woensdag 31 december 2025

Tussen genieten en opletten.



Dag lieve mensen.

De laatste uren van 2025 zijn geteld. Het is weer oudejaarsavond.
En we weten allemaal wat dat betekent. Gezellig rond een rijkgevulde tafel vol lekkere en vooral calorierijke gerechten. Maar ook met de nodige glazen alcohol: maar let op als je nog de weg op moet. Want er zijn niet alleen de zware controles maar ook de zware gevolgen, zelfs bij materiele schade.
Ooit waren de eindejaarsfeesten iets waar men reikhalzend naar uitkeek. Niet alleen voor de feeërieke sfeer, het versieren van de kerstboom en natuurlijk de cadeautjes. Maar ook het vooruitzicht van het eetfestijn en de ‘speciallekes’ die op tafel werden gezet. Dat waren dan voornamelijk dingen die de rest van het jaar amper aan bod kwamen wegens simpelweg TE DUUR.

En dan dacht men nog niet eens aan kreeft, foie-gras, oesters of champagne. Maar gewoon aan een prachtig traag gebakken en zelf versneden stuk rosbief, varkens of kalfsgebraad, kalkoen, parelhoen of Mechelse koekoek. Met verscheidene warme groentjes en natuurlijk… KROKETTEN!
En ja daar hoort een glaasje wijn bij natuurlijk en als afzakkertje een cognac bij de koffie. Dat was dan die ene fles die in de kast bewaard werd voor speciale gelegenheden.
Maar nu leven we in een tijd waarin elk excuus wel goed is om uitgebreid te tafelen. Er zijn de eindejaarsfeesten, in de zomer de barbecue en op het einde van de week zijn er de aperitief momenten met de collega’s na een drukke werkweek. En op een mooi weekend gaan we naar zee en ook daar wordt er getafeld in één van de vele restaurants en bij mooi weer natuurlijk op een terrasje. Die zitten op mooie zomerdagen dan ook overvol nietwaar.

Maar dan stel je vast dat al dat eten zijn tol begint te eisen. Je buikje wordt ronder en je moet grotere kledingmaten gaan kopen. De dokter maakt zich zorgen over je bloedsuiker en de conditie van je hart en je merkt zelf ook dat je conditie beetje bij beetje achteruit gaat. Want niet alleen is er die gewichtstoename, maar ook het recuperatievermogen dat alsmaar minder wordt. Je wordt sneller kortademig na een heftige inspanning en na het trekken van een sprintje om de bus nog te halen voel je je hart jagen als een op hol geslagen dieseltrein.

En je weet het, het is niet gezond. Je loopt een verhoogd risico op hart en vaatziekten, op kanker, op diabetes type twee en nog veel andere zogenoemde welvaartziekten die je echt niet wil hebben. Omdat ze je het leven kunnen kosten maar ook omdat de impact op je leven en je welzijn zo enorm is dat de schrik je om het hart slaat als de dokter ervoor waarschuwt.
Je weet je zou er dringend iets moeten aan gaan doen, maar…
HET IS ZO VERREKT MOEILIJK HE!

Kan je mij altijd een plezier mee doen. 
Kip! 


Eten of vreten?
Vandaag de dag eten we de hele dag door. Van uitgebreid ontbijt tot een zakje chips of wat hapjes voor de TV en alles wat er tussen zit. Tel eens op hoeveel reclame op TV over eten gaat? Koks hebben dezelfde status als modellen en rocksterren en hebben tegenwoordig ook hun eigen TV zender. In de supermarkten liggen alsmaar meer producten waar je vijf jaar geleden amper van hoorde. Wist jij 25 jaar geleden wat kimchi was? Of pesto? Of Quinoia? Guacamole? Of een Poké Bowl? Weet je dat ik pas na het klikken op een link gepost door een Vegan FB-vriendin dat ik wist waar de groepsnaam Black Eyed Peas vandaan kwam? Ja dat is een boon met een zwart puntje. En die bonen bevatten heel veel proteïnen.
En eigenlijk is er weinig excuus om gezond te gaan eten hé. Want het aantal gezonde producten in de rekken van de supermarkt wordt ook alsmaar groter en TV-koks doen alsmaar meer hun best om aandacht te besteden aan gezonde gerechten en producten. En terecht trouwens.

Maar we zien tegenwoordig door de bomen het bos niet meer. En om de zoveel keer hoor je van iets waarvan je heel je leven dacht dat het gezond was dat het toch niet zo goed voor je is.
Ik heb het in mijn blog daar al vaker over gehad en ja dat komt omdat ik eten als een basisbehoefte beschouw. En ja ik ben bezorgd om mijn gezondheid en ik probeer dan ook om mijn gezondheid zoveel mogelijk ter harte te nemen.
Maar ik kan zo hard genieten van een stevige maaltijd van een goed Belgisch biertje, een heerlijk glas wijn. En ja ik kook graag met een aperitiefje erbij. Een gin-tonic of een glaasje porto. Of gewoon een glas rode wijn.
Maar als ik dat te vaak na elkaar doe dan bekruipt het schuldgevoel mij, en dan denk ik: “Miguel, denk toch aan je gezondheid. Wil je nog eens anderhalve maand in de kliniek liggen. Of een verdict horen van de dokter dat nog erger is dan een lekkende hartklep?”
Dan laat ik de alcohol dan ook meerdere dagen na elkaar staan en dan probeer ik ook om ’s avonds na de laatste maaltijd niets meer te eten, en dan liefst tot morgenvroeg. En ja, soms denk ik dat het misschien een goed idee is om ‘intermettent fasting’ te overwegen. Ik heb al meermaals gelezen dat een langere periode niets eten goed is om je bloedsuikerspiegel te laten dalen en om zo het risico op diabetes type 2 te verminderen. Dit komt dat wanneer er geen toevoer is van suiker – wat toch echt in grote getale in onze voeding aanwezig is – meer is, je lichaam zijn vetreserves gaat aanspreken. Dit komt omdat suiker die niet als energie verbrandt wordt in ons lichaamsvet wordt opgeslagen.

Dat zijn dan die dingen die ik overweeg als ik weer eens op de weegschaal sta, of wanneer ik in de spiegel kijk.
Maar tegelijk denk ik: “verdomme, het leven is al zo kort. Morgen kan het in één klap gedaan zijn. Dat is helaas afgelopen jaar en het jaar daarvoor net iets te vaak gebeurd met mensen die ik liefhad. Dan besef je pas echt hoe snel het kan gedaan zijn. En ja het overkomt ook mensen die gezond leefden, op hun voeding letten en voldoende bewogen.

Het symbool van het goede leven.
Het authentieke Belgische frietkot. 


En ja, dan denk ik wel eens: “Weet je wat? Ik schenk mezelf toch dat aperitiefje in of vanavond eten we toch frietjes met een goeie biefstuk en als dessert een lekker vanille ijsje met gesmolten chocolade erover.”
En waarom ook niet? Er is echt geen reden om je schuldig te voelen omdat je eens een pintje drinkt of een grote beker met aardbeienijs eet. Of als je toch ingaat op de uitnodiging voor die ene barbecue waarvan je weet dat je er veel te veel gaat eten en je geen nee zal kunnen zeggen aan het aperitief van het huis en de heerlijke wijn die de gastheer je zal schenken.
Maar hou bij je dagelijkse keuze van wat je op tafel ga zetten gewoon wat meer rekening met de voedingswaarde.
En kies voor zoveel mogelijk groenten in alle kleuren!


Want dat is één van de interessantste dingen over voeding die ik het afgelopen jaar las. Elke kleur in je groenten bevat andere stoffen die goed voor je zijn. Ik ga het er later wel nog eens over hebben, maar nu hou ik het een beetje luchtig in dit artikel dat ik schrijf op de laatste avond van het jaar terwijl de TV op een muziekprogramma op Nederland 3 staat en er hapjes in de over zitten met een glaasje cava.

Want het jaar zit er weer op lieve mensen. En als ik dan toch een goed voornemen moet maken volgend jaar, dan is het dat ik wat meer verhalen op mijn blog ga plaatsen.
Want ik voel gewoon dat we in deze tijden een heel grote nood hebben aan goede verhalen. Verhalen die pakken, die ontroeren, die je soms doen janken, maar die je ook hoop geven en je ervan overtuigt maken dat er nog liefde bestaat in deze wereld. En dat we heel veel kunnen bereiken als we elkaar steunen en voor elkaar opkomen.

Maar bovenal wens ik jullie een heel gezond en vooral GELUKKIG 2026.
Op jullie gezondheid!

Miguel.

maandag 15 december 2025

Een blijk van medeleven.



Ik weet het, erg frequent schrijf ik niet in mijn blog. Maar ik weet dat hij gelezen wordt. Misschien niet door al mijn vrienden, maar er zijn er die het doen en die dan een ‘vind ik leuk’ reactie achterlaten. Net zoals het altijd dezelfde mensen zijn die dat doen als ik een foto plaats van de hondjes of andere zaken post op Facebook.

Maar het liefst zie ik mijn blog in de spotlights staan en eigenlijk zou ik veel meer moeten posten. Maar ja, het is de inspiratie die mij ontbreekt. En als die er is dan zijn er andere zaken die mijn tijd en aandacht opeisen. Zo moet ik tussendoor ook nog een beetje werken om aan de kost te komen hé. Wat geldt voor de meeste mensen onder ons nietwaar?
En ik volg jullie ook op Facebook en andere sociale media (vooral Facebook moet ik toegeven) en zo weet ik ook wel een beetje wat jullie leuk vinden, wat jullie ergert en waar jullie bezorgt om zijn. En dat schept wel een band ja.

Afgelopen week bereikten mij heel treurige berichten over iemand die altijd reageerde als ik een link naar een blogartikel plaatste op Facebook. Iemand waarvan ik zeker wist dat ze mijn blogposts wel degelijk las. Soms gaf ze meerdere ‘vind ik leuk’ reacties na elkaar en dat was voor mij een bewijs dat ze ofwel zocht naar mijn profiel ofwel iets van mij zag passeren en dacht ‘ha eens kijken wat die gast met zijn twee kleine schattige hondjes zoal gepost heeft de laatste tijd’.
Nu las ik dat deze lieve dame in allerijl naar het ziekenhuis werd overgebracht en dat ze in coma lag. Ze had door verstikking ernstige hersenschade opgelopen en die zou blijvend zijn.
Haar familie heeft helaas een vreselijke keuze moeten maken, maar die keuze was dan ook de beste. Want niets is erger dan te moeten verder leven als een plant.

Jullie weten, ik ben een gevoelsmens. Ik heb het nog niet onder woorden gebracht maar dit grijpt mij heel erg aan. Alweer iemand die ik – ook al is het maar virtueel – ken en die deze wereld heeft moeten verlaten. Iemand van wie ik dus wist dat ze mijn berichten op Facebook of mijn blog bekeek en las.
Ik wil hier met dit artikel ook mijn woorden van medeleven overbrengen aan haar nabestaanden. Meer kan ik helaas niet doen dan gewoon even hulde te brengen aan een dame die op haar eigen manier toonde dat ze wat ik postte en schreef waardeerde. En dat was wederzijds, want ik waardeerde ook haar posts en reacties.



Roos.
Bedankt voor je ‘likes’ en je reacties. Bedankt voor je waardering voor wat ik schreef of postte.
Ik heb het je nooit kunnen zeggen maar ik waardeerde het wel.
Ook jij bent nu aan de overkant net zoals zovelen die ik nu moet missen. En elke jaar komen er wel een paar bij, jammer genoeg. En ik weet, ze zeggen dat dit hoort bij het ouder worden en dat je op een bepaald moment vaker aanwezig bent op begrafenissen dan op huwelijken of doopsels, maar toch. Het blijft een wrang gevoel.

Maar tegelijk herinnert dit mij eraan dat ik de mensen die er nog zijn en die nog blijken geven van genegenheid. Dat ik die mensen moet koesteren en dat ik hen veel vaker moet tegen het hart drukken. Ook al is dat maar virtueel. Dat ik veel vaker moet zeggen ‘hey, ik ben blij dat jullie er zijn’.
Dit soort zaken doen wij veel te weinig!
En ja ik beken. Ik ook.
Gewoon eens wat meer zeggen ‘ik zie je graag’. Of ‘bedankt voor alles wat je doet’. Of gewoon ‘ik ben blij dat je mijn berichtje leuk vond’.
Meer moet dat soms echt niet zijn.
Mensen trekken zich daaraan op. Vooral als je dat doet op een moment dat ze het niet verwachten. En dat is wat ik dan ook wat meer ga doen. Gewoon eens zeggen ‘hey! Bedankt voor die ‘like’ of die leuke reactie.
Want we mogen dit soort dingen niet te veel als vanzelfsprekend beschouwen. 'Don’t take it for granted’ zeggen ze dan in het Engels. En dat is ook zo.
Genegenheid, kleine attenties, lieve woorden. Ze zijn niet vanzelfsprekend en dat mogen ze ook nooit worden. Je moet er altijd voor zorgen dat ze gemeend zijn en dat ze uit je hart komen.
Doe het niet ijdel, zorg dat het vanuit je hart komt. Adem vanuit je buik als je zo’n dingen schrijf en denk met genegenheid aan die persoon wanneer je het schrijft of zegt.

In deze wereld van harde woorden en luid uitgesproken meningen is een lieve attentie of een klein woordje van zachtheid meer dan ooit welkom. En dat telt ook voor een blogbericht waarin in eer bewijs aan een lieve dame die ik nog nooit ontmoet heb en wat ook helaas nooit meer zal gebeuren. Woorden van troost, van genegenheid, van koestering, van aanmoediging. Ze kunnen zoveel deugt doen, vooral als je ze onverwacht te horen krijgt en dan nog het meest van al op momenten dat je ze zo hard nodig hebt.
Daarom.
Daarom schrijf ik dit bericht!

donderdag 27 november 2025

Die kleine dingen des levens.





Dag lieve mensen.


Het is eigenlijk weer te lang geleden dat ik nog een blogberichtje schreef. Ja dat vind ik echt, en dat zeg ik jullie dan ook in alle eerlijkheid dat ik er zo over denk.
Temeer omdat ik van deze blog zo’n beetje mijn spreekbuis wil maken. Eigenlijk zou ik veel vaker hier moeten schrijven hoe ik me voel in plaats van op Facebook. Wat vaker kortere teksten posten maar frequenter. Korter op de bal. Teneinde jullie een beetje op de hoogte te houden van wat ik doe of laat.

Alles gaat hier goed met mij, dank u. Evenals met mijn lieve schatje en onze twee pluizige viervoetertjes.
Op één iets na – en dat is waar ik het met jullie over wil hebben – dat is dat ons kleine Celientje een nogal ingrijpende medische ingreep heeft moeten ondergaan.
Vorige maand merkte ik tijdens een speelmomentje op het strand dat Celientje nogal erg mankte. Ze hield haar rechter achterpootje ingetrokken als ze liep en ze liep ook moeizaam. Ze ging tijdens het wandelen ook veel liggen en had meer tijd nodig. We consulteerden de dierenarts en die gaf ons pijnstillers en ontstekingsremmers. Die leken de pijn even te verlichten, maar ze bleef manken en haar pootje intrekken. Daarom raadde de dierenarts aan om contact op te nemen met Anicura Dierenartsencentrum Malpertuus in Destelbergen bij Gent.
We zijn daar al eens geweest omdat in het voorjaar ons Cecieleke pijn leek te hebben aan haar pootje en omdat we nog wisten dat we daar heel goed geholpen werden besloten we om daar opnieuw een afspraak te maken. Daar namen ze foto’s van haar pootje en het verdict was een gescheurd kruisbandje. Operatie was noodzakelijk en omdat we ons lief hondje niet onnodig wilden laten pijn lijden hebben we besloten om deze te laten uitvoeren.

Donderdag dertien november reden we dus in alle vroegte naar Destelbergen om ons klein ‘Lientje’ in goede handen achter te laten. Ze werd aan een grote lijn gelegd en keek maar beteuterd toen ze ons zag weggaan en we ook haar zusje meenamen. Ook Cecieleke wist even niet waar ze het had.
Pas tegen de late middag konden we ons Celientje terug gaan ophalen. Het heenrijden in de ochtend en de terugrit verliepen dus tijdens de spits, en ja als je dicht bij je werk woont vergeet je wel eens hoe druk dat kan zijn. Stel je voor, langs de opritten naar Loppem, Aalter en nog andere plaatsen stonden de auto’s al op de pechstrook aan te schuiven. Waanzin gewoon.
Maar we zijn altijd veilig op onze bestemming geraakt met ons oude Citroën C1’tje. Klein, goedkoop maar het doet wat het moet doen, ons van Punt A naar Punt B brengen. En dat is wat er telt.
Toen we haar gingen ophalen had ze een kraag rond haar nekje. En die heeft ze tot nader order nog altijd om tot de dierenarts er zeker van is dat het wondje genezen is. Ze mag er gewoon niet aan likken, echt niet. Ook moet ze zoveel mogelijk rusten en mag ze niet teveel stappen. In huis wel, maar niet de hele tijd. Zodat alles mooi kan genezen.

Met haar kraagje aan onder haar favoriete tijdelijke plekje.
De Kerstboom.

Nu veertien dagen later loopt ze al stukken soepeler en ze trekt haar pootje al minder vaak in. We laten haar nog veel rusten en wandelen doen we met een buggy die we eens in zeven haasten kochten tijdens onze laatste vakantie in de Ardennen toen ze toen ook ineens leek te manken en we daar eveneens in allerijl op zoek moesten naar een dierenarts. Toen ging het manken na een poosje toch weer over en sindsdien stond die buggy in de kelder. Tot na de operatie dus. En nu loop ik regelmatig door Nieuwpoort met een hondenbuggy met daarin een Celientje met een kraag rond haar nekje. En dan vragen de mensen ‘wat is er gebeurd/wien es ’t er gebeurd té’? En dan moet ik het allemaal nog eens uitleggen. Maar het doet deugt als de mensen zeggen dat we toch zo goed zorgen voor ons hondje. Geen haar op mijn hoofd dat eraan denkt om het anders te doen ook. Het welzijn van mijn lievelingen gaat boven alles. En daar hoort ook mijn lieve schatje bij.

Het bovenstaande schreef ik gisteren. 
Intussen is het na de middag en is onze kleine Celine op controle geweest bij de dierenarts en de kraag mocht eraf. En blij dat ze was dat kleine schatje. Schudden met haar lijfje en overal rondkijken. En vandaag mocht ze gewoon meewandelen zonder buggy, maar voorlopig alleen nog kleine afstandjes. 
Nu ligt ze opnieuw onder de kerstboom, maar ditmaal zonder kraagje. Moeten we niet bang zijn dat ze bij elke beweging een paar kerstballen afrukt. Maar zelf is ze ook opgelucht nu ze weer kan eten, drinken, plassen en vooral rondsnuffelen waar en wanneer ze maar wil als we gaan wandelen.
Maar ook wij zijn opgelucht omdat haar herstel goed vordert. Ze moet wel een paar keer naar de fysio, maar dat nemen we er graag bij. Het welzijn van onze keesjes gaat boven alles.

Ja toch! 

Onze kleine hartendief zonder kraagje. 






maandag 20 oktober 2025

Was het vroeger echt beter?




Dag lieve mensen. 

Het valt me telkens weer opnieuw op. Ik drink mijn ochtendkoffie en scroll wat op mijn telefoon. Ik open Facebook en de groepssuggesties springen mij meteen in het oog. En dan vooral de suggesties voor die zogenaamde nostalgiegroepen. *Naam van stad*zoals het was”, “De tijd van toen,” “Vroeger was het beter,” dat soort zaken.
En dan lees ik de reacties. En die zijn bijna altijd hetzelfde. “Wat was het vroeger toch allemaal beter meneer. Er waren overal mooie en gezellige winkels, toffe cafés, leuke tearooms en andere plaatsen van vertier. Het leven was veel goedkoper. En was overal parkeerplaats en vooral, je mocht nog overal komen met de auto.” Om nog maar te zwijgen van de racistische oprispingen die bovenkomen. “Want het was vroeger toch zoveel leefbaarder en veiliger zonder al die…. Is toch waar hé meneer, zeker meneer.”
Nu ga ik mij in dat laatste niet te druk maken en ik laat de zure oprispingen van dat soort mensen voor wat ze zijn. Maar als ik zo’n dingen lees dan vraag ik me vaak af. Vroeger was het beter…
ECHT?

Kijk, ik vind die foto’s in die groepen best wel leuk om zien. De auto’s van toen, het straatbeeld, de kledij en kapsels die toen in de mode waren. De publiciteitsborden waarin a volonté reclame gemaakt werd voor sigaretten of voor sterke drank. De auto’s die toen een veel grotere variatie van kleuren hadden. De straten die er soms erbarmelijk bij lagen en werven die eerder een rommeltje leken. Wegwijzers die nog in hoofdletters waren opgesteld en gele wegmarkeringen. Tot begin jaren zeventig was dat nog heel gewoon in ons land.
En ja, mensen deden toen nog gewoon. We liepen er nog niet als zombies bij gapend op het scherm van een draagbare telefoon. We betaalden nog contant en als we dringend naar huis wilden bellen was er altijd wel ergens een telefoonhokje. Iedereen geboren na 1995: EEN WAT?


Ewel, dat dus.
Een telefoonhokje/kotteke. 

Ik geef toe. Ik wordt ook niet vrolijk als ik naar het nieuws luister of de website van een krant of van vrtnws.be open. Criminaliteit, mesaanvallen, levensduurte, stress, mentale problemen, zorgen voor later, zorgen voor ons pensioen, zorgen om de toekomst van onze kinderen. Om van de geopolitieke situatie die meer en meer naar conflict en zelfs oorlog neigt nog maar te zwijgen.
In de loop der jaren werden openbare diensten alsmaar meer afgebouwd en wordt er op alles bezuinigt. Alsmaar meer werk met alsmaar minder mensen is zowel in de openbare als in de privé sector de harde realiteit voor wie in loondienst werkt en zelfstandigen krijgen alsmaar meer te maken met alsmaar lastiger en ingewikkelder regeltjes en verordeningen.
Alles gaat digitaal en daar waar je vroeger naar deze of gene instantie belde en je na lang wachten eindelijk iemand aan de lijn kreeg, moet je nu de ‘app’ downloaden of een contactformulier indienen via de website.
Ja, het zijn me tijden meneer. Zeg nu zelf.


Weet je nog? Je kon niet op internet want...
Er was iemand aan het bellen. 



Vroeger was het beter. Zeggen ze.
Weet je nog, toen je een telefoon in huis wilde. Hoe lang het duurde eer je aansluiting geregeld was. Hoe lang je op dat ding moest wachten en wat een gedoe het was om die telefoon dan aan te sluiten. En wilde je nu een telefoon die aan de muur hing of op een tafel stond? Moest het een telefoon zijn met draaischijf of met druktoetsen? Zelfde verhaal was het met kabeltelevisie of wanneer je een probleem had met de elektriciteit of gasaansluiting.
Televisie was een doodsaaie bedoeling, toch zeker in ons land. Als je een leuke TV avond wilde hebben moest je afstemmen op Nederlandse, Franse, Engelse of Duitse zenders, want de toenmalige BRT was boring as hell. BRT 1 dat ging nog, maar wie keek er in godsnaam naar BRT 2? En op de radio was het niet veel beter. Je had de keuze tussen drie radionetten. BRT 1 voor nieuws, actualiteiten en sport met wat kleinkunst of obscure folkriedeltjes erdoor. BRT 2 het latere Radio 2 en er was BRT 3 waar voornamelijk klassieke muziek ten berde werd gebracht met tussendoor ellenlange dialogen over klassieke muziek, literatuur of een of andere tentoonstelling van deze of gene abstracte kunstschilder.
Dit duurde dan tot 1983 tot men besloot een vierde radiozender op te starten voor de Vlamingen in Brussel en voor de jeugd die daar studeerde. Dat werd dan Studio Brussel, een zender die zou evolueren naar een heuse jongerenzender. Een zender die aandacht besteedde aan waar de jeugd destijds belang aan hechte. Een zender waar voornamelijk pop en rockmuziek werd gedraaid en waar men aandacht had voor Belgische artiesten. En intussen werd het fenomeen kabeltelevisie uitgerold en maakten we kennis met nieuwe zenders waaronder MTV. Stel je voor zeg, de hele dag lang videoclips. Geen uurtje in de week op de Nederlandse TV waar je naar programma’s als Toppop of Countdown kon kijken. Nee, de hele dag. Dat was een sensatie.
Kan je je nog voorstellen hoe saai het leven was voor die dingen op TV te zien waren? Weet je nog hoe stiefmoederlijk popmuziek destijds behandeld werd op radio en TV? Nu besteed men zelfs op het journaal aandacht aan Pommelien Thijs of Taylor Swift. Dat was tot zo’n dertig jaar geleden gewoon ondenkbaar. Het nieuws dat moest over politiek gaan en over de geopolitieke situatie – dat wilde zeggen dat er geen dag voorbij ging zonder dat er werd gepraat over de relaties tussen de VS en de toenmalige Sovjet-Unie – en als er cultuur aan bod kwam dan was dat cultuur met de grote C. De Koningin Elisabethwedstrijd, Europalia of andere grote culturele evenementen. Ok, er waren videoclips tussen de programma’s door en er waren programma’s als Meester Hij Begint weer of Pop Elektron waar de jeugd haar hartje kon ophalen. En er waren verslagen van de optredens van wat toen nog Torhout-Werchter heette. Maar dat was toch al ver in de jaren tachtig.


Torhout-Werchter 1983.
Het duurde maar één dag en er kwamen maar acht bands/artiesten.
Maar het waren niet van de minste.  

De kranten schreeuwen over besparingen, langer werken, en afbouwen van openbare diensten. Maar daarmee was men in de jaren tachtig ook al bezig. En ook toen was er inflatie, en een hoge staatsschuld en dan zwijg ik nog over de werkloosheid die er toen nog heerste. En eigenlijk-feitelijk…. Ik hoor al mijn hele leven de volgende frases: “’t Es crisis. ’t Es slechten tied! De jeugd van tegenwoordig je ziet doa nietend niemé mee, die politiekers ’t zien ol zakkenvullers, In uzzen tied ’t was ol ghin woar wi.” Het is van alle tijden meneer, ook die hang naar vroeger toen ‘alles beter was’.
Nu klaagt men dat men nergens meer met de auto kan komen. Vroeger werd er geklaagd omdat de auto zoveel plaats innam en de boeren waren kwaad omdat hun land onteigend werd omwille van de aanleg van weer een nieuwe autostrade. Dorpen werden doormidden gesneden door weer een nieuwe verbindingsweg en overal rukte de lintbebouwing op. In de steden zagen de gebouwen zwart van de roet afkomstig van de uitlaatgassen van auto’s en de rook van de schoorstenen van fabrieken als van de gewone huishoudens omdat men toen nog massaal met hout of steenkool stookte. De rivieren waren open riolen waar de stank ondraaglijk was en woonde je dicht bij de fabriek dan moest je de geluid en geuroverlast er maar bijnemen, of een aktiekomitee oprichten (toen schreef men dat nog zo, men noemde het de progressieve spelling).
Het verkeer was moordend, weet je dat er in het jaar 1972 meer dan drieduizend verkeersdoden vielen. En dan moet je weten dat er toen nog veel minder auto’s rondreden dan nu. In het regionale weekblad voor West-Vlaanderen ‘Het Wekelijks Nieuws’ (nu een onderdeel van De Krant Van West-Vlaanderen) had je twee grote pagina’s gewijd aan de verkeersongevallen die afgelopen week in onze provincie gebeurden, en daar waren helaas veel dodelijke ongevallen bij. Waarbij helaas ook kinderen te betreuren vielen. Jonge levens in de knop gebroken, elke week opnieuw. Dat is toch veel en veel erger dan je aan een lagere snelheid moeten houden dan wat je tot enige jaren geleden gewoon was, toch?


Robotfoto's van De Bende Van Nijvel. 


Criminaliteit en terrorisme waren er toen ook. Bende Van Nijvel, iemand? Heizeldrama? CCC? Maar ook de betogingen en gewelddadige acties van het VMO (Vlaamse Militanten Orde), dat waren ook extremisten, maar geen vreemdelingen. Het waren lui van hier, Vlamingen. Met extreem rechtse sympathieën. Wat ze deden? Vandalisme en brandstichtingen, fysieke aanslagen. Hun doelwitten: Walen, gastarbeiders, mensen met een links gedachtengoed, studenten. Ze schuwden het brute geweld niet wat maakte dat ze zeer gevreesd waren.
Betogingen van boeren, staalarbeiders, mijnwerkers of studenten liepen vaak zwaar uit de hand met vandalisme, afbreken van straatmeubilair en het gooien van kasseien die toen nog zeer talrijk waren. Auto’s werden in brand gestoken, ruiten ingeslagen en soms werden er ook etalages geplunderd. Als men staakte dan was dat soms dagen of wekenlang. Bedrijven werden bezet en de directie letterlijk buitengesloten of eruit gegooid. En al die dingen resulteerden in zware repressie van de toenmalige rijkswacht. Die lui kenden geen genade en sloegen erop los met hun wapenstokken – in de volksmond matrakken genoemd – en spaarden het traangas en het waterkanon niet. En wie door hen werd opgepakt riskeerde om in de kazerne nog eens goed afgeranseld te worden. Vooral als je lang haar had of een (al dan niet gescheurde) jeans droeg. En dan hebben we het nog niet gehad over het feit dat je vroeger amper jezelf kon of mocht zijn. Je wilde echt geen homo lesbienne of transgender zijn in ‘die goeie ouwe tijd’. Ofwel bleef je gewoon ‘in de kast’ ofwel kreeg je constant verwijten naar je hoofd als ‘janet’, ‘flikker’, ‘sodomiet’. Wie ongehuwd samenwoonde leefde in zonde en scheiden was een schande. Je groeide op met altijd weer dezelfde woorden: “wat zullen de mensen zeggen?” Sociale controle was alom en op elke hoek van de straat stonden ze, de roddeltantes die je doen en laten gadesloegen en alles van je wisten.

Ook iets wat volledig verdwenen is.
Het echte frietkot!
(A.I. afbeelding)

Maar ik begrijp het wel. Als u denkt aan ‘die goeie ouwe tijd’, dan denkt ik vast niet aan al het bovenstaande. Dan denkt u meer dan waarschijnlijk aan het gezellige warme nest dat je ouderlijke huis toen was. Aan de heerlijke geuren die in de keuken hingen toen moeder aan het koken was. Aan met zijn allen gezellig aan tafel, of één voor één in bad op zaterdag en daarna met natte haartjes voor de TV. Een leuke film, songfestival, jeuj later naar bed (dixit De Fixkes)! Aan buiten spelen op straat, de fratsen die je uithaalde op school en de straf die je daarvoor kreeg. Je eerste liefje, je eerste kus, je eerste keer (geef toe, doe niet zo preuts. Uitgaan, fuiven, Té-Dansants, de scouts, de chiro, het kamp. Voor het eerst alleen – of met vrienden – op reis, je favoriete artiest live zien optreden. Die dingen.
Geef toe, het waren die dingen.
Je was jong, je was onbekommerd, je had geen zorgen en vooral… GEEN VERANTWOORDELIJKHEDEN!
Je ging naar discotheken, fuiven, optredens. Je ging en stond waar je wilde, je omarmde het leven en maakte kennis met de liefde. Je baande je weg in het leven en alles wat je ondernam smaakte naar meer.
Je was hoegenaamd niet bezig met de politieke besognes van die tijd en je vond dat ‘die ouwelui’ maar een stukske konden zagen over die crisis, die belastingen, die werkloosheid, die inflatie, die politiek… De jeugd.
Maar nu, zo’n veertig, vijftig jaar later ben jij diegene die loopt te zagen en te verzuchten dat vroeger alles zoveel beter was.
Wel, ik ben ook de vijftig gepasseerd en ik zeg je dit.
Eigenlijk is er helemaal niet zoveel veranderd.






woensdag 8 oktober 2025

Een sadist in de stad (slot).

 






Alain was al uitzonderlijk vroeg aanwezig op het bureau. Hij belde Geert met de vraag om meteen naar het bureau te komen. “Ik heb koffiekoeken mee,” zei hij.
Geert liep Alains afgezonderde bureau in en kreeg meteen een kop koffie en een koffiekoek aangeboden. “Waarom liet je mij komen chef?” vroeg hij.
“Weet je al wat meer over die Kenny Bossuyt?” vroeg Alain?
Geert schoof enkele vellen papier naar voor. “Ik dacht al dat het hiervoor was,” zei hij.
“Hier kijk zelf maar. Heb een verslag uitgetypt met enkele zaken die zeker tegen die kerel kunnen gebruikt worden. Ik kan je dit zeggen Chef. Die Kenny Bossuyt houdt er echt een ziek wereldbeeld op na. In de fora en discussiegroepen waar hij zich ophoudt houden ze er op zich al verdomd enge ideeën op na… Maar die Kenny, die spant echt wel de kroon hoor.”
Alain las het verslag dat aangevuld was met printscreens van enkele van de grofste uitlatingen die Kenny had gepost op discussiegroepen waar zogenaamde ‘incels’ elkaar oneline troffen.”
“Ik stuur dit meteen door naar de onderzoeksrechter, plus een kopie voor onze commissaris, anders gaat die zich weer gepasseerd voelen. En de onderzoeksrechter die bel ik na verzenden meteen op. Ik wil dat het aanhoudingsbevel voor die Kenny Bossuyt zo snel mogelijk op tafel ligt.
Hoe sneller die kerel uit de maatschappij wordt gehaald, hoe beter voor de samenleving!”

Nog dezelfde middag stonden er drie combi’s en twee dienstwagens van de recherche bij een appartementsgebouw aan de rand van de stad. Er werd aangebeld maar Kenny Bossuyt gaf niet thuis. Toen men bij de buurman aanbelde en Alain en Bart naar boven liepen deed buurman Robbe Quintens de deur open en plaatste dan zijn rolstoel dominant in de deuropening van zijn appartement. Robbe is een magere kerel met ingevallen gezicht en grijs haar dat begint uit te vallen. Zijn beide onderbenen zijn geamputeerd.
“Voor wa komde gulder?” vroeg hij. “Toch nie veur dienen nietsnut van hierneve zekers?”
“Bedoel je Kenny?” vroeg Alain.
“Ja, die bedoel ik. De godverdomse Jan-mijn-kloten.”
“Precies geen goede relatie met uw buurman,” zei Alain.
“Zijde gij d’ermee aan ’t lachen ofwa?” zei de man vol bitter cynisme.
“Florence is zo’n goed mens, doet alles voor die gast. En wat krijgt ze? Stank voor dank. Godverdomme moest da mijne zeun zijn ik stampte hem heel dat gebouw door, allez ja vijventwintig jaar geleje toch. De godverdomse stinkende leegganger.
Weette meneer. De legerdienst, da mochten ze nooit hebben afgeschaft. Daar wisten ze wel raad met zulke prulleventen!”
“Wat is het probleem dan?” vroeg Alain die meer wilde te weten komen over wie Kenny Bossuyt was.
“Heelder dagen die verrekte ketelmuziek, vooral als Florence in het ziekenhuis is of als ze in dat hersteloord verblijft aan zee. En stinken dat dat daar doet. Nie meer of die gast zit goe aan den drugs. Heel de gang riekt nor die vuiligheid. En dan zit hem dikwijls tot het kot in de nacht te roepen en te tieren. De godverdomse.”
“Heb je er al iets van gezegd? Bij hem aangebeld of zo?” vroeg Alain.
“Zijde gij zot? Ik z’n mijn leven nog nie beu ze. De Wannes onze bovenbuur heeft een keer aan zijn deur gestaan. Hij zat achter hem met een bijl… Kunde gij da geloven meneer? Met nen bijl hé.”

“Waarom hebben jullie dat niet gemeld bij de politie?”
“En stront in mijn brievenbus vinden zeker? Of varkensbloed.”
“U bent bang?” vroeg Bart.
“Ja ik ben bang. Ik ben vijfenzestig jaar, invalide en zit gekluisterd aan dees karreke. Ik ben een makkelijke prooi hé voor diene zot. Pas op, vijfentwintig jaar geleden was ’t geen waar geweest ze. Dan had ik er wel raad mee geweten met dat stuk crapuul. Ach godverdomme hadden die zatte Serviërs mij nu nie overhoop gereden doar in da kloewte Joegoslavië dan zat ik nu nie in dees karreke. Dju toch.”
“Gij hebt dienst gedaan bij Belbat,” zei Alain.
De man knikte. “Ik was paracommando. ‘k had just dag op dag 22 jaar dienst toen ik aan een controlepost stond en overhoop werd gereden door een stel strontzatte Serviërs in een krakkemikkige camionet.” Dan keek de man Alain aan.
“Ey, ik heb mijn vaderland gediend hé en geprobeerd voor vrede te zorgen in een land dat verscheurd werd door oorlog en waar hele families uit elkaar werden gerukt en waar moeders met de blote hand hun eigen kinderen moesten begraven.
Wat heeft dieje sukkelaar van hiernaast gedaan voor de maatschappij? Heelder dagen drugs smoren, op de kap van de werkende mensen leven en zijn moederke die al zo sukkelt met eur gezondheid als een stuk vuil behandelen.
Sorry hé… Maar dat maakt mij zo kwaad hé!”

“Is hij thuis?” vroeg Bart.
“Ik denk dat niet, allez ja ’t is te zeggen. Ik heb hem al twee dagen niet gezien of gehoord. Pas op hé, ben d’er nie kwaad voor. Is ’t eindelijk nekeer rustig hier in den blok.”
“Bon,” zei Alain. “We hebben een huiszoekingsbevel. Dus laat maar een slotenmaker komen. We halen de hele boel hier overhoop.”

“Eens de opgevorderde slotenmaker er was en de deur openging betraden Bart en Alain het appartement.
“Jezus, wat een godsgruwelijke bende!” zei Bart vol walging. “Het typische stort wat je mag verwachten van een vaderloos opgegroeide loser,” zei Bart. Alain negeerde de uitspraken van Bart al vond hij dat hij nu toch wel gelijk had. Het appartement was echt wel een vieze gore bende. Overal lagen lege bierblikjes, pizzadozen met half opgegeten pizza’s waarvan sommige onder de schimmel zaten, lege zakken chips en papiertjes van chocolade bars. Er stond een laptop op de tafel en een peperdure flatscreen televisie.
“Waar leeft die moeder dan?” vroeg Alain terwijl hij een andere deur opende. Daar trof hij een slaapkamer aan die kraaknet was en waar alles aan de kant stond. Ook hier hing een flatscreen televisie aan de muur en bij het bed was er een zogenaamd papegaaienrekken en er stond een rollator naast het bed. Het is duidelijk dat Florence Debacker moeilijk te been was en vaak heel veel dagen op haar kamer sleet. Alain zag dat er heel wat verpakkingen van medicijnen op het nachttafeltje lagen. Waaronder kalmeringspillen, antidepressiva en slaapmiddelen.
“Je zou voor minder depressief worden met zo’n loser als zoon. Niet meer of dat uitschot terroriseerde zijn eigen moeder,” zei Bart.
Dan liepen ze terug naar de woonkamer en zo naar de aanpalende keuken aan de kant van het terras. Die keuken was nog veel meer een bende. Dan trok Alain de koelkast open. Toen hij dat deed viel zijn mond open van verbazing.
“Godverdomme!” riep hij luid.
“Wat is er chef?” vroeg Bart.
“Daar, in het groentenvak.”
Bart trok het groentenvak open wat hij zag vervulde hem met afgrijzen.”
“Die zot heeft de vingers en tenen van zijn slachtoffers als relikwie bewaard!” zei hij.
“En hun tanden ook,” zei Alain terwijl hij een Tupperwaredoos die op het aanrecht stond opende.
“Ik bel de onderzoeksrechter!” zei Alain terwijl hij zijn gsm uit zijn binnenzak haalde.
“Verdomme, zoveel berichten en twee gemiste oproepen, wie kan dat zijn?”
Hij herkende het nummer van Deborah en schakelde de voicemail in.
“Alain, diene freak hangt hier rond,” hoorde hij Deborah zeggen. “Kon nog net naar binnen gaan zonder dat hij het zag. Kunt ge direct komen of een patrouille sturen.”
Alain kreeg het koud. “Deborah,” wilde hij zeggen. Maar hij kon nog net op zijn tong bijten.
Tweede bericht: “Verdomme pakt toch uw telefoon op, hij probeert binnen te dringen.”
Dan las hij de berichten: “Hij zit binnen, help me Alain, toe.” Hij dwaalt rond in de woonkamer, ik ben bang.” “Hij is nu in de slaapkamer, ik zit in de kast.” “Hij loopt nu langs de kast… “
“Alain lieverd, ik hield zoveel van je. Vergeet me nooit lieve man xxx dit zijn mijn laatste kusjes!”

“Bel de onderzoeksrechter,” beval Alain waarna hij in zeven haasten het appartement verliet. Hij stapte in zijn dienstwagen en scheurde met een rotvaart weg.

Deborah Vanderperre woont in een kleine studio op het gelijksvloer van een pas gebouwd appartementsgebouw vlakbij het station. Van daaruit neemt ze elke morgen de trein naar Gent waar ze les volgt aan de unief. Alain parkeerde zijn wagen duwde op een willekeurige bel. “Politie laat mij binnen in het gebouw, dit is een noodgeval,” zei hij.
Eens binnen liep hij tot het einde van de gang tot bij appartement 01B. Alain trok zijn revolver en gaf de deur een duw, die sprong meteen uit het slot. Geforceerd door een amateur zo wist hij. Snel glipte hij naar binnen, hij stond voor de slaapkamer.
Daar zag hij een jonge man langs de kast sluipen als was hij een roofdier jagend op zijn prooi.
“Come out, come out wherever you are little bitch,” hoorde Alain hem zeggen.
“Ik weet wel dat ge in die kast zit sletje. Ge kunt niet meer ontsnappen. Net zoals Celine Verkeste en Eveline Nachtegaele niet aan hun lot konden ontkomen. Zal hen leren om mij af te wijzen die vieze snollen. Ik ben niet goed genoeg voor jullie hé! Te lelijk en te arm, hé! En daarom ten min voor jullie, hé. Godverdomse vuile sletten!!!
Altijd en altijd dezelfde fokking zever! Het wordt niks tussen ons Kenny! Laten we gewoon vrienden blijven Kenny! Ge zijt ne toffe gast ze Kenny… Maar!  Maar wat? Hé! Dat durven jullie niet te zeggen hé! Dat jullie geen gewone gast willen. Dat is ’t godverdomme!!!
Nee! Jullie willen allemaal zo’n afgetrainde kleerkast met een dikke bak die met geld smijt hé. Vuil smerige fokking hoeren!”
Kenny gaf een harde schop tegen de kleerkast.
“Allez kom slet. Kom uit die kast, trek mijn broek naar beneden en pijp mij gelijk dat ge die rijke venten pijpte die veel meer betalen dan ik en veel knapper zijn dan ik. Want voor u ben ik toch maar een loser, hé vuil bitch.” Weer schopte Kenny tegen de kast.
Allez kom schatje, doe wat ik vraag en ik gun u een genadevolle dood. Maar als ik u uit die kast moet sleuren dan folter ik u uren aan een stuk. EN DAT MEEN IK, VUIL FOKKING BITCH!”
“Godverdomse psychopaat,” foeterde Alain. “Wat zijt gij voor een monster godverdomme!”
Dan hield hij zijn dienstwapen voor zich en liep hij de kamer in.
“Handen omhoog!!!” brulde Alain.
Kenny haalde uit met zijn bijl, Alain kon het moordende wapen nog net ontwijken en liet zich op het bed vallen. Weer wilde Kenny toeslaan. Maar Alain trok opnieuw zijn wapen…
EN HAALDE DE TREKKER OVER!!!
Kenny Bossuyt viel achterover en bleef roerloos liggen in de deuropening met een gapende wonde tussen zijn twee ogen.
“Dat zal u leren godverdoms crapuul,” foeterde Alain terwijl hij zijn wapen opnieuw in zijn binnenzak stopte. Intussen bewoog de kastdeur. Alain trok hem helemaal open en trof er Deborah aan bevend als een riet, doodsangst stond in haar ogen te lezen. Alain trok haar uit de kast en sloot de jonge vrouw in zijn armen. “Ik ben er liefje,” zei hij. “Ge zijt veilig, het is allemaal voorbij.” Deborah zakte door haar benen, ze was compleet in shock.
Even later belde hij de commissaris en lang duurde het niet voor er een heleboel combi’s en ook een ambulance de straat inreden met loeiende sirenes.
De toegesnelde ambulanciers dienden Deborah de eerste zorgen toe, en meteen werd ze met de ambulance weggevoerd. Alain zat op bed en staarde wezenloos voor zich uit terwijl het lichaam van Kenny Bossuyt in een lijkzak werd geritst en weggedragen. Bart kwam naast hem zitten. “Gaat het chef,” zei hij.
“Wat denkt ge nu zelf,” bromde Alain.
“Ge hebt gehandeld uit zelfverdediging,” zei Bart. “Het was hij of gij.
Maar ze gaan zich wel vragen stellen over hoe gij wist dat hij hier zat.”
“En op die vragen kan ik perfect antwoorden. Ik heb die meid mijn gsm nummer gegeven, en ze heeft mij sms berichtjes gestuurd omdat dit haar laatste hoop was.”
“Kom,” zei Bart. “Ze wachten op u beneden.”

Alain werd bij de commissaris geroepen die meteen vragen stelde over waarom hij naar het bewuste appartement reed en hoe het kwam dat hij wist dat Kenny zich daar bevond. In alle eerlijkheid bekende hij dat hij regelmatig afsprak met Deborah. “Ja, eerst voor betaalde seks, maar gisterenavond zocht ze mij op, gewoon omdat ze behoefte had aan gezelschap en omdat ik voor haar meer was dan zomaar ‘een klant’.
“Wil dat zeggen dat er meer is tussen u en juffrouw Vanderperre?” vroeg de commissaris. “Ja, en eigenlijk is dat een privé zaak. Ja, ik weet wat Deborah doet om aan de kost te komen en dat ik haar zo leerde kennen. Kijk commissaris, ik ben officieel nog altijd gehuwd met Carine en je weet dat ze in een verzorgingstehuis verblijft en waarom en dat ik sindsdien alleen ben.
Ik heb ook mijn gevoelens commissaris. Ik heb ook behoefte aan liefde, warmte, tederheid, seks.”
“Alain! Je hoeft je voor mij niet te verantwoorden,” zei Commissaris Van Marcke. “Toch niet voor je relatie met juffrouw Vanderperre. Maar het doodschieten van Kenny Bossuyt zal zeer grondig worden onderzocht en tot die tijd… Zal ik je helaas op non actief moeten zetten.”
“Dat begrijp ik volkomen commissaris,” zei Alain. “En ik sta volledig ter beschikking voor het onderzoek.”
De commissaris vulde enkele papieren in, zette er een stempel op en plaatste er zijn handtekening onder.
“U kunt beschikken Hoofdinspecteur Donck!” zei hij kort en officieel.
Alain verliet het politiekantoor en ging meteen naar het ziekenhuis. Daar lag Deborah in een kamer op de dienst intensieve zorgen en kwam ze langzaam bij kennis. 
Alain zette zich op bed en legde haar hand op die van haar, meteen greep ze zijn hand vast met een stevige grip, ze hief haar hoofd op en keek Alain aan.
"Ik ben er nog liefste!" zei ze met haast onhoorbare stem. "En ik zal er zijn voor u, tot de dood ons scheidt." Dan liet ze haar hoofd terug in het kussen zakken en slaakte ze een diepe zucht.

WORDT VERVOLGD!



dinsdag 7 oktober 2025

Een sadist in de stad 5

 




Op het bureau werd het mail en gsm verkeer van wijlen Eveline Nachtegaele grondig nagekeken.
Geert en Hilde gingen bij haar ouders langs en kwamen terug met haar laptop, die leverde al meteen een schat van informatie op.
“Die meid werd serieus gestalkt,” zei Geert terwijl hij samen met Bart de laptop aan een grondig onderzoek onderwierp.
“En altijd door dezelfde.”
“Door een kerel waarmee ze zelf afsprak. Sorry, maar daar kan ik eigenlijk geen medelijden mee hebben,” zei Bart die over zijn schouders meekeek.
Geert luisterde niet en zocht verder. “Ik wil weten wie die kerel is,” zei hij.
“We hebben een spoor, ik voel het!”
“Een gast die een meid stalkte omdat ze hem eerst de kop zot maakte en dan afwees. Het typische gedrag van lichtzinnige snollen met een veel te groot ego,” zei Bart schamper.
Geert draaide zijn stoel een kwartslag, zijn ogen schoten vuur. “Die ‘lichtzinnige snol’ zoals jij haar noemde ligt verdomme op de onderzoekstafel van het mortuarium. Amper 22 jaar oud. Godverdomme wie denkt gij wel dat ge zijt om heelder dagen te moraliseren en anderen door het slijk te halen? Belachelijke gast!”
Bart ging voor Geert staan met gekruiste armen. “Wat is er belachelijk aan wat ik nu zeg Geert? Kan je mij dat vertellen? Met argumenten graag.”
Geert stond recht en keek Bart strak aan.
“Als er hier één iemand is die beter eens zijn beide handen boven zijn hoofd zou houden en kijken wie er onder staat, dan zijt gij het wel ze! Godverdoms triestig SPUITERKE!!!!”
Bart verliet het bureau en gooide de deur met een smak dicht.
“Zeg mannekes, kan het niet wet stiller?” vroeg Alain die uit zijn afgezonderde bureau kwam.
“Sorry Chef,” zei Geert. “Maar die Bart, die hangt zo mijn keel uit hé.”
“Heb je een spoor?” vroeg Alain.
“Zeker wel,” zei Geert die op een naam klikte waarna een Facebookprofiel op het scherm verscheen.
Kenny Bossuyt, 30 jaar, geen relatiestatus, en kijk eens wat hij hier schrijft.”
Geert las luidop: “Stomme wijven met al jullie streken, ik ben het echt spuugzat!” “Ik braak van jullie geverfde muilen Godverdomme!” En hier: “Jullie zullen niet blijven lachen, vuil fokking hoeren!”
“Kijk eens of hij in ons register staat?” zei Alain. Geert typte zijn naam in.
“Ja, we hebben een match,” bromde Alain. “Meermaals vervolgd voor stalking en belaging. En voor vernieling van eigendommen. Pluis eens uit waar die allemaal uithangt op internet, sociale media en al van die dingen,” zei Alain.

Alain trok zijn jas aan en maakte aanstalten om naar huis te vertrekken, maar dan riep de commissaris hem. “Donck, naar mijn bureau. Nu!” klonk het van bovenaan de trap.
“Wat nu weer?” zuchtte Alain terwijl hij naar boven liep.
“Frederick Vermeersch dreigt ermee klacht in te dienen tegen dit korps.”
“Oh ja? En voor welke reden?” vroeg Alain.
“De manier waarop hij werd ondervraagd,” zei de commissaris. “En vooral wat hij naar zijn hoofd geslingerd kreeg. Ik citeer: “Gij zijt mij echt zo’n type.
Zo’n type die altijd gewend is van zijn goesting te krijgen.
Zo’n type die geen nee kan verdragen.
Zo’n verrekte nihilist die maar één doel heeft in zijn leven. Dierlijke lust en een eindeloze roes van drank en drugs.
Het leven moet vooral fun zijn voor meneer nietwaar?
Ge hebt geen job, ge woont in een appartement dat eigendom is van uw rijke papa en ge leeft van een uitkering die ge aanvult met het schrijven van recensies van zeer matig niveau.””
“Dat heeft Bartje ‘betweterke’ Holvoet naar zijn hoofd geslingerd,” zei Alain.
“Oh ja, is dat zo.
En jij als zijn directe overste jij zat erbij en je keek ernaar.
Jij hebt hem op geen enkele manier tot de orde geroepen.”
“Wat is de aanklacht?” vroeg Alain.
“Frederick Vermeersch tilt er zwaar aan dat hij omwille van zijn nihilistische levensstijl wordt vereenzelvigd met de sadistische moord op Celine Verkeste.”
“Frederick Vermeersch of zijn vader Karel Vermeersch alias Meester Procedurefout.”
“Ik had u verwittigd,” zei Commissaris Van Marcke.
“Karel Vermeersch gaat dat niet blauw-blauw laten.”
“Ewel, ik had nooit gedacht dat ik Bartje ‘betweter’ Holvoet gelijk zou geven.
“Fré’ke Vemeersch is echt wel een type die altijd zijn goesting krijgt en overal mee wegkomt.
Zo’n type die niet weet wat dat is, verantwoordelijk zijn voor zijn daden. Omdat hij dat nooit geleerd heeft. Zoals zoveel van die fils-a-papakes die ik in de loop van mijn carrière op de rooster heb gelegd.
“Alain,” zei Commissaris Van Marcke.
“Er is maar één iets wat Karel Vermeersch er van kan weerhouden om klacht in te dienen en een procedure in te zetten die ons korps vleugellam kan maken net op het moment dat we op zoek zijn naar een brutale en sadistische seriemoordenaar. En dat is dat de verantwoordelijke voor die ondervraging intern ter verantwoording wordt geroepen.”
“De verantwoordelijke… Ik dus?”
“Ja jij!
Jij had Bart tot de orde moeten roepen en hem moeten opdragen om de ondervraging te beperken tot de essentie van de zaak. Het feit dat hij in het gezelschap was van Celine Verkeste vlak na het optreden tot hij afscheid van haar nam bij haar ouderlijke woning. Al de rest deed niks ter zake;”
“Wat Bart zei deed niks ter zake, hij zou hier eigenlijk moeten zitten.”
“Nee, want jij bent zijn directe overste.”
“Commissaris, gij weet toch ook wel wat een verrekte betweter en doordrammer die Bart Holvoet is.
Iedereen in mijn team ergert zich aan die jongen, echt iedereen.”
“Daar gaat het niet om, het gaat erom dat jij hem niet tot de orde riep tijdens die ondervraging en niets anders.”
“Dus ik heb de boter gefret.”
“Er zal tegen u een dossier worden opgemaakt Alain,” zei Commissaris Van Marcke.
“De dienst interne zaken zal uw werkwijze eens goed onder de loupe nemen. En ik vrees dat die eigengereide manier van werken wel eens zwaar tegen u zou kunnen gebruikt worden.”
“Godverdomme!” foeterde Alain.

Dan keek Commissaris Van Marcke Alain aan.
“Weet ge Alain, eigenlijk zou je beter gewoon de eer aan jezelf houden…
En met vervroegd pensioen gaan.”
“Pardon?” vroeg Alain terwijl hij recht ging staan.
“Alain luister hier,” zei de commissaris.
“Ge hebt een zeer zwaar infarct gehad. Ge voelt u misschien fit. Maar hoelang gaat dat duren.
Hoelang gaat het duren eer het weer in uw kleren gaat kruipen?
We hebben die sadist nog niet te pakken hé, vergeet dat niet.
En ik vrees dat hij nog veel slachtoffers gaat maken.
Alain, ge zijt goed hersteld. Ik heb u eigenlijk nog nooit zo gezien zoals ge nu zijt. Blakend van gezondheid, helemaal opgefleurd.
Waarom grijp je die kans niet om met vervroegd pensioen te gaan en u te wijden aan uw favoriete bezigheden. Hoe is het trouwens met je buitenhuisje in de Ardennen?”
“OVER MIJN LIJK!” Zei Alain waarna hij naar de deur liep die hij met een harde smak dichtsloeg.




Met gebogen hoofd en ingehouden woede liep Alain terug naar huis.
Of hij niet wist dat dit een complot was.
Men zocht een stok om hem te slaan en die vonden ze.
En het is toch raar eerst Bartje ‘betweter’ Holvoet bij de recherche kwam en niet veel later Marcel Leliaert voorzitter werd van de politieraad. De man over wie Alain zoveel weet. En nog veel meer is te weten gekomen toen hij herstelde van zijn zware hartinfarct.
Of Leliaert niet wist dat Alain verder onderzoekt, ook al heeft hij geen idee wat Alain allemaal te weten kwam. “Maar hij weet dat ik verder onderzoek en dat zit die smeerlap niet lekker,” foeterde Alain binnensmonds.
“Maar ik ga door godverdomme. Ik ga bewijzen dat Bart een verdomde mol is en dat Leliaert van binnenuit de politie naar zijn hand wil zetten zodat zijn smerige zaakjes toe gedekt blijven en er ongestoord mee verder te gaan. En intussen probeert hij ons politie apparaat te verzieken, maar dit doet hij in opdracht. En de opdrachtgever is diegene die anderen precies hetzelfde liet doen ten tijde van ’de loden jaren’.
Alain betrad zijn woning, hij deed zijn jas uit en zijn schoenen en liep zijn studeerkamer in waar hij zichzelf een kop koffie inschonk, heet en straf. “Nu ja niet meer zo heet, even verse koffie zetten,” zei hij.
Terwijl de koffie doorliep ging zijn gsm af.
“Donck,” zei Alain kortaf zoals altijd.
“Hey Alain, het is Deborah hier,” zei een frisse damesstem aan de andere kant van de lijn.
“Hey Deborah, kan ik u ergens mee van dienst zijn.”
“Van dienst niet nee, maar ik wou wel eens weten of ge iets te doen hebt vanavond?”
“Niet echt nee, waarom?” vroeg Alain.
“Gho ik heb een beetje behoefte aan gezelschap.
Aan aangenaam mannelijk gezelschap.
Heb zo genoten van je en ik weet gij ook.”
“Ge vraagt daar toch niks voor?” vroeg Alain.
“Alleen je liefde en een beetje lichaamswarmte.”
“Wat een vreemde meid,” dacht hij bij zichzelf. “Allez ’t is goed kom maar af,” zei hij dan.
“Ok, is goed. Ik ben er over een uurtje,” zei Deborah.
“Ach waarom niet,” zei Alain terwijl hij de koffie in de thermos goot en zichzelf een royale kop koffie inschonk.

Een uur later stond Deborah aan de deur met een fles witte wijn en een kratje oesters.
“Dag lieverd,” zei ze terwijl ze naar binnen ging en Alain op de mond kuste.
“Ik heb iets meegebracht om de avond net dat ietsje aangenamer te maken,” bij die woorden stak ze de zak met daarin het kratje oesters en de fles witte wijn triomfantelijk omhoog.
“Deborah, ik hoop dat ik je hiermee niet teleurstel meisje maar…
Ik ben geheelonthouder.”
“Oh shit, dat wist ik echt, echt niet. Sorry.”
“Dat kunde gij ook niet weten,” zei hij. “Maar het is wel lief van je,” zei Alain terwijl hij de fles wijn en de oesters overnam en in de frigo zette. “Ge moogt uzelf wel een glaasje wijn inschenken, ik hou het wel bij spuitwater. Ik denk dat koffie en oesters geen goeie combinatie is.”
Even later zat Alain in zijn schommelstoel, Deborah zat bij hem op schoot, ze had haar trui en broek uitgetrokken en droeg alleen nog een sexy vuurrood lingeriesetje. Alain bracht een oester naar haar mond, ze slurpte hem op en slikte hem met veel smaak door. Daarna gaf ze Alain een tedere kus op de mond.
“Schatje,” zei ze zacht.
Daarna bracht ze er één naar zijn mond, ook Alain slurpte het oestervlees op en liet het sap over zijn tong in zijn keel vloeien. Wanneer de laatste oester op was zette Deborah het bord op de tafel die naast de schommelstoel stond en ging ze schrijlings op Alain zitten, ze drukte haar lippen tegen de zijne en kuste Alain met gesloten ogen. Alain legde zijn handen op haar rug en drukte Deborah dichter tegen zich aan. Zo liet hij zijn handen over haar rug glijden, haar slip schoof hij zachtjes naar beneden waarna hij zijn handen op haar strakke kont legde. Deborahs huid voelde zo heerlijk zijdezacht aan. Haar kruis gleed over zijn penis die in erectie stond en langzaam knoopte ze zijn hemd los.
“Laat ons het bed opzoeken,” zei Alain terwijl hij Deborah aankeek. De jonge vrouw kirde zachtjes, het verlangen stond in haar ogen te lezen.
Alain liep als eerste de trap op, zoals dat een ware gentleman betaamd. Daarna opende hij de deur. Hij bekeek Deborah van top tot teen, zijn oog viel op haar strakke kont en wanneer ze zich dan omdraaide naar haar licht vooruitstekende appelborsten. Ze knoopte haar bovenstukje los en omhelsde Alain die net zijn broek had losgeknoopt en die nu rond zijn enkels hing.
Weer kusten ze elkaar, dit maal met nog meer passie. Alain greep haar heerlijke kont vast en drukte haar onderlichaam tegen het zijne, hij bewoog zijn bekken hitsig heen en weer, en zijn stijve pik schuurde tussen haar benen. Deborah trok zijn boxershort naar beneden en pakte zijn penis vast, ze schoof haar slip wat opzij en duwde Alain zijn vochtige eikel over haar schaamlippen.
“Hmmmm die heerlijke pik van je,” fluisterde ze in Alains oor. Ook Alain trok Deborah haar slip naar beneden terwijl hij haar in de hals zoende en in haar oorlelletje beet. “Deugniet,” kirde Deborah.
Even later lagen ze naakt op bed, Alain was diep in haar binnengedrongen en ging ritmisch op haar heen en weer. Terwijl masseerde hij zacht haar rozige tepels met zijn duimen. Deborah ademde steeds zwaarder en woelde door zijn haren terwijl ze hem met flonkerende ogen aankeek. “Zalige vent,” zei Deborah met diepe hese stem.

Een vol uur lang vrijden Alain en Deborah vol passie. Alain slaagde er in om het klaarkomen zolang mogelijk uit te stellen tot groot genot van Deborah die meermaals klaarkwam terwijl ze door Alain ritmisch werd gepenetreerd. Wanneer hij dan toch klaarkwam slaagde hij er in om meteen weer een erectie te krijgen. Zo groot was zijn verlangen, zijn goesting.
Dan werd hij steeds hitsiger en versnelde hij het ritme. Zijn gekreun ging over in diep gegrom en hij verloor zichzelf in het alsmaar passioneler wordende liefdesspel. “Godverdoms lekker wijf!” zei hij terwijl hij Deborahs benen opentrok en zijn duivels ontbond. Deborah kreunde het uit en sloeg haar hoofd achterover. “Oh ja Alain, pak me!! Neuk me!” smeekte Deborah.
“Oh jaaa lekkere geile bok! Pak me godverdomme!”
Met een diepe grommende kreun kwam Alain voor de tweede keer klaar, maar zijn grommende geluid werd overstemd door een langgerekte kreun van Deborah die maar bleef duren.
Even later lagen ze uitgeteld in elkaars armen na te genieten. Alain streelde zacht Deborahs prachtige appelborsten terwijl hij haar zacht zoende in de hals. Deborah woelde speels door zijn haren en keek hem dan recht in de ogen.
“Schatje,” zei ze zacht.
Alain streelde zacht haar wang en keek haar lange tijd met een zachte blik aan.
“Gij voelt iets voor mij hé,” zei Alain.
“Iets?” zei Deborah.
Ze streelde zijn wangen met beide handen en glimlachte.
“Ik ga u iets bekennen Alain.
Ik ben helemaal weg van u.”
“Komaan, doe eens normaal meisje,” zei Alain. “Ik kan uw vader zijn.”
“Dat is nu het laatste wat ik in u zie Alain,” zei Deborah. “Gij zijt voor mij geen vaderfiguur.
Behalve dan voor het kindje dat weldra in mijn moederschoot zal groeien.”
“Wat ben ik dan voor u?” vroeg Alain die toch even van zijn melk was, maar probeerde om dat niet te laten merken.
Deborah liet haar hoofd wat dieper wegzakken in het kussen en haalde diep adem. Ze slikte en zocht naar haar woorden.
“Alain.
Ik deel wekelijks het bed met tientallen venten.
Jonge venten, oudere venten. Rijkelui en gewone arbeiders. Tengere bonenstaken en halve kleerkasten. Klein geschapen minipietjes en forse palen die heel pijnlijk aanvoelen als ze in mijn intieme delen binnendringen.
Ik laat me met volle goesting door hen neuken, en de dag dat ik die goesting niet meer heb dan weet ik dat hiermee moet kappen. Want als ge geen goesting hebt in seks, dan moet ge niet als prostituee gaan werken, echt niet. Ik heb diep medelijden met meisjes en vrouwen die dit werk onder dwang moeten doen. Dat moet echt de grootste nachtmerrie zijn. Ik doe dit echt voor de fun en omdat het me een mooie stuiver opbrengt. En telkens ik bij een vreemde vent binnenkom en me voor hem uitkleed. Dan is dat telkens weer die spanning, wat zal het worden? Wie staat er voor me? Ligt er bovenop me? Ge weet nooit wat er gaat gebeuren en moest ge dat weten hé Alain, dan is het leven saai.
Saai, saai, saai!
Dat geeft mij een enorme kick Alain. Echt waar.
Maar echt Alain. Bij u voelde ik meer dan die kick, die goesting, die passie.
Wat ik bij u voelde toen ik voor het eerst met u seks had.
Dat voelde ik bij geen enkele andere vent.
Dat klikte zo goed Alain. Zo verdomd goed.
En dat zinderde zolang na.
Ik dacht nog van ‘dat gaat over, over een paar weken zijt ge die gast vergeten’.
Maar dat is niet ze.
Gij blijft in mijn gedachten.
Mijn lijf hunkerde naar u. Ik stond er mee op en ik ging ermee slapen.”
Deborah drukte haar lippen op die van Alain en ze kuste hem. Ze kuste hem met lange halen. Ze kuste Alain met een hartstocht die hij nooit eerder ervaarde. Zelfs niet van Sarah.
Voor hij het besefte was hij Deborah opnieuw aan het neuken terwijl ze hem bleef kussen.
Dan sloeg ze weer haar hoofd achterover en kreunde ze zijn naam, ze kreunde zijn naam lang en met diepe hese stem.
“Alain,” klonk het door de kamer.
“Ge hebt echt geen idee wat gij met mij doet Alain,” zei ze.
Alain zei niets en ging gewoon door met haar te neuken.
Hij hoorde haar alsmaar zwaarder ademen, het enige geluid dat hoorbaar was in de slaapkamer van Alain waar alleen het nachtlampje brandde. Het zware ademen van Deborah en het bed dat lichtjes piepte.
Dan kwam hij klaar terwijl Deborah een langgerekte gesmoorde kreet slaakte.
“Gij ook niet liefje,” zei Alain waarna hij haar zacht op de mond kuste.

Alain en Deborah lagen in bed te bekomen en genoten zwijgend na van die heerlijke vrijpartij.
Ze keken elkaar aan met blikken van diepe gelukzaligheid.
“Zeg Deborah. Die Thibault De Bruyne, ben je daar veel langs gegaan?
“Gho, toch een keer of vijf ja.
Dat was niet mijn favoriete klant, maar ja dat hebt ge niet te kiezen hé.”
“En vertelde hij dan het één en ander, over zijn werk? De boksclub waar hij lid van was en dat soort zaken?”
“Gho ja, ik weet dat hij erover opschepte dat hij een paar interessante nieuwe leden wist te overtuigen om lid te worden van die club. Waaronder een paar flikken waarvan één zelfs rechercheur is.”
“Bingo,” dacht Alain bij zichzelf.
“En heeft hij namen genoemd?” vroeg Alain.
“Nee, maar toen hij die rechercheur beschreef wist ik wel meteen wie het was. Een gast die ik vaak tegenkom op de fitness, of waarom denkt ge da ‘k zo’n schoon lichaam heb?” voegde ze eraan toe.
“Bart is zijn naam. Bart Holvoet.”
“Ga door liefje, ga door,” zei Alain terwijl hij zacht haar gezicht streelde.
“Ik ga eerlijk zijn, ik moet die gast niet. En toen ik die Thibault over hem bezig hoorde wist ik waarom.
Een misogyne fuckertje met ultra rechtse sympathieën. Ben eens serieus met hem in discussie gegaan toen hij een ietwat mollig meisje de mantel uitveegde en haar niet mis te verstane verwijten maakte. Echt hé, ik moest me inhouden om die druiloor geen lap tegen zijn oren te geven. Jezus, zo’n astrant ventje.
Niet veel later zag ik hem op een avond buitenstappen uit Café De Walkure, ‘k weet niet of ge dat kent?”
Tuurlijk kende Alain dat café dat een pleisterplaats is voor de extreem rechtse scene in de stad.
Het pand was eigendom van wijlen Roeland Ryckewaert. Zoon van een  notoire collaborateur, voormalig gemeenteraadslid en berucht voor zijn extreem rechtse sympathieën. Zijn zoons Tijl en Gwijde werden destijds veroordeeld voor de moord op een jongen – half Belgisch, half Braziliaans – die een relatie zou hebben gehad met hun zus Nele Ryckewaert. Wat uiteraard een grote schande was voor deze zeer rechtse en racistische familie. Hun dochter die verkering had met een halfbloed, een ‘üntermensch’. Sindsdien werd er van de jonge Nele niks meer vernomen en Alain denkt tot zijn grote vrees dat het meisje door haar eigen familie van het leven werd beroofd.
Intussen is het kleinzoon Roeland Ryckewaert – die naar zijn grootvader werd genoemd – die vanuit dit café de leiding heeft over ‘Arische Jeugd Vlaanderen’.
“Hij was in het gezelschap van Roeland Ryckewaert.” Zei Deborah. Ik passeerde er met mijn auto nadat ik mijn moeder ben gaan bezoeken, die woont niet ver van dat café zie je.”
“Ik snap het,” zei Alain die vastbesloten was om dat café de komende dagen heel goed in de gaten te gaan houden.
Hij streelde zacht Deborahs lichaam en kuste haar teder. Het was stil, er werd geen woord meer gezegd.

Tot ineens de stilte werd doorbroken door het gerinkel van een gsm. Het was die van Deborah. Ze pakte haar mobieltje en keek naar het scherm. “Anonieme oproep,” zei ze terwijl ze haar gsm nonchalant terug op het nachttafeltje gooide.
“Ik zet duidelijk in mijn advertenties dat ik geen anonieme oproepen opneem. Maar denkt ge dat ze dat lezen?” zei ze geërgerd. Alain streek met zijn hand door haar licht krullende blonde haren en streelde met zijn andere hand haar wang. “Je bent zo lief,” zei Deborah met zachte stem.
“Zijde gij echt verliefd op mij?” vroeg Alain.
Deborah streelde zijn schouders en bovenrug terwijl ze diep zuchtte.
“Ja,” zei ze. “Ik ben verliefd op u.
Ik weet niet waar dit gaat uitdraaien Alain.
En ik begrijp, een relatie aangaan met een hoer dat is niet gemakkelijk. Niet voor een doordeweekse  man, maar nog minder voor een flik.
Maar echt hé.
Het zou me zo gelukkig maken als je dit een kans gaf.”
Alain keek Deborah in de ogen en streelde met beide handen haar licht blozende wangen.
“Ik wil je die kans geven liefje,” zei hij.
“Echt?” vroeg Deborah.
“Ja,” zei Alain. “Ik wil je die kans geven.
Want ik heb u graag. En ik ben graag bij u.
Liefje,” zei Alain waarna hij met zijn lippen de hare beroerde. Er volgde een lange tedere kus. Alain en Deborah kusten elkaar met gesloten ogen tot ineens het geluid van een binnenkomende sms weerklonk.
“Voicemail,” foeterde Deborah. “Het zal toch weer die kloot niet zijn zeker?”
“Welke kloot?” vroeg Alain.
“Ach niks bijzonder,” zei Deborah.
“Eén of andere mafklapper die mij de huid volscheld omdat ik zijn telefoontjes niet opneem. Maar ik neem nooit geen anonieme telefoons op, staat duidelijk in mijn advertentie. Meestal leggen ze gewoon neer, of roepen ze iets als ‘trut’ of ‘bitch’. Maar er is er ene bij die echt grof gaat schelden, en zelfs bedreigingen uit.”
“Mag ik eens luisteren?” vroeg Alain.
Deborah opende haar gsm en activeerde haar voicemail ze zette de speaker op. Even later weerklonk een dreigende stem door de slaapkamer.
“Ewel smerige hoer!! Weer geen goesting om uw telefoon op te pakken nee?  Ben ik niet goed genoeg voor madam de slet, de sloerie, de lichtekooi? Maar goed, da’s niet erg ze. Ik kom u opzoeken zonder afspraak. En ik zweer het u vuile slet. Het zal een bezoekje worden waar je nog lang zal aan terugdenken… Als je nadien wegrot in de hel. BITCH!”
“Waarom ga je hiermee naar de politie?”
“Ach, ik hoor ze al komen. Een ‘hoerke’ die bij de politie komt huilen omdat één van haar klanten haar uitscheldt op de voicemail.”
“Belaging is een misdrijf,” zei Alain. “Je moet dat aangeven.
Kom morgenvoormiddag naar het bureau en doe aangifte, ik ben aanwezig en kan persoonlijk de aangifte.”
“Wacht eens,” zei Deborah. “Denkt ge soms dat het die gast is die die twee meisjes heeft vermoordt en gruwelijk verminkt.”
“Nee Deborah, ik denk niet dat hij het is.
IK WEET HET ZEKER!”

maandag 6 oktober 2025

Een sadist in de stad 4

 




Maandagmorgen.

Alain stapte het politiebureau binnen en liep rechtstreeks naar het koffie automaat. “Koffie heet en straf,” zei hij terwijl hij het kartonnen bekertje nam en naar zijn eigen bureau liep. Net toen hij plaatsnam op zijn bureau ging de telefoon.
“Donck,” zei hij kortaf zoals altijd.
“Ja commissaris zegt u het maar.
Nu direct? Nu ja, als het dan echt moet.
Tot zo commissaris.”
Met een diepe zucht legde Alain de hoorn op de haak en liep hij naar boven naar het bureau van commissaris Wim Van Marcke.
Alain betrad het bureau van de commissaris die hem meteen aanbood om op de stoel tegenover hem aan zijn bureau te zitten.
“Bon, zeg het nekeer,” zei Alain korzelig. “Waarvoor hebt ge me geroepen.”
“Waarom wacht je niet op de briefing voor je een verdachte gaat opzoeken en verhoren?” vroeg commissaris Van Marcke.
“Wat is het probleem, we hebben een verdachte en voor de onderzoeksrechter zijn de bewijzen tegen die Frederick Vermeersch zwaar genoeg om hem voorlopig in de cel te houden, al is het nu alleen nog afwachten of de raadkamer hem daarin volgt natuurlijk.”
“Alain,” zei de commissaris.
“Wanneer ga je eindelijk eens snappen dat de tijd dat je als rechercheur eigengereid en naar eigen goeddunken stappen kan ondernemen zonder de rest van je team of je oversten daarin te kennen voorbij is.”
Alain zuchtte diep.
“Commissaris.
Ik doe wat van mij wordt verwacht. Ik toon initiatief en zorg ervoor dat in dossiers zoals dat van de moord op Celine Verkeste vooruitgang wordt geboekt. De eerste uren na een misdrijf zijn de cruciaalste, dat weet toch iedereen.”
“Juist daarom. Als uw eigengereide optreden ertoe lijdt dat de vader van Frederick Vermeersch die tevens advocaat is het onderzoek laat stilleggen is dat uw verantwoordelijkheid.
U kent toch de bijnaam van Karel Vermeersch?” vroeg Commissaris Van Marcke.
Tuurlijk kende Alain zijn bijnaam: ‘Meester Procedurefout’.
“Och, is het dat?” reageerde Alain cynisch. “Doet ge in uw broek van die pennenlikker die alleen maar zaken kan winnen door procedurefouten in te roepen?”
“Alain, nog eens. De tijd van de eigengereide rechercheur die chevalier seul speelt is voorbij. Nu meer dan ooit is samenwerken en overleggen voor je een volgende stap zet van cruciaal belang.
Je maakt het PV op en geeft het door aan het parket, einde verhaal. We hebben andere dingen te doen.”
“Zoals derderangs drugsdealers gaan oppakken in de stationsbuurt of cafés op stelten zetten omdat er bij die razzia van vorige maand wat drugs gevonden werden,” bromde Alain.
“Het wordt tijd dat het drugsprobleem eens ernstig wordt aangepakt Hoofdinspecteur Alain Donck.
De laksheid die we er de afgelopen decennia op na hielden heeft lang genoeg geduurd. Jullie gaan vandaag naar Café Dinky Toys voor een grondige inspectie. Het Federaal Agentschap Voedselveiligheid, de sociale inspectie en de FOD-Financiën zullen er ook zijn en dit alles op last van de burgemeester.”
“Die zich hier echt wel laat kennen als het knechtje van Marcel Leliaert,” zei Alain.
“Doet dat er toe?” vroeg Commissaris Van Marcke.
“De veelvuldige klachten wegens overlast en vooral het feit dat wijlen de minderjarige Celine Verkeste er geslachtsgemeenschap had met de veertien jaar oudere zanger van The Spoiled Brats zijn echt wel reden genoeg om dat café eens aan een zeer grondige controle te onderwerpen.”
“Commissaris! Ik ben rechercheur, mijn job is misdrijven oplossen.”
“Nee Alain,” zei de commissaris. “De job van de hedendaagse politieman is misdrijven voorkomen!
Als café uitbaters laks zijn omtrent het doen naleven van de drugswetgeving, geluidsoverlast en de bescherming van minderjarigen dan is het onze plicht om in te grijpen. Helaas komt dit ingrijpen voor Celine Verkeste veel te laat!
Als we nu geen sterk signaal geven Alain. Neemt niemand ons nog au serieux.”
Alain zei niets meer en verliet het bureau van de commissaris. Maar niet zonder de deur met een luide smak toe te smijten.

“Bon, gij zijt er graag bij zeker hé?” wierp Alain Bart toe toen hij het bureau binnenstapte.
“Wat zei je chef?” vroeg Bart die opkeek vanop zijn computerscherm.
“Die controle in de Dinky Toys waar we bij aanwezig moeten zijn.”
“Tja, dat is ons werk hé chef,” antwoordde Bart.
“Nee Bart,” zei Alain. “Mensen couilloneren is niet ons werk.”
“Het wordt hoog tijd dat dat zuiphol eens aan een zeer deftige controle onderworpen wordt. Ik ken zeker twee mensen die de hele nacht uit het slaap werden gehouden door dat lawaai van dat marginale bandje dat er afgelopen zaterdag optrad. Om nog maar te zwijgen van het nachtlawaai dat die straalbezopen jongeren naderhand nog veroorzaakten, een hoop afval en troep achterlatend op het Stationsplein.
Het wordt hoog tijd chef dat café uitbaters zoals die Willem Staels eens duidelijk gemaakt wordt dat de wet ook voor hen geldt. En vooral dat wat ze doen echt niet noodzakelijk is hoor. Integendeel, de mens heeft eigenlijk geen enkele behoefte aan het vergif dat alcohol eigenlijk is. Daar zou jij als geheelonthouder toch mee akkoord moeten zijn, of niet chef?”
Alain zei niets en trok zich opnieuw terug in zijn bureau. Dit wordt een baaldag, dat wist hij nu al.
Dan ging weer de telefoon.
“Donck,” zei hij kortaf.
“Wat? Waar zeg je?
Ok, we komen eraan.”
Hij opende de deur van zijn bureau: “Kom jongens, werk aan de winkel. Lichaam gevonden in het bos vlakbij Taverne De Bosrand. Ze zullen het daar in de Dinky Toys zonder ons moeten stellen.”
Alain zag hoe Bart met tegenzin rechtstond en een lang gezicht trok. Hij zette zich op de passagierszetel van de dienstwagen en keek strak voor zich uit.
“Gaat ge nog uw gordel aandoen of hoe zit het Holvoet?” vroeg Alain.
Bart klikte zijn gordel vast zonder Alain een blik te gunnen. Alain lachte stiekem in zijn vuistje terwijl hij de auto startte en de blauwe zwaailichten en sirene opzette.

In het bos een eind weg van het bospad had de brandweer een tent opgezet, daar was wetsdokter Dirk Dejonghe bezig met een eerste lijkschouwing op de jonge vrouw die daar door een boswachter dood werd aangetroffen.
“Mijn God,” zei Hilde, die als eerste binnenkwam gevolgd door Alain. “Weer een jong meisje.”
Dirk Dejonghe knikte instemmend. “En weer hetzelfde werkwijze. Vingers en tenen afgeknipt, en duidelijk kootje per kootje, we vonden twee halve vingerkootjes van twee verschillende vingers. Knieschijven verbrijzeld, ellenbogen en schouders uit de kom gerukt, zo goed als alle botten gebroken, tanden uitgetrokken en ogen uitgelepeld.”
“Wat een gruwel,” zei Hilde terwijl ze keek naar het zwaar toegetakelde lichaam van een jonge vrouw die nauwelijks ouder dan 22 of 23 jaar kon zijn.
“Hebben we enig idee wie deze jonge vrouw was?” vroeg Alain.
“Er is nergens kleding gevonden,” zei Dokter Dejonghe. En het lijkt het lichaam hierheen gebracht werd en hier werd achtergelaten, want er zijn nergens sporen van een worsteling. Ze lag hier naakt met een zak over het hoofd. Tijdstip van overlijden moet tussen twee en drie uur ’s nachts geweest zijn.
“Dan had de dader nog tijd genoeg om haar in dit verlaten bos te dumpen zonder dat iemand in de gaten had,” zei Bart.
“Wat hij vast met de auto deed, dit bospad leidt tot de parking hier een eind verderop.”
Alain knikte maar dan richtte hij zijn blik op iets anders. Hij bukte zich en raapte iets op dat met plakband aan een boom was vastgemaakt. “Wel heb je ooit,” bromde hij.
“Dezelfde afbeelding die we ook aantroffen in het tuinhuis waar Celine Verkeste gevonden werd,” zei Hilde. “En weer zijn er enige zonden uit die lijst onderstreept.”
“Er is zelfs iets bijgeschreven,” zei Alain. Hij probeerde het te lezen.
Race mixer,” mompelde hij. “Kijk jij ook eens?” vroeg hij aan Hilde.
“Ja, dat staat er inderdaad,” zei ze. “Dus in de ogen van de dader was ze een ‘whore’, ‘adulteress’, ‘money hungry career pursuir’, ‘gossiper’, ‘immodest and rebellious woman’, ‘tattoo getter’, en een ‘jewelry worshipper’. Dus een hoer, overspelige, carrièrejaagster, roddelaarster, een onbescheiden en rebelse vrouw en ze had in inderdaad een tatoeage. Of ze juwelen droeg valt niet uit te maken.”
“Toch, wel,” zei Dr Dejonghe. “Ze droeg oorringen die met geweld werden uitgetrokken.”
“Dus er is een sadist in de stad,” zei Alain. “En waarschijnlijk één van het pseudo religieuze soort die het niet kan hebben dat vrouwen zich niet zo gemakkelijk naar zijn grilletjes laten kneden.
Ken er nog zo eentje,” zei Alain terwijl hij Bart aankeek.
“Maar verdomme, ik denk dat ik dat meisje ken,” zei Patrick.
“Ze werkt in het weekend in Taverne De Bosrand, kom daar dikwijls als ik hier met de kinderen in het bos ga wandelen,” zei Patrick. “Ze zijn zot van de speeltuin naast de taverne, daar kunnen ze zich dan lekker uitleven.”
“Terwijl gij uzelf volgiet met alcohol,” reageerde Bart. “Met wat kaas en salamiblokjes erbij zeker? Hé Patje,” zei Bart terwijl hij Patrick zijn buik vastpakte.
Alain greep Bart vast en duwde hem de tent uit. Daar keek hij Bart streng aan.
“Luister goed vlegel, want ik waarschuw u maar één keer! Gij gaat stoppen met op Patrick zijn kap te zitten.”
“Oh ja?” vroeg Bart uitdagend.
“Gij vindt dat blijkbaar niet erg dat ons Patje zich daar elke vrije zondag laat vollopen met giftige alcohol en zijn lijf vol steekt met calorierijke rotzooi zonder enige voedingswaarde.”
“Stoppen zeg ik!” herhaalde Alain.
“Chef, wij zijn flikken en wij worden geacht een team te vormen. En een team is maar zo sterk als zijn zwakste schakel… “
“Goed,” zei Alain. “Dan ga ik naar de dienst intern toezicht en naar het Comité P en daar eens meedelen dat rechercheur Bart Holvoet aanpapt met Mariska De Vuyst, telg van een notoire familie van vechtersbazen en criminelen en tevens lid van de Arische Jeugd Vlaanderen!”
“Wat weet jij daarvan?” vroeg Bart verbaasd.
“Meer dan genoeg Bartje betweter Holvoet, zei Alain.
Meer dan genoeg om uw carrière te kraken vriend. En ik ga eerlijk zijn.
Er is niet veel dat mij tegenhoudt om dat ook effectief te doen ook.”
“En wat houdt u dan wel tegen chef?” vroeg Bart die zijn rug rechtte en de indruk probeerde te wekken dat hij niet onder de indruk was van de dreigementen van zijn directe overste.
“Dat het niet in mijn aard ligt om iemands carrière te kraken, zelfs al is het een eikel eerste klas,” zei Alain terwijl hij terug naar de tent liep.

Terug op het bureau werden meteen de gegevens opgezocht van Eveline Nachtegaele en uit zo goed als alles bleek dat zij het meisje was dat dood en gruwelijk verminkt in de bossen werd aangetroffen.
Meteen trokken Bart en Alain naar Taverne De Bosrand waar Geert Lamsschoots, de oudste ober van het team een tafel vlak bij de bar aanwees en hen een kop koffie aanbood.
“Eveline verdomme,” zei hij. “Ons zonneke in huis.
Zijde gulder zeker dat zij het is?” vroeg Geert terwijl hij zich ook neerzette.
“Voor 90% wel,” zei Alain. “Slachtofferhulp is nu de familie op de hoogte aan het brengen.”
Geert zuchtte diep. “Niet te schatten gewoon,” zei hij.
“Had Eveline problemen met iemand? Vertelde ze iets over een ruzie met iemand of zo?”
“Meneer,” zei Alain. “Met wie zou Eveline ruzie hebbe gehad? Die kwam gewoon met iedereen overeen, en de klanten kwamen dikwijls speciaal voor eur.”
“Had ze misschien relationele problemen of zo?”
“Eveline was vrijgezel, al leek het of er wel iets moois bloeide tussen haar en Dieudonné onze afwasser.”
“En wat is dat voor iemand die Dieudonné?” vroeg Alain.
“Hele sympathieke gast ze, komt uit Ivoorkust en hij is sinds kort hier aan de slag. Hij werkte voordien in Restaurant De Botermand, dat restaurant dat failliet is gegaan.”
Dieudonné Kouyaté,” zei Bart. “Die hebben we nog ondervraagd in het kader van het onderzoek naar die moorden die Daniel Bertheloot pleegde. Dus die had een oogje op Eveline of wat?”
“Het was eerder omgekeerd,” zei Geert. “Sinds hij bij ons werkte was ze niet meer uit de spoelkeuken weg te slaan. Elk vrij moment was ze daar, en maar giechelen en maar dollen.
Ze zijn zondag samen vertrokken na de sluiting, nu ja na het gezamenlijk drink en babbelmomentje op het terras na de sluiting. Hand in hand en het was vooral Eveline die haar ogen niet van Dieudonné kon afhouden.”
“Dan moeten we die Dieudonné maar eens aan de tand voelen, nietwaar Chef?” zei Bart.
Net op dat moment kwam Tine die er de bar deed de taverne binnen. Ze zag haar collega Geert aan tafel met twee mensen waarvan ze van zeker één wist dat hij bij de politie was. Bart natuurlijk die ze kende van de fitness, en ook de anonieme dienstwagen die bij de taverne stond wekte haar achterdocht. Vooral omdat ze verderop in het bos de vele politiewagens en die rode tent zag staan.
“Is er iets gebeurd?” vroeg Tine.
Geert excuseerde zich en nam Tine apart. “Nee!!!” klonk het luid door de gelagzaal.
“Toch niet Eveline, komaan!
Toch niet Eveline!” zei Tine terwijl ze in huilen uitbarstte.
Dan wendde ze zich tot Bart en Alain.
Diene pervert zit daarachter,” zei ze.
“Welke pervert?” vroeg Alain.
“Die haar van die vieze foto’s stuurde van zijne lul.
Soms met zijn eikel vol zaad, “Ik wou dat ik dit in je kutje kon spuiten,” schreef hij er dan bij.
“Is het iemand die ze kent?” vroeg Bart.
“Ja, nee… Allez ja.
Ze had contact met een gast via Tinder,” zei Tine.
“Maar toen ze met hem afsprak trof ze een man aan die totaal niet voldeed aan de beschrijvingen en foto’s die hij haar doorstuurde. Ze is gedegouteerd weggelopen, maar hij bleef haar bestoken met privé berichtjes, mails, sms’jes. Van het vettigste soort eerst.”
“Had hij toen ook al foto’s van zijn geslacht gedeeld?” vroeg Bart.
“Doet dat ertoe. Hij stuurde nep foto’s om haar te misleiden, en ineens stond er een vent voor haar neus die zeker tien jaar ouder was dan zijzelf en zeker tien kilo zwaarder dan hetgeen ze op de foto’s zag die ze doorstuurde. Hij pakte haar vast en begon haar te betasten, maar ze kon zich losrukken en wegraken uit zijn appartement.”
“Niet slim om naar iemands privé woning te trekken voor een eerste date,” zei Bart.
Nog nekeer!!! Doet dat ertoe?
Daar zijn jullie flikskes goed in hé, in victim blaming. En gij zeker. Waar of nie? Spuiterke!”
Barts adem stokte, hij zei voor de rest van het verloop niets meer, Alain stelde verder de vragen.
Wilde meer weten over wie die persoon was met wie Eveline Nachtegaele had afgesproken. Tine gaf hem een vage omschrijving.
“Bon,” zei Alain terwijl hij samen met Bart de taverne uitliep. “GSM en mailverkeer dan maar checken, spijtig dat haar gsm spoorlos is.”
“Sorry dat ik zo grof ben hé chef. Maar ik vind de moraal van die jonge meiden van tegenwoordig echt wel beneden alle peil. Een wildvreemde opzoeken in zijn eigen woonst om er seks mee te hebben. En dan zijn ze verwonderd…. “
“Dat praat een moord niet goed Bart. Meer nog, NIETS praat een moord goed. Heb je dat goed gehoord Bart Holvoet. NIETS PRAAT EEN MOORD GOED!” zei Alain terwijl de verontwaardiging in hem opborrelde, waarna hij de motor van zijn dienstwagen startte. Zonder een woord te zeggen reed hij terug naar het bureau.