woensdag 21 januari 2026

Patiënt X 2


Een maand later.
De onbekende man werd nog steeds in kunstmatige coma gehouden, maar zijn verwondingen heelden snel en uit scans maakten de artsen uit dat zijn hersenactiviteit dag na dag toenam. Blijkbaar zal hij alsnog in staat zijn om te communiceren en dingen te begrijpen. Hoezeer zijn geheugen is aangetast zal nog moeten blijken. Dokters overlegden of de tijd al da niet rijp was om de man uit zijn kunstmatige coma te halen. Ook Karen was bij dit overleg betrokken, want zij zou de eerste zijn die hem zou aanspreken wanneer hij ontwaken zou.
Karen voelde de spanning in haar lichaam toenemen en haar hart bonzen. Ze hoopte dat hij tot communicatie in staat is en dat ze alsnog zou weten wie die man is en wat hem overkomen is.

Bij de recherche zat het onderzoek op een dood spoor. De motor was geleased door een firma gespecialiseerd in technische bouwwerken, maar daar wilde men niet vertellen wie deze motor gebruikte. Tot Alains ergernis leek het of ze zich daar van ‘krommenaas’ gebaarden en leek het erop dat ze suggereerden dat een werknemer zijn motor had uitgeleend aan iemand.
“Zo komen we nergens godverdomme,” foeterde Alain terwijl hij door het bureau liep te ijsberen. Dat intussen bleek dat de haren en andere DNA sporen in de helm overeenkwamen met die van de man die nu in het ziekenhuis ligt maakte dat het contact met dat bedrijf nog stugger werd.
“Die weten daar meer,” bromde Alain. Maar tot verdere onderzoekdaden overgaan werd hem door de commissaris niet toegestaan. De commissaris die hem meermaals en met aandrang op het hart drukte om zich koest te houden en geen eigengereide acties te doen. Vooral omdat het onderzoek naar de dodelijke incident met KennyBossuyt nog lopende was.
Ofschoon hij blij was dat hij terug aan de slag mocht baalde hij van het feit dat zijn bewegingsvrijheid beperkt was.

Intussen liep Karen de kamer in van de man die geboekstaafd stond als ‘Patiënt X’. Ze checkte zijn parameters en zag dat hij zijn hoofd bewoog.
“Hou je hoofd stil meneer,” zei ze terwijl ze de man strak aankeek.
“Weet u waar u bent?” vroeg ze.
“No, por favor, adujame,” hoorde ze hem zeggen.
“Todo Duelo, Que me esta pasando.” (Alles doet pijn. Wat gebeurt er met me?)
“Tranquillo señor,” zei Karen. “Rustig maar, wij zijn hier om je te helpen? U bent nog steeds in een zeer kritieke toestand.”
“Español por favor,” hoorde ze de man stamelen.
“I don’t speak Spanish i’m sorry,” zei Karen.
“No comprende señora,” stamelde de man.
Karen verliet de kamer en wende zich tot haar overste Dr Snoeyberghs.
“Ik begrijp het niet,” zei ze. “Hij drukt zich uit in het Spaans en geeft aan geen enkele andere taal te begrijpen. Terwijl hij qua haarkleur of gelaatstrekken – voor zover we die nog kunnen onderscheiden – helemaal geen Spaans type is.”
“Hij heeft er misschien lange tijd verbleven, en heeft hij alleen aan die periode nog herinneringen, waaronder het zich in het Spaans uitdrukken en verstaanbaar maken,” zei Dr Snoeyberghs.
“Misschien,” zei Karen. “Maar dat maakt communicatie niet makkelijker. Niemand op de afdeling spreekt Spaans zover ik weet.”
“Dat wordt inderdaad moeilijk ja,” zei Dr Snoeyberghs peinzend.
“Maar wacht eens, ik denk dat ik weet wie ons kan helpen. Ik weet dat onbevoegden niet zomaar op de afdeling mogen komen, maar kan er echt geen uitzondering maken om deze situatie te ontkrachten.”
“Ok, dat kan. Maar je moet beseffen dat ik hier een zware verantwoordelijkheid tref. Als iets met die man gebeurt kan dit mijn job kosten, en de uwe ook.”
“Er zal niets gebeuren dokter,” zei Karen waarna ze haar telefoon uit haar zak haalde.

Lou Selleslaghs liep gezwind over het grindpaadje dat toegang gaf tot het huis waar hij sinds enige maanden een eigen kamertje had. Het huis dat hij samen met zijn geliefde Sheila eigenhandig opknapte en dat zo’n diepe emotionele betekenis voor hem had. Hij opende de deur en hing zijn jas aan de kapstok. Hij opende de deur die toegang gaf tot de kantoren van het detectivebureau dat Sheila runde samen met haar vennoot Morgane. Maar er was niemand. De computers waren uit en er lagen alleen wat paperassen op de bureaus.
Dan liep hij naar boven, hij hoorde muziek komende uit de vertrekken van Sheila. Ze is dus thuis. Hij klopte op de deur. “Kom mor binnen schietje,” hoorde ze aan de andere kant van de deur.
Daar trof hij Sheila aan, liggend in de zetel in een zwart T-shirt van Black Sabbath en haar slip en verder niets. Ze rechtte zich en liep op Lou af, terwijl trok ze haar T-shirt uit en gooide het waar het maar vallen wilde. Dan sloeg ze haar armen rond Lou zijn hals en gaf ze hem een hartstochtelijke kus.
“J’ei vroeg gedoan schietje, gheistig,” zei ze terwijl ze zijn hemd losknoopte.”
“Ja, vroeg gedaan. Dus eindelijk nog eens de gelegenheid om eens wat tijd met mijn lief door te brengen zei Lou terwijl hij zijn handen naar beneden liet glijden en tegelijk haar slip van haar heerlijke kont schoof.
Sheila schurkte haar onderlichaam tegen Lou’s kruis en zoende hem hartstochtelijk in de hals. Ze rukte zijn hemd uit die op de grond viel en knoopte zijn broek los.
“Ek wiln seks schatje,” kreunde Sheila.
“Ek wiln daje me poept, hard en stevig!”
Lou tilde Sheila op en legde haar op de zetel waarna hij haar slip uittrok. Dan trok hij zijn broek uit, spreidde haar benen en kroop op haar om dan stevig van bil te gaan met Sheila, ZIJN SHEILA!
“Heerlijke vrouw!” zei hij terwijl hij haar met volle kracht penetreerde. “Heerlijke vrouw met een verrekt heerlijk lijf! Kan maar niet genoeg krijgen van uw machtig schone borsten Sheila. Van uw strakke buik en vooral uw lekker nauwe poes die zo heerlijk neukt RRAAAUW!”
Sheila ademde steeds zwaarder en kreunde en gromde steeds luider.
Dan werd het passionele liefdesspel van Lou en Sheila onderbroken door telefoongerinkel.
“Godvermiljaardedju!!! Wuffer stommekloot belt er nu! ‘k Zoen doar toch zo van braken hé. Olsang als e meins ekeje an ’t genieten es!”
Sheila nam op, maar klonk al meteen een stuk aangenamer.
“Hey Karen mokke, zegget ekeje woarmee kan ‘k joen van dienst zien.
Wadde, alleine mor Spoans.
Ewel, ‘k ghoan ekeje langskomn, tot toene.”

Dan wendde ze zich tot Lou. “Ja sorry vor ’t abrupte einde van uzze zalige vrijpartij. Mor diene patiënt daze zwoar verminkt gevoengn hein es bie kennisse, moar je klapt en verstoat bliekboar alleine mor Spoans. En omdat Karen weet dat kik ’t Spoans ghoed beheersen vraag ze mien voe te komn helpen.”
“Als dit tot een doorbraak kan zorgen in die vreemde zaak is het goed dat je je diensten gaat aanbieden. Kom als je klaar bent maar gewoon langs boven bij mij, dan drinken we nog een afzakkertje bij een goed streepke muziek. Deal?”
“Tuurlijk dadde,” zei Sheila waarna ze zich aankleedde en in haar pick-up startte.

Terwijl meldde een vrouw zich aan in het politiekantoor. “Ik had graag Hoofdinspecteur Alain Donck van de lokale recherche gesproken?” zei ze tegen Caroline de receptioniste.
“Waarover gaat het mevrouw?”
“Dit wens ik alleen met hem te bespreken, in alle discretie als het even kan.”
“Goed, ik bel even of hij vrij is,” zei Caroline.
“Hij is vrij,” zei Caroline na een kort telefoongesprek. Derde deur links, en gewoon naar hem vragen.”
De vrouw liep door de gangen. 37 jaar, lang blond haar, slank, mooie ronde kont, fier vooruitstekende borsten, volle lippen. Een vrouw die vele mannen deed omkijken waar ze ook maar kwam. Ze droeg een zwarte stijlvolle shirt met V hals die haar slanke figuur liet spreken en daarover een donkerblauwe vest en een zwarte heel vrouwelijke broek en elegante schoenen zonder hak.
Ze stapte met elegante tred het kantoor van de recherche binnen, zowel Geert, Bart als Patrick keken op en volgden de vrouw met hun ogen bij elke stap die ze zette. Net op dat moment kwam Alain Donck uit zijn afgezonderde bureau. “Dag mevrouw, u wilde mij spreken?” vroeg hij. “Komt u maar,” nodigde hij uit.
Met gevoel voor raffinement legde de vrouw haar jas over haar stoel en ging dan zitten.
“Bon vertel het nekeer,” zei Alain.
“Mijn naam is Saar Hazeldoncks en ik ben HR-Manager bij UB-Tech Constructions.”
Het bedrijf dat we al de hele tijd proberen te bereiken in verband met de link tussen de motorfiets die in het bos werd aangetroffen en de zwaar verminkte man die gekend staat als Patiënt X,” zei Alain.
“Precies, en ik kan een naam plakken op die ongelukkige jongeman.”
“Ik ben één en al oor,” zei Alain.
“Magnus Robardsson,” zei Saar. “34 jaar, geboren in het Zweedse Lulea, Afgestudeerd als ingenieur aan de universiteit van Uppsala en verdere specialisaties gedaan op de Technische Universiteit van Delft. Polyglot, spreekt vlot 8 talen waaronder het Nederlands, maar ook Spaans, Portugees en zelfs Arabisch. Goed met computers, vlot in de omgang en na anderhalf jaar in dienst leidde hij al zijn eigen project en met succes.”
“Als die man zo’n goeie kwaliteiten heeft, op het perfecte af. Waarom werd hij dan aangetroffen in het bos met zulke zware verminkingen.”
“Magnus was sinds twee weken niet meer komen opdagen, het nieuwe project dat hij was begonnen liep in het honderd en natuurlijk was onze CEO Lionel Brackxs not amused. Ik moest zijn naam uit het personeelsregister verwijderen en we mochten niet zeggen dat we hem kenden.”
“Hoe was de relatie van Magnus Robardsson met zijn baas Lionel Brackxs?” vroeg Alain.
“In het begin heel hartelijk. Lionel had hem meegebracht uit Zuid-Frankrijk waar hij al jaren werkt aan de restauratie van een oud Provençaalse landhuis. Daar liep hij Magnus tegen het lijf die hem vroeg of hij geen werk voor hem had of iemand kende die een werkkracht vandoen had. Lionel liet Magnus meehelpen aan de restauratie van zijn landhuis en stelde vast dat de jongeman een neus had voor bouwkunde en wees hem zelfs op fouten die Lionel schoorvoetend moest toegeven, zonder Magnus was de leefruimte van het huis vast ingestort vroeg of laat. Ze werkten hard en er ontstond een hartelijke band tussen hen, en toen hij wist dat Magnus ingenieur was bood hij hem meteen een job aan in ons bedrijf dat gespecialiseerd is in het bouwen van technisch zeer ingewikkelde constructies. En daar voelde Magnus zich als een vis in het water.”
“Kan ik er vanuit gaan dat iets de relatie tussen Magnus en zijn baas heeft doen vertroebelen?” vroeg Alain.
“Ja, maar het fijne weet ik er niet van. Maar ik weet dat jullie onderzoek in de richting van ons bedrijf wees met onder andere het leggen van de link met de motorfiets en het DNA van Magnus. En daarom vraag ik mij af, waarom zetten jullie geen verdere stappen? Het bedrijf bezoeken, mensen ondervragen, dat soort dingen.”
“Dat gaat niet zomaar, onze commissaris heeft liever niet dat we zomaar één van de meest gerespecteerde technische bouwbedrijven van dit land zomaar in rep en roer zetten. Tussen ons gezegd, hij heeft schrik van de raadsman van Lionel Brackxs.”
“Karel Vermeersch,” vulde Saar aan. “Beter gekend als ‘Meester Procedurefout’.”
“Precies,” zei Alain. “Die heeft ons al eerder in een lastig parket gebracht, en daar is onze commissaris als de dood voor. Anders maar al te graag hoor, ik zou ook niets liever zien dan dat er schot in de zaak komt.”
“Ik denk dat ik genoeg weet, ik moet gaan nu. Nog een prettige dag Hoofdinspecteur Donck,” zei Saar terwijl ze rechtstond en Alain een haastige handdruk gaf.

Alain nam de hoorn van de telefoon en belde naar de commissaris. “Commissaris Van Marcke kan ik u even spreken?”
“Komt u maar naar mijn bureau Alain,” zei de commissaris.
“Goed commissaris,” stak Alain Donck van wal. “Ik heb daarnet een heel belangrijke getuigenis afgenomen van een vrouw die beweert een naam te kunnen plakken op Patiënt X en ja hij is gelinkt aan UB-Tech Constructions het bedrijf van Lionel Brackxs.”
“En op basis van die getuigenis hoop jij dat ik u toestemming ga geven om daar iedereen uit te gaan vragen en de bedrijfsleider van één van de meest gespecialiseerde bedrijven van dit land te gaan lastigvallen?”
“Alle sporen wijzen naar Lionel Brackxs en zijn bedrijf commissaris.”
“En wat als blijkt dat die Patiënt X die volgens de behandelende arts elk moment bij kennis kan komen iemand anders is. Wat ga je dan doen? Met hangende pootjes je excuses aanbieden aan Lionel Brackxs? Om een aanklacht van zijn advocaat Karel Vermeersch te vermijden.
Kijk Alain,” zei de commissaris op gestrenge toon. “Jij moet eens gaan leren dat je niet zomaar kan in en uit lopen bij mensen met een verantwoordelijke functie of ambt.”
“Tuurlijk commissaris, tuurlijk. Want ofwel zijn dat allemaal vriendjes of connecties van ons nieuw permanent lid van de politieraad Marcel Leliaert. Ofwel zijn het klanten van ‘Meester Procedurefout’, dat stuk pretentie in toga dat er plezier in schept om maanden en jaren onderzoek met één pennentrek van tafel te vegen.”
“Dat heeft er allemaal niets mee te maken Alain!” onderbrak de commissaris hem. “Wanneer ga je nu eindelijk eens snappen dat modern politiewerk iets heel anders is dan zomaar bij Jan en alleman binnenvallen en dan nog op eigen houtje?
Trouwens Alain, heb je nog nagedacht over je vervroegd pensioen. Want ik heb zo de indruk dat je aanpassen aan nieuwe normen niet meer aan u besteed is.”
“Ja, en ik blijf bij wat ik eerder zei commissaris.
OVER MIJN LIJK!” Bij die woorden verliet hij het bureau van de commissaris en sloeg hij de deur met een harde klap dicht.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten