donderdag 16 juli 2026

Berouw na de zonde (slot).







Zes maanden later.

Er klonk klokkengelui en Tamara en Dieter liepen arm in arm naar het altaar.
Om er hun huwelijksbelofte te vernieuwen.
Tamara droeg een wit kleed. Geen trouwkleed, maar wel een mooi en elegant wit kleed.
En Dieter droeg een blauw maatpak. Zijn haren gekamd en zeker tien kilo lichter. Hij liep kaarsrecht, borst vooruit, schouders achteruit en zijn buik ingetrokken. En hij keek zelfverzekerd voor zich uit terwijl hij met elegante en zelfverzekerd naar het altaar stapte met Tamara aan zijn arm.
Dan gingen ze knielen voor het altaar en begon de korte en ingetogen kerkdienst waar Tamara en Dieter hun beloften vernieuwden.
“Zult gij Tamara eren, beschermen en trouw blijven tot de dood?” vroeg de priester.
“JA! DAT ZAL IK!” zei Dieter met luide en zelfverzekerde stem. Terwijl pakte hij haar hand vast.
“Dan verklaar ik jullie opnieuw man en vrouw. En u mag de bruid kussen,” prak de priester.
Dieter drukte zijn lippen op die van Tamara. Er volgde een lange tedere kus. Onder luid applaus.
Na die kus keek Dieter Tamara in de ogen. Zijn hart bonsde en zijn handen trilden wanneer hij zacht over haar rug wreef.
Hij was er nog lang niet. Het vertrouwen dat Tamara in hem had is nog altijd niet terug en Dieter wist dat het waarschijnlijk nooit meer terug zou komen. Maar ze gaf hem een nieuwe kans. Omdat ze van hem hield. en omdat ze niet wilde dat hun kinderen in een gebroken gezin zouden opgroeien. Maar dat geschonden vertrouwen dat zat diep. Heel diep.
En Dieter besefte dat.
Hij besefte dat hij een zeer zware fout heeft gemaakt.
Die gonorroe was gelukkig snel genezen en de complicaties bleven uit. Maar het idee dat ze ziek werd enkel en alleen omdat haar man besmet werd na seks met een wildvreemde vrouw. Dat hakte er enorm diep bij haar in.

Toen Dieter die ochtend na de gebeurtenissen in het atelier van zijn broer thuiskwam en Tamara op zijn blote knieën om vergiffenis smeekte. Wist hij dat dat niet genoeg was.
Hij voelde meteen aan haar reactie hoezeer hij het vertrouwen die Tamara in hem had heeft geschaad. En dat ze niet alleen door dat overspel uit elkaar waren gegroeid. Maar dat er veel meer aan de hand was.
Ja Dieter leefde alleen voor zichzelf en voor zijn pleziertjes. Hij zag het leven veel te veel langs de jolige kant en liet de dagelijkse beslommeringen veel te veel aan Tamara over. En als ze iets vroeg was het altijd van ‘ik zal het morgen wel doen zoetje’. Maar morgen… KOMT NOOIT!
Elke dag opnieuw moest Tamara zijn rotzooi opruimen en draaide ze alleen op voor het huishouden
Eigenlijk was Tamara gewoon getrouwd met een groot kind!
Toen dat tot Dieter doordrong nam hij een besluit. Hij ging op retraite in een abdij en hij had een lang gesprek met één van de monniken. Hij vertelde openhartig over wat er die dag op het strand gebeurde en over de nasleep ervan en over hoe hij is gaan beseffen hoe hij alleen maar leefde voor zichzelf. Geen doel, geen principes, geen ambitie. Niks. Alleen leven van de ene dag op de anderen, jagend naar plezier en genot.
“Mijn zoon,” zei de oudere monnik met grijzende slapen en bril met fijne montuur.
“Ooit was ik net zoals jij.
Ik had een mooie positie als hoofd boekhouding bij de FOD-Economie. Ik verdiende goed plus de nodige extra’s die bij de job hoorden. Ik kwam niks tekort en met een royaal inkomen als het mijne kon ik mijn gezin ruimschoots onderhouden en nog wat aan de kant zetten.
Maar dat deed ik niet.
Want ik kon de sleur van het saaie gezinsleven niet aan en ik hoorde liever niet het geweeklaag van mijn toenmalig echtgenote aan. Daarom zocht ik na de werkuren vertier in de stad. Ik versleet vele uren in kroegen, goktenten en bordelen. Ik dronk whisky puur zonder ijs, cognac, wodka en rum en ik dronk het in sloten. Ik was de gulle spendeerder en ik trok daarmee jonge begeerlijke vrouwen aan. En God weet dat ik met die vrouwen zeer zondige dingen gedaan heb.
Ik zoop, gokte en bedacht die vrouwen met dure cadeaus. Ik zocht vertier in bordelen en andere oorden van verderf en ik spendeerde vele honderdduizenden franken aan het hoge spel en de lage vrouwen.
Tot de dag kwam dat ik thuis kwam en alle meubelen waren weg. De TV, het keukenmateriaal, het speelgoed en het studiemateriaal van onze kinderen. Het was allemaal weg.
Aangeslagen door de deurwaarder.
De reden, de vele schulden die ik had gemaakt en het verzaken van het betalen van de rekeningen.
Mijn echtgenote zette mij op straat.
Mijn familie liet mij vallen en mijn vrienden wilden niets meer met mij te maken hebben.
En in de lage liederlijke milieus waar ik mij ophield was ik ook niet meer welkom, want ik was en armoezaaier.
Ik was dakloos, thuisloos. Ik zwierf door de stad en verzeilde in de marginaliteit. Ik bedelde ven sjacherde om te overleven, maar wat ik verdiende gaf ik uit aan drank. Het vele zuipen had mij afhankelijk gemaakt van de alcohol, ik was een alcoholist. Een drankverslaafde.”

De oude monnik nam zijn bril af en legde deze op tafel.
“Op een dag klopte ik aan bij een christelijke liefdadigheidsorganisatie. Berooid, hongerig en op zoek naar een warme schuilplaats. Ik werd opgevangen door een vrijwilliger, een oudere man. Die ontfermde zich over mij. Hij hield me gezelschap terwijl ik een bord soep had en ik deed hem mijn verhaal.
Ik voelde dat hij luisterde zonder te oordelen en dat moedigde aan om mijn verhaal te vertellen. Ik vertelde in alle eerlijkheid over mijn schuldgevoelens. Over hoe het aan mij vrat dat door mijn egoïsme en mijn drang naar zonde en lust mijn beide zoons zonder schoolgerief zaten en ze hun geliefkoosde muziek en films kwijt waren, alsook het speelgoed waarmee zij in hun kinderjaren speelden.
Ik noemde mezelf een mislukkeling en ik huilde omdat ik verteerd was door schuldgevoelens.
De vrijwilliger sprak. “Je kan het verleden niet meer ongedaan maken jongen. Maar je kan wel je leven omgooien. Dan zal je misschien genade vinden bij de here Jezus.
Maar dan moet je wel verzaken aan je zonden en vooral aan je verslavingen. En je zal moeten bereid zijn om een leven van soberheid en nederigheid te leiden.
Ik ging akkoord.
Hij regelde dat ik op retraite kon gaan in deze abdij. Hier vond ik rust en kon ik verzaken aan alles wat mij afleidde van mijn plichten als vader en als mens.
En dan vroeg Vader Abt of ik niet wilde intreden, want ze konden in de abdij wel wat vers bloed gebruiken. Ik zei ja. Ik legde de gelofte van gehoorzaamheid en armoede af en sindsdien sta ik in voor het onthaal van de gasten en leid ik de retraite in goede banen. Een werk waar ik heel veel voldoening uithaal. Net zoals ik veel voldoening haal uit het gebed en de dagelijkse eucharistie.
Ik weet dat ik geen vergeving zal krijgen van mijn toenmalige echtgenote, noch van mijn beide zoons. Maar ik leef nu in vrede want ik heb vergiffenis gevraagd aan Jezus, die ik eeuwige trouw en gehoorzaamheid aan zijn wetten heb beloofd.
Ik weet niet of je gelovig bent jongen. Maar verzaak aan wat je verslaafd en afhankelijk maakte. Kies voor een leven van soberheid en onthouding. En probeer connectie te maken met het woord van God. Bid tot de here Jezus en de maagd Maria. Zij zullen je troost schenken en kracht geven.
En wees dankbaar dat je echtgenote en je kinderen je nog niet lieten vallen mijn zoon.”

Dieter aanhoorde het verhaal.
Een verhaal dat hem zo bekend voorkwam.
Dat verhaal bracht hem terug naar die ene dag. Die ene dag in de kerstvakantie.
Toen er een deurwaarder aanbelde en hij een bevelschrift onder moeders neus duwde. Een bevelschrift tot hete leeghalen en openbaar verkopen van de volledige inboedel.
Machteloos keken we toe hoe ons huis werd leeggehaald terwijl moeder voor mijn ogen flauwviel.
Vader was er niet.
Vader was gaan werken.
Vader zou vast heel laat thuiskomen zoals altijd.
Maar voor moeder was de maat vol.
Hij moest niet meer thuiskomen.
Ik legde mijn hand op de magere hand van de monnik en keek hem aan.
“Vader,” zei ik.
“Ik vergeef je.
En als ik aan Peter je verhaal vertel en hem zeg dat je hier in dit klooster bent ingetreden.
Ik weet zeker vader… DAT HIJ JE OOK ZAL VERGEVEN!”
De monnik verbleekte en keek Dieter recht in de ogen.
Hij legde zijn magere hand op mijn gezicht en stamelde… “Die ter.”
“Ja vader, ik ben het.
Ik ben hier om in het reine te komen met mezelf.
Want ik maakte dezelfde fouten als jij.
Maar Tamara – mijn echtgenote – heeft mij vergeven.
En ik kan dus ook niets anders dan jou vergeven vader.”
De oude monnik begon te schreien.
Dieter ving hem op en wiegde hem zacht in de armen.
“Vader,” zei hij.
“Zoon,” zei de oude monnik.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten