Een ambulance reed met loeiende sirenes en gierende banden de dienst spoedgevallen binnen.
Enkele dokters en verpleegkundigen stonden al te wachten, de achterste deuren
werden geopend en een brancard werd naar buiten geschoven. Daarop lag een man.
Verminkt, onherkenbaar, helemaal onder het bloed en jammerend van de helse
pijnen.
“Mijn God,” mompelde Dr Jan Frederickx, terwijl hij zich over de patiënt
boog. “Wie heeft die man zo toegetakeld?”
“Geen idee, wandelaars vonden hem in De Leeghaerdsbossen, een eind van
de paden af. Het is dankzij hun Border Collie die van het pad afweek en op het
gejammer afging dat ze hem vonden en zo van een gewisse dood werd gered.
Bijkomend geluk is dat de man van het koppel een gepensioneerde legerarts is
met bakken ervaring op het terrein. Hij slaagde er meteen in om de ergste
wonden en te ontsmetten en zo te voorkomen dat hij doodbloedde of een infectie
op zou lopen.”
Dr Frederickx verwijderde de braces en verbanden en stelde vast dat de man
helemaal naakt was. Zijn knieschijven en voeten waren verbrijzeld, zijn onder
en dijbenen op meerdere plekken gebroken alsook zijn boven en onderarmen en al
zijn ribben werden letterlijk gebroken met een zwaar voorwerp. Ook had de man
een dubbele schedelbreuk en was er niks van zijn gezicht heel gelaten.
“Diegene die dit gedaan heeft is een gestoorde psychopaat,” zei Dr Frederickx
van achter zijn mondmasker.
Bon, onmiddellijk opereren, te beginnen met het behandelen van zijn
schedelbreuken. Dit wordt een werk van vele uren,” zei hij erbij terwijl de
moed net niet in zijn schoenen zakte. “Bel Dr Franssen, de
hoofdchirurg,” beval hij nog.
“Weten we wie die man is?” vroeg Danny Vervliet, de hoofdverpleegkundige van de
dienst spoedgevallen.
“Er werden geen identiteitspapieren of dergelijke gevonden, hij werd naakt en
zonder enige bezittingen aangetroffen. Politie is nog ter plaatse voor een
sporenonderzoek. Ze zullen waarschijnlijk ook hierheen komen voor het stellen
van de nodige vragen.
“Ik ben niet beschikbaar, het welzijn van mijn patiënt gaat voor,” reageerde Dr
Frederickx fel.
Rechercheurs Alain Donck en Bart Holvoet kwamen de dienst spoedgevallen binnen.
“Goeiedag, lokale recherche. Mijn collega’s zouden graag enige vragen willen
stellen in verband met het onderzoek.
“Ik ben dokter Inge Claessens, plaatsvervanger van Dr Frederickx,” zei
een blonde vrouwelijke dokter van midden de dertig. “Het gaat vast over de man
die hier in de vooravond werd binnengebracht.
Mijn overste Dr Frederickx is hem nu aan het opereren, bijgestaan door onze
hoofdchirurg, het zal een werk van lange adem worden en dan nog is de kans
groot dat die man nadien verder leeft als een plant.”
“Is hij er zo erg aan toe?” vroeg Alain.
“Geen deel van zijn lichaam is nog heel,” zei Dr Claessens. “Niet meer of die
man komt hieruit als een levend wrak. Ik zal u enige foto’s tonen die we
daarnet genomen hebben.”
Dr Claessens toonde de foto’s op haar tablet. Alain slikte. “Wat een
beestachtige aanslag,” mompelde hij.
“Die kerel moet iemand serieus kwaad gekregen hebben,” merkte Bart Holvoet op.
“Welke andere reden zou een mens hebben om zo driest tekeer te gaan?”
“Er is niet veel nodig om een mens zover te drijven Holvoet,” reageerde Alain
geprikkeld. “Het is te merken dat jij nog niet veel meegemaakt hebt als
rechercheur. En van wat je gezien hebt heb je blijkbaar niet veel geleerd, hé
betweterke.”
“Chef,” reageerde Bart. “Om iemand zo driest en brutaal te verwonden, dat doe
je alleen als je verteerd bent door pure, diepe withete woede. Misschien moeten
we als we zijn identiteit kennen eens zien wat die kerel op zijn kerfstok
heeft. Want blijkbaar heeft die gast de verkeerde het bloed van onder de nagels
gehaald.
Dit is niet het werk van een psychopaat! Geloof me chef.”
“Geloven is voor de pastoors Holvoet,” bromde Alain. “In ons vak telt er maar
één ding, DE FEITEN!”
Een uur later.
Op het bureau hing Alain de foto’s van de zwaar toegetakelde
man op aan het prikbord.
“Bon, wat hebben we?” vroeg hij.
“Man, blank, blond haar, en sik. Verder helemaal onherkenbaar, gezicht
letterlijk tot pulp geklopt en geen bot van zijn lijf heel gelaten. Volledig
onbekend, geen papieren, geen identiteit, niks.
Dit wordt echt zoeken naar een speld in een hooiberg,” mompelde Alain.
“Ooggetuigen zouden en man met zijn persoonsbeschrijving van een motor zien stappen,” zei Geert Van Quathem, En die motor tot nader order nog altijd op de parking."
“Waar lieten jullie die motor dan niet ophalen voor nader onderzoek? vroeg Alain. "Godverdomme kunnen jullie dan echt niet wat meer initiatief nemen? Laat die motor ophalen voor verder onderzoek!" beval Alain.
De motor werd opgehaald en naar het politiebureau gebracht, de helm hing nog aan het stuur. “Interessant voor DNA
materiaal,” zei Alain. “Check de nummerplaat, dan weten we meteen meer.”
“Die motor is eigendom van een leasingfirma,” zei Patrick. “Morgen bel ik op en
vraag ik aan wie ze die momenteel hebben geleased?” Alain hoorde het aan en
ijsbeerde door het bureau.
Hij wist nu al, dit wordt een zaak die wel eens heel diep in zijn kleren zou
gaan kruipen. En hij gruwde bij de gedachte alleen al. Hij schonk zichzelf een
koffie in, heet en straf, en staarde voor zich uit.
“Waarom zouden ze de motor van het slachtoffer laten staan, als ze alle moeite
doen om ervoor te zorgen dat hij niet te identificeren is?” vroeg Alain zich
af.
“Misschien wisten ze niet hoe hij zich verplaatste omdat ze hem hebben
opgewacht op de plaats waar hij werd gevonden,” reageerde Geert.
“Goed nagedacht,” zei Alain terwijl hij zij koffie opdronk en een nieuwe kop
inschonk.
Na een operatie die meerdere uren duurde en voor de
chirurgen letterlijk slopend was werd de onbekende man naar de dienst
intensieve zorgen waar hij in een kunstmatige coma zal worden gehouden en aan
de beademing en hartbewakingsmachine worden gekoppeld.
Hoofdverpleegster Karen Huygeleers nam de zorg van de onbekende patiënt
op zich en dit deed ze met de toewijding waarvoor ze in het ziekenhuis gekend
stond. Samen met enkele andere verpleegsters. Karen is groot, slank en
breedgeschouderd. Lang licht krullend blond haar, levendige blauwe ogen en
dunne lippen die ze vastberaden samenperst. Haar handen zijn groot, ruw en
pezig en ze heeft heel wat kracht in haar armen. Dat ze na haar dagtaak
meerdere uren per week in de fitness doorbrengt straalt van haar af, voor Karen
is een uitmuntende fysieke conditie broodnodig om haar harde job vol te houden.
Met een indringende focus verwijderd Karen de braces en verbanden en voelt een
rilling over haar rug lopen als ze de man zijn vreselijke verwondingen ziet.
Het breekt haar hart om te zien hoe zo’n struise flinke kerel werd herleid tot
een zieltogend hoopje ellende. Ze hoorde het gepiep van de hartbewakingsmachine
en het blazen van de beademingsmachine. Ze ontsmette de wonden op zijn hoofd,
in zijn gezicht en zijn lichaam om dan naderhand met heel veel zorg de wonden
opnieuw te verbinden. Ze stelde tot haar ontsteltenis vast dat ze zijn
geslachtsorgaan hebben afgesneden. “Oh my fucking god, welke gestoorde
geest bedenkt zoiets,” zei één van de verpleegsters die haar bijstonden. Karen
keek haar aan en legde haar hand op de schouders van de jonge verpleegster.
“Een psychopaat meisje,” zei Karen. “Een gevaarlijke zot die achter slot en
grendel thuishoort.”
Voor ze de kamer verliet wierp ze nog een blik op de man met wie ze zo hard
meevoelde. Daarna zat ze in de dienstkeuken met een kop koffie voor haar neus
voor zich uit te staren.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten