woensdag 30 december 2020

Bloggen in tijden van corona, deel 38: Afscheid van een kutjaar!



Dag lieve mensen.
Dit is het de laatste episode uit mijn jaarthema 'bloggen in tijden van corona'.
Ik besef dat dat rotvirus nog niet is uitgeschakeld, ofschoon men nu al gelijk zot aan het vaccineren is.
Maar het moet ergens stoppen.
Ik hoop echt dat die toestand zoals wij die nu kennen gauw tot het verleden zal behoren.
Wat we nu meemaken is ongezien en als je het mij vraagt niet voor herhaling vatbaar.
Als ik wandel door de straten van mijn hometown Nieuwpoort dan wordt ik triest bij de aanblik van gesloten café's en restaurants.
Nee dat is niet omdat ik zelf een notoir caféganger ben? Ok toen ik jonger was kon je mij wel eens vinden aan de toog van één of ander tof café met een pintje of iets sterkers binnen handbereik.
Maar met de loop der jaren ben ik toch wel een heel stuk huiselijker geworden en geniet ik van de avond in mijn zetel in het gezelschap van mijn lieve vriendin en mijn schatjes van hondjes.
Maar zeg eens eerlijk.
Een straatbeeld zonder café's waar de muziek en het vrolijke gebabbel je tegemoet komt. Zonder restaurants waar je de mensen ziet eten en je al eens een indiscrete blik kan werpen op wat er in hun bord ligt. En ja ik mis het om 's avonds een wandeling te maken en dan te zien hoeveel mensen er in welk restaurant of café zit. 
Ik herinner me toen na de eerste lockdown de terrasjes hier op de markt weer open waren.
Die gezellige drukte.
Dat gebabbel en getater van de mensen die genoten van een drankje en wat hapjes.
En ik besefte, dit is de ziel van ons land.
Van het levenslustige en bourgondische België.
Land van Lamme-Goedzakken en bon-vivants, van schuimend bier in het glas en goedgevulde borden. 



Maar dan werd bovenstaande beeld weer de bittere realiteit.
Het aantal besmettingen ging te snel de hoogte in en er moest ingegrepen worden.
De horeca moest weer zijn deuren sluiten, en ook de kappers, schoonheidsspecialisten en andere zogenaamde contactberoepen.
Voor veel mensen viel elke vorm van perspectief weg.
Geen werk, geen baan, geen inkomen.
Bij deze denk ik terug aan de jonge kapster Allyson die de uitzichtloosheid niet meer aankon en een einde maakte aan haar jonge leven.  
Laat mij hierin duidelijk zijn. Als ik spreek over 'gebrek aan perspectief'' dan heb ik het niet over 'niet kunnen fuiven' of 'je vrienden een poos niet kunnen zien'. Maar dan heb ik het over 'zonder werk zitten', gratuit afgedankt worden, niks maar dan ook niks van inkomen hebben.
Terwijl de rekeningen maar blijven komen en je bang bent om je brievenbus te openen omwille van de aanmaningen en herinneringen tot betaling.
Heb je dat ooit al in de bus gehad?
Heb je ooit al zo'n aanmaning gelezen?
Met die dreigende toon erbij.
En je weet, ze kunnen dat doen want ze hebben daar de macht voor.
Loop je de muren op omdat je niet kan gaan fuiven of op café gaan. Zit je je af te vragen of je die dure reis naar één of ander vakantieresort op een tropisch eiland met wuivende palmen wel kan doorgaan.
Dan besef je maar half wat voor een gelukkig mens je bent als dat je grootste zorgen zijn.
Nee echt.
Van uw paretten maken omdat ge om middernacht niet meer op straat moogt komen, een mondmasker moet dragen of omdat ge niet moogt 'funshoppen' (voor mij de contradictio in terminis van het afgelopen jaar) of omdat ge alleen moet gaan winkelen.
Terwijl er mensen zijn die nu al bang zijn als de bel gaat omdat het wel eens de deurwaarder zou kunnen zijn.
Die hun dromen zien in duigen vallen en wiens leven compleet overhoop werd gehaald.
Ik hou mijn hart vast voor een golf van zelfmoorden en gezinsdrama's in de komende maanden, het komende jaar dus.

Als ik aan het voorbije jaar terugdenk dan denk ik aan de mensen die dit land hebben rechtgehouden.
Aan de mensen die echt de boel rechthielden toen ons land met een nooit eerder geziene crisis geconfronteerd werden.
Natuurlijk in de eerste plaats de mensen in de zorg.
Die mensen die werden bedacht met klappende handjes, witte spandoeken en huldebetuigingen.
Die mensen die eindelijk de erkenning kregen die ze verdienen.
Dacht ik.
Maar nu blijkt dat de politiek hen weer eens met een kluitje in het riet stuurde met een éénmalige premie WAAROP ZE DAN NOG EENS BELAST WORDEN!
(Jullie moesten beschaamd zijn heren en dames politici!)

Maar ook de mensen in de distributiesector, de supermarkten, de mensen die instaan voor de veiligheid en ervoor zorgen dat de regels gerespecteerd worden. En die van een nog altijd veel te grote schare domme botte egoïsten worden uitgescholden voor het vuil van de straat en zelfs met fysiek geweld werden geconfronteerd.
In sommige gevallen zelfs zwaar fysiek geweld!
Men had de mond vol over telewerken en ja ik vind dat mensen die kunnen telewerken dat dan ook moeten doen.
Maar je kan geen lopende band van een fabriek bedienen, geen winkelrekken aanvullen, hulpbehoevende bejaarden of zwaar zieken verzorgen, schoonmaken, pakjes bezorgen of winkels bevoorraden vanuit je 'kot'.
Veel van de jobs die ik hierboven opnoemde worden gedaan door laaggeschoolden.
Door mensen die niet het geluk hadden om te kunnen verder studeren.
Door mensen zonder ronkende titels, extra bonussen op hun loon, firmawagen of tankkaart.
Meer nog.
Veel van deze mensen werken met interim of dagcontracten,
Hun jobs mag je gerust slecht betaald noemen.
Waarom blijft men het normaal vinden dat men werklozen en langdurig zieken opjaagt en hen in slecht betaalde jobs dwingt die hun gezondheid en algemeen welzijn ondermijnen. Maar men tegelijk zedig zwijgt als CEO's en topmanagers hoge vergoedingen vragen en hoge bonussen binnenrijven zelfs als ze ontslagen worden. Meer nog: men blijft die stelling verdedigen dat men geen goede CEO's aantrekt als men hen geen buitensporige lonen betaalt.
Hoe arrogant kunt ge als mens eigenlijk nog zijn?
Ik hoopte dat men na alles wat er het afgelopen jaar is gebeurd men eindelijk zou gaan inzien hoe absurd dit soort situaties wel niet zijn.
Maar ik vrees dat dit ijdele hoop was.

Laten we zeggen zoals het is.
Deze pandemie heeft van ons geen andere mensen gemaakt.
We zijn niet empathisch geworden, we zijn niet anders gaan aankijken tegen het leven onze medemens en de maatschappij.
Ok, sommige mensen misschien wel. 
Maar niet de grote meerderheid... ?
Sorry maar nogal wat zaken die de afgelopen maanden in het nieuws kwamen hebben mijn kijk op de mensheid weinig goeds gedaan.
Nog altijd zijn consumentisme, oppervlakkigheid, hebzucht en ik-zucht de drijfveer voor veel te veel mensen.
Voor veel te veel mensen geldt nog altijd het credo 'ikke ikke ikke en de rest kan stikken'.
Ik kon en kan me nog altijd niet van de indruk ontdoen dat veel van die mensen die in hun handjes stonden te klappen voor de zorg dat eerder deden uit pure meeloperij.
Ik kan me nog altijd niet van de indruk ontdoen dat de meeste mensen gewoon kuddedieren zijn.
Met zijn allen een plaatje aanvragen voor 'De Warmste Week' of een bijdrage doen voor 'Rode Neuzendag'.
Maar dan toch maar elkaar verdringen voor die ene superkorting van Black-Friday of in de rij gaan staan voor zwaar afgeprijsde schoenen bij de uitverkoop van een failliete keten van schoenwinkels.

Maar goed.
Dit rotjaar zit erop.
En ik wens dat we snel terug kunnen samenkomen.
Dat grootouders weer hun kleinkind mogen knuffelen en jonge en oude vrienden elkaar weer kunnen omhelzen.
Ik wens voor elk van u die dit leest en wie deze blog deelt op zijn profielpagina niets meer of minder dan...

Een prachtig en liefdevol 2021!

Happy New-Year my dear friends!








vrijdag 25 december 2020

Eeuwfeest voor een kerstekind 2

 



Jana haar shift zat erop.
Ze fietste naar huis, met een stevig sprintje.
Want het begon hevig te regenen.
Nog maar eens.
Ze zoefde met haar fiets langs Café De Sportvriend, het café dat haar nonkel Koen openhield.
Die zat ook in zak en as, dat wist Jana maar al te goed.
Twee jaar geleden nam hij dat café over, vol goede moed en barstend van ambitie.
Hij wilde er een 'biercafé' van maken.
Met de nadruk op de vele speciale bieren die ons land rijk is.
En dat het volk trok.
Via Facebook en andere sociale media voerde hij heel veel campagne en dat trok enorm veel volk.
Naast heerlijke bieren kon je er ook zoete en hartige pannenkoeken krijgen.
Het idee voor die hartige pannenkoeken deed hij op bij een bezoek aan een gezellig pannenkoekenhuisje op het eiland Texel.
Jana herinnerde zich dat alles heel goed, want ze was er immers zelf bij.
Bij het passeren van dat café dacht ze meteen aan die heerlijke strandwandelingen waarbij ze de ijzige noorderwind recht in haar gezicht voelde.
Ja na zo'n strandwandeling smaakt niets beter dan zo'n hartige pannenkoek met spek of met heerlijke herfstpaddenstoelen.
En zo stonden er nog meer heerlijke dingen op de kaart die zo zalig combineerden met pannenkoeken.
"Als die Hollanders dat kunnen, dan kan ik dat ook," zei Nonkel Koen die nog hotelschool deed.
En hij deed eens thuis een bod op het leegstaande pand dat al enige tijd te koop stond.
En niet veel later was hij de nieuwe eigenaar van Café De Sportvriend dat uitgroeide van een sport en biljartcafétje met uitgeleefd interieur tot een gezellige plek waar je heerlijke pannenkoeken kon eten en speciale biertjes kon drinken.
En waar toch nog altijd plaats was voor de voetbal of wielerliefhebber die graag een speciaal biertje of een lekkere pannenkoek lust.
Maar dan kwam die vreselijke corona en Jana wist hoe zwaar haar oom er onder leed.
Maar toen zijn nichtje dit voorjaar zwaar ziek werd was hij op Michiel na de eerste die aan haar ziekbed stond wanneer dat weer mocht en kon. En hij beseft meer dan wie ook hoe ernstig de situatie was.
Hij berispte een goede vriend en collega cafébaas die van de daken schreeuwde om ondanks de verplichte sluiting toch te openen.
"Nee dat gaat ge niet!" zei hij.
"Ik was bijna mijn favoriete nichtje kwijt door die smerige ziekte.
Weet ge wat dat met mij deed?
Ik zal het u zeggen vriend.
Het deed me beseffen dat het leven niet draait om mij en mijn zorgen.
Hoe zwaar die ook op mij wegen.
Snapt ge dat maat?
Nee?
Dan zal ik het eenvoudiger zeggen.
HET GAAT NIET OM U!!!
Nee maat.
Het gaat niet om u en om uw gederfde inkomsten.
Het gaat om de mensen die het risico lopen om aan deze smerige ziekte te sterven.
Het gaat om de mensen die risico lopen om deze ziekte op te lopen tijdens hun werk.
Als ge geen geld genoeg hebt om eten te kopen, eet dan droog brood en spoel het door met kraantjeswater.
Of PUTWATER!
Dat deden onze grootouders in de oorlog ook.
Voelt ge u daar te schoon voor.
Gast, luister naar wat ik zeg.
Gederfde inkomsten zijn vervangbaar.
Een failliete zaak is vervangbaar.
Uw huis dat ge moet verkopen, dat is vervangbaar.
EEN MENSENLEVEN NIET!"

Jana wist.
"Nonkel Koen kan mij helpen.
Dat moest gewoon.
Ze bonkte op de deur, 'Nonkel Koen' woonde boven zijn café.
Of hij dat geen goed idee vond zeker?
Hij zou met veel plezier hartige pannenkoeken bakken voor de bewoners en hij zou contact opnemen met een goede vriend die in zijn vrije  tijd braderies, dorpsfeesten en andere festiviteiten opluisterde met zijn 'Dixieland' muziekgezelschap.
Na het bezoek aan haar nonkel keerde Jana terug naar huis waar Michiel op haar wachtte.
Ze vertelde over het verdriet van Marie en over haar gesprek met Nonkel Koen.
"Dat is een heel schoon idee.
Maar er kan nog vee meer gedaan worden."
"Wat dan?" vroeg Jana
"Laat ons vanavond eens vroeg naar bed gaan," zei Michiel.
"Dan zal ik het je in geuren en kleuren vertellen."
"Grapjas," zei Jana.
"Zeg het nu gewoon, wat kan je nog meer doen?"
"Veel.
Maar ik heb zo'n zin mooie Jana met je lange ravenzwarte haren en je prachtige slanke lichaam.
Laat me even van u genieten en dan vertel ik je tussen de zachte kussens van ons bed mijn suggesties.
Jana kleedde zich uit en liet Michiel haar mooie lichaam zien.
Dan ging ze op zijn schoot zitten en streelde ze zijn blote borstkas terwijl ze haar bekken over zijn kruis schurkte.
"Nee schatje.
Jij gaat me nu vertellen wat je suggesties zijn en daarna... "
"OK je hebt gewonnen zei hij."
Nadat hij haar vertelde wat hij haar te zeggen had trok ze zijn boxershort uit en ging ze terug op zijn schoot zitten. Verrukt sloeg ze haar hoofd achterover. 
Om hem dan te bedenken met een lange intense kus.


De dag voor kerstmis.
Marie keek voor haar raam.
Maar wat gebeurde daar toch allemaal.
Er werd een heus podium opgetrokken.
En er werden instrumenten aangezeuld.
Was dit voor haar.
Of was dit een kerstfeestje voor de bewoners.
Een kerstfeestje van achter het raam.
Ja dat moest het wel zijn.
Jana was er vandaag niet.
Die had vrijaf gevraagd.
Normaal was ze altijd van dienst met kerstmis, maar ze had gewisseld met een collega.
Zei ze.
Dan werd het stil.
Het podium stond er maar er was niemand te zien.
"Dat zal wel iets voor vanavond zijn." dacht Marie.
Waarna ze op bed ging liggen en poogde een dutje te doen.
Zonder nog veel te verwachten wat haar verjaardag betrof.
Twee uur later werd ze wakker.
Hoorde ze daar niet een liedje uit haar jonge jaren.
Ja dat moest wel.
"Wie is Loesje? Wie is toch dat snoesje?
Loesje is het snoesje van de drummer van de band."
Gevolgd door.
"Ik heb een huis met een tuintje gehuurd, gelegen in een gezellige buurt."
"Wat was dat toch allemaal.
Marie hees zich recht en zette zichzelf voor haar rollator.
Ze stapte naar het raam.
Hoorde ze nu niet haar achterkleindochter Jessica zingen?
Ja dat was.
Ze zong het liedje dat haar zo hard aan haar lieve Gaston deed denken.
"Don't sit under the apple three, with anyone else but me!
Anyone else witht me.
Anyone else with me no no no!"
"Neei!" zei Marie.
"Dees kan nie.
Dedjuuuu... Dees is zoooo schoon."
Marie beleefde prachtige momenten.
Op kerstavond.
De vooravond van haar honderdste verjaardag zag zij al wie ze zo hard liefhad passeren op het podium dat voor haar kamer was opgesteld.
Niet alleen zijzelf.
Maar ook de andere bewoners van het rusthuis.
Velen zaten in de cafetaria (mits de nodige voorzorgmaatregelen), anderen op hun kamer net als Marie.
De collega's van Jana gingen rond met Champagne.
En met pannenkoeken.
Hartige pannenkoeken.
"Pannenkoeken met spek, dat aten wij vroeger ook," zei Marie.
Gebakken op de Leuvense stoof.
Dees is echt geweldig, merci."
Marie genoot.
Dan kwam Jana op het podium.
In een lang zwart gewaad, gekleed als een filmster.
Ze zong het prachtige liedje van Doris Day.
'Que Sera Sera'
"Onze openingsdans," zei Marie schreiend.
Ze dacht aan Gaston.
Haar Gaston.
Die ze leerde kennen in 1953.
Ze wilde zo graag een TV toestel.
En kocht er één vlak voor de eerste uitzendingen van de NIR van start gingen.
Ja zo heette de nationale omroep vroeger.
Gaston kwam hem installeren.
Marie was vol verwachting.
Gaston ook.
Nu ja hij was  meer in vervoering.
In de ban van de ravissante schoonheid van Marie die hem meteen inpakte met haar charmes.
Hij nodigde haar uit voor het bal en niet veel later waren ze 'aan het vrijen'.
Drie jaar later waren ze nog altijd 'aan het vrijen'.
En dat was aanleiding voor heel wat roddel en kwaadsprekerij.
Marie en Gaston zouden in zonde leven.
"Bij zo iemand gaat ge toch geen naaigerief kopen zeker?" zeiden de mensen.
Het was Madame Gracienne die Marie vriendelijk doch met nodige aandrang aandrong op een huwelijk.
"Doe het voor uw goede naam," zei ze.
"Of ge speelt meer kwijt dan u lief is."
Gaston en Marie trouwden en Que Sara werd hun openingsdans.
Marie huilde.
"Jana toch.
Wat zijne kik blij dat gij d'er nog zijt.
Wie anders zou zoiets voor mij bedenken."
Dan kwam de directrice de kamer van Marie binnen met een mondmasker en plastieken handschoenen aan. Maar gekleed in prachtig en feestelijk kleed. Naast haar stond Jana met een groot pakket.
"Marie," zei ze.
Dit is in naam van uw familie, de directie, al onze medewerkers.
Maar nog het meest van Jana.
Dit is voor u Marie.
En wij wensen u nog vele gezonde jaren."
Marie nam een prachtig ingepakte pakket in ontvangst.
Daarin zaten heel wat prachtige dingen.
Lekkere wijn, pintjes, kaas, fruit, shampoo, en een prachtig kleed dat helemaal op haar maat was.
"Van uw kinderen en kleinkinderen en met speciale dank aan Jana," stond er op het pakket.
"Marie.
Wij hadden zo graag zoveel meer gedaan. 
Want de honderdste verjaardag van een kerstekindje, dat vier je niet alle dage;
We hadden zo graag een fantastisch feest gegeven met veel kusjes en knuffels.
Maar gezien de omstandigheden...
Lijkt het ons beter om DAAR EEN JAAR MEE TE WACHTEN!!"





donderdag 24 december 2020

Eeuwfeest voor een Kerstekind.

 


Een grijze grauwe dag. Wolken jagen voorbij voortgedreven door een pittige westenwind.
Een witte bestelwagen draaide de parking op van Rusthuis De LInde.
Een jonge kat sloop traag over het grasveld en hield alles om zich heen scherp in het oog.
Om dan snel naar het houten schutsel te lopen dat het domein van het rusthuis afbakende te klimmen.
Achter één van de ramen zat Marie Goedezeune te wachten tot de zorgkundigen haar zouden komen wassen.
Ze keek naar buiten met een weemoedige blik in haar ogen.
Schudde vertwijfeld het hoofd.
Haar handen trilden.
Dan ging de deur open.
Jana Volckaert kwam de kamer binnen.
U kent haar nog, het is de jonge verpleegster over wie ik al eerder een verhaal schreef tijdens de eerste lockdown.
Jana woont intussen samen met Michiel en samen kijken ze hoopvol naar de toekomst.
Mariette glimlachte en draaide moeizaam haar hoofd.
"Goeiemorgen Marie, we gaan u eens wassen hé."
"Dag Jana," zei Marie wiens  ogen opleefden.
Ze was zo hard gesteld op de jonge zorgkundige.
"Hoe is 't met Michiel?" vroeg ze.
"Goed hij, hij is afgelopen week hard in de weer geweest in ons huisje.
Schilderen, behangen, laminaat leggen.
Pas op, die doet dat allemaal zelf hé.
Je zou dat hem niet geven als je hem ziet, maar dat is een handige Harry, echt waar."
"Gode gulle nog nie trouwe?" vroeg Marie.
"Misschien, we zien wel," zei Jana. 
"Dat was in onzen tijd toch nie waar zulle.
Ongehuwd samenwonen.
Dat was een schande.
Oow mannekelief, hadden mijne Gaston zaliger en ik da gedaan dan sprak er niemand nog met ons ghohoho."
"Ja de tijden zijn veranderd hé," zei Jana die tijdens het gesprek stug doorwerkte want de tijd drong en de ploeg was weer maar eens onderbezet wegens weer iemand ziekgemeld.
Dan zweeg Marie.
Keek zwijgend voor zich uit.
"Hey Marie, wat is er?" vroeg Jana.
"Waarom weet ge?"
Dikke tranen rolden over Maries wangen.
"Zie mij hier nu zitten," zei ze.
Alleen.
Mijn kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen in geen maanden meer gezien.
Heelder dage alleen om mijn kamer.
Geen Bingo, geen dansfeest, geen Sinterklaas.
Al diegenen waar ik goe mee overeenkwam zijn dood.
Door diene smerige corona.
Het enige wat ik nog kan doen is TV kijken.
En altijd gaat het over hetzelfde.
Diene Marc Van Ranst, ik kan die zijne kop niet meer zien, echt.
Ik wil geen honderd jaar meer worden Jana.
Niet op deze manier.
Vorig jaar werd ik er 99.
Met Kerstmis.
Iedereen kwam langs.
Cadeautjes, een Tripelke Karmeliet drinken.
En nu.
Zit ik alleen.
Ja de familie gaat nekeer Skypen.
Doen ze al het hele jaar.
Ik wil gene Skype," zei Marie snikkend.
"Ik wil een knuffel.
Van mijn kleinkinderen en m'n achterkleinkinderen."

Jana had een krop in de keel.
Ze had zo te doen met Marie.
Een kranige oude dame, rad van tong en een vat vol levenswijsheid.
En een ijzersterk geheugen.
Ze kon zich nog vele details herinneren over haar rijk gevulde leven. 
En van haar collega's in het naaiatelier waar ze destijds werkte.
De namen van haar klasgenootjes toen ze nog school liep bij 'de nonnekes'.
Jana was één en al interesse.
Als het even kon maakte ze een praatje met Marie die vertelde over het harde leven dat ze had als dochter van een ex-frontsoldaat die na de oorlog aan de kost kwam als kasseilegger. En die met een klein loontje moest zien te rooien.
Dat de rest van de familie mee hielp bijdragen om rond te komen was gewoon een harde noodzaak en ook Marie moest al van kleinsaf aan gaan werken.
Eerst ging ze op het platteland bij de boeren helpen aardappelen rooien of dieren voederen.
Dit deed ze tot ze 14 jaar was.
Toen ging ze werken in een fabriek waar ze zakken moest binden en sorteren.
Tot ze van de ene dag op de andere ontslagen werd.
Omdat ze de ploegbaas tegensprak.
Zei die.
"Ik heb niks verkeerd gezegd," zei Marie.
"Ik herinner me nog elk woord wat ik zei tegen hem en dat was niet verkeerd.
Ik ben beleefd gebleven.
Maar ja zo ging dat hé.
Als ze uwe kop niet konden rieken of zien, dan smeten ze u buiten.
Moet ge nu niet meer doen zulle.
Ge wordt als werkmens veel beter beschermt dan wij in onze jonge tijd Jana, daar moogt ge de vakbonden echt wel dankbaar voor zijn," zei Marie.
"En ook, d'er was genen dop hé.
Waarde uw werk kwijt? Trekt uw plan maar hé!
Zo ging dat in den tijd."
Maar gelukkig vond Marie snel ander werk.
In het naaiatelier van 'Madame Gracienne'.
"Dat was een 'specialleke ' ze.
Een bazin zoals zij was, dat vindt ge nergens niemeer."
Marie sprak altijd met veel eerbied over 'Madame Gracienne' zoals ze haar toenmalige bazin altijd noemde.
"Die heeft mijn kijk op het leven helemaal veranderd, da's echt waar ze," zei Marie.
"Dat was veel meer dan een bazin.
Die zorgde voor ons.
Al die meiskes die daar werkten kwamen allemaal uit arme milieus.
D'er waren er zelfs bij die 'de straat deden'."
"Prostituees?" vroeg Jana.
Marie knikte.
"Jaja.
Die ze zelf uit bordelen haalde.
En die dan bij ons kwamen werken.
Veel van die meiskes konden niet lezen of schrijven.
En weet ge wat Madame Gracienne dan deed?
Die gaf ons les.
Na de werkuren moesten we les volgen.
Lezen, schrijven, rekenen, het arbeidsrecht, het burgerlijk wetboek.
Wij moesten dat allemaal kennen.
De mensen in de straat zeiden 'die is zot'.
Velen geloofden er niet in.
Een jonge vrouw, ze was zelf amper 34 jaar, die met een lening een eigen naaiatelier begon.
Maar dat werd een succes ze.
Zelfs de burgemeester en de schepenen kwamen er om hun kleren te laten herstellen en om schone kleren en chique kostuums op maat te late maken in ons atelier.
Ik ben er blijven werken tot achter den oorlog.
Tegen dan was ik al ploegbazin hé.
Dan riep Madame Gracienne me bij zich.
"Zoudt ge niet willen op uw eigen beginnen?" vroeg ze.
Ik was natuurlijk enorm overdonderd.
Maar Madame Gracienne zei dat ze in me geloofde en vertelde over een winkelpand dat te huur was in het centrum.
Ik was helemaal overstuur en wist niet wat zeggen.
Ik in een eigen winkel?
Ik, een éénvoudig meiske uit een werkmansbroek geschud.
Maar Madame Gracienne was onvermurwbaar.
"Ge moet geloven in uzelf," zei ze.
"Ge hebt meer in uw mars dan ge zelf denkt.
Maar ge hebt te weinig zelfvertrouwen.
Ik geloof in u.
Moest dat zo niet zijn dan zou ik geen kapitaal waar niet alleen ik maar ook gijzelf zo hard voor hebt gewerkt opzij zetten om dit alles voor u te kopen."
Daar had ik geen verhaal tegen.
Nee, dat had ik niet.
Voor ik het wist stond ik in mijn eigen winkel.
't Naaiwinkeltje Bij Marie heette het.
50 jaar lang heb dat winkeltje gerund.
50 schone jaren.
Van 1947 tot 1997.
Ik  verkocht naaigerief, breigerief, fijne breiwol, patronen, tijdschriften voor mensen die graag naaien, breien of haken. En er was zelfs een naaiclub die in 't zaaltje achter mijne winkel samenkwam. 
Ik gaf hen les en die dames hingen aan mijn lippen.
Pas op.
Chique madams hé.
Ghooo woar is den tijd," mijmerde Marie.

Jana keek Marie aan.
"Marie.
Marieke.
Gij gaat ne schone honderdste verjaardag hebben.
Dat beloof ik u."
"Hoe goade gij dat doen?" vroeg Marie.
"Geen zorgen.
Ik regel dat wel.
Ik ken veel mensen en Michiel ook.
Vertrouw me maar.
Dat gaat goed komen.
En...
Het wordt niet alleen een feest voor u.
Maar voor alle mensen van het tehuis.
BELOOFD!!!"


dinsdag 22 december 2020

In de ban van Facebook.




Dag lieve mensen.
De meesten mensen die deze blog lezen hebben deze gevonden via Facebook.
Logisch, ik ben dan ook behoorlijk actief op dat medium.
Ik heb er vaak genoeg verbaal van gedachte gewisseld en me soms in bitsige discussies gemengd.
Ik deelde mijn diepste zieleroerselen met jullie en bracht jullie op de hoogte van het bestaan van deze blog en alles wat ik er in de loop van tijd heb opgezet.
Vaak kreeg ik van mensen te lezen dat ze een ban kregen op Facebook.
Dan konden ze enige dagen of zelfs een volledige maand niets posten of nergens op reageren.
Vaak kregen ze een ban voor vaak de idiootste redenen.
Een woord of opmerking die iemand in het verkeerde keelgat schoot, een ongepaste bewoording.
Vaak is zo'n ban het gevolg van het feit dat iemand een opmerking of commentaar rapporteerde.
Vaak las ik dat en dacht ik van, tja kan gebeuren.
Niet zelden waren dat mensen met een nogal eigen mening die ze dan ook vrank en vrij uiten.
Onder het motto klinkt het niet dan botst het wel.
Nu ja ik ben ook wel een beetje zo geweest en eigenlijk-feitelijk zal dit nooit helemaal verdwijnen.
Af en toe drop ik een humoristisch getint commentaar, soms beetje scherp, soms stereotiep maar nooit echt kwaad bedoelt.
En soms ben ik zo naïef dat ik er van uit ga dat de mensen die dit lezen de humor ervan inzien.

Welnu... Dat is niet!


Ik heb twee jaar terug al eens een ban van 30 dagen gehad omwille van het uiten van mijn mening over dat klimaatspijbelen en ik was daarin harder dan ik eigenlijk bedoelde.
En dan kreeg ik dat bericht dat ik dertig dagen geen commentaar kon posten of berichten kon liken.
Diep vanbinnen knaagde er toch iets, dat ik in die tijd met een ander profiel verder ging veranderde daar niets aan.
Ik kreeg er zelfs ineens genoeg van om me achter een pseudoniem te verschuilen, het waarom hou ik voor mezelf dank je.
Dus dat profiel dat ik zelfs na mijn ban nog een poosje kunstmatig in leven hield heb ik dan maar verwijderd en hield mezelf voor om wat meer op mijn woorden te letten.
Trouwens een echte gentleman let op zijn taal en onthoud zich van scheldwoorden en schunnigheden.
Maar af en toe reageer ik nog altijd met gevatte korte comments.
Een grapje, een plaagstoot.
En soms ben ik vergeten wat ik een poos terug postte, hey het was een grappig bedoelde reactie zonder meer.

Om een lang verhaal kort te maken.
Vanmorgen, ik zat in de inkomhal van het ziekenhuis waar mijn lieve vriendin moest zijn voor onderzoeken, maar waar ik niet bij mocht zijn omwille van corona.
Oh, wist je trouwens dat je corona met een kleine letter schrijft?
Bron.
Maar goed, ik zat daar te wachten in een hoekje op veilige afstand van andere wachtenden, ja we houden letten op dat soort zaken. Dat doe je als de mensen die je probeerden op te voeden je voorhielden dat je rekening moet houden met anderen.
En dan verscheen er ineens dat ene bericht: "Je opmerking is in strijd met de richtlijnen van onze community inzake haatdragend taalgebruik."
SAY WHAT????
Lees ik dat goed?
Misschien even mijn bril poetsen, want het kan natuurlijk zijn dat ik niet zo goed zie omdat die bewasemd is door dat stomme mondmasker dat al een uur tegen mijn gezicht plakt, nog maar eens.
Maar het stond er echt.
Haatdragend taalgebruik!
Ik lees de tekst waar het over gaat, en ik deel deze graag met jullie mee.
Ik ga open kaart spelen.
Dit is de reden waarom ik zeven dagen geen comments mag posten op Facebook.
Dit is wat iemand blijkbaar zwaar genoeg stoorde om mij te verklikken.
En waardoor Facebook dat na eerdere verklikbeurten onder andere een cartoon die ik postte verwijderde omdat eer swastika's in voorkwamen. Dat kan niet anders, want er werd in die cartoon de draak gestoken met marginale idioten die swastika's op muren kladden, maar soit we wijken af.
Waardoor Facebook mij besloot om me eerst drie dagen te bannen, maar omdat ik het er niet mee eens was en dat ook zo aangaf werd dat drie dagen.
En dit omwille van deze tekst.
"Hollandse meiden zijn hartstikke arrogant maar in bed zijn ze onverslaanbaar."
Het was een reactie op iemand die op zijn beurt wat dolde met ons Belgen.
Ik meende dat zelfs niet eens.
Misschien had ik er een smiley moeten bijzetten zodat mensen doorhebben dat het om te lachen was.
Maar goed, wie vindt dat dit zinnetje aanstootgevend is mag altijd in de commentaarsectie van deze blog zetten waarom.

Zoals eerder gezegd.
Ik heb in het verleden hardere dingen geschreven op Facebook.
Zodanig dat mensen uit mijn directe omgeving, mijn ouders, zus en vriendin mij waarschuwde dat ik hiermee wel eens in de problemen kon komen als bijvoorbeeld de directie van mijn werk deze onder ogen zouden krijgen.
Vooral ten tijde van de aanslagen op Charlie Hebdo en deze in Brussel in 2016 heb ik me scherp uitgelaten tegen zij die in naam van hun geloof onze mensen, onze instituten en onze vrijheden aanvielen. Terwijl ze zelf van onze verworvenheden gebruik maken en als ze in de problemen komen beroep doen op onze rechtstaat.
Ja dat zat me diep, en dat is nog steeds.
Maar ik hou het nu meer voor mezelf.
Zelfcensuur zou je kunnen zeggen met wat kwade wil.
Ik hou het op zelfbescherming.
Wat ik toen schreef was wel wat harder dan dat bovenstaande zinnetje over die 'Hollandse meiden'.
Nooit heb ik toen een ban of waarschuwing gekregen.
Alleen commentaren van mensen die zeiden 'gast, je gaat wel te ver nu'.
En mensen die mij ontvriendt hebben.
Laat het dat zijn dat in deze een beetje wringt.
Waarom klikken?
Waarom stiekem gaan rapporteren.
"Meester meester! Miguel zegt onwelvoeglijke dingen meester!"
Waarom had die persoon niet het gore lef om mij aan te spreken?
Klikken is zo laf.
Achterbaks.
In de oorlog deden ze dat ook.
Maar dan met veel dramatischer gevolgen.
Mensen stierven door dat klikken.
Vaak in zeer onmenselijke omstandigheden.
En zij die het overleefden waren voor het leven getekend.

Bij het naar huis rijden en nadien tijdens het wandelen met de hondjes ben ik beginnen nadenken.
Ik dacht terug aan wat een Facebook vriend schreef nadat zijn profiel zonder enige commentaar of motivering gewoon door Facebook werd verwijderd.
Sta me toe even te citeren.

"Bloemen noch kransen.  Deze Page wordt opgedoekt,  samen met Q80,  mijn Page over eighties muziek en geschiedenis.  Ik verwijder alles en ik laat Facebook voor wat het is.  

De reden ?  Het voortdurende gepest van FB,  dat mijn hoofdprofiel deze keer gewoon heeft "verwijderd" zonder mogelijkheid tot beroep.

Wie denkt dat ik dat blijf pikken,  dit kinderachtige,  onredelijke en schijnheilige gedrag van een Amerikaanse multinational,  die vergist zich.  Zonder content creators géén Facebook,  tenzij jullie de hele dag niks anders willen zien dan foto's van mensen hun kat,  middagmaal of de Eerste Communie van hun koters.

Wie mij wil blijven volgen kan tijdelijk het Facebook profiel Petrus Nero toevoegen ( https://www.facebook.com/petrusdecourtraiBIS/ ) dat ik heb geleend van een vriendin.  Het is de bedoeling om uiteindelijk een ander sociaal netwerk te gaan vervoegen,  binnen hier en enkele weken.  Ik ben aan het kijken hetwelke.  Tips zijn welkom.

Ik ben sinds 2012 een 15tal keer "berispt" geweest,  waarvan minstens 10 keer compleet onterecht.  De andere vijf keren waren misverstanden.  Ik heb nooit doelbewust de regels overtreden.  En Facebook heeft niet eens een e-mail adres om te reclameren.  Al mijn vrienden,  al mijn contacten,  al mijn foto's : alles is weg.  Ik pik dit uiteraard niet.

Jullie weten wat men zegt in de les Economie : "when you're not the customer,  you're the product."

Iedereen moet doen wat hij/zij zelf wil,  maar ik ga een plek zoeken op een ander sociaal netwerk.  Ik ben een persoon,  géén produkt.

De Page zal nog wel een tijdje in de lucht zijn,  FB denkt dat ik wellicht nog van gedacht verander.  Nou,  mooi niet.  Ik ben ondertussen 50 jaar jong,  en ik ga me niet laten afblaffen door een firma die schandalig rijk werd door het verkopen van onze privé informatie.

Jullie zijn bedankt voor de vele likes en comments.  Misschien zien we elkaar terug op een andere plek.  Ik hou de nickname Petrus de Courtrai.  Zalige Kerst en Gelukkig Nieuwjaar.  Het ga jullie goed.

Petrus."

Ik vind dat hij gelijk heeft en misschien wordt het tijd om wat meer afstand te nemen van dat internetplatform van een bedrijf dat onder het mom van sociaal netwerk sjachert met uw en mijn privégegevens.
Een platform waar ik misschien meer tijd heb verscheten dan goed voor me was.
Vaak dacht ik, 'verdomme ik had een artikel kunnen schrijven in mijn blog, of verder kunnen werken aan één van mijn verhalen die 'under constrution' staan.
Maar ik heb me weer laten vangen aan dat verslavende concept van Facebook dat erop gericht is om onze aandacht af te lijden en altijd weer terug te keren om te zien wat er gepost werd? Wie er op mijn laatste 'Cartoon Van De Dag' (waarom post ik dat niet hier?) of de link naar één van mijn blogberichten heeft gereageerd. Of wie er de laatste foto van Cecieleke en Celientje heeft geliked.
Wetenschappers hebben aangetoond dat Facebook, Twitter, Instagram en alle andere sociale media erop gericht zijn om gebruikers aan hun platformen te hechten en hun aandacht erop vast te houden.
Dat doen ze met hun zeer doelgerichte algoritmes die erop gericht zijn om op basis van de links waar u op klikt, de pagina's waar u op reageert en de groepen en andere communities waar u lid van bent.
Ze zorgen ervoor dat telkens u uw tijdlijn checkt met uw smartphone, tablet of laptop, u wel iets ziet waarvan je zegt 'hey da's interessant'.
Natuurlijk, want de dingen die je aangeeft interessant te vinden houden ze zeer goed bij.
Voor henzelf.
Maar ook voor de adverteerders die stapels geld over hebben voor die gegevens om u nog gerichter en persoonlijker te kunnen bestoken met advertenties, promoties en andere ongein waarmee ze je willen aanzetten tot het kopen van dingen die je eigenlijk niet nodig hebt.
Die gegevens.
Die dingen waarvan je dacht dat ze privé en alleen voor u zijn.
Die dingen die u post en waarvan je denkt dat alleen je vrienden of de leden van de fanpage of groep ze zien.
Die worden bijgehouden in allerlei databanken.
Omdat ze gewoon keihard opbrengen.

Maar ik ben geen product.
Ik ben een mens.
En het laatste wat ik wil is problemen krijgen met wie dan ook omwille van mijn mening.
Dit maakte dat ik me al eerder afvroeg: "Wat doe ik eigenlijk  nog op Facebook?"
"Waarom laat ik me daar altijd door afleiden.
Waarom laat ik toe dat ik de zoveelste 'smombie' word die zelfs in gezelschap op zijn telefoon zit te gapen.
Wil dat echt zijn?
Of wil ik mens zijn.
Die zich menselijk gedraagt en die zich afzijdig houdt van al dat getrol, haatpraat en roeptoeter gedoe.
Maar ik besef dat het vooral dankzij Facebook is dat mijn blog gelezen wordt.
En ik had mijn volgers en vrienden een vervolg beloofd op een verhaal dat ik tijdens de eerste lockdown schreef.
Dat vervolg komt er zeker hoor.
En zelfs zeer spoedig.
Maar het is een Kerstverhaal, dus lijkt het me beter dat ik dat zo rond kerstmis post.
Jullie horen nog van me.

Liefs.
Miguel.