Het weer was grijs en somber.
Het gegalm van bronzen
kerkklokken klonk door de stad. Mensen gingen de kerk binnenin hun zondagse
kleren. Ook Alain en Deborah waren van de partij in deze kerk in het Brusselse.
Ook al is Alain geen grote kerkganger, hij wilde deze herdenkingsdienst voor de
heer Gaston Deboeuf absoluut bijwonen. Want Gaston Deboeuf was niet
zomaar iemand voor Alain.
Nee, het was Alain zijn allereerste partner en tegelijk ook zijn eerste
overste. Als jonge rechercheur leerde hij van Gaston de knepen en erfde hij de
liefde van het vak van rechercheur.
Het was een sobere kerkdienst waarin de priester in zijn homilie het had over
de integriteit en het grote rechtvaardigheidsgevoel van wijlen Gaston Deboeuf
die eind jaren negentig bij een smartelijk verkeersongeval om het leven kwam.
Alain hoorde het aan met gebogen hoofd en in gedachten verzonken terwijl
Deborah zijn hand vasthield. Dan draaide hij het hoofd: “Ik ben blij dat je bij
me bent liefste,” zei hij. Deborah glimlachte en wreef dan zacht over zijn rug.
Na afloop begroette hij Florence, de weduwe van Gasten. “Ik ben heel content
dat ge gekomen zijt Alain,” zei ze met zachte stem. “Toch iemand van de politie
die nog aan mijn man denkt.”
“Gaston was voor veel meer dan een collega Florence,” zei Alain. “Hij was MIJN
LEERMEESTER!
En zo zal ik hem altijd benoemen, zolang ik leef.”
“Gaston moet veel indruk op u gemaakt hebben,” zei Deborah toen ze na afloop
van de dienst een koffie gingen drinken in een typische Brusselse taverne.
“Ik zei het al liefje,” zei Alain. “Hij was mijn leermeester.
Hij was zeker geen gemakkelijke leermeester en ik heb veel van hem moeten
slikken zeker de eerste jaren. Maar na een jaar of vijf begon hij mij te
appreciëren, en ik hem. En onze band werd alsmaar hechter. Ik was dan ook
razend toen hij verongelukte en men weigerde om zelfs zijn auto verder te
onderzoeken. Want ik was er zeker van dat de remmen gesaboteerd. Niet nodig,
want hij had 1,0 promille in het bloed. Dus was het gewoon zijn eigen schuld.
Ja, Gaston kwam van een feestje. Ja hij had gedronken. Maar wij waren net bezig
in een onderzoek naar de familie Valckeneers en we hadden met ons onderzoek de
betrokkenheid van Marcel Leliaert, toen nog Vlaams Minister van Welzijn
glashelder blootgelegd. Hij wist niet alleen dat opvoeders met jonge meisjes
sjacherden die dan in de bordelen van de Valckeneers terecht kwamen. Wij hadden
staalharde bewijzen dat hij de hele handel organiseerde. Helaas zijn die
bewijzen samen met Gaston in de vlammen opgegaan. En dat was wat ze wilden.”
Had hij dan die documenten bij zich in de auto?” vroeg Deborah.
“Geen documenten Deborah. Een bandje in zijn dictafoon. Met daarop een zeer
bezwarende getuigenis van een getuige die niet lang daarnaa… ‘’’zelfmoord’’’
pleegde.
Als je snapt wat ik wil zeggen.”
Alain dronk zijn
koffie en vertelde verder.
Ik herinner mij een zaak waaraan we werkten. ‘De Zaak Zwachtel’.
Het was een heel vreemde moordzaak die zich afspeelde in een klein dorpje in
het Pajottenland.
Iedereen dacht dat de dader van de moord op de weduwe van een steenrijke maar
zeer controversiële advocaat de man was die hij destijds toestond om in een
caravan op een lap grond achter zijn huis te laten wonen. En die na de moord op
die weduwe ineens spoorloos verdwenen was.
Maar ‘Zwachtel’ was niet de dader.
Hij was een slachtoffer, maar niet van de moordenaar van Tatjana.
Maar de moordenaar van Zwachtel als de moordenares van Tatjana waren allen uit
op hetzelfde.
De erfenis van hun vader.
Nu ja, dat is ook niet waar.
Tatjana werd vermoord uit jaloezie.
De jaloezie van een verwend kreng dat alleen maar aan zichzelf en aan haar
eigen pleziertjes dacht.
1989.
Het was een hete zomer
dat jaar.
De zomer waarin het IJzeren Gordijn viel en Vlaanderen kennismaakte met het
fenomeen Tien Om Te Zien. Die ene zomer waarin iedereen naar de kust wilde
omdat de warmte daar tenminste nog draaglijk was.
Maar terwijl iedereen zich op het strand bevond gebeurde er het één en ander in
Dorrenaken*, een klein dorpje in het Pajottenland. Een kerk, twee
cafés, een frituur op het dorpsplein – waar mensen van heinde en verre op af
kwamen – een bakkerij en een kapelletje ter ere van de Heilige Rita – patrones
van de hopeloze gevallen – meer was er niet.
Aan de rand van het dorp stond een oud herenhuis verscholen tussen het groen. ‘Huize
Rozenrood’ geheten. Dat herenhuis hoorde ooit toe aan de zeer
gerespecteerde notaris Hippoliet Vandewiele. Maar na zijn overlijden in
1969 werd de villa gekocht door de gekende Brusselse strafpleiter Edmond
Hesters.
Edmond Hesters was een zeer gerenommeerde maar ook zeer controversiële
strafpleiter. Zonder schroom ging hij voor de vrijspraak, hoe erg de misdaad
ook was. Hij kreeg een verkrachter vrij die zeker drie minderjarige meisjes
verkrachtte met zware trauma’s tot gevolg en later ook de dader van een
politieke moord. Een Brits anarchist die Zuid-Afrikaans diplomaat op
klaarlichte dag neerkogelde voor zijn appartement in de chique Louisalaan in
Brussel. Dit leidde tot een zwaar politiek incident, maar daar trok Edmond zich
niks van aan. Sindsdien is hij het echt gaan opnemen voor de verschoppelingen
en uitgestotenen. Hij pleitte gratis voor daklozen, illegalen en anderen die
niet de middelen hadden om een dure advocaat te betalen.
Op een dag stond er een caravan achter de weide achter zijn huis. Die weide en
het stuk bos ernaast waren van hem.
In die caravan woonde een ietwat zonderlinge kerel. Een man die in het dorp de
tongen los maakte. Vooral omdat niemand eigenlijk wist wie hij was. Buiten
Edmond en zijn gezin was er niemand die zijn echte naam kende. Iedereen noemde
hem bij zijn bijnaam.
Ze noemden hem
zwachtel.
Het was
hoogzomer.
De boeren waren druk in de weer met het binnenhalen van de oogst en dat maakte
dat er regelmatig tractoren met aanhangwagens vol stro of vol graankorrels door
het dorp dokkerden. De lokale jeugd amuseerde zich in één van de sloten die
door de akkers slingerden en de ouderen zochten verkoeling in Herberg Sint
Gommarus, het enige café in het dorp dat al bestaat sinds 1769. Achter deze
herberg bevond zich ooit een heuse geuzestekerij. Maar die activiteit
werd zo’n vijftig jaar geleden stopgezet. Dit is het Pajottenland weet je wel?
Hier laven de mensen hun dorst met een frisse zurig smakende geuze of kriek.
Herberg Sint Gommarus bevond zich op het dorpsplein aan het begin van kasseiweggetje
dat zich door het dorp naar de akkers erom heen slingerde. Het laatste huis
langs dat oude weggetje was Huize Rozenrood. Dit statige herenhuis werd vele
generaties lang bewoond door Notarissen die elkaar van vader op zoon opvolgde. Maar
de laatste telg van deze familie Notaris Hippoliet Vandewiele stierf kinderloos
waardoor het huis te koop kwam te staan. Het werd 15 jaar geleden gekocht door
de roemruchte advocaat Edmond Hesters.
Edmond was in het dorp de vreemde eend in de bijt. Hij was gescheiden en hertrouwd
met de veel jongere Tatjana Kusters. Een ravissante verschijning die nog
meer dan haar echtgenoot opviel in het dorp. Tatjana was een kunstenares en
terwijl haar echtgenoot aan het werk was in zijn kantoor in het centrum van
Brussel of aan het pleiten in de rechtbank. Vulde zij haar dagen met schilderen
en beeldhouwen. Af en toe hield ze exposities in het herenhuis waar veel volk
op afkwam. De dorpsbewoners zagen het met lede ogen aan en hadden geen hoge pet
op van dat volk uit de stad dat op die exposities afkwam. Ach, eigenlijk waren
het vooral hun auto’s die ze parkeerden waar er maar plaats was die een doorn
in het oog waren van de op hun rust gestelde dorpsbewoners.
Tatjana was in de
tuin bezig. Met veel kracht sloeg ze haar hamer tegen de beitel waarmee ze uit
een stuk marmer een prachtig beeld probeerde te scheppen. Onverstoorbaar was ze.
Tatjana vergat alles en iedereen rond haar en ging helemaal op in haar harde
maar scheppende werk.
Verderop in de tuin was een man de rozen aan het snoeien. Groot, breedgeschouderd.
Hij droeg een ruitjeshemd en een blauwe werkbroek. Hij liep met een ietwat
onhandige en slungelachtige tred waardoor je zou denken dat hij een lichamelijk
of geestelijk gebrek had. Maar niets was minder waar. Hij was heel handig en
vooral een harde werker. De tuin zag er altijd piekfijn en heel proper uit.
Wanneer hij klaar was met het snoeien van de rozen liep hij naar de schuur om
de kruiwagen en een hark te halen. Zijn gezicht was hoekig en verweerd en wat
meteen opviel was de zwachtel aan zijn linkeroog. Hieraan had hij zijn bijnaam
te danken. Zwachtel.
Intussen hield Tatjana op met beeldhouden, vaagde het steengruis op en deponeerde
het in de ijzeren afvalemmer. Dan trok ze haar schort uit, alsook haar T-Shirt,
jeansbroek, BH en slip. Naakt liep ze naar het zwembad achteraan in de tuin dat
afgeschermd was met grote coniferen. Dat gaf haar de gelegenheid om naakt in
het water te plonzen. Wat ze dan ook van plan was. Maar dan zag ze Zwachtel met
zijn kruiwagen en ging voor hem staan.
“Hey lieverd, zet je kruiwagen neer en kom mee met mij. Even plonzen in het
zwembad, beetje afkoelen.”
“Het werk is nog niet klaar Tatjana,” zei Zwachtel terwijl hij met zijn
kruiwagen langs Tatjana passeerde.
“Dat werk loopt niet weg Zwachtel. Kom nou even mee met mij. Even afkoelen in
het zwembad en daarna een lekker drankje. Dat is niet gezond hoor, werken in
deze hitte. Kom, ik wil geen nee horen,” zei Tatjana terwijl ze Zwachtel bij de
hand pakte.
Bij het zwembad
knoopte ze zijn hemd los. “Ik kan eigenlijk niet zo goed zwemmen,” zei
Zwachtel.
“Wat is dat nou voor onzin? Iedereen kan toch zwemmen. Nou ja, toch iedereen
van onze leeftijd. Heb je dat dan nooit geleerd op school?”
“Ik ben eigenlijk nooit naar school geweest,” zei Zwachtel.
“Nee, ga weg joh,” zei Tatjana die eigenlijk uit Nederland kwam. “Hoezo ben je
nooit naar school geweest. Zou ik je echt niet geven hoor. Je bent zo intelligent,
welbespraakt en vooral je leert zo snel.”
“Dat is de reden waarom ik op latere leeftijd alsnog leerde lezen en schrijven,”
zei Zwachtel.
“Dat heeft Edmond mij nog geleerd, voor ik hier kwam wonen.”
“Waar woonde je daarvoor?” vroeg Tatjana.
“Zeg ik niet,” zei Zwachtel terwijl hij zijn hoofd draaide en ongemakkelijk
begon te schuifelen.
Tatjana rukte zijn hemd uit en trok zijn onderlijfje naar omhoog. “Werk even
mee joh, al je kleren uit. Ja, ook je slip. Jij gaat met mij het water in.”
Zwachtel kleurde rood en wilde weglopen. Maar tegelijk kon hij zijn ogen niet weghouden
van de prachtige jonge vrouw die Tatjana was. De jonge echtgenote van de man
die hem uit het slop haalde en een nieuwe kans gaf. De enige die nog in hem
geloofde.
Tuurlijk had hij Tatjana wel vaker naakt gezien, alsook zag hij het jonge lichaam
van Caroline in bikini toen ze nog thuis woonde. Caroline Hesters is de jongste
dochter van Edmond. Ze studeert in Leuven en toen Tatjana bij Edmond introk
verhuisde Caroline naar haar moeder omdat het echt niet boterde tussen Caroline
en Tatjana. Caroline is intussen éénentwintig en dus meerderjarig, dus veel had
Edmond er niet aan te zeggen.
Een maand geleden overleed Edmond na een kort maar heftig ziekbed. Vlak voor
zijn overlijden maakte hij een testament op waarin hij het huis aan Tatjana
overliet. Op voorwaarde dat Zwachtel in de caravan mocht blijven wonen. Voor
Tatjana was dat geen enkel probleem want ze kon goed opschieten met Zwachtel. Iets
te goed volgens de dorpsbewoners.
Naakt stond
Zwachtel voor Caroline. “Jij bent eigenlijk een knappe man weet je dat?” zei
Caroline.
“Welnee, ik ben een rare,” zei Zwachtel. “Ik ben alleen goed om in de tuin te
werken, verder deug ik nergens voor.”
“Dat wil ik nooit meer horen Zwachtel” zei Tatjana. Jij hebt je talenten en
hier onder dat ruwe uiterlijk, zit een hart van puur goud.” Bij die woorden
streelde Tatjana Zwachtels behaarde borstkas en gaf ze hem een zacht zoentje op
de mond. “Lieverd,” zei ze terwijl ze haar handen rond zijn nek sloeg.
Dan pakte ze zijn handen. “Kom joh nou gaan we een eindje zwemmen.”
“Mijn zwachtel,” klonk het ineens. Zwachtel liet Tatjana’s handen los en zette
een stap achteruit.
“Ach, die vervang ik dan straks wel lieverd,” zei Tatjana. Kom nou maar.
Weer pakte Tatjana Zwachtel zijn handen vast en leidde hem in het water. Het
was koel maar niet te koud. Toch trok Zwachtel zijn voet terug toen hij het
koele water voelde. “Gewoon langzaam in en uitademen, je kan het best,” zei
Tatjana.
Zwachtel gleed het water in en volgde Tatjana naar het diepere gedeelte. Hij
zwom met onhandige slagen maar het lukte hem wel. “Zie je wel dat je best kan
zwemmen lieverd,” zei ze. “Kom, volg me maar.”
Zwachtel volgde Tatjana en zag haar slanke lichaam door het water glijden. De
zon gooide haar gensters op het opspattende water waardoor haar lichaam nog
mooier en nog sensueler oogde. Aan de rand van het diepe gedeelte wachtte Tatjana
Zwachtel op.
Ze opende haar armen en verplaatste zich toen ze zag dat hij naar links ging om
ook de rand te bereiken. Ze greep hem vast en trok hem dichter. “Zie je wel dat
je het kan,” zei ze terwijl ze hem omhelsde wanneer hij zijn grote handen op de
rand plaatste. Ze sloeg haar benen rond zijn bekken en drukte opnieuw haar
lippen op de zijne. “Kus me,” zei ze. Zwachtel aarzelde en wilde zich terugtrekken,
maar beantwoordde dan toch Tatjana’s kussen vol ingehouden passie. Haar onderlijf
ging traag heen en weer en ze zorgde ervoor dat zijn penis over haar kutje
gleed. Zwachtel voelde haar schaamhaar prikkelen over zijn eikel, niet meer of
hij kreeg terstond een erectie, eigenlijk had hij dat al vanaf het moment dat
hij de bloedmooie Tatjana naakt zag.
“Duw je pik tussen mijn benen liefste. Ik hunker zo naar een stevige beurt nu.
Nu het kan, nu het eindelijk kan.”
Zwachtel deed wat Tatjana hem vroeg, hij was geen maagd meer en wist hoe de
vork in de steel zat. Dit had hij nooit durven dromen, seks met de ravissante
echtgenote van Meneer Edmond, die erop stond dat hij gewoon Edmond werd
genoemd.
Zwachtel penetreerde Tatjana met krachtige stoten. Tatjana sloeg haar hoofd
achterover en staarde gelukzalig naar de blauwe lucht.”Ooooooooh oooooh
oooow!!! Harder Zwachtel, laat je gaan. Ik ben helemaal de jouwe lekkere vent!
Ooooooh!”
Lang duurde het niet eer hij klaarkwam, maar een potente jonge kerel van
vooraan de dertig had niet veel nodig om opnieuw een knoert van een erectie te
krijgen en al snel mocht Tatjana wederom genieten van die heerlijke dikke pik
tussen haar benen. “Dit is zo onaards,” zuchtte ze voor ze zo heerlijk
klaarkwam.
“Godverdomme! Hebt
ge van uw leven!” hoorden ze ineens roepen.
Een jonge kerel liep langs de rand van het zwembad en keek Tatjana en Zwachtel
met een striemende blik aan. “Godverdomse hoer, zijde gij niet beschaamd! Vaders
lijk is nog niet koud en gij ligt al te rampetampen met die schlemiel! VIEZE
SLET!”
“Wat doe jij hier?” Zei Tatjana terwijl ze zich uit het zwembad hees. “Wil je
wel eens maken dat je uit mijn huis bent? Schaamteloos stuk vreten!”
“Uw huis?” zei Ludwig Hesters, de enige zoon van Edmond. “Dat zal dan niet meer
voor lang zijn. Want ik heb bezwaar ingediend tegen dat testament van vader. En
zoals de zaken er nu voor staan zou ik wel eens gelijk kunnen krijgen. Ik zou
maar al beginnen met je koffers te pakken als ik van jou was.”
“Ach zeikerd, je bluft,” zei Tatjana terwijl ze Ludwig vol diepe minachting
aankeek. “Denk je soms dat ik niet weet dat je op je vader zijn huis uit bent
omdat je je eigen erfenis erdoor hebt gejaagd?
Ga nog wat gokken, of de grote jan uithangen in Knokke. Gadverdammese
praatjesmaker!”
“En gij zijt ook een schaamteloos stuk vreten hé. Is dat jou dank voor alles wat
vader voor je deed. Zijn echtgenote neuken terwijl zijn lijf nog koud is. Ik wil
je hier weg! Echt waar, ik walg van je ziekelijke spast dat ge daar staat! Ik
heb nooit begrepen waarom vader zijn tijd stak in een sukkel zoals jij!”
“Tuurlijk begrijp jij dat niet. Jou vader had iets wat jij niet hebt. MENSELIJKHEID!
En nou opzouten!” zei Tatjana waarna ze de inhoud van de geopende fles
wijn naar Ludwig zijn hoofd keilde. Ziedend van woede verliet hij het huis van
zijn vader en stapte hij in zijn Porsche 911 Cabriolet.








