maandag 13 juli 2026

Berouw na de zonde 2

 




“Waar zat je de hele tijd? Je bent bijna een uur weggebleven?” vroeg Tamara terwijl ze de tube zonnecrème uit zijn hand rukte. Dieter hapte naar adem, het angstzweet brak hem uit.
“Ik kreeg een telefoon van het werk?” zei Dieter.
“En dat moest je zo nodig gaan beantwoorden hé!. Ja knikkertje!” zei ze giftig.
“Het was Bert,” zei Dieter haastig. “Hij had een probleem met zijn computer en hij vroeg mij om raad. Ik heb hem even wegwijs geholpen, ik zat al die tijd bij de auto en daarna ben ik terug gewandeld.”
“Het is ook altijd hetzelfde met u hé!” zuchtte Tamara terwijl ze neer ging liggen en hem de tube terug in zijn hand duwde. Dan rolde ze haar badpak wat naar omlaag. “Kom, smeer mijn rug maar in en daarna de kinderen als ze terugkomen,” zei ze.
Dieter knielde en ging schrijlings over Tamara zitten. Hij begon haar rug in te wrijven en zijn handen gleden traag over haar rug. Hij begon haar te masseren.
“Mag je wel eens meer doen,” zei Tamara terwijl ze omkeek. “Ik was haast vergeten dat je zulke gouden handjes hebt.” Dieter boog zich en fluisterde in zijn oor. “Vanavond,” zei hij terwijl hij met zijn duimen haar hals masseerde. “Smeer eerst de kinderen in voor ze verbranden,” zei Tamara.
Dieter deed wat ze vroeg, maar hij was niet van plan om dit te laten schieten. De spanning tussen de lakens was tegenwoordig ver te zoeken in het huwelijk van Dieter en Tamara. En het stak hem dik tegen om telkens weer met een zucht afgewimpeld te worden.
Toen hij klaar was met de kinderen zette hij zich weer schrijlings over Tamara. Weer masseerde hij haar rug. Ze kirde van gelukzaligheid en ook Dieter begon weer wat te voelen in zijn short.
“Het is alweer een poosje geleden dat we nog eens… “ suggereerde Dieter voorzichtig.
Tamara zuchtte. “Luister eens hier Dieter,” zei ze terwijl ze haar hoofd draaide. Dan moet je eens gaan begrijpen dat ge niet alles kunt hebben hé. Dat ik en in mijn eentje opdraai voor het huishouden. En dan nog eens energie heb om je in bed op je wenken te bedienen.
Het is kiezen of delen. Als je wat meer actie wil tussen de lakens wil, dan wil ik wat meer hulp in het huishouden. En dan heb ik het over wel wat meer dan stofzuigen of helpen afdrogen.”
Dieter slaakte een diepe zucht. “Ik had het kunnen denken,” dacht hij bij zichzelf.
Maar dan concentreerde hij zich weer op Tamara. Zijn kruis rustte op haar kont en hij kreeg weer een erectie.  Tamara voelde het en draaide ze zich om. “Zeg Dieter hou eens op! De mensen kijken,” hoorde hij haar zeggen. Terwijl duwde Tamara Dieter van zich af en trok ze haar badpak terug omhoog. Dieter ging terug op zijn strandlaken zitten en nam zijn krant. Dan dacht hij aan het hitsige moment dat hij daarnet in de duinen beleefde. “Dit mag nooit ofte nooit uitkomen,” dacht hij bij zichzelf.

Die avond reden ze naar huis. De kinderen sliepen na een dag stoeien en ravotten. Dieter stuurde met zachte hand en wierp intussen een blik op Tamara die nu een short en een T-shirt over haar badpak had aan gedaan. De radio speelde maar er werd geen woord gezegd.
Ook dit was iets wat meer en meer voorkwam ten huize Aspeslaghs-Vervenne. De stiltes die alsmaar vaker vielen en alsmaar langer werden. Meer en meer leek het erop dat ze elkaar niets meer te vertellen hadden. Dieter had er zich al bij neergelegd en concentreerde zich op het drukke verkeer naar het binnenland. De drukte werd minder en Dieter duwde het gaspedaal wat dieper in, er vanuit gaande dat Tamara sliep. “Rij niet zo hard!” hoorde hij haar zeggen. “Straks heb je weer een boete. Kunnen we echt wel missen hoor met het dure nieuwe schooljaar in het vooruitzicht.”
Niet veel later parkeerde Dieter zijn wagen op de oprit van hun woning en maakte Tamara de slapende kinderen wakker.
Dieter haalde de frigobox, het speelgoed en de strandzetels uit de auto en borg deze  laatste op in het tuinhuis. Dan plaatste hij de restjes van de frigobox in de frigo waarna hij nog een fris pintje uithaalde en in een paar klokken leegdronk. Daarna nam hij een tweede en installeerde hij zich in zijn relaxzetel terwijl Tamara de TV aanzette en begon te zappen. Niet veel later stond Tamara op om te gaan slapen. Dieter volgde want hij voelde zich ook best moe. “Best wel vermoeiend zo’n dagje zee,” wilde hij zeggen,” maar Dieter hield wijselijk zijn mond omwille van het idee dat dergelijke uitspraak tegen hem zou kunnen gebruikt worden. “Stel je voor dat ze iets zou vermoeden,” dacht hij bij zichzelf.
Dieter kroop naast Tamara. “Slaapwel,” zei ze kortaf waarna ze het licht uitdeed. Dieter wist dat hij niet moest proberen om op seks aan te dringen. Hij draaide zich om en sloot zijn ogen.
Maar een uur later was hij nog altijd wakker en zijn gedachten begonnen af te dwalen.
Dat avontuurtje in de duinen herinnerde Dieter zo hard aan de tijd toen hij Tamara leerde kennen. Eerst met ettelijke pikante privé gesprekken op die ene chatbox waarop hij contact maakte met haar. Dan via wat toen nog MSN heette, en daar hoorde hij voor het eerst haar stem in een webcamgesprek. Ze kleedde zich uit en speelde met zichzelf terwijl Dieter zijn gerief in vol ornaat toonde. “Ik wil die voelen!” hoorde hij haar kreunend zeggen. Niet veel later spraken ze af. Dieter woonde nog thuis  en zat in het laatste jaar middelbaar, thuis met haar afspreken kon hij al vergeten. Dus nam hij haar mee naar zee waar hij een plekje in de duinen vond waar hij met Tamara zijn zin kon doen. Een ranke meid met donkere haren, flink voorzien en een enorme goesting naar een flinke pik tussen haar benen. “Dit is just for fun,” hield ze hem voor. “Haal je niets in je hoofd want ik ben single en dat wil ik zo houden.”
Het draaide echter anders uit. Ze bleef hem maar berichtjes sturen met ‘ik heb zo van je genoten lekkere hengst. Mijn lijf smeekt om meer’. Maar hoe zou hij dit verkocht krijgen aan zijn vrienden. Allez ja, een lief zoeken via het internet. Dat is toch voor losers, toch?

De volgende dag was het weer gewoon werkdag voor Dieter. Maar niet voor Tamara die als lerares het voorrecht heeft om te kunnen genieten van een lange vakantie. Echter geen twee maanden zoals de meeste mensen. Want vanaf half augustus beginnen de voorbereidingen voor het komende schooljaar.
Maar daar hoefde ze nog lang niet aan te denken. Ze had afgesproken met haar vriendinnen Inge en Katja om gezellig een dagje te gaan shoppen in Antwerpen met de trein. Tussen het shoppen door nestelden ze zich op een terrasje om te genieten van een lekker kopje koffie. Maar Katja bestelde prompt een glas witte wijn. “Of nee,” zei Tamara, doe voor mij ook maar een glaasje witte wijn. Voor een keer dat ik eens een dagje voor mezelf heb ga ik er van genieten ook.
Onder het genot van een glas wijn onder de warme zomerzon kwam het gesprek op gang. Een gesprek waar Tamara gebruik van maakte om haar hart te luchten over Dieter.
Ja, Tamara wist waar ze aan begon toen ze Dieter leerde kennen. Hij heeft een groot libido en hij laat zich de aandacht van knappe vrouwen graag welgevallen.
Maar er zijn meer dingen waar Tamara zich aan ergerde zoals onder andere zijn overmatige alcoholgebruik. Het optrekken met zijn oude schoolmakker Hans Corneels wat meestal uitdraait op kroegentochten tot vroeg in de ochtend. Maar ook…
 Dieter is een fervente gamer die vaak uren of zelfs een hele nacht achter zijn computer zit. En op een onbewaakt moment gebeurt het dat hij wel eens naar pornosites surft. Tamara betrapte hem daar meermaals op en dit tot haar grote ergernis en frustratie.
“Zeg Tamara,” zei Katja. “Het is ‘maar’ porno hé! Wat is daar nu mis mee? Tom doet dat ook ze. En ik versta echt niet waarom mensen daar zo’n drama van maken. Al dat geweld op TV, dikwijls op uren dat er nog kinderen kijken. Die beelden van oorlog in het nieuws. Daar heb ik het veel moeilijker mee dan een filmpke waarop twee of meerdere mensen allerlei handelingen doen,” zei Katja terwijl ze een flinke slok wijn nam.
“Trouwens? Waar zaagde gij eigenlijk over. Ik ken veel vrouwen die maar al te graag met u willen ruilen ze.”
“Waarom?” vroeg Tamara.
“Is toch duidelijk,” viel Inge in. “Gij hebt zo ne brave vent. Het enige wat ie doet is spelen op zijn computer, af en toe op de lappen gaan en van tijd tot tijd naar een vuil filmpke kijken. Er zijn mannen die erger dingen doen ze. De ex van mijn zus bijvoorbeeld. Ben ik blij dat die echtscheidingsprocedure rond is en dat ze eindelijk verlost is van die smerige narcistische bazenmaker. Die gast heeft heel hun huwelijk niets anders gedaan dan ons Tania kleineren, voor schut zetten en manipuleren. Die ging er bijna aan onderdoor, echt ze,” zei Inge terwijl ze Tamara strak aankeek.
 “Hey Tamara luister hier!” zei Katja “Zolang hij bij u blijft en geen andere dingen doet zoals agressief gaan doen of zich elke avond lam zuipen. Of erger nog, gaan gokken en zo heel zijn loon erdoor jagen zoals onze vroegere gebuur, hebt ge eigenlijk gewoon niet te klagen.
Een goeie raad Tamara. Leer nekeer om dingen door de vingers te zien. Zeg nekeer iets vaker dat ge fier op hem zijt en vooral... verwen hem eens wat vaker tussen de lakens, ook al hebt ge soms wat minder goesting. Ne man dat blijft ne man. En een man die heeft dat af en toe eens nodig, dat dat vanonder eens leeg is.”
“Hierin moet ik Katja gelijk geven,” zei Inge. “Mag ik u eens een tip geven.
“Verwen hem eens op een heel onverwacht moment. Koopt een sexy lingeriesetje of gaat eens een weekendje op hotel zonder kinderen.”
“Of pakt hem eens mee naar de plaats waar jullie voor het eerst afspraken. Dat was in de bossen efkes buiten de stad hé,” viel Katja in.
“Verdomme, ge zegt daar zoal iets,” zei Tamara.

Twee dagen later was Dieter jarig.
En de kinderen zijn het huis uit. Ze zijn een hele week lang bij hun grootouders in hun stacaravan aan de Semois.
Tamara had een plan.
Eerst zette ze Dieter aan het werk, want Tamara wilde van deze kinderloze week gebruik maken om eens de grote schoonmaak te doen.
Maar terwijl Dieter de dampkap aan het schoonmaken was belde Tamara naar die ene pizzeria in de stad waar ze zulke fantastisch lekkere pizza’s en pastagerechten hebben.
Daar genoten Tamara en Dieter van een romantisch dinertje en de wijn die bij de pizza geserveerd werd was zo lekker dat Tamara spontaan een tweede fles bestelde.
Na een heerlijke maaltijd wandelden Tamara en Dieter door de straten. Tamara giechelde en op de hoek van een straat vloog ze Dieter om de hals en kuste ze hem vol op de mond. “Ik zien u zo geiren schatteke,” zei ze met een zacht kirretje in haar stem. Door de wijn werd het licht in haar hoofd en dat maakte dat ze het een klein beetje nat voelde worden in haar broekje. Tamara wist donders goed dat alcohol haar botergeil maakte. Ofschoon ze tegenwoordig amper nog dronk omdat ze vond dat ze als moeder en als lerares een voorbeeldfunctie had en omdat ze bezorgd was om haar gezondheid. En omdat ze iets aan haar gewicht wilde doen.
 Dan nam Tamara Dieters hand vast en zo liepen ze naar de bossen aan de rand van hun woonwijk. Dan midden in het bos bleef Tamara staan.
“Weet ge nog? Onze eerste afspraakjes. Eerst aan zee dan hier.” Ze keek Dieter recht in de ogen toen ze haar armen rond zijn hals sloeg. “Die heerlijke zomeravonden die we daar beleefden, met alleen het gezang van de vogels en het tsjirpen van de krekels op de achtergrond.
Weet je nog Dieter-lekker-diertje?
Dieter wist niet wat hem overkwam. Hoe lang was het niet geleden dat hij haar die woordjes nog hoorde zeggen? Hij voelde zijn hart bonzen en gaf Tamara een lange tedere kus. Ze stonden iets verder van het paadje af en ondanks het feit dat er af en toe een koel windje blies was het warm. Zeg maar zwoel. Dan nam ze weer zijn handen en trok hem zo verder het bos in. Daar duwde ze Dieter tegen een boom en ging ze door haar knieën. Ze knoopte zijn broek los en liet die zakken, net zoals toen ze elkaar pas kenden. Ze stopte zijn harde knots diep in haar mond en gaf hem een heerlijk oraal verwenmoment, net zoals toen ze elkaar pas kenden. Dieter trok intussen zijn T-shirt uit en voelde de harde boomschors schuren over zijn rug, net zoals toen ze elkaar pas kenden.
Dan trok Tamara haar T-shirt uit, waaronder ze geen BH droeg, net zoals toen ze elkaar pas kenden. Dan masseerde ze zijn penis tussen haar borsten terwijl ze schalks naar hem glimlachte…
Net zoals toe ze elkaar pas kenden.
Dan liet ze ook haar rok zakken en boog ze voorover terwijl ze zich vasthield aan een gebogen tak voor haar. Zoals we elkaar pas kenden Dieter, weet je nog? Je was er altijd zo hard aan toe hé. Dat was wat je toen zei hij nadat we elkaar een week lang niet zagen.” Toen ze dat zei ging ze heen en weer met die lekkere kont van haar. Dat Tamara’s kont na al die jaren serieus in volume was toegenomen dat deerde Dieter nu eens echt niet. Hij ging achter haar staan en duwde zijn stijve knoert in haar liefdesgrotje. Terwijl legde hij zijn handen op haar weelderige borsten terwijl hij krachtig begon te stoten. “Oooh je heerlijke forse paal,” kreunde Tamara opgewonden terwijl Dieter met zij buik tegen haar kont petste. De herinneringen aan toen ze elkaar leerden kennen en Tamara de trein nam om Dieter op te zoeken, waarna ze meteen naar de bosjes gingen om daar dan een stevig potje te neuken kwamen weer boven. Hij voelde zich weer helemaal de jonge knaap die voor één keertje niet achter zijn computer zat te wachten tot ‘Tammygirl’ online kwam. Maar hij deed wat hij het liefste deed en waar hij al die tijd elke nacht lang op zoek naar was.
Een stevige pot ongeremde seks met een gewillige jonge meid.
Die jonge meid werd zijn liefje met wie hij graag pronkte. Hij was stapelgek van haar en dat liet hij dan ook zien. Ja, Dieter en Tamara waren zo’n koppeltje dat op de meest ongepaste momenten elkaar begon te muilen, ken je dat?, Tamara had dan ook geen enkele géne om met haar affectie te tonen hoe smoorverliefd ze was op die jonge en vooral groot geschapen seksgod waar ze maar geen genoeg van kon krijgen.
Dieter kwam klaar en haalde hem eruit. Zijn zaad droop langs haar benen. Tamara draaide zich om en stond naakt voor hem. Met haar ‘bandjes’, haar borsten die wat doorhingen en haar lichaam dat bezweet was van de inspanning. Ze glimlachte en haar ogen schitterden en twinkelden. Ze omhelsde Dieter en kuste hem. Terwijl ze hem kuste spreidde ze haar benen, ze wilde zijn penis voelen, dat hij al slap was geworden deerde hem niet. Dieter laafde zich aan haar kussen en haar strelende handen. Dit had hij zo hard gemist, die zee van affectie die hij ervaarde de eerste jaren dat ze samen waren. Die kussen, die strelende handen, haar heupen die sensueel heen en weer gingen, haar nagels die ze speels in zijn kont plantte.
Tamara sloeg haar hoofd achterover terwijl Dieter haar in haar hals kuste. “Dieter-lekker-diertje,” kreunde ze zacht terwijl ze zijn penis vastnam en stimuleerde. Om hem dan diep in haar druipnatte liefdesgrotje te duwen. Intussen viel de duisternis in maar Tamara en Dieter waren nog lang niet van plan om naar huis te gaan.

De dag erna bleven Dieter en Tamara de hele dag gezellig in bed, ondanks het feit dat het een mooie zomerdag was. Dieter bracht ontbijt op bed en de fles bubbels die al een poosje onderin het vriesvak zat en die nog over was van de voorbije feestdagen werd opengemaakt.
“Op onze liefde,” zei Tamara terwijl ze haar liefste glimlach schonk. Er werd geproost, Dieter nam een flinke hap uit zijn pistolet met verse americain, maar dan ging het dienblad aan de kant en ging Dieter bovenop Tamara liggen om dan meteen haar benen uit elkaar te trekken en diep in haar binnen te dringen. Hij voelde zich waarlijk tien jaar jonger en hij slaagde erin om het klaarkomen minstens vijf minuten uit te stellen. Het werden zelfs zes en ja hoor, zever minuten. Hij spande zich in en het kon hem niet schelen hoeveel moeite het hem koste. “Oooooh Dietertje-lekker-diertje,” kreunde Tamara terwijl ze haar hoofd gelukzalig in het hoofdkussen liet wegzakken.
Even was de sleur helemaal weg. Tamara was kleuterjuf en had twee maanden verlof en Dieter die als ambtenaar werkte besloot om een paar snipperdagen te nemen. Even wat tijd voor henzelf. Deze avond was er die barbecue bij de buren waar ze beloofd hadden om aanwezig te zijn. Maar morgen hadden ze niets om handen, waarom zouden ze niet eens in de auto springen en er eens tussenuit knijpen?
Doch het zou heel anders uitdraaien.

Berouw na de zonde.


Het was ochtend.
Slaapdronken gleed Dieter Aspeslagh het bed uit. Aan de andere kant lag zijn echtgenote Tamara nog te snurken. Hij liep rond het bed en bekeek haar. Ze lag op haar rug en haar linkerarm onder het hoofdkussen. Het lintje van haar slaapkleed hing los over haar bovenarm en haar linkerbeen kwam van onder het laken uit. Hij hoorde Tamara zachtjes ronken en hij liet zijn hand over zijn boxershort glijden. Dan liep hij de badkamer in ging voor de WC staan. Hij liet zijn boxershort zakken en mikte in de pot. Zijn blaas was goed gevuld en hij wist dat hij waarschijnlijk meer dan een volle minuut lang zou staan pissen. Maar ja, hij had gisterenavond op de barbecue van de buren dan ook een serieus aantal pinten achterover geslagen. Buurman Ronny is altijd gul met pintjes als hij een barbecue geeft en dat liet Dieter zich dan ook geen twee keer zeggen.
Maar het zijn niet alleen de vele pintjes die Dieter elke zomer opnieuw twee keer naar de tuin van zijn buurman lokken. Er is ook Sandra, de bevallige echtgenote van Ronny. Lang ravenzwart haar, slank lichaam, best wel grote borsten en heerlijk lange benen. Gisteravond droeg ze zo’n lekker sexy topje met panterprint. En dan dat korte zwarte rokje en die zwarte nylons die haar prachtige benen zo heerlijk accentueerden. “Nog een pintje Dieter,” hoorde hij haar vragen met die heerlijk sensuele stem van haar. Ja, toen Sandra voorover boog om zijn pintje in te schenken en ze hem een meer dan ruime inkijk gaf in haar decolleté gaf Dieter zijn ogen de kost. Iets te veel naar Tamara haar goesting, wat de aanleiding was voor een pittige woordenwisseling toen ze langs het achterpoortje hun eigen tuin binnenliepen. Het beeld van die heerlijk pittige Sandra stond op zijn netvlies gebrand en dat maakte dat Dieter een lichte erectie kreeg. “In de pot mikken Dieter,” vermande hij zichzelf. “Of ge gaat het weer mogen horen van madame.”
Dan werd Dieter iets gewaar. Een brandend gevoel. Hij keek naar beneden en zag dat zijn eikel abnormaal dik was en bijna paars kleurde. En in plaats van urine kwam er stinkend etterend vocht uit, gevolgd door een scherpe pijn!
“God allemachtig!” riep Dieter uit.
“Zeg dat het niet waar is! ZEG DAT HET GODVERDOMME NIET WAAR IS!

Dieter voelde de grond achter zich wegzakken. Zijn hart begon sneller te kloppen en hij begon overmatig te zweten. Hij wist dat dit echt niet goed was. Meer nog. Dit betekende gewoon het einde van zijn huwelijk, zijn gezinsleven en eigenlijk alles wat hij had opgebouwd.
Want Dieter kende de symptomen maar al te goed. Hij kende ze van de lessen seksuele opvoeding op school en van de koude rillingen die hij voelde toen de meester de symptomen van Gonorroe – in de volksmond ook ‘een druiper’ genoemd – uitlegde.
Het feit dat hij een geslachtsziekte had opgelopen en hij daarmee ook zijn echtgenote had besmet, dat kreeg hij gewoon niet uitgelegd. Niet aan Tamara, maar ook niet aan alle andere mensen rond hem heen. Zijn ouders, zijn broer Peter en vooral zijn schoonzus Charlene met wie het dus echt niet boterde. En ja dat had te maken met dat ene iets dat zich voordeed toen hij nog in het middelbaar zat. Hij had een relatie met Sharon, de jongere zus van Charlene. Maar die relatie sprong af toen ze er achter kwam dat Dieter er naast Sharon nog een ander liefje op nahield. Sharon maakte het uit en bleef achter met een gebroken hart. En nog dezelfde dag stond ineens Charlene voor hem. “Als ik er de kans toe krijg, dan maak ik kapot. Hebt ge dat gehoord SMEERLAP?
IK MAAK U KAPOT!”
En dan een jaar of twee later kwam Peter thuis met een meisje dat hij leerde kennen toen hij een vakantiejob deed. Dat meisje was dus Charlene. En bij elk bezoek en elk familiefeest zag hij die nijdige blik in haar ogen. “Als die dat hoort dan gaat ze dat tegen mij gebruiken,” zo wist hij.
Intussen trotseerde Dieter die scherpe en snerpende pijn, met in zijn achterhoofd het onzalige idee… DAT DAT HET MINSTE VAN ZIJN ZORGEN ZAL ZIJN!




Een week eerder.
Dieter parkeerde zijn Citroën C3 Aircross in een kleine zijstraat van de Koninklijke Baan. Van hieruit was het toch zeker een twintig minuten lopen tot aan het strand. Maar ja het was nu éénmaal niet anders. Want het was behoorlijk druk op deze warme zomerdag. De file op de E40 was al langer dan normaal en ook op de invalsweg naar het strand was het lang aanschuiven. “Dat beloofd,” dacht Dieter bij zichzelf terwijl Tamara haar stem verhief om de kinderen tot kalmte aan te manen.
Maar gelukkig kende Dieter hier zijn weg. Vroeger ging hij met zijn ouders altijd naar zee en vader zette zijn auto ook altijd in één van die kleine zijstraatjes. En toen hij als jonge knaap pas zijn rijbewijs had deed hij hetzelfde als hij met zijn maten naar zee trok om van het strand te genieten en vooral om meisjes te versieren.
Dieter legde de motor stil en de koelbox, luchtmatrassen en ander strandgerief werd in de bolderkar geplaatst die vanachter in de koffer zat. Twintig minuten later installeerden ze zich op het strand. Meteen ging Sarah met haar broertjes Mats en Lander naar het water. “Voorzichtig hé! En niet te diep gaan!” riep Tamara nog.
“En maak dat we jullie kunnen zien!” voegde Dieter eraan toe.
Dieter legde zich op de strandmat en plooide zijn krant open, terwijl Tamara haar beauty case overhoop haalde. “Verdomme, ik heb mijn zonnecrème niet bij, die ligt nog in het handschoenkastje. Wilde gij er niet een keer om gaan Dieter?” vroeg Tamara.
“Allez, het wil weer eens lukken,” foeterde Dieter. “Een mens ligt nekeer op zijn gemak.”
“Dieter, wil je dat de kinderen verbranden?” vroeg Tamara kregelig. “Ga achter die zonnecrème en stel je niet zo aan. De gezondheid van onze kinderen gaat boven alles!” vermaande Tamara hem.
Dieter hees zich recht, hij bekeek Tamara die haar donkerblauwe badpak aan had en stelde vast dat ze nog maar weinig had van de knappe seksbom die ze was toen hij haar leerde kennen. Ze woog zeker 10 kilo te zwaar, haar borsten begonnen te hangen en de tijd dat ze zich in sexy en weinig verhullende bikini’s op het strand vertoonde was ook al lang voorbij. Dieter schudde het hoofd en schoof zijn flipflops weer aan zijn voeten.

Dieter liep over het strand.
36 jaar, groot, kort blond haar, grijsblauwe ogen, beginnend buikje, afhangende schouders en hij liep met slepende tred. Hij moest eigenlijk niets zeggen over Tamara, want ook in Dieters geval schiet er maar weinig over van de sportieve knaap die hij ooit was. Van zijn twaalfde tot zijn vijftiende deed hij aan atletiek en later begon hij met bodybuilding en krachttraining, maar dat was vooral omdat hij daarmee indruk wilde maken op de meisjes. En dat lukte hem nog ook.
Maar dan kwam de studententijd, de cantussen en andere activiteiten met veel te veel bier gevolg door een groot pak frieten met een stuk vettig vlees. En de kotfeestjes met sloten drank en gewillige studentinnen die maar al te graag hun charmes en hun lichaam in de strijd gooiden voor een stevige shot alcohol.
Later ging hij werken. Een kantoorbaantje bij de overheid. Elke dag pendelen, dan de hele dag zitten en ’s avonds na het avondeten met een pint bier voor de TV. De kilo’s kwamen erbij en de zin in seks werd minder, en dan vooral bij Tamara die na de dagtaak ook nog het huishouden en de zorg voor de kinderen op zich moest nemen.
Maar Dieter voelde zich helemaal niet gehinderd door deze beginnende aftakeling van zijn lichaam waarvan de oorzaak te vinden was bij zijn ongezonde levensstijl en zijn dieet van veel te veel rood en bewerkt vlees, teveel frieten, pasta en andere koolhydraten, te weinig groenten, fruit en vezels en vooral VEEL TE VEEL ALCOHOL! Dieter vindt altijd wel een reden om een pint of iets sterkers achterover te slaan. En het feit dat hij moet rijden hindert hem daarbij helemaal niet.

Dieter keek opzij. Daar zaten enkele jonge meisjes. Hij schatte hen tussen de achttien en de tweeëntwintig. Jonge slanke meisjes in sexy bikini’s. Twee van hen hadden hun bovenstukje al uitgedaan maar ze lagen op hun buik op hun rieten strandmatten, wat Dieter best wel jammer vond. Twee andere meisjes gooiden een bal naar elkaar. De bal rolde naar Dieter toe, hij hield hem tegen en raapte hem op. Een razend knappe schoonheid met blonde krullende haren liep naar Dieter toe, hij reikte haar de bal aan. “Merci,” zei ze terwijl ze haar parelwitte tanden bloot lachte. Hij bekeek haar van top tot teen en vooral die strakke blokjes op haar buik vielen hem op, alsook de contouren van haar schede onder haar zwarte bikinilipje. “Gadver wat zou ik die meid keihard palen moest ik er de gelegenheid toe hebben,” dacht Dieter bij zichzelf. Hij probeerde zich voor te stellen hoe ze er naakt uit zou zien. Hoe ze haar armen rond zijn hals zou slaan en haar lippen tegen de zijne zou drukken. Spreid je benen schat,” zei hij net niet luidop terwijl hij zijn lichamen voelde zwellen.
Dieter liep verder, de duinen in.
Hij wist dat hier wel eens dingen gebeuren die eigenlijk niet mogen. Die zelfs strafbaar zijn. Openbare zedenschennis, weet je wel?
Weer passeerden er twee dames, deze waren van zijn leeftijd. De ene een donkerharige droeg een rood badpak met witte streep en daaronder een best wel knap lichaam. De andere droeg een bikini maar niet zo sexy als van die meiden van daarnet. Maar ook haar lichaam mocht gezien worden. De dame met bikini keek naar hem, Dieter keek naar haar en zag dat ze bleef kijken. “Ik zou nog kans maken,” dacht hij bij zichzelf. Een gedachte die hem nog meer zin deed krijgen. Maar tegelijk voelde hij ook de zon branden. Hij liep nu over de weg die naar de Koninklijke Baan leidde. Hij hoorde de claxon van de kusttram in de verte en het geluid van de ijsjeskar die hier altijd stopte. Het achterportier van een minibus ging open en een jonge vrouw stond voorovergebogen te rommelen in een sporttas, ze haalde er iets uit. Een wit T-shirt. Ze was groot en blond: “Een Hollandse,” dacht Dieter. “Dat kan haast niet anders.” Hij liep verder en net als hij langs haar passeerde ritste ze haar surfpak open. Daaronder droeg ze niks. Hij zag haar borsten, groot, brede tepelraden. “Godverdomme,” dacht hij terwijl hij zichzelf dwong om voor zich te kijken. Toen hij nog eens keek had ze haar witte T-shirt al aan. Maar haar borsten stonden op zijn netvlies gebrand en in gedachte legde hij er zijn handen op terwijl hij in haar prachtige blauwe kijkers keek. “God, ik heb zin in een stevige beurt,” dacht Dieter bij zichzelf. “Heb ik al een hele tijd.

Dan kwam hij bij zijn auto, hij haalde er de tube zonnecrème uit en liep weer terug. Hij besloot om door de duinen te gaan. “Wie weet zie ik daar iets voor mijn geld,” zei hij tegen zichzelf. Hij stak de Koninklijke Baan over en liep dan over een stijl zandpaadje de duin op. Het kostte hem veel moeite, veel meer dan toen hij jong was en hij die steile duintoppen gewoon opliep. Om ter eerst met zijn vrienden. Eens boven ging hij naar beneden. Daar zag hij in de struiken iets bewegen en hoorde hij zacht gekreun. Een jong koppeltje was er bezig de liefde te bedrijven. Dieter sloeg ze van tussen de duindoorns gade. “Heerlijk toch,” zei hij. “Zie ze eens genieten, zie ze eens genieten.” De jongen rechtte zich, trok de benen van het donkerharige meisje met licht getaande huid wat meer open en ging nu lekker hard te keer. “Ooooh! Oooh! Oooh oui!” kreunde ze. De blonde jongen wiens rug al wat verbrand was ging tekeer als een hitsige stier. Dieter knoopte zijn short los en liet deze vallen waarna hij met zichzelf begon te spelen. Hij beeldde zich in dat hij die jongen was die daar heftig tekeer ging op dat frêle lichaam terwijl hij haar weelderige borsten masseerde en zacht met zijn duimen over haar tepels wreef. Dieter voelde dat het niet lang meer zou duren eer hij zou klaarkomen. Hij voelde hoe een fris windje zijn warme huid streelde. “Djiezes, was ik maar in die gast zijn plaats,” dacht hij bij zichzelf.
Dan draaide het meisje haar hoofd, en duwde ze op de jongen zijn borstkas. Hij hield op. Het teken voor Dieter om er van onder te muizen. Hij raapte zijn broek op en liep als een haas langs het smalle zandpaadje tussen de doornen en distels. Hij bukte zich en behoedde zich ervoor om niet op een tak te trappen, want dan zouden ze hem wel eens kunnen horen. Hij kwam uit de struiken, voor hem bevond zich een duinpan die alles wat er in die struiken gebeurde aan het zicht onttrok. Dat was dan ook de reden waarom hitsige koppeltjes zich hier terugtrokken. Wat Dieter zelf ook deed toen hij aan zee verbleef met zijn vrienden of toen hij er werkte als jobstudent en hij tussen de drukke diensten door flirtte met Elien, die blonde meid uit Ieper die zich altijd in het plat West-Vlaams uitdrukte.
Dan keek hij voor zich en daar zag hij die blonde Hollandse van daarnet. Ze lag in het midden van de duinpan, languit op een roze handdoek en ze was helemaal naakt.
Dieter wilde zijn short terug aantrekken. “Wat ga je doen?” vroeg ze terwijl ze naar Dieter wenkte. Terwijl spreidde ze haar benen en wreef ze suggestief met haar vinger over haar spleetje. “Ik zie ook wel eens graag wat hoor, Kom er effe bij,” zei ze uitnodigend.
Dieter keek met open mond terwijl de jongedame zich wat rechtte sensueel op haar onderlip beet. “Die kans krijg ik maar één keer,” dacht hij bij zichzelf. Hij liep naar haar toe en toen ze bij hem stond ging ze rechtzitten en pakte ze zijn penis vast.
“Wat een kanjer,” zei terwijl Dieter door zijn benen zakte. Ze begon Dieter meteen te pijpen.
Met volle overtuiging stopte ze Dieters penis diep in haar mond terwijl ze haar handen rond zijn achterste klemde en meteen haar nagels in zijn billen zette. Dieter streelde haar rug die wat bezweet was en woelde met zijn andere hand door haar lange blonde haren. In minder dan een minuut kwam Dieter klaar in haar mond, daar slaakte hij een ruwe kreet bij. Zonder géne slikte ze zijn sperma door, waarna ze zich terug languit op de handdoek legde. “Kom op me liggen,” nodigde ze uit.

Dieter deed wat ze hem vroeg en keek daarbij in haar fonkelende helblauwe ogen.
“Ik heet Claudia,” zei ze. “En hoe heet jij?”
“Dieter, en jij bent een verdomd knappe vrouw.”
Claudia wreef door Dieter zijn haren en duwde zo zijn hoofd wat dichter, dan drukte ze haar lippen op de zijne. Voor Dieter het wist was hij Claudia aan het tongzoenen. Tegelijk voelde hij haar schaamhaar prikken over zijn eikel. Weer legde ze haar beide handen op zijn kont en begon ze sensueel met haar bekken te wiegen. Hij voelde hoe zijn eikel over haar schaamlippen gleed. In geen tijd kreeg hij opnieuw een erectie en voor hij er erg in had was hij al diep in Claudia’s liefdesgrotje binnengedrongen.
“Neuk me,” kreunde Claudia. “Ik wil die pik diep in mijn schede. Oooh lekkere vent!”
Ineens besefte Dieter welke geluksvogel hij was. Hij rechtte zich en begon nu stevig te stoten. Hij gaf Claudia een flinke beurt, zeker vijf minuten lang zou hij op haar en in haar tekeer gaan.
“Aaaaaaaw!!! Aaaaaaw!!! Ga door Dieter! Dauw die pik in mijn kut! Aaaaaaawawaaaw!”
Dan kwam hij klaar. Stootte nog twee keer en haalde hem er dan uit.
Claudia gaf hem een tongzoen. “Dit had ik effe nodig joh. Dank je.”
Dan trok Dieter zijn broek op. “Ik moet gaan Claudia, mijn vrouw wacht op me.”
“Dacht ik wel, doooeei!” zei ze terwijl ze naar hem zwaaide.

dinsdag 7 juli 2026

Eendracht maakt macht!




Dag lieve mensen.
Mensenlief wat was dat allemaal?
En dan zeggen ze ‘voetbal, da’s maar een spelletje’. Maar dan maakt Donald Trump van dat spelletje ineens een zaak van staatsbelang.
Nu ja, dat deed hij niet omdat hij zo’n groot voetballiefhebber is, of dat hij zo inzit met zijn nationale ploeg en hun prestaties. Nee lieve mensen, die narcistische brulboei deed het natuurlijk om zijn persoontje en zijn opgeblazen ego in de kijker te zetten. We weten allemaal dat die arrogante driftkikker alles doet voor zijn ego en om zichzelf op een voetstuk te zetten. Alles en iedereen moet hem bejubelen en bedanken. Iedereen met wie hij in contact komt moet hem bewieroken en op zijn knieën vallen uit dankbaarheid. Zo niet dan wordt je door hem en zijn gatlikkers vernederd en te kakken gezet. Volodymyr Zelensky heeft dat vorig jaar mogen ondervinden en we hebben die scéne allemaal gezien in het journaal.

Gisteren maakte de FIFA de schorsing ongedaan van de Amerikaanse speler Folarin Balogun die werd uitgesloten omdat hij tijdens de match tegen Bosnië-Herzegovina een rode kaart kreeg.
Ineens meldde de FIFA doodleuk dat die schorsing werd ingetrokken. Maar al snel werd duidelijk dat president Donald J Trump himself een paar telefoontjes pleegde en daarbij wat druk op de ketel zette. Druk waarvoor de voorzitter Gianni Infantino meteen zwichtte. Een man van wie we weten dat hij niet zuiver op de graat is en nogal snel zwicht voor eer en centen.
Schorsing ongedaan gemaakt en dat voor de match van de Belgen tegen de USA. Een match die al op voorhand gefikst werd door de bemoeienissen van een staatshoofd die zich bezighoudt met zaken waarmee een staatshoofd zich niet hoort bezig te houden. Een zet die zwaar in het nadeel was voor onze nationale ploeg. Een zet die gedaan werd op de boel in het voordeel van de Amerikanen te beslechten.
Tuurlijk was onze voetbalbond daar niet over te spreken en natuurlijk waren de commentaren wereldwijd uiterst kritische negatief. Want dit werd nog nooit vertoont in de hele geschiedenis van het WK-voetbal.
Onze Rode Duivels hadden een statement kunnen maken door te weigeren om aan de match te beginnen.
Maar dat deden ze niet!


De leuze van wijlen Raymond Goethals.
Ze hebben goed geluisterd.


Wat deden ze dan wel?
Gewoon het veld op gaan met opgeheven hoofd en rechte rug. Ze betraden het veld en ze deden wat voetballers horen te doen. Spelen!
Vechten voor elke bal en voor elk doelpunt. Ze lieten zich niet intimideren door deze onverwachte zet van buitenaf en speelden gewoon de match zoals een voetbalmatch hoort gespeeld te worden. En vooral… ZE WONNEN!
Eendrachtig stonden ze op het veld en keken ze hun tegenstanders recht in de ogen. Geen haat, geen nijd, geen gramschap. Gewoon die match spelen en vooral fair-play hoog in het vaandel houden.
Afgelopen nacht zagen we een team dat zich niet liet intimideren en als één man op het veld stond. Ze speelden terwijl de hele wereld meekeek, want elkeen die met voetbal bezig is wilde weten waar dit zou op uitdraaien. Zou de scheids de match in het nadeel van de Belgen fluiten? Zouden de Amerikaanse spelers vuil spelen en onze Duivels uitdagen? En vooral, zouden onze jongens het hoofd koel houden bij al die intimidatie die men kon verwachten.
Maar er was geen intimidatie, geen vuil spel en geen dubieuze beslissingen van de scheidsrechters. Wat er wel was?
Een wedstrijd om met duimen en vingers af te likken.

Twijfels en kritiek.
Onze nationale ploeg krijgt vaak harde kritiek te verduren. Dat ze te snel opgeven, dat ze niet genoeg ‘grinta’ hebben en dat ze alleen maar geïnteresseerd zijn in geld en dan vooral in de riante bedragen die ze van hun respectievelijke clubs krijgen.
En nee, niet alle matchen van onze duivels waren om aan te zien. Bij momenten verzucht zelfs een neutrale voetbalkijker als ik dat ze ‘er weer eens met hun klak naar gooien’. En in de voorrondes zag het er even naar uit dat ze de tweede ronde niet zouden halen.
En dan was er die match tegen Senegal. Toen dacht half België, ‘ja ’t is gedaan. Ze mogen naar huis’.
En dan volgden er twee goals en een penalty in de toegevoegde tijd. Het gevolg van het Senegalese ‘drama queengedrag’. We gingen gewoon verder naar de volgende ronde. Volgende match, USA! Eén van de gastlanden en op dat moment het enige gastland dat nog niet uitgeschakeld was.
En dan zagen we voor de tweede maal wat elke rechtgeaarde Belgische voetballiefhebber wilde zien. Een ploeg met ballen aan het lijf. Een ploeg die als één man op  het veld stond en deed wat ze moesten doen. Ervoor gaan en geen cadeaus uitgeven.


Een beeld zegt vaak meer dan duizend woorden. 
Ook al is het AI gegenereerd.


Juicht Belgen Juicht!
Ondanks het vroege uur waren veel supporters paraat om de match bij te wonen bij één of ander groot scherm of in een café of andere plek waar ze samen konden komen. Of ze gingen in pyama voor hun eigen TV zitten hopend op een klinkende overwinning.
Jong en oud, arbeider en bediende, Vlaming en Waal, Belg en allochtoon. Iedereen moedigde onze mannen aan. En ja ook ik ben blij met het verloop van dit toernooi en hoe het in ons voordeel wordt beslecht.
Mensen zeggen wel een ‘ja maar voetbal dat is brood en spelen. Ze leiden de mensen af van de echte problemen in dit land en eigenlijk is dat allemaal dikke commerce. Om de poen is het te doen’.
En ja, ergens klopt het ook wel. Maar als zoveel mensen samenkomen om een match bij te wonen en dan elkaar in de armen vliegen wanneer er een doelpunt valt. Als mensen bij een stevige pot voetbal even hun zorgen en problemen vergeten en als we maar voor heel even het gevoel hebben dat we een verenigd volk zijn. Dat er geen Vlamingen, Walen, Duitstaligen, Brusselaars en allochtonen zijn. Maar alleen BELGEN!

Als de cafés vollopen en er in het land een soort kermissfeer hangt. En we terug even dat gevoel hebben dat er was toen de Belgen vierde werden op het wereldkampioenschap in Mexico in het jaar 1986. Als ik als 52 jarige weer heel even dat gevoel van euforie mag voelen dat ik voelde als twaalfjarige. Ewel, dan ben ik daar gewoon heel blij om.
We hebben dat goed gedaan en we zijn weer heel even Belg.
We zijn vannacht even dichter bij elkaar gekomen en dat terwijl de wereld toekeek.
Onze Duivels waren als David tegen Goliath. We hebben onze schouders gerecht en onze borst vooruit gestoken en die megalomane brulboei daar in Washington getoond dat wij ons niet laten intimideren.
Wij Belgen waren afgelopen nacht weer heel even… DE DAPPERSTEN ONDER DE GALLIERS!


De volgende match begint iets vroeger. 
De keesjes zullen paraat staan, net als in 2016. 


dinsdag 30 juni 2026

Ze noemden hem Zwachtel. (slot)






Een politieagent hief het cordon omhoog. 
Alain en Serge bukten zich en liepen dan verder tot de plek waar een lichaam onder een wit laken lag.
“Denk dat we niet meer moeten zoeken naar Zwachtel,” zei Commissaris Van Herp van de gemeentepolitie. “Deze jongen vond hem deze morgen toen hij met de fiets op terugweg was van een fuif in het nabijgelegen dorp. Hij lag op zijn buik in de gracht met zijn gezicht in het water. Hij hield een zak vast met daarin koude frieten en de nodige frituurgerechten. Hij ging vast frieten halen in het naburige dorp.”
Alain knielde bij het stoffelijk overschot van Zwachtel. Dan viel zijn oog op iets dat in zijn broekzak zat. Hij haalde het eruit, Het was een blad papier. Hij opende het, bekeek de inhoud om het dan te plooien en in de binnenzak van zijn jas te steken.
“C’est clair hein,” zei Dr Duchéne. “Het is zo klaar als een klontje. Duw gekregen, gestruikeld en bij zijn val zijn nek gebroken. Viel met zijn hoofd in het water maar geen sporen van verdrinking, de dood moet dus al ingetreden zijn voor zijn val. Hij heeft er vast niks van gemerkt.
Hij ligt hier zeker al sinds eergisteren,” besloot Dr Duchéne.”
“Dan stierf hij dezelfde nacht als Tatjana,” bedacht Alain zich.
Dan bewoog Dr Duchéne het levenloze lichaam van de jongeman die in het dorp Zwachtel werd genoemd. Schouder uit de kom, heup gebroken, zei hij. “Hij moet met iets in aanraking gekomen zijn? Een aanrijding misschien?”
“Vluchtmisdrijf,” mompelde Alain.
“Zou kunnen. Het is verleidelijk hé. Onverlichte weg op het platteland. Niemand die het ziet als je met teveel promille op een voetganger van de weg maait.”
“Chef, kijk hier,” riep Serge. “Het glas van een autolicht.”
“Interessant,” zei Alain. “Stukken verzamelen voor het labo.”
Dan richtte hij zijn blik weer op het ontzielde lichaam van Zwachtel. “Arme jongen,” dacht hij bij zichzelf. “Hij wilde graag een nieuw leven beginnen na zijn onterechte beschuldiging van verkrachting. En dan gebeurt dit.”
Het lichaam werd geborgen en Alain en Serge besloten om een kijkje te nemen bij Huize Rozenrood. Terstond gaf hij opdracht aan de mensen van de gemeentepolitie om de verzegeling op te breken. Terwijl dat gebeurde arriveerde Ludwig Hesters met zijn Porsche. “Dat werd tijd hé Hoofdinspecteur,” zei hij vol arrogantie.
“Wij werken in het belang van het onderzoek Meneer Hesters. Maar wacht eens, wat is er met uw auto gebeurd?” vroeg Alain ineens toen hij zag dat het glas van zijn rechter voorlicht ontbrak.
“Brussels racaille,” zei hij. “Deze nacht één keer mijn auto laten buitenstaan, en dat in mijn straat in Ukkel. En kijk, dit is het resultaat. Mooi hé, die zogenaamde ‘multiculturele samenleving’.” Foeterde hij.
“Dat is toevallig,” zei Alain terwijl hij langs de auto liep. “Dat is heel toevallig.
Weet je wie er zonet dood werd aangetroffen in een gracht hier wat verderop?”
“Tu rigoler,” zei Ludwig. “Je maakt een grapje.”
“Nee, helemaal niet. Zwachtel werd deze ochtend dood aangetroffen in de gracht. Hij liep kennelijk in de richting van het dorp. Op weg naar zijn caravan, na een nachtje? Ja wat ging hij doen zo laat in de nacht? Weet jij het?”
“Dit pik ik niet. Ik neem nu contact op met mijn advocaat,” zei Ludwig.”
“Dat lijkt mij wel het beste ja,” zei Alain. “Want ik vind het wel heel vreemd dat er net bij jou schade is aan je voorlicht. Oh nog dit. Volgens de lijkschouwer trad de dood eergisterennacht in. Niet zo lang nadat Tatjana werd vermoord. Ik stel voor dat jij en je zus zich deze middag aanmelden op het kantoor van de Gerechtelijke Politie in Brussel.
Voor een goed gesprek onder zes ogen.”

Op het hoofdkantoor van de Gerechtelijke Politie werden Ludwig en Caroline de ondervragingsruimte binnengeleid waar Alain en Serge hen zaten op te wachten.
Alain bleef stug op zijn stoel zitten terwijl Serge hen onthaalde en hun plaatsen aanwees.
Ook hun advocaat was aanwezig. Een jonge opkomende pleiter genaamd Karel Vermeersch.
“Bon, vertel het nekeer,” zei Alain. “Wat is er gebeurd met het rechter voorlicht van je blitse Porsche Carrera?”
“Dat zei ik toch al. Een nachtje laten buitenstaan en daar waren ze al, het racaille, het straattuig.”
“Leugens!” zei Alain. “Jij hebt je Porsche niet laten buitenstaan. Je hebt ermee gereden. En je hebt iemand aangereden en daarna vluchtmisdrijf gepleegd. Hier zijn de scherven die we op het plaats delict hebben aangetroffen. En raadt eens? Ze passen perfect op het achterlicht van je auto. De mensen van de technische recherche hebben dat heel goed uitgepuzzeld en weet je? Het zijn passionele autoliefhebbers. Zodanig dat ze direct zagen dat dit het voorlicht was van een Porsche.
Dus ik herhaal mijn vraag. Wat is er gebeurd met het rechter voorlicht van je blitse Porsche Carrera?”
“Het was een ongeluk,” zei Ludwig.
“Nee Ludwig. Dat is het niet!
Daarvoor wilde je Zwachtel veel te graag weg van het domein van je vader. Dat was ons al snel duidelijk toen zijn naam ter sprake kwam.”
“HET WAS EEN ONGELUK!” herhaalde Ludwig.
Dan keek hij zijn zus aan. “We kunnen maar beter bekennen meid. Is toch waar hé meester,” vroeg hij toen hij ook naar Meester Vermeersch keek. Die knikte en nam zijn pen en trok zijn notaboekje wat dichter.
“Ik werd gebeld door Caroline. ‘Ik ben bij Papa, en ik heb iets stoms gedaan,’ zei ze. Ik kon al raden wat het was. Dit moest gewoon gebeuren. Dus verliet ik de bar waar ik samen met enkele vrienden aan het poolen was en waar ik drie whisky’s had gedronken en reedt zo snel ik kon naar Dorrenaken. Dan toen ik bijna ter bestemming was pakte ik nogal ruim mijn bocht en dan hoorde ik een doffe knal. Ik ging in de remmen staan, stapte uit en liep een paar meter terug. Daar zag ik hem liggen. Ik herkende hem meteen. Het was Zwachtel.
En het gebeurde wel meer dat hij meerdere nachten na elkaar wegbleef. Waar naartoe? Dat wist niemand. Dus ik dacht dat niemand hem zou missen, ik moest alleen nog de kans krijgen om mijn voorlicht te laten herstellen, en dat kreeg ik niet.”
“En dan maakte je je tweede fout. Je reedt vrolijk rond met je auto met beschadigd voorlicht.
Jij denkt echt dat niemand je niets kan maken hé. Hé Ludwig Hesters.
Jij denkt dat je met een stel uilen te doen hebt!
“Ik had gewoon niet gedacht dat ze die parasiet zo snel zouden vinden. Zo diep in die gracht waar hij lag met zijn lelijke kop in het water, onbeweeglijk. Meer moest ik niet hebben.
Niemand zou die mislukkeling missen.”

En jij, waarom belde jij midden in de nacht je broer op. Wat deed jij eigenlijk in het huis van je vader, terwijl je bij je moeder woonde,” vroeg Alain aan Caroline die een sliert haar rond haar vinger draaide.
Caroline zweeg en keek voor zich uit.
“Is dat antwoord nog voor vandaag Caroline?” vroeg Alain.
“Ik was uit geweest,” zei Caroline. “En het was al laat. En moeder hoort alles dus ik was bang dat er wat zwaaide als ik thuis zou komen. Dus ging ik naar het huis van mijn vader om daar in mijn vroegere kamer te slapen. Ik kwam binnen en ik hoorde gegiechel en ander lawaai. En de lichten waren nog aan het branden bij het zwembad. Dan zag ik die teef van een Tatjana, naakt.
Ze was aan het stoeien met die zwachtel.”
“Ah nee, dat kon niet zijn hé!” zei Alain.
Dan ineens hoorde ik geroep, en getier en jammerlijk gehuil. Ik ging kijken, ik daalde de trap af en liep de tuin in. Dan zag ik Zwachtel weglopen met zijn kleren onder zijn arm. En toen kwam ik bij het zwembad en dan zag ik Tatjana daar liggen op de bodem van het zwembad… DOOD!”
“LEUGENS!!!” riep Alain. “Leugens! Leugens!! En nog eens leugens!”
“Hoofdinspecteur ad interim Alain Donck, mag ik u vragen om uw zelfbeheersing te bewaren. Wij zitten hier niet in nazi-Duitsland waar men verdachten afblaft.”
“Moei u niet! Pennenlikker!” siste Alain terwijl hij de jonge advocaat met een kwade blik aankeek.
“Gij hebt Tatjana vermoord! Gij hebt gezien hoe ze seks had met Zwachtel. Weet je wel, Zwachtel. Die je toen je nog bij je vader woonde stiekem ging opzoeken in zijn caravan. Om er een stevige pot seks mee te hebben. Hé Caroline.”
“Wie heeft u dat wijsgemaakt?” vroeg Caroline vol gespeelde walging. “Al was die Zwachtel de laatste vent op Aarde, dan nog bleef die vetzak met zijn poten van mijn lijf ja.”
“Denk je dat in een dorp als Dorrenaken zomaar ongezien kan rondlopen in je babydolletje op weg naar je stiekeme minnaar Caroline?” vroeg Alain terwijl hij haar strak aankeek.
Caroline boog het hoofd en veinsde of ze de onschuld zelve was. Maar Alain keek haar vol spotternij en vooral diepe minachting aan.

“Caroline,” zei hij. “Naar de buitenwereld hou je de schone schijn op hé. Doe je je voor als een braaf burgermeisje dat graag optrekt met haar vriendinnen en af en toe een stapje in de wereld zet. Maar weet je wat ik zie Caroline?
EEN ROTVERWEND KRENG! Dat zie ik." riep Alain terwijl hij keihard met zijn vuist op
Jij was jaloers op Tatjana, en weet je waarom? Omdat alle aandacht van je vader naar haar ging, en niet meer naar jou. Tatjana was nu zijn prinsesje, en niet langer jij. Tatjana kreeg nu alle cadeaus en niet langer jij.
En alsof dat nog niet genoeg was. Begon Tatjana na de dood van je papa aan met Zwachtel.
Die dus ook van tussen je vingers wegglipte.
Wat moet jij die vrouw gehaat hebben Tatjana.”
Caroline haar gezicht vertrok.
“Ik was verliefd op Alex ja. Hij vertrouwde mij zijn naam toe. Vertelde over zijn leven.
Ik dacht, die is verliefd op mij. Die wil wel meer.
Maar hij wees mij af.
‘Je bent te jong,’ zei hij.
‘Ik wil geen problemen met het gerecht. Ik wil niet opnieuw in de gevangenis komen’. Zei hij.
Dit terwijl mijn lichaam zo hard naar hem smachtte.”
Caroline slikte. Keek voor zich uit.
“Dan eergisterennacht.  Ik hoorde dat gegiechel, die kirretjes, dat gespetter van het water. Ik ging kijken. Ik dacht dit kon toch niet. Dit kon ze mij toch niet aandoen.
En toch was het zo. Ze kwamen uit het water en dan boog die Tatjana zich voorover om zich te laten nemen door Zwachtel. Hij deed datgene dat ik wilde dat hij met mij deed. Hij neukte haar op zijn hondjes.
En daarna ging ze in de ligstoel liggen en hij op haar. En dan kusten ze elkaar en weer drong hij in haar binnen. “Ik hou van je,” zei hij tegen haar. En kirren dat ze deed, het godverdomse loeder.
Dan vroeg ze. "Ik heb zin in frietjes, Wil je een groot pak frieten halen in het frietkot in het nabijgelegen dorp? Met een frikandel special en een lookworst."
Dan kleedde hij zich aan, en na nog een laatste kus ging hij er vandoor. frieten gaan halen in het naburige dorp. Bij ‘De Ferre' het beste frietkot van uren in het ronde.
Dan zag Tatjana mij ze liep op ij af. Wat doe jij hier trutje?” hoorde ik haar zeggen.
“Je komt toch niet voor Zwachtel hoop ik? Want je ziet ook wel, die is voor mij. Ja, hij houdt meer dan vrouwen dan van verwende poppetjes zei ze. Waarna die valse glimlach op haar gezicht verscheen.
Toen werd alles zwart voor mijn ogen. Ik liep op haar af en gaf haar een duw. Ze viel op de grond.
Toen schopte ik haar. Godverdomme ik schopte die teef gewoon kapot. Ik bleef maar schoppen met mijn schoenen met hoge hakken die ik nog aanhad. Dan, gooide ik mij op haar en duwde ik mijn handen op haar keel. Ik duwde en duwde zo hard ik maar kon. Ik hoorde haar reutelen en zag haar naar lucht happen. Maar het mocht niet baten.
Dan lag ze daar, onder mij.
DOOD!
Ik pakte haar onder mijn armen, tilde haar op en gooide haar zo ver ik kon in het diepe gedeelte van het zwembad.
Dan besefte ik dat ik iets heel stoms had gedaan. En belde ik Ludwig op. Hij zou meteen komen zei hij.”

Dan vervolgde Ludwig het verhaal.
“Toen ik aankwam en zag wat er gebeurde was het voor mij duidelijk.
Dit konden we toch gewoon keihard in die Zwachtel zijn schoenen schuiven.
Iedereen zou dat wel geloven dat hij tot zoiets in staat was.
En het huis zou uiteindelijk van ons zijn.
Ik sloot Caroline in de armen en zei ‘goed gedaan meisje’.”
“SMEERLAPPEN!” siste Alain waarna hij rechtstond en de ondervragingsruimte verliet zonder Caroline en Ludwig nog een blik te gunnen.

Dan liep Alain terug naar zijn bureau. Hij haalde het blad papier dat hij in de broekzak van Alex vond. Dan schonk hij zichzelf een koffie in. “Koffie, heet en straf,” zei hij terwijl hij een flinke slok nam.
Dan opende hij het blad papier. Het was een brief, gericht aan Tatjana.
“Mijn liefste scheetje.
Ik weet niet hoe ik het u moet zeggen. Maar ik ben je zo verdomd dankbaar.
Dankbaar omdat jij mij datgene gaf wat ik echt nodig had.
Edmond gaf mij onderdak, een nieuwe kans, een inkomen. De mogelijkheid om geld aan de kant te zetten zodat ik gauw een nieuwe start kan maken en echt een eigen leven kan opbouwen.
Maar jij ‘scheetje’. Jij gaf met iets heel anders.
Jij gaf mij het diepe gevoel dat ik meetel. Dat ik ertoe doe.
Door mij moed in te spreken en ’s avonds bij me langs te komen. Vaak terwijl Edmond laat moest werken en jij niets beters vond dan naar mijn caravan te komen en samen een opgewarmd blikje TV worstjes te eten met een flesje goedkope wijn erbij.
Om dan samen beurtelings te lezen uit één van mijn favoriete boeken. Of om gewoon te praten over het leven, met onze blik op de sterren gericht.

En dan gaf je mij waar ik al zolang naar verlangde, maar aan verzaakte omdat ik niet nog eens in de gevangenis wil belanden. Daarom verzaakte ik aan de charmes van Caroline, die lichtzinnige snol zonder verstand.
Maar aan u lieve Tatjana – scheetje – aan u gaf ik zonder vrees en zonder bekommernis mijn liefde, mijn seks en mijn lichaam.
En je mag het weten Tatjana, scheetje. Het smaakt naar meer.
In die  zin dat ik maar al te graag je diepe wens wil vervullen. En u mijn zaad schenken zodat er snel een liefdeskindje in je moederschoot zou groeien.
Maar voor ik dat doe lieve ‘scheetje’. Heb ik nog één vraag.

WIL JE MET MIJ TROUWEN?

Vol verwachting wacht ik op je antwoord.
Je lieve Alex.”


Alain plooide de brief terug dicht.
Boog het hoofd en zuchtte diep.
“Waarom werd hen het liefdesgeluk niet gegund? “ vroeg hij zich af.
Tatjana zou Alex er vast wel bovenop geholpen hebben.
Buiten was het heet. Alain voelde de warme zonnestralen op zijn huid branden.
Zijn gedachten dwaalden af naar het zwembad achterin de tuin van het prachtig gerestaureerde herenhuis. Hij zag op zijn netvlies hoe Alex en Tatjana de zomerhitte inruilden voor het koele water van het zwembad. En daar vooral de warmte van hun harten voelden.
“Koffie, heet en straf,” zei hij waarna hij rechtstond en een nieuwe kop inschonk.

maandag 29 juni 2026

Ze noemden hem Zwachtel 4

 





Alain en Serge betraden het mortuarium waar Dr Duchéne hen stond op te wachten.
“Bonjour messieurs,” zei hij terwijl hij minzaam knikte. “Je suis fini avec le rapport de examen post mortem,” ze hij terwijl hij beide rechercheurs uitnodigde om bij hem aan de onderzoekstafel te komen staan. “Ik ben klaar met het rapport van het post mortem onderzoek. Kijken jullie maar even mee. Hij trok het laken weg waaronder het levenloze lichaam van Tatjana Kusters lag. De jonge vrouw lag op haar rug, haar hoofd ietsje naar links gedraaid en haar mond half open. Hij liet het witte laken op haar voeten rusten en trok meteen haar benen open. “Comme vous pouvez les voir, zoals jullie kunnen zien aan de vlekken rond haar intieme delen heeft deze demoiselle voor haar dood geslachtsgemeenschap gehad. Maar dat wil natuurlijk niet zeggen at er sprake is van verkrachting. De liezen zijn niet gescheurd of geforceerd, en er zijn ook geen inwendige scheurtjes te zien in de vagina. Dus kunnen we er gerust van uit gaan dat ze instemde met de geslachtsgemeenschap. Ook is er weinig sprake van druk op de ribbenkast of andere plaatsen van het bovenlichaam zoals dat wel vaker voorkomt bij verkrachting. Wel heeft ze meerdere slagen en schoppen te verwerken gekregen, alsook vond ik meerdere krabsporen over haar lichaam maar vooral in haar gezicht. Het zijn scherpe groeven dus ik vermoed dat het iemand was met scherpe nagels. De meeste mannen hebben geen scherpe nagels, dus ik vermoed dat diegene die haar krabte een vrouw was. Maar dat wil daarom niet zeggen dat zij haar gedood heeft. En kijk, zie je hier die halen in haar been. Dit is duidelijk toegebracht met een hoge hak.” Zei Dr Duchéne terwijl hij het linkerbeen van Tatjana lichtjes draaide.
Serge zat er maar ongemakkelijk bij. Alain had het in de gaten.
“Geen fraai zicht hé vriend, zo’n lijkschouwing. Maar dit hoort nu eenmaal bij het vak van rechercheur Serge. Het wordt echt hoog tijd dat gij eens wat meer van achter uw bureau komt mijn beste,” voegde Alain eraan toe.

Terug op het bureau bestudeerde Alain het rapport van de lijkschouwing, oftewel het post mortem onderzoek. Dan ging ineens de telefoon. “Met Alain Donck,” zei Alain met opgewekte stem. “Hoe zegt u? Hij vraagt naar een zekere Alex. Maar hij stond bij de caravan van Zwachtel.
Kijk, ik kom zo snel mogelijk want ik wil die jongen zo snel mogelijk spreken,” zei Alain terwijl hij rechtstond. Hij gaf Serge een por. “Kom vriend, werk aan de winkel. Er is bij de caravan iemand opgedoken die Zwachtel lijkt te kennen. Zijn echte naam zou Alex zijn.
Alex Van Bezien. En hij zou van Oostende afkomstig zijn.
Alain kwam aan bij het plaatselijke politiekantoor van Galmaarden. Daar zat een man op een bank. “Dag Hoofdinspecteur,” zei één van de inspecteurs. “Dit is de man die we bij de caravan aantroffen. Hij wilde de zegels doorbreken, maar we hebben hem meteen duidelijk gemaakt dat daar geen sprake van kon zijn. Hij zocht een zekere Alex en aan de beschrijving die hij gaf was het voor ons duidelijk dat hij naar die Zwachtel zocht.”
Alain aanhoorde het en bedankte de inspecteur. “Goeiedag meneer. Hoofdinspecteur ad interim Alain Donck van de Gerechtelijke Politie en dit is mijn collega Serge Hinnekindt. Wilt u even met ons meekomen?”
De jongeman stond op en ging mee met Alain en Serge die een afgezonderde ruimte ter beschikking kregen waar ze de jongeman konden verhoren.
“Bon, vooreerst willen we weten wat uw naam is?” vroeg Alain.
“Mijn naam is Rik Patteeuw, mor iedereen noemt mien Ricardo,” zei de langharige jonge kerel die gekleed was in een gebleekte jeansbroek, sjofel jeansvestje en een T-shirt van Humo met een cartoon van Kamagurka erop.
“Ik kwam’n me moat opzoeken. Ales. Mor toen zagen kik dat zien caravanne verzegeld was.
Es ’t er etwad met Alex gebeurd?”

“Dat weten we niet,” zei hij. “We hadden hem graag gesproken over een incident dat plaatsvond in het herenhuis dat eigendom was van de man die hem toelating gaf om op zijn grond in de caravan te verblijven.”
Edmond Hesters,” zei Ricardo.
“Precies,” zei Alain.
“Edmond heit vele gedoan voe Alex,” zei Ricardo. “En ’t es dankzij hem da ‘k weten woardat ie nu weunt.” Zei Ricardo.
Dan keek hij voor zich uit en slikte hij een paar keer.
“Alex was me kozen. En eigenlijk ook geweune me beste moat. We ghing’n tope na ’t schole van de bewoarschole tot de visscherieschole. We ghieng tope ghoan voaren en we dejen tope uuze legerdienst in Duutsland. En w’hein tope in e bandje gezeetn ook. “The Ugly Bastards,” e punkbandje woar da we Oostende en de Middenkust mee onveilig maakten. Optreden voe vuuvhoenderd frank en e bak bier, ken je dadde?”
“Nee, dat ken ik niet,” zei Alain. “Maar ga door.”
E joar of vuuve geleedn rakte Alex in kennisse met e meisje. E pronte koeketiene van e rieke familie. Carine Bertheloot, dochter van e volksvertegenwoordiger van de caloten. Stief katholiek en heel kleinburgerlijk, ‘k moeten ghin tekeningsje bie maken zeker? Mor Carientje was e betje rebels en dik tegen de goesting van eur voader hing ze liever roend tusschen geweune volkse gasten. ’t Liefst van ol visschers. Ek hein Alex nog gewoarschuwd. Lot er joen nie méé in, want d’er ghoat doar miserie van komn.
Mor ja, je wilde nie luustern hé.
Op e dag trok ie met dat joenk na ’t Fort Napoleon voe doar e potje te ghoan vrijen. En ie meer of je wier betrapt deure twee gendarmes te peird. En toen es ’t gebeurd. Dat joenk rukte eur los, liep na die gendarmes en riep ‘Il m’a violée! Ii m’a violée!
Je’hei mien verkracht!”


Dan werd het stil. Alain kreeg het ijskoud. Hij zag hoe Ricardo trilde op zijn benen en hij wist, dit is een jongen die voor zijn vriend opkomt.
“Alex werd meegenomen deure die gendarmes. Naakt. J’eit doar in de kazerne e ferme rammelinge gekreegn en daarna werd ie naakt naar de gevangenis overgebracht. Je mocht niemand zien en ’t heeft drie dagen geduurd eer ie contact mocht opnemen met zien advocaat. Intussen kreeg ie van zien eigen voader te horen dat ie nietend meer met hem te maken wilde hein. Iedereen liet Alex vallen. Iedereen.
Je was ol veroordeeld eer het proces nog moeste komn.
Intussen wisten ze ook in ’t gevang woarvoorn dat ie beschuldigd was. En op nen dag werd ie ingesloten deure  medegedetineerden en kreeg ie slagen. Eén van die gedetineerden had e grote glasscherf bie hem. En stak doarmee in ze linkerooghe. Sindsdien… “

Ricardo kreeg het moeilijk. Alain stond recht en klopte vaderlijk op zijn schouders.
"Alex werd verdedigd door Edmond Hesters en die had al snel door hoe de vork aan de steel zat. Hij ondervroeg Carine en stelde gerichte vragen, hij lokte haar letterlijk in de val. Ze moest wel bekennen. Daarna stak hij een vurig betoog af over hoe conservatisme ertoe leiden kan dat kinderen en dan vooral meisjes overgaan tot valse beschuldigingen om toch maar niet in ongenade te vallen bij hun ouders.
Alex werd vrijgesproken en Edmond besloot om zich over hem te ontfermen.
Sindsdien weunt ie en die caravanne. En probeert ie etwad van zijn leven te maken. Voor ’t leven getekend deure die lelijke zwachtel op zijn linkeroog en de naam en reputatie te hebben een ‘verkrachter’ te zijn.”

Ricardo zweeg weer een poos en ging dan verder.
“Alex wil graag schrijver worden. Hij liet mij een manuscript lezen, een verhaal. Ek zei dat ie dat moest uitbrengen en we zouden samen naar Antwerpen vertrekken om daar dat manuscript voor te leggen.”
“Ik heb genoeg gehoord,” zei Alain.

“Alex Van Bezien,” zei Alain toen hij zijn kantoor binnenstapte en meteen naar zijn dossierkast liep. Hij haalde er een map met krantenknipsels uit. “Hier, hele verslagen over deze zaak. Over deze schandalige gerechtelijke dwaling. En ondanks alle aantijgingen blijft dat stuk senator beweren dat zijn dochter verkracht is en beweert hij dat die advocaat leugens en listen gebruikte om zijn cliënt alsnog van alle blaam te zuiveren.
Hypocriet strontvolk,” sakkerde Alain.
“Maar goed. We weten nu wie die jongen was. Wat er met zijn oog gebeurde, waardoor hij met de bijnaam Zwachtel door het leven ging. Maar de vraag rest. Waar was hij de nacht dat Tatjana werd vermoord en in welke mate was hij daarbij  betrokken?
Dan riep hij zijn team samen voor een vergadering. “Goed, wat weten jullie intussen over die genaamde Zwachtel?” vroeg Alain aan Tony en Gilles, de jongens die hij opdracht gaf om de dorpelingen uit te horen over Zwachtel, met de bedoeling meer over hem te weten te komen?”
“Er deden geruchten de ronde,” zei Gilles. “Als zou hij te doen hebben gehad met de dochter van Edmond Hesters.”
“Caroline?” zei Alain terwijl hij over zijn kin wreef.
“Inderdaad,” zei Gilles. Er zijn dorpelingen die beweren dat ze haar ut het huis zagen sluipen waarna ze naar de caravan liep en hij haar binnenliep. Vaak had ze nauwelijks meer aan dan haar slaapkleedje.”
“Interessant,” zei Alain.
“Je moet weten dat ze toen nog maar zestien jaar was,” zei Tony. “Tuurlijk mocht vader daar niks van weten. Maar blijkbaar zorgde die ruige Zwachtel er wel voor dat de hormonen van de jonge Caroline op hol sloegen.
Ik heb zo het gevoel dat broer en zus Hesters zo hun geheimpjes hebben,” zei Alain. “Dat ze het één en ander verborgen houden voor ons.”
Dan ging de telefoon. “Met Alain Donck,” zei Alain nadat hij opnam.
“Ik kom zo meteen commissaris,” zei hij.
“Heren excuseer mij maar de commissaris laat mij roepen,” zei Alain waarna hij naar het bureau van de commissaris trok.

“Ik wil dat je verzegeling van het huis van wijlen Edmond Hesters onmiddellijk ongedaan maakt!"
zei de commissaris nadat Alain het kantoor binnenkwam en de deur achter zich toetrok.
“Waarom?” vroeg Alain.
“Omdat de nabestaanden het kotsbeu zijn om niet in het huis van hun vader te kunnen terwijl er daar nog veel opgeruimd moet worden.”
“Ja, dat begrijp ik,” zei Alain. “Ze willen zo snel mogelijk dat huis en de inboedel verkopen nietwaar. Zeker zoon Ludwig die nogal krapjes bij kas zit.”
“Dat zijn onze zaken niet,” zei de commissaris. “Hoofdprioriteit is nu dat jullie achter die genaamde ‘Zwachtel’ aangaan. Hij is de man die jullie moeten hebben. Hij heeft zich aan Tatjana vergrepen en haar daarna gewurgd. Dat is toch duidelijk.”
“U hebt het post mortem rapport blijkbaar niet goed gelezen commissaris.”
De commissaris zweeg even maar vervolgde dan. “Ik wil pas dat je verdere conclusies trekt nadat je die Zwachtel hebt verhoord, is dat duidelijk. En je laat Ludwig en Caroline Hesters voorlopig met rust. Dat zijn mensen met een vlekkeloze reputatie die zeer hoog aangeschreven staan. Ik tolereer niet dat jij deze mensen lastigvalt met verdachtmakingen waar geen enkel bewijs voor is.”
“Commissaris, nogmaals. Lees het post mortem rapport, en vooral. Lees het aandachtig.
Meer kan ik in deze niet zeggen.
Mag ik nu beschikken commissaris?”
“Eruit!” zei commissaris Van Oudheusden kortaf.
Toen Alain naar zijn kantoor terug wandelde kwam Serge op hem af. “Chef, er is een lichaam gevonden even buiten het dorp, op het landweggetje dat vertrekt bij Huize Rozenrood.
Het zou gaan om Zwachtel!”
“Godverdomme!” vloekte Alain binnensmonds terwijl hij zijn jas van de kapstok plukte.

zondag 28 juni 2026

Ze noemden hem Zwachtel 3

 




Alain en Gaston stonden voor de caravan van Zwachtel. De deur was dicht maar niet gesloten, ze stapten meteen naar binnen. De caravan stond aan de overkant van de weide die achter het huis van wijlen Edmond Hesters lag. Aan de rand van een bosje dat eveneens op zijn grond lag. Het was een oude caravan die helemaal onder een laag groen zat en ietwat scheef stond omdat één van de banden van de vier wielen waarop de caravan ruste lek was.

Het interieur was rommelig en het bed dat zich achteraan bevond was niet opgemaakt. In het kleine keukentje stond bij het aanrecht een berg afwas en op het elektrisch fornuis een vuile pan en pot met nog resten spaghetti in en ook op de tafel in de zithoek stond een bord met nog een restje spaghetti bolognese in. Alsook een stapel boeken. Ook in de zetel lagen meerdere boeken,
“Hmmm best wel zware lectuur,” dacht Alain terwijl hij een boek nam en erin bladerde. Naast de zetel stond een pick-up waarop een plaat van Led Zeppelin lag. “En een muziekliefhebber is het ook,” zei hij dan.
“In alle geval, hij is er niet,” zei Gaston. “De vogel is gaan vliegen en daar zal hij vast zijn reden voor hebben.”
“Ik twijfel echter aan het vrijwillige van zijn vlucht,” zei Alain. “Kijk hier, een doos vol zwachtels en gaasverband en een fles ontsmettingsalcohol. Weten we meteen waarom ze hem zwachtel noemen.
Als hij echt wilde vluchten, waarom nam hij dan zijn zwachtels en ontsmettingsalcohol niet mee. Waarom zou hij riskeren dat zijn letsel ontsteekt met alle gevolgen van dien.”
Gaston legde zijn hand op de schouders van Alain “Goed opgemerkt… Alain,” zei hij dan.
“Ik laat de caravan verzegelen en daarna gaan we in die herberg in het dorp ene drinken. Want ik zou graag iets met u willen bespreken. ONDER VIER OGEN!”

Alain en Gaston verlieten de caravan en nadat hij de commissaris van de gemeentepolitie de opdracht had gegeven om de caravan te verzegelen trok hij met Alain naar Herberg Sint Gommarus. Daar werden de gebeurtenissen van de dag druk besproken.
“En!” riep Marcel Lippens die aan de toog zat en zich omdraaide toen hij de twee rechercheurs zag binnenkomen. “Hebde gijlen diene Zwachtel al te pakken?” vroeg hij.
“We zijn ermee bezig,” zei Gaston.
“Ja, daarmee dat gijlder tijd hebt om hier te komen pinten pakken zeker?
Gaston en Alain negeerden de opmerkingen van Marcel en ze gingen aan een tafel in een hoek van de herberg zitten. “Patron, twee geuze’s alstublieft,” vroeg Gaston terwijl hij naar de waard knikte.
Josef bracht de heren twee schuimende glazen geuze. “Meneer, vertel eens. Hoe stond die Zwachtel aangeschreven in het dorp?”
Josef zuchtte. “Niet bij iedereen even goed,” zei hij in alle eerlijkheid. “Kijk, ik heb er nooit problemen mee gehad. Hij kwam hier regelmatig kaarten. Betaalde alles stipt en zocht nooit twist. Een heel sociale en joviale mens waar niks op aan te merken is. Maar ja, zo’n ruige kerel met een zwachtel op zijn linkeroog en een ietwat houterige manier van lopen. En niemand die weet wie hij is of zelfs niet wat zijn naam is. Tja, tuurlijk dat de mensen speculeren hé meneer.
Ik kan eerlijk gezegd niet geloven dat hij zoiets gedaan heeft,” zei Josef met gedempte stem.
“Wij gaan er alsnog niet van uit dat hij de dader is. Maar we willen hem wel vinden om van zijn kant te horen wat er gisteren echt gebeurd is.”
“Dat begrijp ik heren,” zei Josef. “Geniet van jullie bier.”

Nadat beide heren hadden geproost nam Gaston een flinke slok van zijn bier en keek Alain dan recht in de ogen. “Alain, ik zou u om een verzoek willen vragen,” zei hij.
“Ik luister,” zei Alain.
“Ik zou willen dat jij de leiding neemt over het onderzoek,” zei hij meteen ter zake komende.
“Ik? En waarom dan?” vroeg Alain.
“Omdat ik in u geloof,” zei hij. “Zeker na je opmerkzaamheid daarnet in de caravan.
Nu ja, ik geloof al een poosje in je talent, maar ik liet het niet merken. Ik bleef je ‘betweterke’ noemen ofschoon jij al lang geen betweterke meer bent. Meer nog, jij bent één van de beste partners die ik heb gehad. Je leert bij, je denkt mee, je kijkt verder dan je neus lang is. Jij hebt alles in je om een uitmuntend speurder te worden Alain.
Dit is je kans om je te bewijzen. En ik zeg er meteen bij. Je zal het helemaal alleen doen want ik zal niet te bereiken zijn. Je hebt de kans om te tonen dat je wel degelijk iets geleerd hebt in die vijf jaar dat we samenwerkten.”
“Ik ben zeer vereerd chef,” zei Alain. “En ik zal je niet teleurstellen.”
“Je moet vooral zien dat je de commissaris en de andere hoge niet teleurstelt Alain,” zei Gaston. “Want jij zal diegene zijn die hen rapporteert en op de hoogte houdt van het onderzoek. En ik verzeker je Alain. Dat is het moeilijkste deel van het vak van rechercheur. Die hoge heren in hun eikenhouten bureaus die hun wereld bestaat alleen maar uit procedures, statistieken, cijfers en vooral hun relaties met de politiek, de pers en de publieke opinie. Ze willen kunnen pronken nietwaar. Ze willen kunnen uitpakken niet alleen met resultaten maar ook met hoe stipt de procedures gevolgd worden, hoe goed hun relatie is met de allerhoogste kringen en al die dingen. En wat doen ze dan bij elk rapport, bij elke overlegmoment. Lastige vragen stellen, je tegenhouden, je onder druk zetten.
Daar ga jij nu moeten leren mee omgaan Alain. Want dat deel is jou nog veel te onbekend en ik wil dat daar verandering in komt.
“Chef, is het niet gewoon dat gij uw verlof wilt oppakken dat ge dreigt mis te lopen nu we deze zaak voorgeschoteld krijgen.”
Gaston stak zijn duim omhoog en knikte minzaam. “Gij gaat snel begrijpen waarom ik zo hard snak naar deze vakantie Alain. Grijp deze kans gewoon jongen, en doe je best.”
“Dat zal ik zeker doen chef,” zei Alain.

Alain stond er nu alleen voor. Gaston had zijn idee al met Commissaris Guillaume Van Oudheusden besproken waarna deze Alain op zijn kantoor ontbood.
Guillaume Van Oudheusden zat kaarsrecht achter zijn bureau. Zijn uniform was smetteloos en zijn haar keuring in een splitsing gekamd. Ook zijn fijne grijze snorretje was tot op de millimeter getrimd. “Inspecteur Donck, bij deze benoem ik u dus tot hoofdinspecteur ad interim tot Hoofdinspecteur Deboef terug is uit verlof. U hebt de volledige leiding over het onderzoek in het dossier rond de moord op Tatjana Kusters. En in dien verstande verwacht ik dat u mij keurig en stipt rapporteert en vooral dat u geen eigengereide initiatieven neemt zonder mij daarin te kennen.
Ik verwacht van u dat u in deze wat meegaander zult zijn dan uw collega en weet dat ik in uw geval hier veel strenger zal op toezien. Want in tegenstelling tot uw collega Deboeuf kunt u niet beroepen op een formidabele staat van dienst. Hou dit vooral in gedachte Hoofdinspecteur ad interim Donck.”
“Ja commissaris,” zei Alain onderdanig. Hij keel vol ontzag naar commissaris Van Oudheusden die strak voor zich uitkeek en geen greintje emotie toonde. Hij vroeg zich af hoe Gaston er toch in slaagde om het gezag van de man voor hem te trotseren. Maar hij zou snel de noodzaak hiervan begrijpen.
Dan trok hij terug naar zijn eigen bureau en besprak hij met zijn collega’s rechercheurs de volgende stappen. Hij bekeek het dossier van Ludwig, de zoon van Edmond Hesters en hij snapte al snel dat de man behoorlijk in de schulden zat. Zijn accountancy kantoor dat hij had opgericht met de centen van zijn vader zat diep in de rode cijfers en er was sprake van zware gokschulden. Hij stond op de zwarte lijst van zo goed als alle casino’s van ons land en dat wilde toch wel wat zeggen. Hij sprak zijn collega Serge Hinnekindt aan, wij gaan die Ludwig eens een bezoekje brengen. Want ik vond dat hij wel heel erg zijn best deed om onze aandacht naar die Zwachtel te leiden.
Tony en Gilles, jullie gaan naar het dorp en proberen zoveel mogelijk te weten te komen over die Zwachtel, wie hij is, wat de dorpelingen van hem dachten. En probeer ook contact te zoeken met de entourage van wijlen Edmond Hesters, wie weet zijn er daar wel mensen die meer over die Zwachtel weten.”
Dan knikte hij naar Serge. “Kom vriend, er is nog veel werk aan de winkel,” zei hij.

Alain en André begaven zich naar Brussel. Serge Hinnekindt was even oud als Alain en was net vader geworden van een zoontje. Hij is een plichtsbewuste en zeer precies werkende rechercheur met oog voor detail. Maar tegelijk hield hij zich liever op de achtergrond. Maar daar trok Alain zich niets van aan. “Als rechercheur moet ge onder de mensen durven komen,” zei hij. “Ik voer het woord en ge probeert te onthouden welke woorden ik gebruikt en hoe Ludwig daarop reageert.
Ludwig Hesters runde zijn accountancybedrijf vanuit een protserig kantoor met uitzicht over de chique Avenue Louise. Met enige tegenzin ontving hij Alain en zijn collega Serge op zijn kantoor.
“Zouden jullie niet beter achter die Zwachtel aangaan?” vroeg hij korzelig. “Straks zit die klootzak in het buitenland en jullie zitten hier jullie tijd te verdoen met eerzame en hardwerkende burgers lastig te vallen.”
“U hoeft ons niet te vertellen hoe wij ons onderzoek moeten voeren Meneer Hesters. Zwachtel staat gesignaleerd en alle politiediensten alsook de grensposten werden gevraagd naar hem uit te kijken. Wat wel behoorlijk moeilijk is als we zijn echte naam niet kennen. Echt geen enig idee wie die man is?”
“Hoe zou ik dat weten. Vader hield dat allemaal voor zichzelf. Hij is dood en wij weten nog altijd niet wie of wat we op ons domein hebben. En dat allemaal door zijn naïeve wereldbeeld hé.”
“Laten we het eens over u hebben?” vroeg Alain. “Waar was ui gisterenavond tussen achttien en tweeëntwintig uur?”
“U verdenkt mij,” zei Ludwig terwijl hij een intimiderende houding aannam.”
“In deze fase van het onderzoek verdenken wij iedereen meneer Hesters,” zei Alain.

Dan ineens ging de deur open en een jonge vrouw kwam binnen, molenwiekend met haar armen.
“Ludwig, je ne peux pas entrer dans le maisons de papa!” riep ze vol verontwaardiging. “Ik raak niet binnen in het huis van papa. De politie wil me geen toegang verschaffen.”
“Mais enfin Caroline,” zuchtte Ludwig terwijl hij het gesprek onderbrak en op de jongedame afstapte. Ze hand lang licht krullend blond haar dat ze in ene diadeem had opgestoken. Ze droeg een chique rood kleedje dat tot boven de knie uitkwam en welks ze combineerde met zwarte nylons en ze liep op modieuze schoenen met hoge hakken. Het was duidelijk dat deze jongedame op geen cent keek als het over mode en accessoires ging. “Tu ne peux pas frapper avant d’entrer? Kan je niet kloppen voor je binnenkomt?”
“je ne peux pas entres dans le maisons de papa!” herhaalde Caroline stampvoetend. “Faites quelque chose! Doe iets!”
“Dag juffrouw,” zei Alain in het Nederlands. “Ik ben Hoofdinspecteur ad interim Alain Donck van de gerechtelijke politie. Het spijt me maar u kan het huis van uw vader momenteel niet betreden in belang van het onderzoek naar de moord op Tatjana Kusters. We willen niet dat er sporen verloren gaan, begrijpt u?”
“Jullie moeten gewoon die freak zoeken die papa in die bouwvallige caravan liet wonen. Dat moeten jullie doen! Hij is de moordenaar en niemand anders!” riep Caroline verontwaardigd! Maar blijkbaar vinden jullie het lastig vallen van onschuldige mensen belangrijker!”
“Zo werkt het niet juffrouw,” zei Alain. “U bent evenzeer verdacht als de genaamde Zwachtel die u hier respectloos omschrijft als ‘freak’. Zolang er geen aanwijzingen zijn dat hij het gedaan heeft staan alle pistes open.”
“Bande de fasho’s,” siste Caroline terwijl ze Alain en Serge vol minachting bekeek.
“Ik zal maar doen of ik dat niet gehoord heb juffrouw. Belediging en smaad aan een wetsdienaar in functie is strafbaar, dat weet je toch?
Trouwens, waar was u gisterenavond tussen achttien en tweeëntwintig uur?”
“Chez ma mere,” zei Caroline. “Bij mijn moeder. Ik woon bij mijn moeder. Ik wilde geen minuut langer nog onder één dak wonen met die… ‘pute’.” Zei Caroline vol minachting.
“Kan ik hieruit besluiten dat de verstandhouding tussen u en Tatjana niet bijster goed was?” vroeg Alain op rustige toon.
“Cette un pute!” riep Caroline vol venijn. “Het was een hoer. Niets meer of minder, een hoer die op het geld van vader uit was. Makkelijk hé, heelder dagen schilderijen en beeldhouwwerken maken die voor geen meter verkopen, als je toch een vent hebt die je onderhoud. Vader zag me niet meer staan, het was alleen nog Tatjana die telde. Ik liep gewoon in de weg. Ik, zijn eigen dochter. En intussen maar kruipen voor dat wijf. Le pauv’con.”
“Je hebt het wel over je vader zaliger,” merkte Alain fijntjes op.
“Mooie vader, van wie je te horen krijgt dat je in de weg loopt. Dat kreeg ik dus te horen hé. Als zijn eigen dochter! Merde alors.”
“En dan vindt je het vreemd dat ik niet alleen Zwachtel, maar ook je broer als jijzelf als verdachte beschouw. Kijk Caroline, ik ga nu contact opnemen met je moeder en vragen of jij gisteren inderdaad de avond bij haar doorbracht.
En u houdt je ter beschikking. En dat geldt ook voor u Ludwig.
Nog een prettige dag.”

 

zaterdag 27 juni 2026

Ze noemden hem Zwachtel 2

 




Terzelfdertijd in café Sint Gommarus.
“Bon, ik geef nen tournee,” zei Georges Bertels terwijl hij wenkte naar Jefke, de waard van het café.
Josef Vermeire, door iedereen gemeenschappelijk Jefke genoemd baatte al sinds jaar en dag deze authentieke herberg uit. Net zoals zijn vader, grootvader en overgrootvader dat deden. Als van kleinsaf aan moest hij meehelpen in het café. Biervaten vervangen, bierbakken sorteren en leeggoed triëren, glazen spoelen, tafels afruimen en meehelpen in de keuken. En als hij daar oud genoeg voor was mensen bedienen. Het café houden werd hem met de paplepel ingegoten en niet alleen het café houden. Zijn café was niet alleen gastheer van talloze verenigingen zoals de duivenbond, de lokale voetbalploeg en de ambachtskring. Maar hij was er ook lid van. Hij hield zelf meerdere duiven die mooie prijzen wonnen en zijn hobby was manden vlechten en ook daarmee oogstte hij bewondering bij de andere ambachtslieden. Maar de meeste tijd bracht hij door in zijn café en dan nog het liefst van al achter zijn toog.
Jefke begon te tappen, voornamelijk geuze, dat was het bier dat hier het meest gedronken werd. Maar ook gewoon pilsbier vloeide hier rijkelijk. Voor enkele dames aan een tafeltje bij het raam schonk Jefke witte wijn in en voor de oudste van de dames een porto. Jef kende van alle klanten hun voorkeur en vroeg ernaar wanneer ze binnenkwamen, zoals het een goed cafébaas betaamde.
“Zeg, komt Zwachtel hier niet meer?” vroeg Marcel Lippens, terwijl hij een slok van zijn geuze nam.
“Nee,” zei Jefke. “Sinds dat Edmond dood is zien we hem hier niet veel meer. Ja, op de dag van de begrafenis is hij nog langs geweest na de koffietafel, samen met Tatjana en nog een paar dames die ik niet ken. Ze hebben buiten op het terras gezeten en daar wat gepraat en na twee bestellingen waren ze alweer weg.
“Dat hij hier maar wegblijft,” zei Georges. “Hoe minder da ‘k zijne kop hier zie hoe liever. Kan ik tenminste ook nekeer kaarten.”
“Dat ge nie kon kaarten is uw eigen fout hé Georges,” zei Marcel. “Als Zwachtel mee kaart dan staat gij altijd uw plaats af.”
“Tuurlijk da. Ik wil niet gezien worden aan nen tafel mé diene ‘metteko’. Dan val ik nog liever dood, goe geweten,” zei Georges met luide stem terwijl hij hard op de toog bonkte.
“Waar zat den Edmond toch met zijn gedachten om dei pee binnen te pakken, da verstoan ik naa echt nie se. Ik had gedoecht da dee zijn schup ging afkoise naa dat den Edmond zijne kop heeft neergelegd. Mor nee, dei bleft dor mor in die caraven achter ’t huis van den Edmond. Ne mens zou peinzen dat die twee iet te doen hemme me mekaar.”
“Dat zou mij nog nie verwonderen ook,” zei Jacques Decoster, een klein pezig mannetje met witte pet die tussen Georges en Marcel kwam staan om nog een pint te vragen.
“Volgens mij liet Edmond diene Zwachtel op zijn vrouw kruipen, omdat ze niet op een ander zou ghoan. Stel u voor die vindt nen andere vrijer en die gaat dan samen met hem d’er vandoor met den Edmond zijn centen. Verstade wa da ‘k wil zeggen?”

Marcel hoorde het aan, dronk in één teug zijn geuze uit en draaide zich naar Jacques. “Verstaat gij eigenlijk wel zelf wat ge daar allemaal zit te lullen?” vroeg hij. “Edmond ontfermde zich over Zwachtel omdat hij die jongen een nieuwe kans wilde geven. Een jongen die anders misschien in de goot zou terechtgekomen zijn,” zei Marcel die de verontwaardiging voelde opborrelen. Ik heb veel met Zwachtel gepraat hé, en dat is een hele goeie jongen. Heel welbespraakt en vooral, die heeft iets in zijn kopke zitten?”
“Waarom gaat hem dan geen serieuze job zoeken?” vroeg Georges. “Zal ik het u zeggen? Hij komt nergens aan de bak omdat het ne godverdomse crimineel is. Nen dief, en misschien ook nog ne verkrachter. Geen serieuze mens wil dat in zijn commerce, zeg dat ik het u gezegd heb. En meer woorden maak ik aan dei charlatan niet vuil.” Dan dronk Georges zijn glas leeg en stond hij recht.
“Als die erfgenamen van de Edmond diene Zwachtel niet buiten zwieren dan zal ik er nekeer voor zorgen dat hem zijn boel kan pakken. Want vergeet niet dat dat illegaal is hé ergens in een caravan gaan wonen waar het u goed uitkomt. Nog ne goeien dag,”
Met die woorden verliet Georges het café en stak hij zijn pijp op terwijl hij naar huis wandelde. Ook Jacques nam zijn pint en zette zich weer aan zijn tafeltje waar hij verder zijn krant las.
“Ja,” zei Jefke. “Die jongen raakt hier maar niet aanvaard hé. Ook al doet hij niemand kwaad.”
“Ach, ge kent de mentaliteit hier in ’t dorp hé Jefke,” zei Marcel. Als ge niet zijt zoals zij, dan hoorde d’er niet bij en wordt ge verstoten. Van Edmond moesten gasten als Georges en Jacques ook niks hebben. Tot ze in de puree zaten, dan stonden ze rap aan den Edmond zijn deur. De godverdomse hypocrieten. Bon geeft er mij nog ene en pakt maar al een spel kaarten. “Mannen! Wie heeft er goesting in een spelleke?” vroeg hij voor heel het café

’s Anderendaags, vroeg in de ochtend.
De nevelen hingen nog rond de zacht glooiende heuvels van het Pajottenland. De vogels zongen al volop hun ochtendlied en Floribert Vermeulen was al vroeg in de weer in zijn moestuin. De sperzieboontjes moesten dringend geoogst worden. Hij wist dat hij altijd wel een mooie partij boontjes kwijt kon aan zijn buurman Edmond, maar die is vorige maand overleden. Hij hoopte dat zijn jonge weduwe Tatjana ook wel zin had in een lekker fris boontje. Ze hoefde ze niet zelf te kuisen of te koken, dat zou de meid wel doen.
Dat was Lucienne Van Ackere. 64 jaar en destijds als veertienjarige begonnen als meid bij wijlen Notaris Hippoliet Vandewiele. Toen die overleed was het Floribert – gemeenschappelijk Flor genoemd – die een goed woordje deed voor Lucienne bij de nieuwe buurman advocaat Edmond Hesters. Maar Flor weet niet dat het vooral oudere zus Gracienne Van Ackere was die Edmond overtuigde.
Flor bukte zich en begon aan zijn taak, het plukken van de boontjes. Ondanks het vroege uur as de zon al flink aan het branden. “Dag Flor,” hoorde hij ineens. Hij rechtte zich en hoorde de stem van Lucienne. “Dag Lucienneke, schoon weer hé vandaag.”
“Ja, het gaat warm worden ze. Ik zou niet te lang in den hof werken als ik van u was. Ge krijgt een zonneslag voor ge het weet.”
“Mijn boontjes moeten binnen Lucienneke,” zei Flor. “Anders gaan ze kapot. Ge weet gij ook in den hof is ’t werk nooit gedaan hé.”
“Da’s just Florke,”
zei Lucienne. “Doe voorzichtig hé.”
Flor werkte verder. Zijn moestuin was zijn lange leven. Zijn moestuin en zijn duiven want Flor was een verwoed duivenmelker en met zijn duiven heeft hij al heel veel mooie prijzen gewonnen.
Dan ineens schrok hij op van een kreet die door merg en been ging. “Lucienne!” zei Flor terwijl hij recht veerde.
Flor liep het huis in en dan langs de poort om het herenhuis heen naar achter in de tuin. Bij het zwembad zat Lucienne op haar knieën met haar handen voor haar mond.
Flor kwam bij het zwembad en toen zag hij iets liggen op de bodem…
“Godverdomme!! Zeg dat het niet waar is,” prevelde hij terwijl hij een kruisteken sloeg.

Een uur later.
Politiewagens vulden het kleine kasseiweggetje en mannen in uniform als in burger liepen af en aan. In de tuin zochten politiemannen naar sporen terwijl mannen van het parket alles minutieus gadesloegen.
Bij het zwembad zat wetsdokter Valére Duchéne geknield bij het levenloze lichaam van Tatjana Kusters. Hij draaide het lichaam naar links en betastte haar hals. Bij hem stonden Hoofdinspecteur Gaston Deboeuf en zijn jongere partner Alain Donck. Gaston porde zijn partner en sprak hem aan. “Ewel betweterke, wat denkt ge? Moord of een ongeluk?”
“Ik zie al van ver rode vlekken rond haar hals, die de vorm van een hand hebben. Ik zou zeggen wurging. Moord dus.”
“Ge leert bij ket, ge leert bij,” zei Gaston die een geboren Brusselaar was en ofschoon hij zich in vlekkeloos ABN uitdrukte regelmatig Brusselse uitdrukkingen bezigde. “Ge gaat gij nog nen echte speurder worden. Dik tegen mijn verwachtingen in,” zei hij cynisch. Toch sloeg hij kameraadschappelijk zijn arm rond zijn jonge protegé.
“Ill’ya de raison, hij heeft gelijk,” ze Dr Duchéne terwijl hij het lichaam van Tatjana terug op haar rug legde. “Elle a eté étranglée, ze werd gewurgd. En ze kreeg duidelijk ook een paar flinke klappen en trappen te incasseren voor ze stierf. Dat zie je aan ‘les taches bleu’ over heel haar lichaam. Kijk, overal ‘blauwe vlekken’.” Zei Dr Duchéne die eentalig Franstalig was.
Geen sprake van verdrinking, ze was al dood voor ze in het water terechtkwam,” klonk het bloedernstig uit de mond van een wetsdokter met meer dan 40 jaar ervaring.
“Zonde van zo’n schoon vrouw,” mompelde Gaston terwijl eveneens door zijn knieën ging en een blik wierp op het ontzielde lichaam van Tatjana. “En dit amper een maand na het overlijden van haar man?”
“Oui, Elle n’a pas pu profiter longtemps de son heritage,” antwoorde Dr Duchéne. “Ze heeft niet lang kunnen genieten van haar erfenis,”
“Een erfeniskwestie,” reageerde Alain. “Dat kan nog plezant worden. Ruziënde familieleden die e schuld in elkaars schoenen schuiven. Gewoonlijk slepen dat soort zaken heel lang aan.”
“Niet te hard van stapel lopen betweterke,” reageerde Gaston. “Het is nog niet zeker of dit wel te maken heeft met haar erfenis. Misschien is het wel een passioneel drama. Ik kan me niet voorstellen dat een jonge deerne als Tatjana lang op droog zaad blijft zitten.”

Intussen groeide het aantal nieuwsgierige mensen in het straatje alsmaar aan en verspreide het nieuws over wat er met Tatjana gebeurd is als een lopend vuurtje.
“Diene Zwachtel zit hier achter hein,” zeiden de mensen. “Ik heb het altijd al gezei dat diene ‘metteko’ voor niks deugde.”
Dan arriveerde Ludwig in zijn Porsche. Toeterend raasde hij door de mensenmassa, mensen moesten achteruit springen om niet overreden te worden. “Wat is er gebeurd?” vroeg hij aan de rechercheurs terwijl agenten hem probeerden tegen te houden.”
“De echtgenote van je vader werd dood aangetroffen op de bodem van het zwembad,” zei Gaston.
“Zwachtel!” zei Ludwig meteen! “Die gek zit daarachter. Dit moest gewoon zo aflopen. Niet meer of hij wilde Tatjana seksueel benaderen en ze weigerde dat. Maar ja, vader was zo verrekt naïef hé met zijn gedoe over tweede kansen geven. Dieven, verkrachters en moordenaars geef je geen tweede kansen. Die zet je achter de tralies of nog beter. Tegen de muur. Eens crimineel, altijd crimineel. Dat weten jullie beter dan ik, toch?”
“Wie is die… Zwachtel? En waarom noem je hem een crimineel,” vroeg Alain.
“Vader kwam er een paar jaar terug mee op de proppen en liet hem wonen in onze caravan die we eigenlijk toch niet meer gebruikten en al jaren achter de garage stond te verroesten. Hij liet ze achteraan de weide bij het bosje plaatsen en die kerel mocht daarin wonen. Het was maar tijdelijk,” zei hij. “Dat tijdelijk is nu al meer dan vijf jaar en nog altijd maakt die kerel geen aanstalten om zijn boel te pakken en zijn leven op orde te krijgen. Nu weten we waarom. Hij wachtte tot vader dood was en dacht dat het moment aangebroken was om zich aan Tatjana te vergrijpen.”
“Ben je niet een beetje heel erg vooringenomen?” vroeg Gaston terwijl hij zijn hand op Ludwig zijn schouder zette. Wat heeft je vader over die Zwachtel verteld? Wat is eigenlijk zijn echte naam? Kan je me daar iets over vertellen? Zonder in vooroordelen te vervallen?”
“Vader wilde er nooit iets over loslaten, alleen bleef hij maar benadrukken dat hij geen gevaar vormde. Iets teveel naar mijn goesting. Wetende dat mijn opgroeiende zus nog bij hem woonde. Toen Tatjana kwam inwonen ging ze bij haar moeder wonen, logisch ook het boterde niet tussen Caroline en die… ach laat maar.”
“Zo te zien kon Tatjana ook niet veel goeds doen in uw ogen?” merkte Alain op.
Ludwig zuchtte. “Vader was veel te naïef, veel te goedgelovig. Wilde altijd het goede in de mensen zien. Ging daarom altijd voor de vrijspraak, zelfs bij recidivisten. En altijd moest hij het opnemen voor wat hij verschoppelingen noemde. Zonder zich ook maar één keer af te vragen waarom ze door de maatschappij verstoten werden. De meeste van die lui hebben dat toch gewoon aan zichzelf te danken zeker?”
“Ach jongen toch, gij moest niet van Tatjana weten omdat ge minder zou erven als uw vader met haar zou trouwen,” klonk het ineens.

Lucienne, de huishoudster kwam tussenbeide en keek Ludwig met een misprijzende blik aan.
“Ach mens, zevert niet!” zei Ludwig geërgerd. “Gij moest vader altijd verdedigen in zijn beslissingen hé. Kijk, zie wat er van komt. Tatjana is dood, en waar is die Zwachtel? Zit hem nog in zijn caravan? Zo nee, dan weten we genoeg hé!"
“Wie zevert er hier?” vroeg Lucienne boos. “Gij zijt het die nooit genoeg hebt. Uw vader zette een schoon bedrag aan de kant voor u en voor uw zus. Maar voor u is het nooit genoeg. Ah nee, want ge kunt geen geld houden. Hoeveel van dat geld hebt ge al vergokt? Zeg het nekeer! Of denkt ge dat ik het niet weet misschien dat gij heelder dagen in de casino’s rondhangt. Of in dancings en andere etablissementen waar ge achter de vrouwen zit. Dertig jaar en hij is nog altijd niet getrouwd. Meer nog, hij  heeft nog altijd geen deftig lief kunnen houden. En dat heeft dan altijd een oordeel klaar over een ander. Gijse voddevent!”
“Ok, eens het huis van mij is zijde gij de eerste die hier vliegt. Ik ben uw bemoeiziek gedoe zo beu als kouwe pap!” reageerde Ludwig.
“Omdat ge weet dat ik gelijk heb! Snotaap!” reageerde Lucienne bits.
“Zo is het wel genoeg,” zei Gaston. Alain, gij gaat mee met mij naar die caravan om te zien of die Zwachtel – of hoe hij ook mag heten – nog aanwezig is. Jos, Danny, jullie voelen Ludwig Hesters verder aan de tand.
Gaston en Alain stapten naar de caravan.
Gaston was een doorgewinterde rechercheur die je niets meer moest wijsmaken. Hij kende de knepen van het vak en heeft al heel wat onderzoeken tot een goed einde gebracht met zijn intuïtie en zijn onfeilbare mensenkennis. Hij was nu 54 jaar oud en was nu al een jaar benoemd tot hoofdinspecteur bij de gerechtelijke politie en had een team van een tiental rechercheurs onder zich. Meestal opereerde hij in Brussel, maar soms moest hij ook naar het nabijgelegen Pajottenland om moorden en andere complexe misdrijven op te lossen. Hij was groot, kalend en had een kanjer van een bierbuik. Niet zo moeilijk want een goeie geuze of tripel ging er altijd wel in. Gaston was een echte Bourgondiër en hij hield van rijkelijk tafelen en van een goed gevuld glas. Hij was ook een groot wijnliefhebbe en had een wijnkelder met meer dan vijftig verschillende flessen die hij vaak bij de wijnboeren zelf ging kopen in zowat  alle Franse wijnstreken. Gaston is een echte francofiel. Franse wijn, Franse muziek, Franse literatuur en Franse films waren zijn dada. Ook zijn echtgenote Brigitte is een ravissante Française. Ook beheerste hij de Franse taal tot in de puntjes. Hij droomde ervan om eens met pensioen een huis te kopen in het zuiden van Frankrijk om daar dan zijn oude dag te slijten. En hij was eigenlijk van plan om komende week nog naar Frankrijk af te reizen met de bedoeling om naar een mooi huisje uit te kijken. Dat hij nu belast werd met het onderzoek naar de moord op de weduwe van één van de bekendste en roemruchtste advocaten van dit land stak hem dan ook dik tegen.
Maar Gaston meende al te weten hoe hij uit van onder dit lastige en misschien wel lang aanslepende onderzoek zou uit geraken.