vrijdag 9 juni 2017

Gerechtigheid voor Ronny 2



40 jaar later.
Politieauto's stonden bij een half afgebroken loods.
Agenten en politiemensen in burger liepen af en aan.
Twee rechercheurs arriveerden.
Een jonge vrouw en een oudere man.
De jonge vrouw heette Sarah Van Beiren. 30 jaar, kort blond haar, sportief, atletisch gebouwd.
Ze is laborante van opleiding en gespecialiseerd in forensisch onderzoek.
Sarah is een 'single lady', gehecht aan haar vrijheid en onafhankelijkheid.
De enige man in haar leven is Florke, het ondeugende katertje dat ze onlangs adopteerde.
Sinds 5 jaar is ze de partner van Alain Donck.
58 jaar, 36 jaar ervaring als rechercheur.
Hem moet je niks meer wijsmaken. Zeker niet als je samen met hem in de verhoorkamer zit.
Alain noemt zich misantroop: En hij kan je zonder verpinken tien redenen geven waarom hij de meeste van zijn medemensen hartsgrondig haat.
Cynisme is zijn tweede natuur en sarcasme zijn tweede taal.
Zijn collega's noemen hem  'de donderwolk'.
Alain is verslaafd aan koffie en sigaretten, ondanks meerdere pogingen om met het roken te stoppen.
Maar je zal hem nooit alcohol zien drinken.
Na jaren figuurlijk getrouwd te zijn met de whiskyfles, zwoer hij vijftien jaar geleden de drank af.Dit na een zeer ingrijpende gebeurtenis in zijn leven waarop zeker nog zal worden teruggekomen gedurende deze verhalenreeks.Hij schuwt drukke plaatsen en zeker café's.
Het liefst zit hij thuis in zijn leeszetel met een goed boek.
Alain en Sarah kwamen bij de plaats van de misdaad.
In het half afgebroken gedeelte van de oude fabriek was een put.
Daarin lag jawel... Een lijk.
Nog in goede staat, maar de wetsdokter vertelde er wel bij dat het daar al zeker 40 jaar moest gelegen hebben.
"Mummificatie." Zei Sarah.
"Goed gezien." Antwoordde de wetsdokter. "Gij zoudt een goeie assistente zijn."
Hij lag in deze put, met een steen er stevig opgeschroefd.
Geen zuurstof, geen bacteriën die voor ontbinding kunnen zorgen.
Hij lag in feite in een soort sarcofaag."
"Interessant." Zei Sarah.
Ze bekeek het lichaam.
Keek meteen naar sporen.
"Ze hebben zijn tanden uitgetrokken", zei ze.
"Jammer, dat zal de identificatie niet vergemakkelijken".
"Bleef het daar maar bij." Zei de wetsdokter hoofdschuddend.
"Ze hebben elk bot van zijn lichaam gebroken.
Zijn intieme delen hebben ze afgesneden en letterlijk in zijn mond geklopt.
En zijn lichaam hebben ze bewerkt met brandende sigaretten.
Dat is na 40 jaar nog altijd zichtbaar."
"Wie kan dit gedaan hebben?" Vroeg Sarah.
"De onderwereld." zei Alain.
"Hij was vast een informant of zo.
Iemand die bepaalde figuren in het misdaadmilieu heel erg boos gemaakt moet hebben.
Verdomme... " zei Alain ineens.
"Ik denk ineens aan zo iemand.
Iemand die 40 jaar geleden spoorloos verdween.
Mijn eerste partner en leermeester Gaston Deboeuf heeft zich nog met zijn verdwijning bezig gehouden?"
"Oh ja?" Zei de wetsdokter.
"En aan wie denkt u dan?"
"Ronny." zei Alain.
"Ronny Meurens.
Werkte als manusje van alles voor Richard Valkeneers.
Maar verdween ineens spoorloos.
Vlak daarvoor had hij een gesprek met wijlen José Van Nieuwenhuysen, een onderzoeksjounalist die bezig was aan een ophefmakende reportage over het prostitutiemilieu. En daarin de onfrisse rol blootlegde van nogal wat top politici uit die periode.
Tot hij ineens in nogal duistere omstandigheden om het leven kwam."
"Heeft die Ronny nog familie? Zou handig zijn voor DNA onderzoek." Vroeg Sarah zich af.
"Dat moet ik eens even uitzoeken." Antwoordde Alain.

De volgende dag arriveerden Alain en Sarah in Home Zonnerust.
In een hoekje van dagzaal op het eerste verdiep zaten enkele oudjes te kaarten.
Eén van hen was Jacky Meurens, de oudste broer van Ronny.
"Koekes troef", riep hij boven iedereen uit.
Jacky was een kranig mannetje van 85 jaar.
Hij vulde zijn dagen in het tehuis met kaarten.
En dronk alle dagen zijn Trappistje.
Hij schold zijn compagnon uit. "Allez gijsen onnozelaar? Ge ga me nu toch nie zeggen dat ge niet kunt volgen zeker?
Godjammenas kunde gij nog kaarten of hoe zit het?"

Eén van de zorgkundigen klampte  hem aan.
"Jacky, er zijn hier twee mensen van de Politie die u efkes willen spreken."
"Polies: Mor... Mor... Ik hebbe kik niks gedoan zulle."
"Dag Jacky", begroette Alain hem vriendelijk.
"We willen even praten over uw broer, de Ronny."
"Wazeitem?" Vroeg hij aan de zorgkundige?
"Ja." Antwoordde die. "Ge moet een beetje luider spreken.
Jacky hoort niet meer zo goed."
Toen wendde ze zich tot Jacky.
"Die mensen willen u iets vragen over uw broer Ronny." Riep ze luid in Jacky's oor.
"We gaan efkes naar uw kamer gaan Ronny." Zei Sarah. "Is dat goed?
Daar kunnen we rustig praten."
Ronny stond met veel moeite recht. Alain bracht zijn looprek wat dichter.
Samen trokken ze naar de kamer van Jacky.
"Jacky." Zei Alain met krachtige goed hoorbare stem.
"Ge hebt het misschien gelezen in de krant.
Dat ze gisteren een lichaam hebben gevonden in een oude half afgebroken loods.
Een lichaam dat er waarschijnlijk al meer dan 40 jaar ligt.
We denken... Dat het wel eens uw broer zou kunnen zijn."
Jacky staarde voor zich uit.
"Ronny... " Stamelde hij.
"De Ronny begot.
Ze hemmen hem van kant gemaakt hé meneer.
Dieje wist teveel.
Ik heb het hem altijd gezegd dat hij daar moest wegblijven.
Dat hem nie voor zo'n volk moest werken.
Mor ja.
Peinsde dat hem luisterde?"

De oude man keek voor zich uit.
"Kijk." Zei Alain.
"We zouden graag wat DNA van u afnemen, dan kunnen we dat vergelijken met het DNA van het lichaam dat gisteren gevonden werd.
Dan kunnen we beide DNA's vergelijken, en uit de resultaten daarvan kunnen we weten of het uw broer was ja of nee?"
"Oeioei, en gade gulder dan bloed trekken? Of mijn haar afknippen?" Vroeg Jacky angstig.
"Nee." Zei Sarah. "We gaan gewoon even met dat staafje wat ronddraaien in uw mondholte en zo een speekselstaaltje nemen.
Maar ge moet er eerst uw toestemming voor geven, door even uw handtekening te zetten onder dit formulier."
"OK." Zei hij.
"Op één voorwaarde.
Ik hem goesting in een goei Trappist.
Mor ik hem geen centen niemeer.
Ik hem gisteren nen Trappist getrakteerd aan De Mon, da's mijnen beste maat hier.
En nu is mijn weekgeld op."

Hij keek Alain en Sarah vragend aan.
Alain haalden wat geld boven.
"Maar dat kunnen we toch niet doen." Zei Sarah.
Alain schudde geërgerd zijn hoofd.
"Da's nen ouwe mens, gun hem dat toch."
Sarah begaf zich naar de cafetaria.
"Jacky." Zei Alain.
"Wanneer hebt ge uw broer het laatst gezien?"
"Gho." Zei Jacky peinzend.
"Een maand, of twee voor hij verdween.
Heel  zeker weet ik het niet meer.
Als we elkaar zagen, dan kwam hij altijd geld lenen.
Ne mens geraakt dat muug hé meneer.
Dat geschooi.
Hij had altijd geld tekort.
Of zat op een andere manier in de problemen.
Pas op.
Ik had hem wel geire zenne.
Onze Ronny.
Het bleef mijn broer hé.
Mijn klein broerke.
Ook al werkte hij zich altijd in nesten.
Van kleinsaf aan al.
Grote mond opzetten.
Optrekken met gasten waarmee ge beter niet optrekt.
Hij zat in een jeugdbende.
Vechten, stelen, sjacheren, afpersen.
In aanraking komen met de politie.
En het gerecht.
Vader en moeder hebben miserie gehad met dat manneke.
Op den duur vloog hem buiten hé.
Dus hij kwam bij mij.
Was toen al getrouwd, had een zoon.
Die had Nonkel Ronny graag in huis, ja onzen Benny had hem geiren in huis hé.
Ik op den duur iets minder.
Ik trachtte het diplomatisch op te lossen.
Regelde via een kennis die bij een sociale huisvestingsmaatschappij werkte een sociale woning voor hem. Toen kon dat nog allemaal hé meneer.Als ge 'ne langen arm' had, dan konde veel gedaan krijgen.Enfin, hij had tenminste een dak boven zijn hoofd.
Hij betaalde de huur, dus reden voor hem buiten te smijten hadden ze niet.
Maar hij maakten dan bij anderen schulden.
Bij gasten waar ge beter geen schulden bij maakt."
Intussen kwam Sarah terug met een schuimende Trappist.
Het DNA staal werd genomen.
Daarna trokken Sarah en Alain terug naar het politiebureau.


Op het bureau bekeek Alain het dossier omtrent te verdwijning van Ronny Meurens.

"Afrekening in het milieu." Mompelde hij.
"40 jaar geleden. De daders zijn ofwel dood, ofwel amper op te sporen.
Die Richard Valkeneers had een heel team Afrikanen die de vuile werkjes voor hem opknapten.
Ze werden 'Les Tontons Africaine' genoemd.
Ze werden alom gevreesd voor hun ongebreidelde wreedheid.
Er is een getuigenis van een man die moest toezien hoe zijn kompaan door hen met benzine werd overgoten en levend in brand werd gestoken.
De man in kwestie was zelf voor het leven invalide nadat hij door hen geslagen, gestampt en met zuur overgoten werd.
Meestal waren ze illegaal in het land.
Werden ze opgepakt dan trok Valkeneers zijn handen er van af.
En natuurlijk deden ze alsof ze noch Nederlands noch Frans verstonden.
Daar zaten ze dan met die gasten.
Die ze dan vaak onverrichterzake moesten vrijlaten.Met een 'bevel om het grondgebied onmidellijk te verlaten', Welks ze natuurlijk aan hun laars lapten.
Zo ging dat in die tijd. Allez ja, ge

 verstaat, waar zouden we ook maar moeten beginnen".
Toen sloot hij zijn computer af.
"We gaan dat morgen uitzoeken, het is al laat." Zei hij terwijl hij Sarah aankeek.
"Tijd om naar huis te gaan."


donderdag 8 juni 2017

Gerechtigheid voor Ronny



Januari 1974
Grauwe wolken dreven boven de Lijsterstraat.
een straat bestaande uit in gele baksteen opgetrokken sociale woningen.
Een in die tijd nog tamelijk recent project.
Op warme zomerdagen zag je hier kinderen buitenspelen.
En gaven de tuinkabouters van nummer 18 een vrolijk cachet aan de fleurige goed onderhouden bloementuintjes.
Nu stonden ze er op deze troosteloze uitgeregende winterdag maar treurig bij.
Nog treuriger was de aanblik op het huis ernaast.
Nummer twintig.
Hopen schroot en bouwafval, en een afgeleefde Ford Taunus, bouwjaar 1969.
Hier woonde Ronny Meurens.
35 jaar, zonder beroep.
De buurtbewoners zagen hem overdag zelden.
Ging 's avonds de deur uit en kwam pas vroeg in de ochtend terug.
"Hij gaat in het zwart werken." Zeiden de buurtbewoners.
Anderen beweerden dat hij zich met louche zaakjes bezighield.
Het was stil op straat.
Wie niet buiten moest zijn bleef die dag liever binnen met de gordijnen toe.
Daardoor zag niemand de twee mannen die langs het paadje dat uitgaf op de achtertuintjes in de tuin van Ronny binnendrongen.
Ze waren gewapend.
En hadden niet veel moeite om de achterdeur die op slot was met een ijzerdraad open te peuteren.
Stil drongen de mannen binnen.
Er hing de muffe geur van een slecht onderhouden en nauwelijks gepoetste woning.
Doordrongen met een alles overheersende geur van sigarettenrook.
De mannen liepen door de keuken, vuile pannen en borden lagen op het aanrecht.
Een deur kwam uit op de gang, de andere op de woonkamer die vol lag met lege flessen en volle asbakken.
Hier overheerste de geur van sigaretten nog veel meer, alsook die van verschraald bier.
Aan de muur hing een poster van een tropisch strand met palmbomen.
Naast de oude meubelen stond een lamp met typisch oranje lampenkapje.
"Hij is boven." Fluisterde één van de mannen.
"En zo te horen is em goe van zijnen teen aan 't geven."
Ze zwegen.
Ineens hoorden ze een vrouw heftig kreunen.
Stil slopen ze de trap op.
In de slaapkamer was Ronny Meurens inderdaad stevig van bil aan het gaan met Severine.
Severine werkte als prostituee in de bar waar Ronny als klusjesman en buitenwipper aan de slag was.
In het zwart dat spreekt.
Ontving bovenop zijn uitkering nog een riant loon.
Daarmee ging hij dan elke zomer opnieuw mee op reis naar Benidorm.
Om daar de grote Jan uit te hangen en meisjes te versieren.
Severine was één van de hoertjes die er aanwezig waren.
Ze was een bloedmooie Française met lang donker haar, bruine reeënogen en een tenger lichaam.
Ze lag op haar rug met haar benen gespreid en smeekte om meer.
"Baise moi Ronny, oooh baise moi." Kreunde ze.
Ronny ging stevig op haar tekeer.
Kon geen genoeg krijgen van haar.
Voor de deur stonden de twee mannen.
"Op mijn teken." Zei de man die het verste van de deur stond.De deur werd open gestampt en de twee mannen stormden met veel geweld naar binnen.
Severine gilde van paniek, maar voor Ronny iets kon zeggen schoot één van de mannen het ongelukkige meisje een kogel door haar hoofd.
Haar opengesperde ogen staarden naar het plafond.
De tweede trok aan Ronny's haren.
"Gij gaat mee met ons Ronny Meurens. Wat zegt ge daarvan?"
Hij trok Ronny uit bed, de andere  rijkte Ronny een kamerjas aan.
"Hier trekt dat aan, in uwen blote valt ge anders teveel op."
Daarna trokken ze een zak over zijn hoofd en leidden ze hem naar buiten.
Ze duwden hem door het weggetje dat liep naar de Spreeuwenstraat.
Daar duwden ze hem in een klaarstaande auto die met gierende banden wegscheurde.
Een uur later.
Ronny hing naakt met zijn armen vastgebonden aan een ketting in de hal van een leegstaande fabriek.
De mannen keken hem grijnzend aan.
"Over een uurke komt 'De Patron'." zei de kleinste van de twee.
En moet ge wat weten Ronny? Hij is niet welgezind.
Eigenlijk is hij zelfs heel kwaad.
En ge weet net zo goed als ik dat het beter is om ervoor te zorgen dat ge De Patron niet kwaad maakt."

Daarna stapten ze in hun auto en reden ze weg.
Ronny bleef achter.
Alleen.
Naakt.
Hulpeloos.
In een koude leegstaande fabriekshal.
Hij hoorde de regen roffelen op het dak en door het lekkende dak vielen ijskoude druppels op zijn rechterschouder.
Toen kwam een grote, blinkende zwarte Mercedes de fabriekshal binnen.
De voorste portieren gingen open, twee mannen stapten uit.
Twee zwarte mannen.
Dat alleen al maakte dat bij Ronny de schrik om het hart sloeg.
Als de 'Tontons Africaine' oftewe 'De Zwette Nonkels' De Patron vergezelden, dan wist je het wel.
De 'Tontons Africaine', zo noemde men de knokploeg van De Patron.Dodelijk efficiënt, extreem gewelddadig en met een niets ontziend sadisme liquideerden de 'Tontons Africaine' al wie Richard Valckeneers bijgenaamd 'De Patron' ook maar één duimbreed in de weg durfde te leggen.Hij ronselde hen zelf in het toenmalige Zaire/Belgisch Congo.
De chauffeur opende het rechter achterportier.
Richard Valckeneers hees zich met veel moeite uit de wagen.Hij was een rijzige zwaarlijvige man van achterin de zestig.Hij rookte een dikke sigaar, en droeg een chique zwart kostuum en een witte stetson.
Hij tilde zijn zwarte zonnebril op en bekeek Ronny vol minachting.
"Espèce de conard." Siste hij.
"Gaa gruute, gruute, gruute smeirlap."
Hij gaf Ronny een klap in het gezicht.
"Woar is maan geld?" Vroeg hij.
"We we welk g g geld"? Vroeg Ronny stotterend.
"Onnuzeleir." Grijnsde De Patron.
"Welk geld? Vroagt em dan nog."
Hij knikte naar zijn zwarte handlangers, die deden boksbeugels aan en begonnen als bezetenen op zijn gezicht te timmeren.
"Bon, ik vroag het aa nog iene keer...
Woar is maan geld???"

Ronny hing hijgend aan de ketting.
Zijn gezicht vertrok van de pijn.
"Alsjeblieft Patron, niet doen. Ik weet van geen geld, echt waar?"
Weer knikte hij naar zijn zwarte handlangers, die hem een geducht pak ransel gaven.
"Grosse menteur.
Gaase gruute leugeneir.

Ne leugeneir, ne bedrieger, ne charlatan en ne leigoard.
Dat zaade gij.
Mijne drank uitzoipen, aan mijn maskes zitten, en mijn geld pikken.
Da's 't enige wat dadde gaa kunt.
Voor de rest.
Zijde gaa geen kluuten weird... paljas." Zo sprak Richard Valckeneers vol minachting in het Brusselse dialect, welks hij altijd deed.
Hij knikte naar de grootste van de twee handlangers.
"Hector, casse son genouille a droite... Brekt zaane rechter knieschaaf."
"Mijn God! Neeeee!!!!!" Brulde Ronny.
De jongste van het stel greep zijn rechterbeen terwijl de oudste, een stevig gebouwde knaap met kaal rond hoofd en stierennek een baseball knuppel uit de auto haalde.
Met vier stevige slagen verbrijzelde hij de knieschijf van Ronny, die het letterlijk uitschreeuwde van de pijn.
"Bon, veur de leste keer.... WOAR IS MAAN GELD??? GODVERDOEMME!!!"
Ronny huilde, keek vertwijfeld om zich heen.
Voor zo ver dat nog kon met half dichtgeslagen ogen.
"Hoe zit het ket? Is 't nog veur vandoag?"
"Waar heb je het over?" Vroeg Ronny smekend.
"Ik weet van geen geld, ik heb altijd alles netjes in de safe gestoken?"
"Gij paanst echt da kiek nen onnuuzeleir zen hé ket?" zei De Patron vlakaf.
"Honderdvaafentwintigduuzend achthonderd frank menneken.
Weg.
Uit maane safe.
Weg!!! Partie!!!
De safe die was leeg toen da'k vanmorge toekwam.
Het bedrag stoeng eroep joa.
Mor de safe?
Dieje was leig."

"Patron..." Probeerde Ronny.
"Denkt ge nu echt dat ik het bedrag zou opschrijven en dan de safe leeg zou laten.
Zoiets stoms zou ik toch nooit doen?"
Toen knikte hij opnieuw naar zijn oudste zwarte handlanger.
"Hector, le sac."
Hector haalde een grijze sporttas uit de koffer en gooide die tussen De Patron en Ronny op de grond.
De Patron opende de zak en haalde er een stapel bankbiljetten uit.
"Ziede da menneken?
125.800 frank.
Ik hem het nageteld.
Maane zeun Arnaud heeft dat deze morgen gevonnen in aawen 'otto'.
Hij heeft de koffer oepengevezen terwijl dat gaa boven met Severine aan 't vossen woart.
Dat leek maa na echt ietske veur aa.
Er vandonder goan met het geld van de safe en iejen van de maskes.
Om ergens in de 'midi' de gruute Jan te goan oithangen.
Is 't gein woar misschien?"

"Die sporttas is niet van mij.
En het slot van de koffer van mijn auto is al jaren kapot.
Iedereen kan dat erin gelegd hebben."
De Patron lachte luid.
Hij lachte Ronny vierkant in het gezicht uit.
"Pauvre con." Zei hij lachend.
"Hector, les autre genouille." Voegde hij er meteen aan toe."Nee... Nee... Genade, GENADE!!" Smeekte Ronny.
Het mocht niet baten.
Ditmaal werd zijn linkerknie genadeloos verbrijzeld. Zijn geschreeuw ging door merg en been.
Van angst begon Ronny te plassen, de urine liep langs zijn benen.
Hij besefte dat hij hier nooit levend uit zou komen.
Ze hadden hem erin geluisd.
Een sportzak vol geld in de koffer van zijn auto.
En een telefoontje naar De Patron.
Meer was er niet nodig.
Het was echt iets voor Arnaud, het 'lieve' zoontje van Le Patron.

Richard Valckeneers keek Ronny in de ogen terwijl hij aan zijn sigaar trok.
Hij blies minachtend de rook in Ronny's gezicht. 
"D'er zaan twieje dingen woar da'k niet teigen kan Ronny Meurens." zei De Patron.
"Les voluers et let menteurs...
Dieven, en leugeneirs.

En gaa!! Gaa zijdet  allebaa.

Ge zaa nen 'lafoard' en te loemp om duud te doen.
Versloafd aan drank, gokken en seks.
En aan werken hebde gaa een bruurken duud.
En der is nog iets.
Ik hoor van sommigen dat gaa ne lange tong hebt.
En daar kan De Patron al helemoal niet tegen."

"Patron." zei Ronny nu heel wanhopig.
"Ik. Ik heb nog no no nooit geklikt.
Tegen niemand.
Echt... echt waar Patron."
Weer knikte De Patron naar zijn zwarte handlangers.
"Casse son jambes."
Met bruut geweld braken Hector en Jerome Ronny's benen.
Ronny schreeuwde en brulde.
Zowel zijn boven als onderbenen moesten eraan geloven.
Alsook zijn voeten.
"Gaa zaa gezien samen met José Van Nieuwenhuysen!" Brulde De Patron.
"Ge wet wel dat stukske journalist dat zo geire sensationele verhaaltjes schraaft over den onderweireld.

Ge zijt met hem gezien in Café Den Bonten Os baa de stoase.
Voile smeirige rat dat ge zaat!"

"Oh is het dat"? Vroeg Ronny.
"Ge kunt niet bewijzen dat ik echt met die Van Nieuwenhuysen heb gesproken, daarom liet ge veinzen dat ik geld had gepikt.
Om mij toch te kunnen straffen.
Maar ik heb niks gedaan.
Uwe zoon, diene wilt mij weg, dat is het!
Die moet mij niet hebben.
Hij heeft altijd gezegd dat hij mij wel eens bij mijn kloten zou hebben.
En zie, het is hem nog gelukt ook.
Hij mag content zijn."Ronny liet het hoofd hangen, hij wist dat zijn leven hier zou eindigen.
"Sukkeleir." zei De Patron opnieuw.
"Het is altaad de schuld van een ander hé Ronnyken.
Altaad.
Ronnyken is altaad den onschuld zelve.
Het onschuldige lammeke, 't kerstekind.
Maar hoe dikwijls heeft Ronnyken al niet moeten op de luup goan veur schuldeisers en gasten die met hem een eike te pellen hemmen.
Het was toch daarom hé dat ge zuu content woart dat wijlen aa zouwen beschermen.
Ge zaa ne slechte leugeneir Ronny.
Gaa doet alles om aa vel te redden.
Zelfs de naam van de zeun van aawen boas haalt ge deur 't slijk... GRUUTE SUKKELEIR!!!
En als ge aan geld kunt geroaken zonder der een klop veur te moeten doen, dan zaade der geiren bij.
Maar aa spelleke pakt niemeer.
Die spellekes hemmen nooit gepakt baa De Patron.
Dat is dan ook de reden waarom da kik zo gehaat en gevreesd ben in den onderweireld.
De Patron mokt korte metten met leugenaars, verraders en ander crapuul dat hem ne peer wilt stoven.
Had ge schonekes bekend, veur iene keer in aa leiven aa fouten toegegeven.
Dan hadd kik aa ne genadevolle dood gegund.
Maar naa...
Bon 'Tontons', laisse cette piece de conard souffre long et dure." Beval hij aan Hector en Jerome terwijl hij terug achterin de auto plaats nam.
"Ik wil huure hoe dat hem de ziel uit zaan laaf schrieuwt.
Ik wil dat zaanen doodsreutel zo pijnlijk meugelijk klinkt".Dan sloeg hij het portier dicht, opende het raam en zette zijn zonnebril op zijn neus. Zo keek met een venijnige grijns naar het gruwelijke spektakel dat zich voor zijn neus afspeelde.
'Les Tontons' vierden hun grenzeloze sadisme bot op de ongelukkige Ronny.
Zo goed als al zijn beenderen werden gebroken.
Ze verhitten het lemmet van een mes met hun aanstekers en kerfden ermee in zijn lichaam.
Tussendoor sloegen ze hem op het gezicht en bewerkten ze hem met hun baseball knuppel.
Urenlang duurde de marteling voor Ronny.
Tenslotte castreerden ze hem en sneden ze zijn geslachtsorgaan eraf.
Heel traag en pijnlijk.
Ze dwongen hem zijn penis en testikels in zijn mond te stoppen, die ze dan dichtplakten met tape. Waarna ze de ketting vierden zodat hij met een harde smak op de grond viel, en ze hem tenslotte genadeloos de schedel insloegen.
Zijn lichaam werd gedumpt in een put, het deksel werd toegeschroefd.
Nooit zou iemand nog iets van Ronny Meurens vernemen.


zaterdag 11 februari 2017

Passionele fout 5

Twee weken later
Ilse was ontslagen uit het ziekenhuis en ze genoot samen met haar lieve Wouter van een welverdiende vakantie aan onze Vlaamse Kust.
Wouter zocht en vond een appartementje in Oostduinkerke. Met zicht op de zeedijk.
Overdag wandelden ze op het strand en ’s avonds dronken ze een heerlijke cocktail of een streekbiertje (een Hendrik Geeraert of Carel Cogge, een Poperings Hommelbier of een St Bernardus). Terwijl de kleine Jade aan het overkant van de dijk rustig in het duinenzand ‘taartjes aan het bakken was’. Blij gezind met haar schepje en haar zeefje en haar zandvormpjes.
Haar broertje Ruben lag in de kinderkoets die bij de tafel stond gelukzalig te dromen.
“Lieve Wouter”, zei Ilse. Terwijl ze zijn hand vastnam en hem diep in de ogen keek.
“Je bent zo stil, zo teruggetrokken. Ik mis die twinkeling in je ogen.
Zit je ergens mee lieverd”? Vroeg ze hem, met diepe ernst in haar stem.
Wouter zweeg. Wat moest hij zeggen.
“Zou ze doorhebben dat ik iets voor haar te verbergen heb?” Vroeg hij zich af.
“Je hebt me nog niet veel vertelt over je bedrijfsstage daar in de Ardennen.
Voor de dag ermee lieverd. Hoe was het daar in Achouffe. Leuke mensen uit Nederland leren kennen”?
Wouter voelde de de tranen in zijn ogen opzwellen.
“Ilse.” Zei hij ineens…
“Sorry Ilse... ”

Een lange stilte volgde.
“Wouter, lieverd. Wat is er toch mateke”…
Bij die woorden zoende Ilse hem teder op zijn voorhoofd.
“Ge zijt uzelf niet hé. Met welke schuldgevoelens heeft die zus van mij u nu weer opgezadeld?”
“Het ligt niet aan uw zus”, zei Wouter.
“Ilse… Ik heb u bedrogen.”
Wouter boog zijn hoofd en huilde bitter.
“Ik heb daar in de Ardennen seks gehad met een blonde Hollandse van midden in de twintig.”
Wouter hield het hoofd gebogen.
Nu verwachtte hij zich echt wel op het allerergste.
“Nu is mijn leven voorbij.” Dacht hij bij zichzelf.
Maar toen voelde hij de handen van Ilse op de zijne.
“Wouter toch…” Zei ze moederlijk, maar toch met enige teleurstelling in haar stem.
“Mateke toch. Lieve vent van mij…
Je kon het niet laten hé.
Een mooie Hollandse die uw hoofd op hol bracht…”
Minutenlang hielden Ilse en Wouter elkaars handen vast.
Wouter huilde, Ilse woelde vol begrip door zijn haren.

“Dat is dus de reden waarom ge zo afwezig zijt hé mateke.
Dat is de reden waarom ge zo weinig vertelde over uw bedrijfsstage daar in de Ardennen…
Mateke, mateke, mateke toch.
En dan ons Hilde in haar goeie doen.”
Ze  woelde door zijn haren, liet hem uithuilen terwijl hij met zijn hoofd op haar borstkas lag.
“Mijn lieve mateke… Ge hebt er spijt van hé.
Ik weet het wel hoor.
Het vreet aan u.
Ik zie  dat aan u.
Ge kunt het niet verbergen.
Niet voor mij.
Gij mateke, gij zijt altijd al een open boek voor mij geweest.
Daarom heb ik u geire.
Ik zie dat meteen of ge iets graag hebt of niet.
Of ge ergens mee zit.
Dat soort dingen.
En ik weet hoe zot ge zijt van seks, van ongeremde, passionele seks. Een passionele wip zonder bijbedoelingen. Daarmee heb ik u kunnen strikken.
Die Hollandse ook, is het niet?
Wees maar eerlijk.
Beetje borst tonen, schudden met mijn kont.
Ik had wat ik hebben wou.
En ik genoot.
En zij waarschijnlijk ook.”
Wouter durfde Ilse nauwelijks aankijken.
“Ik voel me rot Ilse.
Ik voel me een slappeling, een worst zonder ruggengraat.
Gij thuis hoogzwanger en ik aan het rampetampen met een Hollandse troela.
Terwijl ik bij u hoorde te zijn.
Ik walg van mezelf Ilse!!”
Die laatste woorden schreeuwde hij uit, vol wanhoop.
Ilse zoende hem op zijn voorhoofd.
“Wouter…
Gij zijt altijd mijn bovenste beste maatje geweest.
Met u kon ik praten.
Praten over dingen waarover ik thuis niet kon praten.
Door Hilde, dat weet ge wel.
Als ik iets zei tegen Pa, dan hoorde Hilde hem wel uit en dan kreeg ik het op mijn bord.
Zo wist ze het over u, en ze kende u. Want ja ze woonde in een kot aan de overkant van de straat waar jij je kot had.
Haar kleine zus met die flierefluiter van het kot schuins over het hare. Dat kon niet zijn hé.
Maar het was mijn keuze.

Gij waart mijn keuze!!
Dat is zo hé mateke.
Ik heb u gekozen met uw goeie en uw minder goeie kanten.
Dat gij minder goeie kanten hebt.
Daar ben ik me van bewust.
Hilde wil dat niet snappen.
Maar het is zo, ik voel het zo.
Ik zei het haar.
In de kliniek wilde ze mij de les spellen
Wilde ze mij er nog eens aan herinneren dat je geen man voor mij was.
“Wouter is een flierefluiter, een onvolwassen sukkel, zo’n type dat wil dat gij zijn boterhammekes smeert ’s morgens.
Een luiwammes, lapzwans, flierefluiter, nietsnut!!”
Toen zei ik het.
Toen zei ik ‘zus dat kan allemaal wel zijn.
Maar ik voel me goed bij hem. Ik praat graag met hem, doe graag leuke dingen met hem.
Ik ben gelukkig met hem en heb twee lieve kinderen met hem.
En ja, ge moogt het weten… Ik heb veel en lekkere, DIERLIJKE seks met hem!
Nee ik ga nooit in een dure door hem zelfgebouwde fermette wonen met hem. Ga niet mogen meerijden in een auto van hem die hij om de drie jaar kopen zal.
Maar toch hou ik van hem.
Leer dat aanvaarden!!
Leer aanvaarden dat Wouter mijn keuze is en niet de uwe.
Jij wil een perfecte, netjes in het gareel lopende man die zich naar uw wensen plooit?
Ewel ik niet!!!’
Ze zweeg.
Ja lieverd, ze zweeg.
Ik gaf haar een lieve zoen, op haar wang.
En ze begreep.
Begrijp het ook lieverd…
Gij zijt mijn keuze!!
En ik laat u nooit meer los.
Wat je deed was fout, stelt me teleur.
Maar ik wist wat ik aan u had. Ik zag hoe je kon kijken naar blote borsten op TV en naar porno op het internet. Ik voelde je passie je lust voor seks.
En ik wist. ‘Ooit ga ik geconfronteerd worden met het feit dat deze jongen mij bedriegt’
En het is zo.
Maar ik ben niet kwaad op je.
Teleurgesteld dat wel.
Ik zou je een standje moeten geven.
Maar dat doe ik niet… Nog niet!
Maar ik zal dit geen tweede keer dulden.
Wees daar maar zeker van.
Oh Wouter”, zei ze zachtjes
Lieverd van me. Mijn minnaar, mijn seksgod, mijn hengst.
Ik koos voor u uit lust. Tatjana, een kotvriendin van mij kon niet zwijgen over u en uw onstuitbare drang naar seks.
Ik wilde je voelen.
Maar het gesprek na de daad deed me nog veel meer deugd.
Ik zette je aan tot een gezondere levensstijl. En jij gaf me als tegenprestatie…
De heerlijkste seks die ik ooit mocht ervaren.
Je werd beter, vooral je uithoudingsvermogen dan.
Oh lieverd…
Ik vergeef je alles… ALLES!!
Echt waar… “
Want ik heb je toch zo lief.”
Bij die woorden gaf Ilse haar lieve Wouter een tedere maar o zo passionele liefdeskus…
En ’s Avonds…
Terwijl hun kleien hummeltjes sliepen.
Lag Ilse languit op bed.
Zalig te kreunen.
Terwijl Wouter zich helemaal gaf.
Niet éénmaal, niet tweemaal… Maar liefst VIJFMAAL na elkaar.
Kwam hij klaar.
Nadien lagen ze zalig uit te hijgen.
“Ik zie je graag”, fluisterde Ilse in zijn oren.
“Maar lap me dat geen tweede keer.
Ik wil je voor mij alleen, snap je dat?”
Ze greep zijn harde paal.
Die is gewoon te mooi, te hard, en vooral te zalig!
Om met de eerste de beste te moeten delen.
Ik ben een vrouw hé. Rap jaloers en bij wijlen een tikkeltje egoïstisch.
Ik hou de beste dingen gewoon het liefst voor mezelf.”
Met die woorden nam ze zijn harde paal en stopte die in haar mond.

Wouter had de les begrepen.
Nooit zou een andere vrouw hem nog kunnen verleiden.
Ook Annemiek niet.
Hij liet het haar duidelijk verstaan bij de nieuwjaarsreceptie in Amsterdam.
Annemiek kwam weer flirtten, beetje proberen weet je wel?
In een hoekje van de zaal sloeg ze haar armen om hem heen.
Sabbelde aan zijn oorlelletje.
Haar handen gleden over zijn rug naar beneden.
Dan over zijn billen. Heel zacht en sensueel.
“Oh knapperd, ben zou blij jou weer te zien… Nou kom op joh, laat ons nog eens dansen”.
Maar hij reageerde direct…
“Annemiek, je bent een knappe vrouw. Niet alleen vanbuiten, maar ook vanbinnen.
Wat tussen ons was, was mooi. Maar terwijl jij van me genoot daar op die hotelkamer in Luxemburg.
Vocht mijn lieve echtgenote voor haar leven.
Ik was bang dat ik haar zou verliezen.
En ik wil haar niet verliezen!
Snapt ge?”
Annemiek zweeg.
Ze loste haar grip over hem en keek hem recht in de ogen.
"Ja ik snap het." Zei ze.
"Wouter lieverd… Ik heb alle waardering voor je.
Je had een zwak moment en ik maakte daar misbruik van.
Had ik niet mogen doen.
Maar je hebt je herpakt, je leerde met scha en schande wat ECHTE MANNELIJKHEID is!
Ze gaf hem een zoen op zijn voorhoofd.
“Mijn diepe respect voor jou Wouter.”

Een jaar ging voorbij.
Kleine Ruben was nu één jaar oud.
Een kleine speelse woelwater. Een guitig blond knaapje met stralende blauwe ogen en een gulle vrolijke lach.
Vrolijk dartelend speelde hij met Jade zijn oudere zusje in de tuin.
Wouter keek vol verwondering en bewondering naar zijn vrolijk spelende kinderen.
Terwijl hij de hand van Ilse innig vasthield.
Toen dwaalde zijn blik af, hij keek haar aan.
Ilse glimlachte. Haar mond zocht de zijne en ze gaven elkaar een innige lieve kus.
Haar vader keek vol ontroering toe.
Ook Hilde, de zus van Ilse die eerst niets moest hebben van Wouter was zichtbaar ontroert door dit romantische tafereel.
De gebeurtenissen van een jaar geleden hebben Ilse en Wouter niet uit elkaar gekregen.
Integendeel…
Hun relatie was net sterker en inniger geworden.
Ilse besefte dat ze door  het oog van de naald gekropen was en bekeek het leven door heel andere ogen.
Ze ging nog meer van het leven genieten. Was nog meer dan ooit blij met kleine dingen.
Een lief woord, een bos bloemen van Wouter.
Ook hij keek anders aan tegen het leven.
Hij zegde zijn lidmaatschap bij het amateurvoetbalploegje waar hij jarenlang ging shotten met de maten op. Ook in het stamcafé waar de voetballers samenkwamen zag je hem nooit meer.
Niet iedereen begreep dat.
"De Wouter is een watje geworden.
Hij ligt onder de sloef de slappeling."
Maar daar trok hij zich niks van aan.
Liet ze roddelen.
Hij nam meer en meer huishoudelijke taken op zich.
En de weekends waren voortaan enkel en alleen voor zijn gezin.
Geen amateurvoetbal en bijhorende avondjes pintelieren meer.
En wie daar niet mee om kon, die moest dat gewoon zelf weten.
Voortaan kwam zijn gezin op de eerste plaats.
Geen over of weekendwerk meer.
Maar zoveel mogelijk tijd doorbrengen bij zijn lieve Ilse en zijn schatten van kinderen.
’s Zondags lange wandelingen maken in het bos.
Woensdagnamiddag zwemmen met de kinderen.
’s Avonds heerlijk spelen op de speelmat. Tekenen, kleuren, knutselen, kliederen met verf en spelen met plasticine.
En dan als de kindjes in bed liggen.
Samen languit in de zetel met een glaasje wijn of een kopje thee.
Dan woelt hij zachtjes door haar haren en kijkt haar vol liefde aan.
Terwijl ze haar hoofdje zachtjes op zijn borst nestelt.
Zelfs Hilde moest bekennen.
Wouter is veranderd.
Zo hard veranderd.
Hij was rustiger, zelfverzekerd ja eigenlijk volwassener.
Maar toch had hij nog altijd dat jongensachtige.
Maakte hij nog altijd grapjes, dolde hij graag met Ilse en de kindjes door de tuin.

Het was gezellig die dag.
Hij had niet alleen zijn schoonouders en schoonzus uitgenodigd.
Maar ook zijn beste vrienden.
Zijn collega Bert en zijn partner.
Samen genoten ze van een heerlijke barbecue.
Ze zagen een liefdevol en onafscheidelijk koppel.
Een koppel dat wist wat ze aan elkaar en aan het leven hadden.
Ze hadden een zware beproeving doorstaan en zijn er sterker uit gekomen.
Dat maakte hen zelfverzekerder dan ooit.
Ze konden alles aan, als ze er maar waren voor elkaar…
Dat was de reden waarom ze bij zoveel mensen zoveel bewondering oogsten.
De manier waarop ze een emotioneel moeilijke periode doorkwamen.
Hoe ze elkaar er doorhielpen in plaats van elkaar verwijten te maken of uit elkaar gingen.
En vooral hoe hun relatie nadien nog sterker werd.
Wouter was nu meer dan ooit een zelfverzekerde man die recht in zijn schoenen stond.
Die besefte wat belangrijk is in het leven.
Hij liet zich niet meer lijden door zijn lustgevoelens. Zijn gezin kwam voortaan op de eerste plaats. En op de tweede plaats zijn familie en vrienden.
Hij genoot van gezellig samen zijn en organiseerde met veel plezier zo’n barbecue zoals deze ter gelegenheid van de eerste verjaardag van zijn zoontje.
’s Avonds toen het gezelschap weer naar huis was vertrokken en de kindjes doodmoe gespeeld te slapen werden gelegd.
Lagen Wouter en Ilse moe maar tevreden in bed.
Ilse keek Wouter aan met een zielsgelukkige blik in haar ogen.
“Ik zie je graag Wouter”, zei ze.
“Jij bent het mooiste wat me ooit overkomen is, echt waar”.
Met die woorden streelde ze zijn borstkas.
Langzaam gingen haar handen naar beneden. Ze liet zijn boxershort zakken terwijl ze uitdagend zijn lichaam kuste.
Wouter genoot, hij wist wat er komen zou.
Hij voelde haar tong en haar lippen over zijn geslachtsorgaan.
Na een zalig moment van oraal genot draaide hij Ilse zachtjes op haar rug, spreidde haar benen en ging op haar liggen.
“Ik ga jou eens heerlijk laten genieten lekkere tijgerin van me.”
Met die woorden drong hij in haar binnen, met stevige stoten gaf hij zijn lekkere passionele Ilse een flinke beurt. En nog één, en nog een keer.
Onvermoeibaar was hij.
En onafscheidelijk van zijn schatje, zijn Ilse.
Dat beseft hij meer dan ooit.
Ze had alles wat hij wou, ook in bed.
En met de tijd werd hun liefdesspel steeds beter, steeds passioneler.
Omdat ze steeds meer op elkaar ingesteld waren.
Is dat niet mooi beste lezers.
Is zo’n hechte liefde niet veel mooier dan een kortstondig avontuur.
Liefde is puur.
Liefde is van elkaar genieten op alle vlak.
Liefde is elkaar door en door leren kennen.
Liefde is naar elkaar toegroeien, beseffen dat ondanks die kleine foutjes, gebreken en lichamelijke oneffenheden. Die ene waarmee je samen bent de enige ware is.
Dat geen liefdesspel zo puur en bevredigend kan zijn dan datgene welk je beleefd met die ene persoon aan wie je je hart hebt gegeven.
Dat is liefde.
LIEFDE!!

woensdag 8 februari 2017

Passionele fout 4


Het was tegen het ochtendgloren.
Annemiek lag te slapen, haar lange haren warrig over haar gezicht, een gelukzalige glimlach op haar lippen.
Wouter gaf haar een zacht kusje op haar voorhoofd.
“Lieve lekkere meid”, fluisterde hij terwijl hij met zijn rechterhand haar mooie slanke lichaam streelde.
Toen stapte hij uit bed, nam zijn broek en tastte in de zakken naar zijn GSM.
Hij schakelde hem in en schrok zich rot.
“20 gemiste oproepen”…
“Fuck, wa ’s da? Toch niets met Ilse hoop ik”.
Met ingehouden adem luisterde hij naar de berichten.
“Ik moet naar huis, nu direct”.
“Hij kleedde zich aan en opende de deur van zijn kamer. Ineens kwam ook Bert uit zijn kamer.
“Ah eindelijk zijt ge er. We proberen u nu al de hele tijd uit uw kamer te krijgen. Ilse ligt in het ziekenhuis er zijn complicaties opgetreden tijdens de bevalling en ze wordt in een kunstmatige coma gehouden. En intussen ligde gij te flikflooien met die Hollandse”…
“Ja ’t is al goed Bert, gromde Wouter. Ik moet een taxi zien te regelen die me meteen naar huis brengt, help me”.
Annemiek kwam kijken, haastig had ze haar naakte lichaam bedekt met haar kamerjas. Ze stond de slapers uit haar ogen te wrijven. “Hey wat is er loos”? Vroeg ze.
“Nikske, zei Bert met een cynische ondertoon. Terwijl dat gijle aan ’t vossen waart is Wouters echtgenote bevallen en zijn er complicaties opgetreden. Ze ligt nu in kunstmatige coma. Maar voor de rest… ‘Tout va bien Madame la Marquise’.”
“Ik moet dringend naar huis Annemiek, Ilse is er heel slecht aan toe”, zei Wouter die de cynische opmerkingen van Bert totaal negeerde.
Annemiek gaf hem een knuffel. “Wat naar voor je, ga maar vlug Wouter. Ik wens je veel sterkte toe”.

Even later zat Wouter in een taxi die in zeven haasten naar Brussel reed.
Schuldgevoelens maakten zich van hem meester.
Hoe kon hij toch zo dom zijn om zich te laten inpalmen door een sekslustige Hollandse griet. Terwijl Ilse, de liefde van zijn leven, zijn soulmaatje hoogzwanger was.
Net nu zij hem nodig had was hij er niet.
Wouter staarde wezenloos uit het raam, zijn blik gericht op de wegmarkeringen die langs hem voorbij flitsten. Er spookte van alles door zijn hoofd.
“Godverdomme stel dat ze het niet haalt… “
Wouter arriveerde in de kliniek.
Hij zag Ilse liggen. Gekoppeld aan allerlei monitoren.
Zijn hart kromp ineen toen hij haar zag liggen.
Bij haar bed zat haar vader, lijkbleek en vermoeid. Hij hield de hand van zijn jongste dochter vast.
Aan de andere kant zat Hilde haar oudere zus. Zachtjes woelde ze door de haren van haar jongere zusje, terwijl er een traan over haar wangen liep.
Toen Wouter binnenkwam wierp ze hem een venijnige blik toe.
“Ah daar zijt ge eindelijk! Schone meneer !!!!” Zei ze bits.
Het heeft nooit goed geboterd tussen Wouter en Hilde.
Nadat hun moeder na een lang ziekbed overleed nam Hilde de moederrol over in het gezin.
Ze voelde zich verantwoordelijk voor haar zus Ilse en haar broer Tom.
Ze nam de huishoudelijke en zorgtaken op zich en bekommerde zich om hun welzijn.
Orde en verantwoordelijkheid waren haar stokpaardjes. In die zin begreep ze niet wat Ilse zag in een jonge losbol als Wouter.
Een student die kotfeestjes gaf met veel drank en meisjes, van het ene meisje naar het andere fladderde en naar haar zin veel te los omging met zijn studies.
Maar hoezeer ze Ilse ervan probeerde te overtuigen dat Wouter echt geen jongen was voor haar.
Ilse volgde haar hart en trad in het huwelijk met hem.
Wouter en Hilde waren water en vuur. Zo close hij was met Ilse, zo verzuurd was zijn relatie met zijn schoonzus.
Hilde snauwde hem toe.
“Gijse onverantwoordelijke pummel dat ge daar staat. Uw vrouw is hoogzwanger maar het is nog teveel om uw gsm aan te laten staan. Schaamteloos is het!
Wat kan er belangrijker zijn dan het welzijn van uw eigen vrouw en ongeboren kind? Zeg me dat eens een keer?”
Wouter zuchtte diep.
“Er was een belangrijk diner met de bazen ja, en daarna ben ik gaan slapen ik was moe”.
“Mietje!" Beet ze hem toe.
Een mietje dat zijde gij!
Een onnozel bazenpoeperke! Ne karakterloze prullevent!
't Bazeke commandeert en gij doet dat. Gij zegt niet van ‘Fuck off gast,mijn vrouw is hoogzwanger dus ik laat mijn GSM aanstaan’.
Geen ruggengraat, geen verantwoordelijkheidsgevoel. Alleen maar u amuseren en lol trappen. Voor de rest zijt ge geen cent waard.
Ik heb Ilse nog zo vaak voor u gewaarschuwd. En zie nu het resultaat.
Zijt ge nu content onnozelaar”???
Vader Eric slaakte een diepe zucht en schudde het hoofd.
“Stop het alsjeblieft, het is nu niet de moment om te kibbelen hé zeg. “
“Wanneer is het wel het moment?" Vroeg Hilde.
"Wanneer is het wel het moment om die onverlaat eens te zeggen waar het op staat?
Ik versta dat niet hé, dat ge daar zo passief onder blijft.
Moet ma nog leven het zou geen waar zijn.
Meneer daar mocht direct zijn boeltje pakken, daar ben ik zeker van”.
Zo ging het een hele tijd door.

Wouter stond op, en klampte een verpleegster aan.
Hij wou zijn kind zien. Zijn zoon!
De verpleegster haalde het kleine jongentje uit zijn bedje en legde hem zachtjes in de armen.
“Dag Ruben, dag jongen, dag mijn kleine man…
Ja ventje, nog maar pas op de wereld en al zoveel miserie over uw klein onschuldig hoofdje.
Uw mama die vecht voor haar leven. En papa… Ach ben ik het wel waard dat gij mij ‘papa’ noemt.
Ik ben een loser, een nietsnut, een karakterloze sul van een vent die als een puber zijn pik achterna loopt en geil loopt van de blik van een onbetekenende Hollandse boeretrien!”
Wouter boog het hoofd… Hij huilde.
“Sorry manneke. Sorry dat het zo moet lopen voor u”.
Erik. De vader van Ilse kwam bij haar zitten.
Hij sloeg zijn arm om zijn schouder.
“Jongen toch. Ge moet u dat niet aantrekken van wat ons Hilde zegt. Gij weet hoe ze is, ik weet hoe ze is. Zeker als ze emotioneel is, zoals nu.
Ze ziet haar zus geire. En ze is kapot van verdriet, net als wij. Maar ja ze moet dat uitwerken op iemand. En dat zijde gij. Nog maar nekeer. “
Bij die woorden sloeg hij zijn arm over de schouder van zijn door verdriet overmande schoonzoon.
“Gij zijt een goeie jongen, dat heb ik van den eerste keer gezien.
En dat gij het ervan gepakt hebt in uw studententijd. Mor jonge toch. Dat deed ik ook.
En Ilseke. Die maakte als jong meiske ook geire plezier.
En toch is het goed gekomen, met haar, met u. Met mij.
Ik heb het zo vaak gezegd tegen ons Hilde. Meiske, ge moogt het leven niet zo serieus nemen. Ge moet ook is nekeer kunnen genieten in 't leven. En verdragen dat andere mensen dat doen.
Verdragen dat niet iedereen leeft of wil leven zoals gij. Maar ja, denkt ge dat ze luistert?"
Eric trok Wouter wat dichter. "Gij zijt een bovenste beste jongen." Zei hij. "Ne goeie vent.
Ik zien u geire Wouter”.

Traag kropen de dagen voorbij.
De dagen waarin de toestand van Ilse langzaam maar zeker verbeterde.
Het waren lange, bange dagen.
Maar toen ontwaakte Ilse uit haar coma.
Wouter hield haar hand vast en keek haar aan.
Ze glimlachte flauwtjes.
“Lieverd… “ Zei ze zachtjes. Een twinkeling in haar ogen werd zichtbaar.
“Lieverd. Je bent bang geweest hé, bang dat je me ging verliezen… Ik zie het wel aan je hoor.”
“Rustig maar schatje,”  zei Wouter. “Doe rustig aan, je bent nog zo zwak schatje.”
Na die woorden gaf hij haar een voorzichtige kus op de mond.
Ilse toverde een gelukzalige glimlach op haar lippen. Haar hart liep over van liefde voor haar lieve Wouter. Haar soulmaatje, haar grote vriend, haar lieve schat.
Ze begreep best dat hij niet bij haar was op dit ene bangelijke moment toen ze haar weeën voelde opkomen, hevig begon te bloeden en kermend van pijn op de grond viel.
Het laatste wat ze zag was de buurman die de achterdeur inbeukte en haar in een plas van bloed zag liggen. Toen ging het licht uit…
In allerijl werd ze weggevoerd naar het ziekenhuis. Haar vader en zus werden ingelicht en trokken in grote haast naar de kliniek.
Ze probeerden Wouter te bereiken op zijn gsm, lukte natuurlijk niet.
Een telefoontje naar de receptie van Websolut leerde hen dat Wouter en zijn collega’s in Luxemburg waren. Tuurlijk kregen ze terstond het telefoonnummer van het hotel waar het gezelschap verbleef.
Wouter voelde een steek door zijn hart toen ze haar hem glimlachte.
Haar blik vol oprechte liefde deden de schuldgevoelens die hem nu al zo erg tergden nog meer aanwakkeren.
“Wat heb ik toch gedaan?” Vroeg hij zich in stilte af.