dinsdag 30 juni 2026

Ze noemden hem Zwachtel. (slot)






Een politieagent hief het cordon omhoog. 
Alain en Serge bukten zich en liepen dan verder tot de plek waar een lichaam onder een wit laken lag.
“Denk dat we niet meer moeten zoeken naar Zwachtel,” zei Commissaris Van Herp van de gemeentepolitie. “Deze jongen vond hem deze morgen toen hij met de fiets op terugweg was van een fuif in het nabijgelegen dorp. Hij lag op zijn buik in de gracht met zijn gezicht in het water. Hij hield een zak vast met daarin koude frieten en de nodige frituurgerechten. Hij ging vast frieten halen in het naburige dorp.”
Alain knielde bij het stoffelijk overschot van Zwachtel. Dan viel zijn oog op iets dat in zijn broekzak zat. Hij haalde het eruit, Het was een blad papier. Hij opende het, bekeek de inhoud om het dan te plooien en in de binnenzak van zijn jas te steken.
“C’est clair hein,” zei Dr Duchéne. “Het is zo klaar als een klontje. Duw gekregen, gestruikeld en bij zijn val zijn nek gebroken. Viel met zijn hoofd in het water maar geen sporen van verdrinking, de dood moet dus al ingetreden zijn voor zijn val. Hij heeft er vast niks van gemerkt.
Hij ligt hier zeker al sinds eergisteren,” besloot Dr Duchéne.”
“Dan stierf hij dezelfde nacht als Tatjana,” bedacht Alain zich.
Dan bewoog Dr Duchéne het levenloze lichaam van de jongeman die in het dorp Zwachtel werd genoemd. Schouder uit de kom, heup gebroken, zei hij. “Hij moet met iets in aanraking gekomen zijn? Een aanrijding misschien?”
“Vluchtmisdrijf,” mompelde Alain.
“Zou kunnen. Het is verleidelijk hé. Onverlichte weg op het platteland. Niemand die het ziet als je met teveel promille op een voetganger van de weg maait.”
“Chef, kijk hier,” riep Serge. “Het glas van een autolicht.”
“Interessant,” zei Alain. “Stukken verzamelen voor het labo.”
Dan richtte hij zijn blik weer op het ontzielde lichaam van Zwachtel. “Arme jongen,” dacht hij bij zichzelf. “Hij wilde graag een nieuw leven beginnen na zijn onterechte beschuldiging van verkrachting. En dan gebeurt dit.”
Het lichaam werd geborgen en Alain en Serge besloten om een kijkje te nemen bij Huize Rozenrood. Terstond gaf hij opdracht aan de mensen van de gemeentepolitie om de verzegeling op te breken. Terwijl dat gebeurde arriveerde Ludwig Hesters met zijn Porsche. “Dat werd tijd hé Hoofdinspecteur,” zei hij vol arrogantie.
“Wij werken in het belang van het onderzoek Meneer Hesters. Maar wacht eens, wat is er met uw auto gebeurd?” vroeg Alain ineens toen hij zag dat het glas van zijn rechter voorlicht ontbrak.
“Brussels racaille,” zei hij. “Deze nacht één keer mijn auto laten buitenstaan, en dat in mijn straat in Ukkel. En kijk, dit is het resultaat. Mooi hé, die zogenaamde ‘multiculturele samenleving’.” Foeterde hij.
“Dat is toevallig,” zei Alain terwijl hij langs de auto liep. “Dat is heel toevallig.
Weet je wie er zonet dood werd aangetroffen in een gracht hier wat verderop?”
“Tu rigoler,” zei Ludwig. “Je maakt een grapje.”
“Nee, helemaal niet. Zwachtel werd deze ochtend dood aangetroffen in de gracht. Hij liep kennelijk in de richting van het dorp. Op weg naar zijn caravan, na een nachtje? Ja wat ging hij doen zo laat in de nacht? Weet jij het?”
“Dit pik ik niet. Ik neem nu contact op met mijn advocaat,” zei Ludwig.”
“Dat lijkt mij wel het beste ja,” zei Alain. “Want ik vind het wel heel vreemd dat er net bij jou schade is aan je voorlicht. Oh nog dit. Volgens de lijkschouwer trad de dood eergisterennacht in. Niet zo lang nadat Tatjana werd vermoord. Ik stel voor dat jij en je zus zich deze middag aanmelden op het kantoor van de Gerechtelijke Politie in Brussel.
Voor een goed gesprek onder zes ogen.”

Op het hoofdkantoor van de Gerechtelijke Politie werden Ludwig en Caroline de ondervragingsruimte binnengeleid waar Alain en Serge hen zaten op te wachten.
Alain bleef stug op zijn stoel zitten terwijl Serge hen onthaalde en hun plaatsen aanwees.
Ook hun advocaat was aanwezig. Een jonge opkomende pleiter genaamd Karel Vermeersch.
“Bon, vertel het nekeer,” zei Alain. “Wat is er gebeurd met het rechter voorlicht van je blitse Porsche Carrera?”
“Dat zei ik toch al. Een nachtje laten buitenstaan en daar waren ze al, het racaille, het straattuig.”
“Leugens!” zei Alain. “Jij hebt je Porsche niet laten buitenstaan. Je hebt ermee gereden. En je hebt iemand aangereden en daarna vluchtmisdrijf gepleegd. Hier zijn de scherven die we op het plaats delict hebben aangetroffen. En raadt eens? Ze passen perfect op het achterlicht van je auto. De mensen van de technische recherche hebben dat heel goed uitgepuzzeld en weet je? Het zijn passionele autoliefhebbers. Zodanig dat ze direct zagen dat dit het voorlicht was van een Porsche.
Dus ik herhaal mijn vraag. Wat is er gebeurd met het rechter voorlicht van je blitse Porsche Carrera?”
“Het was een ongeluk,” zei Ludwig.
“Nee Ludwig. Dat is het niet!
Daarvoor wilde je Zwachtel veel te graag weg van het domein van je vader. Dat was ons al snel duidelijk toen zijn naam ter sprake kwam.”
“HET WAS EEN ONGELUK!” herhaalde Ludwig.
Dan keek hij zijn zus aan. “We kunnen maar beter bekennen meid. Is toch waar hé meester,” vroeg hij toen hij ook naar Meester Vermeersch keek. Die knikte en nam zijn pen en trok zijn notaboekje wat dichter.
“Ik werd gebeld door Caroline. ‘Ik ben bij Papa, en ik heb iets stoms gedaan,’ zei ze. Ik kon al raden wat het was. Dit moest gewoon gebeuren. Dus verliet ik de bar waar ik samen met enkele vrienden aan het poolen was en waar ik drie whisky’s had gedronken en reedt zo snel ik kon naar Dorrenaken. Dan toen ik bijna ter bestemming was pakte ik nogal ruim mijn bocht en dan hoorde ik een doffe knal. Ik ging in de remmen staan, stapte uit en liep een paar meter terug. Daar zag ik hem liggen. Ik herkende hem meteen. Het was Zwachtel.
En het gebeurde wel meer dat hij meerdere nachten na elkaar wegbleef. Waar naartoe? Dat wist niemand. Dus ik dacht dat niemand hem zou missen, ik moest alleen nog de kans krijgen om mijn voorlicht te laten herstellen, en dat kreeg ik niet.”
“En dan maakte je je tweede fout. Je reedt vrolijk rond met je auto met beschadigd voorlicht.
Jij denkt echt dat niemand je niets kan maken hé. Hé Ludwig Hesters.
Jij denkt dat je met een stel uilen te doen hebt!
“Ik had gewoon niet gedacht dat ze die parasiet zo snel zouden vinden. Zo diep in die gracht waar hij lag met zijn lelijke kop in het water, onbeweeglijk. Meer moest ik niet hebben.
Niemand zou die mislukkeling missen.”

En jij, waarom belde jij midden in de nacht je broer op. Wat deed jij eigenlijk in het huis van je vader, terwijl je bij je moeder woonde,” vroeg Alain aan Caroline die een sliert haar rond haar vinger draaide.
Caroline zweeg en keek voor zich uit.
“Is dat antwoord nog voor vandaag Caroline?” vroeg Alain.
“Ik was uit geweest,” zei Caroline. “En het was al laat. En moeder hoort alles dus ik was bang dat er wat zwaaide als ik thuis zou komen. Dus ging ik naar het huis van mijn vader om daar in mijn vroegere kamer te slapen. Ik kwam binnen en ik hoorde gegiechel en ander lawaai. En de lichten waren nog aan het branden bij het zwembad. Dan zag ik die teef van een Tatjana, naakt.
Ze was aan het stoeien met die zwachtel.”
“Ah nee, dat kon niet zijn hé!” zei Alain.
Dan ineens hoorde ik geroep, en getier en jammerlijk gehuil. Ik ging kijken, ik daalde de trap af en liep de tuin in. Dan zag ik Zwachtel weglopen met zijn kleren onder zijn arm. En toen kwam ik bij het zwembad en dan zag ik Tatjana daar liggen op de bodem van het zwembad… DOOD!”
“LEUGENS!!!” riep Alain. “Leugens! Leugens!! En nog eens leugens!”
“Hoofdinspecteur ad interim Alain Donck, mag ik u vragen om uw zelfbeheersing te bewaren. Wij zitten hier niet in nazi-Duitsland waar men verdachten afblaft.”
“Moei u niet! Pennenlikker!” siste Alain terwijl hij de jonge advocaat met een kwade blik aankeek.
“Gij hebt Tatjana vermoord! Gij hebt gezien hoe ze seks had met Zwachtel. Weet je wel, Zwachtel. Die je toen je nog bij je vader woonde stiekem ging opzoeken in zijn caravan. Om er een stevige pot seks mee te hebben. Hé Caroline.”
“Wie heeft u dat wijsgemaakt?” vroeg Caroline vol gespeelde walging. “Al was die Zwachtel de laatste vent op Aarde, dan nog bleef die vetzak met zijn poten van mijn lijf ja.”
“Denk je dat in een dorp als Dorrenaken zomaar ongezien kan rondlopen in je babydolletje op weg naar je stiekeme minnaar Caroline?” vroeg Alain terwijl hij haar strak aankeek.
Caroline boog het hoofd en veinsde of ze de onschuld zelve was. Maar Alain keek haar vol spotternij en vooral diepe minachting aan.

“Caroline,” zei hij. “Naar de buitenwereld hou je de schone schijn op hé. Doe je je voor als een braaf burgermeisje dat graag optrekt met haar vriendinnen en af en toe een stapje in de wereld zet. Maar weet je wat ik zie Caroline?
EEN ROTVERWEND KRENG! Dat zie ik." riep Alain terwijl hij keihard met zijn vuist op
Jij was jaloers op Tatjana, en weet je waarom? Omdat alle aandacht van je vader naar haar ging, en niet meer naar jou. Tatjana was nu zijn prinsesje, en niet langer jij. Tatjana kreeg nu alle cadeaus en niet langer jij.
En alsof dat nog niet genoeg was. Begon Tatjana na de dood van je papa aan met Zwachtel.
Die dus ook van tussen je vingers wegglipte.
Wat moet jij die vrouw gehaat hebben Tatjana.”
Caroline haar gezicht vertrok.
“Ik was verliefd op Alex ja. Hij vertrouwde mij zijn naam toe. Vertelde over zijn leven.
Ik dacht, die is verliefd op mij. Die wil wel meer.
Maar hij wees mij af.
‘Je bent te jong,’ zei hij.
‘Ik wil geen problemen met het gerecht. Ik wil niet opnieuw in de gevangenis komen’. Zei hij.
Dit terwijl mijn lichaam zo hard naar hem smachtte.”
Caroline slikte. Keek voor zich uit.
“Dan eergisterennacht.  Ik hoorde dat gegiechel, die kirretjes, dat gespetter van het water. Ik ging kijken. Ik dacht dit kon toch niet. Dit kon ze mij toch niet aandoen.
En toch was het zo. Ze kwamen uit het water en dan boog die Tatjana zich voorover om zich te laten nemen door Zwachtel. Hij deed datgene dat ik wilde dat hij met mij deed. Hij neukte haar op zijn hondjes.
En daarna ging ze in de ligstoel liggen en hij op haar. En dan kusten ze elkaar en weer drong hij in haar binnen. “Ik hou van je,” zei hij tegen haar. En kirren dat ze deed, het godverdomse loeder.
Dan vroeg ze. "Ik heb zin in frietjes, Wil je een groot pak frieten halen in het frietkot in het nabijgelegen dorp? Met een frikandel special en een lookworst."
Dan kleedde hij zich aan, en na nog een laatste kus ging hij er vandoor. frieten gaan halen in het naburige dorp. Bij ‘De Ferre' het beste frietkot van uren in het ronde.
Dan zag Tatjana mij ze liep op ij af. Wat doe jij hier trutje?” hoorde ik haar zeggen.
“Je komt toch niet voor Zwachtel hoop ik? Want je ziet ook wel, die is voor mij. Ja, hij houdt meer dan vrouwen dan van verwende poppetjes zei ze. Waarna die valse glimlach op haar gezicht verscheen.
Toen werd alles zwart voor mijn ogen. Ik liep op haar af en gaf haar een duw. Ze viel op de grond.
Toen schopte ik haar. Godverdomme ik schopte die teef gewoon kapot. Ik bleef maar schoppen met mijn schoenen met hoge hakken die ik nog aanhad. Dan, gooide ik mij op haar en duwde ik mijn handen op haar keel. Ik duwde en duwde zo hard ik maar kon. Ik hoorde haar reutelen en zag haar naar lucht happen. Maar het mocht niet baten.
Dan lag ze daar, onder mij.
DOOD!
Ik pakte haar onder mijn armen, tilde haar op en gooide haar zo ver ik kon in het diepe gedeelte van het zwembad.
Dan besefte ik dat ik iets heel stoms had gedaan. En belde ik Ludwig op. Hij zou meteen komen zei hij.”

Dan vervolgde Ludwig het verhaal.
“Toen ik aankwam en zag wat er gebeurde was het voor mij duidelijk.
Dit konden we toch gewoon keihard in die Zwachtel zijn schoenen schuiven.
Iedereen zou dat wel geloven dat hij tot zoiets in staat was.
En het huis zou uiteindelijk van ons zijn.
Ik sloot Caroline in de armen en zei ‘goed gedaan meisje’.”
“SMEERLAPPEN!” siste Alain waarna hij rechtstond en de ondervragingsruimte verliet zonder Caroline en Ludwig nog een blik te gunnen.

Dan liep Alain terug naar zijn bureau. Hij haalde het blad papier dat hij in de broekzak van Alex vond. Dan schonk hij zichzelf een koffie in. “Koffie, heet en straf,” zei hij terwijl hij een flinke slok nam.
Dan opende hij het blad papier. Het was een brief, gericht aan Tatjana.
“Mijn liefste scheetje.
Ik weet niet hoe ik het u moet zeggen. Maar ik ben je zo verdomd dankbaar.
Dankbaar omdat jij mij datgene gaf wat ik echt nodig had.
Edmond gaf mij onderdak, een nieuwe kans, een inkomen. De mogelijkheid om geld aan de kant te zetten zodat ik gauw een nieuwe start kan maken en echt een eigen leven kan opbouwen.
Maar jij ‘scheetje’. Jij gaf met iets heel anders.
Jij gaf mij het diepe gevoel dat ik meetel. Dat ik ertoe doe.
Door mij moed in te spreken en ’s avonds bij me langs te komen. Vaak terwijl Edmond laat moest werken en jij niets beters vond dan naar mijn caravan te komen en samen een opgewarmd blikje TV worstjes te eten met een flesje goedkope wijn erbij.
Om dan samen beurtelings te lezen uit één van mijn favoriete boeken. Of om gewoon te praten over het leven, met onze blik op de sterren gericht.

En dan gaf je mij waar ik al zolang naar verlangde, maar aan verzaakte omdat ik niet nog eens in de gevangenis wil belanden. Daarom verzaakte ik aan de charmes van Caroline, die lichtzinnige snol zonder verstand.
Maar aan u lieve Tatjana – scheetje – aan u gaf ik zonder vrees en zonder bekommernis mijn liefde, mijn seks en mijn lichaam.
En je mag het weten Tatjana, scheetje. Het smaakt naar meer.
In die  zin dat ik maar al te graag je diepe wens wil vervullen. En u mijn zaad schenken zodat er snel een liefdeskindje in je moederschoot zou groeien.
Maar voor ik dat doe lieve ‘scheetje’. Heb ik nog één vraag.

WIL JE MET MIJ TROUWEN?

Vol verwachting wacht ik op je antwoord.
Je lieve Alex.”


Alain plooide de brief terug dicht.
Boog het hoofd en zuchtte diep.
“Waarom werd hen het liefdesgeluk niet gegund? “ vroeg hij zich af.
Tatjana zou Alex er vast wel bovenop geholpen hebben.
Buiten was het heet. Alain voelde de warme zonnestralen op zijn huid branden.
Zijn gedachten dwaalden af naar het zwembad achterin de tuin van het prachtig gerestaureerde herenhuis. Hij zag op zijn netvlies hoe Alex en Tatjana de zomerhitte inruilden voor het koele water van het zwembad. En daar vooral de warmte van hun harten voelden.
“Koffie, heet en straf,” zei hij waarna hij rechtstond en een nieuwe kop inschonk.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten