Alain en Serge betraden het mortuarium waar Dr Duchéne hen stond op te wachten.
“Bonjour messieurs,” zei hij terwijl hij minzaam knikte. “Je
suis fini avec le rapport de examen post mortem,” ze hij terwijl hij beide
rechercheurs uitnodigde om bij hem aan de onderzoekstafel te komen staan. “Ik
ben klaar met het rapport van het post mortem onderzoek. Kijken jullie maar
even mee. Hij trok het laken weg waaronder het levenloze lichaam van Tatjana
Kusters lag. De jonge vrouw lag op haar rug, haar hoofd ietsje naar links
gedraaid en haar mond half open. Hij liet het witte laken op haar voeten rusten
en trok meteen haar benen open. “Comme vous pouvez les voir, zoals
jullie kunnen zien aan de vlekken rond haar intieme delen heeft deze demoiselle
voor haar dood geslachtsgemeenschap gehad. Maar dat wil natuurlijk niet zeggen
at er sprake is van verkrachting. De liezen zijn niet gescheurd of geforceerd,
en er zijn ook geen inwendige scheurtjes te zien in de vagina. Dus kunnen we er
gerust van uit gaan dat ze instemde met de geslachtsgemeenschap. Ook is er
weinig sprake van druk op de ribbenkast of andere plaatsen van het bovenlichaam
zoals dat wel vaker voorkomt bij verkrachting. Wel heeft ze meerdere slagen en
schoppen te verwerken gekregen, alsook vond ik meerdere krabsporen over haar
lichaam maar vooral in haar gezicht. Het zijn scherpe groeven dus ik vermoed
dat het iemand was met scherpe nagels. De meeste mannen hebben geen scherpe
nagels, dus ik vermoed dat diegene die haar krabte een vrouw was. Maar dat wil
daarom niet zeggen dat zij haar gedood heeft. En kijk, zie je hier die halen in
haar been. Dit is duidelijk toegebracht met een hoge hak.” Zei Dr Duchéne
terwijl hij het linkerbeen van Tatjana lichtjes draaide.
Serge zat er maar ongemakkelijk bij. Alain had het in de gaten.
“Geen fraai zicht hé vriend, zo’n lijkschouwing. Maar dit hoort nu eenmaal bij
het vak van rechercheur Serge. Het wordt echt hoog tijd dat gij eens wat meer
van achter uw bureau komt mijn beste,” voegde Alain eraan toe.
Terug op het
bureau bestudeerde Alain het rapport van de lijkschouwing, oftewel het post
mortem onderzoek. Dan ging ineens de telefoon. “Met Alain Donck,” zei Alain met
opgewekte stem. “Hoe zegt u? Hij vraagt naar een zekere Alex. Maar hij stond
bij de caravan van Zwachtel.
Kijk, ik kom zo snel mogelijk want ik wil die jongen zo snel mogelijk spreken,”
zei Alain terwijl hij rechtstond. Hij gaf Serge een por. “Kom vriend, werk aan
de winkel. Er is bij de caravan iemand opgedoken die Zwachtel lijkt te kennen.
Zijn echte naam zou Alex zijn.
Alex Van Bezien. En hij zou van Oostende afkomstig zijn.
Alain kwam aan bij het plaatselijke politiekantoor van Galmaarden. Daar zat een
man op een bank. “Dag Hoofdinspecteur,” zei één van de inspecteurs. “Dit is de
man die we bij de caravan aantroffen. Hij wilde de zegels doorbreken, maar we
hebben hem meteen duidelijk gemaakt dat daar geen sprake van kon zijn. Hij
zocht een zekere Alex en aan de beschrijving die hij gaf was het voor ons
duidelijk dat hij naar die Zwachtel zocht.”
Alain aanhoorde het en bedankte de inspecteur. “Goeiedag meneer.
Hoofdinspecteur ad interim Alain Donck van de Gerechtelijke Politie en dit is
mijn collega Serge Hinnekindt. Wilt u even met ons meekomen?”
De jongeman stond op en ging mee met Alain en Serge die een afgezonderde ruimte
ter beschikking kregen waar ze de jongeman konden verhoren.
“Bon, vooreerst willen we weten wat uw naam is?” vroeg Alain.
“Mijn naam is Rik Patteeuw, mor iedereen noemt mien Ricardo,” zei
de langharige jonge kerel die gekleed was in een gebleekte jeansbroek, sjofel
jeansvestje en een T-shirt van Humo met een cartoon van Kamagurka erop.
“Ik kwam’n me moat opzoeken. Ales. Mor toen zagen kik dat zien caravanne
verzegeld was.
Es ’t er etwad met Alex gebeurd?”
“Dat weten we niet,” zei hij. “We hadden hem graag gesproken over een incident
dat plaatsvond in het herenhuis dat eigendom was van de man die hem toelating
gaf om op zijn grond in de caravan te verblijven.”
“Edmond Hesters,” zei Ricardo.
“Precies,” zei Alain.
“Edmond heit vele gedoan voe Alex,” zei Ricardo. “En ’t es dankzij hem da ‘k
weten woardat ie nu weunt.” Zei Ricardo.
Dan keek hij voor zich uit en slikte hij een paar keer.
“Alex was me kozen. En eigenlijk ook geweune me beste moat. We ghing’n tope
na ’t schole van de bewoarschole tot de visscherieschole. We ghieng tope ghoan
voaren en we dejen tope uuze legerdienst in Duutsland. En w’hein tope in e
bandje gezeetn ook. “The Ugly Bastards,” e punkbandje woar da we
Oostende en de Middenkust mee onveilig maakten. Optreden voe vuuvhoenderd frank
en e bak bier, ken je dadde?”
“Nee, dat ken ik niet,” zei Alain. “Maar ga door.”
E joar of vuuve geleedn rakte Alex in kennisse met e meisje. E pronte
koeketiene van e rieke familie. Carine Bertheloot, dochter van e
volksvertegenwoordiger van de caloten. Stief katholiek en heel kleinburgerlijk,
‘k moeten ghin tekeningsje bie maken zeker? Mor Carientje was e betje rebels en
dik tegen de goesting van eur voader hing ze liever roend tusschen geweune
volkse gasten. ’t Liefst van ol visschers. Ek hein Alex nog gewoarschuwd. Lot
er joen nie méé in, want d’er ghoat doar miserie van komn.
Mor ja, je wilde nie luustern hé.
Op e dag trok ie met dat joenk na ’t Fort Napoleon voe doar e potje te ghoan
vrijen. En ie meer of je wier betrapt deure twee gendarmes te peird. En toen es
’t gebeurd. Dat joenk rukte eur los, liep na die gendarmes en riep ‘Il m’a violée! Ii
m’a violée!
Je’hei mien verkracht!”
Dan werd het stil. Alain kreeg het ijskoud. Hij zag hoe Ricardo trilde op zijn
benen en hij wist, dit is een jongen die voor zijn vriend opkomt.
“Alex werd meegenomen deure die gendarmes. Naakt. J’eit doar in de kazerne e
ferme rammelinge gekreegn en daarna werd ie naakt naar de gevangenis
overgebracht. Je mocht niemand zien en ’t heeft drie dagen geduurd eer ie
contact mocht opnemen met zien advocaat. Intussen kreeg ie van zien eigen
voader te horen dat ie nietend meer met hem te maken wilde hein. Iedereen liet
Alex vallen. Iedereen.
Je was ol veroordeeld eer het proces nog moeste komn.
Intussen wisten ze ook in ’t gevang woarvoorn dat ie beschuldigd was. En op nen
dag werd ie ingesloten deure
medegedetineerden en kreeg ie slagen. Eén van die gedetineerden had e
grote glasscherf bie hem. En stak doarmee in ze linkerooghe. Sindsdien… “
Ricardo kreeg het moeilijk. Alain stond recht en klopte vaderlijk op zijn
schouders.
"Alex werd verdedigd door Edmond Hesters en die had al snel door hoe de vork aan
de steel zat. Hij ondervroeg Carine en stelde gerichte vragen, hij lokte haar
letterlijk in de val. Ze moest wel bekennen. Daarna stak hij een vurig betoog
af over hoe conservatisme ertoe leiden kan dat kinderen en dan vooral meisjes
overgaan tot valse beschuldigingen om toch maar niet in ongenade te vallen bij
hun ouders.
Alex werd vrijgesproken en Edmond besloot om zich over hem te ontfermen.
Sindsdien weunt ie en die caravanne. En probeert ie etwad van zijn leven te
maken. Voor ’t leven getekend deure die lelijke zwachtel op zijn linkeroog en
de naam en reputatie te hebben een ‘verkrachter’ te zijn.”
Ricardo zweeg weer een poos en ging dan verder.
“Alex wil graag schrijver worden. Hij liet mij een manuscript lezen, een
verhaal. Ek zei dat ie dat moest uitbrengen en we zouden samen naar Antwerpen
vertrekken om daar dat manuscript voor te leggen.”
“Ik heb genoeg gehoord,” zei Alain.
“Alex Van
Bezien,” zei Alain toen hij zijn kantoor binnenstapte en meteen naar zijn
dossierkast liep. Hij haalde er een map met krantenknipsels uit. “Hier, hele
verslagen over deze zaak. Over deze schandalige gerechtelijke dwaling. En
ondanks alle aantijgingen blijft dat stuk senator beweren dat zijn dochter
verkracht is en beweert hij dat die advocaat leugens en listen gebruikte om
zijn cliënt alsnog van alle blaam te zuiveren.
Hypocriet strontvolk,” sakkerde Alain.
“Maar goed. We weten nu wie die jongen was. Wat er met zijn oog gebeurde,
waardoor hij met de bijnaam Zwachtel door het leven ging. Maar de vraag rest.
Waar was hij de nacht dat Tatjana werd vermoord en in welke mate was hij
daarbij betrokken?
Dan riep hij zijn team samen voor een vergadering. “Goed, wat weten jullie
intussen over die genaamde Zwachtel?” vroeg Alain aan Tony en Gilles, de
jongens die hij opdracht gaf om de dorpelingen uit te horen over Zwachtel, met
de bedoeling meer over hem te weten te komen?”
“Er deden geruchten de ronde,” zei Gilles. “Als zou hij te doen hebben gehad
met de dochter van Edmond Hesters.”
“Caroline?” zei Alain terwijl hij over zijn kin wreef.
“Inderdaad,” zei Gilles. Er zijn dorpelingen die beweren dat ze haar ut het
huis zagen sluipen waarna ze naar de caravan liep en hij haar binnenliep. Vaak
had ze nauwelijks meer aan dan haar slaapkleedje.”
“Interessant,” zei Alain.
“Je moet weten dat ze toen nog maar zestien jaar was,” zei Tony. “Tuurlijk
mocht vader daar niks van weten. Maar blijkbaar zorgde die ruige Zwachtel er
wel voor dat de hormonen van de jonge Caroline op hol sloegen.
Ik heb zo het gevoel dat broer en zus Hesters zo hun geheimpjes hebben,” zei
Alain. “Dat ze het één en ander verborgen houden voor ons.”
Dan ging de telefoon. “Met Alain Donck,” zei Alain nadat hij opnam.
“Ik kom zo meteen commissaris,” zei hij.
“Heren excuseer mij maar de commissaris laat mij roepen,” zei Alain waarna hij
naar het bureau van de commissaris trok.
“Ik wil dat je verzegeling van het huis van wijlen Edmond Hesters onmiddellijk ongedaan
maakt!" zei de commissaris nadat Alain het kantoor binnenkwam en de deur achter
zich toetrok.
“Waarom?” vroeg Alain.
“Omdat de nabestaanden het kotsbeu zijn om niet in het huis van hun vader te
kunnen terwijl er daar nog veel opgeruimd moet worden.”
“Ja, dat begrijp ik,” zei Alain. “Ze willen zo snel mogelijk dat huis en de
inboedel verkopen nietwaar. Zeker zoon Ludwig die nogal krapjes bij kas zit.”
“Dat zijn onze zaken niet,” zei de commissaris. “Hoofdprioriteit is nu dat
jullie achter die genaamde ‘Zwachtel’ aangaan. Hij is de man die jullie moeten
hebben. Hij heeft zich aan Tatjana vergrepen en haar daarna gewurgd. Dat is
toch duidelijk.”
“U hebt het post mortem rapport blijkbaar niet goed gelezen commissaris.”
De commissaris zweeg even maar vervolgde dan. “Ik wil pas dat je verdere
conclusies trekt nadat je die Zwachtel hebt verhoord, is dat duidelijk. En je
laat Ludwig en Caroline Hesters voorlopig met rust. Dat zijn mensen met een
vlekkeloze reputatie die zeer hoog aangeschreven staan. Ik tolereer niet dat
jij deze mensen lastigvalt met verdachtmakingen waar geen enkel bewijs voor
is.”
“Commissaris, nogmaals. Lees het post mortem rapport, en vooral. Lees het
aandachtig.
Meer kan ik in deze niet zeggen.
Mag ik nu beschikken commissaris?”
“Eruit!” zei commissaris Van Oudheusden kortaf.
Toen Alain naar zijn kantoor terug wandelde kwam Serge op hem af. “Chef, er is
een lichaam gevonden even buiten het dorp, op het landweggetje dat vertrekt bij
Huize Rozenrood.
Het zou gaan om Zwachtel!”
“Godverdomme!” vloekte Alain binnensmonds terwijl hij zijn jas van de kapstok
plukte.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten