heb me meermaals afgevraagd waarom ik niet ja zei? Waarom ik me niet één keer liet gaan… “
Tim lachte.
“Ik voelde me ook rot Nathalie.” Zei Tim.
“Ik voelde me rot omdat ik zo aandrong, zonder me af te vragen of jij er wel klaar voor was?
Omdat ik u verweet ‘niet ruimdenkend te zijn’.
Terwijl ik het was die u zag als een lustobject. Als de zoveelste verovering.
Terwijl gij diegene waard die het voor mij op nam.
De enige waarmee ik serieus kon ‘klappen’.
Die om me gaf en naar me luisterde.
Ook al wist ik dat je alles gaf voor dat zwemmen. Toch dacht ik dat er meer kon zijn tussen ons.
Ik fantaseerde erover. Het werd een obsessie.
Toen we stonden te kussen dacht ik ‘die wil meer’.
Stom van me… Ik maakte mezelf verwijten. Vroeg mezelf af waar ik mee bezig was?
Ik dacht dat je niets meer van mij wilde weten, daarom was ik zo vies gezind. Schoot ik uit tegen die lul van geschiedenis en gaf hem enkele peren tegen zijn bakkes. En vloog dan van ’t school.
Toen deed ik leercontract, bij een chocolatier. Dat viel best mee, ik kon me uitleven.
Maar ook daar kwam ik in conflict.
Intussen was ik achttien en was voor mijn ouders de maat vol.
Pa zette me het huis uit.
Hij noemde mij een nietsnut, een fantast en een lanterfanter.
Het kon me niet schelen.
Ik vond onderdak bij ‘Jempy’ een goeie maat van me.
Jempy is een hele toffe gast.
Ook met muziek bezig, heel artistiek ook.
Ik deed jobkes hier en daar soms in het zwart.
Maar via een interimbureau vond ik een vaste job bij uw nonkel.
Eigenlijk ook dankzij u.
Nathalie… Gij hebt het altijd voor me opgenomen.
Gij waard de enige die echt naar me luisterde.
Hoeveel fijne gesprekken hebben we zo niet gehad samen.
En vanmiddag zag ik jou.
Je keek naar de jongens daar bij de zwemvijver.
Je lichaamstaal sprak boekdelen.
Je wou versieren, je wou seks.
Ik kon je geen ongelijk geven.
Wat had je te verliezen?
Dat dacht ik ook.
Waarom zou ik mijn kans niet wagen.
En zie, zie ons hier nu liggen.
en zeggen dat ik de hoop had opgegeven om ooit meer te zijn voor jou dan gewoon een goede vriend.”

Weet je Tim.
Ik wilde heus wel meer zijn dan dat.
Ik voelde al zo lang de vlinders terugkomen.
Droomde stiekem van jou, van… Ons.
“Maar ik was bang, bang voor hoe mijn ‘Parrein’ zou reageren als hij zou te weten komen dat we iets hadden.
Bang voor de gevolgen, voor jou. Maar ook voor mij.
Voor hem was ik het brave meisje dat alles opgaf voor de sport.
Dat maakte dat hij zo fier op me was.
Ik was anders dan de andere meisjes van mijn leeftijd, beter in zijn ogen.
Omdat ik niet rookte, dronk, of achter de jongens aanzat.”
Nathalie lachte toen ze die laatste zin uitsprak.
Daarom hield ik me op de vlakte, probeerde zo weinig mogelijk signalen uit te zenden die jou op verkeerde ideeën zouden brengen.
Het leek gewoon een slecht idee om meer te zijn dan gewoon vrienden.
Tenminste zolang je het vertrouwen van mijn ‘Parrain’ had gewonnen.
Maar ook…”
Nathalie slikte, ze zocht naar haar woorden.
“Allez ja, zie ons hier liggen. Hoe wij hier liggen te dollen en elkaar koosnaampjes geven.
Hoe het meer wordt tussen ons dan alleen maar vriendschap.
Ik wilde dat vermijden.
Maar aan de andere kant.
Toen ik daar zat, wat een verschil met die andere gasten.
Veel spieren, veel show, veel pose... En veel gedoe om meisjes te imponeren.
Toen zag ik jou. Jouw nonchalante jongensachtige look, je warrige krullenbol, je stralende ogen.
En je lichaam. Je bent geen gespierde adonis.
Maar toch… je hebt iets onweerstaanbaar”.
En toen je me insmeerde, mij masseerde.
Goddomme, ik was gewoon in de zevende hemel gast.
Jij bent een goede minnaar Tim, jij weet hoe je een meisje kan laten genieten.”
Nathalie sloeg haar armen om hem heen en vleide zich tegen zijn lichaam aan, en keek hem aan met haar indringende blauwe ogen.

Toen sprak ze op zachte doch zelfzekere toon.
“Tim, wat er nu tussen ons is.
Daar blijft niet duren.
Dat besef je toch?”
Ze bleef hem strak aankijken.
Tim zuchtte.
“Nathalie. Ik heb je graag.
Echt waar.
Hoe vaak ik over u heb gefantaseerd.
Van u droomde.
Ik heb liedjes over je geschreven, gedichten.
Een tekening, zomaar uit het blote hoofd.
Van jou.
Ja je was naakt.
Ik tekende jou zoals ik je zag in mijn fantasie.
En weet je.
Wat ik over jou fantaseerde.
Was maar half zo mooi als de werkelijkheid.
Een obsessie denk je?
Misschien.
Maar nooit kwaad bedoeld, ik zweer het!
Ja die ene keer werd het me te machtig.
Ik dacht ‘nu of nooit’.
Ik wilde met je naar bed.
Ik wilde je lichaam.
Ik wilde jou.
En kijk! Ik kreeg jou.
Ik had het niet meer verwacht, de hoop allang opgegeven.
Maar kijk.
Ik weet één ding lieve Nathalie. Eén ding.
Die mooie momenten met jou, hier in deze kamer.
Dit pakt niemand mij af.
Ge moet met mij niet inzitten schatje.
Maar geniet nu je nog kan, elk moment, elke minuut, elke seconde.
Ik gun het je zo hard meiske, echt waar.
Met heel mijn hart."
Bij die woorden legde hij Nathalie zachtjes op haar rug spreidde haar benen en drong nogmaals diep in haar binnen. Hij gaf zich helemaal, voor haar.
Hij vervulde…

HAAR LAATSTE VERLANGEN!!!!!

maandag 5 september 2016

Haar laatste verlangen 2


Vol goede moed was Nathalie weer aan het trainen.
Ze trok weer baantjes in het zwembad, deed haar krachttraining en reed kilometers met de fiets.
Haar ouders en haar ‘Parrain’ vonden het een goed idee.
“Het zal haar wat afleiden." Zo meenden ze.
“Alles is beter dan dat ze zou gaan piekeren en in een ‘zwart gat’ zou terecht komen.
Het trieste nieuws deed snel de ronde in het kleine dorpje waar ze woonde.
Daarom was het eerste wat ze deed daags na haar eerste training, naar Liesbeth rijden.
Liesbeth was haar aller, aller, allerbeste vriendin.
Ze leerden elkaar kennen in de kleuterklas, gingen samen naar de zwemclub.
Altijd waren ze samen.
Ook al was Liesbeth niet zo’n begenadigd zwemster als Nathalie. Waardoor ze zo ongeveer rond haar veertiende er de brui aan gaf.
Toch wachtte ze haar vriendin regelmatig op na de training, om dan samen wat te kletsen bij één van hen op de kamer, of in de zomer op het tuinterras van Café The Sherrif.
Daar was een prachtig zonovergoten tuinterras en een heel grote speeltuin, waar ze als kind samen heel fijne uren doorbrachten.
En later uren te kletsen in de zon. Nathalie met een fruitsapje en Liesbeth met een lekker Duvelke.
Terwijl Nathalie leefde voor haar sport. Gezond eten, niet roken, geen alcohol, op tijd naar bed.
Was Liesbeth zoals zoveel meisjes van haar leeftijd, regelmatig te vinden in het jeugdhuis of in één van de vele café’s in de stad.
Ze rookte, dronk graag Duvels en flirtte erop los, en had om de zoveel tijd een ander vriendje.
En vaak vertelde ze honderduit over haar avontuurtjes. Nathalie was er best nieuwsgierig naar.
Gniffelend luisterde ze dan naar de verhalen van haar beste vriendin. En was ze nieuwsgierig naar alle details.
Hoe vaak hebben ze zo niet liggen giechelen op bed, met schaamrood op de wangen.
Nathalie zette haar fiets tegen de muur van het rijhuis waar Liesbeth woonde en belde aan.
Haar moeder deed open. “Hallo Nats kom erin, Liesbeth is boven op haar kamer.”
Nathalie liep de trap op terwijl ze Liesbeth haar moeder hoorde roepen “Bethje, Nathalie is hier!!!"
De deur ging open en de traphal werd ineens gevuld met luid gekef.
‘Jefke’, het kleine vrolijke keeshondje glipte door de opengaande deur en liep luid blaffend op Nathalie af.
Ze nam het diertje op en gaf het een ferme knuffel.
Onderaan de trap hoorde ze de moeder van Liesbeth knorren. “Hoe dikwijls moet ik nog zeggen, de hond niet op de kamer. Ik heb juist gepoetst.”
“Ma.” Reageerde Liesbeth. “Ik had hem de hele tijd op schoot, er is niks vuilgemaakt.”
Toen richtte ze zich tot Nathalie die ‘Jefke’ optilde en over zijn kopje aaide.
Jefke  likte haar gezicht en kwispelde met zijn staartje.
“Zot manneke.” Zei Nathalie plagend. “Wat zijde gij toch een zot manneke.”
“Hey Nats." Zei Liesbeth. “Kom erin.”
Jefke werd op de bureaustoel gezet en beide meisjes gaven elkaar een hele dikke knuffel.
Liesbeth haar ogen straalden.
“Ben zo blij dat ge uit de kliniek zijt meiske.” Zei Liesbeth terwijl ze haar vriendin een zoen op de mond gaf. Ongegeneerd.
En dan nog eens. Haar tong zachtjes over haar lippen.
Nathalie liet dan ook haar tong over die van Liesbeth glijden.
Deden ze vaker, ongegeneerd.
Zo hecht was hun vriendschap.
Dat ze ongeremd met elkaar omgingen. Vaak lagen ze uren in bed te knuffelen en te zoenen.
Zonder remmingen.
Liesbeth troonde Nathalie mee naar haar computer.
“Check it meid." Zei ze triomfantelijk.
Ze klikte een paar keer met haar muis. Op het scherm verscheen een foto van een gespierde jongeman.
Helemaal naakt.
“Da’s nogal een hunk hé meid”. Nathalie bekeek de foto en voelde het in haar buik kriebelen.
“Hmmmm, die moet het mij geen twee keer vragen”. Zei ze terwijl ze sensueel haar lip aflikte.
“Ik heb er zo nog hoor.” Zei Liesbeth. “Moet ik ze naar u doorsturen? Kan je vannacht een beetje fantaseren.”
Bij die woorden keek ze haar hartsvriendin schalks aan.

Nathalie voelde ineens een steek in haar hart.
Er ging van alles door haar hoofd.
Een traan verscheen op haar wang, Liesbeth zag het.
“Hey Nats… Wat is er, waarom weent ge nu?”
Nathalie probeerde zich te vermannen, maar moest dan toch haar tranen de vrije loop laten.
Liesbeth sloot haar in haar armen en woelde door haar lange blonde haren.
“Hey meiske wat scheelt er met u? Toch geen slecht nieuws gekregen daar in die rotkliniek?”
Nathalie knikte van ja.
“Moogt ge niet zwemmen of zo?” Vroeg Liesbeth. “Gho dat zou kei erg zijn Nats.”
Nathalie zette zich op bed, Liesbeth zat naast haar.
“Liesbeth ik…” Ze zocht naar haar woorden.
Liesbeth zag hoe haar vriendin trilde op haar benen en wreef over haar rug.
“Rustig maar”, zei ze. “Adem diep in en uit, dan komt het wel vanzelf."
“Liesbeth." Herhaalde ze. Haalde nogmaals diep adem.
“Ik ga sterven... " Bij die woorden barstte ze opnieuw in diepe snikken uit.
Ze legde haar hoofd op de schouder van Liesbeth haar hartsvriendin waarmee ze zoveel mooie momenten meemaakte, en bij wie ze troost vond op moeilijke momenten.
Liesbeth kreeg het koud. Ze nam Nathalie stevig vast.
“Dat meent ge niet !!!!
Toe suske!!! Zeg dat ge dat nie meent!!!! Neem die woorden terug alstublieft!!!”
Liesbeth keek haar liefste vriendin vertwijfeld aan.
Haar hart brak bij het horen van die vreselijke woorden.
Snikkend vertelde Nathalie wat de dokter haar in het ziekenhuis vertelde.
Huilend omhelsden beide meisjes elkaar. Murw geslagen door een vreselijke gedachte.
De gedachte dat ze definitief en veel te vroeg uiteen gerukt zouden worden door... De dood.
Liet een spoor van  bittere pijn na diep in hun hart. Ze waren zo aan elkaar gehecht.
De gedachte was ondraaglijk.
Dergelijk nieuws kan je niet vatten... Nooit!
“Ik wou het u zelf vertellen, voor ge het van iemand anders zou horen." Zei Nathalie
Ik denk dat zowat de hele stad het al zal weten nu."

En dat was zo.
Want terzelfder tijd zat John Debeuckelaer achter de toog van zijn café The Sherrif voor zich uit te staren.
“Ge zijt er precies niet bij hé ‘Sherrif’.” Zei één van de vaste klanten gevat.
“Nee maat.” Antwoordde hij. “Ik heb heel slecht nieuws te horen gekregen.”
“Wat is er dan gebeurd?” Vroeg Marc, een vaste klant die na zijn ochtendshift al eens een pintje kwam drinken.
John zuchtte diep. “Ons Natske." Mompelde hij.
“Wat is er met haar? Ze had zo goed gezwommen van ’t weekend." Antwoordde hij. “Ik heb het gelezen in de gazet. Provinciaal kampioene. Ze verdient een dikke proficiat."
John vervolgde. “Na de wedstrijd is ze onwel geworden en werd ze naar de kliniek gebracht."
John zuchtte nogmaals… “Daar hebben ze vastgesteld dat ze een tumor in haar hersenen heeft. En die is uitgezaaid."
Marc zette verbaasd zijn pint neer, met een harde bons.
“Meende da nu?" Vroeg hij.
John zette zich op zijn kruk en boog het hoofd.
“Natske heeft nog maar zes maanden te leven Marc.” Zei hij met gebroken stem.
“Dat meiske was zo ambitieus, zat boordevol ambitie en toekomstplannen. En dan ineens krijgt ze dat op eur talloor.
En dan proberen ze ons wijs te maken dat er een God is. Laat me niet lachen!!!"
Hij wierp een blik op de krant. Met een paginagrote foto van De Paus.
“Ziet hem daar staan de paljas. ‘Het gezin is de hoeksteen van de samenleving en samenwonen voor het huwelijk is uit den boze’.
Hoe lang gaan ze ons die fabeltjes wijsmaken? Wat doen jonge mensen die samenwonen voor het huwelijk? Die ‘vogelen’ voor het huwelijk verkeerd?
In den tijd toen we Westernfilms draaiden voor de jonge gasten, toen we dansavonden en optredens van rockbands organiseerden hier in ’t café kwam de ‘paster’ ook zagen over ‘zedenbederf’ en ‘de jeugd op verkeerde gedachten brengen’.
Dat ze godverdomme mijn zak opblazen bende hypocrieten.
Als God bestaat is ’t ne grote KLOOTZAK!!!! En daarmee basta!”

Hij keek naar de ingekaderde foto aan de muur achter de toog tussen twee glazenkasten in.
Een foto van Nathalie. In haar badpak stond ze in vol ornaat te pronken met een veel te grote beker.
Nadat ze een prestigieuze wedstrijd won in Australië.
Op de achtergrond kon je The Opera House van Sidney zien.
“Natske… Ladychamp… Mijn trots, mijn kampioene, dapper vechterke.
Een voorbeeld voor veel jonge gasten. Echt waar.
Ze leefde voor haar sport, had er alles voor over. Terwijl haar leeftijdsgenoten uitgaan, paffen en zuipen en tot ’t kot in de nacht in dancings rondhossen. Was zij aan het trainen. Vroeg uit bed, vroeg erin. Jamaar hey... En tussenin nog studeren hé. En het was een goeie studente.
En nu… Hoe moet het nu verder. Ik mag er niet aan denken. Ik wil er gewoon niet aan denken.”
Ondanks er intussen al meer klanten in het café waren.
Was het drukkend stil, mensen wisten niet goed wat zeggen.
Door de speakers klonk ‘Rehab’ van Amy Winehouse…
Het nieuws deed snel de ronde.
Velen stonden perplex.
Nathalie Van Bosvoorde, het jonge zwemtalent waar de hele stad, zelfs de hele streek trots op mocht zijn.
Terminaal ziek.
Van overal kreeg ze bemoedigende woorden en steunbetuigingen.
Mensen vonden het ook dapper dat ze toch nog mee wilde doen aan het Belgisch Kampioenschap.
En velen wilden er bij zijn.
Om haar voor de allerlaatste keer in actie te zien.
Maar Nathalie was meer dan alleen maar een goeie zwemster.
Ze was buiten het bad ook een gewoon  meisje.
Een meisje met een hart van goud.

Enkele maanden terug.
Ze had de training afgerond en verliet het zwembad.
Het Café van haar ‘Parrain’ lag aan de overkant van de straat.
Hij was in de tijd een vurig ijveraar voor een zwembad in de gemeente.
En die kwam hier in de stad langs de invalsweg.
Later kwam er naast het zwembad ook het sportpark.
En een nieuw voetbalveld met een heuse tribune en een kantine.
Naast het café bevond zich de drankencentrale, die nu gerund werd door ‘Nonkel Jerry’. De oudste zoon van ‘De Sherrif’. Maar zoals dat dikwijls gaat kon John De Beuckelaer het niet laten om zich te moeien.
Toen Nathalie haar fiets op slot zette hoorde ze haar ‘Parrain’ en ‘Nonkel Jerry’ luid ruziemaken.
“Waar zitte gij met uw verstand gast?” hoorde ze haar ‘Parrain’ luid brullen.
“Hoe haalt ge het in uwe kop om zo’n paljas aan te nemen?
Ziet hem daar lopen, allez ‘lopen’. Precies een oud peeke. Slef, slef, slef, slef… Geen fierheid, geen ruggengraat, geen presentatie. Niks, niks, NIKS!!!
Zelfs ‘nen hond met nen hoed opzoude gij aannemen. Sjongejonge. Als ik er toch niet ben om een oogske in het zeil te houden hé!”
“Mor allee pa.” Reageerde Jerry De Beuckelaer. Geef die jongen toch een kans. Hij is nog maar pas bezig en breekt hem al af."
“'Mor allee pa, mor allee pa'. Niks te ‘mor allee pa’. Da’s hier wel een bedrijf hé, geen beschutte werkplaats!”
Nathalie wandelde nieuwsgierig de drankcentrale binnen en liep tussen de opgestapelde bierbakken naar het afgezonderde bureau waar de luide conversatie plaatsgreep.
Aan de ingang zag ze een lange slungelachtige jongen wat verveeld rondhangen.
Ze herkende hem.
Hij herkende haar ook.
Het was Tim, Tim Boldermans. Een jongen die ze nog kende van toen ze nog in het Atheneum zat.
Tim Boldermans was zo’n jongen die niet goed wist wat hij moest doen met zijn leven.
Hij had al in verschillende richtingen gezeten, maar kon er zijn draai niet vinden.
Hij kon ook moeilijk gezag aanvaarden en zat eigenlijk altijd wat afgezonderd.
Zo’n jongen die zich door iedereen onbegrepen voelde.
Op een keer zag ze hoe hij door een stel andere, oudere jongens gepest werd.
Ze kwam tussen, op haar eigen felle manier.
Luid brullend en wilde gebaren makend stormde ze op het groepje jongens af.
“Als gulle die gast nie gerust laat hebde gijle met mij te doen hebt ge dat verstaan stelletje krapuul!!!"
Ze gaf een paar jongens een duw en stond tussen hen.
Ze stonden perplex.
Ze wisten wel dat Nathalie geen katje was om zonder handschoenen aan te pakken.
Ze was groot en breed geschouderd en was niet bang om dat uit te spelen in een confrontatie.
Ze nam de jongen apart en samen gingen ze in een hoekje zitten babbelen.
Zo ontstond er een hechte band.
Tim was best een lieve jongen ondanks zijn ietwat ruwe, slordige uiterlijk.
Tim wilde eigenlijk het liefst van al iets creatiefs doen. Tekenen, schilderen, of iets met muziek.
Maar dat zagen zijn ouders helemaal niet zitten. Ze vonden dat hij een echt vak moest leren.
Maar leren ging hem niet af en dingen als schilderen of houtbewerking zag hij ook niet zitten.
Vooral het vooruitzicht om naar de pijpen van één of andere baas te moeten dansen stond hem tegen.
Hij was erg rebels van aard en liet zich door niemand de les lezen.
Op een dag werd hij ook van het Atheneum gestuurd.
Nathalie mistte hem wel.
Tim was best een lieve en gevoelige jongen.
Eerlijk: Ze voelde wel wat voor hem.
Er leek iets mooi’s te bloeien tussen hen.
Ze werden vaak samen gezien, soms hand in hand.
Nathalie met een brede glimlach op haar lippen en met blinkende flonkerende oogjes.

Op een koude namiddag stonden ze aan de bushalte. Tim sloeg zijn armen om haar heen.
En keek diep in haar ogen.
Nathalie voelde haar hartje bonzen en het kriebelde in haar buik.
En dat vond ze best fijn.
En toen kusten ze elkaar.
Een lange innige tongzoen.
“Waarom ga je niet met me mee Nats?” Vroeg Tim.
“Mijn ouders zijn niet thuis, niemand zal ons storen. En ik heb een fles wodka op mijn kamer. Het kan nog gezellig worden.” Bij die woorden liet hij zijn hand over haar rug glijden, tot aan haar kont.
Ze voelde dat hij een erectie had, het was allemaal best spannend.
Maar ze wees hem af.
“Sorry Tim, je bent een lieve jongen. Maar ik heb andere dingen te doen.
De training, volgend weekend een wedstrijd. Ik kan het me niet permitteren om alcohol te drinken.
En moet morgen met een frisse kop in het zwembad zijn.”
Bij die woorden drukte ze Tim dicht tegen zich aan.
“Je bent een schat van een jongen, ik ben graag bij u. Maar meer dan vriendschap kan er niet worden tussen ons.”
Tim probeerde nog. “Gewoon eens lekker vrijen, meer verlang ik niet. Gij hebt zo’n schoon lichaam Nathalie. We kunnen toch eens gewoon afspreken. Ik begrijp dat ge met het zwemmen veel wilt bereiken en dat ge daar veel voor over hebt. Maar ge kunt toch niet leven als een non. Ge zijt een jong en gezond meiske… Allez snapt ge?”
“Ik snap het wel.” Zei ze. “Maar ik ga echt niet voor de lol met de eerste de beste in bed duiken, sorry.”
“Ik ben toch niet de eerste de beste, wij zijn toch vrienden!!!" Zei Tim.
“Juist daarom-… " Zei ze beslist.
“Er moet meer zijn dan dat, eer ik met een jongen naar bed ga. Er moet liefde zijn… Een relatie.
En daar heb ik nu geen tijd voor. Probeer dit te begrijpen Tim.”
Tim keek haar teleurgesteld aan.
“Ik dacht dat ge meer ruimdenkend waart." Zei hij.
En hij liep weg, binnensmonds vloekend. En stapte de eerste de beste bus op
Nathalie bleef verweesd achter.
Enkele dagen later werd hij van school gestuurd.
Hij was na dat ene moment bijzonder prikkelbaar. Of hij teleurgesteld was dat hij haar niet kon krijgen.
Ze voelde zich daar wel een beetje schuldig voor. Maar aan de andere kant dacht ze van. "Ja ey!! Ik ben wel geen slet hé.”

En nu zag ze hem terug.
“Hey Nats." Zei hij, terwijl hij breed glimlachte.
“Wat doede gij hier meiske?”
“Ik? Gewoon even goeiedag zeggen aan mijn ‘Parrain’ en aan nonkel Jerry.”
“Zijt gij hier familie.” Vroeg hij.
“Ja." Zei Nathalie. Dat hier is mijn grootvader en ook mijn dooppeter, daarom noem ik hem altijd ‘Parrain’. En dat is mijn nonkel Jerry, de broer van mijn moeder.
“Amai… " Stamelde Tim. “De wereld is toch klein hé."
John zag zijn kleindochter staan en liep meteen naar haar toe. Hij gaf haar een flinke pakkerd.
“Hier se onze kampioene, hoe was de training?"
“Goed hoor." Antwoordde ze. “Maar waarom maken jullie zo’n ruzie. Amai zulle ik hoor het tot buiten."
“Hier se,.. Doar se. Meneerken hier se!" Antwoordde John terwijl hij naar zijn oudste zoon wees.
“Meneer heeft hier zonet een wandelende zak patatten aangenomen om hier in de brouwerij te werken. Ik zie het de mensen al zeggen. "Hey biervat waar gaat ge naartoe met dat manneke’??"
Bij die woorden keek hij minachtend naar Tim.
“Ewel paljas! Wat staat ge hier nog te doen? Ga op een ander werk zoeken? Probeer het eens aan 't stad.  Daar zijt ge meer op uw plaats, bij de andere lanterfanters!!!”
“Allez Parrain." Zei Nathalie. “Geef die jongen een kans, ik ken hem. Da’s een hele goeie jongen.
Hij heeft het niet altijd gemakkelijk gehad. Maar ik vind dat hij recht heeft op een kans, op wat steun en zo."
“Vanwaar ken ge 'diene gust'?" Vroeg John.
“Van op school”, antwoordde Nathalie. “We kwamen goed overeen, als vrienden. Babbelen en zo.
Eigenlijk is het gewoon iemand die wat aanmoediging nodig heeft. Iemand die in hem gelooft."
“En gij gelooft in hem?” Vroeg haar ‘Parrain’ een beetje cynisch.
“Jazeker." Antwoordde ze zelfverzekerd. “Ik geloof in Tim!!!”
John dacht even na en ging dan naar de jongen  toe. Hij keek hem met strenge blik diep in de ogen.
“Gij hebt chance maat. Chance dat mijn petekind in u gelooft, en dat ik haar niets kan weigeren.
Maar één fout, één misstap. En ge moogt uw boeltje pakken. HEBT GE DAT BEGREPEN??”
Na haar avondtraining fietste Nathalie terug naar de drankencentrale.
Tim kwam net buiten.
“En hoe was uw eerste werkdag”? Vroeg ze nieuwsgierig.
“Viel best mee, uw nonkel Jerry is best een goeie baas. Veel gemakkelijker als uw ‘Parrain’.”
“Ja." Zei Nathalie zacht. “Nonkel Jerry is iemand die zich niet rap boven zijn personeel gaat stellen.
Hij zal al eens mee aanschuiven om boterhammekes te eten, en vragen hoe het gaat en zo.
Mijn ‘Parrain’ is op dat vlak van de oude stempel. Autoritair, ‘gij doet wat ik zeg’. Maar hij heeft een hart van koekebrood. Als ge doet wat er van u verlangt wordt en zijn vertrouwen weet te winnen. Dan zal hij wel ontdooien hoor.
Maar verwacht niet dat hij met u een gemoedelijk klapke gaat doen. Toch niet tijdens de werkuren. Want als uw uren lopen dan moet er gewerkt worden. En hard als 't efkes kan."
Zo babbelden ze wat verder. Nathalie en Tim.
Het deed haar deugd aan haar hartje om Tim terug te zien.
Maar zweeg toch wijselijk over dat ene moment daar aan die bushalte. Wie weet was hij daar nog altijd boos om.

Maar dit was maanden geleden.
Nog lang voor Nathalie Van Bosvoorde te horen kreeg dat ze niet lang meer te leven had.
Maar nu was alles ineens anders.
En begon ze de dingen ook anders te zien.
Het was midden in de nacht.
Nathalie kon de slaap niet vatten.
Er ging van alles door haar heen.
Over een maand haar laatste wedstrijd, het hele dorp zou erbij zijn.
Het gesprek die middag met Liesbeth haar hartsvriendin.
Uren lagen ze te huilen op het bed van Liesbeth.
Lange tijd zeiden ze geen woord.
Uiteindelijk begonnen ze zachtjes te babbelen, gewoon over domme dingen.
Over jongens.
Over wat ze zouden doen moesten ze alleen zijn met die knappe gast op het scherm van Liesbeth haar laptop.
Beide meisjes fleurden even op.
Maar er was die vreselijke tijding die als een 'Zwaard Van Damocles' over hun hoofd hing bleef hangen.
“Nog zes maanden." Zei Nathalie met een snik in haar stem.
“Nog zes maanden zijn we samen, en dan laat ik je voorgoed achter."
Ze keken elkaar aan.
En naar de foto op de laptop.
“Stel je voor." Zei Nathalie cynisch. “Sterven als maagd.”
Ze moesten er om lachen, door hun tranen heen.
Maar nu ze alleen in bed lag, bleef dit grappig bedoelde zinnetje door haar hoofd spoken.
Die foto van die knappe kerel op het scherm stond op haar netvlies gebrand.
Ze fantaseerde hoe hij haar in haar armen sloot. Hoe hij haar kuste en streelde over heel haar lichaam.
Hoe zijn handen tussen haar benen gleden en hij zachtjes haar clitoris beroerde.
Alleen al van die gedachte ging er een siddering door haar lichaam.
Ze sloot haar ogen en begon met zichzelf te spelen.
Ze liet haar slipje zakken en trachtte zich in te beelden hoe het zou voelen als die gast diep in haar zou binnen dringen.
Niet veel later kreeg ze een orgasme.
Ze slaakte een paar gesmoorde kreetjes, daarna lag ze languit op bed, haar slip nog rond haar dijen.
“Sterven als maagd… “
Ineens besefte ze dat heel haar leven draaide om het zwemmen.
Trainen, op haar voeding letten, op tijd naar bed.
Terwijl andere meisjes van haar leeftijd uitgingen en plezier maakten.
En verliefd werden, met jongens naar bed gingen.
Nathalie had ook haar gevoelens, zoals ze dat wel eens zeggen.
Ze vond het leuk om over jongens te fantaseren, om samen met haar vriendin Liesbeth jongens te keuren en puntjes te geven.
Maar het zwemmen ging voor.
Dat was haar leven. HAAR PASSIE!
De sportmicrobe weet je wel.
De smaak van het applaus.
De mensen die aan de kant stonden te supporteren waren haar fans, haar familie en haar beste vrienden.
Ze deed het voor hen.
Wilde hen niet teleurstellen.
De felicitaties, de complimentjes, foto in de krant.
De medailles aan de muur en de bekers in de kast van de woonkamer of in het café van haar ‘Parrain’. Die meer dan fier was op zijn talentvolle kleindochter.
Hij was een gulle sponsor voor De Waterratten en dit lang voor Nathalie geboren was.
Wat was hij dan ook fier dat het zijn kleindochter was die voor deze zwemclub de ene overwinning na de andere binnenhaalde
De ‘Ladychamp’ van De Waterratten naar de Olympische Spelen’. Dat zou de kroon op het werk zijn.
Hij kon er niet over zwijgen.
Het motiveerde haar. Het was omdat hij een goed woordje deed dat ze lid mocht worden, aan wedstrijdzwemmen mocht deelnemen.
Wat was ze trots op haar eerste medaille, haar eerste beker.
De jaloerse blikken van haar klasgenootjes toen ze voor het eerst in de krant stond.
Het motiveerde haar, het succes smaakte naar meer.
Maar nu…
Het besef dat de ‘leuke dingen’ van het jong zijn aan haar voorbij gingen.
Sneed zo diep door het hart.
“Zes maanden” dacht ze.
Kon ik in die zes maanden maar eens de kans krijgen om, ook al was het maar heel even.
Te genieten van liefde, van passie, van SEKS !!!
IK WIL NIET STERVEN ALS MAAGD!"

Haar laatste verlangen.


Een zwembad. Overvolle tribunes.
Tien zwemsters staan klaar voor de start.
Zenuwen strak gespannen, blik op scherp.
Snelle doch regelmatige ademhaling.
Er staat dan ook veel op het spel.
Provinciale kampioenschappen.
De eerste drie kunnen zich plaatsen voor het Belgische kampioenschap.
Op baan twee staat de twintigjarige Nathalie Van Bosvoorde.
Een grote struise breedgeschouderde jongedame, brandend van ambitie.
In de jeugdreeksen had ze al een mooi palmares opgebouwd. Tot zelfs brons in het nationaal kampioenschap voor de jeugd.
Maar nu zou ze aan het echte werk beginnen.
Nathalie was als kind al een echt waterratje.
Eens in een zwembad was ze er met geen stokken uit te krijgen.
En ze had talent.
Ze ging bij de plaatselijke zwemclub en daar kon ze haar talent ontplooien.
Ze had een echte winners mentaliteit.
En trainde keihard.
Om zes uur ’s morgens was ze al baantjes aan het trekken. Dan klaarmaken voor ’t school.
En ’s avonds weer het water in, of gaan krachttrainen.
Telkens opnieuw.
Nathalie leefde voor het zwemmen.
Ofschoon haar ouders wilden dat ze een diploma zou halen.
Zoals het hoorde.
Combineerde ze het zwemmen met haar studie.
En ook daar was ze ambitieus.
Ze studeerde rechten.
En het ging haar goed af.
Het startschot werd gegeven.
Nathalie dook het water in.
Met forse slagen crawlde ze zich als een pijl door het water.
Ze liet de andere zwemsters ver achter zich.
Haar lengte en haar brede postuur speelde in haar voordeel.
En dat speelde ze ten volle uit.
Ze haalde alles uit haar stevige gespierde armen en krachtige, robuuste lichaam wat er uit te halen was.
Van op de tribune werd ze toegejuicht.
Al haar vrienden, familie, en ook haar vele fans waren er.
“Vooruit Nathalie." “Zet hem op maske." Klonk het vanuit de tribune.
Vaag hoorde ze het als een rollende pletwas wanneer haar oren watervrij waren.
“Natske, Natske, Natske, Natske!!!!" Telkens weer.
Het gaf haar moed.
Ze ging er helemaal voor.
Er was maar een zwemster voor haar.
Maar die maakte geen schijn van kans.
Nathalie won.
De zaal ontplofte.
Ze hing aan de kant uit te hijgen.
Dolgelukkig.
Toen hees ze zichzelf uit het water.
Pascal, haar trainer sloeg een handdoek over haar lichaam en gaf haar een flinke knuffel.
“Schitterend gedaan meid, een echte prachtprestatie!” Zei hij.
“Je hebt het provinciale record gebroken en je staat heel dicht bij het Belgische record
Kom hier Nathalie.” Zei hij terwijl hij haar nogmaals stevig vastnam.
“Ik ben Godverdomme trots op je meisje."
De andere zwemsters feliciteerden haar met de overwinning.
Emoties overweldigden haar.
Maar dan ineens.
Haar hoofd begon ineens te bonzen.
Ze had al een tijdje last van bonzende hoofdpijn, soms van draaierigheid.
Haar moeder had al vaker geopperd dat ze daar eens mee naar de dokter moest gaan.
Maar dat wimpelde ze altijd af.
Ze mocht er niet aan denken om ziek thuis te moeten blijven.
Nu er zoveel belangrijke wedstrijden aankwamen.
Nathalie voelde zich ineens draaierig en het leek wel of er met een stormram op haar hoofd werd ingebeukt.
Ineens moest ze overgeven. Zomaar.
“Nathalie, gaat het”? Vroeg Pascal bezorgd.
Maar ze kon niets meer zeggen.
Ze viel flauw.
“Kan er een verzorger komen?” Vroeg hij direct.
Ineens stonden enkele verzorgers en ook een dokter rond haar.
Er werd besloten om een ambulance te laten komen en haar naar het ziekenhuis te laten overbrengen.
Ook haar ouders kwamen erbij.
Haar moeder was bezorgd.
“Hoe kan dat nu? Ze was zo goed bezig en dan ineens dit”.
“Ach zei Pascal. Misschien gewoon door de emoties, ze heeft hard getraind hé. En ook de zenuwen die parten speelden.
En dan alle emoties in één keer.”

Nathalie lag in het ziekenhuis.
Ze was echt heel ziek.
De pijn in haar hoofd was niet langer meer te harden.
Ook moest ze meermaals overgeven.
Er werd bloed afgenomen en er werden foto’s genomen.
De dokters besloten haar in observatie te houden.
Maar niemand die kon of wilde zeggen wat ze mankeerde.
Tot zo’n twee dagen later.
Nathalie lag in een ziekenhuisbed.
Haar ouders zaten naast haar.
Dokter Ingrid Decaestecker hoofd van de dienst neurologie kwam de kamer binnen.
Ze verwelkomde de ouders van Nathalie een warme handdruk en streelde even door haar lange blonde haren.
“Ca va, meisje?” Vroeg ze met een warme zorgzame stem.
“Dat gaat wel." Zei Nathalie flauwtjes.
“Meneer, mevrouw, Nathalie.” Zo stak ze van wal.
“Ik heb…. Zeer slecht nieuws!!!”
Nathalie zag hoe haar ouders elkaar angstig aankeken.
Haar moeder nam haar hand vast.
Het was muisstil.
Zowel Nathalie als haar ouders voelden aan dat wat de dokter nu zou zeggen…
ZEER HARD AAN ZOU KOMEN !!!!!!

Ingrid Decaestecker zocht twijfelend naar haar woorden.
De aanblik van een jong meisje wiens leven haar net toelachte en dat van haar bezorgde ouders.
Het maakte dat ze in haar hart een steek voelde.
“Nathalie heeft een zeer agressieve, en zeer… Kwaadaardige tumor in haar hersenen.”
Haar moeder hapte naar adem, terwijl haar vader bleek wegtrok.
Nathalie keek vertwijfeld naar haar vader en moeder. En dan naar de dokter.
De dokter vervolgde.
“En wat meer is… De tumor is al uitgezaaid over haar hele lichaam”.
Nathalie voelde zich angstig, Haar borstkas ging steeds sneller op en neer.
Ze kneep in de hand van haar moeder. En in die van haar vader die ook zijn hand in haar rechterhand legde om haar te steunen, om te laten weten - “ik ben er meisje, ik ben er voor jou. Wat er ook gebeurt."
“Dokter… Je gaat me toch niet vertellen dat ik… Ik… “ Vroeg Nathalie vertwijfeld.
Tranen vloeiden over haar wangen.
“Lieve Nathalie, het spijt me zo. Maar de tumor is al zodanig uitgezaaid. Dat behandelen zo goed als zinloos is”.
Dokter Decaestecker sprak met moederlijke stem wijl ze naar voren kwam en haar bitter jonge patiënte, zo boordevol ambitie, zachtjes door de haren streelde.
Nathalie weende bittere tranen.
De klap kwam hard aan voor haar.
“Ik had eerder naar de dokter moeten gaan. Ik had dat niet mogen uitstellen.” Zei ze snikkend.
“Je moet jezelf geen verwijten maken, meisje.” Zei Dokter Decaestecker.
Het is normaal dat noch jij, noch anderen denken aan zoiets.
Je bent jong, sportief, je leeft gezond en je leeft voor je sport.
Zo’n dingen komen altijd en bij iedereen onverwacht.
“Dokter." Vroeg haar moeder. Terwijl ze Dokter Ingrid Decaestecker strak aankeek.
“Hoe lang heeft ze nog?”
Ingrid boog het hoofd. Ze aarzelde even.
“Zes maanden.” Zei ze verslagen.
Met de nodige medicatie en zorgen kunnen we haar nog zes mooie maanden geven.
Maar dat is echt het enige wat we voor haar kunnen doen.
Het doet me zoveel pijn dat ik jullie dit vreselijke nieuws moet melden.
Ik leerde Nathalie kennen als een moedige, ambitieuze maar vooral hartverwarmende jongedame.
We hebben fijn gebabbeld tijdens de tests en puncties die soms wat tijd in beslag namen.
En ook hartelijk gelachen.
Dit resultaat onder ogen krijgen was voor mij een grote schok.
Ook al ben ik als dokter wel wat gewend.
Dergelijke boodschap moeten overbrengen aan zo’n jong meisje en haar familie.
Is en blijft voor mij zeer moeilijk.

Lieve mensen.
Dit is geen vrolijk verhaal.
Geen hoopvol verhaal met een happy end.
Een jong beloftevol zwemtalent kreeg zonet te horen dat ze terminaal ziek is.
Nathalie was compleet van de kaart.
Diep in de kussens van haar ziekenhuisbed lag ze te schreien.
Niemand kon haar troosten.
Haar moeder ging even naar buiten en pleegde een telefoontje.
Een uur later klonken er zware stappen door de gang. Een oudere man kwam de kamer binnen.
Een beer van een kerel met een gigantische Stetson en een cowboyvest, blauwe jeans en bruine cowboylaarzen.
Hij keek strak voor zich uit, op de autoritaire wijze waarvoor hij tot uren in het ronde bekend stond.
Maar in zijn ogen kon je een groot verdriet lezen.
Hij kreeg zonet te horen dat zijn oudste kleindochter en tevens zijn petekind nog maar zes maanden te leven had. Ook voor hem was het een enorme schok, maar hij nam zich voor om er voor haar te zijn tot het laatste moment.
Hij woelde even door haar lange blonde haren en sprak dan heel zacht.
“Hey Natske… Uwe parrain is hier…. Kijk eens efkes.”
Nathalie draaide zich om en hees zichzelf overeind.
Een flauwe glimlach fleurde haar betraande gezicht op.
“Parrain." Zei ze zachtjes.
“Yeah my sweet Ladychamp”, zei hij. Terwijl hij haar hoofd tegen zijn brede borskas drukte en zachtjes door haar haren woelde.
“Ik ben er meiske. En ik zal er voor u zijn wat er ook gebeurt”.
Zachtjes wiegde hij zijn “Ladychamp” in de armen.
Dat was zijn koosnaampje voor haar. Want hij zag hoe ze een kampioene was in het zwemmen.
Maar ook hoe ze opgroeide van klein guitig meisje tot een mooie jongedame die mocht gezien worden, een echte lady, zo vond hij toch.
Apetrots was hij op zijn petekind die een almaar mooier palmares bij elkaar zwom, zowel in binnen als buitenlandse wedstrijden.
Hij woonde zoveel wedstrijden bij als hij maar kon.
En deed wat hij kon om haar te sponsoren.
Met zijn eigen geld, maar ook met het organiseren van kaartingen, mosselfestijnen, en andere zaken.
Vaak in zijn café “The Sherrif”.
Waar ook de zwemclub “De Waterratten” waar Nathalie al van kindsbeen af lid van was haar vaste vergaderruimte had.
Ook al was het zwembad al meer dan tien jaar geleden totaal gerenoveerd en hadden ze er nu een eigen kantine.
Toch bleven De Waterratten hun vaste stek in The Sherrif trouw.
Evenals de andere verenigingen die er hun vaste clublokaal hadden.
“De Sherrif” was sinds jaar en dag de bijnaam van John De Beuckelaer
Cafébaas en ‘brouwer’ van de 4de generatie.
Ook al was de oude brouwerij intussen niet veel meer dan een drankencentrale en bevoorradingspunt voor de vele café’s in de omgeving die vaak al decennialang aan de oude ‘brouwerij’ gebonden waren.
Ooit was dit een goed draaiende brouwerij die de familie De Beuckelaere schatten opbracht.
Jules De Beuckelaer de vader van John sloot na de oorlog vriendschap met een Amerikaanse GI.
En vergezelde hem naar de USA.
Daar leerde hij de Juke-Boxen, de flipperkasten en de sigarettenautomaten kennen.
En zag er brood in.
Eigenlijk wilden hij ipv de zaak van zijn vader overnemen, veel liever fortuin maken in Amerika.
Maar besloot dat het meer zou opbrengen als hij Amerika naar Vlaanderen bracht ipv als Vlaming naar Amerika te gaan.
Want de Vlaamse jeugd was in de laten jaren veertig en de jaren vijftig verzot van alles wat Amerikaans was. De Western films, de Rock&Roll, de sigaretten, de jeansbroeken, de juke-boxen, etc.
Hij importeerde juke-boxen en sigarettenautomaten en plaatste die zelf in menig café.
Hij richtte de oude brouwerij in als bioscoopzaal en speelde er cowboyfilms af.
Of richtte er bals in met orkest.
Zelf liep hij steeds gekleed in cowboy kleren en een grote Stetson hoed.
Die hij in Amerika kocht. En ging hij regelmatig naar de USA om dan met veel cadeau’s terug te komen. Vandaar dat hij door de mensen De Sherrif werd genoemd.
Later nam zijn zoon John, genoemd naar filmster John Wayne de zaak over.
En zette de traditie verder.
Oudere dorpsbewoners noemen hem nog altijd liever ‘Sherrif Junior’.
Maar toch werd het ook kortweg De Sherrif.
Café The Sherrif is een echt volkscafé. Een toog, dezelfde tafels en stoelen als vele jaren terug.
Een biljarttafel, een ‘pietjesbak’, oude affiches van Westernfilms aan de muur.
Een kast met bekers van de voetbalploeg ‘FC De Sherrifs’, Atletiekclub ‘De Road Runners’, Krachtbalclub ‘De Forsballen’ en natuurlijk Zwemclub ‘De Waterratten’.

Zijn kleindochter  en petekind Nathalie was het eerste lid dat geselecteerd werd voor de Belgische kampioenschappen.
Dat was een tournee waard.
Hij hoopte dat ze dezelfde avond nog uit het ziekenhuis ontslagen zou worden en keek ernaar uit om haar met alle egards te onthalen in zijn café.
Het draaide anders uit.
Nu sprak hij zijn lieve kleindochter moed in.
Terwijl zijn hart vol verdriet zat.
Welks hij nooit zou tonen.
John Debeuckelaer was zo’n man die zelden zijn diepste emotie zou tonen.
Toch was hij gevoeliger en menselijker dan de meeste mensen dachten.
“Natske, meiske… “ Zei hij.
“Het is nog niet gedaan hé. Ge zijt er nog hé meiske.
Hey kijkt naar mij. We gaan ons koppeke niet laten hangen hé.”
Hij keek Nathalie in de ogen, ze glimlachte nogmaals.
“Voila se… Dat wil ik zien." Prees hij haar.
Hij streelde over haar wang.
“Wij gaan er samen nog zes schone maanden van maken. Zes maanden om nooit meer te vergeten.
Dat beloof ik u meiske.
En… Gij zult niet vergeten worden. Nooit !!! JAMAIS !!!!”
Nathalie keek haar ‘Parrain’ glimlachend aan.
“Merci Parrain”, zei ze met een snik in haar stem.
“Ik zien u geire.”
En ze gaf hem een ferme knuffel.
Een week later.
Nathalie was terug thuis.
Maar hoe moest het nu verder?
Ooit zoveel plannen, zoveel ambitie.
Over twee jaar Olympische spelen.
Dat was haar verste en haar mooiste streefdoel.
Dat wilde ze echt bereiken.
Voor haar ‘Parrain’, voor de club, voor al haar vrienden, vriendinnen, familie en alle anderen die zo hard in haar geloofden.
Nu lag die droom aan diggelen.
Als over twee jaar de openingsceremonie zou doorgaan.
Zou ze er niet meer zijn.
Ze kon het niet plaatsen.
Ze wist wel.
Ze zou deelnemen aan het Belgisch Kampioenschap.
Voor de eer.
Ze had zo hard getraind hiervoor.
Ze wilden er dan ook zo graag bijzijn.
Ze kreeg medicatie om de pijn en de draaierigheid en de misselijkheid te onderdrukken.
Dat moest haar helpen.
Om haar laatste droom toch waar te maken.
Elke dag zwom ze haar lengtes.
Deed ze haar krachttraining.
Haar studies gaf ze op.
Daar wilde ze geen tijd meer aan verspillen.
Nu waren er nog haar familie, haar vrienden.
En allen die zo hard in haar geloofden.
Voor hen wilde ze nog eenmaal ervoor gaan.