maandag 3 oktober 2016

Lentebriesje 3



Voorjaar 1944
Maanden waren verstreken sinds het vertrek van Charles.
Voor Rosalie ging het leven verder zo goed en kwaad het kon.
Ze deed haar werk in het naaiatelier en hielp ’s avonds in het café van haar nonkel.
En om de drie dagen bracht ze voedsel, drank en indien nodig warme kleren, verse lakens en andere zaken naar de in een oude leegstaande hoeve verstopte Britse piloten.
Maar het viel haar zwaar.
Als ze aan de openbare gebouwen of in de belangrijkste straten van de stad de grote ‘swastikavlaggen’ zag hangen. Wanneer ze op strategische punten Duitse soldaten zag de wacht houden.
Of ze weer zo’n zwarte auto zag rijden met Duitse nummerplaat en hakenkruisvlaggetjes boven de koplampen en een hoge piet in uniform achterin. Dan voelde ze diepe haat in combinatie met totale wanhoop.
“Wanneer zullen we eindelijk verlost raken van die smerige moffen?” Vroeg ze zich dan af.
Zo goed en kwaad het kon hield ze zich kranig. In het café lachte ze blijgezind naar de klanten. En in het naaiatelier werkte ze hard door en was ze nog altijd de vrolijke babbelzieke Rosalie zoals ze haar daar altijd kenden.
Maar ’s avonds in haar bedje huilde ze zichzelf in slaap.
Ze nam een foto van Charles, haar ‘Charelke’, haar mateke.
En zoende die zachtjes.
“Ik mis u toch zo hard mateke. Ik verlang zo naar je sterke armen, je kussen, je liefde.”
Ze wierp zich op haar hoofdkussen en huilde met diepe snikken.
Op een dag.
Haar dagtaak in het atelier zat erop.
Ze liep het café binnen en kleedde zich achterin snel om.
Er zat al veel volk in het café.
Want vanavond is er ‘bonte avond’ in het café.
Sooike, een vaste klant zou er komen spelen op zijn accordeon en volkse liedjes zingen. En zijn vrouw, zoon en dochter zouden grappige sketches opvoeren.
Tante José zou zingen en ook van Rosalie werd verwacht dat ze enkele liedjes zou brengen.
Rosalie had een mooie stem, waar ze veel bijval mee oogsten.
Maar eigenlijk deed ze dat niet zo graag zo voor een vol café staan zingen.
Maar Nonkel Frans stond erop.
“De mensen horen dat geiren.” Zei hij dan.
“Ze komen speciaal voor uw schoon stemmeke te horen. Ge moogt ze niet teleurstellen. Ge hebt talent en dat talent moet ge laten horen… Allez komaan hé Rozeke niet verlegen zijn.” Zei hij dan steeds.
Op een bepaald moment stopte er een vrachtwagen voor het café.
Een ietwat rommelig uitziende vrachtwagen met een zeil over de laadbak getrokken. Een zeil dat al meerdere malen gelapt en getapt was.
Twee mannen stapten uit en gingen het café binnen. De eerste was een oudere man met een geruite pet, een knalrood hoofd en een felle vooruitstekende bierbuik.
De tweede zijn gezicht kon Rosalie niet zien. Maar hij leek mager en sjofel gekleed in een bruine trui en een vuile langs alle kanten gelapte grijze katoenen broek en oude, zeg maar versleten schoenen.
Rosalie nam haar dienblad en stapte op de twee mannen af.
“Goeie avond, wat mag het zijn alstublieft?”
“Voor Jeanke een pintje." Zei de dikkerd. "Enneuh, Ebde gij jenever in huis juffrouw? Echte jenever hé. Genen aangelengden brol hé.”
Bij die woorden legde met een groot gebaar een zak vol geld op tafel.

Toen ineens herkende ze de jonge man die bij hem zat.
“Jeanke!!!" Zei ze verrast.
“Jeanke begot, wat doede gij hier mateke?” Ze gaf de jongen een zoen op de wang.
“Rosalie?” Zei hij terwijl hij glimlachte. “Rosalie van de velomaker, werkt gij nu hier?”
Jean Verdonckt was een weesjongen die opgroeide in het weeshuis bij de nonnekes.
Tot er daar voor hem na zijn twaalfde geen plaats meer was.
Toen kwam ‘Meneer Pastoor’ aan Jef Dewolf vragen of hij geen leerjongen vandoen had.
En Jef kon wel wat extra handen gebruiken, dus mocht ‘Jeanke’ aan de slag bij ‘Jefke De Velomaker’.
Jean was een goeie leerjongen en hij kwam al snel goed overeen met Rosalie die even oud was als hijzelf.
Hij at mee met de familie en hij sliep op een kamertje op zolder.
’s Avonds zaten ze vaak in wat te babbelen buiten op het koertje, terwijl vader zijn gazet aan het lezen was met zijn pijpke erbij. En moeder zat te naaien, te breien en kleren te verstellen.
En ja, Jeanke was een lieve aangename jongen en de piepjonge Rosalie voelde wel wat voor hem, en hij voelde ook wat voor haar.
En terwijl ze zeker waren dat er niemand keek. Kreeg Rosalie van Jeanke haar allereerste kus.
Het was een moment dat ze nooit zou vergeten.
Haar hartje wordt er nog steeds warm van als ze eraan terugdenkt.
Ook aan die ene keer toen ze in het berghok… Haar borsten liet zien aan Jeanke. En hij haar gretig aan haar tepels liet likken.
Rosalie was niet verlegen om dit soort dingen te doen. Verboden zaken trokken haar aan.
En hoewel de angst om door vader of moeder betrapt te worden erg groot was en zodoende de zenuwen door haar lichaam gierden.
Genoot ze van die spannende momenten. Ze voelde hoe ze lichtjes nat werd in haar broekje toen ze Jeanke zijn tong over haar tepels voelde.
Het was hun geheim. En dat maakte dat de band tussen Rosalie en Jeanke heel speciaal was.
Maar ineens kwam ‘zijn nonkel' hem’ halen.
Hij was er naar eigen zeggen achter gekomen dat zijn neefje, het zoontje van zijn overleden zus na zijn verblijf in het weeshuis aan de slag was gegaan bij een fietsenmaker. En trok er meteen naartoe.
En vertelde aan Jef Dewolf dat hij de hulp van zijn neefje dringend vandoen had.
Jef ging ermee akkoord dat Jeanke met zijn nonkel meeging.
Vooral toen de ‘nonkel’ een zak vol geld in Jef Dewolf zijn handen stopte.
Tot groot verdriet van Rosalie vertrok Jeanke. Dat was een paar weken voor de Duitsers ons land binnenvielen.
Maar nu zag ze hem terug.
Ze bracht voor hem een glaasje flets fluitjesbier en voor zijn nonkel een bel jenever.
Toen ineens vroeg ze “gaan we dansen Jeanke?” Ze glimlachte.
“Allez Jean." Zei zijn nonkel. “Wat zitte gaa doar te zitte? Als een dame uitnodigt moogde nooit nie weigeren.”
Jeanke stond op en samen dansten ze op de tonen van Lili Marleen, gebracht op de accordeon van ‘Sooike’.
“En Jeanke, wat doede gij zoal voor de kost?” Vroeg Rosalie nieuwsgierig.
“Meegaan met ‘Nonkel Lowie'." Zei hij. Materiaal dat hij koopt en verkoopt laden en lossen.
Spullen gaan opladen en dat soort dingen.”
“Ge ziet er niet echt proper uit hé jongen. Toen ge nog bij ons werkte had ge alle dagen verse kleren en altijd piekfijn in orde, en nu loop je met oude spullen. Zo ken ik u toch nie hé maatje.”
“Gho ja." Zei Jeanke. "‘Nonkel Lowie’ is niet getrouwd, hij leeft alleen voor zijn werk".
Zo werd er nog even doorgepraat tot het liedje afgelopen was.
Ze gaf Jeanke een zoen op de wang. “We spreken elkaar nog hé mateke.” Zei ze terwijl ze nog even naar hem zwaaide.

'Nonkel Frans' nam Rosalie even apart.
“Dat is toch Jeanke die nog bij uwe pa heeft gewerkt als leerjongen?”
“Ja.” Zei Rosalie. “Ik vind het plezant om hem terug te zien. Jeanke da’s nen toffe.” Lachte ze.
“En die andere vent, wat doet Jeanke bij hem?”
“Dat is Nonkel Lowie’ die hem een paar weken voor den oorlog is komen halen omdat hij zijn hulp vandoen had.”
“Rosalie”, zei haar nonkel met ernstige stem.
“Dieje 'Nonkel Lowie'. Wete gij wel wie dat dat is?"
Uiteraard had Rosalie daar geen flauw idee van.
“Louis Van Bossche, bijgenaamd ‘Lowie Klandestien’ oftewel ‘Lowie de smokkelkoning’."
Nonkel Frans vertelde dat Louis Van Bossche een geduchte smokkelaar was.
Hij controleerde alle smokkelroutes langs de Belgisch-Nederlandse grens. En zelfs aan de Belgisch-Franse grens controleerde hij steeds meer routes.
Hij verdiende grof geld aan de smokkel van boter, zout, sterke drank, tabak en ook zaken als auto en motor onderdelen, brandstof enzovoort.
Toen het oorlog werd en ons land door de Duitsers werd bezet bouwde hij zijn smokkelpraktijken wat af omdat deze te gevaarlijk werden aangezien er nu Duitse soldaten langs de grenzen patrouilleerden en deze elkeen die clandestien de grens wilde oversteken genadeloos neerknalden.
Hij richtte zich nu meer op ‘de zwarte markt’. Dat bracht meer op.
Hij smokkelde enkel nog drank, jenever uit Holland, en wijn, cognac en calvados uit Frankrijk.
En af en toe wapens, munitie voor het verzet, of brandstof.
Welks hij dan ook op ‘de zwarte markt’ verkocht voor grof geld.
Nadat Rosalie een derde bel jenever bracht naar Lowie en een pintje voor Jeanke, klampte Lowie haar aan.
“Kinneke roept den baas is efkes?" Vroeg hij. "Ik zou geire nekeer serieus met hem willen klappen."
Frans liep naar Lowie en die vroeg hem meteen.
“Van waar komt diene jenever gast? Dat trekt op geen klote.
Ik kan aan veel betere jenever geraken, en dat voor een schappelijk prijske.
Ge kunt kiezen tussen jenever uit Holland of van De Limburg, of van mijn eigen stokerij, diejen is ietske goeiekoper."
Intussen praatte Rosalie verder met Jeanke.
Het leek weer goed te klikken tussen hen.
Maar het werk moest vooruitgaan.
Intussen nam Lowie Jeanke apart.
“Schoon maske hé." Grijnsde hij.
“Maar pas op manneken. Want dat is er ééntje van ’t verzet. Als de moffen weten dat ge met heur hebt zitten konkelfoezen zitten we dik in de miserie gast. En dat kunnen we nu missen als kiespijn, dus houdt u maar een beken in”.
Toen sprak hij met een andere klant.
“Die van ’t verzet hé meneer, dat zijn onnozelaars. Paljassen dat zijn het.
Allez ge hebt hier diene coureur, hoe heet hem daar weer. Diene knecht van Sylveer Maes.”
“Och ja, de Charles. Charles Verschelden, goeie gast is dat. Heel joviaal en een echte volksmens, ik ken hem.” Zei de andere klant.
“Ne grote dwazekloot is dat meneer.” Lachte Lowie. “Dieje kon allang de Ronde Van Vlaanderen gewonnen hebben, maar nee tijdens de mobilisatie liet hem zich de kop zot maken door die ‘boeffers’ van het Belgisch Leger en nadat ze capituleerden ging hem met die mannen mee in ’t zogenaamde ‘verzet’.
Denken die paljassen nu echt dat ze iets gaan kunnen veranderen door tegen de benen van Den Duits te pissen?” Hierbij moest Lowie heel hard schaterlachen.
“Da’s zoals die klein mannen op de koer die tegen de schenen van de grote mannen schoppen en dan komen bleiten omdat ze de slagen krijgen die ze verdienen, onnozelaars.
De Duitsers hebben het machtigste leger van heel de wereld, 10 jaar gelejen lag den boel daar op zijn gat en nu is dat de sterkste economie van Europa.
Met die mannen moet ge zaken doen, daar valt veel geld mee te verdienen.
Ik heb al veel van die officieren van de ‘Wehrmacht’ in mijne zak, en zelfs al een paar SS’ers.
Wat dat niet gemakkelijk is, want dat zijn geen simpel manne zulle.
Nee wat mij betreft mogen ze hier nog lang blijven zulle. Die mannen zijn goud waard, geloof me.”
Hij dronk zijn jenever uit en trok aan Jeanke zijn arm.
“Kom maat, we moeten er vandoor, d'er is nog veel werk aan de winkel”.
En weg waren Lowie en Jeanke.
Enkele dagen later kwam Lowie terug.
Nonkel Frans ging akkoord om van Lowie enige flessen jenever te kopen, ook al vroeg hij er erg veel geld voor.
Maar hij had goeie klanten die al eens echte niet aangelengde jenever wilden en daarvoor ook wilden betalen. En daar deed hij het voor.
En zo kwam Jeanke terug in Rosalie haar leven.
Wat haar hartje blijgezind maakte.
Al lagen de kaarten nu helemaal anders.
Ze had haar hart geschonken aan Charles, maar die zat in Brussel en het zag ernaar uit dat hij nog lang niet zou terugkomen.
Hoe moest ze aan Jeanke uitleggen dat haar hart aan iemand anders toebehoorde als ze over die persoon niets kwijt kon.
Zeker niet aan iemand die voor Lowie Klandestien werkte. Want die stond ervoor bekend dat hij mensen verraadde als hij daar beter van kon worden.
Het verzet had aan hem een valse vriend. Hij leverde hen wapens en munitie maar tegelijkertijd gaf hij namen en adressen van verzetslui door aan de Duitsers om hen zo aan hem te binden.
Toen Lowie de jenever had geleverd aan 'Nonkel Frans' klom hij terug in zijn camion, startte de motor duwde het gaspedaal in.
“Jeanke maat, gij zoudt iets moeten doen voor mij." Zei hij terwijl ze de stad uitreden.
Gij komt goed overeen met dat Rosalieke hé? Allez ja, dat heb ik toch gezien toen we daar in 'Café De Zwaan' zaten."
Jean knikte.
Ge moet heur vertrouwen zien te winnen, en zo te weten komen met wie zij zo allemaal omgaat.
Dat maske is goud waard, ik voel het aan de toppekes van mijn tenen.
Ze zit in het verzet, en ze houdt aan met diene coureur, diene Charles Verschelden.”
Dat hoorde Jeanke niet graag, dat zijn lieve Rosalie een ander lief had.
Hij hoopte haar hart terug te winnen, want die keer dat hij haar mocht kussen en aan haar borsten mocht voelen en likken was hij nog lang niet vergeten.
“Diene Charles zit naar het schijnt in Brussel, en zo’n meiske als Rosalie alleen zonder heuren aanhouwer. Dat blijft niet duren.
Gij moet haar rond uw vingerke winden en zoveel mogelijk over haar te weten komen.
Dus ge weet wat u te doen staat hé de komende dagen."
Zei Lowie terwijl hij zijn camion aan de kant zetten om weer een lading gesmokkeld goed af te zetten.

Zo gebeurde het dat Rosalie en Jean elkaar vaak zagen.
Ondanks haar felle liefde voor Charles, bleef ze niet ongevoelig voor de avances van Jeanke.
Op een mooie zondag in de lente.
Ze gingen wandelen in het park, zaten stilletjes op een bankje hand in hand.
De bomen begonnen te botten en overal begonnen bloemen  hun kopje uit de grond te steken.
En voor het eerst sinds lang voelde het zonnetje lekker warm aan.
Rosalie genoot van de zon in haar gezicht.
Jeanke legde zijn arm over haar schouder en keek haar diep in de ogen.
Rosalie voelde het warm worden aan haar hartje. “Schoon Rosalieke.” Fluisterde hij terwijl hij glimlachte.
“Gij zijt nog geen haar veranderd hé Jeanke.” Lachte Rosalie. Ze vond zijn aandacht wel fijn.
Het leek of de zorgeloze dagen van voor de oorlog weer helemaal terug waren.
Ze vergat even alle ellende om haar heen.
Jean streelde zacht haar blonde krullenbol en gaf haar een zoentje op de wang.
En daarna nog eentje op haar mond. Een zachte lieve kus zoals Jeanke er zoveel gaf, stiekem op het koertje of in het bezemhok.
Ze voelde hoe hij zijn tong over haar lippen liet glijden en dan haar tong tegen de zijne.
Met gesloten ogen voelde ze zijn tong en zijn lippen en genoot.
Maar dan ineens, trok ze zich terug.
Haar hart bonsde in haar keel.
“Sorry, Jeanke. Ik kan het niet. Ik....” Stamelde ze.
“Maar Rosalieke.” Reageerde hij.
Maar ze stond op en liep weg. Jean bleef alleen achter.
De volgende dag was Rosalie aan het werk in het naaiatelier.
In het naaiatelier werkte ook ‘Nette’, ze heette eigenlijk Henriette, maar iedereen noemde haar ‘Nette’.
Nette was een pittige en levenswijze jonge vrouw.
Een jaar of drie ouder dan Rosalie en niet van een kleintje vervaard.
Struis gebouwd en grof gebekt.
Zo kon je haar het best omschrijven.
Maar Nette had een hart van goud.
En was meer dan dik bevriend met Rosalie.
Ze zag dat Rosalie een beetje in zak en as zat en tijdens de schafttijd zette ze zich naast haar liefste collega en meer dan goeie vriendin.
“Ewel Rozeke, wat is er met u? Ge zijt zo stil, zo ‘piekerachtig’. Allez kom, zeg het nekeer. Wat zit er u dwars?"
En Rosalie  begon te vertellen over Jeanke.
“Weet je Nette, Jeanke is een lieve jongen. Een jongen die ik graag het allerbeste wens in zijn leven.
Maar wat hij echt wil, dat kan ik hem niet geven.
Die jongen is smoorverliefd op mij. Toen hij nog bij mijn ouders werkte hebben we wat ‘gesmost’ en heb ik hem mijn borsten getoond. En nu denkt hij dat omdat ik dat deed, dat ik meer wil.
Hij wil mij. Hij wil mijn lichaam.
Hij denkt dat hij mij kan krijgen.
Maar ondertussen is er zoveel gebeurd. Ik leerde Charles kennen. En wat tussen Charles en mij is, dat is zoveel sterker dan wat er ooit tussen Jean en mij was.
Dat was spannend, zoals een eerste ‘kalverliefde’ altijd spannend is.
Maar het is niets vergeleken met de passie en liefde die ik voel voor Charles.
Gho Netteke, ik mis Charelke zo hard. En ik weet langs geen kanten hoe ik dat aan Jean zijn verstand moet brengen.
Ik kan niets over hem vertellen, want dan zou ik teveel vertellen. Als ge verstaat wat ik bedoel.”
Rosalie was ten einde raad.
Ze zat in met Jeanke en voelde wel vriendschap voor hem, had medelijden met hem toen ze hem zag lopen in zijn sjofele kleren.
Maar ze voelde dat er meer aan de hand was. Dat er andere redenen waren voor zijn aandacht dan alleen liefde of interesse voor haar mooie lichaam.
Nette dacht na.
“Rozeke, zeg hem gewoon waar het op staat. Dat je geen liefde voor hem voelt, maar dat hij wel bij je terecht kan als hij problemen heeft. Laat hem weten dat hij altijd bij je terecht kan als hij problemen heeft of zo. Maar dat hij zich verder geen illusies hoeft te maken.”
Nette omhelsde Rosalie.
“Ik weet dat uw liefde voor Charles oprecht is. En ik gun het u zo hard. Ge zijt een tof meiske. En ik werk zo graag met u samen.”
Ze drukte Rosalie dicht tegen zich aan. Dat vond Rosalie fijn.
Toen stond ze recht en klapte ze in haar handen.
“Kom meiskes, de schafttijd is gedaan. Aan het werk hop hop!!!!”.

De opmerkzame lezer heeft al gemerkt dat dit verhaal begon in een rusthuis waar iemand werkte die in een vorig blogverhaal voorkwam. De mama van Nathalie Van Bosvoorde.
Ik wil op dit elan voortgaan.
U herinnerd zich vast nog het verhaal over ‘Graciënne’? Die jonge meid die in een rockbandje zong, erg geliefd was door haar vrienden en voor hun ogen op tragische wijze om het leven kwam.
Ze was zo close met haar ‘Marraine’, naar wie ze genoemd was.
Ik beschreef hierin hoe die ‘Marraine’ als sociaal bewuste feministe een eigen naaiatelier runde waar ze niet alleen een bazin maar ook een mentor en een leermeesteres voor haar werkneemsters was.
Zij was de bazin van Rosalie en Nette.
Zo lopen de dingen nu éénmaal.
Mensenlevens kruisen elkaar. Soms in goede, soms in minder goede zin.
Mensen leven niet op een eilandje, we zijn sociale dieren die niet zonder elkaar kunnen.
Madame Graciënne zoals ze haar noemden was als een moeder voor haar naaisters.
Velen van hen waren meisjes uit sociaal achtergestelde gezinnen.
Anderen haalde ze uit de prostitutie.
Nette was zo’n meisje.
Haar vader was er vandoor gegaan en haar moeder stond alleen voor de zorg van vier zonen en twee dochters.
De oudste dochter, Nette dus, verkocht ze voor grof geld aan niemand minder dan… Louis Van Bossche, oftewel Lowie Klandestien.
Veertien was ze.
Het is iets waar ze niet graag over sprak.
Wel was ze ‘Madame Graciënne’ erg dankbaar dat ze haar uit de klauwen van die bullebak wist te redden en haar een baan gaf in haar naaiatelier en een dak boven haar hoofd in een huis van haar dat dienst deed als pension waar enige van haar jonge, thuisloze werkneemsters een onderkomen vonden.
Nette verbleef er eigenlijk reeds het langste en nam daarom dus de leiding op zich en waakte erover dat de regels opgelegd door ‘Madame Graciënne’ strikt opgevolgd werden.
Dus geen ‘herenbezoek’ op de kamers, kamers steeds proper en ordentelijk en elk op zijn beurt eenmaal per week de trappen en de gang poetsen.
Door haar leiderschap en engagement besloot ‘Madame Graciënne om haar aan te stellen als ploegbazin. Zo was ze verantwoordelijk voor de orde in het atelier en voor het afhandelen van een goede gang van zaken.
En Nette deed dat goed.
Maar toch bleef ze voor haar collega’s en niet in het minst voor Rosalie nog altijd die lieve, zorgzame, goede vriendin die ze altijd was.
En dat sierde haar zo hard die lieve, warmhartige maar o zo zelfzekere Nette.
Rosalie trok zich zo hard op aan de goede raad, de warme vriendschap en de zorgzaamheid van Nette.
Doch beide meisjes zouden brutaal van elkaar gescheiden worden…

zondag 2 oktober 2016

Lentebriesje 2


Rosalie mocht bij het verzet.
En meteen hadden ze er een zeer gemotiveerd lid bij.
Ze kende al snel de codes uit het hoofd, leerde hoe ze de Duitsers kon verschalken en ongemerkt illegale kranten en andere bezwarende documenten op de juiste bestemming moest krijgen.
Rosalie kreeg de codenaam ‘Lentebriesje’.
Omdat één van de hoofdmannen vond dat ze hem aan een lentebriesje deed denken. “Fris en bevallig en je wordt er blijgezind van.”
Ach ja, Rosalie was een knap meisje met haar lange krullende haren, haar heldere blauwe ogen, de kuiltjes in haar wangen, haar hartverwarmende glimlach en haar mooie slanke figuurtje en haar borsten die ze maar al te graag trots vooruit stak.
Ook de Duitse soldaten vonden ‘Fraulein Rosalie’ een leuke verschijning. En dat wist ze uit te spelen.
Met haar charme en het spelen van het lieve onschuldige meisje, maakte ze dat geen enkele Duitse soldaat ook maar denken zou dat ‘Fraulein Rosalie’ zich inliet met verzetsactiviteiten.
Maar het verzet dat was geen lolletje.
Denk niet dat verzetslui elke dag bruggen en spoorlijnen opbliezen, telefoonlijnen saboteerden en collaborateurs afknalden.
Er moest zeer voorzichtig en discreet gehandeld werden.
Elke stap moest nauwgezet besproken worden, en elk order strikt opgevolgd.
De voornaamste taken van nieuwelingen bestonden uit het bezorgen van orders en materiaal, vaak in de vorm van brieven en pakjes.
En dat zonder dat de Duitsers het in de gaten hadden.
Overal kon je controleposten tegenkomen. Ook op de trein of bus konden de ‘Feldgendarmerie’ burgers aan een controle onderwerpen.
Rosalie had vaak met een bang hartje op de trein gezeten, terwijl geüniformeerde Duitsers mensen dwongen om hun bagage te openen.
Terwijl zij een in papier gewikkelde revolver tegen haar boezem aandrukte.
Op een avond stonden Rosalie en Charles weggedoken achter de hoek van een straat.
Ze hielden een groot herenhuis in de gaten.
Hier woonde de ‘oorlogsburgemeester’. Die was eigenlijk niets meer dan een marionet van de Duitsers.
 In Vlaanderen waren dat voornamelijk leden van de VNV, de ‘Vlaamsch Nationaal Verbond’. Een radicale Vlaamsgezinde partij.
Die avond zou er een vergadering van die partij plaatsvinden in het herenhuis. En het verzet wilde weten wie er allemaal aanwezig zou zijn.
Mensen kwamen toe. Te voet, met de fiets en enkelingen zelfs met de auto.
Charles fotografeerde hen met een kleine maar erg dure camera.
En Rosalie stond op de uitkijk, of er geen Duitse soldaten of Feldgendarmes aankwamen.
Want de ‘spertijd’ was al lang ingetreden, wie zich nu op straat bevond riskeerde om door de Duitsers of door onze eigen politie of Rijkswacht aangehouden te worden.

Toen iedereen binnen was en hun taak er zodoende opzat liepen ze schichtig langs de gevels door de stille, donkere, uitgestorven straten. Om de bommenwerpers van de geallieerde troepen te misleiden moest het overal pikkedonker zijn.
Geen enkele lantaarn brandde en overal werden de rolluiken en gordijnen gesloten en zaten mensen achter donkere schemerlampjes te lezen of naar de radio te luisteren toen dat nog mocht.
Stil slopen Charles en Rosalie door een donkere straat.
Ineens hielden ze halt, ze verborgen zich in een deurportaal.
Ze hoorden zware voetstappen, en een nogal luide conversatie in het Duits.
“Moffen”, siste Rosalie tussen haar tanden.
Ze kwamen voorbij, Rosalie en Charles draaiden hun gezicht naar de deur en hielden hun adem in.
De twee Duitse soldaten hadden geen oog voor hen.
Ze leken met een dikke tong te praten, ze kwamen duidelijk uit één van de vele café’s waar de cafébaas in ruil voor rantsoenzegeltjes, wat boter, olie en bloem. Sterke drank en andere zaken bewaarden voor de Duitsers die al eens graag de bloemetjes gingen buitenzetten als ze geen dienst hadden.
De kust leek veilig, ze gingen verder. Toen hoorden ze weer zware voetstappen.
Dit keer waren het er meer.
“Dedju”, vloekte Charles. “Ik peins dat er ergens een feestje afgelopen is en heel ’t nest keert langs hier naar hun slaapvertrekken.
Tegen een hoge muur stonden enkele kisten.
Ze klommen erop en gingen zo die muur over. Beneden stonden gebonden zakken opgestapeld.
Snel liepen ze de openstaande deur van een houten loods binnen.
Beneden lag een berg kolen, en erboven was een verhoog die vol met nog meer gebonden kolenzakken stond.
Rosalie wist waar ze waren.
Bij ‘Juultje de koolmarchang’. “Vlug haast je voor Rex ons in de gaten krijgt.” Zei ze.
Langs een houten ladder klommen ze naar boven. Ze verborgen zich vlug tussen de kolenzakken.
“Oef dat was op het nippertje”, zei Rosalie. Beneden hoorden ze een hond blaffen. Even zagen ze hem. Het was een prachtige Mechelse Herder.
Ineens hoorden ze Juultje schreeuwen. “Rex houdt uw bakkes milledju, stoemen hond!!!”.
Toen werd het weer stil, Rex verdween weer van het toneel.
Ze kende Juultje en ze zou wel een smoes verzinnen om hun aanwezigheid te verklaren.
Juultje was een vaste en zeer goede klant in het café van haar Nonkel Frans.
Het was muisstil.
Muisstil en pikkedonker.
Ineens… Trok Rosalie haar jurk uit.
En haar ondergoed.
Naakt lag ze op hem.
“Weet je nog wat ik je beloofde? Als je ervoor zou zorgen dat ik bij het verzet mocht?”
Charles glimlachte, en nam Rosalie in zijn armen.
“Ja mijn schatteke, ik weet het nog.”
Ze hield een vastgeknoopte varkensdarm vast, die moest dienstdoen als condoom.
Zo ging dat vroeger.
Ze maakte zijn broek los en liet die zakken.
Verlekkerd keek ze naar zijn geslachtsorgaan, en begon ermee te spelen.
“Oooh Charelke, Ge moest eens weten hoe hard ik hiernaar uitkijk mijn ventje.”
Nadat ze hem lekker oraal bevredigde, deed ze de varkensblaas rond zijn penis en ging schrijlings op hem zitten.
Ze duwde zijn geslachtsorgaan diep tussen haar benen en kreunde heel zachtjes.
Charles streelde haar prachtige lichaam en genoot van dit heerlijke moment met zijn Rosalieke.
Rosalie liet haar handen over zijn gespierde borstkas glijden, zo over zijn brede schouders, zijn hals en dan langs zijn gezicht. Ze draaide even met haar lekkere kontje en zuchtte diep.
Ze legde haar lichaam tegen het zijne en liet zich dan kantelen.
“Laat je gaan Charles”, smeekte ze. “Berijdt me, ga lekker wild tekeer in me. Ik ben helemaal van jou Charles”.
Charles legde Rosalie comfortabel tussen de koolzakken, spreidde haar benen ietsje meer.
En duwde zijn penis diep in haar grotje. Eerst zachtjes en daarna steeds harder en wilder.
“Nog Charles.” Smeekte ze zachtjes. “Ooh Charles, oooh mijne lekkere vent.”
Rosalie sloot haar ogen en genoot met volle teugen van dit mooie maar verboden moment.

In het toen nog erg Katholieke Vlaanderen was seks buiten het huwelijk uit den boze.
Maar Rosalie was niet van plan zich aan dergelijke verbodsbepalingen te houden.
Elke gelegenheid die spanning en avontuur, en liefst ook wat romantiek in haar leven bracht, greep ze met beide handen.
Ze had toch niets te verliezen. Waarom zou ze dan laten om volop in het leven te bijten en te genieten van elk mooi moment.
En dit was voor haar een mooi moment.
Ze genoot met elke vezel van haar lichaam. Ze rook zijn mannelijke lichaamsgeur, voelde zijn ietwat ruwe sterke handen. Haar lichaam zinderde en sidderde terwijl hij haar penetreerde.
Ze voelde haar hele lijf schokken telkens hij stootte.
Ze voelde hoe hij klaarkwam en de varkensblaas zich vulde met zijn sperma.
Hij haalde ‘hem’ eruit en gooide de varkensblaas achteloos tussen de zakken met kolen.
Rosalie omhelsde hem.
“Ooooh Charelke, ’t was zo schoon ventje.” Fluisterde ze met een diepe zucht.
Een stralende glimlach op haar lippen.
“Gij zijt de man van mijn leven Charles, gij zijt mijn mateke. Bij u voel ik me zo veilig, zo geborgen."
Ze kuste hem nogmaals, met lange diepe halen raakte ze zijn tong, heerlijk sensueel.
“Charelke." Fluisterde ze nogmaals heel stilletjes.
Haar blauwe ogen straalden, een blosje verscheen op haar wangen.
Charles nam haar in zijn armen en samen doken ze weer onder de kolenzakken.
Waar ze in elkaars armen zielsgelukkig in slaap vielen.

Rosalie en Charles.
Met de dag groeiden ze almaar dichter naar elkaar toe.
Ze deelden hetzelfde verlangen.
Ooit ‘Den Duits’ te zien verdwijnen uit hun stad, hun land.
Om dan samen een mooie toekomst op te bouwen in een vrij land.
Ze hadden er zo vaak samen over gefantaseerd.
Rosalie kreeg almaar belangrijker taken bij het verzet.
Op een dag.
Een Britse bommenwerper werd op de terugweg na een opdracht in Duitsland neergehaald en kwam neer in een akker buiten de stad.
De piloten en de schutter die met mitraillieurvuur vijandige vliegtuigen op een afstand moest houden of desnoods uitschakelen, waren gelukkig ongedeerd uit het neergestorte vliegtuig geraakt en werden door landbouwers die het verzet en de geallieerden gunstig gezind waren opgevangen.
Het verzet zocht en vond voor hen een veilig onderkomen in een leegstaande hoeve. Het gezin dat er woonde was in 1940 op de vlucht geslagen en sedertdien werd er niets meer van hen gehoord.
Niemand kwam de hoeve opeisen en sindsdien stond ze leeg.
De inboedel werd door omwonenden en passanten geplunderd, maar voor de rest was het een perfect en vooral droog en warm onderkomen voor de drie Britten.
Rosalie kreeg de taak om hen van eten en drinken en benodigdheden voor hygiëne en dergelijke te voorzien, samen met twee andere meisjes dit tot het verzet waren toegetreden.
Agnes en Julia heetten ze. Het waren net als Rosalie jonge en gemotiveerde jongedames met een al even afkeer voor alles wat Duits was of de nazi doctrine omarmden als zijzelf.
Maar op een dag, Rosalie kwam net van haar werk in de naaiatelier.
Toen een kleine jongen op haar afkwam.
“Rosalie, ik moest zeggen dat ge naar de Schaarstraat nummer 7 moest komen, en dat Charles er ook zal zijn”.
Rosalie begreep dat ofwel Charles ofwel iemand anders van het verzet die jongen een paar centen had toegestopt om haar dit te melden.
Ze trok er meteen naartoe.
De Schaarstraat was een straat met kleine rijhuisjes.
Zeer volks en zeer armoedig ook.
Huis nummer zeven was een kleine arbeiderswoning.
Ze klopte aan, een jongen deed open.
“Het is in de achterkeuken te doen”, zei hij.
Daar zat Charles op een stoel, naast hem iemand in een dure jas en met een broek aan in fijn katoen.
Het was een man van eind de dertig, mager, haar netjes gekapt met een mooie scheiding langszij.
Ze wist meteen, dit was iemand van de leiding van het verzet.
“Zet u.” Zei de man.
Ze zette zich op de overgebleven stoel.
“Rosalie.” Zei de man. “Charles en ik hebben zonet enkele belangrijke zaken besproken.
Ik weet dat jij goed met Charles kan samenwerken en zelfs meer dan dat.
En net daarom Rosalie.
Daarom wil ik het je nu zelf en persoonlijk vertellen.
Je zal het een poosje zonder hem moeten stellen…”
Dit hoorde Rosalie nu echt niet graag.
“Charles… Maar wat?” Vroeg ze vertwijfeld.
“Roosje.” Zei hij zachtjes.
“De moffen worden zenuwachtig. Ze hebben slaag gekregen in Stalingrad en dat vinden ze echt niet tof.
De strijd aan het Oostfront was voor hen belangrijk als propagandastunt.
Ze wilden niets liever dan de wereld tonen dat zij en zij alleen het ‘Bolsjevisme’ in de kiem hadden gesmoord.
En zo de wereld en vooral de bevolking in de door hen bezette gebieden te tonen dat hun acties bestaansrecht hebben.” Zo sprak Charles in volle ernst.
De man in de nette kleren vervolgde.
“Nu dat niet meer zo is, en op almaar meer plaatsen verzetslui zoals wij hoop krijgen in een snelle overwinning. Zijn ze zenuwachtig.
En willen ze elk verzet zo snel mogelijk in de kiem smoren.
En meer… Er is een lek.
Collaborateurs en andere verraders slagen er vaker in dan gezond is voor ons, informatie over onze acties door te spelen aan de Duitsers.
Daarom is het beter dat we ons een poosje koest houden.
En dat personen die teveel in de kijker lopen zoals Charles beter een poosje uit beeld verdwijnen.
We hebben hem gevraagd of hij voor ons opdrachten wil uitvoeren in Brussel en hij gaat ermee akkoord.”
Rosalie keek Charles vertwijfeld aan.
“Charles… " Zei ze smekend.
“Rosalie.” Antwoordde hij, terwijl hij haar handen vasthield.
“Het wordt te gevaarlijk nu. Ze hebben drie erg belangrijke leden van ons opgepakt.
Het is in ons aller belang dat we ons nu even gedeisd houden."

Charles wist wel dat Rosalie het moeilijk zou hebben met dit voor haar erg harde nieuws.
Daarom wilde hij bij haar zijn als ze van de plaatselijke leider van het verzet dit order kreeg.
Haar taken werden beperkt tot het voorzien van eten drank en andere benodigdheden van de Britse piloten die ze verborgen hielden.
Samen met de twee andere meisjes.
En Charles vertrok 's anderendaags naar Brussel met een grote zak met daarin zijn kleren en zijn belangrijkste bezittingen.
Voor Rosalie brak een harde en eenzame tijd aan.
Ze moest er zich weer alleen doorstaan.
Zonder de liefde en zorgen van ‘haar Charelke’.
Hoewel haar nonkel en tante haar graag zagen en om haar bezorgd waren.
Het was niet hetzelfde als de warmte en geborgenheid die ze bij hem vond.
Charles was niet alleen haar lief.
Maar hij was ook een beetje een grote broer voor haar.
Haar beschermer en raadgever.
Haar klankbord als ze het even moeilijk had.
Hij begreep haar verdriet.
Het verdriet om haar ouders, haar broer en haar kleine zusje.
Gruwelijk om het leven gekomen op de vlucht in Frankrijk.
Ze putte troost en moed uit zijn woorden, zijn lieve blik.
Zijn kussen vol vuur en passie.
Voor haar was Charles Verschelden niet zomaar een vriend, een ‘lief’, een jongen waarmee ze af en toe eens afsprak.
Hij was voor haar de man van haar leven.
Ze wilde verder met hem.
Zo voelde ze het aan.
Een gevoel van oprechte liefde, heel sterk en intens.
Dat was wat ze voelde als ze nog maar aan hem dacht.
Ze keek op naar die grote, sterke, zelfzekere man die wist wat hij wilde en waar hij voor vocht.
Maar die tegelijk zo’n zachte inborst had. En een hart vol liefde, liefde voor Rosalie, die hij liefdevol ‘mijn Roosje’ noemde.
Ook hij voelde pijn in het hart, wetende dat hij zijn ‘Roosje’, zijn ‘Lentebriesje’, alleen moest achterlaten.
Wetende dat ze zo’n behoefte had aan een goed gesprek, een lieve knuffel.
Om gewoon eens stevig vastgepakt te worden en zich zo zalig geborgen te voelen in zijn sterke armen.
Het knaagde aan hem, hij staarde naar het raam die ochtend in de trein die traag sjokkend naar Brussel reed.
Hij staarde naar het raam zodat niemand de tranen zou zien die over zijn wang bengelden.
“Ik ga u zo hard missen lieve Roosje.
Ik zie u geiren lief maske.
Ik zien u toch zo geiren lieve Lentebriesje." Fluisterde hij zachtjes.
Terwijl hij een brok in zijn keel had.
Ook Charles voelde met de dag steeds meer voor dat lieve volkse meisje met haar lieve lach, stralende oogjes en haar gouden hartje. Altijd bereid om te helpen met een lach.
Ze had zijn hart geraakt… Rosalie.

Lentebriesje.



Een rusthuis ergens in een Vlaamse provinciestad.
Voor wie mijn blog volgt, met wat er hieronder volgt wil ik gewoon aangeven… Het leven gaat voort.
Ook voor Maureen De Beuckelaer, de mama van de dappere zwemster Nathalie Van Bosvoorde, die veel te vroeg overleed door een fatale hersentumor is dit de dagelijkse realiteit.
Na de verlofperiode die ze aanvroeg om voor haar stervende dochter te zorgen ging ze naderhand dan ook weer gewoon aan de slag.
Wat haar hielp om het diepe verdriet in haar hart te temperen.
Zo gingen er twee jaar voorbij.
Het werk in Rusthuis Rozendal waar ze als verpleegster werkte ging zijn gewone gangetje.
Ze had de laatste bewoners hun medicijnen gegeven en gaf instructies aan een jonge zorgkundige die pas begonnen was in verband met de laatste zorgen en het in bed steken van enkele oudjes die er verbleven.
Toen bleef één van de nieuwelingen met zijn looprekje in de deuropening staan van het kleine keukentje waar de boterhammen voor de bewoners werden gesmeerd, en waar de verpleegsters en verzorgsters samen kwamen om te vergaderen, hun boterhammen op te eten of om ’s ochtends hun kopje koffie te drinken.
Hij klampte Maureen aan.
“Zuster, mag ik naar de TV zaal een beetje naar den televies zien?"
“Maar natuurlijk Jeanke." Antwoordde ze heel moederlijk. “Doe maar jongen.”
Daarbij lachte ze heel vriendelijk.
In het keukentje bekeek Maureen de planning en andere lijsten ivm met medicatie en andere zorgen die de bewoners van haar afdeling nodig hadden, en begon ze haar verslag te typen op de laptop die er stond.

Ineens hoorde ze vanuit de TV zaal een hels kabaal.
Ze ging kijken.
Ook twee jonge verzorgsters snelden toe.
Charles die reeds enige jaren in Rusthuis Rozendal verbleef greep nieuweling ‘Jeanke’ bij de keel.
“Gaase klootzak." Brulde hij. “Kom hier da ‘k uwe kop kaalscheer, zoals ik destijds met nen hele hoop andere ‘zwartzakken’ heb gedaan nondedju vuilen onderkruper!!!!”
“Hoow hoow hoow!!!" Riep Maureen.
“Ophouden Charles. Het is hier geen bokstent hé.”
Ze droeg de jongste zorgkundige op om Jeanke naar zijn kamer te brengen en wendde zich tot Charles.
“Kom mee naar uw kamer ‘Charelke’." Zei ze met strenge stem.
In de kamer van Charelke deed ze zijn kleren uit en trok ze zijn pyjama aan.
Intussen vroeg ze.
“Ewel Charel wat is dat met u? Waarom viel jij Jean aan? Wat heeft hij u misdaan?”
“Het is nen vuile zwartzak en nen onderkruiper, door zijn schuld verloor ik iemand die ik echt zielsgraag zag en om wie ik na 70 jaar nog altijd veel verdriet heb”.
Na die woorden begon Charles onbedaarlijk te schreien.
“Rosalieke.” zei hij snikkend.
“Door zijn schuld is Rosalieke een vreselijke dood gestorven.
En dat zuster Maureen…. DAT VERGEEF IK HEM NOOIT!!!!”
Toen keek hij Maureen recht in de ogen.
“Maureen” zei hij ineens.
“Gij hebt enige tijd geleden uw dochter verloren hé, is het niet”?
“Ja." Zei ze stilletjes. “Het is nu al twee jaar geleden dat mijn lieve Nathalie veel te vroeg het leven liet.”
Charles greep haar hand vast, ze voelde zijn trillende hand in de hare.
“Ik wil geiren uw verhaal doen aan u, en alleen aan u. Want alleen iemand die iemand heeft verloren die hij of zij graag zag. Begrijpt wat ik bedoel.”
Hij ademde diep en vervolgde.
“Jonge mensen begrijpen niet waarom mensen zoals ik die de gruwelen van de oorlog van dichtbij meemaakten zo diepe haat koesteren tegenover zwartzakken, collaborateurs en anderen die meeheulden met de Duitse bezetters.
Maar gij hebt iemand verloren die nauw aan uw hart lag. Ik weet zeker dat als ik aan u mijn verhaal doe.
Dat gij mij gaat begrijpen Maureen.”
En Charles begon zijn verhaal.
Een hartverscheurend verhaal.

Mei 1940.

De Duitsers vielen ‘De Lage Landen’ en het noorden van Frankrijk binnen.
In het luchtruim domineerden de Messerschimdts, Stuka’s, Junkers en andere vliegtuigen van de ‘Luftwaffe’.
De ene stad na de andere werd ingenomen door Duitse soldaten, en daverde onder hun dreunende laarzen.
Mensen sloegen op de vlucht voor het oorlogsgeweld. Vooral de ouderen hadden in hun achterhoofd nog de herinneringen aan de gruwelen die zich voltrokken toen de Duitsers in 1914 ons land binnenvielen.
Duizenden staken de grens met Frankrijk over. Ook daar was de vluchtelingenstroom enorm.
Een hele mensenmassa bewoon van oost naar west. Op de vlucht voor de oprukkende Duitse troepen.
Onder hen bevond zich het gezin Dewolf.
Vader Jef, moeder Fien en hun vijf kinderen. Marcel, Rosalie, Staf, Marie en Tuur.
Jef Dewolf was een eenvoudige fietsenmaker in een kleine Vlaamse provinciestad.
Hij herstelde rijwielen en maakte triporteurs, die gretig aftrek vonden bij leurders, werklui en anderen die het geld niet hadden om een bestel of andere auto te kopen om dingen mee te vervoeren.
Jef Dewolf werd dan ook simpel ‘Jefke de velomaker' genoemd, of nog eenvoudiger. 'Jefke Triporteur'.
Hij was een harde werker die leefde voor zijn gezin.
Fien beredderde het huishouden, en kreeg hiervoor hulp van haar oudste dochter Rosalie.
Zij was de lieve maar vaak ook strenge grote zus voor haar jongere broertjes en zusje die maar al te graag kattenkwaad uithaalden en onder elkaar kibbelden.
Met twee ‘triporteurs’ één voor de bagage en een waarop de jongste kinderen plaats konden nemen. En Marcel en Rosalie op hun eigen fiets.
Baande het gezin Dewolf zich een weg naar Frankrijk.
Het feit dat ze over stevige fietsen en triporteurs beschikten maakte dat ze goed konden opschieten.
Zo waren ze al na enkele dagen diep in Frankrijk geraakt.
Gendarmes gaven de vluchtelingen de raad om naar Abbeville te trekken.
Daar werd volgens hen een groot vluchtelingenkamp opgetrokken waar ze een onderkomen konden vinden en veilig zouden zijn voor het oprukkende oorlogsgeweld.
Regelmatig moesten ze op hun vlucht opzij gaan voor legerkonvooien die troepen en materieel brachten naar het front.
Ook de Engelsen kwamen ter hulp.
In zowel elke haven aan de Noordzeekust meerden  Britse schepen aan met troepen en materieel.
Dat werd zo snel mogelijk naar het front gebracht.
Op een bepaald moment moest de eindeloze stroom vluchtelingen weer aan de kant voor een oprukkend konvooi.
“Allez, a la coté.” Brulde een gemotoriseerde gendarme de vluchtelingen toe.
Iedereen ging aan de kant.
Achter de gendarmes reden zeker dertig Britse tankwagens.
De tanks waren gevuld met benzine, voor de tanks en andere legervoertuigen aan het front.
De jongens keken vol ontzag naar deze vrachtwagens.
In het stadje waar ze woonden reden er maar een stuk of tien vrachtwagens rond.
Nu zagen ze er zeker honderd voorbijrijden. Die waren even opwindend als de tanks en ander legermateriaal dat ze zagen voorbijrijden.
Tuur zat enthousiast te wippen in de triporteur en roepen, “zo’n grote camions amaaai!!!!"
 Vader Jef gaf hem een klap op het achterhoofd.
“Zit stil snotjoenk, straks valt ge deruit.”

Toen ineens hoorde hij de stemmen verstommen.
Een luid gebrom werd hoorbaar.
Hoofden keken omhoog.
Naar twee grijze stippen hoog in de azuurblauwe lucht.
De zon weerspiegelde in de zilvergrijze stippen die vliegtuigen bleken te zijn.
Duitse vliegtuigen.
In een duikvlucht kwamen ze naar beneden.
Ouderen maakten een kruistekens, vrouwen begonnen te schreeuwen, moeders namen hun kinderen in hun armen.
Vader Jef schreeuwde.
“Marcel, Rosalie, lot ulder velo liggen, springt over die gracht en loopt…. LOOPT ZEG IK JULLIE !!!!!”
Ze deden wat vader hen opdroeg.
Ook vader Jef sprong over de gracht en riep naar zijn echtgenote. "Smijt de klein mannen naar mij rap een beetje.”
Rosalie, pas vijftien geworden.  Besefte de ernst van de situatie en begon te rennen.
Achter haar hoorde ze hoe er onder de menigte paniek uitbrak.
Het geluid van de Stuka’s in duikvlucht, de salvo’s van mitralleurschoten. En de eerste tankwagens die ontploften.
De knallen werden luider, alsook de gruwelijke kreten van de mensen langs de kant van de weg die door de ontploffingen en de hoog oplaaiende vlammen werden verteerd.
Ze zag mannen, vrouwen, kinderen lopen over de akkers, brullend van de pijn.
Het waren levende toortsen, verteerd door het allesvernietigende vuur dat om zich heen sloeg.
Ze wilden weg van het vuur, weg van die verzengende hitte.
Maar voor hen was het te laat.
Toen begon de grond ineens te trillen en te daveren.
Brokstukken vlogen om Rosalie haar frêle lichaam.
Ze liet zich plat op de grond vallen, en verborg haar hoofd onder haar handen.
Hoever ze al ver van de weg was, voelde ze de verzengende hitte die de ontploffende tankwagens veroorzaakten.
Ze hoorde de vreselijke kreten van mensen die door de immense vuurzee werden verteerd.
Eén van de Stuka’s scheerde rakelings boven haar en steeg dan weer op, hoog in de blauwe hemel met hier en daar witte schapenwolkjes.
Het leek wel of de piloten lol hadden in het vreselijke drama dat ze zonet veroorzaakten.
Hoog in de hemel bekeken ze de gruwelijke daad die ze zonet hadden voltrokken.
Hoog laaiden de vlammen op, heet was het vuur dat zich over de hele weg tot ver over de greppel verspreide.
De kreten van mannen en vrouwen, kinderen en  ouderlingen die in die vreselijke vuurzee een afgrijselijke dood stierven gingen door merg en been.

Uren later.
Rosalie stond recht.
Ze keek om en zag de brandende tankwagens. Ze rook de geur van benzine en verbrand vlees.
Ze zag in het vuur het silhouet van een brandende triporteur.
Ze wist het.
Haar ouders, en haar lieve broertjes en zusje.
Waren in de gruwelijke vuurzee om het leven gekomen.
En Marcel? Die was nergens te bekennen.
Ze was alleen, zonder ouders, zonder familie.
In een vreemd land waar men een taal sprak die ze nauwelijks verstond, buiten ‘bonjour monsieur, madame’, ‘tous vas bien’? ‘Au Revoir’ en nog een paar eenvoudige woordjes.
HOE MOEST HET NU VERDER???


Drie jaar later!
Het jaar 1943.
Het leven gaat weer zijn gewone gang in de provinciestad waar Rosalie Dewolf opgroeide.
Toen België en Frankrijk capituleerden moesten de vluchtelingen terug naar huis.
Rosalie werd opgevangen door ‘Nonkel Frans’ en ‘Tante José’.
Nonkel Frans was de broer van haar moeder.
En was cafébaas in een volkse wijk aan de rand van de stad.
Rosalie hielp er als dienster als haar dagtaak in het naaiatelier erop zat.
Al voor de inval van de Duitsers werkte Rosalie als naaister in het atelier.
Ze naaide, stikte en verstelde als de besten.
Voor de naaister die als eersten met haar stukken klaar was had de bazin altijd een extra premie klaar.
Rosalie rijfde veel premies binnen.
Extraatjes voor haar familie.
Haar familie die ze zo hard miste.
Haar moeder en vader. Haar lieve broertjes en zusje. Haar  broer Marcel, die met de noorderzon verdwenen leek.
Ze zag hem lopen ver voor haar.
Weg van die weg, van die brandende tankwagens, van die golven van paniek.
Hij kon niet dood zijn, dat wist ze zeker.
Maar waar was hij dan?
Waarom werd hij ook niet onder leiding van de Duitsers teruggebracht.
Rosalie herinnerde zich de lange rit in een grote muffe Duitse legercamion.
Samen met hele gezinnen op weg naar haar thuisstad.
Waar het leven weer gewoon verder ging.
Zo goed en zo kwaad het kon.
Met verdriet in haar hart.
Verdriet om vader en moeder, en broertjes en zusje.
Elke herinnering aan hen sneed haar telkens weer door hart en ziel.
Maar nog dieper dan het vreselijke verdriet, was de HAAT!!!!
Haat jegens de Duitse  bezetters.
Die smerige moffen door wiens schuld haar ouders en broers en zusje een vreselijke dood stierven.
En door wiens schuld vrienden en bekenden van haar werden weggevoerd.
“Wat komen die smeerlappen zich moeien?” Vroeg ze zich af.
“We hebben hen toch niet gevraagd om hier de wetten te komen stellen”.
"Swingtanzen Verboten." Hing er aan de deur van het café van ‘Nonkel Frans’.
‘Swing’ was in de ogen van de nazi’s 'door Joden geproduceerde negermuziek'. En dus zwaar uit den boze.
Vader had een radio in zijn atelier, en constant was er muziek te horen.
Ja ook swing.
‘In The Mood’ van Glenn Miller. ‘The Ramblers’.
Dit soort muziek.
Rosalie hield ervan.
Maar van de Duitsers mocht het niet.
Het maakte haar haat alleen maar groter.
“Gaan zij een beetje bepalen waar wij naar mogen luisteren en naar wat niet?
We hebben die ZWIJNEN toch niet geroepen? Dat ze weerkeren naar hun ‘Schönen Westenwald’ Godverdomme!!!!"

Rosalie had een geheim.
Ze zat bij het verzet.
Niet lang nadat ze Charles Verschelden leerde kennen.
Charles was een knappe verschijning.
Robuust en stevig lichaam, heldere blauwe ogen,
Kortgeknipte blonde haren en een hartverwarmende glimlach.
Het was haar niet ontgaan.
Ze was geen kind meer.
De oorlog in het algemeen en de dood van haar ouders, broers en zusje maakten in één klap een einde aan haar zorgeloze jeugdjaren.
Ze was volwassen geworden.
Hoewel ze diep in haar hart verscheurd was door verdriet en haat, haat tegen de Duitse bezetters.
Besefte ze dat het leven voortging.
Er was geen tijd om te treuren en te janken.
Het leven ging  voort.
Er moest geld in het laadje komen en brood op de plank.
Het waren harde tijden.
Vooral voor de arme volksmensen.
Om de ellende te vergeten was alles goed voor de mensen om zich te verstrooien.
Er was de cinema, de ‘bonte avonden’ in het café van Nonkel Frans.
En natuurlijk de illegale danspartijtjes waar men grammofoonplaten met verboden swingmuziek liet afspelen.
Het was op zo’n illegaal dansfeestje in een achterafzaaltje van Café De Zwaan het café van Nonkel Frans, waar ze Charles leerde kennen.
Charles Verschelden was voor de oorlog een niet onverdienstelijke wielrenner.
Zoals dat toen ging in die tijd stond hij elke zaterdag en zondag voor dag en dauw op om ergens te aan een ‘velokoers’ te gaan deelnemen. Vaak moest hij uren rijden naar het dorp of de stad waar de wedstrijd plaatsvond.
Of reed hij met fiets en al mee met de trein.
Daarna de koers rijden en dan die hele lange rit weer naar huis.
Maar daar zag hij geen graten in. Het was het prijzengeld dat hem motiveerde.
Hij reed vele premies bij elkaar en kon zo een schoon sommetje bij elkaar sparen.
Hij mocht zelfs meerijden in De Ronde Van Vlaanderen als knecht voor de grote Sylveer Maes.
Een mooie wielercarrière lag voor hem.

Maar toen kwam de ‘mobilisatie’ en dan de oorlog.
Charles werkte in een drukkerij, waar hij begon als leerjongen en het schopte tot ploegbaas.
Hij was een leiderstype die met beide voeten stevig op de grond stond. Maar hij werd zoals velen opgeroepen om het vaderland te te dienen.
Toen de achttiendaagse veldtocht erop zat en België capituleerde, keerde hij terug naar zijn geboortestad. Waar hij ’s nachts in de drukkerij clandestiene krantjes en vlugschriften drukte in opdracht van het verzet.
In eerste instantie voor het geld en de extra rantsoenzegeltjes die eraan vast hingen. Maar hoe langer hoe meer ook uit overtuiging.
Rosalie was zot van Charles.
Ze vond hem een knappe man, en een goed danser.
Het duurde niet lang of ze spraken ’s avonds stiekem af in het steegje achter de drukkerij.
Daar omhelsden ze elkaar en keken ze elkaar diep in de ogen.
Waarna een innige kus volgde.
“Charelke." Fluisterde Rosalie zachtjes. “Ik zien u toch zo geire.
Als ik in uw ogen kijk dan voel ik in mijn hartje een steek.
Ik voel me zo geborgen in uw sterke armen Charelke”.
Charles drukte haar dicht tegen zich aan en streelde zachtjes haar lange krullende blonde haren.
“Mijn Rosalieke". Fluisterde hij dan zachtjes.
Rosalie haalde diep adem, verzamelde haar moed.
En vroeg hem… “Toe Charelke, ik zou zo graag toetreden bij het verzet. Ik zou echt zo graag meehelpen om het die smerige moffen zo moeilijk mogelijk te maken.”

Charles zuchtte…
“Rosalie. Ge weet toch hoe gevaarlijk het is.
Die Duitsers dat zijn smeerlappen, vooral die gasten van de ‘Gestapo’ en de SS.
Als ge in hun handen valt, dan zijn de gevolgen niet te overzien.
Weet ge dan niet aan welke vreselijke martelingen, aan welke verschrikkelijke ‘tortuur’ ze mensen die ze van verzetspraktijken verdachten blootstellen”?
Rosalie boog het hoofd.
“Charles.” Zei ze met een snik in haar stem.
“Mijn ouders, broers en zusje zijn gestorven daar in Frankrijk in die verschrikkelijke brand.
Hun geschreeuw en dat van de andere vluchtelingen, dat gaat me door merg en been.
Ik hoor nog elke nacht als ik in mijn ‘beddeke’ lig die vreselijke kreten.
Nog altijd heb ik de verschrikkelijkste nachtmerries.
Dat is een ‘tortuur’ Charles.
Ik zou het mezelf nooit vergeven, machteloos te staan toekijken hoe die ‘worstenfretters’ hier hun gang maar gaan, mensen arresteren of in koelen bloede doodschieten.
Heelder families uit elkander rukken. Enzovoort.
Ik heb niets meer te verliezen Charles.
Ik ben een eenvoudig meiske dat overdag stikt en naait tot haar vingers ervan bloeden. En ’s avonds dronkenlappen en zeveraars van slap fluitjesbier en aangelengde jenever voorzie.
En dat allemaal voor een schamel loontje en wat rantsoenzegeltes.
Welke toekomst heb ik?
Geen!!!
Niet zolang die smerige nazibende hier in onze straten loopt te marcheren en paraderen met een air van hier tot in Berlijn.”
Ineens knoopte ze haar blouse open. Haar decolleté was goed zichtbaar.
Ze nam Charles zijn handen vast en legde die op haar borsten.
“Schoon hé, Charelke.... " Zei ze met een kirrend stemmetje.
“Ik weet wel dat ge meer wilt dan alleen maar kuskes geven en mij dicht tegen uw ‘gilet’ trekken hier in ’t steegske in de duisternis van de nacht.
Maar ik weet dat ge dat nooit durft vragen, want ge zijt ‘nen deftige jongen’. En deftige jongens doen zo geen voorstellen.
Ge denkt, ‘ik zal maar braaf zijn en wachten met dat soort dingen tot we getrouwd zijn’. Maar intussen denkt ge, ‘waarom niet? Waarom niet er eens van profiteren als niemand het ziet’.
Da’s geen schande hé Charelke.
Ik denk dat ook.
Dat had ge niet verwacht van mij hé.
Van het lieve, brave Rosalieke.”
Charles kreeg een kleur. Hij moest er ook even mee lachen.
“Gij zijt een deugnietje hé.” Zei hij.
“Gij niet dan?” Zei Rosalie schalks. Om hem dan lekker lang en vol passie te kussen.
“Gij meent dat hé, gij wilt echt bij het verzet hé.”
“Ja.” Zei Rosalie zelfzeker.
“Ik wil bij het verzet, ik weet dat ze daar niet happig zijn om vrouwen toe te laten.
Hoewel die er zijn, en in Frankrijk en Holland nog veel meer.”
Rosalie slaakte een diepe hartstochtelijke zucht.
“Ik wil echt meedoen Charles. Wat de prijs ook moge zijn die ik zal betalen voor die ene wens die ik heb. Namelijk die Duitsers laten weten dat ze niet ongestraft kunnen doen wat ze met mijn familie en al die andere onschuldige mensen deden.”
Charles peinsde.
“Ik zal mijn best doen om voor u een goed woordje te doen Rosalie.” Zei hij.
En gaf  haar een zoen op haar mond.
“Beloofd? Vroeg Rosalie.
Beloofd!" Antwoordde hij. "Op mijn erewoord."
Rosalie beantwoorde dat met een speelse kus, terwijl ze zijn kont vastgreep en haar onderlichaam tegen het zijne wreef.
“Als ge ervoor kunt zorgen dat ik erbij mag Charles…
Dan schenk ik u MIJN LICHAAM!!!!!”
Daarbij keek ze Charles diep in de ogen en lachte lief en verleidelijk naar hem.
Waarna ze hem een hartstochtelijke kus gaf.

donderdag 8 september 2016

Haar Laatste Verlangen (slot)


Het was een grauwe herfstmorgen.
De Lijsterstraat, de straat waar het ouderlijk huis van Nathalie Van Bosvoorde zich bevond lag er troosteloos bij.
Overal lagen afgevallen bladeren en hier en daar takken.
Nadat een herfststorm het land passeerde en op sommige plekken zelfs lelijk huishield.
Voor de deur stond de statige Dodge Ram van John De Beuckelaer die in het dorp ‘De Sherrif’ werd genoemd.
Aan de overkant van de straat stond zo’n typische Vlaamse fermette. Zo één met een karrewiel in het de gevel verwerkt.
En een waterput in de voortuin.
De bewoners waren een vriendelijk, doch ietwat bemoeiziek oud echtpaar. Francine en Leon heten ze.
Van het soort mensen die altijd klaarstaan met ‘goede raad’, vaak niet beseffend dat niet iedereen daar altijd zat op te wachten.
’s ochtends opende Francine de ramen van de echtelijke slaapkamer.
Die keek pal uit op het kamertje waar Nathalie al van haar kindertijd een eigen stekje had.
Waar ze speelde, studeerde, gezellig kletste met haar vriendinnen, vooral dan met Liesbeth.
De kamer waar ze helaas… Haar laatste dagen doorbracht.
Ze zag meteen dat de rolluiken als enige van het huis aan de overkant nog niet geopend waren.
Francine slikte, ze had er geen goed gevoel bij.
“Ik peins dat het gebeurd is, Leon.” Zei ze met trieste stem.
“Euh... Wat?” Vroeg de oude man terwijl hij zich met veel moeite uit bed probeerde te hijsen.
“Nathalieke, van hier over. Ik peins dat ‘Onze Lieven Heer’ haar komen halen is.”
Francine was heel gelovig. De hele woonkamer stond vol ‘postuurkes’ en heiligenbeeldjes.
En kaarsen.
Leon schuifelde naar het raam, zich achteloos tussen de benen krabbend.
Net op dat moment reed een zwarte lijkwagen de straat ingereden.
Traag slalomde de auto tussen de rondslingerende takken.
Leon stond ook bij het raam en zag de smurrie van bladeren en takken op straat.
“Joengejoenge, dat ‘eet hier lelijk gedaan vandenacht. Mensenlief!” Bromde hij.
Leon en Francine sloegen samen een kruisteken toen ze de lijkwagen achterwaarts de oprit van het ouderlijke huis van Nathalie zagen oprijden.
Aan de overkant ging de deur open.
John De Beuckelaer liep de straat op. Met gekruiste armen keek hij strak voor zich uit.
In zijn eigen autoritaire stijl zoals de mensen hem kenden.
Maar het was duidelijk dat hij diep vanbinnen verscheurd was van verdriet.
De wagen reed achterwaarts de oprit van het gezin Van Bosvoorde op.
John gaf de bestuurder aanwijzingen met handgebaren.
“Hoow stop.” Riep hij als de wagen tot tegen de garagepoort stond.
De motor sloeg af.
Het werd stil, het enige geluid wat je hoorde was de druilerige regen op de herfstbladeren.
De deuren van de grote zwarte lijkwagen zwaaiden open. Twee mannen stapten uit.
De ene was een oude ietwat zwaarlijvige man met zwarte snor en kalende kruin.
Het was Raymond Ceustermans, zaakvoerder van ‘Begrafenissen Ceustermans’.
En meer dan gulle sponsor van allerhande sportieve en culturele activiteiten.
Hij was ook vaste klant in Café The Sherrif, vooral als er gebiljart werd. Raymond was een fervente biljartspeler, niemand kon hem verslaan.
De andere was zijn zoon Jan. Ooit een begenadigd voetballer, de sterspeler van de lokale voetbalploeg.
Kreeg een aanbieding van een grote nationale voetbalploeg, maar sloeg die af.
Wie mijn vorige verhalen gelezen heeft weet waarom.
Nadien besloot  hij om mee in de zaak van zijn vader te stappen.
Beide heren gaven John een warme handdruk en condoleerden hem met het verlies.
Toen gingen ze naar binnen.
Het werd weer stil in de straat. Treurig en stil op een druilerige morgen eind oktober...
Het was voorbij.
Afgelopen nacht is Nathalie Van Bosvoorde in stilte heengegaan.

De ochtend ervoor voelde ze zich nog goed. Ze at met smaak en keek uit naar de komst van enkele van haar vriendinnen waarmee ze nog in de zwemclub zat.
Blijgezind zat ze te babbelen en te tateren. Het was bijna gezellig in haar kamertje.
Ook Liesbeth kwam langs.
En Tim.
Nathalie genoot van de aanwezigheid van haar vrienden en vriendinnen. Het gaf haar de kracht om de helse pijnen die haar afgetakelde lichaam kwelden te verbijten.
Maar ze zag verdriet in hun ogen.
Vooral in de ogen van Liesbeth.
Ineens zei Liesbeth, “ik moet even naar het WC”.
Ze bleef lang weg, en Nathalie wendde zich tot Ilse één van de meisjes met wie ze samen veel wedstrijden zwom.
“Ga eens kijken waar ‘Bethje’ blijft, ik maak me wat zorgen.”
Ilse liep naar ’t WC en hoorde achter de deur zacht gesnik.
“Liesbeth, gaat het?” Vroeg ze.
Er kwam geen antwoord.
Alleen zacht gesnik.
Opeens ging de deur open.
“Het gaat wel hoor.” Zei Liesbeth. Wijl ze probeerde te glimlachen.
“Je hebt gehuild.” Zei Ilse. "Je hebt het moeilijk hé. Begrijpelijk, jij was zo erg close met Nathalie".
“Ik had het even moeilijk ja. Meer is het niet.” Antwoordde Liesbeth beetje kortaf.
En ze ging weer naar boven.
Ilse liep haar zuchtend achterna.
Nathalie kreeg het moeilijk. Ze ademde zwaar en kreeg moeite met spreken.
Haar moeder was bezorgd.
“Misschien dat jullie maar beter afronden, zodat ze kan rusten.”
Maar Nathalie was formeel en met meer kracht in haar stem dan even tevoren zei ze.
“Nee mama, laat ze blijven.
Ik wil er nog even zijn voor hen, zolang het nog kan.
Ik wil de tijd nemen om afscheid van hen te nemen.
Want het is zo definitief Mama.”
Die laatste woorden sprak Nathalie krachtig uit.
Doch met een kleine snik in haar stem.
Het stemde haar droevig haar lieve vrienden en vriendinnen te moeten verlaten.
Zij waren de enige reden waarvoor ze zich zo lang mogelijk vastklampte aan het leven.
Nathalie zei niet veel. Ze had haar laatste krachten bijna opgebruikt.
Maar keek hen lang aan. Nam hun handen vast en streelde zachtjes met haar duim over de rug van hun hand.
Fysiek contact, oogcontact.
Het deed hen deugd.
Maar na een tijdje besloten de meesten toch om te vertrekken.
Doch niet zonder een lange en intense knuffel.
Met tranen in hun ogen.
“Doe het goed." Fluisterde Nathalie hen toe.
Maak iets moois van je leven. En geniet van elke dag.
Ik hou van jullie en da's voor eeuwig."
Ze meende elk woord en dat voelden ze wel.

Het liep tegen de avond.
Liesbeth stond in de gang te praten met Ilse en Sanne die op het punt stonden te vertrekken.
Tim op haar bed en nam haar hand vast.
Nathalie keek hem aan.
“Tim." Zei ze. “Doe me een plezier… Zorg goed voor Liesbeth.
Ze heeft het moeilijk, ik zie dat. Voel dat.
Ze vecht tegen haar tranen, ze trilt op haar benen.
Ze doet zich sterker voor dan ze is.
Ze gaat het moeilijk krijgen Tim.
Het is voor haar de eerste keer dat ze iemand verliest waaraan ze zo gehecht is.
Beide grootouders nog in leven, weet ge wel?
Gelukkige jeugd in een beschermde omgeving.
Nooit echte pijn gekend.
Liesbeth is een tof meisje, maar zo gevoelig.
Dit is een schok voor haar, ik voelde dat al van in het begin toen ik haar zei dat ik niet lang meer te leven had.
Zorg voor haar, bied haar een troostende schouder aan.
Alsjeblief Tim.” Ze vroeg het met lichtjes smekende stem.
Tim gaf haar een zoen op de mond.
Teder raakten zijn lippen de hare.
“Als je dat wil schatje… Dan doe ik dat.
Lesbeth had geluk met zo'n bezorgde vriendin als jij."
Liesbeth kwam terug de kamer binnen.
Nathalie keek haar glimlachend aan.
“’Bethje’.” Zei ze zacht.
"Bedankt voor… die mooie… momenten”.
Ze ademde alsmaar moeilijker en spreken viel haar steeds zwaarder.
“Veel… geluk. Lieve… vriendin.”
Bij die woorden hield ze Liesbeth haar hand vast.
Liesbeth voelde echter hoe haar greep almaar zwakker werd.
“Hou… je… sterk… Lie v er d… “ Probeerde Nathalie nog te zeggen.
Ze schonk haar, haar allerlaatste glimlach.
Toen sloot ze de ogen en zonk weg in een diepe coma.
Liesbeth werd bleek.
Tranen rolden over haar wangen.
Tim nam haar vast.
“NEEEEEEEEEEEEEE!!!!!!!!”  Schreeuwde Liesbeth hartsverscheurend.
“Waarom jij lieve Nathalie… Waarom net jij !!!
Het is ZO FUCKING ONEERLIJK!” Zei Liesbeth huilend.
Tim hield haar in zijn armen.
En streelde zacht haar donkerblonde haren.
Maureen, Nathalie haar moeder kwam de kamer binnen.
Samen met John, haar ‘Parrain’.
Ze zagen Liesbeth hartverscheurend huilen.
“Ik zal haar naar huis brengen.” Zei Tim.
Ik ben toch met de auto van mijn kameraad.
“Doe dat jongen". Zei John.
Toen Tim en Liesbeth weg wilden gaan greep John hem ineens bij zijn schouder, Tim keek om.
"Tim." Zei hij. "Gij zijt ne goeie gast.
En dat meen ik maat. Dat meen ik!"
Tim keek John aan, hij zag dat de oude man een krop in de keel had.
"Merci." Zei hij. Daarna daalde hij samen met Liesbeth de trap af.

Tim ondersteunde haar en liep met haar de trap af. Samen wandelden ze naar buiten.
In de auto stortte Liesbeth haar hart uit.
“Ik hield me sterk Tim… Voor Nathalie.
Ik wilde niet dat ze mijn tranen zag.
Maar ik ging er godverdomme zo onderdoor.
Nachtenlang heb ik me in slaap gehuild.
Ik was een jaar of zeven.
Toen we hierheen verhuisden.
Nieuwe school, nieuwe vriendjes.
Ik kende niemand.
Niemand wilde met me spelen.
Daar waar ik aan de kust waar we voordien woonden, zoveel fijne vriendjes en vriendinnetjes had.
Nu nieuwe omgeving.
Een iemand speelde met mij, nam  me mee naar de zandbak.
Waar we urenlang zandtaartjes bakten.
Nathalie.
Zo was ze.
Sociaal.
Meevoelend."
Tim herkende het.
Deelde zijn ervaringen met Liesbeth.
Toen hij het autotje van zijn vriend voor de deur van Liesbeth haar ouderlijke huis stopte.
Babbelden ze nog even na.
Liesbeth putte er troost uit.
Een klein beetje maar. Maar toch.
Het verlichte heel even de pijn in haar hart dat verscheurd was door intens verdriet.
Intussen gleden de uren traag voorbij.
John waakte bij zijn geliefde kleindochter.
Bij Nathalie.
Terwijl het buiten stormde en regende.
De regen roffelde op het gesloten rolluik, en de wind floot door de spleten.
Nathalie ademde steeds zwaarder en onregelmatiger.
Steeds trager ook.
Het enige licht dat brandde was dat van haar bureaulampje.
John zag haar mooie ronde gezicht en haar lange golvende blonde haren.
De sproetjes rond haar neusje.
Haar mooie fijne lippen.
Hij hoorde haar ademen, heel traag.
Daarna nog eens.
En toen… NIETS MEER!!!!

Het was voorbij.
John had zich altijd kranig gehouden.
Zoals altijd trouwens.
De man had al zoveel meegemaakt.
Zijn broer stierf toen hij zelf nog kind was.
Tijdens zijn legerdienst zag hij één van zijn beste vrienden verongelukken.
Zijn eerste echtgenote kwam om het leven bij een tragisch verkeersongeluk.
Een brand verwoestte een aanpalend gebouw van zijn café en drankcentrale en veroorzaakte heel wat schade in de rest van de gebouwen.
Maar nooit zag je hem huilen.
Dat hoorde toen niet. "Een man mag niet huilen," zo werd het hem al vroeg ingepeperd.
Maar die nacht, toen zijn geliefde kleindochter heenging.
Brak de veer.
Tranen stroomden over zijn wangen.
Zomaar.
Hij hield zijn handen voor zijn gezicht en begon te huilen.
Zijn dochter kwam de kamer binnen.
Ze wist dat het voorbij was.
Ook over haar wangen liepen tranen.
Maar aan de andere kant was ze ook een beetje opgelucht.
Haar dochter had geen pijn meer, haar lijdensweg was eindelijk voorbij.
Na de zomer ging het snel bergaf met haar. De pijn was niet meer te harden en ze werd met de dag zwakker. Alleen haar vader moeder en haar parrain wisten door welke hel ze ging. Hoe zelfs heel hoge dosissen morfine niet meer helpen tegen die alles verterende pijn. Hoe ze veranderde van een robuuste sportieve meid naar een zielig hoopje ellende smachtend naar een moment zonder pijn, hoe kort ook.
“Rust nu maar meisje." Zei ze zachtjes, terwijl ze door haar dochters lange blonde haren woelde. "Het is voorbij nu, je hoeft nooit geen pijn meer te lijden."
Toen streelde ze teder haar vaders rug.
Ze wist niet wat zeggen, maar het deed haar iets.
Haar vaak zo stugge, soms hardvochtige vader.
Onwrikbaar, koppig, weerbarstig.
Toonde zelden enige emotie.
Een man van weinig woorden.
Wanneer hem iets dwars zat ging hij liever naar het keukentje achterin het café.
Daar zat hij dan op een stoel. De krant te lezen, of gewoon te mokken.
Of liep hij naar buiten, liep een blokje om.
In gedachten verzonken.
Nu zat hij daar, in de kamer van zijn kleindochter.
Hij droogde zijn tranen en vermande zich.
“Sorry." Zei hij zachtjes.
Maureen glimlachte.
“Dat is toch nergens voor nodig pa. Ik ben blij dat ge u eens laat gaan.
Ge hebt uw verdriet lang genoeg opgekropt.”
Hij stond recht en nam zijn dochter in de armen.
Samen lieten ze hun tranen de vrije loop.
Intens verdriet… Om Nathalie.

Haar laatste gebaar!
Normaal volgt na dergelijk tragisch overlijden een begrafenis of crematie.
Met koffietafel achteraf.
Maar niet deze keer.
Nathalie had immers een laatste wens.
Die ze op een briefje neerschreef.
Haar ouders had ze er wel over ingelicht, en ook haar Parrain.
En vooral hij vond het een mooie daad van haar.
Voor de anderen schreef ze een mooie brief. Die stond op haar laptop, samen met de adressen naar wie het gestuurd moest worden.
Dit was de tekst.

Lieve vrienden en familie.

Totaal onverwacht kreeg ik in het ziekenhuis te horen dat ik ongeneeslijk ziek ben.
Een tumor in mijn hoofd die uitzaait over mijn hele lichaam.
Het maakte me kwaad, opstandig, triest en woedend tegelijkertijd.
Maar het zette me ook aan het denken.
Hoe kan het dat zoiets kan gebeuren in een tijd waarin de wetenschap verder staat dan ooit.
Dat men machteloos moet toezien hoe een mens in korte tijd aftakelt en sterft.
Ik wil anderen dat leed besparen.
Het spijt me dat ik jullie dat leed niet kon besparen. Dat ik jullie moet achterlaten.
Maar een artikel op het internet deed me nadenken.
En besluiten om mijn lichaam aan de wetenschap te schenken.
Om onderzoek op te verrichten.
Wie weet kan dat helpen?
Om wetenschappers inzicht te verschaffen.
In het hoe of waarom van het ontstaan van deze vreselijke tumoren en andere kankers.
Die zoveel leed aanrichten.
Zoveel verdriet veroorzaken.
Ik hoop dat jullie mijn beslissing kunnen begrijpen.
Misschien maakt het mijn levenseinde minder zinloos.
Kan ik een sprankeltje hoop zijn voor andere mensen.

Lieve vrienden en familie.
Het ga jullie goed.
Ik had nog zoveel willen doen, met jullie aan mijn zijde.
Maar het lot besliste anders.

Tot… ooit !!
Liefs.
Nathalie Van Bosvoorde.

De familie en haar beste vrienden kwam samen om haar te gedenken.
Er werden teksten voorgelezen en Tim schreef een liedje voor haar.
Met een pakkende tekst.
“I was looking for friendship. But on your side I found love.”
Was een deel van de tekst.
Tim zong het met zoveel liefde en passie.
Hij legde dan zijn gitaar neer en boog het hoofd. “Rust zacht, Nathalie. Je was een fijn persoon.
Ik vergeet je nooit.” Fluisterde hij.
Daarna ging hij terug naar zijn plaats. Liesbeth zat vlak naast hem.
Ze keek hem aan, een traan liep over haar wangen.
“Ge hebt dat zo schoon gezongen Tim. Echt waar".
Maanden gingen voorbij.
De winter was lang, koud en somber.
Het maakte het diepe gemis in de harten van allen die Nathalie hadden gekend nog zo zwaar.
Maar toen kwam de lente.
Krokusjes en sneeuwklokjes kwamen piepen.
De bomen begonnen te botten.
De zon gaf eindelijk wat warmte.
Een verliefd paartje wandelde in de zon genietend van de ontluikende natuur.
Tim en Liesbeth. Ze hadden elkaar gevonden.
Tim probeerde er zoveel mogelijk te zijn voor Liesbeth.
Hij had het aan Nathalie beloofd.
Hij zocht haar op.
Nam haar mee naar de stad om iets te gaan drinken.
Of naar de bioscoop.
Of ze wandelden gewoon in het park.
Hand in hand.
Liesbeth vond bij Tim een luisterend oor, troostende woorden uitgesproken met zachte warme stem.
En op zijn tijd een warme knuffel.
Met kerstmis werd Tim uitgenodigd bij Liesbeth thuis.
Ze wilden die jongen die hun dochter door haar ergste verdriet heen hielp beter leren kennen.
En ontvingen hem hartelijk.

Enkele weken later.
Een winters weekendje in januari in de Ardennen.
In een chalet diep in de bossen.
Genoten ze van de sneeuw, die al begon te vallen toen ze nog op weg waren.
Nog voor ze de auto uit hadden geladen begonnen ze sneeuwballen te gooien.
En te rollebollen in de sneeuw.
Om dan voor het knetterende haardvuur na te genieten onder een warm fleece dekentje.
Bij een romantische film op een veel te klein TV scherm.
Liesbeth keek Tim aan.
“Ik hou van je.” Fluisterde ze stilletjes.
“Ja Tim, ik hou zielsveel van je.
En ik meen het.
Ik voel me zo geborgen bij jou.
Dit voelde ik nooit eerder bij een jongen”.
Ze woelde door zijn haren en fluisterde nogmaals stilletjes zijn naam.
“Tim.”
Tim gaf haar lieve zoentjes op haar voorhoofd.
“Je bent een tof meisje Liesbeth.
Zacht en gevoelig. Een goudeerlijke trouwe vriendin.
Nathalie vertelde veel over jou.
Toen ze al op school zat.
Gek dat jullie niet naar dezelfde school gingen.
Maar goed.
Alles wat ze over jou vertelde is waar.
Jij bent een toffe, lieve, schat van een meid… “
Het haardvuur doofde zachtjes uit, de aftiteling van de film liep.
Tim en Liesbeth lagen op de zetel.
In een innige omhelzing. Hun lippen raakten elkaar.
Het was het prille begin.
Van een vriendschap die liefde werd.
Tim en Liesbeth.
Ze waren niet meer te scheiden.
Ze zochten en vonden troost bij elkaar.
Elke kus, elke aanraking.
Heelde langzaam de diepe pijn in hun hart.
Elk woord, liefdevol uitgesproken. Was als pleister op hun gekwetste ziel.
Een meisje, veel te jong gestorven.
Was naast een grote kampioene, een talentvolle sportster.
Vooral een warme vriendin.
Met een luisterend oor en een hart van goud.
Haar lichaam was in handen van een team van wetenschappers.
Die de kranten zouden halen met zoals dat heet “baanbrekend onderzoek naar hersentumoren”.
Maar haar geest.
Was sterk aanwezig in de harten van haar vrienden.
Wiens harten gevuld werden met een liefdevolle warmte.

Liesbeth staarde dromerig naar een foto van Nathalie.
“Bedankt Natske, voor dat mooie gebaar.
Tim heeft zijn belofte gehouden.

Alles verloopt zoals jij het zou gewild hebben.
Merci Suske… “

woensdag 7 september 2016

Haar Laatste Verlangen 3


Het grote moment was aangebroken.
Een grote massa had plaatsgenomen op de tribune van een groot zwembad in Brussel.
Kranten hadden erover geschreven.
Terminaal zieke zwemster wil laatste maal scoren op het Belgisch Kampioenschap.
Stel je voor, ze kwam zelfs op TV.
In haar badjas liep ze naar de startblokken.
Het was tijd voor de grote finale.
Ze had al een paar keer een goede beurt gemaakt, eerste, tweede, nog eens eerste.
Maar nu was het grote moment daar.
Nathalie Van Bosvoorde tussen de beste zwemsters van het land.
Pascal nam haar badjas aan en pakte haar nog eens stevig beet.
Succes meisje, doe het goed.
Het startschot werd gegeven en Nathalie schoot als een pijl het water in.
En zwom alsof haar leven ervan af hing.
Ze was vierde.
Ze hoorde weer de aanmoedigingen.
Ze was in haar element, de adrenaline gierde door haar lichaam.
Niets kon haar nog stoppen.
De eerste vijftig meter had ze al achter de kiezen. En twee zwemsters had ze al ingehaald.
Nu was ze tweede.
De zwemster voor haar was al drie maar Belgisch Kampioen en was niet van plan haar vierde titel te laten schieten.
Het ging hard tegen hard.
Centimeter na centimeter kwam Nathalie dichterbij. Met forse slagen.
Hard tegen hard.
De laatste baan.
De andere zwemster perste er alles uit, kreeg zelfs voorsprong.
Maar Nathalie liet zich niet kennen.
Ze zette alles op alles. Haar slagen werden krachtiger. Nog een paar meter. Nog vijf slagen, vier, drie, twee, één.
Ze tikte de rand aan. Gejuich alom. Ze keek op, en zag haar tegenstreefster ook de rand aantikken. Iets minder dan een seconde later.
Nathalie Van Bosvoorde was Belgisch Kampioen bij de dames.
En werd met lof onthaald.
De medaille werd omgegord en de ‘Brabançonne’ weerklonk.
Haar tegenstreefster omhelsde haar met tranen in de ogen en noemde haar een dappere tegenstandster.
“Ik had graag een vierde keer op rij gewonnen, maar toch. Ik gun je die medaille van ganser harte. Je hebt ervoor gevochten en je verdient hem. Het ga je goed moedige meid.”
Wat ging er om in dat hoofdje?
De allerlaatste wedstrijd.
Echt de allerlaatste.
Vijf maanden had ze nog.
Die pijn in haar hoofd bleef, de druk op haar hersenen nam alsmaar toe.
De trainingen waren best wel lastig, ze voelde dat haar krachten afnamen, dat haar lichaam begon af te takelen.
Het begin van het einde.
Na die laatste wedstrijd leek dit zich nog door te zetten.
Ze had vaak geen fut en was snel moe. Ze sliep ook veel.
Wanneer ze wakker was reed ze een eindje met de fiets.

Het was zomer.
Haar allerlaatste zomer.
Op een zonnige en best wel hete dag.
Ze zat bij Liesbeth thuis in de tuin.
Liesbeth lag topless in de zon.
“Waarom niet?” dacht Nathalie en ze deed ook haar bovenstukje uit.
Het deed haar deugd, de zon op haar huid.
Ze genoot.
“Weet je nog, toen ik je kwam vertellen dat ik terminaal ziek ben Liesbeth?”
En toen je me die foto toonde van die knappe gast.
Toen ging er het één en ander door me heen.
Weet je nog dat ik zei ‘stel je voor, sterven als maagd’”…
Liesbeth keek haar aan.
Ze lachte.
Nathalie keek haar diep in de ogen.
“Liesbeth….  " Zei ze.
“Ik wil niet sterven als maagd.
Ik wil vrijen, ik wil seks.
Ik heb er zoveel van gefantaseerd, samen met jou.
Maar altijd stelde ik het uit om de stap te zetten.
Ik had de kans, met Tim die nu bij Nonkel Jerry werkt.
Maar ik zei neen.
Ik heb daar zo’n fucking spijt van.”
Ze zuchtte diep.
“Spreek af met Tim.” Zei Liesbeth.
“Nee." Zei Nathalie. “No way!!
Als ‘Parrain’ merkt dat hij met mij aanpapt smijt ie hem buiten.
Hij moet niks van Tim weten. Het is dik tegen zijn goesting dat Tim bij Nonkel Jerry werkt.
Om één of andere reden kan hij Tim zijn kop niet uitstaan.
Hij vindt hem een luiaard en een nietsnut.
Hij zou over de rooie gaan moest hij daar lucht van krijgen.
‘Parrain’ is altijd heel beschermend op dat vlak.
Zo iemand als Tim die aanpapt met zijn petekind. Dat kan hij niet vatten.
Hij vertrouwd mij omdat ik weet dat ik ‘mijn verstand gebruik’.
Maar toch zie ik hem heel wantrouwig kijken als Tim op me afstapt.
Ik voel dat, het staat hem niet aan.
Ik ken ‘Parrain’ dan ook door en door en hij mij.
En daarbij… Tim weet dat ik niet lang meer te leven heb. Allez ja... Hij is heel gevoelig.
Hij laat dat niet zien, maar...  Het afscheid zou hem zwaar vallen, moest er meer zijn tussen ons dan alleen maar vriendschap”.
Liesbeth reageerde.
“Die Tim is een beetje een player. Hij zou geen nee zeggen tegen een nummertje met jou.
Hey... Dat zou een goeie fuckbuddy zijn.”
“No Way". Zei Nathalie opnieuw.
Daar komt alleen maar miserie van. Daar ben ik honderd procent zeker van.
“Dan pakken we het anders aan." Zei Liesbeth ineens.
"Komaan Nats, kleren aan en meekomen. We moeten niet denken maar handelen!"

Liesbeth nam Nathalie mee naar haar autootje.
Ze reden de stad uit, Liesbeth zette er een flinke vaart achter. Ze vlamde de ringweg op en lapte de maximumsnelheid van 70 km/u vierkant aan haar laars.
“Waar rijden we naartoe?” Vroeg Nathalie nieuwsgierig.
“Dat zal je wel zien Natske”, Antwoordde Liesbeth mysterieus.
Ze sloegen een klein straatje in, een ‘boereweggeske’ zoals ze zeggen.
Het kronkelde langs de akkers en weilanden waar koeien vredig stonden te grazen. Liesbeth reed alsof ze aan het oefenen was voor één of andere rally.
Nathalie zag een bordje.
“Domein ’t Oud Hofstedeke” las ze.
Ze kende dat wel.
Een oude hoeve die dienst deed als restaurant plus feestzaal. Daarrond was er een immens domein met een hele grote zwemvijver en ligweide. En een speeltuin voor de allerkleinsten.
Liesbeth hield halt op de parking, de kiezelsteentjes knarsten onder de wielen van haar auto.
“Eindstation, uitstappen Nats.” Zij Liesbeth glimlachend.
“Ga je niet mee?” Vroeg Nathalie.
“Nee, ik heb voor het moment geen vent vandoen." Lachte ze.
Maar ik weet zeker dat jij hier je goesting zal vinden.
Tip, de lekkerste hunks zitten bij het beachvolley terrein.
Daar heb ik al veel snoepjes geproefd hoor."
Liesbeth gaf Nathalie een knuffel.
“Allez vooruit, ga ervoor, ik duim voor je.
Toon wat ge in uw mars hebt, en vooral... GENIET ERVAN!"
Nathalie stapte uit.
Betaalde de inkom en liep naar de zwemvijver.
Ze zag gezinnen met kinderen. Vaders die met hun kroost in het water plonsden terwijl moeders aan de kant toekeken.
Verliefde koppeltjes.
Op het terras van het tearoom gedeelte van de oude hoeve zaten mensen van een koele frisdrank of één van de 200 verschillende soorten bier te genieten.
Ze hoorde het gejoel van kinderen op de reuzegrote speeltuin. Een jonge jobstudent reed met een vintage bakfiets rond en probeerde er de huisgemaakte ijsjes aan de man te brengen.
Ze voelde de zenuwen door haar lichaam gieren.
Maar aan de andere kant vond ze het best spannend.
Aan het afgebakende terrein met grote netten zag ze jongens en ook een paar meisjes beach-volleybal spelen.
De jongens waren groot en knap, sommigen zelfs tamelijk gespierd.
Nathalie voelde kriebels in haar buik.
Ze kon het nauwelijks geloven.
Ze kleedde zich uit en verborg haar kleren in haar sporttas die ze voordien snel thuis ophaalde.
Ze twijfelde even. Zou ze haar bovenstukje ook uitdoen.
Sommige meisjes deden het. Er was zelfs een meisje wiens enige kledingstuk een heel fancy zwembroekje bezet met diamantachtige glittertjes was. Ze keurde de jongens op het beachvolley terrein en likte suggestief aan haar ijsje.
“Ach waarom niet?" Dacht Nathalie.
Ze zat rechtop, de zon op haar huid.
Een jongen keek haar aan. Hey schoonheid ga je mee iets drinken”. Vroeg hij knipogend.
Ze wees hem af.
Ze keek naar de jongens op het volleybal veld.
De bal rolde in haar richting, een jong kereltje met getaande huidskleur en kroezelhaar dat langs alle kanten leek op te springen liep er achteraan.
“Hij misschien”, dacht ze.
Ze gaf hem de bal. “Alsjeblieft”, zei ze. Ze glimlachte erbij.
“Merci”, zei hij. En knipoogde  naar haar.
Maar liep terug naar zijn vrienden.
Opeens hoorde ze een stem die haar bekend voorkwam.
“Wel,wel… Wat doe jij hier Nathalie Van Bosvoorde?”
Ze draaide zich om.
“Tim… " Zei ze.
“Jij hier.”
Hij zette zich naast haar. Hij droeg een lange zwarte boxershort die nog nat was, net als zijn haren.
Hij bekeek Nathalie van top tot teen.
Nathalie wist niet goed wat te doen of zeggen.
Ze voelde haar hart bonzen toen ze hem naar haar zag kijken.
“Ge wordt al een beetje rood Nats, ge moet u insmeren.
Als ge wilt… Doe ik dat even voor jou. Allez kom legt u nekeer op uw buik.”
Nathalie twijfelde, ze wist wel dat zijn bezorgdheid om haar rood wordende huid niet onbaatzuchtig was. Dan graaide in haar tas en haalde de tube zonnecrème eruit.
“Ga je gang maar," Zei ze.
Nathalie lag op haar buik op het grasveld vlak naast het afgebakende beachvolley terrein, ze voelde Tim’s zachte handen over haar lichaam.
Hij wreef haar rug in met een souplesse die ze zelden had geweten. Hij wreef zijn handen eerst warm nadat hij deze met zonnecrème had ingewreven, zodat ze niet zou schrikken van koude crème op haar huid. Zoals een volleerde masseur dat zou doen. En natuurlijk was het niet zomaar insmeren, maar begon hij haar heerlijk te masseren. Met een stevige grip gleden zijn handen over haar ingesmeerde huid.
Ze liet het zich welgevallen.
Hier liep niemand rond die haar kende.
“Wat heb je toch een prachtig lichaam Nathalie.
Het vele zwemmen en trainen heeft zijn vruchten afgeworpen.
Je bent zo lekker gestroomlijnd, en wat een gespierde armen en benen."
Hij ging schrijlings over haar zitten.>
“Sta me toe dat ik even van dit heerlijke moment geniet.” Fluisterde hij zacht in haar oor.
Ze voelde hoe hij haar met zijn handen overal aanraakte.
Zacht, teder, sensueel.
Nathalie genoot, maar ze twijfelde.
“Zou ik hiermee verder gaan”? Vroeg ze zich af.
Ze wist dat Tim niets liever wilde dan met haar naar bed gaan.
En dat hij nu zijn kans schoon zag om haar te versieren. Om een ultieme poging te wagen.
Ze voelde hoe hij probeerde om haar tussen haar benen aan te raken.
Dat hij een erectie had, dat had ze ook al lang door.
Ineens, in een reflex. Deed ze haar benen ietsje wijder uit elkaar.
Nu kon hij vlotjes tussen haar benen, discreet ging hij met zijn vingers onder haar broekje.
Ze vond het spannend.
Zijn vingers over haar bilnaad.
Dan naar onderen.
Zijn andere hand over haar rug, naar haar linkerschouder.
“Draai je even om lieve Nathalie”, vroeg hij zachtjes fluisterend in haar oor.
Ze deed het.
Hij lag op haar en keek haar recht in de ogen. Nathalie glimlachte, haar hart pompte razendsnel nu.
Toen raakten zijn lippen de hare.
Ze sloeg haar handen over zijn rug.
Een lange kus volgde, daar in het gras op een iets rustiger plekje een stukje van de zwemvijver vandaan.
Tim zoende haar vurig en hartstochtelijk.
Streelde haar welgevormde lichaam.
Nathalie voelde hoe hij zijn bekken zachtjes bewoog. Ze voelde zijn geslacht dat in volle erectie was.
Ineens besefte ze... Dat is wat ze wilde, waar ze naar verlangde.
Ze rook de geur van zijn natte haren, voelde zijn licht bezwete lijf tegen het hare.
Zijn kussen werden heftiger, zijn ademhaling zwaarder.
Hij kon zich niet langer beheersen.
Ineens hoorde ze hem die ene zin zeggen die ze elk moment kon verwachten.
“Vrij met mij Nathalie!!! Ik wil het al zo lang met je doen!!!!
Dit is mijn laatste kans... Zeg geen nee alsjeblieft.”
Hij streelde door haar haren en keek haar smekend aan.
“SCHENK ME JOUW LICHAAM NATHALIE!!!”

Nathalie aarzelde.
“Tim… Je moet weten. Als mijn ‘Parrain’ dit ooit te weten komt zwaait er wat voor je, en voor mij.”
“Hij zal het niet te weten komen. We doen het gewoon bij mij thuis. Ik woon in de stad niet ver van het Atheneum waar we vroeger naar school gingen.
Is toch ideaal… "
Hij keek haar aan.
“Zeg ja Nathalie, ik verlang hier zo lang naar en jij ook. Ik voel het…. Zeg ja.”
Nathalie haalde diep adem. Keek hem aan.
“Waarom ook niet?” Dacht ze.
Ze keek hem diep in de ogen en woelde zachtjes door zijn warrige krullenbol.
“Ik schenk je mijn lichaam maatje. Ik zal helemaal van jou zijn.”
Met die woorden gaf ze hem een lange sensuele kus.
Even later wandelden ze samen het domein uit. Op de parking stond een kleine muisgrijze Citroën C2.
Nathalie stapte in en klikte de veiligheidsgordel vast, terwijl ze naar Tim keek.
Hij woelde even door haar haren, ze glimlachte verlegen.
Tim hield er een vinnige en sportieve rijstijl op na.
“Aardig karretje." Zei Nathalie.
“Is van mijn maat met wie ik een appartement deel. Hij is nu aan het werk, en ik vroeg of ik zijn auto even mocht lenen. Zijn auto en ons appartement voor ons alleen. Dit wordt een heerlijk moment Nathalie.”
Ze hielden halt in een zijstraat naast het Atheneum waar ze ooit samen school liepen.
Ze betraden een klein ietwat rommelig appartementje op de zolderverdieping van ietwat verouderd aandoend appartementsgebouw.
Hij opende de deur van één van de kamers, het bed was halvelings opgemaakt en aan de muur hingen posters met ‘Manga’ en ‘Anime’ figuren. Naast het bed lag een laptop en slingerden er vuile kleren rond..
“Zo hier zijn we dan, let maar niet op de rommel schat."
Door het open raam zag Nathalie het schoolplein waar ze zo vaak rondslenterde, babbelde, giechelde met haar vriendinnen, enzovoort.
“We kunnen rustig het raam open laten. Het is vakantie, er loopt hierachter geen hond rond.”
Tim trok zijn short naar beneden. Nathalie draaide zich om en keek verlekkerd naar zijn naakte lichaam.
Traag gleden haar ogen naar beneden.
Haar handen voelden klam aan en ze voelde de zenuwen gieren door haar lichaam.
Tim omhelsde haar en keek haar in de ogen, trok haar t-shirt zachtjes omhoog.
“Je bent zenuwachtig hé lieverd”, zei hij.
“Het is mijn eerste keer Tim. Er gaat van alles door me heen nu.
Maar ik wil dit zo hard, ik verlang zo hard naar seks nu. En blijkbaar staat het in de sterren geschreven dat jij de uitverkorene bent.
Je hebt me Tim, neem me maar”.
Ze drukte haar lippen tegen de zijne en een lange passionele kus volgde.
Haar T-shirt ging uit, alsook haar strakke rennersbroekje. Ze ging liggen op het bed en Tim begon haar te zoenen over heel haar lichaam. Ze voelde zijn vingers tussen haar benen glijden terwijl hij zacht haar tepels likte.
Over haar schaamlippen naar haar clitoris.
Ze slaakte een gesmoord kreuntje en sloot haar ogen.
Tim spreidde haar benen en verwende haar intieme delen met zijn vingers en zijn tong.
“Ooooh jaaah… Ga door schatje, dit is zo zalig.”
Tim liet haar lekker klaarkomen. En ging daarna op haar liggen en kuste haar hartstochtelijk.
Nathalie sloeg haar armen om hem heen.
“Kom maar Tim”, smeekte ze. “Ik ben er helemaal klaar voor.
Ik verlang hier al zo lang naar schat." Zei ze terwijl ze zijn penis omklemde en hem zachtjes tussen haar schaamlippen duwde.
Zachtjes drong hij in haar binnen, ze voelde eerst een flinke pijnscheut.
Ze klampte zich aan Tim’s bezwete lichaam vast en beet op haar tanden.
Hij hield zich in. “Doet het pijn liefje?" Vroeg hij.
“Ga door." Smeekte ze, De pijn verbijtend.
“Ga alstublieft door, neuk me Tim.”
Ze verbeet de pijn en concentreerde zich op zijn licht behaarde borstkas en zijn jongensachtige ongeschoren gezicht.
Toen voelde ze hoe de pijn minderde en overging in een zalige extase.
Dit was waar zo zo naar verlangde, waar zolang over fantaseerde.
Eindelijk had ze seks. Voelde ze niet haar vinger tussen haar benen. Maar een zalige dikke penis die langzaam heen en weer ging..
Ze sloot haar ogen en kwam voor de tweede maal klaar. Ze kreunde heftig en voelde haar lichaam schokken.

Tim was een goede minnaar die goed leek aan te voelen wat ze fijn vond en wat niet.
Hij luisterde naar haar ademhaling, zag haar lichaamsignalen en speelde erop in.
Het was duidelijk dat hij toch al veel sekspartners heeft gehad.
Tim was zoals Liesbeth eerder zei inderdaad een ‘player’.
Een vrouwenversierder en altijd uit op een stevige pot seks.
Hij zat meermaals op chatboxen of datingsites op zoek naar een éénmalige sekspartner.
Of hij ging naar café’s of andere dancings, louter om er een  vrouw te vinden om mee te…
Met zijn nonchalante levenshouding en zijn jongensachtige charme wist hij menig vrouw in bed te praten. Zelfs oudere vrouwen.
Voorts tekende hij en maakte hij muziek samen met zijn maat met wie hij onder één dak woonde.
Dat zette hij dan op internet. Of hij probeerde op die manier optredens te versieren.
Leven van zijn muziek, van zijn ‘creaties’. Dat was zijn droom.
Het was daarom dat Nathalie best wel een boontje had voor deze nonchalante dromer.
Was ze stiekem verliefd op hem toen hij nog bij haar op school zat.
En ook toen hij bij haar nonkel ging werken, voelde ze diep in haar hartje dat vlammetje weer opflakkeren.
En nu bedreef ze met hem de liefde.
En genoot ervan met volle teugen.
Het was avond.
Nathalie had zich lekker in Tim zijn schoot genesteld en was zo zielsgelukkig in slaap gevallen, met een gelukzalige glimlach op haar lippen.
Tim hield zijn armen over haar lichaam geklemd en woelde zachtjes door haar zachte, lange blonde haar.
Zachtjes fluisterde hij haar naam.
“Nathalie”.
Hoe struis ze leek als ze fier rechtop stond en trots haar haren achterover schudde.
Zo fragiel en broos leek ze daar naakt in Tim’s bed. Met een flauwe glimlach op haar mond en haar handen losjes rond zijn lichaam.
"Kan niet geloven dat je er weldra niet meer zal zijn meisje. Dat het weldra voorbij is."
Hij wist dat ze ziek was, dat er haar nog maar weinig tijd meer restte op deze wereld.
Hij had zijn stille verlangen om ooit meer voor haar te zijn dan een goeie vriend opgeborgen.
Tot dat ene moment. Toen hij haar zag, topless bij de zwemvijver. Verlekkerd rondkijkend naar de knappe jongens die beach-volley speelden.
Toen wist hij, ‘dit was zijn laatste kans’.
En hij greep die.
Hij zou alles op alles zetten om haar te overtuigen.
Maar ze ging meteen mee. Na een lichte twijfeling, dat wel.
En hij liet haar genieten.
Met al haar zintuigen.
En genoot ook van haar.
Van haar gestroomlijnde lichaam, haar volle stevige borsten, haar strakke billen gespierde dijen.
Van haar kussen vol vuur en passie en haar diepe verlangen naar pure lust, naar seks.
De hele namiddag en vooravond lang hebben ze passioneel en intens gevreeën.
Nathalie kon er niet genoeg van krijgen. Van die intieme momenten vol zinderende passie en dierlijke lust.
Zo ontstond er iets heel speciaals tussen Tim en Nathalie.

Die zomer zouden ze enkele malen afspreken, meestal op zondag, toen was de drankencentrale niet open.
En konden ze afspreken op het flatje dat Tim deelde met zijn kameraad.
In eerste instantie ging ze voor de seks, om te genieten van datgene wat ze zich haar hele jeugd moest ontzeggen.
Maar al gauw voelde ze meer dan alleen maar vriendschap en genegenheid.
En dat was wederzijds.
Zo lagen ze na een intens lange vrijpartij elkaar lieve woordjes toe te fluisteren.
En keken elkaar diep in de ogen.
“Zie ons hier liggen”, gniffelde Nathalie zachtjes.
“Zalig toch”, zei Tim. “Ik kijk zo uit naar die momenten met jou lieveke.
Ik weet niet hoe ik het moet uitleggen.
Maar dit voelt aan als een droom die uitgekomen is”.
Hij streelde zachtjes haar wang.
“Weet je nog schatje, die keer toen we daar aan de bushalte stonden, en ik je een ‘oneerbaar voorstel’ deed?”
Nathalie slikte, ze hoopte dat hij hier nooit over zou beginnen. Ze voelde zich diep vanbinnen schuldig hierover. Schuldig omdat ze die ene jongen waarvoor ze stiekem zoveel meer voelde dan alleen maar vriendschap, zo hard kwetste.
“Het deed je pijn hé?” Zei ze. Terwijl ze hem diep in de ogen keek.
“Sorry, maar ik dacht aan mijn zwemcarrière. Dat wilde ik voor niets of niemand opgeven.
Er was in mijn leven geen plaats voor liefde, noch voor uitgaan, one-night stands en andere uitspattingen.
Ik leefde zo Spartaans, alles voor de sport. Opofferingen doen, leuke dingen laten.
Ik kreeg er veel voor terug da’s waar. Maar nu heb ik meer dan ooit het gevoel dat ik mijn mooiste jaren heb vergooit. Zonder dat ik dat ooit zal kunnen rechtzetten.
Ik heb me meermaals afgevraagd waarom ik niet ja zei? Waarom ik me niet één keer liet gaan… “
Tim lachte.
“Ik voelde me ook rot Nathalie.” Zei Tim.
“Ik voelde me rot omdat ik zo aandrong, zonder me af te vragen of jij er wel klaar voor was?
Omdat ik u verweet ‘niet ruimdenkend te zijn’.
Terwijl ik het was die u zag als een lustobject. Als de zoveelste verovering.
Terwijl gij diegene waard die het voor mij op nam.
De enige waarmee ik serieus kon ‘klappen’.
Die om me gaf en naar me luisterde.
Ook al wist ik dat je alles gaf voor dat zwemmen. Toch dacht ik dat er meer kon zijn tussen ons.
Ik fantaseerde erover. Het werd een obsessie.
Toen we stonden te kussen dacht ik ‘die wil meer’.
Stom van me… Ik maakte mezelf verwijten. Vroeg mezelf af waar ik mee bezig was?
Ik dacht dat je niets meer van mij wilde weten, daarom was ik zo vies gezind. Schoot ik uit tegen die lul van geschiedenis en gaf hem enkele peren tegen zijn bakkes. En vloog dan van ’t school.
Toen deed ik leercontract, bij een chocolatier. Dat viel best mee, ik kon me uitleven.
Maar ook daar kwam ik in conflict.
Intussen was ik achttien en was voor mijn ouders de maat vol.
Pa zette me het huis uit.
Hij noemde mij een nietsnut, een fantast en een lanterfanter.
Het kon me niet schelen.
Ik vond onderdak bij ‘Jempy’ een goeie maat van me.
Jempy is een hele toffe gast.
Ook met muziek bezig, heel artistiek ook.
Ik deed jobkes hier en daar soms in het zwart.
Maar via een interimbureau vond ik een vaste job bij uw nonkel.
Eigenlijk ook dankzij u.
Nathalie… Gij hebt het altijd voor me opgenomen.
Gij waard de enige die echt naar me luisterde.
Hoeveel fijne gesprekken hebben we zo niet gehad samen.
En vanmiddag zag ik jou.
Je keek naar de jongens daar bij de zwemvijver.
Je lichaamstaal sprak boekdelen.
Je wou versieren, je wou seks.
Ik kon je geen ongelijk geven.
Wat had je te verliezen?
Dat dacht ik ook.
Waarom zou ik mijn kans niet wagen.
En zie, zie ons hier nu liggen.
en zeggen dat ik de hoop had opgegeven om ooit meer te zijn voor jou dan gewoon een goede vriend.”

Weet je Tim.
Ik wilde heus wel meer zijn dan dat.
Ik voelde al zo lang de vlinders terugkomen.
Droomde stiekem van jou, van… Ons.
“Maar ik was bang, bang voor hoe mijn ‘Parrein’ zou reageren als hij zou te weten komen dat we iets hadden.
Bang voor de gevolgen, voor jou. Maar ook voor mij.
Voor hem was ik het brave meisje dat alles opgaf voor de sport.
Dat maakte dat hij zo fier op me was.
Ik was anders dan de andere meisjes van mijn leeftijd, beter in zijn ogen.
Omdat ik niet rookte, dronk, of achter de jongens aanzat.”
Nathalie lachte toen ze die laatste zin uitsprak.
Daarom hield ik me op de vlakte, probeerde zo weinig mogelijk signalen uit te zenden die jou op verkeerde ideeën zouden brengen.
Het leek gewoon een slecht idee om meer te zijn dan gewoon vrienden.
Tenminste zolang je het vertrouwen van mijn ‘Parrain’ had gewonnen.
Maar ook…”
Nathalie slikte, ze zocht naar haar woorden.
“Allez ja, zie ons hier liggen. Hoe wij hier liggen te dollen en elkaar koosnaampjes geven.
Hoe het meer wordt tussen ons dan alleen maar vriendschap.
Ik wilde dat vermijden.
Maar aan de andere kant.
Toen ik daar zat, wat een verschil met die andere gasten.
Veel spieren, veel show, veel pose... En veel gedoe om meisjes te imponeren.
Toen zag ik jou. Jouw nonchalante jongensachtige look, je warrige krullenbol, je stralende ogen.
En je lichaam. Je bent geen gespierde adonis.
Maar toch… je hebt iets onweerstaanbaar”.
En toen je me insmeerde, mij masseerde.
Goddomme, ik was gewoon in de zevende hemel gast.
Jij bent een goede minnaar Tim, jij weet hoe je een meisje kan laten genieten.”
Nathalie sloeg haar armen om hem heen en vleide zich tegen zijn lichaam aan, en keek hem aan met haar indringende blauwe ogen.

Toen sprak ze op zachte doch zelfzekere toon.
“Tim, wat er nu tussen ons is.
Daar blijft niet duren.
Dat besef je toch?”
Ze bleef hem strak aankijken.
Tim zuchtte.
“Nathalie. Ik heb je graag.
Echt waar.
Hoe vaak ik over u heb gefantaseerd.
Van u droomde.
Ik heb liedjes over je geschreven, gedichten.
Een tekening, zomaar uit het blote hoofd.
Van jou.
Ja je was naakt.
Ik tekende jou zoals ik je zag in mijn fantasie.
En weet je.
Wat ik over jou fantaseerde.
Was maar half zo mooi als de werkelijkheid.
Een obsessie denk je?
Misschien.
Maar nooit kwaad bedoeld, ik zweer het!
Ja die ene keer werd het me te machtig.
Ik dacht ‘nu of nooit’.
Ik wilde met je naar bed.
Ik wilde je lichaam.
Ik wilde jou.
En kijk! Ik kreeg jou.
Ik had het niet meer verwacht, de hoop allang opgegeven.
Maar kijk.
Ik weet één ding lieve Nathalie. Eén ding.
Die mooie momenten met jou, hier in deze kamer.
Dit pakt niemand mij af.
Ge moet met mij niet inzitten schatje.
Maar geniet nu je nog kan, elk moment, elke minuut, elke seconde.
Ik gun het je zo hard meiske, echt waar.
Met heel mijn hart."
Bij die woorden legde hij Nathalie zachtjes op haar rug spreidde haar benen en drong nogmaals diep in haar binnen. Hij gaf zich helemaal, voor haar.
Hij vervulde…

HAAR LAATSTE VERLANGEN!!!!!