woensdag 9 september 2026

Over inspiratie en frequentie.




Dag lieve mensen.  
Ik weet het, ik zou veel regelmatiger in mijn blog moeten schrijven.  
Maar het probleem is dat ik niet altijd inspiratie heb.  
In die zin dat ik wel inspiratie heb voor het schrijven van verhalen, en die ga ik dan ook heel spoedig hier neerzetten. Maar om gewoon een stukje te schrijven over hoe het met mij gaat over waar ik aan denk of wat me bezighoudt. Daarin schiet ik soms te kort.  
Want ik weet dat mijn blog gelezen wordt en dat er mensen zijn die uitkijken naar wat ik hierop schrijf. En dat is een aanmoediging voor mij, echt wel. De reden om hier af en toe iets te posten.  

Maar zoals ik dus zei, het mag een beetje frequenter. Beetje meer regelmaat, het zou wel mogen.  
Maar ik wil dat mijn stukjes dan ook ergens over gaan. Ik kan niet zomaar wat schrijven over n’importe qoui. Zo zit ik niet in elkaar.  
Het moet ergens over gaan, het moet diegene die dit leest kunnen boeien. Het moet een beetje blijven hangen. Snap je wat ik bedoel?  
We leven in een tijd waarin elke influencer, content creator of eender wie die goed overweg kan met een smartphone en de nodige hulpprogramma’s en een beetje een vlotte babbel heeft om het even wat zit te ratelen, enkel en alleen maar om in de belangstelling te staan.  
“LOOK AT ME!! LOOK AT ME!!  Vind mij tof, druk op dat ‘vind ik leuk’ knopje, deel mijn filmpjes! PLEASE!!” Dat is het enige wat ik hoor als ik zo’n filmpje zie van zo’n hippe beunhaas die daar als een kip zonder kop staat te ratelen.  
Het laatste wat ik wil is om zo over te komen. Het gaat ook niet om mij, het gaat over wat ik schrijf. Het gaat over mijn ideeën, over hoe ik kijk naar de wereld om mij heen. Het gaat over mijn twee lieve hondjes die ik zielsgraag zie en soms ook over mijn lieve schat van een vriendin. Maar niet over mijn persoontje. Zelf ben ik zo interessant niet. Ik ben een gewone gast die werkt voor zijn kost en voor de rest een tamelijk alledaags leven leidt. Net als jij, diegene die dit leest.


De Skyline van Oostende. 
(Uit mijn eigen fotobestanden
)


Ik schrijf omdat ik daar het één en ander uithaal.  
Het geeft mij de gelegenheid om te ventileren wat ik voel of wat er door me heen gaat als ik hoor wat er rondom mij en in de grote boze wereld gebeurt. Ik lees over cyberpesten en over jonge tieners die ten gevolge daarvan een einde aan hun leven maken. Ik heb daar een verhaal over geschreven over hoe pesterijen, armoede en het constant uitgesloten worden en weggeduwd worden een mensenleven kan verwoesten. Het verhaal over Brenda, weet je nog?  
Ik schrijf vanuit een sterk gevoel van empathie.  
Ik maak steeds vaker de bedenking dat veel mensen in een situatie zitten waarom ze zelf niet hebben gevraagd. Geen enkel kind heeft erom gevraagd om als ‘ongewenst kind’ geboren te worden, om in armoede op te groeien of om constant te horen dat het er niet bij hoort, vaak zonder te weten waarom.  
Sterker nog. Geen enkel kind heeft erom gevraagd om met een zware handicap geboren te worden. Of met een aangeboren ziekte. Soms trekken mensen gewoon een slecht lot. En soms moeten we het gewoon doen met onze gebreken en onze tekortkomingen die we tenslotte ALLEMAAL hebben. 

Empathie is iets moois. 
De bovenstaande bedenkingen maakte ik mij toen ik tijdens een wandeling met mijn hondjes een groepje mensen passeerde die zwaar gehandicapte kinderen in een rolstoel voortduwden. Kinderen die weinig meer konden doen dan spastische bewegingen maken en klanken uitstoten. Ik voelde een knauw in mijn maag en het besef dat geen enkel kind hierom gevraagd had. Ze hadden gewoon een zeer slecht lot getrokken en zijn voor het leven aangewezen op de hulp van mensen die bereid zijn om hen die hulp te geven. En ik weet van mensen die in de gehandicaptenzorg hebben gewerkt dat het heel zwaar werk is om voor zo’n kind te zorgen.  
Het vormt ook je kijk op het leven. En dat geldt eigenlijk voor alle mensen die in de zorg werken. Dokters, verpleegkundigen, zorgkundigen, opvoeders. Je wordt geconfronteerd met de mens in zijn meest naakte en kwetsbaarste vorm. 

En het feit is dat je ook in je latere leven ineens hulpeloos en kwetsbaar kan zijn. Een ongeval, of zelfs gewoon een ongelukkige misstap kunnen je voor het leven gehandicapt maken. Een zware financiële dobber of onverwachte tegenslag kunnen ervoor zorgen dat je heel je hebben en houden moet verkopen en aangewezen bent op het OCMW of andere instanties. Een kwaad gerucht of een valse aangifte van iemand die het heel slecht met u voor heeft kan je reputatie voorgoed schaden en ervoor zorgen dat je met het gerecht in aanraking komt en door iedereen wordt uitgespuwd, zelfs door je eigen familie. Er zijn verhalen genoeg gekend van mensen die het ooit goed voor mekaar hadden en die van de ene dag op de andere alles kwijtspeelden;  
Denk nooit ‘dit zal mij nooit overkomen!’ 





De verhalen die ik schrijf – alsook deze die ik nog niet gepubliceerd heb – gaan over zo’n zaken. Ze gaan over de vreemde wendingen in het leven. Vaak ook door eigen onbezonnenheid. Ze gaan over hoe snel je alles kan verliezen waar je voor gewerkt het en hoe weinig er nodig is om voorgoed gescheiden te worden van diegene die je zo innig liefhebt.  
Ze gaan over gewone mensen, geen superhelden, geen patsers, geen vedetten of sterren. Maar gewone mensen zoals jij en ik. Over mensen wiens van de ene dag op de andere overhoop wordt gehaald of die geconfronteerd worden met de onverwachte wendingen van het leven of gewoon van de gevolgen van hun overmoed of lichtzinnigheid.

Daarom, blijf mij volgen. Ik hou jullie zeker op de hoogte van wat er nog komen gaat. 
Liefs... Miguel. 

zondag 16 augustus 2026

Zomerse bedenkingen.





Dag lieve mensen. 
De hittegolf is bijna voorbij en er wordt regen verwacht.
Hoera!
Nee echt.

HOERA!!!!

Ik hou van de zomer, ik hou van mooi weer, blauwe luchten, de zon hoog aan de hemel en de warme zonnestralen op mijn huid.
Maar zoals wijlen Paul Vanden Boeynants het destijds zo schoon zei: “Trop is te veel en teveel is trop hein!”
Ik merk dat ik overmatig zweet ook al is het weer niet zo heel vochtig. En ook mijn nachtrust heeft te lijden onder de warmte. De ene keer meer dan de andere keer, maar toch. En ook zoetje heeft moeite om in te slapen met dit warme weer.
Om nog maar te zwijgen van de effecten van hitte op de gezondheid en gemoedstoestand van kleine keeshondjes.

En dan zwijg ik nog over de gevolgen van de langdurige droogte. Kijk naar de grasvelden, alles geel en verdort. Kijk naar de bomen, ze laten nu al hun bladeren vallen. 
Oogsten mislukken, de aardappelen, de druiven (voor de wijnbouw), de appelen, de peren. Het zal weer heel duur zijn en de boeren zullen weer veel verliezen lijden. De sloten, kanalen en rivieren drogen uit waar je bijstaat, evenals de vijvers op de inleidende foto.
De vijvers van Zorgverblijf Ter Duinen waar ik werk.
Alles lijdt onder de verschroeiende hitte en de genadeloze droogte. En wat een hel moet het niet zijn voor de dieren? De vogels, de egeltjes, de vossen, de konijnen, de fazanten? Er worden maar weinig insecten gezien en ook de vlinders laten het afweten. Alles kreunt onder deze vreselijke en voor onze streken klimaatvreemde omstandigheden.

Oh kom kostbaar vocht. 
Je bent zo hard nodig nu! 


Kijk, zonder zeveren. Dat hemelwater zal zeer welgekomen zijn.
En voor mijn part mag het blijven regenen tot in september. Wat zeg ik? Tot wanneer klein Cecieleke jarig is: 25 oktober dus.
Ik heb daar echt geen problemen mee om naar regen en grauwe wolken te kijken. Ik heb daar echt geen problemen mee om met mijn hondjes in de regen te wandelen. Die hebben warme jasjes die voorkomen dat hun pelsjes nat worden. Want natte pelsjes, ZE HOUDEN ER NIET VAN!
Maar van een nat pelsje gaat een hondje niet dood, van hitte wel.
Ik heb twee maanden geleden helaas het droevige verhaal gehoord hier in Nieuwpoort van een klein keesje dat bezweek van de hitte. Ik zag het kleintje vaak zitten aan het raam waar het woonde, en als ik dan met mijn hondjes passeerde dan crosste het van de ene kant van het raam naar het anderen.
Ach klein keesje, speel en ren nu maar daar aan de overkant van de grote regenboogbrug. Ik zal je nooit vergeten kleine speels wezentje.

In alle geval. WELKOM REGEN!
WELKOM KOSTBAAR VOCHT!




zaterdag 1 augustus 2026

Uit mijn dagboek: 1augustus 2026

 








Dag lieve mensen. 
Bij deze plaats ik nog eens een stuk uit mijn eigen persoonlijke dagboek. 
Speciaal voor jullie. 

 Werkdag vandaag, werkend weekend zoals ze zeggen.
Het werk verliep vlot en er werd tussendoor wat gepraat en grapjes gemaakt. Maar eigenlijk hou wat er gebeurt op het werk liever voor mezelf dus daarover ga ik niet uitweiden.
Na het werk reed ik naar huis en de aanblik van het gele verdorde gras en de bomen waarvan de bladeren al beginnen te verkleuren  en hier en daar al beginnen te vallen stemde me triest.
De natuur is aan het lijden en de gewassen schreeuwen om water. Alles smeekt om het kostbare vocht waar mensen nog altijd veel te laks en onzorgvuldig mee omspringen. Ik denk aan wat ik vluchtig las op de website van vrtnws.be. Over een kerncentrale in Hongarije die moest worden stilgelegd omdat het waterpeil te laag is. In een kernreactor is water nu eenmaal onmisbaar voor de koeling.

Thuisgekomen wordt ik begroet door twee dolenthousiaste en likgrage hondjes met kwispelende staartjes. Ik doe hun harnasje om en we maken een wandelingetje door Nieuwpoort stad. Ik neem drinken mee want al snel zie ik hun tongetjes al uit hun bekjes hangen van de warmte. Ook al was het hier aan zee nog niet zo warm. Maar ja, ik ben geen hondje hé, die voelen dat vast warmer aan dan wij dat doen.
We lopen op ons gemak en ik zet me op een vensterbank en vul het drinkbakje met water uit een thermos die zoetje onlangs bestelde op het internet. Alleen Celientje drinkt eventjes, Cecieleke heeft geen enkele interesse voor het water, ze zal thuis wel drinken. Het kleine lieverdje.
Terug thuis leg ik me even in de zetel, ik ben moe en ik heb spierpijn van te wandelen. Vooral rond mijn billen voel ik een krampachtige pijn die mij belet van te ontspannen. Ik verander van houding en kan zo toch een beetje slapen. Daarna eet ik paella en besluit ik om in plaats van op de computer te tokkelen en mij te verliezen in het eindeloze scrollen op sociale media om een boek te nemen voor ik de rest van de boeken die nog boven lagen naar de kelder te doen. Zoetje wilde plaats voor voorraad en andere dingen die geen plaats hebben in de kasten. Daarom gingen eerst haar kookboeken naar beneden en dan ook mijn  leesboeken waarvan er nog een zak boven stond. Dan begon het mij te dagen dat ik eigenlijk wel heel weinig lees en dat maakt dat ik haar wel begrijp. Ik lees amper maar die boeken liggen wel in de weg. Ik neem er één uit. Een boek dat ooit bij de Humo was gevoegd in de tijd dat ik dat tijdschrift nog wekelijks kocht.

Het boek in kwestie is ‘Spoetnikliefde’ van de Japanse auteur Haruki Murakami. Ik had geen idee waarover het ging buiten de korte inhoud op de achterkant. Het gaat over een jonge vrouw die schrijfster wil worden en die verliefd wordt op een oudere zakenvrouw. Er volgt een vakantie en dan raakt ze het spoor bijster.
Bij het lezen herinner ik mezelf eraan dat de schrijver opgroeide in een heel andere cultuur dan de onze. Toch word ik door het lezen van het boek eraan herinnert dat Japan ondanks zijn cultuur en tradities een westers land is waar men belangstelling heeft voor onze cultuur, onze literatuur en onze klassieke muziek.
Dat zette mij eraan om verder te lezen. Ik vind van mezelf dat ik te weinig lees en ja ik vind ook van mezelf dat mijn taalgevoel beter kan. Eén van de redenen hiervoor is dat ik mezelf er daarnet op betrapte om ‘ik wordt’ met DT te schrijven.
MET DT MIGUEL!!!! SCHAAM JE! Dat zou je routineus met EEN D moeten schrijven. Dat moet erin gestampt zijn. Waarom lette je zo slecht op in de taallessen. Waarom drongen de woorden van de leerkracht die zo hamerde op het belang van het goed kennen van die regels niet tot je door?
Ja, foutloos schrijven is belangrijk. Ook als je een commentaar dropt op Facebook. Wees zo geen droplul met het eeuwige standaardzinnetje ‘het gaat om de boodschap’ en heb respect voor de mensen die  de moeite doen om je teksten te lezen.
                         
**LET OP JE TAALFOUTEN MIGUEL!!**


Om mijzelf hieraan te herinneren!



Dan werd het halfzeven, twintig voor acht. Tijd om mijn lieve schatje te gaan halen. Weer doe ik de harnasjes van de hondjes aan en dan lopen we naar mijn autootje. Ik rij naar Westende Bad en de radio staat op Klara. Ja ik luister de laatste tijd graag naar Klara in de radio en dan nog het liefst van al in de avonduren wanneer ze al eens jazz draaien. Maar ook overdag als er meer klassiek gedraaid wordt kan ik al eens genieten van zo’n stukje Mozart, Bach, Mendelssohn of van een minder gekende componist waarover ze dan een stukje uit zijn leven vertellen.
Ik heb hoe langer hoe minder met de commerciële hit zenders. Teveel oeverloos gepraat, teveel dezelfde hits, teveel Top Vijfhonderd of Top Duizend toestanden, vaak zijn alleen de eerste honderd of tweehonderd nummers het beluisterend waard omdat je dan nog eens liedjes hoort die je jaren niet meer gehoord hebt. En dan vooral als die ‘top’ over één specifiek decennium gaat.

Het duurt nog even eer zoetje er is, en het is mooi weer dus ik haal de hondjes uit de auto en ik besluit op een stoel te zitten bij de ingang. Binnen zit een oudere dame naar buiten te kijken. Ze glimlacht als ze de hondjes ziet.
Ik bedenk mij dat dit rusthuis haar laatste halte is. Dat is zo voor alle bewoners daar. Als ze uit dit tehuis weggaan dan is dat helaas tussen de spreekwoordelijke ‘zes planken’. Dat geeft mij altijd een beetje een wrang gevoel.
Het is zoetje haar taak om voor deze vaak hulpbehoevende mensen te zorgen. Dat is niet altijd rozengeur en maneschijn, want soms kunnen ze heel veeleisend en nukkig zijn. Maar zoetje doet dat graag en ze haalt ook veel dankbaarheid uit haar job, ondanks de soms moeilijke momenten.
Zoetje komt buiten, de hondjes begroeten haar ook met kwispelende staartjes en veel likjes en we rijden naar huis. De radio staat uit, ik sta erop dat ze na een drukke stressvolle dag in alle rust haar verhaal kan doen.


Lekker verfrissend. 




Thuisgekomen neem ik een blikje frisdrank met limoen en gember, een drankje van Tönissteiner. Heel lekker. Ik heb nu even geen zin in alcohol, ofschoon ik lekkere pintjes en wijn in huis heb. Ik heb mij voorgenomen om deze maand wat meer aandacht te hebben voor mijn gezondheid. Ja ik drink graag een lekker speciaalbiertje, een glaasje wijn of een gin-tonic als aperitief. Maar ik ben mij ten volle bewust dat alcohol in feite gewoon ongezond is en dat het niets toevoegt aan ons dieet. Er is geen veilige ondergrens en eigenlijk zou elke dokter het gewoon moeten afraden.
Maar ofschoon ik die dingen weet kan ik niet de klik maken om er gewoon keihard mee te kappen. Ik wil niet die ene zijn die niet drinkt en die daar zit met zijn alcoholvrije drankje terwijl de anderen een wijntje of iets anders drinken bij een gezellig samenzijn. En zeker niet als die anderen mijn naaste familie zijn. Dat is een klik in het hoofd die ik alsnog niet kan maken.
Maar ik probeer wel zoveel mogelijk alcoholvrije dagen in te lassen en ik hou ook bij hoeveel er at zijn op een maand, in een jaar.

Ik lees verder in mijn boek en de TV staat op Eclips-TV. Er loopt een reisreportage over Hawaii, en na een poosje betrap ik mezelf erop dat ik meer naar die reportage zit te kijken dan dat ik in mijn boek lees. Maar ja, ik vind Hawaii dan ook een magische plek. Het doet me denken aan de jongensboeken en strips die ik als kind las, over afgelegen eilandjes, verborgen schatten, woeste inboorlingen, langharige schoonheden met een bloemenkrans rond mijn hals en vooral… ALTIJD MOOI WEER!
Maar Hawaii staat ook bekend voor zijn vulkanen en eigenlijk is het vooral dat wat mij ongelooflijk fascineert. Sloten stollende lava,, grimmige landschappen, wandelen in lavagrotten. En het risico op een eruptie is er nog altijd reëel. Hoe wonderlijk en fascinerend is onze planeet toch. Ik bedacht mij dat als je wil zien hoe onze Aarde er in het prille begin uitzag toen de oersoep begon te stollen. Dan moet je op Hawaii zijn, en dan meer bepaald het hoofdeiland Hawaii, ook wel ‘The Big Island’ genoemd.

En als de reportage afgelopen is schakel ik mijn laptop aan en begin ik in mijn dagboek te schrijven. Met in het achterhoofd om wat ik hier schrijf op mijn blog te plaatsen.
Want ik geef jullie – mijn geliefde lezers – graag een inkijk in mijn dagelijkse bestaan.

Liefs.
Miguel. 

dinsdag 21 juli 2026

Oh Humanistisch België.




Nationale Feestdag.

We vieren ons land. We vieren België.
Het land van bier, frieten, chocolade, witloof, asperges en aardbeien. Het land van de Mechelse Herder en het Brabants trekpaard. Het land van De Smurfen, Kuifje, Margritte, Simenon, Ensor, Permeke, Soeur Sourire, André Brasseur, Salvatoré Adamo, Rocco Granata (dat zijn allebei Italianen, maar héy een kniesoor die daarop let), Vaya Con Dios en Arno.
Ik kan zo nog uren doorgaan en ook een paar sportlui opnoemen zoals Eddy Merckx, Jean-Marie Pfaff of Nina Derwael. Maar ik zou het liever over iets heel anders willen hebben.

De Mens Van Vitruvius.
Staat symbool voor het humanisme.


De Belgische Humanisten.
Ja, die zijn er ook en meer dan je denkt.
-Zo was er de Brabantse arts Andreas Vesalius die de geschiedenis inging als de grondlegger van de moderne anatomie. Hij was de eerste die de lichamen van overleden mensen (veelal ter dood veroordeelden) ontleedde en alles zeer zorgvuldig noteerde.
Voordien haalde men de kennis over ons lichaam door het ontleden van dode dieren. Maar een dier is geen mens, en dat had Vesalius zeer goed begrepen. Hij volgde de wetenschap en wilde dus weten hoe het echt zat, hoe ons lichaam echt in elkaar stak. En dit op basis van de rede.
Wat de clerus en haar conservatieve aanhang daar ook mocht van denken.
-Bruggeling Simon Stevin introduceerde het decimale stelsel voor breuken.
Hey, weet je nog? De breuken zeg.
Wie heeft er in de wiskundeles zich daar niet suf op gepiekerd.
Maar hij deed nog veel meer. Zo gaf hij een wiskundige grondslag aan de vestingbouw.
Stevin geloofde in de wetenschappelijke methode en  brak hiermee met de zogenaamde theoretische methode van Aristoteles. Concreet kwam het erop neer dat hij zijn bevindingen toetste aan de realiteit door middel van experiment. Hij noemde het ‘spiegheling en daet’, en daarvan komt dus het moderne woord bespiegeling. Ook publiceerde hij zijn werken in het Nederlands in plaats van het toen gangbare Latijn wat destijds de taal van de kunsten en wetenschappen was.
-Josef Guislain uit Gent was dan weer de grondlegger van de moderne psychiatrie.
Hij introduceerde de wetenschappelijke behandeling in de psychiatrie en geestelijke gezondheidszorg en ijverde voor een menswaardige behandeling van geesteszieken.


Simon Stevin.
Die mens was van Brugge.
En zo zou hij eruit gezien hebben. 



Elk op hun gebied waren het mensen die vanuit de rede baanbrekend werk hebben verricht en voor vooruitgang hebben gezorgd.
België was in zijn beginjaren een zeer vooruitstrevend land dat wetenschappen, kunsten en vooruitgang hoog in het vaandel droeg. Vergeet niet dat de eerste spoorlijn op het Europese vasteland van Brussel naar Mechelen liep. En in Gent werden de eerste vakbonden opgericht.
Al die mensen die al die zaken realiseerden hebben ervoor gezorgd dat wij nu in een zeer welvarend land leven. Een land met aandacht voor de rechten van de arbeider, rechten, de zieke, de arme en  het kind.
Zij gingen niet voor populisme en plat opportunisme. Zij kozen de moeilijke weg. Opkomen voor hun medemens tegen beter weten in. Gaan voor nieuwe inzichten, nieuwe ideeën, nieuwe denkwijzen, vaak met gevaar voor eigen leven, want de kerk en haar clerus waren niet tuk op nieuwe ideeën, en ook de goegemeente die elke zondag in de kerk zat te bidden met een schijnheilige smoel hielden er een zeer eng en conservatief wereldbeeld op na.
Ik ben dankbaar voor zo’n mensen. Dankbaar dat ze elk op hun manier bijdroegen aan een humane en rechtvaardige samenleving waarin rationeel denken de norm is en de wetenschap de basis, het grondbeginsel.
Alleen al om dit in ere te houden…. zal ik mij onthouden van elke vorm van complotdenken en pseudowetenschap. 

donderdag 16 juli 2026

Berouw na de zonde (slot).







Zes maanden later.

Er klonk klokkengelui en Tamara en Dieter liepen arm in arm naar het altaar.
Om er hun huwelijksbelofte te vernieuwen.
Tamara droeg een wit kleed. Geen trouwkleed, maar wel een mooi en elegant wit kleed.
En Dieter droeg een blauw maatpak. Zijn haren gekamd en zeker tien kilo lichter. Hij liep kaarsrecht, borst vooruit, schouders achteruit en zijn buik ingetrokken. En hij keek zelfverzekerd voor zich uit terwijl hij met elegante en zelfverzekerd naar het altaar stapte met Tamara aan zijn arm.
Dan gingen ze knielen voor het altaar en begon de korte en ingetogen kerkdienst waar Tamara en Dieter hun beloften vernieuwden.
“Zult gij Tamara eren, beschermen en trouw blijven tot de dood?” vroeg de priester.
“JA! DAT ZAL IK!” zei Dieter met luide en zelfverzekerde stem. Terwijl pakte hij haar hand vast.
“Dan verklaar ik jullie opnieuw man en vrouw. En u mag de bruid kussen,” prak de priester.
Dieter drukte zijn lippen op die van Tamara. Er volgde een lange tedere kus. Onder luid applaus.
Na die kus keek Dieter Tamara in de ogen. Zijn hart bonsde en zijn handen trilden wanneer hij zacht over haar rug wreef.
Hij was er nog lang niet. Het vertrouwen dat Tamara in hem had is nog altijd niet terug en Dieter wist dat het waarschijnlijk nooit meer terug zou komen. Maar ze gaf hem een nieuwe kans. Omdat ze van hem hield. en omdat ze niet wilde dat hun kinderen in een gebroken gezin zouden opgroeien. Maar dat geschonden vertrouwen dat zat diep. Heel diep.
En Dieter besefte dat.
Hij besefte dat hij een zeer zware fout heeft gemaakt.
Die gonorroe was gelukkig snel genezen en de complicaties bleven uit. Maar het idee dat ze ziek werd enkel en alleen omdat haar man besmet werd na seks met een wildvreemde vrouw. Dat hakte er enorm diep bij haar in.

Toen Dieter die ochtend na de gebeurtenissen in het atelier van zijn broer thuiskwam en Tamara op zijn blote knieën om vergiffenis smeekte. Wist hij dat dat niet genoeg was.
Hij voelde meteen aan haar reactie hoezeer hij het vertrouwen die Tamara in hem had heeft geschaad. En dat ze niet alleen door dat overspel uit elkaar waren gegroeid. Maar dat er veel meer aan de hand was.
Ja Dieter leefde alleen voor zichzelf en voor zijn pleziertjes. Hij zag het leven veel te veel langs de jolige kant en liet de dagelijkse beslommeringen veel te veel aan Tamara over. En als ze iets vroeg was het altijd van ‘ik zal het morgen wel doen zoetje’. Maar morgen… KOMT NOOIT!
Elke dag opnieuw moest Tamara zijn rotzooi opruimen en draaide ze alleen op voor het huishouden
Eigenlijk was Tamara gewoon getrouwd met een groot kind!
Toen dat tot Dieter doordrong nam hij een besluit. Hij ging op retraite in een abdij en hij had een lang gesprek met één van de monniken. Hij vertelde openhartig over wat er die dag op het strand gebeurde en over de nasleep ervan en over hoe hij is gaan beseffen hoe hij alleen maar leefde voor zichzelf. Geen doel, geen principes, geen ambitie. Niks. Alleen leven van de ene dag op de anderen, jagend naar plezier en genot.
“Mijn zoon,” zei de oudere monnik met grijzende slapen en bril met fijne montuur.
“Ooit was ik net zoals jij.
Ik had een mooie positie als hoofd boekhouding bij de FOD-Economie. Ik verdiende goed plus de nodige extra’s die bij de job hoorden. Ik kwam niks tekort en met een royaal inkomen als het mijne kon ik mijn gezin ruimschoots onderhouden en nog wat aan de kant zetten.
Maar dat deed ik niet.
Want ik kon de sleur van het saaie gezinsleven niet aan en ik hoorde liever niet het geweeklaag van mijn toenmalig echtgenote aan. Daarom zocht ik na de werkuren vertier in de stad. Ik versleet vele uren in kroegen, goktenten en bordelen. Ik dronk whisky puur zonder ijs, cognac, wodka en rum en ik dronk het in sloten. Ik was de gulle spendeerder en ik trok daarmee jonge begeerlijke vrouwen aan. En God weet dat ik met die vrouwen zeer zondige dingen gedaan heb.
Ik zoop, gokte en bedacht die vrouwen met dure cadeaus. Ik zocht vertier in bordelen en andere oorden van verderf en ik spendeerde vele honderdduizenden franken aan het hoge spel en de lage vrouwen.
Tot de dag kwam dat ik thuis kwam en alle meubelen waren weg. De TV, het keukenmateriaal, het speelgoed en het studiemateriaal van onze kinderen. Het was allemaal weg.
Aangeslagen door de deurwaarder.
De reden, de vele schulden die ik had gemaakt en het verzaken van het betalen van de rekeningen.
Mijn echtgenote zette mij op straat.
Mijn familie liet mij vallen en mijn vrienden wilden niets meer met mij te maken hebben.
En in de lage liederlijke milieus waar ik mij ophield was ik ook niet meer welkom, want ik was en armoezaaier.
Ik was dakloos, thuisloos. Ik zwierf door de stad en verzeilde in de marginaliteit. Ik bedelde ven sjacherde om te overleven, maar wat ik verdiende gaf ik uit aan drank. Het vele zuipen had mij afhankelijk gemaakt van de alcohol, ik was een alcoholist. Een drankverslaafde.”

De oude monnik nam zijn bril af en legde deze op tafel.
“Op een dag klopte ik aan bij een christelijke liefdadigheidsorganisatie. Berooid, hongerig en op zoek naar een warme schuilplaats. Ik werd opgevangen door een vrijwilliger, een oudere man. Die ontfermde zich over mij. Hij hield me gezelschap terwijl ik een bord soep had en ik deed hem mijn verhaal.
Ik voelde dat hij luisterde zonder te oordelen en dat moedigde aan om mijn verhaal te vertellen. Ik vertelde in alle eerlijkheid over mijn schuldgevoelens. Over hoe het aan mij vrat dat door mijn egoïsme en mijn drang naar zonde en lust mijn beide zoons zonder schoolgerief zaten en ze hun geliefkoosde muziek en films kwijt waren, alsook het speelgoed waarmee zij in hun kinderjaren speelden.
Ik noemde mezelf een mislukkeling en ik huilde omdat ik verteerd was door schuldgevoelens.
De vrijwilliger sprak. “Je kan het verleden niet meer ongedaan maken jongen. Maar je kan wel je leven omgooien. Dan zal je misschien genade vinden bij de here Jezus.
Maar dan moet je wel verzaken aan je zonden en vooral aan je verslavingen. En je zal moeten bereid zijn om een leven van soberheid en nederigheid te leiden.
Ik ging akkoord.
Hij regelde dat ik op retraite kon gaan in deze abdij. Hier vond ik rust en kon ik verzaken aan alles wat mij afleidde van mijn plichten als vader en als mens.
En dan vroeg Vader Abt of ik niet wilde intreden, want ze konden in de abdij wel wat vers bloed gebruiken. Ik zei ja. Ik legde de gelofte van gehoorzaamheid en armoede af en sindsdien sta ik in voor het onthaal van de gasten en leid ik de retraite in goede banen. Een werk waar ik heel veel voldoening uithaal. Net zoals ik veel voldoening haal uit het gebed en de dagelijkse eucharistie.
Ik weet dat ik geen vergeving zal krijgen van mijn toenmalige echtgenote, noch van mijn beide zoons. Maar ik leef nu in vrede want ik heb vergiffenis gevraagd aan Jezus, die ik eeuwige trouw en gehoorzaamheid aan zijn wetten heb beloofd.
Ik weet niet of je gelovig bent jongen. Maar verzaak aan wat je verslaafd en afhankelijk maakte. Kies voor een leven van soberheid en onthouding. En probeer connectie te maken met het woord van God. Bid tot de here Jezus en de maagd Maria. Zij zullen je troost schenken en kracht geven.
En wees dankbaar dat je echtgenote en je kinderen je nog niet lieten vallen mijn zoon.”

Dieter aanhoorde het verhaal.
Een verhaal dat hem zo bekend voorkwam.
Dat verhaal bracht hem terug naar die ene dag. Die ene dag in de kerstvakantie.
Toen er een deurwaarder aanbelde en hij een bevelschrift onder moeders neus duwde. Een bevelschrift tot hete leeghalen en openbaar verkopen van de volledige inboedel.
Machteloos keken we toe hoe ons huis werd leeggehaald terwijl moeder voor mijn ogen flauwviel.
Vader was er niet.
Vader was gaan werken.
Vader zou vast heel laat thuiskomen zoals altijd.
Maar voor moeder was de maat vol.
Hij moest niet meer thuiskomen.
Ik legde mijn hand op de magere hand van de monnik en keek hem aan.
“Vader,” zei ik.
“Ik vergeef je.
En als ik aan Peter je verhaal vertel en hem zeg dat je hier in dit klooster bent ingetreden.
Ik weet zeker vader… DAT HIJ JE OOK ZAL VERGEVEN!”
De monnik verbleekte en keek Dieter recht in de ogen.
Hij legde zijn magere hand op mijn gezicht en stamelde… “Die ter.”
“Ja vader, ik ben het.
Ik ben hier om in het reine te komen met mezelf.
Want ik maakte dezelfde fouten als jij.
Maar Tamara – mijn echtgenote – heeft mij vergeven.
En ik kan dus ook niets anders dan jou vergeven vader.”
De oude monnik begon te schreien.
Dieter ving hem op en wiegde hem zacht in de armen.
“Vader,” zei hij.
“Zoon,” zei de oude monnik.

woensdag 15 juli 2026

Berouw na de zonde.






Peter Aspeslagh reed terug naar zijn hoeve nadat hij een lang maar vruchtbaar gesprek had met Tamara, de echtgenote van zijn broer Dieter.Het eerste kwartier was Tamara absoluut niet voor rede vatbaar en wilde ze Peter zelfs niet binnenlaten. “Als ge komt om de kastanjes uit het vuur te halen voor uw overspelig broerke dan zijt ge aan het verkeerde adres! BUITEN!” klonk het eerst nog vol venijn.
Maar Peter is er de man niet naar om zich zomaar gewonnen te geven. Hij bleef koppig in de voortuin staan en haalde al zijn overredingskracht boven, eerst om binnen te raken en dan om Tamara ervan te overtuigen om de echtscheidingsprocedure op te starten. Als argument gebruikte hij de kinderen. Want Peter had de echtscheiding van zijn eigen ouders nooit echt kunnen verwerken. En ja, de oorzaak daarvan was het overspel, de gokverslaving en het overmatige drankgebruik van zijn vader die vaker zat dan nuchter thuiskwam nadat hij zogezegd moest ‘overwerken’. In werkelijkheid zat hij in kroegen, bars, goktenten en bordelen waar hij de helft van zijn salaris letterlijk verbraste. Nadat hun moeder dit alles zwijgend onderging en het wangedrag van haar man met de mantel der liefde bedekte, kreeg ze er uiteindelijk genoeg van en zette ze haar overspelige en overmatig drinkende echtgenoot aan de deur.
Omdat de schulden die hun vader zodanig hoog opliepen en ook de echtscheidingsprocedure zoveel geld kostte besloot Peter om te kappen met de school en te gaan werken. Eerst als beenhouwersgast, daarna als leerling in de smidse van Gustaaf Fleerackers. Daar leerde hij de stiel van het ijzersmeden en ook van het maken van zadels, stijgbeugels en andere benodigdheden voor paard en ruiter. Alsook de liefde voor het paard en alles wat erbij kwam kijken.
Eigenlijk wilde Peter iets doen in de ICT sector. Hij was goed in wiskunde en had een eigen computer die hij met zijn spaarcenten had gekocht. Hij kon programmeren en computers en het opkomende internet hadden voor hem geen geheimen. Dat hij door de thuissituatie een streep moest zetten onder zijn ambities speet hem enorm en het deed hem nadenken over het leven. Hij zwoer dat hij niet in dezelfde val zou trappen en dat hij het anders zou doen dan zijn vader. Hij verzaakte aan alcohol, sigaretten en andere ‘plezante’ zaken en koos bewust voor een sober leven. Hij oefende op een bepaald moment twee jobs uit. In de slagerij en in de smidse waar hij na zijn uren hielp om de smederij, het magazijn en de stallen proper te maken.
Gustaaf was in de wolken met de harde werker die Peter was en vroeg of hij geen zin had om het vak van smid te leren. Peter zij ja en heeft tot de dag van vandaag geen enkele spijt van die keuze.

Het harde werk en het leren van een ambacht gaven een doel in het leven van Peter. Hij leerde snel bij en zijn droom was om een eigen smederij te beginnen. Het liefst in een kleine hoeve omringt met veel dieren. Want al van kindsbeen af was Peter gek op dieren.
Peter was eigenlijk op zowat elk vlak de tegenpool van zijn jongere broer die het drama dat door zijn vader werd veroorzaakt nooit echt bewust meemaakte. Eigenlijk lijkt Dieter meer op zijn vader dan Peter die eerder het karakter van zijn moeder heeft. Dieter was een sociale jongen die van het leven genoot en zich vooral de aandacht van meisjes en vrouwen liet welgevallen. Hij ging graag uit, dronk graag en veel pintjes en liep er eigenlijk de kantjes van af in het leven. Op school presteerde hij ondermaats en werken was niet echt aan hem besteed. Dieter was zo’n jongen die eigenlijk niet goed wist wat hij met zijn leven zou aanvangen. Uiteindelijk ging hij studeren. Hij koos voor rechten met een specialisatie in ‘fiscaal recht’. Hij voldeed zijn studies met glans en kon dankzij de connecties van de vader van Gunther zijn kotgenoot meteen beginnen bij de FOD-Financiën. Dit tot grote ergernis van Peter die intussen zijn eerste stappen had gezet als zelfstandig ondernemer – hij had de smederij van Gustaaf overgenomen – en dat maakte dat hij het niet zo begrepen had op een bemoeizuchtige overheid die dwingend zijn deel opeiste van het inkomen dat Peter met veel moeite vergaarde.
Intussen leerde Dieter Tamara kennen toen hij op een chatbox op zoek was naar meiden zin hadden in een erotisch chatgesprek en wie weet een lekker pikante foto opstuurden of zich wilden tonen voor de webcam. Tamara was zo’n meid die op haar kamertje chatboxen afspeurde omdat ze het eens wilde doen met een kerel die ‘lekker groot geschapen’ was. En laat het nu zo zijn dat Dieter meer dan gemiddeld geschapen was en niet beschroomd was om dat uit te spelen. Er volgde al snel een ontmoeting waarop een hitsige vrijpartij volgde. En dan nog één, en nog één. Het klikte tussen Dieter en Tamara die naar de normaalschool ging en graag kleuterjuf wilde worden. Maar uiteindelijk zou ze les geven aan de kindjes van het eerste leerjaar, en job die ze heel graag doet en waar ze veel voldoening uithaalde.

“Tamara, ik wil dat je in de eerste plaatst denkt aan de kinderen,” zei Peter streng. En ja, dat had Dieter ook moeten doen. Dat moet hij trouwens nog altijd doen. Dieter en ik hebben geleden onder het egoïstische gedrag van mijn vader. En ja, hij is dezelfde fouten aan het maken.
Daarom ben ik hier Tamara! Omdat het tijd is OM IN TE GRIJPEN!
Sarah is mijn petekind, maar ook Mats en Lander liggen mij veel te nauw aan het hart om toe te kijken terwijl hun veilige haven onder hun voeten wegzakt. Verstaat ge dat Tamara!
Hey! Ik praat tegen u hé! VERSTAAT GE DAT TAMARA!”
Tamara boog vertwijfeld het hoofd terwijl de tranen over haar wangen rolden. “Ja, ik versta het,” zei ze. “Maar mijn hart is gebroken Peter. En mijn vertrouwen in Dieter ligt aan diggelen.”
Peter sloeg zijn arm rond Tamara haar schouders. “Dat versta ik meiske. En daar moogt ge hem gerust aan herinneren de rest van zijn leven. Laat hem maar de gevolgen van zijn daad ondervinden. Want ik ben ook kwaad op hem. Moogt ge gerust weten. Maar ook op mezelf ben ik kwaad. Want ik heb veel te lang verzaakt om hem eraan te herinneren dat hij verkeerd bezig is.
Ik heb veel te lang gewacht om te zeggen dat het hoog tijd wordt OM VOLWASSEN TE WORDEN!”
Peter wreef zacht over Tamara’s rug en keek haar met een vaderlijke blik aan
“Volwassen worden is beseffen dat het leven geen groot feest is. Dat is beseffen dat soberheid en inspanning de dingen zijn waaruit uw leven moet bestaan. Volwassen worden is beseffen dat ge als volwassen vent en als zeker als vader niet de hele tijd moet zitten gamen, en al helemaal niet naar porno zitten kijken! Volwassen zijn dat is met de kippen op stok gaan en voor zeven uur uit bed zijn, ook in het weekend. Dat is op uw centen letten en maken dat ge op het eind van de maand geld aan de kant zet. Ook al moet ge daarvoor het eten uit uw mond sparen.”
Dan haalde Peter diep adem, want hij wist dat hij weer op dreef was. Zoals hij altijd deed als het over zijn stokpaardjes ging.
“Kijk,” zei hij. “Ik wil dat Dieter voortaan elk weekend een handje komt helpen in de smidse. Hij moet een beetje minder de leuke kant van het leven opzoeken en wat meer plichtsbesef toestaan in zijn leven. En gij moet daaraan meewerken. Ik heb mijn vader niet kunnen tegenhouden toen hij de charlatan uithing en moeder met al het huishoudelijke werk en de zorg voor de kinderen opzadelde terwijl hij zijn riante ambtenarenloon verbraste. Maar onzen Dieter…
DIE GA IK WEL TEGENHOUDEN!”

Peter reed het erf op, de kiezelsteentjes knarsten onder de banden. Hij legde de motor stil en opende het portier. Dan hield hij de adem in, zijn ene been stond op de grond het andere nog in zijn Land Rover. Wat hoorde hij nu toch?
Dan stapte hij helemaal uit, sloeg het portier dicht en liep hij naar zijn atelier. “Godverdomme!” riep hij uit. Wat is er hier gebeurd.
In het atelier trof hij Charlene aan. Haar hemd aan flarden, haar borsten ontbloot en haar BH die slap naar beneden hing. “Charlene! Wat is er gebeurd? Waar is Dieter?”
“Dieter wil… wilde mij… verkrachten,” zei Charlene met horten en stoten.
“Wat? Onzen Dieter, dat kan niet!”
“Jawel!” riep Charlene vertwijfeld. “Toen je wegging vroeg ik of hij niets nodig had, koffie of zo. Dan ineens sloot hij de deur en begon hij zijn broeksriem los te maken. “Als ik dan toch ga scheiden kan ik evengoed van het moment profiteren,” zei hij. Dan zei hij dat hij altijd al een ferme crush op mij had. “De chick van mijn broerke binnendoen, dat wilde ik allang’, zij hij.”
Dan greep hij mij vast en wilde hij mijn hemd losknopen. Ik begon me te verzetten en dan scheurde hij mijn hemd ineens aan flarden. Waarna hij… Mijn borsten begon te betasten.”
Peter ademde steeds sneller en oppervlakkiger. “Godverdomme!” siste hij.
“Dieter, dat is ne gestoorde zak!” siste Charlene. “Die kan niet op een normale manier met vrouwen omgaan. Die ziet vrouwen als een lustobject! Elke vrouw die voor hem of naast hem zit kleed hij uit met zijn ogen! Het kwijl kwam uit zijn bakkes terwijl hij met zijn pik over mijn kruis schurkte! DE SMEERLAP!” riep Charlene vol bitterheid.
Woede stond in de ogen van Peter te lezen. Zijn hoofd kleurde rood en hij stond letterlijk te briezen uit zijn neusgaten. “Godverdomme!” vloekte hij. Het kwam traag en vol bitter venijn uit zijn mond. 
“Peter alstublieft, doe geen domme dingen. Laat ons gewoon naar de politie gaan en klacht… “
Dan haalde Peter uit en sloeg Charlene keihard in haar gezicht met het platte van zijn hand. “GODVERDOMME!!!” brulde hij terwijl Charlene  tussen het materiaal belandde dat met veel gekletter op de grond viel. Dan trok hij Charlene bij haar haren en keek hij haar recht in de ogen. Withete woede stond op zijn gezicht te lezen.
“Dit is echt wel het allerlaagste!” zei hij. “Dat ik godverdomme met dat soort smeerlapperij moet geconfronteerd worden! GODVERDOMME!” Hij draaide Charlene en duwde haar van zich af waarna ze op de grond viel. Daarna gaf hij haar een geduchte schop in haar ribben. Dan opende hij de deur. “Kom strontwijf! BUITEN!” riep hij.
“Wat is ’t sukkel?” riep Charlene. “Kan je de waarheid niet aan? Ga je mij de schuld geven? Wat ga je zeggen? Dat ik het heb uitgelokt? Hé!!! HE!!!” riep Charlene terwijl ze recht krabbelde.
“Uwe broer is ne seksmaniak voor wie vrouwen slechts lichamen zijn om op te kruipen. Hij bedriegt alles en iedereen en hij kan zijn poten niet thuishouden! En gij verdedigt dat!
Goed! Dan gaat gij mee het verderf in! Ik maak u kapot! Ik pluk u kaal! KLOOTZAK!”  
“Doe wat ge niet laten kunt! Maar gij zijt voortaan een vreemde voor mij,” zei Peter. “Ge hebt exact tien minuten de tijd om het hoogstnodige te pakken en te maken dat ge hier weg zijt.
Gij gaat mijn broer zijn leven niet kapot maken met smerige leugens,” zei Peter.
“Dieter heeft zijn gebreken ja. En hij moet dringend iets doen aan zijn gebrekkige vermogen om een stabiele monogame relatie aan te gaan en te behouden. Maar mijn broer is geen verkrachter!
Hij heeft een ongezond lust naar seks en genot en in het algemeen naar het oppervlakkige en het wereldse. Maar hij is geen verkrachter!
Gij wilt hem gewoon pakken omdat hij zo stom was om die zus van u te dumpen. Ja Sharon ging door een hel en haar vertrouwen in mannen kreeg een deuk. Maar intussen is ze gelukkig getrouwd met Erwin en een fiere mama van haar tweeling Arne en Jason. Die is daar niet meer mee bezig ze. Maar gij wel. Gij kunt het gewoon niet verkroppen dat ge uw zus niet kon overtuigen om Dieter links te laten liggen. Gij werd telkens geconfronteerd met Dieter en met het feit dat hij al die jaren alsnog gelukkig getrouwd was met Tamara. En al die tijd hebt gij zitten wachten tot hij een misstap beging. OM DAN UW GRAM TE HALEN!
Maar niet met mij Charlene d’Hondt!
Ik had het moeilijk met de onvolwassen kijk op het leven die Dieter erop nahoudt. Op hoe hij het leven vooral van de plezante kant ziet. Maar hij is en blijft mijn broer. En ik ga mijn broer niet verloochenen. En dan nog op zo’n verrekt laffe manier! Hem onterecht beschuldigen van verkrachting… GODVERDOMME!!!!! HOE KOMT GE ER TOCH MAAR BIJ??”
Dan duwde hij Charlene het atelier uit. “Allez kom pakt uw spullen! Uw tijd loopt hé!
Oh en ge kunt maar bidden dat Dieter zichzelf door uw toedoen niets heeft aangedaan hé! WANT DAN LAAT IK GEEN SPAANDER VAN JE HEEL!”

Nadat Charlene haar koffers in haar auto laadde en wegreed stapte ook Peter in zijn Land Rover en ging hij op zoek naar zijn broer. Waar kon die toch zitten? Hij had al een idee, al hoopte hij dat hij stilletjes dat hij daar Dieters auto niet zou zien staan. Maar dat was wel. Het koud zweet brak Peter uit. Hij parkeerde zijn auto naast die van Dieter en stapte uit. “Hopelijk ben ik nog niet te laat,” zei hij tegen zichzelf.
Peter liep langs de vaart waar op een zonnige dag als deze heel wat vissers aan de kant zaten. “Hebt u deze man gezien?” vroeg hij aan één van hen nadat hij een foto toonde. “Ja,” zei hi. “Hij liep hier daarnet voorbij in die richting. Hij zag er maar triestig uit en hij had een fles drank bij zich.” Een ander vulde aan: “Ja, ik heb die mens ook gezien. En eerlijk ‘gezei’ ben ik er niet gerust in. Dieje gaat zijn eigen iets aandoen.”
“Godverdomme,” riep Peter waarna hij begon te lopen. Dan wat verderop tussen het riet op een aanlegsteiger die amper nog gebruikt wordt en eigenlijk gewoon vermolmd is. Daar zag hij Dieter. Peter kende deze plek en hij wist dat hij een flink stuk moest omlopen omdat het kanaal hier breder is met vooral oevers met veel rietpartijen. Dan kwam hij bij de steiger en zag hij Dieter zitten. Hij had een fles rum in zijn handen en dronk er met regelmaat een paar stevige slokken van.
“Ge hebt het verkloot vent,” zei Dieter tegen zichzelf. “Met al uw dwaze toeren. Uw huwelijk naar de kloten en niemand die u nog serieus gaat nemen. Dieter met de losse pollekes, dat is uw naam en die hebde gij aan uzelf te danken.” Bij die woorden diende Dieter zichzelf een paar flinke meppen toe. “Gij hebt heel uw leven alleen maar aan uw eigen en aan uw eigen plezierkes gedacht! KLOOTZAK!” zei Dieter kwaad tegen zichzelf. “Het leven moest vooral plezant zijn hé! Een keer op dat stom wijf kruipen, dat gaat toch niet uitkomen! HE!!! KLOOTZAK DA GE ZIJT!” hoorde Peter zijn broer lallen.
Dan dronk Dieter het laatste restje rum uit en gooide de fles in het kanaal. Dan keek hij voor zich uit terwijl hij oppervlakkig ademde.
Dan kwam Peter dichterbij en greep hij zijn broer vast. “Niet doen Dieter!” zei hij.
“Laat me los!!” riep Dieter terwijl hij zich probeerde los te trekken wat Peter natuurlijk niet liet gebeuren. “Laat me los dat ik een einde aan mijn miserabel leven kan maken! Ik ben toch een verkrachter in uw ogen!” zei Dieter.
Peter draaide de tegenstribbelende Dieter om, keek hem in de ogen en gaf hem geduchte klap in het gezicht. “En nu is ’t gedaan met die zever hé!” zei hij luid.

Dieter brak. Hij zakte ineen en barstte in diepe snikken uit.
“Ik heb mijn leven verkloot!” zei hij. “Ik heb er een zootje van gemaakt.”
Peter ging op zijn hurken zitten en sloeg zijn arm over Dieter zijn schouder. “Ik ben blij dat ge het beseft,” zei hij. “Maar zelfmoord is echt geen oplossing ze. Integendeel.
Dat is weglopen van uw problemen.
Wilt gij zo herinnert worden? Wilt ge dat uw kinderen u zo herinneren? Als iemand die wegliep van zijn problemen.
Hey! Het is al erg genoeg dat mensen onze pa als zo iemand herinneren.”
“Peter. Ik heb Charlene niet willen aanranden. Echt niet!” zei Dieter.
“Dat weet ik broerke,” zei Peter. “Dat weet ik.
Gij zijt gene verkrachter. Want daar zijde gij ne veel te grote lafbek voor.
Gij moet het veel te veel hebben van gladde praatjes en mooie beloftes. Gij deed het nog het liefst via de chatbox. En met uwe flieter voor de webcam. Het was toch zo hé, dat ge Tamara leerde kennen.
Maar iemand dwingen, dat kunde gij niet. Daarvoor zijde gij veel te veel een pantoffelheld. Waar of niet?”
Dieter keer zijn broer aan alsof hij net een pak slaag had gekregen.
“Zijt eerlijk met uzelf Dieter,” zei Peter. “Waar of niet?”
“Waar,” zei Dieter.
“Dieter. Ik heb Charlene buitengesmeten,” zei Peter. “Ik wist dat haar rancune over u diep zat. Dat ze het u nooit vergeven heeft wat dat gij destijds met haar zus hebt gedaan. En eigenlijk, ik was daar ook kwaad over. Zo gaat ge niet om met een meisje.
Maar toen ik haar daar zag liggen in het atelier. Haar hemd gescheurd en haar BH die daar hing te hangen. Dan was voor mij de maat vol. Tot hier en niet verder!”
“Gij geloofde haar niet,” zei Dieter.
“Nee little brother. Ik geloofde haar niet.
Ik wist direct dat er stront aan de knikker was. Ik wist dat haar haat tegenover u diep zat. Maar zo diep dat ze u zou betichten van aanranding. Van verkrachting.
Nee, dat had ik nooit gedacht.
En geen haar op mijn hoofd dat er ook maar aan denkt dat ik hierin meega. Hey! Als ge tegen één Aspeslaghs zijn kar rijdt, dan rijdt ge tegen alle Aspeslaghs’ hun kar hé zeg.”

Beide broers zaten op de aanlegsteiger. In stilte.
Alleen het klotsen van het water en het gekwaak van de eendjes was te horen. De zon scheen op hun hoofden en de lucht was hemels blauw.
“Ik heb met Tamara gesproken,” zei Peter. “Het heeft me heel veel moeite gekost. Ze was kwaad, en daar heb ik echt wel alle begrip voor. Ik wil dat ge beseft dat wat ge gedaan hebt echt schandalig was. Dat het eigenlijk gewoon verwerpelijk was!
Ik wil dat ge beseft dat ge Tamara haar hart gebroken hebt. Dat ge haar vertrouwen aan diggelen hebt geslagen. En dat ge dat nooit meer helemaal kunt lijmen. Verstaat ge dat Dieter?”
Peter keek zijn broer strak in de ogen. “Hey!! Hallo!!! Ik praat tegen u!!
VERSTAAT GE DAT!!!”
Dieter hief zijn hoofd op en keek zijn broer aan. “Ja, ik versta dat,” zei hij. “Ik begrijp niet waarom ik zo stom kon zijn. Waarom ik mij zo liet leiden door uw driften.”
“Nee hé, gij begrijpt dat niet hé!
Ik wel.
Weet ge wat uw probleem is Dieter. En gij zijt de enige niet. Gij zijt de enige niet met dat probleem. Geloof me. Maar weet ge wat uw probleem is? Wat uw probleem echt is?
GIJ HEBT GEEN PRINCIPES!
Dat is uw probleem.
Gij zijt een ongeleid projectiel dat leeft van pleziertje naar pleziertje. Gij komt thuis en het eerste wat ge doet is uzelf een pint of een aperitief inschenken. Want ge verdient het hé. Want ge hebt toch zoooo hard gewerkt? En wat hebde gij dan allemaal gedaan SUPERMAN? Hé! Wat doede gij zoal op een werkdag dat ge denkt dat dat zooo spectaculair is dat ge denkt het recht te hebben om in uwe zetel te ploffen en de rest van den avond niks meer te doen? Hebt gij dat uw eigen al nekeer afgevraagd? Hebt gij u a nekeer afgevraagd of dat ge dat zou kunnen? Leven zonder alcohol. Of eens een dag in de week geen vlees eten? Nee hé. Dat het niet altijd plezant moet zijn in het leven. Dat ge nekeer in plaats van in uw zetel te zitten eens kunt meehelpen en Tamara haar leven als huismoeder wat draaglijker te maken. Daar hebde gij nooit nekeer aan gedacht.”
“Maar die heeft mij dat ook nooit gevraagd.” Zei Dieter.
“Voila  daar hebt ge het. Dus gij doet alleen maar iets als het u gevraagd wordt. Eens zelf wat initiatief nemen, dat is teveel gevraagd! Hoe oud zijtgij Tien?
Ge zijt een man Dieter, dat zijn de dingen die ge moet zien, dat ge moet kunnen aflezen van  iemand zijn gezicht. Als iemand moe is hé, dan ziet ge dat aan zijn of haar gezicht. Leer dat!
En dan die dag op het strand? Gij zag aal die lekkere lijven en ge gaf uw ogen maar de kost. En uw fantasie nog veel meer. Gij hebt toen dat ge daar liep geen enkele keer gedacht aan het feit dat ge een gezin hebt. Dat ge een vader zijt, MET EEN VOORBEELDFUNCTIE!
Waar of niet?
Gij hebt op geen enkel moment gezegd ‘wendt uw ogen af, ge zijt een gehuwde man met PLICHTEN! Nee, gij bleef maar uw oogskes de kost geven en de lustgevoelens maar woekeren in uw kop en in uw lijf. En weet ge wat er dan gebeurde Dieter?
Je antwoord niet, maar je weet het maar al te goed. Ik zal het zeggen uw plaats.
DIE LUSTGEVOELENS MAAKTEN ZICH MEESTER OVER U! En gij! Gij werd de slaaf van uw lusten. Gij zijt een slaaf van uw lust en van uw plezier. Een saaie dag zonder muziek of ander lawaai, zonder computer, zonder uw gsm, zonder TV. DAT KUNT GIJ NIET AAN!
Een hele dag alleen maar werken. En dan bedoel ik echt een hele dag zware inspanningen verrichten. Van ’s morgens vroeg tot ’ s avonds laat. Niks anders dan werken en daar zelfs uw maaltijd voor laten staan.
DAT KUNT GIJ NIET AAN!
Want gij hebt GEEN PRINCIPES!
Waar of niet?”

Dieter hoorde het aan, maar zweeg.
“Da’s hard hé, wat ik nu zeg.
Weet ge wat echt hard is Dieter?
Dat dat eerst allemaal moest gebeuren voor ik het kon zeggen.
Dat dat eerst allemaal moest gebeuren voor ik het u kon zeggen zonder dat een gesprek als dit op een ruzie uitdraaide. Zonder dat gij de drogredenen en verwijten naar mijne kop zou smijten.
Dat is hard.
Dat mensen eerst met hun kop tegen de muur moeten lopen eer ze tegen diegene die hen hiervoor waarschuwden moeten zeggen… SORRY, GE HAD GELIJK!
Dat is hard Dieter.”
Dieter keek zijn broer aan. Zijn handen trilden en zijn lip beefde. Dan slikte Dieter. En nog eens.
“Wat moet ik nu doen?” zei Dieter.
Peter ademde een paar keer diep in een uit. “Wat heb ik nu allemaal gezegd?” vroeg hij.
“Ziet ge daar niks in? Een rode draad? Kweenie?”
“Ja,” zei Dieter.
“Dat ik verkeerd leef? Maar wat moet ik dan wel doen?”
“Simpel.
Gewoon eens wat principes toelaten in uw leven.
Stoppen met heelder dagen te gamen, of aan uw computer te zitten! Uit principe.
Stoppen met naar porno te kijken en heelder dagen met seks in uw kop zitten! Uit principe.
Helpen in het huishouden, zonder te vragen. Gewoon doen. Die dweil en trekker pakken en kuisen. En proper als ’t efkes kan. En doorwerken, niet de kantjes ervan aflopen maar een beetje harder werken als ge begint te zweten! Uit principe.
Om tien uur in uw nest en voor zeven uur eruit! Uit principe.
Geen aperitiefkes meer, geen pintjes meer! Stoppen met alcohol drinken en uw kinderen tonen dat ge geen alcohol nodig hebt om een fijne tijd te hebben! Een voorbeeld zijn voor uw kinderen! Uit principe.”
Peter legt zijn hand op Dieters buik. “Iets doen aan die pens van u, op dieet gaan, afvallen! Een afspraak maken met uw huisdokter en met een diëtiste.
Sporten, trainen! Maken dat die buik weg is, een echte vent HEEFT GEEN BUIK! Uit principe.
Dat moet ge doen.
En ge begint morgen.
Gij gaat nu mee naar huis. Ge gaat uw roes uitslapen en morgen om zeven uur gaat ge naar huis. En dan gaat ge OP UW BLOTE KNIEEN Tamara smeken om vergiffenis. En ge zegt er uitdrukkelijk bij dat ge zwaar in de fout zijt gegaan. En ook DAT HET NOOIT MEER ZAL GEBEUREN!
Dat laatste zegt ge twee keer! Zodat ze u op uw woord kan pakken.
Ben ik duidelijk genoeg little brother?”