Een maand later.
De onbekende man werd nog steeds in kunstmatige coma gehouden, maar zijn
verwondingen heelden snel en uit scans maakten de artsen uit dat zijn
hersenactiviteit dag na dag toenam. Blijkbaar zal hij alsnog in staat zijn om
te communiceren en dingen te begrijpen. Hoezeer zijn geheugen is aangetast zal
nog moeten blijken. Dokters overlegden of de tijd al da niet rijp was om de man
uit zijn kunstmatige coma te halen. Ook Karen was bij dit overleg betrokken,
want zij zou de eerste zijn die hem zou aanspreken wanneer hij ontwaken zou.
Karen voelde de spanning in haar lichaam toenemen en haar hart bonzen. Ze
hoopte dat hij tot communicatie in staat is en dat ze alsnog zou weten wie die
man is en wat hem overkomen is.
Bij de recherche zat het onderzoek op een dood spoor. De motor was geleased
door een firma gespecialiseerd in technische bouwwerken, maar daar wilde men
niet vertellen wie deze motor gebruikte. Tot Alains ergernis leek het of ze
zich daar van ‘krommenaas’ gebaarden en leek het erop dat ze
suggereerden dat een werknemer zijn motor had uitgeleend aan iemand.
“Zo komen we nergens godverdomme,” foeterde Alain terwijl hij door het bureau
liep te ijsberen. Dat intussen bleek dat de haren en andere DNA sporen in de helm overeenkwamen
met die van de man die nu in het ziekenhuis ligt maakte dat het contact met dat
bedrijf nog stugger werd.
“Die weten daar meer,” bromde Alain. Maar tot verdere onderzoekdaden overgaan
werd hem door de commissaris niet toegestaan. De commissaris die hem meermaals
en met aandrang op het hart drukte om zich koest te houden en geen eigengereide
acties te doen. Vooral omdat het onderzoek naar de dodelijke incident met KennyBossuyt nog lopende was.
Ofschoon hij blij was dat hij terug aan de slag mocht baalde hij van het feit
dat zijn bewegingsvrijheid beperkt was.
Intussen liep Karen de kamer in van de man die geboekstaafd
stond als ‘Patiënt X’. Ze checkte zijn parameters en zag dat hij zijn hoofd
bewoog.
“Hou je hoofd stil meneer,” zei ze terwijl ze de man strak aankeek.
“Weet u waar u bent?” vroeg ze.
“No, por favor, adujame,” hoorde ze hem zeggen.
“Todo Duelo, Que me esta pasando.” (Alles doet pijn. Wat gebeurt er met
me?)
“Tranquillo señor,” zei Karen. “Rustig maar, wij zijn hier om je te
helpen? U bent nog steeds in een zeer kritieke toestand.”
“Español por favor,” hoorde ze de man stamelen.
“I don’t speak Spanish i’m sorry,” zei Karen.
“No comprende señora,” stamelde de man.
Karen verliet de kamer en wende zich tot haar overste Dr Snoeyberghs.
“Ik begrijp het niet,” zei ze. “Hij drukt zich uit in het Spaans en geeft aan
geen enkele andere taal te begrijpen. Terwijl hij qua haarkleur of
gelaatstrekken – voor zover we die nog kunnen onderscheiden – helemaal geen
Spaans type is.”
“Hij heeft er misschien lange tijd verbleven, en heeft hij alleen aan die
periode nog herinneringen, waaronder het zich in het Spaans uitdrukken en
verstaanbaar maken,” zei Dr Snoeyberghs.
“Misschien,” zei Karen. “Maar dat maakt communicatie niet makkelijker. Niemand
op de afdeling spreekt Spaans zover ik weet.”
“Dat wordt inderdaad moeilijk ja,” zei Dr Snoeyberghs peinzend.
“Maar wacht eens, ik denk dat ik weet wie ons kan helpen. Ik weet dat
onbevoegden niet zomaar op de afdeling mogen komen, maar kan er echt geen
uitzondering maken om deze situatie te ontkrachten.”
“Ok, dat kan. Maar je moet beseffen dat ik hier een zware verantwoordelijkheid
tref. Als iets met die man gebeurt kan dit mijn job kosten, en de uwe ook.”
“Er zal niets gebeuren dokter,” zei Karen waarna ze haar telefoon uit haar zak
haalde.
Lou Selleslaghs liep gezwind over het grindpaadje dat
toegang gaf tot het huis waar hij sinds enige maanden een eigen kamertje had.
Het huis dat hij samen met zijn geliefde Sheila eigenhandig opknapte en dat
zo’n diepe emotionele betekenis voor hem had. Hij opende de deur en hing zijn
jas aan de kapstok. Hij opende de deur die toegang gaf tot de kantoren van het
detectivebureau dat Sheila runde samen met haar vennoot Morgane. Maar er was
niemand. De computers waren uit en er lagen alleen wat paperassen op de
bureaus.
Dan liep hij naar boven, hij hoorde muziek komende uit de vertrekken van
Sheila. Ze is dus thuis. Hij klopte op de deur. “Kom mor binnen schietje,”
hoorde ze aan de andere kant van de deur.
Daar trof hij Sheila aan, liggend in de zetel in een zwart T-shirt van Black
Sabbath en haar slip en verder niets. Ze rechtte zich en liep op Lou af,
terwijl trok ze haar T-shirt uit en gooide het waar het maar vallen wilde. Dan
sloeg ze haar armen rond Lou zijn hals en gaf ze hem een hartstochtelijke kus.
“J’ei vroeg gedoan schietje, gheistig,” zei ze terwijl ze zijn hemd
losknoopte.”
“Ja, vroeg gedaan. Dus eindelijk nog eens de gelegenheid om eens wat tijd met
mijn lief door te brengen zei Lou terwijl hij zijn handen naar beneden liet
glijden en tegelijk haar slip van haar heerlijke kont schoof.
Sheila schurkte haar onderlichaam tegen Lou’s kruis en zoende hem
hartstochtelijk in de hals. Ze rukte zijn hemd uit die op de grond viel en
knoopte zijn broek los.
“Ek wiln seks schatje,” kreunde Sheila.
“Ek wiln daje me poept, hard en stevig!”
Lou tilde Sheila op en legde haar op de zetel waarna hij haar slip uittrok. Dan
trok hij zijn broek uit, spreidde haar benen en kroop op haar om dan stevig van
bil te gaan met Sheila, ZIJN SHEILA!
“Heerlijke vrouw!” zei hij terwijl hij haar met volle kracht penetreerde.
“Heerlijke vrouw met een verrekt heerlijk lijf! Kan maar niet genoeg krijgen
van uw machtig schone borsten Sheila. Van uw strakke buik en vooral uw lekker
nauwe poes die zo heerlijk neukt RRAAAUW!”
Sheila ademde steeds zwaarder en kreunde en gromde steeds luider.
Dan werd het passionele liefdesspel van Lou en Sheila onderbroken door
telefoongerinkel.
“Godvermiljaardedju!!! Wuffer stommekloot belt er nu! ‘k Zoen doar toch zo
van braken hé. Olsang als e meins ekeje an ’t genieten es!”
Sheila nam op, maar klonk al meteen een stuk aangenamer.
“Hey Karen mokke, zegget ekeje woarmee kan ‘k joen van dienst zien.
Wadde, alleine mor Spoans.
Ewel, ‘k ghoan ekeje langskomn, tot toene.”
Dan wendde ze zich tot Lou. “Ja sorry vor ’t abrupte einde van uzze zalige
vrijpartij. Mor diene patiënt daze zwoar verminkt gevoengn hein es bie
kennisse, moar je klapt en verstoat bliekboar alleine mor Spoans. En omdat
Karen weet dat kik ’t Spoans ghoed beheersen vraag ze mien voe te komn helpen.”
“Als dit tot een doorbraak kan zorgen in die vreemde zaak is het goed dat je je
diensten gaat aanbieden. Kom als je klaar bent maar gewoon langs boven bij mij,
dan drinken we nog een afzakkertje bij een goed streepke muziek. Deal?”
“Tuurlijk dadde,” zei Sheila waarna ze zich aankleedde en in haar pick-up
startte.
Terwijl meldde een vrouw zich aan in het politiekantoor. “Ik
had graag Hoofdinspecteur Alain Donck van de lokale recherche gesproken?” zei
ze tegen Caroline de receptioniste.
“Waarover gaat het mevrouw?”
“Dit wens ik alleen met hem te bespreken, in alle discretie als het even kan.”
“Goed, ik bel even of hij vrij is,” zei Caroline.
“Hij is vrij,” zei Caroline na een kort telefoongesprek. Derde deur links, en
gewoon naar hem vragen.”
De vrouw liep door de gangen. 37 jaar, lang blond haar, slank, mooie ronde
kont, fier vooruitstekende borsten, volle lippen. Een vrouw die vele mannen
deed omkijken waar ze ook maar kwam. Ze droeg een zwarte stijlvolle shirt met V
hals die haar slanke figuur liet spreken en daarover een donkerblauwe vest en
een zwarte heel vrouwelijke broek en elegante schoenen zonder hak.
Ze stapte met elegante tred het kantoor van de recherche binnen, zowel Geert,
Bart als Patrick keken op en volgden de vrouw met hun ogen bij elke stap die ze
zette. Net op dat moment kwam Alain Donck uit zijn afgezonderde bureau. “Dag
mevrouw, u wilde mij spreken?” vroeg hij. “Komt u maar,” nodigde hij uit.
Met gevoel voor raffinement legde de vrouw haar jas over haar stoel en ging dan
zitten.
“Bon vertel het nekeer,” zei Alain.
“Mijn naam is Saar Hazeldoncks en ik ben HR-Manager bij UB-Tech
Constructions.”
Het bedrijf dat we al de hele tijd proberen te bereiken in verband met de link
tussen de motorfiets die in het bos werd aangetroffen en de zwaar verminkte man
die gekend staat als Patiënt X,” zei Alain.
“Precies, en ik kan een naam plakken op die ongelukkige jongeman.”
“Ik ben één en al oor,” zei Alain.
“Magnus Robardsson,” zei Saar. “34 jaar, geboren in het Zweedse
Lulea, Afgestudeerd als ingenieur aan de universiteit van Uppsala en
verdere specialisaties gedaan op de Technische Universiteit van Delft. Polyglot,
spreekt vlot 8 talen waaronder het Nederlands, maar ook Spaans, Portugees en
zelfs Arabisch. Goed met computers, vlot in de omgang en na anderhalf jaar in
dienst leidde hij al zijn eigen project en met succes.”
“Als die man zo’n goeie kwaliteiten heeft, op het perfecte af. Waarom werd hij
dan aangetroffen in het bos met zulke zware verminkingen.”
“Magnus was sinds twee weken niet meer komen opdagen, het nieuwe project dat
hij was begonnen liep in het honderd en natuurlijk was onze CEO Lionel
Brackxs not amused. Ik moest zijn naam uit het personeelsregister
verwijderen en we mochten niet zeggen dat we hem kenden.”
“Hoe was de relatie van Magnus Robardsson met zijn baas Lionel Brackxs?” vroeg
Alain.
“In het begin heel hartelijk. Lionel had hem meegebracht uit Zuid-Frankrijk
waar hij al jaren werkt aan de restauratie van een oud Provençaalse landhuis.
Daar liep hij Magnus tegen het lijf die hem vroeg of hij geen werk voor hem had
of iemand kende die een werkkracht vandoen had. Lionel liet Magnus meehelpen
aan de restauratie van zijn landhuis en stelde vast dat de jongeman een neus
had voor bouwkunde en wees hem zelfs op fouten die Lionel schoorvoetend moest
toegeven, zonder Magnus was de leefruimte van het huis vast ingestort vroeg of
laat. Ze werkten hard en er ontstond een hartelijke band tussen hen, en toen
hij wist dat Magnus ingenieur was bood hij hem meteen een job aan in ons
bedrijf dat gespecialiseerd is in het bouwen van technisch zeer ingewikkelde
constructies. En daar voelde Magnus zich als een vis in het water.”
“Kan ik er vanuit gaan dat iets de relatie tussen Magnus en zijn baas heeft
doen vertroebelen?” vroeg Alain.
“Ja, maar het fijne weet ik er niet van. Maar ik weet dat jullie onderzoek in
de richting van ons bedrijf wees met onder andere het leggen van de link met de
motorfiets en het DNA van Magnus. En daarom vraag ik mij af, waarom zetten
jullie geen verdere stappen? Het bedrijf bezoeken, mensen ondervragen, dat
soort dingen.”
“Dat gaat niet zomaar, onze commissaris heeft liever niet dat we zomaar één van
de meest gerespecteerde technische bouwbedrijven van dit land zomaar in rep en
roer zetten. Tussen ons gezegd, hij heeft schrik van de raadsman van Lionel
Brackxs.”
“Karel Vermeersch,” vulde Saar aan. “Beter gekend als ‘Meester
Procedurefout’.”
“Precies,” zei Alain. “Die heeft ons al eerder in een lastig parket gebracht,
en daar is onze commissaris als de dood voor. Anders maar al te graag hoor, ik
zou ook niets liever zien dan dat er schot in de zaak komt.”
“Ik denk dat ik genoeg weet, ik moet gaan nu. Nog een prettige dag
Hoofdinspecteur Donck,” zei Saar terwijl ze rechtstond en Alain een haastige
handdruk gaf.
Alain nam de hoorn van de telefoon en belde naar de
commissaris. “Commissaris Van Marcke kan ik u even spreken?”
“Komt u maar naar mijn bureau Alain,” zei de commissaris.
“Goed commissaris,” stak Alain Donck van wal. “Ik heb daarnet een heel
belangrijke getuigenis afgenomen van een vrouw die beweert een naam te kunnen
plakken op Patiënt X en ja hij is gelinkt aan UB-Tech Constructions het bedrijf
van Lionel Brackxs.”
“En op basis van die getuigenis hoop jij dat ik u toestemming ga geven om daar
iedereen uit te gaan vragen en de bedrijfsleider van één van de meest
gespecialiseerde bedrijven van dit land te gaan lastigvallen?”
“Alle sporen wijzen naar Lionel Brackxs en zijn bedrijf commissaris.”
“En wat als blijkt dat die Patiënt X die volgens de behandelende arts elk
moment bij kennis kan komen iemand anders is. Wat ga je dan doen? Met hangende
pootjes je excuses aanbieden aan Lionel Brackxs? Om een aanklacht van zijn
advocaat Karel Vermeersch te vermijden.
Kijk Alain,” zei de commissaris op gestrenge toon. “Jij moet eens gaan leren
dat je niet zomaar kan in en uit lopen bij mensen met een verantwoordelijke
functie of ambt.”
“Tuurlijk commissaris, tuurlijk. Want ofwel zijn dat allemaal vriendjes of
connecties van ons nieuw permanent lid van de politieraad Marcel Leliaert.
Ofwel zijn het klanten van ‘Meester Procedurefout’, dat stuk pretentie in toga
dat er plezier in schept om maanden en jaren onderzoek met één pennentrek van
tafel te vegen.”
“Dat heeft er allemaal niets mee te maken Alain!” onderbrak de commissaris hem.
“Wanneer ga je nu eindelijk eens snappen dat modern politiewerk iets heel
anders is dan zomaar bij Jan en alleman binnenvallen en dan nog op eigen
houtje?
Trouwens Alain, heb je nog nagedacht over je vervroegd pensioen. Want ik heb zo
de indruk dat je aanpassen aan nieuwe normen niet meer aan u besteed is.”
“Ja, en ik blijf bij wat ik eerder zei commissaris.
OVER MIJN LIJK!” Bij die woorden verliet hij het bureau van de
commissaris en sloeg hij de deur met een harde klap dicht.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten