zaterdag 30 mei 2026

Zomer in zicht.





 Dag lieve mensen.

De maand mei loopt op haar einde en we hebben al een paar warme – lees hete – dagen achter de rug.
Dagen waarop ik de hondjes liever thuislaat overdag, omdat ze het niet teveel last zouden hebben van het warme weer. Dan liever vroeg in de morgen of iets later op de avond. En altijd drinken meenemen als we gaan wandelen.
Als er hitte wordt aangekondigd, of andere weer dat enig risico inhoudt, dan klinkt het altijd van: “oh nee, ze gaan weer paniek zaaien.” En dan komen de klimaatsceptici weer verkondigen dat dit is om de zogenaamde ‘klimaattaksen’ door onze strot te rammen. Of weet ik wat voor andere onzin ze daaraan koppelen.
Ik wil maar zeggen. Die boodschap wordt dan telkens weer verdacht gemaakt. Want vroeger zei de weerman gewoon ‘het is warm weer, geniet ervan’.

Wat mensen vergeten is dat niet alle mensen even goed tegen warm weer kunnen. Dat dit weer voor oudere of zieke mensen nare gevolgen heeft en zelfs fataal kan zijn. In 2003 stierven in Frankrijk heel veel mensen in woonzorgcentra ten gevolge van een langdurige hittegolf. Dit wekte heel veel maatschappelijke verontwaardiging op en mensen vroegen zich af waarom men zo slecht zorgt voor de meest kwetsbare mensen onder ons?
Sindsdien heeft men ook in ons land ‘hitteplannen’ en andere maatregelen uitgewerkt en raad men mensen bij zeer warm weer aan om voldoende te drinken. Iets wat gewoon niet meer dan terecht is.
Bovendien vergeten velen dat er ook nog mensen zijn die in die hitte moeten werken. Ja ook in een weekend, ja ook in de vakantie.
Ja, hier schreef ik al eens eerder over. En ik ben dan ook zo vrij om dit vorige schrijfsel nog eens in de verf te zetten.


Zomerdromen aan een ongerept
Zomerstrand. 



Zomerdromen.
De zomer komt er weer aan, en ja dat verheugt ons allen.
Lange dagen, korte nachten, zonneschijn, warme temperaturen. Zwemmen, zonnebaden, barbecueën, strandravotten, pootje baden, naar de zonsondergang kijken, vallende sterren tellen. De zomer kan eigenlijk nooit lang genoeg duren.
Iedereen kan zonder veel moeite een liedje mee neuriën dat gaat over zomer, zonneschijn of strandvreugde. Dit in het Nederlands, het Engels, het Frans of zelfs in het Spaans. Vamos a la playa, iemand?
Haha grapje, dat liedje ging over de gevolgen van een kernoorlog.
Ja, stel je voor dat Poetin het in zijn weke hersens krijgt om net in de vakantie een Russische kernbom op ons af te sturen. Ach nee, daar mag je niet aan denken. Deze blog gaat niet over geopolitieke kwesties, en ik kan alleen maar hopen dat het gezond verstand zegeviert, en dat we vooral snel een Amerikaanse president krijgen die de waarden van het
humanisme tot de zijne maakt.

Ja, soms maak ik van mijn blog een lang aaneenschakeling van mijmeringen. Maar intussen werk ik ook verder aan wat verhalen hoor. Want ik weet dat er lezers zijn die daar wel op wachten.
Maar ik werk gestaag en let op details en ik lees alles goed na en pas aan waar nodig voor ik een verhaal definitief publiceer. Intussen plaats ik wat van mijn gedachtenspinsels en hersenkronkels. Of was het omgekeerd?
Ach, niet van belang.

Over mijn vorige artikel.
Nog even een woordje over mijn vorige blogartikel.
Dit was zeker niet bedoeld om te provoceren en het is nooit mijn bedoeling om ‘iedereen over dezelfde kam te scheren’. Maar ik stel vast dat de lijn tussen dingen aankaarten en je ongenoegen over iets uitspreken enerzijds, en mensen over de kam scheren anderzijds… Heel dun is.
Ik zette voor mijn deel dat begon met ‘Ik ben geen racist… MAAR!’ met voorbedachten rade een cartoon die de draak steekt met mensen die dit ene zinnetje te pas en te onpas uitspreken. Dit was een beetje om het serieus van mijn betoog wat weg te nemen.
Want de hele week lang werd ik op sociale media – vooral Facebook – geconfronteerd met filmpjes van rel schoppende allochtonen in Oostende, Zandvoort en in Groot-Brittannië, doorspekt met polariserende commentaren van diegene die ze posten, maar ook van diegenen die erop reageren.
En het leven heeft mij geleerd dat te veel en te lang aandacht besteden aan dat soort fenomenen en vooral teveel van die filmpjes bekijken en blijven bekijken. Dat dat je vervreemd van de werkelijkheid. Je gaat denken dat er achter elke straathoek, in elke bus of tram en op elk strand hordes relschoppers rondlopen.
Je verliest je vertrouwen in de mensheid als je te veel en te lang blijft rondhangen in ‘het konijnenhol’ dat sociale media tegenwoordig is. En je verliest je grip op de realiteit.



Daarom!
De zomer is in aantocht. Leg weg die smartphone en kom naar buiten. Deel geen foto’s, maar momenten en leer herinneringen in je hoofd en je hart bewaren in plaats van in de fotobestanden van je smartphone.
Praat met mensen!
Praat met die meneer of mevrouw aan het tafeltje naast je op een zonnig terrasje. Zeg eens goeiedag aan je buurman of vrouw. Vraag aan de dame achter de toog van je warme bakker op zondag hoe het met haar gaat?
WEES MENS ONDER DE MENSEN!

De wereld is helemaal niet zo slecht als we denken, en de meeste mensen zijn dat eigenlijk ook niet.
Naïef?
Misschien. Maar dat kan me niet verrotten.
Met een beetje mensenkennis kan je zo wel inschatten of een mens OK is, of niet?
Ik weet in alle geval dat mensen die graag hondjes zien vaak heel sociale mensen zijn. Tenminste toch die mensen die ik aanspreek wanneer ze mijn kleine lievelingen even willen aanhalen. En zo kom ik elke dag mensen tegen. Of mensen  die op zijn minst even omkijken als ze die twee kleine pluisjes zien voorbij lopen. Hey, zelfs moslima’s met hoofddoek kijken vertederd om als ze mijn dames op straat zien paraderen. En dat verbaasd mij. Want hey! Verkondigen al die roeptoeters (toet! Toet! TOET!) niet dat moslims notoire hondenhaters zijn die er plezier in scheppen om de aangelijnde honden van ‘khuffars’ verrot te schoppen?
Ja, er zullen vast wel gevallen bekend staan van rotzakken met een islamitische achtergrond die er plezier in scheppen om argeloze mensen aan te vallen tijdens hun avondwandeling met hun trouwe viervoeter. Nee, ik ben daar niet blind voor.
Maar ik zie ook wat ik zie hoor. Ik zie het aan de mensen hun reacties en hun manier van kijken en glimlachen dat ze vertederd zijn door de aanblik van mijn kleine hondjes. En ik zou liegen als ik moest zeggen dat het mij niets doet.
Ik vergeet nooit die aanblik van die meneer met zijn norse blik naar beneden gericht. Celientje – toen nog een puppy – huppelde langs hem voorbij en wat zag ik? Er verscheen prompt een glimlach op die mens zijn lippen.
Dat is toch heerlijk. Dat zo’n klein huppelend woelwatertje een mens zijn dag goed kan maken, gewoon door te zijn wat ze is. EEN HUPPELEND WOELWATERTJE.

Het 'Huppelend Woelwatertje'. 
Hier was ze wel een beetje moe. 




maandag 25 mei 2026

En nog maar eens die A... Ambrasmakers.




En ja hoor, het was weer zo ver.
Een stel heethoofden kon zich weer niet inhouden en moesten nog eens tonen wat ze echt zijn.
RESPECTLOZE AMBRASMAKERS!
Ditmaal was de plaats des onheil de kusttram in De Haan. Maar het had evengoed in een trein, een openluchtzwembad, een supermarkt, een café of gewoon op straat kunnen zijn.
Maar ditmaal was het dus een kusttram. Een vorm van openbaar vervoer waar ik ook gebruik van maak.
Ik ben op het openbaar vervoer gelukkig van dergelijke vormen van geweld bespaard gebleven, maar geef toe. Je hoort en lees het alle dagen hé.
Groepjes ‘jongeren’ – van het soort dat alleen maar sterk is MET VELEN – maakt ambras, intimideert mensen die gewoon eens willen genieten van een dagje strand of openluchtzwembad. Of die pendelen naar of van hun werk.
En dan worden die mensen ongevraagd geconfronteerd met taferelen van onbeheerste woede, haantjesgedrag en platvloers egoïsme van een stel onbehouwen respectloze schoelies met een veel te kort lontje!

En ja het moet worden gezegd!
De meeste van die gasten zijn van allochtone origine.
Door de verslaggevers van de media meestal benoemd als ‘jongeren’.
Iedereen weet welk slag volk het is, en je kan ze er zo uithalen als je het openbaar vervoer neemt, naar een openluchtzwembad of zwemdomein gaat. Of gewoon als je je op straat begeeft.
Vaak in groep, heel luidruchtig, heel respectloos naar vrouwen en meisjes toe en eigenlijk-feitelijk hebben ze gewoon… VOOR NIEMAND RESPECT!



Ik ben geen racist… MAAR!
Ik weet het we. Als dit zinnetje valt in een gesprek, dan mag je je aan de goorste racistische onzin verwachten. Maar toch ga ik het volgende deel van dit artikel met dit zinnetje beginnen.
Want ik ben ook geen racist. Want als dat zo was dan zou ik nooit zo harmonieus hebben kunnen samenwerken met de vele collega’s van allochtone origine waarmee ik destijds in de keuken of aan de afwas stond.
Ook nu zijn de meeste van mijn collega’s in Zorgverblijf Ter Duinen van Afghaanse origine. En ja dat zijn heel toffe jonge mannen. Zeer respectvol ook. En ook heel harde werkers.
Je kan ze in niets vergelijken met het schorremorrie dat je in de late avonduren op straat ziet rondhangen, Er zit daar echt wel een wereld van verschil tussen. Laat hierover geen misverstanden bestaan.

Wat mij betreft worden die onruststokers heel zwaar gestraft. Zijn ze hier niet geboren? Stuur ze gewon terug vanwaar ze komen. JA! MET HEEL HUN FAMILIE ERBIJ!
Sla al hun eigendommen aan en zelfs de laatste centen in hun zakken zouden ze moeten afgeven.
En dat zou men telkens weer opnieuw moeten doen wanneer er zo’n incident als in De Haan plaatsgrijpt! Alleen dan zullen dat soort schoelies zich twee keer bedenken voor ze nog eens het varken uithangen.

Hard?
Ja, het is hard. En ik weet ook dat het zo goed als onmogelijk is om wat ik hier schrijf in de praktijk te brengen. Want de landen van West-Europa hebben zich in naam van de mensenrechten laten gijzelen door allerlei verdragen die ervoor gezorgd hebben dat dergelijk uitschot alleen nog rechten heeft, maar dat je niet meer mag spreken over HUN PLICHTEN!

Politiemensen staan machteloos tegen dat soort gasten. Want één verkeerd woord en zowel het gerecht als hun eigen oversten staan klaar om ze streng te sanctioneren. Dus kiezen veel politiemensen eieren voor hun geld en laten ze de boel escaleren of laten ze zich gebruiken als boksbal.
En intussen is de man in de straat kwaad. EN TERECHT!
Want terwijl hij op de bon wordt geslingerd omdat hij een paar kilometers te hard rijdt, gaat zo’n schorem alweer vrijuit nog voor het proces verbaal is opgemaakt en vaak hebben zo’n gasten een hele waslijst van geweldmisdrijven en slagen en verwondingen op hun strafregister staan.
Werd je fiets gestolen? Of werd er ingebroken in je auto? Vaak blijft het bij het opmaken van een proces verbaal want de daders zullen vast niet gevonden worden. Overlast op straat of in het park. Vaak gebeurt er weinig meer dan een patrouille die langsrijdt en vraagt of het wat rustiger kan, waarna die gasten gewoon verdergaan en de wegrijdende agenten gewoon uitlachen.
Want er wordt niets tegen hen ondernomen en dat maakt dat zij zich onaantastbaar gaan wanen.


Duidelijk genoeg?


Verbloemen en vergoelijken.
Maar eigenlijk is het niet dat uitschot dat mij kwaad maakt.
Nee. Waar ik het moeilijk mee heb dat zijn die mensen die dergelijk wangedrag altijd maar moeten lopen vergoelijken. Die altijd klaarstaan om dergelijke gebeurtenissen met de mantel der liefde te moeten gaan bedekken. Die gasten die om begrip vragen.
Want die gasten hebben het zo moeilijk meneer. Ze hebben weinig om handen en er wordt in de voorsteden waar ze opgroeien weinig ondernomen om zo’n gasten bezig te houden.
Men vraagt altijd maar om begrip. En men moet de dingen altijd maar verbloemen. Alsof het om kattenkwaad gaat. Om deugnietenstreken zoals belleke-trek doen of met stinkbommetjes gooien. Maar vaak gaat het om slagen en verwondingen en niet zelden met werkonbekwaamheid tot gevolg. Vaak gaat dit gepaard met ernstige trauma’s en zelfs met blijvende letsels.
En het zorgt voor een alsmaar groter onveiligheidsgevoel en voor onrust onder de mensen.

Daarom…
Neem de bezorgdheden van de mensen eens  serieus en treed nu eens eindelijk hard op tegen dat schorremorrie dat onze trams, bussen, treinen, zwembaden, waterplassen en straten onveilig maakt. Toon eens wie er hier de baas is. En nee, dat is niet het luidruchtige en asociale schorremorrie.
Hoe graag ze dat ook zouden willen!

Zo, dat moest er even uit.

woensdag 13 mei 2026

Uit mijn dagboek: 13 mei 2026





Dag lieve mensen.
Vandaag genoot ik van een speciaal biertje genaamd Zeevonk. 
Dat is een bier op smaak gebracht met zeewier. Het Seaking bier dat ze ook in De Smoefeloare - de bistro die mijn zus en schoonbroer uitbaten - serveren is ook met zeewier op smaak gebracht.

Dat vind ik zo plezant aan ons landje. Zijn vele speciale bieren met speciale smaken. De Duitsers hebben het ‘reinheitsgebot’ en dat is hun volste recht om daaraan vast te houden. Het draagt naar mijn bescheiden mening bij aan die heerlijk ruime diversiteit die er is op vlak van bieren. De Engelsen en Ieren hebben hun zware ‘stouts’, wij hebben onze rijke bieren met fruit en andere smaken en natuurlijk ook onze abdijbieren, onze ‘Speciale Belges’ en niet te vergeten onze Geuze en Lambiekbieren die hun fermentatie te danken hebben aan zogenaamde ‘wilde gisten’.

Artisanale bieren of in het Engels ‘Craft Beers’ zijn in. En brouwers die zo’n bier op de markt willen brengen kijken dan al snel naar onze eigen Belgische brouwtraditie. Ze hebben door dat als je een stevig artisanaal bier wil brouwen, dat je dan in de leer moet gaan bij ons. De Belgen.
In Amerika wek je als brouwer pas echt de interesse van het grote publiek als je een ‘Belgian Ale’ gaat brouwen. En er zijn al heel wat brouwers die één of meerdere Belgian Ales op de markt hebben gebracht en dit met groot succes.

De Fransen en Italianen hebben hun wijn, de Tsjechen zijn de uitvinders van het pilsbier, de Schotten hebben hun whisky en in Oost-Europa is wodka de shit. Maar wij hebben onze speciale bieren en daar mogen we echt wel wat fierder op zijn dan we nu al zijn. Want onze bieren overtreffen zelfs de zwaardere Engelse bieren wat smaak en body betreft.

La Chouffe.
Ook dat is één van mijn favoriete bieren.


Ik ben een bierliefhebber en daar kom ik dan ook voor uit.
Ofschoon ik mezelf met steeds grotere regelmaat opleg om mijn alcoholgebruik te beperken. Schenk ik mijzelf graag een heerlijk Belgisch biertje in.
Het duurde tot na mijn dertigste eer ik echt bier ben gaan lusten. Maar eens ik de smaak te pakken had liet het mij niet meer los. En dat geldt echt wel voor onze heerlijke speciale biertjes die wij in ons land in overvloed hebben.
Ik drink geen bier om dronken te worden, want dan voel ik mij de dag erna en zelfs de avond zelf toch alleen maar slecht. Nee, ik drink bier om ervan te genieten. Ik hou van het ruime smaakpalet en nog het meest van al van het feit dat ik iets drink dat met liefde voor het ambacht en voor het product gemaakt werd.

En dat geldt niet alleen voor bier. Dat geldt voor alles wat ik eet of drink. Ik hou van rijke smaken en van authentieke producten. Ik hou van een bruine boterham met camembert, ik hou van verse zelf gepelde garnaaltjes, ik hou van zelfgemaakte soep waar ik mijn tijd heb in gestoken. Ik hou van een in bloem gewentelde zeetong gebakken in verse boter. Ik hou van een lekker stukje kip met rijst of met frietjes en ja dat mag ook kip aan het spit van de markt zijn. Het kiekenkraam op de markt in Nieuwpoort heeft superlekkere gebraden kip.

En ja, ik weet dat eten niet alleen lekker maar ook gezond moet zijn. Daarom neem ik dan ook regelmatig een royale portie rauwkost die beschikbaar is in de personeelsrefter in het zorgverblijf waar ik werk. En ik verplicht mezelf om voldoende fruit en groenten te eten, want ik weet dat is gezond.

Maar zo af en toe eens zondigen… DAT KAN TOCH ZO ZALIG ZIJN HE!

vrijdag 8 mei 2026

Een bijzondere eeuweling.





Dag lieve mensen.

Weet je? Als kind zag ik graag natuurdocumentaires. Ik herinner mij dat toen ik als kleine jongen op internaat zat er regelmatig een videocassette werd afgespeeld waarop een in het Duits ingesproken natuurdocumentaire stond. Het hoogtepunt van die documentaire voor mij - en voor de andere kleine bengels waarmee ik op internaat zat – was die ene scéne waarin dieren vruchten aten die van een boom vielen waarna ze één voor één stomdronken werden en allerlei dronkenmanscapriolen uithaalden. Om dan de dag erna wakker te worden met schele hoofdpijn. We rolden in de zetel van het lachen bij het zien van die gekke fratsen van die zatte dieren. Later leerde ik dat het een documentaire was van de Zuid Afrikaanse cineast Jamie Uys, die wereldberoemd zou worden met de film The Gods Must Be Crazy.
Als kind was ik eigenlijk altijd al gefascineerd door verre landen en onbekende streken. In oerwouden en wildernissen waar wilde dieren regeerden en waar je als mens maar beter op je tellen kon passen. Ook al werd dit in vroegere tijden nogal vaak vertelt vanuit een antropocentrisch standpunt. De dappere mens die de woeste natuur probeerde te temmen en naar zijn hand te zetten. Gelukkig denken we daar nu anders over en beseffen meer en meer mensen dat we die laatste restjes woeste natuur net moeten koesteren en in ere houden. We leerden dat regenwouden geen verzamelplek is van wilde dieren en woeste stammen maar een onmisbare schakel in het ecosysteem van onze Aarde.
Die fascinatie heeft ertoe geleid dat ik nog altijd stop met zappen als ik een natuurdocumentaire tegenkom. Ja, dat interesseert mij meer dan de zoveelste frats van deze of gene BV of andere beroemdheid.
En als je het hebt over natuurdocumentaires dan kan je onmogelijk voorbij de naam van Sir David Attenborough.
Die man was als documentairemaker en eigenlijk ook als TV maker een pionier. Hij heeft al veel documentaireseries en TV programma’s op zijn naam staan en hij weet nog altijd niet van ophouden. En dan moet je weten dat deze goede man vandaag HONDERD JAAR WORDT!




Honderd jaar verandering.
Sir David Attenborough werd geboren op acht mei 1926. Dat is dus honderd jaar geleden. En dat maakt dat hij getuige was van hoe de wereld in sneltempo veranderde. Om u een idee te geven. In 1926 waren we maar met 2 miljard mensen. Intussen is de wereldbevolking al gestegen tot 8,2 miljard mensen. En dat in een tijdpanne van honderd jaar. Dat is echt wel hallucinant. Vooral als je bedenkt dat het tienduizenden jaren duurde om aan die twee miljard mensen te komen. In die honderd jaar zijn meer dan de helft van de bossen verdwenen en zijn vele diersoorten voorgoed uitgestorven.
Allemaal dingen waar Sir David Attenborough als documentairemaker getuigen van was. Hij zal de wereld veranderen, hij zag de biodiversiteit achteruitgaan en hij waarschuwde ons daarvoor.

Honderd jaar worden is voor een mens een hele prestatie. Maar in het licht van de geschiedenis van de Aarde is honderd jaar eigenlijk niets. De mens is maar een voetnoot in de geschiedenis van de planeet. Maar diezelfde mens heeft het aanblik ervan grondig herschapen. En ik ben niet van mening dat dat iets is waar wij trots op moeten zijn. Want als je weet dat Europa oorspronkelijk een zeer bosrijk continent was, maar dat de meeste bossen en wouden werden gekapt toen de mens aan landbouw ging doen en alsmaar meer hout nodig had voor het bouwen van huizen, het maken van schepen en vooral voor het aanleggen van spoorlijnen. Ironisch genoeg zorgde de industriële revolutie er net voor dat er meer bos werd aangeplant. Limburg is een zeer bosrijke provincie, maar de meeste bossen werden aangeplant ten behoeve van de mijnbouw. Men had hout nodig om de mijngangen te stutten en daarom is in de streek rond Genk en Beringen massaal bomen gaan planten, vooral dan snelgroeiende bomen zoals dennen of sparren. De meesten daarvan waren echter uitheems en dat was eigenlijk niet zo gunstig voor de omgeving. Om maar een voorbeeld te geven. 
Ik zou het eigenlijk ook over de vele dieren die sinds ons ontstaan zijn uitgestorven. Daar heeft de mens veel meer de oorzaak van dan men tot nu toe vermoedde.

De invloed van de mens op het ecosysteem is enorm en onze verantwoordelijkheid is dan ook verpletterend. Sir David Attenborough was één van de eersten die ons daarop wees. Hij maakte reportages over de gorilla’s die met uitsterven bedreigd waren. Toen hij in de jaren zeventig voor het eerst naar Rwanda reisde om deze prachtige mensapen op beeld vast te leggen waren er nog maar 200 exemplaren in leven. Nu vijftig jaar later zijn er dat al meer dan 800. Dit toont aan hoe zijn documentaires het bewustzijn van de mensen over het belang van natuurbehoud aanwakkerden.
Weet je? Het Duitse woord voor televisie is fernsehen. Letterlijk vertaald ‘ver kijken’. Televisie doet ons verder kijken dan onze neus lang is. Doet ons beseffen dat onze wereld niet ophoud voorbij onze kerktoren of voorbij onze landsgrenzen. Of tenminste… DAT ZOU HET EIGENLIJK MOETEN DOEN!
En dat had David Attenborough heel goed begrepen. Hij reisde de hele wereld af van poolgebieden over woestijnen tot dichte oerwouden. Tot zelfs de diepzee toe.  En hij toonde ons hoe dieren in het wild leefden, wat iets heel anders is dan een leeuw die in de kooi van een dierentuin rondjes liep te draaien, wat tot pakweg de jaren tachtig standaard was in elke dierentuin. Dat is GELUKKIG nu toch wel veranderd.

Natuurdocumentaires maken is een heel huzarenstuk. Je moet er vooral veel geduld voor hebben, want uiteindelijk is het de maag van de leeuw die beslist wanneer het tijd is om achter die ene gazelle te jagen die hij misschien al de hele dag in het oog heeft. Want wees maar zeker dat leeuwen al heel snel door hebben welk dier er wat zwakjes bijloopt en dus makkelijk te grijpen is. Je moet ook weten waar je welk dier kan vinden en het vergt heel wat kunst om dan ook nog eens alles heel goed in beeld te brengen. Bovendien zijn er nog onverwachte omstandigheden zoals het weer dat omslaat of de veiligheid die in het gedrang komt. Want Afrikaanse of Zuid-Amerikaanse landen staan niet echt bekend om hun politieke stabiliteit.
En toch krijgen ze het telkens weer klaar en altijd weer met een prachtig resultaat.
Dat is voor mij de reden om even te stoppen met zappen als ik weer op zo’n prachtige natuurdocumentaire stoot.



1926-2026.
De wereld zag er heel anders uit in 1926, en er is in die honderd jaar heel wat gebeurd. De Tweede Wereldoorlog, het atoomtijdperk, de woelige jaren zestig, de pionierstijd van de ruimtevaart, de opkomst van computers en het internet, de samenleving die evolueerde naar een consumptiemaatschappij.
Ik wordt er in juli 52 en als ik bijvoorbeeld terugkijk naar mijn tienerjaren eind jaren tachtig, begin jaren negentig. Dan denk ik nu al ‘wat is de wereld toch hard veranderd’. Wat moet dat dan niet zijn voor iemand die geboren werd in een land dat toen gewoon een wereldrijk was. Men noemde ‘The British Empire’ wel eens ‘het rijk waar de zon nooit ondergaat’. Dertig jaar later werden al die landen die ooit onder Britse heerschappij stonden één voor één onafhankelijk.
David Attenborough groeide op in een tijd en land waar de klassenmaatschappij zeer strikt was. Was je vader een arbeider dan was de kans groot dat je later zelf ook arbeider zou worden en dat je je hele loopbaan in een fabriek of op een bouwwerf doorbracht. Werd je geboren in een ‘upper class’ familie dan lag al vast dat je zou trouwen met iemand van uw eigen stand of klasse. Want beide klassen leefden strikt gescheiden van elkaar. Maar David was de zoon van een leraar wat hem al vroeg wereldwijs maakte. Als kind verzamelde hij stenen, mineralen, fossielen en andere objecten uit de natuur en het lag al snel voor de hand dat hij iets in die richting zou studeren, dat werd geologie en dierkunde. Hij begon als redacteur voor een uitgeverij en werkte als redacteur aan handboeken wetenschap voor kinderen. Tot hij in 1950 besloot om te solliciteren bij de BBC waar hij zijn hele verdere carrière zou blijven werken.

Het is onmogelijk om hier alle documentaires op te noemen die hij heeft gemaakt. Die vind je terug op Wikipedia en op IMDB (Internet Movie DataBase). Dat laatste is een zeer interessante site voor films en aanverwanten. Geen film die ooit werd uitgebracht of je vindt hem daar terug.
En natuurlijk kan je zijn documentaires terugvinden op Youtube, moet je echt wel eens doen.
De man spreekt altijd op rustige toon en legt de dingen zeer helder en eenvoudig uit. En dat is ook handig voor wie de Engelse taal niet goed machtig is.
Anyway, ik hoor hem wel graag praten in dat gezapige Oxford English. Eigenlijk hoor ik dat sowieso heel graag. Ja ik beken, ik ben toch wel een beetje een anglofiel. Ik vind Engeland, nu ja zeg maar gerust Het Verenigd Koninkrijk een heel fascinerend land. Ik ging er voor het eerst naartoe op schoolreis, met de veerboot Prins Albert en de tweede keer met de toen nog fonkelnieuwe Prins Filip. Vanuit Oostende naar Dover waar we de eerste keer naartoe gingen. Later werd het Canterbury, een oud en authentiek Engels stadje met als belangrijkste bezienswaardigheid de imposante kathedraal. Toch zeker tot eind jaren negentig was Het Verenigd Koninkrijk nog echt wel een andere wereld. De rode telefooncellen en dubbeldekkers, de zwarte taxi’s, de Bobby’s met hun typische hoofddeksels en zeker in die tijd de auto’s die je op het continent maar zelden zag. De Triumph, de Morris Marina, de Lotus, de Jaguar, de Austin-Martin (James Bond iemand?).
En natuurlijk is er de British Comedy, and i shall tell this only once!

Anyway: Happy 100th Birthday Sir David Attenborough.

 

zaterdag 2 mei 2026

Uit mijn dagboek: 1 mei 2026




Dag lieve mensen.
Ik hou op de harde schijf van mijn laptop elke dag een dagboek bij. 
Elke dag leg ik mezelf op om daar iets in te schrijven, ook al is het maar iets heel kort. 
Meestal is dat erg privé en hou ik het voor mezelf. Het zijn vooral nota's aan mezelf over zaken die mij die dag overkomen zijn. Som is het ook de aanzet tot wat wel eens een goed verhaal zou kunnen zijn. 
Over verhalen gesproken, ik heb en weer een paar voorbereid en die zullen binnenkort hier verschijnen. Voor diegenen die deze volgen, nog even geduld. 
Maar vandaag dus een stukje dat ik daarnet nog in mijn dagboek schreef. Het is eigenlijk een reeks van overpeinzingen waarvan ik dacht, dit kan je wel delen met de wereld Miguel.

Het was vandaag dus 1 mei. Feest Van De Arbeid.

Maar voor mij gewoon een vrije dag, niets meer.
File naar de kust. Ach, ze doen maar. Het is hun stress en niet de mijne.
Wat drijft de mensen toch eigenlijk om op een zonnige dag als deze massaal in de file te gaan staan en dan nog uren naar parking te zoeken. Om in een vol restaurant veel te lang moeten wachten op een portie eten waar je veel te veel geld voor betaalt en waar het lawaaierig is. Om op een vol strand te liggen tussen vele anderen. Om van het openbaar vervoer nog maar te zwijgen. Zo’n overvolle tram, je mag het hebben. Echt wel.

Maar goed, ze doen maar. Ik leef liever op het gemak. In de middag even mijn ogen gesloten en wat binaural beats opgezet. Even de wereld vergeten onder mijn fleecedekentje. Ja, ik heb genoten van het mooie weer. Gaan wandelen met de hondjes weet je wel. En dan na de middagwandeling een aperitiefje, wat eten klaarmaken, biefstuk met ovenfrietjes en asperges en voor mij dat bakje champignons dat op moest. En voor de hondjes kippenlevertjes, en dat ze ervan smulden die kleine lieverdjes. 

Cecieleke achter mijn kussens.
Het schatje. 


Ach, ge ziet dat toch graag hé, die lieve kleine keesjes.
Vanmorgen was het eerste wat ik zag, klein Cecieleke die achter mijn kussen lag en mij zo lief aankeek. Wat is dat toch een klein schattig hondje, en wat geeft ze mij toch altijd veel vriendschap en welgemeende liefde. Ik ben haar God dat voel ik zo keihard aan. Ze kijkt me met een blik vol genegenheid en vooral VERTROUWEN aan en ik weet nog goed hoe ze er verloren bijliep toen ik in het ziekenhuis lag. Het kleine schatje. En wat was ze blij toen ik terug thuiskwam, gisteren alweer twee jaar geleden. “Joepie! Baasje is thuis,” ik zette het dan ook zo op Facebook.

Ik probeer zoveel mogelijk te schrijven, ook al zijn het dagboekberichtjes of stukken over het stoïcisme, een concept uit de klassieke oudheid dat ik probeer te doorgronden en waar dingen inzitten die ik wel interessant vind voor het leven van een 51 jarige arbeider die in een appartementje op krediet leeft met een schat van een vrouw en twee kleine keeshondjes.
Het is wat men noemt een ‘praktische filosofie’, dat wil zeggen dat het geen stoffige materie is maar dat het zaken bevat die voor elkeen, arm of rijk, arbeider, bediende of zelfstandige  vrije mens of slaaf een leidraad kan zijn. Wist je trouwens dat één van de bekendste stoïcijnen een geboren slaaf was die vrijgekocht werd en nadien een eigen filosofieschool stichtte? Zijn naam was Epictetus.
Stoïcisme draait om evenwicht, controle en vooral om onderscheid maken.
Onderscheid tussen zaken waar je invloed op hebt en zaken waar je geen invloed op hebt.
Die zaken waar je geen invloed op hebt zijn tegenslag, je economische situatie, je gezondheid, kritiek van anderen, roddels en kwaadsprekerij of zelfs het weer.
Die zaken waar je wel invloed op hebt dat is hoe je daarop reageert. Het doel is om die zaken waar je niets aan kan veranderen te aanvaarden en vooral om ERUIT TE LEREN!

Eigenlijk is het veel uitgebreider dan dat, en misschien moet ik het er in een volgend artikel – of reeks artikelen – over hebben. Wat denken jullie?
Want dat is toch leerzaam, of niet soms.
Ik ben meer en meer van mening dat we hier zijn om te leren. Niet om rijkdom te vergaderen – en al zeker niet ten koste van anderen – of om status te verwerven. Maar om te leren.
Je schoonheid vervaagd en je fysieke conditie gaat achteruit. Maar wijsheid blijft, tenminste zolang je cognitief niet achteruit gaat natuurlijk. Door dementie of Alzheimer bijvoorbeeld.
Maar feit is wel dat we tot op hoge leeftijd kunnen bijleren, dus waarom zouden we dat niet doen ook?
Door blij te leren zal je ook niet zo snel verstarren, want dat is echt wel het laatste wat ik wil. Dat ik een verstarde oude mens zou worden die niet meer mee is met zijn tijd en zo beetje bij beetje van de wereld vervreemd. Spaar me alstublieft daarvan.

Maar goed, dit was dus even ene kort intermezzo. Een stukje uit dat ik in mijn dagboek geschreven heb. En ik ga dat vaker doen, want ik denk niet maar ik weet zeker. Dat dit een goede manier is om regelmatiger in mijn blog te schrijven.