zaterdag 24 januari 2026

Patiënt X 4





Sheila werd wakker met een bonzend hoofd en voelde zich kotsmisselijk. Ze liep naar de badkamer waar ze haar bad vol braakte.
Nog meer walgde van zichzelf en maakten diepe schuldgevoelens zich van haar 
meester.
 
Ze spoelde met de sproeier haar bad schoon, nam een snelle douche en poetste haar tanden, maar bij het drinken van een slok water uit haar beker moest ze weer overgeven. 
Dan nam ze haar gsm, ze zag enkele berichtjes van Karen. 
“Hey gaat het met u? Ge deed ineens zo raar.” 
“Hey Sheila laat eens van u horen, ik maak me zorgen.” 
“He
y, Ik heb vernomen dat Alain Donck Lionel Brackxs gaat ondervragen.”  “Verdomme,” dacht Sheila. “Misschien moeten kik toch ekeje beln. Mor eerst kaffie.  
En e Dafalgan, of nee… Twee Dafalgans.  
Sheila belde Karen op.  
“Hebt ge u in den drank gesmeten of zo?” vroeg Karen. “Uw stem klinkt zo schor en hees.” 
“Voe joen kun ‘k toch nietend verbergen hé,” zei Sheila. 
“Sheila, als ge meer weet over wat er gebeurd is tussen Magnus en Lionel, neem dan alstublieft contact op met Alain Donck ja. Die mag daar echt niet mee wegkomen.” 
“Woarom peins je da ‘k meer weten?” 
“Ik leid dat af uit uw reactie. Gij weet meer, en ge voelt u schuldig omdat gij aan Lionel hebt gezegd wat ge weet. En dat dat de reden is waarom hij Magnus zo hard aanpakte. En ge voelt u schuldig. 
Waar of niet?” 
Sheila zuchtte diep. 
“Waar of niet Sheila?” drong Karen aan. 
“Ja ’t es woar,” zei Sheila. 
“Wel dan, neem contact op Alain Donck en vertel alles wat je weet. Beloof je dat?” 
“Ja dat beloof ik,” zei Sheila. 

Wanneer Sheila beneden kwam keek Morgane haar met een nijdige blik aan. 
Merci hein!” zei ze bits. 
Voe wadde?” 
“Voor je dronken gebral en je luide muziek waarmee je mij en vooral Yanaïka uit onze slaap hebt gehouden.” 
“Ja ‘k zaten der efkes deure ja. Mag het nog. 
’t Es ghodverdomme mien schuld dat Lionel Brackxs Magnus zo heit toegetakeld.” 
“En dat is een reden om u compleet lam te zuipen en een hoop lawaai te maken.  
Sorry Sheila maar als dat een gewoonte gaat worden dan zoek ik een ander onderkomen. Ik ga niet met een opgroeiende dochter onder één dak blijven wonen met een doorzopen alcoholiste! Echt niet.” 
“Ok, ‘k geven toe. ‘k Ben te verre geghoan. Sorry.” 
“Sheila, ik weet niet of je dat wel goed beseft? Maar jij drinkt echt wel te veel hoor. 
Jij zoekt altijd de toevlucht in drank. Heb je iets te vieren dan haal je de fles boven of schenk je jezelf een aperitiefje in. Gaan de zaken niet zoals het moet dan schenk je jezelf een royaal glas whisky in omdat je het efkes nodig heit’.  
En je drinkt veel meer dan de aanbevolen hoeveelheid van minder dan tien glazen alcohol per week.” 
Sheila slaakte een diepe zucht. 
“OK, that’s it! zei Sheila. 
“Ik ghoan mie niemeje loaten ghoan lik gisterenavond. Da’s beloofd op mien woord van eer. 
Mor ghie moet toen ook stoppen met preken hé. E keer e ghoe glas drinken dat ghoaje mien nie ofpakken. Met joen geleuter over gezondheid heelder dagen.” 
“Kijk Sheila. Ik probeer Yanaïka bij te brengen om respect te hebben voor haar eigen lichaam en om altijd voor de gezondste keuzes te gaan. Hoe kan ik haar weerhouden om alcohol te drinken als ze hier dagelijks ziet dat alcoholgebruik iets normaals is?  
Ja ik ben er als de dood voor dat Yanaïka onder druk van haar vrienden gaat roken of drinken. En zo haar gezondheid gaat hypothekeren. En ik zou wat hulp hierbij van u en van Lou echt wel waarderen hoor. En als ge mijn visie over alcoholgebruik gaan afdoen als preken, dan heb ik niet echt de indruk dat ik van u veel hulp moet verwachten. 
Daarbij: Wilt ge uzelf dan echt niet een paar extra gezonde levensjaren cadeau doen?” 
Sheila gooide nog een Dafalgan in haar waterglas en nam nog een slok van haar koffie. 
“We ghoan doar over een andere  over klappen es ’t ghoed?” reageerde Sheila, maar ze zag aan het gezicht van Morgane dat ze daar absoluut geen vrede mee nam. 
 
Lionel Brackxs zat in de verhoorruimte van de lokale recherche. Arrogant keek hij voor zich uit. Zonnebril in het haar, kostuum van Hugo Boss, Rolex om de arm en een opzichtige gouden ketting rond zijn nek. Duidelijk een man die gehecht was aan zijn status. 
Naast hem zat zijn raadsman Meester Karel Vermeersch, alias Meester Procedurefout. 
“Bon vertel het nekeer,” zei Alain. 
“Magnus Robartsson werkte voor u, maar in tegenstelling tot wat hij u vertelde was hij geen volle week onwettig afwezig zoals u eerder verklaarde. 
Meer nog, u hebt een privédetective op hem afgestuurd om zijn doen en laten te laten vastleggen? Waarom was dat? 
“Omdat ik hem ervan verdacht dat hij gevoelige informatie over het project dat ik hem toevertrouwde aan de concurrentie doorspeelde. Maar dan beweerde dat wijf dat hij amper met mensen in contact kwam en na zijn werk gewoon naar huis ging, en amper contact maakte noch met zijn computer, noch met zijn gsm. Ja dan stond ik nog nergens.” 
“En dan heb je maar besloten om het recht in eigen handen te nemen,” reageerde Alain op scherpe toon. 
“Kunt u die beschuldigen staven Hoofdinspecteur Donck,” reageerde Meester Vermeersch die door Alain met een striemende blik werd bedacht. 
“Meester. Magnus Robartsson die door uw cliënt ervan werd verdacht bedrijfsgeheimen aan de concurrentie over te maken - maar er zelfs met de hulp van een zeer bekwame en professionele detective niet in slaagde om dat met bewijzen hard te maken – ligt momenteel zeer zwaar verminkt in het ziekenhuis. Als je iemand zodanig toetakelt zoals Magnus werd toegetakeld dan kan dat alleen maar betekenen dat je echt wel een zeer diepe wrok moet koesteren tegen die persoon.  
En nu blijkt uit het gesprek dat ik had met detective Sheila Verdoolaeghe afgelopen voormiddag dat zij vermoed dat de vraag van Lionel om Magnus zijn doen en laten na te trekken helemaal niets van doen heeft met bedrijfsspionage.” 
“Ik koester helemaal geen wrok tegen Magnus!” onderbrak Lionel. “Ik heb die jongen een baan gegeven en voor hem een appartement gehuurd en dat heb ik gedaan omdat ik in hem geloof.” 
“Nog steeds?” vroeg Alain.  
“Wel ja, nog steeds. Als ik hoor hoe zijn toestand nu is. Zonde gewoon.” 
“Waarom waren u en uw bedrijf al die tijd dat wij naar hem vroegen onbereikbaar voor elke commentaar? Waarom moesten uw medewerkers doen alsof ze nooit van ene Magnus Robartsson hebben gehoord?” 
“Dat kan niet dat Sheila hierover iets te weten is gekomen,” zei Lionel. 
“Dat is ook niet zo, wij hebben andere bronnen.” 
Vertwijfeld keek Lionel naar zijn advocaat die stoïcijns voor zich uit bleef kijken. 
Alain stond recht, plaatste zijn beide handen op tafel en keek Lionel Brackxs met strenge blik aan. 
“Lionel Brackxs, of moet ik zeggen… LIONEL PELCKMANS! Broer van de beruchte serieverkrachter Francis Pelckmans. “ 
Dat verleden ligt achter mij. Ik heb niet zonder reden de naam van mijn pleegvader overgenomen. Want het is dankzij hem dat ik kon studeren en vooral. DAT IK MEZELF KON ONTPLOOIEN!” 
“Hoofdinspecteur Donck, ik beschouw deze openlijke confrontatie met mijn cliënt zijn verleden welks hij voorgoed achter zich wil laten als irrelevant! En de vergelijking met zijn broer nog veel meer!” riep Karel Vermeersch verontwaardigd. 
“Ik heb uw dossier bekeken meneer Brackxs,” zei Alain. Fraai is het niet hé. 
Van school gestuurd vanwege langdurige en vernederende pesterijen in groep waarvan u klaarblijkelijk de leider was. En wat gebeurde er in het jaar dat u praeses werd van studentenclub Moeder Chicorei? Die doop die zo zwaar uit de hand liep, weet u nog? Een jonge schacht die na een val voor de rest van zijn dagen in een rolstoel zit, en wat deden jullie? Als laffe hazen gaan lopen!” 
“Ja, we hadden overdreven. Maar we hebben die jongen achteraf vergoed.” 
“Ja, alles mooi in de minne geregeld en jullie werden buiten vervolging gesteld. Dit zou  nu echt wel heel anders zijn gelopen, dat beseft ge toch. Een jongen binnengebracht op spoed, onder de blauwe plekken en met meerdere breuken, waaronder een gebroken ruggengraat. En een bijna fatale alcoholvergiftiging. 
U kickt blijkbaar op macht en onderdrukking nietwaar Lionel Brackxs? En blijkbaar wordt u ook niet graag tegengesproken.” 

“Hoofdinspecteur Donck! Ga naar mijn bedrijf en ondervraag mijn mensen. En u zult van iedereen horen dat ik een zeer correcte, joviale en tactvolle baas  en die iedereen van poetsvrouw tot leidinggevende ingenieur met evenveel respect en tact behandel.  
Ja ik heb het uitgehangen als jonge gast. Ja ik was een driftig baasje dat kickte op macht en status. 
Maar mensen veranderen Hoofdinspecteur Donck. En leren uit hun fouten. Ik zou niet zo gerespecteerd worden als CEO moest ik nog altijd diezelfde machtsgeile driftkikker zijn die tussen mijn zestien en drieëntwintig jaar was.” 
“Meneer Brackxs,” zei Alain die zijn kalmte probeerde te bewaren en beducht was voor de tussenkomsten van advocaat Karel Vermeersch die niet voor niets de bijnaam Meester Procedurefout had en die maar ijverig nota’s bleef nemen van het verhoor. 
“Ik ga even citeren wat ik Sheila Verdoolaeghe hoorde vertellen tijdens het verhoor dat ik van haar heb afgenomen in het ziekenhuis, welks ze rijkelijk illustreerde met de foto’s die ze had genomen tijdens haar opdracht, de foto’s die ze ook aan u liet zien. Zoals deze foto’s.” 
Alain legde een serie foto’s op tafel waarin Magnus Robardsson te zien was met niemand minder dan Saar Hazeldoncks, hoofd van de dienst HR bij UB-Tech Constructions. 
“Wat gaat er door je heen als je deze foto’s ziet?” vroeg Alain terwijl hij nog indringender in Lionel zijn ogen keek. 
Lionel zuchtte diep: “Wat wil je wat ik hierop zeg?” vroeg hij. 
“Gewoon, het eerste wat in je opkomt. Zeg wat je nu denkt?” 
“Bent u niet heel erg bevooroordeeld Hoofdinspecteur?” vroeg Meester Vermeersch. 
“Het lijkt wel of u willens nillens de scalp van mijn cliënt wil. Dat u hem gewoon klem wilt rijden en hem tot een bekentenis wil dwingen, los van het feit of u alles wat u hier zegt of op tafel gooit als bewijs hard kan maken of niet.” 
“Ik citeer wat Sheila Verdoolaeghe letterlijk zei over het moment dat Meneer Brackxs de foto’s bekeek. 
‘Toen hij de foto’s bekeek zag ik zijn blik veranderen. Was die voordien levendig en vol jovialiteit, veranderde die naar woede. IJzig kille woede gecombineerd met een diepe withete HAAT!” 
Lionel Brackxs wisselde enkele blikken uit met zijn raadsman. Ik heb niets meer te zeggen Hoofdinspecteur,” zei hij. 
“Dat is uw volste recht. Maar u blijft ter beschikking van ons en van het gerecht.” 
“Als ik dit verhoor niet nietig laat verklaren tenminste,” zei Meester Vermeersch terwijl hij zijn papieren ordende en meermaals tegen de tafel duwde om ze gelijk te maken en tegelijk Alain met diepe minachting aankeek. Hij was duidelijk niet gesteld op de doortastende manier van ondervragen die Alain erop na hield. En ja die minachting was wederzijds. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten