vrijdag 13 juli 2018

Chaleur d'Amour 2



Het was donker.
Jessie lag naar het zeil van de kleine tent te staren.
Ze dacht aan het voorstel van Jeremy.
Zou ze gaan.
Ze bleef maar twijfelen.
Niet zozeer omwille van de reactie van haar ouders.
Maar vooral.
Hoewel ze Jeremy best wel een leuke knul vond.
Was ze niet zinnens om al na de eerste ontmoeting met hem naar bed te gaan.
Of zelfs maar met hem te liggen smossen ergens in het groen.
Want dat was blijkbaar wel wat hij wilde.
Gelukkig had hij geen telefoonnummer of iets dergelijks.
Ze hoorde het gezang van de krekels.
Voelde het warme van een Provençaalse zomernacht.
Naast haar in de tent lag Jens haar jongere broertje.
In een diepe slaap verzonken.
Hij was tot lang na zonsondergang blijven spelen met de nieuwe vriendjes die hij op de camping had gemaakt.
En was nu natuurlijk uitgeteld.
Jessie hief haar hoofd op en keek vertederend naar haar broertje.
Op wie ze zo hard gesteld was.
Jens is een toffe knul.
Intelligent, spraakvaardig, levendige fantasie.
Gek op voetbal, videogames en een krak op de computer.
Na de vakantie zou hij op 'programmeerkamp' gaan.
Hij had er maanden om gezaagd.
Het was vader die toestemde na een gesprek aan de toog met een goede vriend.
"Moet je zeker doen," zei die.
"Gasten die meer kunnen met een computer dan alleen maar gamen of facebooken hebben een streepje voor in onze maatschappij.
Programmeren en systeemkennis, dat is de toekomst.
Want het internet zal de komende eeuw alleen maar aan belang toenemen.
Dit is nog maar het begin, wacht maar af." Zo zij Patrick de vriend van Erwin.
Dit was het argument dat Erwil Roelstraete over de streep trok.
Nu moest hij alleen nog zijn echtgenote overtuigen.
Die dacht natuurlijk aan wat het zou kosten.
"In de opvoeding van uw kinderen moet ge investeren," zo zei hij.
"Dat is nooit verloren geld."
Jessie was fier op haar kleine broer. Zacht streelde ze zijn blonde 'broskeskop'.
Een traan liep over haar wangen. Ze slaakte een diepe zucht.
Dan legde ze haar hoofd weer op het hoofdkussen, trok de slaapzak wat meer over haar lichaam en viel uiteindelijk toch in slaap.

De volgende ochtend waren moeder en dochter Verstraete al op pad.
Met de fiets reden ze naar het dorpje om er boodschappen te doen.
Caroline verkoos dit boven de superette, daar ze deze ietwat wantrouwde.
En vooral omdat ze van de gelegenheid wilde gebruik maken om echt kraakverse groenten en fruit in te slaan voor het verblijf.
Courgettes, aubergines, salade, verse kruiden en vooral tomaten.
Ze wist dat vooral haar zoontje verzot was op tomaten.
En natuurlijk plukvers zuiders fruit.
Cavaillon, watermeloenen, perziken, nectarines. 
Alles vers van het veld.
Ze passeerden een prachtige boomgaard waar de perziken hingen te rijpen. De geur hing in de lucht.
Onderweg keek ze in het rond, of er onderweg nergens een boerderij was waar je verse groenten en fruit kon inslaan.
En ja hoor, dat was er.
Caroline en Jessie stalden hun fiets tegen de gevel van het oude woonhuis van een kleine hoeve.
Een oudere vrouw in geruite schort kwam naar buiten.
"Bonjour madame, demoiselle," zei ze terwijl de weinige tanden die ze nog had bloot lachte.
"Qu'est que tu cherchez? De legumes frais? Ou de bon fruit?"
Jessie en Caroline maakten hun keuze terwijl de oude vrouw vragen stelde.
"Vous restez dans le camping?" vroeg ze.
"Oui," zei Caroline.
"Ja dat klopt."
"Faitez attention madame.
Il ya un mec qui travail la.
Il est mauvais.
Mais vraimant mauvais.
Laisser jamais ta fille tout seul avec hui.
Mais vraiment jamais!!"

Dan wendde de oude vrouw zich tot Jessie.
"Ey vous!
Je parlez a toi mademoiselle.
Faites attention pour cette mec.
Jeremy.
Cette un batard.
Un criminel.
Het is zo'n smeerlap die jonge meisjes de kop zot maakt.
Om er seks mee te hebben.
En hen dan laat zitten.
Paar jaar terug heeft hij een Duits meisje zwanger gemaakt.
Toen haar ouders verhaal wilden maken was hij ineens weg.
In het holst van de nacht is hij weggereden met dat verroeste busje van hem.
De zomer erna stond hij er terug.
Alsof er niets gebeurd was.
En wat deed Gaston, de campingbaas?
Die nam hem nog terug aan ook.
l'Imbecile!"
Ze zei dat laatste met een diepe minachting.
"Dat doet hij nu altijd.
Allerhande gespuis op zijn camping laten werken.
Volk dat voor geen meter deugd.
In plaats van wat selectiever te zijn en zijn mensen wat meer te betalen.
De gierigaard."

Caroline luisterde niet, gaf de bestelling door en even later reden ze met volgepakte fietstassen verder naar het dorp.
"Wat een roddelwijf," zei Jessie geërgerd.
"Zou dat nu echt waar zijn van die Jeremy?"
"Het is niet dat ik vooroordelen koester Jessie," zei Caroline.
"Maar ik zou toch niet graag zien dat je je inlaat met die jongen.
Allez ja.
Niet dat je hem moet negeren of zo hé.
Je moet beleefd en spraakzaam zijn tegen iedereen, dat weet je.
Maar... allez ja.
Ik wil wel dat je afstand houdt, snap je?
Het lijkt me toch maar een 'rare'."
Dan stopte Caroline en keek haar dochter aan.
"Je bent zo'n mooi meisje Jessie.
Jij kan zoveel beter krijgen dan zo'n verwaaide kerel.
Zo'n zwerverstype.
Die bovendien toch te oud is voor je.
Hey meisje.
Ik versta.
Je bent tot de leeftijd gekomen.
Dat je het andere geslacht wil leren kennen.
Je wil ook zoveel inhalen na al die jaren van het ene ziekenhuis naar het andere revalidatiecentrum.
Daar ben ik me als moeder hard van bewust.
Maar beloof me.
Dat je je lichaam niet zomaar schenkt aan de eerste de beste.
Je lichaam is je dierbaarste bezit Jessie.
Draag er zorg voor.
Ik zou niet willen dat je zwanger wordt.
Of één of andere nare ziekte oploopt.
Net nu het zoveel beter met je gaat."
Jessie stapte van haar fiets en legde haar handen op haar moeders schouder.
"Wees maar niet bang mama.
Ik pas wel op mezelf.
En op mijn lichaam.
En het laatste wat ik wil is jou of papa teleurstellen.
Jullie hebben zoveel voor me gedaan.
Zoveel offers moeten brengen."
Caroline knuffelde haar dochter.
"Jessie," fluisterde ze zacht.
"Je hebt een hart van puur goud meisje.
Daarom ben ik ook zo fier op je."
In het dorp kochten ze nog vlees en charcuterie, alsook brood.
Stokbrood natuurlijk.
Ze waren immers in Frankrijk.
Het brood was nog warm en rook nog zo heerlijk naar de oven.
Dit bracht moeder en dochter Verstraete nog meer in vakantiestemming.

Dan reden ze met gepakt en gezakt terug naar de camping.
Nu ging het bergop en met al die boodschappen viel dat niet mee.
Caroline hield haar dochter in het oog.
Zag dat het meisje het moeilijk had met de te leveren inspanningen.
"Gaat het meisje?" vroeg ze. "Moeten we niet even rusten?"
"Nenee mama, het lukt me wel." zei Jessie.
Ze had het wel moeilijk.
Maar wilde dat niet laten merken aan haar ouders.
Dus zette ze door.
Zo goed en kwaad het kon.
Maar ze had het moeilijker dan ze eigenlijk wilde toegeven.
Tot overmaat van ramp kreeg Caroline een lekke band.
"Verdomme!" foeterde ze.
"Moeten we het hele eind terug naar de camping te voet.
En dan nog bergop.
Straks is ons vlees bedorven en ons fruit confituur."
Op dat moment hoorden ze getoeter.
"Il ya un probleme les dames?" hoorden ze iemand zeggen.
Het was Jeremy.
In zijn camionette.
Waarmee hij even tevoren naar het containerpark was geweest met het papier, karton en plastic afval van de camping.
"Mettez ta velo a l'arrière de mon camionette," stelde hij voor.
Ik breng jullie wel tot bij jullie caravan.
Caroline en Jessie gingen op het voorstel in en met zorg legde Jeremy beide fietsen achterin zijn busje.
De fietstassen zette hij recht tegen de bank vooraan.
Daarna opende hij galant de zijdeur voor Caroline en Jessie.
"Merci," zei Caroline.
"Vous ete le maman de Jessie?" vroeg hij met een opgewekte vriendelijkheid.
"Oui," zei Caroline.
"Achantée, je vue ta fille hier apres midi.
Ik zag je dochter gisterenmiddag.
En laat me eerlijk zijn.
Je mag fier zijn op haar.
Mensen,, en zeker jonge mensen die boeken lezen hebben bij mij een streepje voor."
"Lees je zelf vaak?" vroeg Caroline.
"Enormé," antwoordde Jeremy.
"Boeken zijn mijn leven.
Op mijn kamer hier heb ik geen TV.
En hier in het dorp is weinig te beleven.
En eerlijk gezegd.
Het oppervlakkige gedoe in Saint-Tropez zegt me echt niets.
Ik zit het liefst buiten in het veld tussen het groen. Of a bord de mer, te staren naar de ruisende branding.
En 's avonds op mijn kamer met het venster open en het vliegenraam in op mijn bed te lezen.
Terwijl ik de krekels hun avondlied hoor zingen en de volle maan in mijn kamer schijnt.
Dan ben ik pas echt gelukkig."
Caroline glimlachte.
Ze begon Jeremy best wel sympathiek te vinden.
"Werk je hier al lang?" vroeg ze ineens.
"Deux ans," was het antwoord.
Voordien trok ik wat rond van de ene plek naar de andere.
Ja ik weet het," zei hij.
"Je suis un peu un bohemien.
Vaak weet ik ''s morgens niet waar ik 's avonds slapen zal.
Hoewel.
Als ik eerlijk mag zijn.
Ben nog nooit zo lang ergens gebleven als hier.
Maar ja.
Monsieur Gaston is dan ook een baas uit de duizend.
Hij betaalt goed, is vriendelijk.
En ook na het kampeerseizoen heeft hij werk voor me.
Weet je, de omliggende wijngaarden zijn ook van hem.
In september begint de druivenpluk, dan komen er plukkers vanuit het hele land.
Ik heb dan de verantwoordelijkheid om deze aan het werk te zetten en de pluk te organseren.
Ik vind het een hele eer om dergelijke verantwoordelijkheid te krijgen.
Je begrijpt.
Dat ik een man als Monsieur Gaston dan ook niet zal teleurstellen."

Jeremy zette Caroline en Jessie af bij de caravan.
Hielp nog met het uitladen van de boodschappen.
En ook van Jessie's fiets.
"Je prendre ta velo quand il a pret.
Ik breng je fiets terug als hij klaar is."
"Merci," zei Caroline gemeend.
"Nou, sou ik toch echt niet doen hoor," zei Guus terwijl hij met zijn handen op zijn rug tot bij Caroline kwam.
"Wat?" vroeg ze.
"Mijn fiets toevertrouwen aan die ploert.
Begrijp gewoon niet waarom Mesjeu Gaston die gozer infeite in dienst houdt.
Heb je soon mooie kémping, haal je dat naar beneje door hier zo'n mafketel te late rondlopuh.
Mot je die gozer nou es zien?
Met dat vieze lange haar, die fuile short en dan die gemene tatoeages.
Mocht ik hier baas zijn, dat tuig mocht hier meteen opzoute, goed gewete."
"Ah kom, begin je ook al?" zei Jessie.
Haar ogen schoten vuur terwijl ze Guus met een nijdige blik aankeek.
"Alsof die jongen minder zou zijn omdat hij tatoeages heeft en lang haar?
Al die stomme vooroordelen, daar krijg ik echt het vliegend schijt van!
Zonder Jeremy liepen we nu nog langs de weg te zweten met volgepakte fietsen en een platte band."
"Nou je mot me niet gelofe hoor." zei Guus terwijl hij zijn schouders ophaalde.
"Maar die Jeremy schijnt een ex-bajesklant te zijn.
En nee, het was niet voor gejatte portefeuille!"
Dan liep hij terug naar zijn eigen caravan met zijn handen op zijn rug.
Die middag was Jessie weer present aan de zwemvijver.

Jeremy liep langs en kwam bij haar zitten.
"Tu eté ou hier soir?" vroeg hij.
"Waar was je gisterenavond?
Ik zat op je te wachten."
"Excuse moi Jeremy.
Maar ik ben niet iemand die zomaar met de eerste de beste het bed induikt.
Dit kan je niet van mij verlangen, echt niet!"
Jeremy schudde het hoofd.
Keek haar aan.
"Je te parlais pas de sexe cher Jessie.
Het was niet de bedoeling om je in bed te krijgen.
Maar gewoon.
Bij maanlicht gewoon wat praten.
Terwijl de krekels hun eeuwige lied zongen."
"Jeremy
Ik...
Allez ja weet je?
Ik hoor nu al allerlei geruchten over je.
Die me in de war brengen."
"Aah ce rumeurs!" zei hij.
"Die geruchten.
Als zou ik in de gevangenis hebben gezeten.
Als zou ik een crimineel zijn.
Als zou ik hier niets anders doen dan de meisjes het hoofd op hol te brengen.
Om hen in bed te krijgen.
En dan nog het liefst van al minderjarige meisjes.
Ik ben een bohemien Jessie.
Ik heb geen familie en zwerf zomaar van hier naar ginder.
Ik heb lak aan conventies en doe mijn eigen zin.
Ik heb geen diploma, zelfs geen vast adres.
Ik beantwoord niet aan de eisen van de hedendaagse maatschappij.
Mais... et alors?
Wat dan nog?
Ik heb nooit ofte nimmer iemand kwaad gedaan Jessie.
Weet je wat het is Jessie?
Ils sont jaloux.
Ze zijn gewoon jaloers.
En weet je waarom?
Omdat zij het lef niet hebben om te doen wat ik doe.
Om gewoon mijn eigen zin te doen zonder dat ik me van niemand iets aantrek.
Gemakkelijk is het niet.
Om te leven zonder de zekerheid van een goed inkomen.
Of de stabiliteit van een eigen verblijfplaats.
Een vast adres.
Soms wou ik zelf ook dat het anders was Jessie.
Want het wordt er ook  niet makkelijker op, om een leven te leiden als het mijne.
Monsieur Gaston heeft me ervoor gezorgd dat ik hier een tijdelijke domicilie heb.
Zodat hij me kon inschrijven.
Zodat noch hij noch ik in de problemen zouden komen bij een eventuele controle op zwartwerk.
Ze worden alsmaar strenger op dat vlak.
En dat met maar één bedoeling.
Om ons allemaal te controleren.
Om ons allemaal in het gareel te houden.
Jou zowel als mij Jessie.
Ik wist echter al heel vroeg.
Dat dit niets voor mij was.
Ik ben ook niet zo opgevoed.

Weet je?
Ik ben eigenlijk in het geheel niet opgevoed.
Ik heb mezelf moeten opvoeden.
Mijn ouders hebben me in de steek gelaten.
Letterlijk.
Ik moest gaan logeren bij mijn oom.
'Tonton Richard'.
Die woonde op een afgelegen boerderij ergens in de Ardennen.
Waar hij me als zijn knechtje behandelde.
Ik moest in de schuur slapen.
Ok, hij heeft me wel veel dingen geleerd.
Die me later van pas kwamen.
Aan de tractor sleutelen bijvoorbeeld.
En aan zijn wagens.
In de schuur stond een oude Renault 4.
Daar mocht ik dan mee doen wat ik wilde.
Dat heeft er toe geleid dat geen enkele motor nog geheimen voor me heeft.
Ik kan zonder problemen en motor van een auto, vrachtwagen of tractor uit elkaar halen en weer in elkaar zetten.
Ook kreeg ik oude boeken van hem.
Die ik dan las elke avond opnieuw.
Dat heeft me de liefde voor het lezen bijgebracht.
Maar het was niet hij die me leerde lezen.
Dat was Amelie.
Zijn dochter.
Zij nam me in bescherming.
Maar dan ging ze studeren.
En was ik helemaal overgeleverd aan de grillen van 'Tonton Richard'.
Die toen nog meer begon te zuipen dan hij eigenlijk al deed.
Daarom ben ik er weggelopen.
Veertien was ik.
Ik wist gelukkig waar ik terecht kon.
In het zigeunerkamp diep in de bossen.
Dat waren mijn vrienden.
Mon potes.
Helaas waren het geen goede vrienden nee.
Door hen heb ik problemen gekregen met het gerecht.
Werd opgesloten in een jeugdinstelling tot aan mijn achttiende.
Dan hebben ze me als een hond op straat gezet.
Moest het zien te overleven, zonder uitkering, zonder werk.
Ik vond werk ja.
In het zwart.
Eerst in een garage.
Bij een uitzuiger van een baas.
Die rotzooide met de minderjarige dochter van de buren.
Ik dreigde ermee met de bewijzen - zelfgemaakte foto's - naar de politie te gaan.
Als hij mijn achterstallige loon betaalde.
"Je te pas d'argent." zei hij.
"Prond ma camionette... Et disparu."
Hij had schrik van mij ja.
De waardeloze garagist.
Nu ja, had ik dan geen geld.
Had ik toch een dak boven mijn hoofd.
Een dak op wielen.
Daar zat ik tenminste droog.
Eerst werkte ik een tijdje in een abdij vlak over de Belgische grens.
De abdij van Orval.
Ik denk wel dat je er van gehoord hebt, hun Trappistenbier is wereldberoemd.
Ik werkte er in het magazijn van de brouwerij en verdiende er goed.
Maar blijkbaar hadden die conservatieve broeders problemen met mijn losbandige persoonlijkheid.
Waarna ik op een dag gewoon in mijn camionette sprong.
En ik westwaarts reed om er aan de kust werk te vinden.
In de horeca.
Heb zelfs in uw land gewerkt, aan de Vlaamse kust.
Man wat een rotmentaliteit hebben ze daar?
Werken en geld verdienen.
Is het enige wat ze kennen.
Ze vallen er nog liever dood dan het even kalmer aan te doen.
Stel u voor dat ze moeten verzaken aan hun status.
Dat ze de schijn niet meer kunnen hoog houden....
Nee echt.
Met zo'n mentaliteit kan ik echt niet om.
Er is zoveel meer in het leven dan geld en status, weet je?"


donderdag 12 juli 2018

Chaleur d'Amour.



Zuid-Frankrijk.
Tijdens een warme zomer zo rond het jaar 2000.
Een klein dorpje even buiten Saint-Tropez.
Ver genoeg van de drukte, van het gewoel, het massatoerisme en de drammerige aanstellerij die hoort bij een mondaine badplaats.
En toch nog dicht genoeg voor de toerist die even weg wil van de drukte en graag verpozing zoekt in de lommerte van een klein Zuid-Frans dorpje.
Hier even buiten het dorp was er een kleine maar gezellige camping.
Voor een prikje kon je er een plek huren om je tent of caravan neer te zetten.
Of je kon een stacaravan of zelfs een kleine chalet huren.
Er was een zwemvijver, een superette en een gezellige bistro.
In en om de camping was er een jonge kerel druk in de weer met de grasmaaier.
Zijn naam was Jeremy.
Jeremy Routarde was een gespierde knaap met een ruig uiterlijk.
Hij kwam van de andere kant van Frankrijk.
Groeide op in een klein dorpje in de Franse Ardennen.
Vlak bij de Belgische grens.
In de schaduw van de abdij van Orval.
Waar hij nog ene poos werkte in het magazijn van de brouwerij.
Tot hij op een dag er de brui aan gaf, in zijn oude Volkswagen camionette stapte om de wijde wereld in te trekken.
Eerst reed hij westwaarts.
Kwam terecht in Boulogne Sur Mer.
Waar hij werkte in een Brasserie in het centrum.
Maar waar het ook niet lang duurde eer hij met zijn werkgever in de clinch lag omwille van niet betaalde overuren.
Daarna probeerde hij het even aan de Vlaamse kust waar hij werkte in een hotel in Koksijde.
Maar na één week pakte hij al zijn biezen omdat hij de tirannie van de hotelbaas die zijn personeel voor het minste de huid vol scholdt niet langer kon verdragen.
Dan keerde hij maar terug naar Frankrijk.
Waar hij het land door zwierf met zijn oude camionette.
En overleefde door allerlei baantjes aan te nemen.
Van wijnplukker over schaapsscheerder tot hulpje in een kaasmakerij.
Zo kwam hij in het dorpje Ramatuelle terecht.
Waar hij meteen aan de slag kon op Camping Soleil Du Midi als 'manusje van alles'.
Het beloofde druk te worden want het was vrijdag en het begin van de zomervakantie.
Dus alles moest er piekfijn uitzien.
Het zweet liep over Jeremy's lichaam.
Hij was bruingebrand door het vele buitenwerk, niet zelden in ontbloot bovenlichaam.
Jeremy was een harde werker.
Al vond hij nu dat het toch even tijd was voor een pauze.
Hij nam een pakje sigaretten uit de achterzak van zijn short en stak er één op.
Leunde tegen een boom.
En genoot van de zon.


Het beloofde een warme dag te worden.
De eerste toeristen kwamen zich aanmelden.
De meesten van hen waren gezinnen met kinderen.
Velen van hen waren Fransen, maar ook veel Nederlanders en Belgen vonden de weg naar de camping.
Zo ook de familie Verstraete.
Na een lange rit bereikten ze in de voormiddag eindelijk hun vakantiebestemming.
Camping Soleil Du Midi.
Erwin Verstraete was ploegbaas in het atelier van een gekend bedrijf dat keukens op maat levert.
Een man die leefde voor zijn werk en zijn gezin.
Een man getekend door een ellendige jeugd.
Kreeg meer slaag dan eten bij wijze van spreken.
Maar hij nam zich voor om het zelf anders te doen.
Hij huwde met Caroline Stalpaert, een meisje dat hij nog kende van school.
De enige die hem begreep en een luisterend oor schonk.
Het koppel kreeg drie kinderen.
Jessie 17 jaar, Jens 12 jaar en dan was er nog het oudste kindje.
Jana zou er nu 20 zijn.
Was ze destijds  niet in die zwemvijver verdronken tijdens een huwelijksfeest.
Wat er meteen toe leidde dat Erwin definitief brak met zijn familie nadat ze hem en zijn echtgenote verweten niet voor hun kind te kunnen zorgen.
Wat een grote leugen was, want het was de zoon van zijn oudere broer Eddy - diegene die de hardste verwijten naar Erwins hoofd slingerde - die zijn nichtje meenam naar de tuin, waarna hij haar uit het oog verloor omdat voetballen met de andere neefjes hem ineens veel leuker leek.
Erwin stortte zich op zijn werk in het atelier.
En op de vele jobkes die hij deed, vooral in het zwart dan.
Tot die dag dat hij een zware hartaanval deed.
"Doe het toch eens wat rustiger aan," opperde Caroline.
"En laat ons eens samen op vakantie gaan.
We zijn nog nooit verder geweest dan een weekendje aan zee, of een midweek in Center-Parcs.
Ik weet dat de dood van Jana je pijn doet.
Maar je hebt nog twee kinderen hé."
Erwin ging overstag.
Een collega had een caravan, maar doordat die nu met zijn rug sukkelde zat vakantie er voor hem niet in.
Ook al had hij een verblijf geboekt voor twee weken op een Zuid-Franse camping, maar hij slaagde erin om deze te laten overboeken op naam van zijn collega Erwin.
"Omdat ge zoveel voor de ploeg en ook voor mij persoonlijk gedaan hebt." zei Karel Deweert.
"Ge gaat het u niet beklagen.
Camping Soleil Du Midi is een prachtige plek om te kamperen.
Dicht bij het strand, dicht bij Saint-Tropez, grote zwemvijver, speeltuin, animatie voor de klein mannen.
Oh ja, doe de groeten aan Guus Kuijer uit Hendrik-Ido-Ambacht. 
Staat gewoonlijk rond dezelfde tijd op de camping samen met zijn echtgenote Geertrui en hun kinderen.
Zeer aimabele mensen, altijd hulpvaardig, vooral naar onervaren campinggasten toe.
Ze zullen je met plezier uit de nood helpen, echt wel."


Toen Erwin achterwaarts de caravan op zijn plaats reed kwam een grote blonde kerel op hen af.
"How wacht effe," zei hij.
"Even terug naar vore, anders zit ie zo in de haag."
"Jullie spreke toch Nederlands hoop ik hé?"
"Ja hoor," zei Erwin. "Jij moet Guus Kuijer zijn dan. Mijn collega Karel heeft u over u verteld."
"Oh, je bent een collega van Karel, oh ben ik effe blij sjeg. Ik dacht al effe dat we de hele fakantie naast wildvreemden zouden motten staan.
Nou niet dat ik daar wat tegen heb, maar ja als je zo het eige cempingvollek gewoon bent is dat altijd effe wennen hé!
Nou sta me toe mezelf even voor te stellen. Ik ben Guus Kuijer, met de K van koe en de rest hangt er gewoon onder," zei Guus die dit grapje na honderden keren verteld te hebben nog altijd grappig leek te vinden.
"Is dit de eerste keer dat jullie gaan kamperuh?"
"Eigenlijk wel ja." zei Erwin.
"Oh leuk, nou je deed het anders best wel goed met de kérévén mot ik zegge.
Behalve dan dat achteruit rije, maar bij mij heb het ook effe geduurd eer ik het echt goed onder de knie had hoor."
"Ik rij beroepshalve met heftrucks en heb thuis een eigen bestelwagen, een Mercedes Sprinter," zei Erwin.
"Soo! als je daarmee al kan rije, nou dan begrijp ik het wel."
Terwijl Erwin aan het kletsen was met de Nederlandse buurman tussen het losmaken van de caravan door, begon Caroline meteen met het uitpakken en maande ze de kinderen aan om wat te helpen.
Meteen werd alles uitgepakt in in de kasten geladen.
Jessie trok meteen haar bikini aan, wat meteen de aandacht trok van Guus Kuijer.
Ze stond te popelen om naar de zwemvijver te gaan.
En Jens die sloot meteen vriendschap met Jelle en Joren, de zoontjes van Guus.
"Late we gaan foetballuh!" riep Joren.
"We doen een België - Nederland, ken je goed keepuh? Onze Belse makkers hebben niemand om in het doel te staan?" hoorden ze Jelle zeggen terwijl de drie kwajongens tussen de caravans verdwenen.
Caroline zag dat het goed was.
Eindelijk zou haar zoon eens wat anders doen dan een hele vakantie voor die TV of aan de computer te zitten.
Ook Jessie trok er op uit.
"We eten wel om zes uur hé," zei Caroline tegen nog haar dochter.
"En hou tussendoor ook even je broer in het oog," voegde ze eraan toe.

Jessie stapte naar de zwemvijver.
Schudde haar blonde krulhaar wat los en keek voor zich uit met haar helblauwe vranke ogen.
"Zouden hier veel knappe gasten zitten?" vroeg het meisje zich af.
Het kriebelde in haar buik.
Jessie was een zeer intelligent meisje.
En een uitmuntende studente.
Deed goed haar best op school.
Had toekomstplannen.
Dat haar gezondheid daar een grote domper op legde deerde haar niet.
Jessie werd geboren met een aangeboren hartafwijking.
Een groot deel van haar jeugd bracht ze door in klinieken.
Ging naar het buitengewoon onderwijs, vooral omdat ze haar daar de begeleiding konden geven waar ze als kind nood aan had.
Dat was ook de reden waarom lange vakanties er niet inzaten.
Tot ze twee zware hartoperaties onderging, gevolgd door een lange periode van revalidatie. De laatste vond plaats na haar vijftiende verjaardag.
Sindsdien leek het beter te gaan met haar.
Ze kon eindelijk naar een gewone school, en behaalde daar zelfs goede resultaten.
Kon doen wat elke jonge tienermeid deed.
Lachen, giechelen, op stap gaan met haar vriendinnen.
Een eerste vriendje.
Die ze al snel dumpte omdat ie 'te kinderachtig' was.
Met een meisje zoals Jessie die ooit door het oog van de naald kroop moet je niet met oppervlakkigheden afkomen.
Toen ze twaalf was ging het zeer slecht met haar.
Even leek het er op dat ze haar dertiende verjaardag niet zou halen.
Maar dankzij de tussenkomst van een Nederlandse professor kon ze meteen opgenomen worden in een ziekenhuis in Amsterdam waar ze meteen een zware operatie kon ondergaan.
Dit redde haar leven
Jessie kwam bij de zwemvijver.
Haalde haar handdoek uit haar rugzak en legde die op de kiezelsteentjes aan de rand van de vijver.
Het water lonkte.
Zag er heerlijk uit.
Maar Jessie wist dat ze moest opletten met koud water.
Omwille van haar hartkwaal.
Ze twijfelde.
Keek om zich heen.
Veel knappe gasten waren er niet.
Veel gezinnen met kinderen, dat wel.
Veel jonge vaders.
"Het valt toch wel een beetje tegen," dacht ze telerugesteld.
Wat droomde ze van zo'n heerlijke zomerliefde zoals in de films of in de boeken.
Een knappe bruingebrande kerel die haar uitnodigde voor een wandeling naar het strand.
Een passionele kus in de branding.
"Ach ja," dacht ze.
"Het is MAAR film.
Zo'n dingen gebeuren niet in het echt."

Jessie lag op haar buik.
Het bovenstukje van haar bikini had ze losgeknoopt, waarna ze haar slanke ietwat frêle lichaam had ingesmeerd met zonnecréme.
Ze las een boek.
Niet zomaar een boek.
Maar Dante's Inferno.
Ze moest het boek lezen op school omwille van een boekbespreking.
Maar ze vond het zo goed dat ze het meenam op reis om het nog eens te lezen.
Ook de andere twee boeken die ze meehad waren niet van de minste.
Ulysses van James Joyce en Bonjour Tristesse van Françoise Sagan.
Jessie was een boekenwurm.
Boeken waren haar enige troost tijdens de lange dagen in het ziekenhuis.
Of in het revalidatiecentrum waar ze  herstelde van haar laatste operatie.
Kinder of jeugdboeken boeiden haar intussen al lang niet meer.
De boeken die Mr Vanderzande, de leraar Nederlands aanraadde of zelfs op de verplichte boekenlijst zette des te meer.
Ineens schrok ze op.
"Mes ça c'est bien ca," hoorde ze ineens iemand zeggen.
"Un jeune fille qui lire."
Jessie rechtte zich.
Greep naar haar bovenstukje, maar dat viel nu echt op de grond.
De jongen die zich naast haar zette had nu wel zeker haar borsten gezien.
"Un peu timide?
Beetje verlegen meisje?" Vroeg Jeremy plagerig.
Jessie's gezicht kleurde knalrood.
"Oui," stamelde ze.
"Heb wel meer gezien dan dat hoor meisje." zei Jeremy in een poging om haar gerust te stellen.
"C'est la midi tu sais.
Dit is Zuid-Frankrijk.
Hier gaat het er wel wat vrijpostiger aan toe dan bij jullie in het kille noorden.
On a tous neé a poile.
We zijn allen naakt geboren."
"Tu ais raison," zei Jessie.
"Je hebt gelijk."
Jessie kwam recht en ging naast Jeremy zitten.
"Je m'appelle Jessie et vous?" vroeg ze.
"Jeremy," stelde de bruingebrande knaap zich voor.
Hij nam één van haar boeken.
"Je hebt smaak Jessie," zei hij terwijl hij het boek van Françoise Sagan vastnam en bekeek.
"Merci," zei ze.
"Maar weet je.
Een boek leer je pas echt begrijpen als je het in de oorspronkelijke taal leest.
Het scherpt ook je taalgevoel.
Ik heb stapels Engelstalige boeken liggen.
Naast natuurlijk ook veel Frans werk, ik ben Fransman en dus ook behoorlijk chauvinist weet je."

Jessie en Jeremy raakten aan de praat.
Ze praatte over haar studies en haar toekomstplannen.
Jeremy luisterde geboeid.
Jessie voelde het warm worden in haar hartje.
Keek de bruingebrande Jeremy in de ogen.
"Van waar ben jij?" vroeg ze.
"Ik woon hier," zei Jeremy.
"En werk hier op de camping.
Eigenlijk zou ik nu opnieuw aan het werk moeten zijn moet je weten.
Maar het is zo fijn bij jou Jessie.
Vous ete un tres belle fille."
"Tot hoe laat werk je?" vroeg Jessie.
"Oh, dat hangt er van af.
Nu is het wat druk.
Mensen helpen om zich te installeren, vanavond wat helpen in de bistro.
Je kan altijd eens langskomen als je wil, voor een drankje of een hapje."
"Ik eet vanavond bij mijn  ouders bij de caravan.
En ik denk niet dat vader en moeder het leuk zullen vinden als ik 's avonds nog rondloop."
"Il sont un peux conservative vous parents hein?"
"Vooral bezorgd," zei Jessie.
"Ze waren me bijna kwijt weet je?
Aangeboren hartziekte.
Heb veel in het ziekenhuis gelegen als kind en jonge tiener."
"Waar je dan het ene boek na het andere verslond.
Waar of niet?" vroeg Jeremy.
Jessie knikte.
Hij keek haar aan.
Raakte haar linkerhand aan die op haar knie rustte.
Zag de pretlichtjes in haar oren.
"Je vue etre avec toi cé soir cherie," zei hij.
Dan stond hij recht en was hij weg.
Jessie zag hem verdwijnen.
In zijn short en de slippers aan zijn voeten.
Ze keek hem na.
Zou ze durven?
Of nee, misschien toch liever niet?

zondag 8 juli 2018

Het gruwelijke schouwspel.



Nieuwpoort den achtsten Juli 1680
Ik heb er jaren over gepeinsd of ik dit zou opschrijven of niet.
Het is iets dat al sedert mijnen prille jeugd door mijn memories blijft spoken.
En waar ik met slechts zeer weinig mensen over kan spreken.
Maar mensen al te lande, menschen al tegare.
Ook al zijn er enigen jaren verstreken tussen het schrijven van mij en het lezen van u.
Het is goed dat gij beseft wat er in den jaren 1600 na Christus gaande was in het Graafschap Vlaanderen.
Ik ben den zoon van een zeer gerespecteerd koopman uit het Antwerpse die na vele omzwervingen en rondreizen zich in Nieuwpoort had gevestigd alwaar hij trouwde met een plaatselijke schone van goede komaf.
Nieuwpoort was voor hem goed gelegen om handel te drijven in wol uit Engeland en vlas en linnen uit het Vlaamsche land, meer bepaald uit den streek tussen Ieper en Kortrijk.
Hij kocht in de Ieperse lakenhallen grote partijen linnen en die verkocht hij dan in Engeland.
Met de opbrengst kocht hij dan wol en die voerde hij dan in in Vlaanderen.
Dit zorgde ervoor dat ik in welstand en in betrekkelijke weelde kon opgroeien.
Mijn vader was een zeer ‘erudiet’ ende belezen mens met grote interesse in kunsten en wetenschappen. Ook de natuur en al zijn wonderen interesseerden en intrigeerden hem mateloos.
Achter in de mooie patriciërswoning vlakbij het marktplein in Nieuwpoort had mijn vader een mooie kruidentuin.
Met die kruiden experimenteerde hij graag.
Hij maakte er allerlei aftreksels van. Op basis van alouden receptuur die hij vond in de vele boeken die hij in zijnen bibliotheek liggen had.
Boeken nog van zijnen vader en grootvader. En die hij op allerlei markten en beurzen had gekocht. Maar ook mondeling overgedragen recepturen die hij verkreeg door de vele volkse vrouwen die hij uitnodigde. Vaak stokoude maar zeer levenswijze vrouwmensen met gezond boerenverstand en een enorme kennis van de natuur en zijnen rijke planten en dierenwereld.
Wijsheden die van generatie op generatie werden overgedragen.
Die recepturen schreef hij zorgvuldig op en hij experimenteerde er volop mee. Het bracht hem tot zeer interessante inzichten.
Maar we mochten daar met niemand over spreken.
Want de Spanjaarden en vooral de Clerus mochten hier niets van weten.
Het was voor hen eenen gruwel dat leken zich met deze wetenschappen inhielden.
Vader verfoeide de Clerus.
Hij haatte hun praktijken waarmee zij het volk dom wilden houden.
Liever dan hen inzichten te geven die hen hielpen om hun lichaam gezond te houden en ziekten te bezweren. Lieten ze de gewone mensen heiligen aanroepen tegen allerhande kwalen en ziektes.
En maakten hen wijs dat die heiligen hen daar vanaf hielpen.
Eeuwenoude kennis van heelkrachtige planten werd in de ban van de kerk geslagen als zijnde aanzet tot hekserij ende ketterij.
Vader hield alle oude recepturen zorgvuldig bij.
Als Humanist en overtuigd verdediger van wetenschap en kennis vond hij dat het zijn plicht was om deze kennis met zorg ende zorgvuldigheid te bewaren.
Eén van de ‘wijvekens’ die regelmatig in vaders studiekamer kwam heette ‘Jeanne Panne’.
Zij was een bakkersvrouw met een meer dan buitengewone kennis van medicinale kruiden. Maar dit bezorgde haar een zeer slechte reputatie.
Eén die haar eigen vader op de brandstapel deed belanden wegens ‘tovenarij’.
Vader herinnerde zich die geschiedenis nog en was dan ook zeer geïnteresseerd toen Jeanne de manuscripten en recepturen van haar vader meebracht
Ik zie mijn vader nog zitten, gebogen over deze vellen papier.
"Interessant, zeer interessant", murmelde hij zachtjes.
De dagen erna was hij weer bezig met het mengen van allerlei aftreksels en het brouwen van allerhande drankjes.
Vaak mocht ik hem daarbij helpen.
Het was best wel een interessant en leerzaam werk.
Vader moedigde me aan om mij met dit soort dingen bezig te houden. En al vroeg duwde hij me met mijn neus onder de boeken, ik las boeken in het Frans, Nederlands en het Latijn.
‘Kennis is macht’ drukte hij me altijd op het hart.
Hij had gelijk.
Maar ik was ook een gewone kwajongen die al eens kattekwaad  durfde uit te halen, en die al eens tegen vaders wil durfde ingaan.
En het zou net dat zijn dat mijn kijk op het leven en op hoe mensen met elkaar omgaan zou veranderen.
Dat vrouwtje dat regelmatig bij vader over de vloer kwam, ze werd opgepakt en beschuldigd van hekserij.
Iedereen in de stad sprak over Jeanne Panne en haar zogezegde verbond met ‘den duvel’.
Vader vond het een gruwel.
Ze martelen haar om haar tot bekentenissen te dwingen.
Dan moet ze die herhalen en dan schrijven ze dat ze bekende ‘vry ende zonder tortuur’…
Zo kan ik ook mijn gelijk halen hé zeg.
Er volgde een proces en Jeanne werd veroordeeld tot de brandstapel.
In vaders ogen was dit een zoveelste schande.
Een daad van onmenselijkheid, meer kon vader er niet van zeggen.
Den 16de Mei van het jaar onzes Heeres 1650 zou het gebeuren.
Iedereen in de stad sprak ervan;
“Ze verdiend niet beter die ‘vulle hekse!!”, “ze kan nie genoeg afzien," “dat ze meugt verder brand’n in ‘d helle”…
Dat het gepeupel zo sprak was al erg, maar ja zo zei vader. "’t Gewoon volk weet van niet beter”.
Maar dat zelfs notabelen. Mensen die onderwijs hadden genoten, zich inlieten met dergelijke praatjes.
Dat ergerde hem enorm.
Toen wendde hij zich tot mij.
“Gij blijft thuis de 16de Mei.
Ik wil niet dat gij u gaat verlagen tot dergelijk immoreel gedrag en u tussen dat joelende ‘gemeen’ gaat mengen, hebt gij mij begrepen mijn zoon?"
“Ja Vader…  " Zei ik vol eerbied.
Maar nogmaals… Ik was een kwajongen, en nieuwsgierig.

Die dag was het ongemeen druk in Nieuwpoort.
Mensen van overal kwamen naar de stad om de verbrandinghe eener hekse bij te wonen.
Nog voor de stadspoorten open waren stonden ze in dichte drommen te wachten in de vroege morgen.
Dat wisten we van Marietje, onze keukenmeid. Wiens echtgenoot als ‘poorter’ aan de slag was.
Ze kwamen van Ramskapelle, St-Joris, Pervijze, Wulpen, Oostduinkerke, Koksijde, Veurne, Oostende. Zelfs vanuit Brugge, Duinkerke, Kortrijk en zelfs Rijsel kwamen vele mensen om de terechtstelling van Jeanne Panne bij te wonen.
Het was dan ook druk, zeg maar over de koppen lopen in de stad.
De herbergen zaten vol en overal was er vertier.
Er waren vuurspuwers, minnestrelen, waarzeggers, kwakzalvers, kooplui en anderen die van die volkstoeloop een graantje wilden meepikken.
Stiekem glipte ik langs de dienstingang van onze woning naar buiten.
Terwijl vader met enige van zijn vrienden aan het discussiëren en filosoferen was over kunsten en wetenschappen.
En de eeuwigdurende oorlog tussen De Nederlanden en Spanje aan het bespreken waren, bij een kroes wijn.
Was ik eruit getrokken.
Ik vergaapte aan die drukte aan het gewemel en geroezemoes.
Ik zag mensen zuipen en schransen, er werd een ‘zwientje’ geslacht en het bier, de wijn en de brandewijn gingen vlot binnen. En overal weerklonk er muziek, gelach en gejoel.
De massa bewoog zich naar het marktplein.
Daar drumde iedereen samen rond de brandstapel.
Een enorme hoop hooi, takken en kreupelhout met in het midden een paal.
Hierop zou deze ongelukkige vrouw vastgebonden worden.
Soldaten met enorme hellebaarden hielden de wacht en poogden het gepeupel op enige afstand te houden.
Plots weerklonk er hoefgetrappel.
Uit een zijstraat zag ik ruiters op prachtige paarden naar de markt toe rijden.
Erachter was er een kar met een kooi getrokken door een stevig boerenpaard.
Daarin zat ze.
Jeanne Panne.
Beschuldigd van hekserij, tovenarij en gemeenschap met de duivel.
Het volk riep, joelde, schold en schimpte.
Ze gooiden met stenen en andere projectielen naar de angstige vrouw in de kooi.
“Vuulle hekse,” “krapuul,” “brand’n moeie doen," “in ’t vier me joen" “smeirige toveresse," “duvelsgebroed… " Eindeloos, eindeloos.
Ik schrok van die grimassen, van die ogen vol haat.
Niet alleen volwassen mannen en vrouwen. Maar ook kinderen toonden zich van hun laagste en wreedste kant.
Dan werd het vonnis voorgelezen.
“Jeanne Panne, geboren Johanna De Deyster. Gij wordt veroordeeld tot den dood deure 't vier wegens hekserij, tovenarij ende het sluiten van eenen verbond met Satan.”

Dan werd ze aan de paal bovenop de brandstapel vastgebonden.
Angst stond in haar ogen te lezen.
Ze wist wat haar te wachten stond.
De beul stak het vuur aan.
De massa begon te drummen en zo werd ik mee tot helemaal van voren gedreven.
Tot bij de soldaten met hun dreigende hellebaarden.
Ik zag hoe het vuur aangestoken werd.
Hoe de vlammen het hooi en het kreupelhout verteerden.
En daarna haar kleren.
Ik hoorde haar schreeuwen.
Het ging door merg en been.
De menigte joelde en schreeuwde.
Ze schreeuwden van vreugde.
Terwijl daar een mens de wreedste en vreselijkste pijnen doorstond.
In een hoog oplaaiend vuur waarvan de verzengende hitte voelbaar was op de plaats waar ik stond.
Toe doofde het vuur.
Jeanne’s lichaam hing slap aan de paal.
Je kon haar gesmoorde gekreun nog horen.
Ze was nog niet dood.
Ze moet vreeselyk afgezien hebben.
Ze werd van de paal gehaald en een haak werd door haar benen gestoken.
Zo werd ze vanachter aan een paard vastgebonden en weggebracht.
De hellebaardiers dreven ons achteruit.
Het was een vreselijk beeld.
De geur van verbrand vlees… Mensenvlees!
Haar gesmoorde kreten van vreselijke mensonterende pijn.
Ik keek in haar ogen vol doodsangst.
Ik was er ziek van.
Doodziek.

Diezelfde avond.
Vader was erop uitgekomen dat ik toch stiekem naar buiten was geglipt.
Ik was ziek van wat ik gezien had.
Moeder had me in bed gestopt en gaf me een kruidenmengseltje om weer op positieven te komen. En liet me dan rusten.
Toen kwam vader de kamer binnen.
Hij stapte met stevige tred naar mijn bed.
Hij keek me strak aan, ik zag zijn blik, zijnen lange grijze baard.
Ik verwachtte me aan een stevige uitbrander.
Ik durde hem niet aan te kijken.
Maar toen streek hij me door de haren.
“’t Is geen prettig schouwspel hé, zo’n terechtstelling op den brandstapel.”
“Nee Vader… " Antwoordde ik bedeesd.
“Begrijp je nu waarom ik niet wilde dat je naar buiten zou gaan vandaag? Waarom ik liever niet had dat je je tussen dat ‘gemeen’ zou gaan mengen. Dat je getuige zou zijn van deze bloedige wreedheid?"
“Ja Vader…  " Antwoordde ik nogmaals.
“De Inquisitoren teren op de angst en de neiging tot wreedheid van de menschen om zo hun bloedwetten erdoor te kunnen drukken.
Ze maken mensen bang van dingen waar ze niet bang van hoeven te zijn.
Ze verzinnen verhalen over verbintenissen met den Duvel en ander volksgeloof over vervloekingen en ketterij. Om zo de mensen bang te maken van dingen die ze niet kennen, zoals de eeuwenoude kennis van kruiden en medicijnen om te genezen.
Zo hebben zij en zij alleen die kennis en ook de macht om het volk wijs te maken wat ze maar willen.
Zo blijven de mensen arm en behoeftig, en leven zij voort in de ellende die zij hun hele leven al kennen.
Ze spuwen op een vrouwken als Jeanne Panne, terwijl zij net de mensen wilde helpen.
En eten uit de hand van diegenen die hen dom houden… ”

Ach menschen lief.
Ik heb lang aan deze gruwelycken dag gedacht, en ook aan de wijze woorden van mijnen vader.
Het maakte dat ik kritisch ben gaan nadenken over hoe de Clerus de bevolking om de tuin aan het leiden is.
Hoe zij de mensen bang maken voor hel en verdoemenis, voor duvels ende demonen, voor heksen en tovenaars.
In plaats van de oorzaak van ziekten te zoeken in hun lichaam en wat zij eten en drinken.
In plaats van de oorzaak van het afsterven hunner veestapel te zoeken bij het slechte drinkwater.
Steken zij de schuld van hunner miserie op heksen ende duvels.
Steeds weer opnieuw en opnieuw.
Met steeds weer diezelfde gruwelijke gevolgen als deze die ik als jonge knaap zag die ene vreselijke dag.
Hoe kan er zo ooit een einde komen aan die reeks van ziekten ende plagen die onze gewesten blijven teisteren?
De kennis die mijn vader op mijn overbracht hebben mij ertoe aangezet om voor arts te studeren.
Maar ik heb tijdens mijnen studie en lang erna veel moeite gehad met het keurslijf waarin men mij wilde dwingen.
Ik was geen arts in dienst van de wetenschap, maar in dienst van de clerus.
Zij bepaalden wat ik mocht leren, hoe ik mensen moest behandelen en wie ik wel of niet mocht behandelen.
Ik had het er moeite mee.
Daarom heb ik al gepeinsd om uit te wijken naar Amsterdam.
Waar men veel opener van geest is.
Maar ik wil anderzijds nog steeds in dienst staan van de mensen, van het volk.
Maar stuit steeds weer op tegenwerking en vooroordelen.
Zelfs tegen mij lopen beschuldigingen van hekserij en tovenarij. Omdat ik me inlaat met kruiden en andere geneeskrachtige planten.
Maar ze kunnen alsnog niks bewijzen.
En als ze iets willen ondernemen, dan zal ik spoedig mijnen biezen ende valiezen pakken en maken dat ik veilig en wel in Amsterdam zal zijn.

Beste lezer…

Ik hoop dat mijn getuigenverslag, u tot nadenken zal stemmen.
Bijgeloof, angst, onwetendheid.
Het is den oorzaak van vele verschrikkelijken drama’s ende veel leed.
Hoevele menschen zijn er al niet veroordeeld voor dingen waar zij geen uitstaans mee hadden.
Er sterft vee, menschen hebben last van allerhande kwalen ende ziekten, mannen worden tijdelijk onbeschikbaar ende impotent.
Op wie steken ze de schuld?
Op een man ofte vrouw die zich anders gedraagt, er andere meningen op nahoudt. Op hij of zij die niet ter kerke gaat, teruggetrokken leeft, zich afzondert van de gemeenschap, met kruiden en allerhande vreemde rituelen en gebruiken bezig is.
Al wat onbekend is, is verdacht.
Terwijl dat nergens voor nodig is.
Het is daarover dat ik u wil laten nadenken lieve menschen.
Laat u niet leiden door onwetendheid.
Maar wees kritisch tegenover al wat me u wil wijsmaken.
Ik wensche anoniem te blijven, want ik weet dat de inquisitoren niet mals zullen zijn voor mijnen afwijkende ende rebellerende meningen…

Ja lieve bloglezer…
Dit fictieve verhaal, ooggetuigenverslag gaat over de verbranding van Jeanne Panne in 1650 in mijn thuisstad Nieuwpoort.
Ik probeer hier weer te geven hoe een omstaander deze gebeurtenissen zag en hoe hij erover dacht.
Uiteraard ging het over iemand die zich boven het sadistische verkneukelen van de goegemeente wist te verheffen.
Die niet al likkebaardend en kwijlend stond toe te kijken hoe een vrouw op de wreedste en gruwelijkste manier aan haar einde kwam.
Maar die mede door zijn opvoeding kritisch stond tegenover hetgeen er rond hem gebeurde.
Angst, onwetendheid, vooroordelen.
Ook in de zeventiende eeuw heeft het tot veel ellende en nodeloos bloedvergieten geleid.
Wat waren die heksenvervolgingen eigenlijk meer dan het elimineren van mensen die er andere ideeën en gewoonten op nahielden dan welke de Katholieke Kerk voor ogen had.
Alleen de kerk mocht nog het monopolie hebben op geneeskunde, op wetenschap,op kunst.
Op alle facetten van het leven.
Wie daarvan afweek of daar kritiek op had. Die werd het leven onmogelijk gemaakt en indien het kon, meteen geëlimineerd.
Galileo Galilei werd veroordeeld en opgesloten omdat hij tegen de leer van de kerk in durfde te stellen dat de aarde rond de zon draaide en niet andersom.
Dat kon niet. “Niemand stelt onze leer in vraag!!!”
Maar we zouden net blij mogen zijn dat er mensen waren die de leer en de moraal van de Katholieke Kerk in twijfel en zelfs in vraag durfden stellen.
Want zonder deze mensen zouden we nu nog heiligen aanroepen voor allerhande kwalen.
Zouden we nog altijd denken dat de Aarde plat is en de zon rond de Aarde draait.
Zouden we slavernij nog steeds normaal vinden en geslachtsziekten nog steeds als een straf van God beschouwen ipv als ziekten die je net als andere ziekten kan en MOET behandelen.
Net het toelaten van andere meningen kan tot inzicht, kennis en wederzijds begrip leiden.
Er is niets zo gevaarlijk als een groep of partij die claimt dat hun waarheid de enige waarheid is.
Niets… Behalve dan onwetendheid en een gebrek aan kritisch inzicht in wat er om ons heen gebeurt.
Onwetendheid en angst voor het onbekende heeft geleid tot heksenvervolgingen, ‘pogroms’, de Kristalnacht, homofobie en andere vreselijke dingen waaraan onschuldige mensen ten prooi vielen.
Daarom... WEES KRITISCH!
Geloof niet zomaar alles wat de media u wijsmaakt.
Geloof niet zomaar wat politici, van welke strekking verkondigen.
Maar blijf zelf nadenken.
Leer uzelf aan om meerdere bronnen te raadplegen.
Ook bronnen in andere talen.
De meesten van ons zijn het Frans, Engels of zelfs het Duits machtig.
Dit zijn tevens zowat de belangrijkste talen op vlak van media, alsook zowat de talen waarin de grote literaire meesterwerken geschreven zijn.
DOE DAAR IETS MEE!

Want nog altijd is er veel onwetendheid.
Nog altijd zijn er machtige lui die ons zand in de ogen willen strooien.
Nog altijd is er veel kaf tussen het koren, en leest een mens de grootste onzin verpakt als ernstige of zelfs wetenschappelijk onderbouwde artikels.
Nog altijd lees je de meest onwezenlijke complottheorieën en de schabouwlijkste onzin die een mens zich kan indenken.
En ja, ook die schabouwlijke onzin richt zich tegen mensen die zich amper kunnen verdedigen.
Armen, zieken, werklozen, vluchtelingen.
Maar altijd mensen zoals u en ik.
Nog altijd voedt men de angst en haat die in elke mens - ja ook in u - aanwezig is.
Maar weet dat kennis en inzicht de beste wapens zijn tegen angst en haat.
Men zegt niet voor niets... KENNIS IS MACHT!
Daarom, maak van het verwerven van kennis en inzicht je levensdoel.


zondag 15 april 2018

Verboden hartstocht (slot)


Brecht Daniëls lag op de afdeling intensieve zorgen.
De jongen kroop letterlijk door het oog van de naald.
Ze hadden net niet zijn hersens ingeslagen.
Maar het scheelde echt niet veel.
Hij had een zware schedelbreuk.
En de dokters maakten zich grote zorgen.
De vraag was niet zozeer of hij deze aanval zou overleven, want zijn toestand was infeite wel stabiel.
Maar de vraag was... HOE?
De vrees voor blijvende letsels was groot.
Dat maakte dat zijn moeder Hilde Hemmerechts zich grote zorgen maakte.
Ze zat naast het ziekenhuisbed waarin haar zoon lag.
Met allerlei draadjes en buisjes verbonden aan machines die zijn ademhaling en hartslag bewaakten.
Intussen stond Hafna bij de ingang te wachten.
Alleen naaste familie mocht op bezoek in de afdeling intensieve zorgen.
Maar Hilde liet weten dat Hafna maar naar haar moest vragen aan de balie van het ziekenhuis.
Een zuster riep Hilde die meteen naar Hafna toeliep.
Ze keek Hafna aan.
"Kom maar mee," zei ze zacht.
Hafna durfde Hilde nauwelijks aan te kijken.
Het was immers door haar onbezonnen plan dat Brecht hier nu in de kliniek lag.
In coma na een zware schedelbreuk.
"Ga maar even naar hem toe," zei Hilde terwijl ze zacht over het meisje haar rug wreef.
Hafna stapte de kamer in.
Zag Brecht daar liggen in het bed verbonden met allerlei buisjes en draden.
Ze knielde.
Tranen liepen over haar wangen.
Hafna trilde over heel haar lichaam.
"Schatke," zei ze met trillende stem.
"Wat hebben ze met u gedaan?"
Ze keek hem aan.
Streelde zacht zijn gezicht.
Haar trillende lippen op de zijne.
Haar tranen van haar wangen op de zijne.
"Schatke, ge moet vechten.
Hoort ge me?
Vecht schatke, maatke.
Ik wil u niet kwijt.
Zonder u... IS MIJN LEVEN NIKS!"
Hilde keek van achter de deur toe.
Besefte dat dit frêle schuchtere meisje echt wel van haar zoon hield.
Met heel haar hart.
Ze liep de kamer binnen.
Weer streelde ze zacht over Hafna's rug.
"Meisje," zei ze zacht.
Hafna keek op.
Maar dan meteen naar de grond.
Uit diepe schaamte.
"Het is allemaal mijn schuld," zei ze met gebroken stem.
"Nee Hafna.
Dat is niet.
Je twee broers zijn hier schuldig aan.
Jij niet.
Jij houdt van hem.
En hij van jou.
Jij bent zijn laatste hoop Hafna.
Ik wil dat hij je stem hoort.
Misschien dat hij dan... snel ontwaken zal."

Toen Hafna de afdeling intensieve zorgen verliet trof ze beneden aan de ingang van het ziekenhuis haar moeder aan.
Ze liep meteen op haar af en klampte Hafna aan.
"Hafna kind," zei ze.
"Vader!"
"Vader wilde mij dood," zei Hafna.
"Maar het is hem niet gelukt.
Mohammed en Khaled zitten nu opgesloten."
"Nee! Dat is niet waar!
Vader wilde gewoon dat ze je terug meenamen naar huis.
Daarna zou hij zelf beslissen hoe deze ongemakkelijke situatie kon worden opgelost!"
"Moeder, maak jezelf niets wijs.
Hij zei zelf dat hij me zeer zwaar zou straffen als ik hiermee doorging."
"Straffen ja!
Maar niet zo.
Dat was niet wat je vader wilde Hafna!
Kindje ik smeek je.
Ga naar de politie.
Vertel hen de waarheid.
Dat je nooit met de dood bedreigt werd door je vader.
Zij denken van wel.
Dat vader de opdracht gaf aan Mohammed en Khaled om je te doden.
Maar dat is niet.
Khaled was diegene die iedereen opjutte met hetgeen hij hoorde in die nieuwe moskee in de stad, ook je vader.
Die daar al zo gevoelig voor is.
En Mohammed...
Hij had nooit kunnen verteren dat jij wel mocht studeren en hij niet.
Heeft nooit kunnen inzien dat hij dat enkel en alleen aan zichzelf te danken had.
Dat weet je goed genoeg Hafna.
Ik wil dat je dat verklaart aan de politie.
Jij bent onze enige hoop om vader terug vrij te krijgen.
Denk aan je broertjes en zusjes, aan je neefjes en je nichtje.
Wat moet er van hen geworden zijn als vader opgesloten blijft?
Wat moet er dan gebeuren met de winkel?
Onze enige bron van inkomsten."
Hafna rechtte haar hoofd.
"Moeder.
Ik wil getuigen voor vader.
Echt wel.
Maar... "
Hafna slikte, zocht naar haar woorden.
"Dan wil ik een vrijgeleide.
Dan wil ik vrij zijn om bij Brecht te kunnen zijn.
Ik hou van hem.
Brecht leeft.
Die gaat er doorkomen, dat voel ik gewoon.
En als hij erdoor komt.
Dan is dat ook goed nieuws voor Khaled en Mohammed.
Dan is het geen moord of dooslag.
Maar slechts slagen en verwondingen.
Daar kan een goede advocaat iets mee doen.
Dat weet je moeder."
Rachida omhelsde haar dochter.
"Je bent zo'n goed meisje.
Ondanks alles.
Ondanks je wispelturige en rebelse gedrag.
Heb ik altijd alleen maar veek goeds in jou gezien."

Die middag zat Hafna samen met haar moeder en twee van haar broers te wachten in het politiebureau in Koksijde.
Twee agenten kwamen naar buiten, Ali volgde hen.
Rachida vloog haar echtgenoot snikkend om de hals.
"Ben je vrij?" vroeg ze.
"Ja," zei Ali.
"Ik wordt niet langer vervolgd.
Dankzij Hafna."
Ali liep naar haar toe.
Keek zijn oudste dochter in de ogen.
"Chokran," zei hij terwijl hij zijn hand op haar schouder legde.
Het klonk welgemeend.
"Je hebt mijn eer en reputatie alsnog gered door in mijn voordeel te getuigen.
Je wens zal worden ingewilligd.
Zei het zeer tegen mijn zin.
Maar.
Je laat me geen andere keuze.
Weet Hafna... dat je verzoek ook voor jou consequenties heeft.
Want voor mij ben je een gevallen dochter.
Een afvallige!
Je hebt tot morgenavond de tijd om thuis je spullen te komen ophalen.
Daarna... WIL IK JE NOOIT MEER ZIEN!!!"
Dan draaide hij zich om, gunde zijn dochter geen blik meer.
Ze was een afvallige in zijn ogen.
Omdat ze een relatie aanging met een 'khuffar'.
Een ongelovige.
Hafna moest slikken.
Als vastgevroren stond ze voor zich uit te staren.
Dan kwam Hilde binnen en liep op haar af.
"Gaat het meisje?" vroeg ze bezorgd.
Hafna draaide zich om en keek Hilde aan.
"Ik red het wel," zei ze.

TWEE JAAR LATER!
Brecht verbleef in een revalidatiecentrum.
Nu ruim twee jaar na het gebeuren kan hij eindelijk terug lopen.
Weliswaar met krukken.
En erg moeizaam.
Maar het lukte.
Vastberaden stapte hij door de tuin.
Hafna liep naast hem.
Bleef al die tijd aan zijn zijde.
Tijdens de zware revalidatie die hij ondergaan moest.
Ondanks de pijn beet Brecht door.
Koppig.
Vastberaden.
"Laat ons even rusten schatke," stelde Hafna voor.
"Nee, ik ga tot... einde wandel... pad," zei hij moeizaam.
Ook spreken moest hij opnieuw leren.
Zo hard hadden ze hem toegetakeld.
Dokters vreesden ervoor dat hij waarschijnlijk zou verder leven als een plant.
Eén van hen zei dat ze Brecht beter niet gereanimeerd hadden.
Maar Brecht is een vechter.
Of was het Hafna's aanwezigheid die hem aanmoedigde.
Elk vrij moment was het meisje bij hem.
Vaak zat ze naast zijn bed met haar leerboeken.
Om toch maar haar school te kunnen afmaken.
Ze sprak hem moed in, was aanwezig als hij oefenen moest.
Zat bij hem met een bord eten.
En voederde hem letterlijk tot hij weer zelfstandig kon eten.
Ze deed het met een moederlijke zachtmoedigheid.
En een liefdevolle blik in haar ogen.
Hilde was haar enorm dankbaar.
Dat ze er was voor haar zoon.
"Ben zo blij dat gij er zijt meiske.
Zonder uw steun zou ik het niet aankunnen."
Hafna glimlachte.
"Ik doe het voor Brecht," zei ze zacht.
"Ik zie hem graag.
Ik heb voor hem gekozen.
Met heel mijn hart.
IN GOEDE EN SLECHTE TIJDEN!"

Hafna en Brecht zaten op de bank.
Hij had de hele rit uitgelopen.
Ze hielden elkaars hand vast en keken in elkaars ogen.
Blikken vol liefde was het die ze elkaar uitwisselden.
"Ik heb gisteren... gesprek gehad met... dokter" zei Brecht ineens.
"Hij was zeer opgetogen... over vooruitgang... die ik heb gemaakt.
Als ik blijf vorderingen... maken... zoals nu.
Dan mag ik misschien al... volgende maand naar huis."
"Schatke," zei ze terwijl ze hem verrukt aankeek.
Haar ogen straalden en zaten vol leven.
"Da zou fantastisch zijn.
Kunt ge uw leven hervatten.
Een heel nieuwe start.
Voor u.
Voor ons!"
Brecht glimlachte, drukte Hafna dicht tegen zich aan. Ze vleidde haar hoofd tegen zijn borst.
"Hafna, zoetje.
Merci.
Nee echt.
Merci.
Gij hebt mij er... doorgesleurd.
Gij hebt mij letterlijk... overeind getrokken.
Ik weet niet hoe ik dat... ooit kan goed... maken lieverd.
Wat ik wel weet....
Is dat ik u altijd... aan mijn zijde wil.
Weet je waarom... ik er eergisteren... niet was... Hafna?
Ik was weg... met moeder.
Terwijl jij naar... les was.
Zonder jou ...iets te zeggen.
Je wist even niet... waar je het had is het niet.
Maar dat was dan ook de... bedoeling."

Brecht tastte in de zak van zijn jasje dat hij aan had.
Haalde er een doosje uit en duwde het in haar handen.
"Doe maar open... liefje," zei hij.
"Wa's da gast?" vroeg Hafna vol verbazing.
"Doe open....
Dan weet ge het."
Met trillende handen opende Hafna het doosje.
Daarin zat een prachtige ring, afgezet met fijne diamantjes.
"Mooooh...
Schatke.
Da is.
Da is zo schoon... "
Brecht nam haar hand vast en schoof de ring rond haar vinger.
Keek hem in de ogen.
"Ik zou nu door... mijn knieën... moeten zakken Hafna," zei hij.
"Maar dat is nog... te moeilijk... voor mij."
Hij nam haar beide handen vast en keek het meisje strak in de ogen.
Haar lip beefde, haar handen trilden.
Haar hart ging als een razende te keer.
"Hafna...
Lieve schat.
Deze ring schenk... ik u niet zomaar.
Lieve Hafna... wilde gij MET MIJ... TROUWEN SCHAT?"
Hafna vloog Brecht om de hals.
Begon onbedaarlijk te snikken.
Haar lichaam schokte bij elke snik.
Brecht liet haar even tot zichzelf komen.
Dan keek ze hem aan.
"Schatke.
Tuurlijk wil ik da.
Ik wilde je, ik kreeg je...
EN IK HOU JE!!!!
En niemand kan mij nog van u scheiden schatke!" zei Hafna waarna ze hem vol passie begon te kussen.

Niet lang daarna traden ze in het huwelijk.
Een sobere plechtigheid in het stadhuis, daarna een receptie voor familie en vrienden.
Zelfs Rachida, Hafna's moeder en Layla haar jongere zusje waren er.
Dik tegen de zin van Ali, maar die had er zich bij neergelegd dat Rachida haar moederliefde sterker was dan zijn eigen religieuze principes.
Ook de vroegere klasgenoten van Hafna en Brecht waren present.
En gelukwensten haar.
"Gij meiske," zei Tonya met wie ze in de klas goed overeen kwam.
"Gij hebt mij een heel wijze levensles geleerd weet ge dat?"
"Oh ja?" vroeg Hafna.
"Gij hebt mij geleerd om mijn hart te volgen.
Om het leven te LEVEN, in plaats van geleefd te worden.
Ik heb een besluit genomen.
Volgende maand neem ik het vliegtuig naar Amerika.
Waar ik een nieuw leven ga beginnen.
En aan de slag ga in een groot software bedrijf.
Ik had daar lang over getwijfeld.
Maar de vastberadenheid waarmee ge koos voor Brecht, ondanks de tegenstand van uw familie.
Dat... HAD ME ECHT AAN HET DENKEN GEZET!"

Verboden hartstocht 5



Drie dagen later.
Het was een zaterdagmorgen.
Brecht stond op het perron.
Met zijn rugzak op zijn rug met wat kleren, zijn toiletzak en scheerapparaat.
Al het geld van zijn spaarrekening zat in zijn portefeuille.
Hafna was er nog niet.
Hij keek op zijn gsm, een berichtje.
"Ben buitengeraakt schatke, nu op weg naar station."
Tien minuten geleden gepost.
Hij liep al de trein op en zocht een plaatsje uit in een tweede klasserijtuig in het midden van de trein.
Hij wachtte.
Hij zag een meisje met een hoofddoek, was dat Hafna?
Nee, het was een ander meisje.
Hij zou haar gezicht immers meteen herkennen, vooral dan haar ogen vielen meteen op.
Haar donkere sprekende ogen.
De zenuwen gierden door zijn keel.
Hij hield de almaar groter wordende stroom reizigers die de roltrap naar het perron namen goed in het oog.
Het beloofde goed vol te zitten op de trein, want het was een mooie lentedag en het was het begin van de Paasvakantie.
Ineens voelde hij iemand tikken op zijn schouder.
Het was Hafna.
Ze ging naast hem zitten, sloeg haar arm rond zijn schouder.
"Schatke," zei ze.
"Dees is ons moment schatke."
Haar ogen twinkelden en schitterden.
Dan hoorden ze de conducteur het fluitsignaal geven.
De deuren klapten toe.
De trein vertrok.
Reed het station uit.
"Ooooooh!" kirde Hafna.
"Schatke."
Ze kuste hem.
Ze kuste hem vol passie.
Het liefdesvuur diep in haar hart flakkerde op.

Dan stond ze recht, en nam ze zijn hand en trok eraan.
"Kom schatke," zei ze. "Kom mee."
Brecht stond recht, ze trok hem mee naar het gangpad.
Hand in hand liepen Brecht en Hafna naar het toilet.
Ze opende de deur, keek achterom - niemand had oog voor hen - en duwde hem het toilet in waarna ze snel de deur achter zich sloot.
Dan trok ze haar hoofddoek af, en deed ze haar trui uit, haar lange haren vielen over haar ranke schouders.
Meteen daarna haar BH.
"Schatke.
Hebde condooms bij?"
Brecht bloosde.
"Toch niet hier?" zei hij.
"Ja!" zei ze verrukt.
"Hier!!!
Op dees WC.
Ik kan nie langer wachten schatke.
Ik verlang te hard naar u."

Weer kuste ze hem.
Ging onder zijn t-shirt met haar koele handen.
Trok zijn t-shirt naar boven, waarna Brecht deze dan maar uittrok.
Verrukt kuste Hafna zijn ontblote borst terwijl ze zijn broeksriem losmaakte.
Ze trok met een ruk zijn broek naar beneden, alsook zijn slip.
Ze keek verrukt naar zijn penis die in erectie stond.
Nam hem in haar handen.
Zonder schroom.
"Hmmmm dees pikske is zo lekker," kirde Hafna.
Waarna ze hem begon te pijpen.
Ze likte gretig aan zijn eikel en stak hem in haar mond.
Duwde hem tot bijna tegen haar verhemelte en begon te zuigen terwijl ze gretig zijn achterwerk streelde. Brecht duwde terzelfdertijd een condoom in haar handen welks ze meteen uit de verpakking haalde.
"Zet u op de pot schatke," zei ze.
Ze deed het condoom om en ging dan op zijn schoot zitten.
Sloeg haar armen rond zijn hals en zoende hem op de mond terwijl ze Brecht zijn stijve penis tussen haar benen duwde.
"Eindelijk!!!" kirde ze.
"Ik heb u schatke.
Ik heb u eindelijk waar ik u hebben wil.
't Doe zeer weette.
Maar da kan mij nie schelen.
't Bloed komt eruit.
Ben nu geen maagd meer.
Maar toch voelt dat zo zalig aan.
Om van u te zijn.
Om echt van u te zijn.
Om nu echt uw meiske te zijn!!
Oh schatke.
Ooh maatke."
Brecht deed zijn best om het klaarkomen zo lang mogelijk uit te stellen.
En slaagde er nog in ook.
De pijn die Hafna voelde verdween.
En maakte plaats voor dat heerlijke gevoel.
Dat heerlijke gevoel dat bij een orgasme hoorde.
Brecht streelde haar rug en haar borsten.
Haar prachtige borsten.
Haar heerlijke, mooie, licht gebruinde lichaam.
Dat heftig begon te schokken toen ze klaarkwam.
Ook Brecht kwam klaar.
Voelde zijn warme zaad in het condoom lopen."
Hij haalde zijn penis eruit, verwijderde het condoom en nam meteen een nieuw.
Hafna hielp hem.
"Wilde meer schatke?" vroeg ze.
"Ja," fluisterde hij in haar oor.
Weer hielp ze hem en bracht ze zijn penis bij hem naar binnen.
Terwijl ze hem kuste.
Zijn rug en buik liefdevol streelde.
Brecht's handen gleden over haar heerlijke strakke kont.
Trok haar billen wat uit elkaar.
"Oooh ja, nu voel ik u nog beter," zei ze.
De hele rit lang tot in Oostende vreeën Brecht en Hafna op het veel te kleine toilet.
Het ritme van de wielen die over de rails reden hielp hen een handje.
Er werd regelmatig op de deur gebonkt, maar geen haar op hun hoofd dat eraan dacht om haast te maken.
De boze blik van een kwaaie reiziger die hoogstnodig moest negeerden ze totaal toen ze bij aankomst voldaan uit het WC hokje stapten.

Hafna en Brecht verlieten het station.
Namen meteen de tram naar Oostduinkerke.
In een overvolle tram leunde ze tegen Brecht die haar armen beschermend rond haar buik had gelegd.
Haar hoofddoek had ze op het toilet van de trein laten liggen.
Haar hart klopte.
Ze legde haar handen op de zijne.
Ze zeiden geen woord de hele rit lang.
In Oostduinkerke had ze een kamer geboekt in een jeugdherberg aldaar.
Aan de halte Oostduinkerke Duinpark stapten ze uit, van hieruit was het nog een kwartiertje stappen.
Maar ze waren nog niet van plan om daar naartoe te gaan.
Ze liepen meteen naar het strand.
Hand in hand.
"Eindelijk vrij!" zei Hafna.
Ze schreeuwde het uit.
"EINDELIJK VRIJ!!!"
Het was best druk op het strand.
Daarom liepen ze weg van de badstad, naar de duinenkant op.
Daar was het iets rustiger.
Hafna trok haar schoenen uit.
Brecht volgde haar voorbeeld.
"Dees is toch fokking zalig," zei ze.
"Dat koele zeewater.
De wind in uw haren.
Vrijheid schatke...
Vrijheid!!"
Dan trok ze haar trui uit, liet haar broek zakken.
"Kom we gaan het water in!" zei ze ineens.
"Dat is nog veel te koud," merkte Brecht op.
"Ey!! Zijde gij flauw zemeltrees ofwa?
Kom!!! Gewoon stoeien in het water," zei Hafna.
Brecht gooide zijn t-shirt uit en liet zijn broek zakken.
Hij volgde Hafna.
In zijn boxershort.
Als dolle kleuters stoeiden ze in het water.
Ofschoon er nog een zwemverbod was en het water nog flink koud was.
Dan sloot Hafna hem weer in de armen.
Liet ze zijn broek zakken.
Schoof haar broekje wat opzij en duwde zijn eikel tussen haar schaamlippen.
Brecht kreeg een erectie.
"Uwe pik is zo lekker," zei ze.
"Duw hem erin.
Kan me allemaal niemeer schelen.
Duw hem erin.
Dees is zo zalig."
Ze omhelsde hem legde haar hoofd op zijn schouder.
En zuchtte van puur verlangen.
Van intens genot.
Toen hij voelde dat hij ging klaarkomen trok hij zich terug, zijn sperma werd weggespoeld door het zilte zeewater.
"Gij wilt nie da 'k zwanger wordt, he schatke?"
"Nee," zei Brecht.
"Dan zitten we pas echt in de shit, allez gij toch."
"Schatke," kirde Hafna.
"Mijn lieve schatke.
Gij zit in met mij hé.
Zo lief.
Nee, echt.
Gij zijt zo lief.
Ne schat van e gast, da zijde gij. Echt.
Ksienugeire."
"Laten we uit het water gaan," zei Brecht.
"Want het wordt verdomme koud.
Brecht en Hafna namen hun kleren en zochten een rustig plekje in de duinen.
Daar lagen ze in het zand.
Hafna vleidde haar hoofd op zijn borstkas.
Trok haar BH uit  en legde die te drogen aan het duingras waarna ze zich op haar buik draaide.
Brecht woelde zacht haar zwarte haren.
Ze zeiden geen woord.
Alleen het geruis van de zee weerklonk.
Dan nam Hafna de rugzak en griste er nog een condoom uit.
"Khem zo'n goesting schatke," zei ze.
Brecht liet zijn broek zakken, legde Hafna op haar rug en trok haar slip uit.
Er was niemand, ze lagen ergens tussen twee duinen in.
Hij spreidde haar benen en drong in haar binnen.
Kuste haar.
Streelde haar.
Terwijl hij haar traag penetreerde.
En voor de zekerheid een tweede condoom klaarlegde.
Hafna trok haar benen op.
Genoot met volle teugen.
Van Brecht.
Haar Brecht.
Vergat alles om zich heen.
Er waren alleen de duinen rondom haar.
De jachtige wolken voortgedreven door de zeewind boven haar.
En Brecht zijn warme lichaam... op haar EN IN HAAR!!!"

Na meer dan een uur intens van elkaar genieten kleedden Brecht en Hafna zich terug aan en besloten de jeugdherberg op te zoeken om er in te checken.
De jeugdherberg was een oude vakantiekolonie die tot jeugdherberg werd omgebouwd. Je kon het gebouw al van ver zien staan.
Even daar vandaan weggedoken achter een boom stond een auto, een donkere BMW.
Dezelfde als haar broer Mohammed had, maar nog donkerder van kleur en ander type ook.
Enkele mannen stapten uit, grepen haar vast.
Een ander haalde uit naar Brecht met een baseball knuppel.
"Schatke! NEEEEEE!!" gilde Hafna.
Angst en wanhoop sloegen haar om het hart toen ze de auto werd in gesleurd.
De man met de baseball knuppel ging als een razende te keer. Hij sloeg Brecht letterlijk de schedel in.
Daarna nam hij plaats op de passagierszetel.
Achteraan in de auto zaten Mohammed en Khaled!
"Jij hebt onze eer geschonden, JIJ HOER!" siste Mohammed terwijl hij haar bij de haren trok en haar in de ogen keek.
"Daarvoor zal je boeten Hafna.
DAARVOOR ZAL JE ZEER ZWAAR BOETEN!"
De auto zette zich in beweging.
Na ongeveer vijf minuten rijden verliet de auto de verharde wegen en stopte ergens aan de rand van een duinengebied.
Daar sleurden de jongens Hafna tussen de duindoorns tot bij de ruïnes van een bunker.
Woedend smakte Mohammed het hoofd van zijn zuster tegen de muur van de ruïne.
En sloeg haar met zijn vuisten in het gezicht.
"Smerig wijf!" schreeuwde hij.
"Loeder!
Die schande die je over ons bracht.
Daarvoor ga je nu betalen.
Met je LEVEN!"
"En dan?" beet Hafna hem toe.
"Denk je dat ik schrik heb?"
"Kom!
Doe het dan!
Snij mijn kop eraf.
Alles is beter dan te leven in gevangenschap enkel en alleen omdat ik 'maar' een vrouw ben.
Alles is beter.
Zelfs de hel.
Waar de imam altijd mee dreigt.
Dat mag je heus wel weten hoor Mohammed Bouzziane.
Als ik niet kan en mag leven hoe ik dat zelf verkies.
Maar alleen moet dienen en mijn bek houden...
DAN HOEFT HET VOOR MIJ NIET MEER!!!"
"Wat een dwaas idee was dat van vader?" zei Mohammed vol minachting.
Om jou naar die school te studeren.
Om informatica te studeren.
Jij!
Een meisje.
Jouw plaats is in de keuken.
Bij de kinderen.
Niet achter een computer."
"Aaah dat is het dus?" zei Hafna.
"Jij bent gewoon jaloers omdat ik naar die school mocht.
Later verder studeren.
Terwijl jij moet helpen en elke ochtend mee moet naar de markt.
Maar ja.
Je hing liever op straat rond met die vriendjes van je in plaats van te studeren.
Of is het geen waar misschien Mohammed Bouzziane?"
Weer kreeg Hafna een klap.
Dan greep Mohammed haar bij de haren.
Legde het kromzwaard dat hij bij zich had op haar keel.
Het kromzwaard van vader.
Dat eigenlijk al eeuwenlang in de familie was.
Hij trok haar hoofd omhoog en keek haar aan met een blik vol pure haat.
Pure minachting.
Maar Hafna toonde geen angst.
Huilde niet.
Ze haalde diep adem, bereidde zich voor op wat komen zou.
"We zijn dra weer samen lieve Brecht," zei ze.
"Ik weet dat je op mij zal wachten schatke.
Dat maakt dat ik geen angst heb."
Mohammed haalde diep adem.
"Allahu akbar!!" riepen de jongens rond hem.
Steeds luider.
"ALLAHU AKBAR!!!"
Dan ineens.
Vanuit de distels en duindoorns kwam ineens een hond tevoorschijn.
Een robuuste Duitse Herder.
Het dier vloog op Mohammed af, het kromzwaard viel naast Hafna in het mulle duinzand.
De hond gromde vervaarlijk naar Mohammed, de jongens rondom hem zetten vol verbijstering een stap achteruit.
Verderop stonde nog twee honden, klaar voor de aanval.
De jongens verstijfden van angst.
"Nee!!! Niet doen! Niet doen!" smeekte Mohammed.
De hond toonde zijn vervaarlijk scherpe tanden.
Op het paadje dat door het woud van distels, duindoorns en braamstruiken slingerde kwam een ruiter te voorschijn gezeten op een prachtige bruine merrie.
Hij haalde terstond een jachtgeweer boven en richtte het op de jongens.
"Ollemolle julder handn omhooghe bende nieweirts!" riep hij in het West-Vlaamse dialect.
De jongens staken alle hun handen in de lucht.
Dan riep de ruiter zijn honden terug: "Max kom, Jakke, Ward kom bie 't boasje kom!"
Hafna stond recht liep naar het duinpad, één van de honden keerde terug.
"Neije Max!!! HIER!!" riep de man.
Hafna trilde op haar benen.
Begreep niet goed wat er aan de hand was.
"Je zie veilig meisje!" zei hij terwijl hij zijn gsm bovenhaalde.
Niet lang daarna kwam een heel leger politieagenten de duinen in.
De broers Bouzziane en hun metgezellen werden in de boeien geslagen.
Gearresteerd voor poging tot doodslag en de verijdelde eremoord die ze op Hafna wilden plegen.
"Poging tot doodslag?" vroeg Hafna.
De commissaris van de plaatselijke politiezone knikte.
"Je vriend leeft nog.
Hij is er wel zeer erg aan toe, meervoudige schedelbreuk. Hij is nu in het ziekenhuis van Veurne waar ze hem meteen begonnen te opereren."
Hafna sloeg haar ogen ten hemel.
"Hij leeft," zei ze verrukt.
"Mijn schatke leeft!"
Dan keek ze naar de commissaris.
"Ik wil naar hem toe!"
"Dat kan.
Maar eerst wil ik dat je met ons meegaat naar het bureau."





zaterdag 14 april 2018

Verboden harstocht 4



Hafna had een plan.
Thuis gedroeg ze zich voorbeeldig.
Onderging het strakke regime dat haar broers op bevel van vader haar oplegden.
Onderging hoe ze door hen en door de twee neven uit Marokko scherp in de gaten werd gehouden.
Ze gedroeg zich nederig en onderdanig.
Merkte dat haar vader en broers leken te denken dat ze haar les geleerd had.
En spijt had van haar slechte gedrag
Maar dat was maar schijn.
Op de kamer die ze deelde met haar zusje Layla en haar nichtje Khalida die nu in de woonkamer TV aan het kijken waren zat ze achter het bureau.
Te studeren, zo leek het.
Maar tussen haar studieboeken lag er een briefje.
Dat ze terug boven haalde eens ze merkte dat haar broer Khaled die blijkbaar iets uit zijn eigen kamer - die hij deelde met de twee andere oudste broers - nodig had terug de trap afdaalde naar de eerste verdieping waar de woonkamer en keuken zich bevond, evenals de slaapkamer van de ouders.
Ze begon verder te schrijven.
Naast de stapel studieboeken stond haar laptop.
Ze bestudeerde nauwkeurig de site van de NMBS.
Met trillende handen schreef ze verder.
Schreef ze een brief die ze morgen stiekem in de schooltas van Brecht zou stoppen.
Daarin legde ze haar plan uit.
Hopende dat hij erin mee zou gaan.
Haar hart bonsde in haar keel.
Ze opende zijn facebook profiel.
Zag zijn profielfoto waarin de jongen guitig naar de lens keek.
"Schatke," fluisterde ze zacht.
"Ik wil bij u zijn.
Als ik nie bij u kan zijn.
Dan hoeft het voor mij niet meer.
Als ze me daarvoor willen vermoorden omwille van die fokking 'familie eer'.
Dan doen ze maar.
Zonder u schatke... heeft mijn leven geen zin."
Ze kuste het scherm, zijn foto.
Tranen liepen over haar wangen, vielen op haar schoot.
Een jong meisje, met een hart vervuld van pure liefde.
Diep en intens.
Bereid om zich vrij te vechten.
Om los te breken uit het keurslijf dat haar familie en haar gemeenschap haar oplegde.
Wat de prijs ook mocht zijn.
Ze zou gaan voor de vrijheid.
De vrijheid op die ene persoon in haar armen en hart te sluiten.
En toe te laten in haar lichaam.
Die haar hart had gekozen in plaats van haar familie!

Ten huize Moorkens Hemmerechts zat het er intussen bovenarms op.
Brecht had zich in een facebook discussie met scherpe bewoordingen uitgelaten over de manier waarop moslims hun dochters hun vrijheden beperkten en haar zelfs beletten om te studeren of om alleen weg te gaan.
Zijn moeder had die opmerkingen gelezen en riep haar zoon apart.
"Wat voor uitlatingen zijn dat allemaal?" vroeg ze.
"Beseft gij eigenlijk wel wat dat gij schrijft?"
"Ja," zei Brecht.
"Is toch zo.
Kijk maar naar Hafna.
Die mag ineens niet meer alleen naar school en terug naar huis.
Omdat haar broers hebben opgevangen dat ze 'iets te los met jongens omgaat'," zei hij.
Dan trok Hilde Hemmerechts aan haar zoon's arm en keek hem strak in de ogen.
"Waar zijde gij mee bezig?" vroeg hij.
"Is dat een spelleke?
Een weddenschap met uw maten op school?
Dat ge erin zou slagen om haar te verleiden? Om haar zo ver te krijgen dat ze oneerbare dingen doet?
Onnozelaar!" zei Hilde terwijl ze hem nijdig aankeek.
"Wanneer gaat ge eindelijk eens volwassen worden?
Met uw puberachtige manieren ook altijd?"
"Ma, waar haalde gij dat toch allemaal uit," vroeg Brecht.
"Hafna is een toffe.
Kom daar goed mee overeen.
Dat die broers eens normaal doen hé, we zitten hier toch niet in Marokko?"
"Genoeg!" schreeuwde Hilde ineens.
"Ik wil dat soort gemene cafépraat hier niet horen!
Eerbaarheid is voor moslims een heel belangrijk iets.
Het is niet omdat wij het normaal vinden dat meisjes als lustobjecten gezien worden waar iedereen naar kan gapen, en waar elke vent die wat last heeft van zijn hormonen zomaar even kan gaan op kruipen. Dat zij ook moeten gaan denken.
Gij laat Hafna met rust, hebt ge dat begrepen?
En ge gaat eens leren om u te beheersen.
Gij zit veel te veel met seks in uwe kop.
't Wordt misschien tijd dat ge eens wat meer gaat sporten in plaats van altijd maar met die computers bezig te zijn.
Dat uw hormoonspiegel een beetje tot rust kan komen."
Brecht rukte zijn arm los van zijn moeders grip en liep naar zijn kamer waar hij de deur achter zich dicht sloeg.
"Onnozel mens!" zei hij luidop.
Dan liep hij de trap op, stapte zijn kamer in.
Hij wierp zich op bed en nam zijn telefoon.
Stuurde Hafna een berichtje.
"Liefje," schreef hij.
"Ge zijt niet de enige die te lijden heeft onder de zever van mijn familie.
Bij mij is het al even erg.
Ik verlang naar u.
Uw 'schatke' xxxx."
Ze SMS'te terug.
"Kijk morgen eens in uw boekentas schatke," schreef ze.
"Love you xxxxx."
Brecht lag op bed en staarde naar het plafond.
"Die meent dat zo keihard met mij," dacht hij bij zichzelf.
Hij zocht haar foto op die in zijn gsm opgeslagen stond, en staarde er dromerig naar..
Ook hij kuste teder het scherm van zijn gsm.
En staarde zeker een kwartier lang naar haar afbeelding.
Terwijl zijn gsm net niet uit zijn trillende handen viel.
Tenslotte legde hij zijn gsm op zijn borst tegen zijn hartstreek en slaakte hij een diepe zucht.

Die middag op school doorzocht Brecht zijn schooltas en vond er inderdaad een briefje.
Hij opende het snel.
Hafna was met enkele meisjes aan het kletsen, maar hij zag dat ze even naar hem keek.
Ze zag dat hij het briefje vast had, en dat deed haar hart al sneller kloppen.
Het moment dat ze haar plan zou kunnen uitvoeren kwam al iets dichterbij.
Brecht zette zich tegen de muur op het schoolplein en vouwde het briefje open.
Hij herkende meteen Hafna's verfijnde handschrift.

Hij las:
Schatke.
Laat ons wegaan.
Weg van hier.
Weg uit gevangenis.
Ik wil weg.
Met u
Met u schatke.
Weet al naar waar.
Maar hou nog voor mezelf.
Maar alles is al geregeld.
Gij moet alleen zorgen voor geld, want ze doen er alles aan om ervoor te zorgen ik niks van geld op zak.
Is niet veel, maximum 150 euro.
Weet gaat lukken schatke, gij gezegd gij hebt spaarrekening.
Oh en condooms.
Zorg voor condooms schatke.
Ik wil seks met u.
Ik wil vrijen met u.
Ik wil u mijn lichaam schenken.
Mijn lichaam.
Is alleen voor u schatke.
Gij zijt mijn schatke.
Mijn liefje.
Bij u voel ik me goed.
Voel ik me veilig.
Love you.
4ever in my <3 
Uw liefke.
Hafna."

Brecht zuchtte diep.
Vouwde het briefje terug dicht en stopte het in zijn hemdzak.
Hij twijfelde.
Zou hij dit wel doen?
Zijn verstand zei dat dit een zeer gevaarlijk spel was.
Dat hij beter inderdaad meer afstand moest nemen van haar.
Dat het verschil van cultuur iets te groot was.
Dat haar familie altijd tussen hen zou staan.
Maar aan de andere kant.
Als hij in haar ogen keek.
Zag hij zoveel verlangen.
Om vrij te zijn.
Om te kunnen zijn wie ze wilde zijn.
Aan de zijde van diegene naar wie haar hartje zo verlangde.
Hij zocht haar op in de refter waar ze een schoteltje koude couscous met salade aan het eten was.
Hij ging naast haar zitten, meteen nam ze zijn hand vast.
"Hebde briefke gelezen schatke?" vroeg ze.
Brecht knikte.
Ze keek hem aan.
"Doet ge 't?"
Hij keek haar aan.
Wreef zacht met zijn duim over de rug van haar hand.
"Ik doe het liefje," zei hij.
Hafna's gezicht klaarde op.
"Schatke," zei ze.
"Gij ziet mij echt graag hé."
"Ja, Hafna," zei Brecht.
"Ik zie u graag.
Ik zie u zielsgraag."
Ze reikte naar zijn rechter oor en fluisterde.
"Morgenavond na school bij station.
Koop twee tickets voor trein naar Oostende.
Stopt op perron vijf.
zoeken eerste tweedeklassewagon na locomotief.
Daar zien wij mekaar, ok?
Schatke."
Ze gaf hem een vluchtige zoen op de mond.
Een gelukzalige glimlach stond op haar lippen te lezen.

16u30.
Brecht verliet de school.
Na enige twijfel besloot hij om Hafna's brief in het kastje te laten waar hij zijn schoolgerief en persoonlijke spullen opborg.
Moeder hoefde dit niet te zien, zo vond hij.
Iets te vaak had ze haar afkeuring laten blijken van zijn iets te nauwe contact met Hafna.
Vond het niet kunnen dat de eer van haar familie zou kunnen worden geschonden door een iets te hecht contact tussen hem en Hafna.
Het zat hem al langer dwars dat ze het niet hebben kon dat er geen rekening werd gehouden met de culturele of religieuze gevoeligheden van moslims.
Dat vrouwen voor moslims als weinig meer dan tweederangsburgers of onaffe wezens werden gezien leek wel aan haar voorbij te gaan.
En waarom hechtte ze als zich progressief noemend persoon zoveel belang aan het rekening houden met compleet ouderwetse zaken als 'familie eer'.
Hij begree het niet.
En wilde het ook niet meer begrijpen.
Hij liep naar de fietsenstalling, nam zijn fiets.
Ineens zag hij dat enkele jongens rond hem stonden.
Jongeren van allochtone origine.
Eén van hem greep hem vast.
"Gij! Komt keer hier!" zei één van hem.
Keek Brecht strak aan.
"Waar is uw gsm, éh!"
Twee anderen grepen hem vast.
"Antwoord... klootzak!" siste de jongen die het woord voerde.
Brecht keek angstig om zich heen en zag hoe enkele jongens, waaronder twee klasgenoten haastig hun fiets namen en maakten dat ze weg waren.
Eén van de jongens die hem bedreigden sloeg Brecht in het gezicht.
De andere griste zijn gsm uit zijn broekzak.
"Wa is toegangscode klootzak?" siste hij.
"Geef mijn gsm terug!" smeekte Brecht.
Weer kreeg hij een klap.
"Zijt gij doof ofwa? Uw toegangscode!
Wij nie interesseert in uw ouw brol, wij willen zien met wie gij heb contact!"
Er volgde nog een klap. Brecht gaf zijn code.
Dan richtte de kerel die de gsm vast had tot de oudste van het groepke.
"We hebben hem.
Dees is die klootzak die achter ons Hafna zit." zei hij bewust in het Nederlands.
Dan richtte de oudste van het groepje zich tot Brecht.
"Gij beke zot van Marokkaanse maskes hé fokking klootzak?" zei hij spottend.
"Waarom doede da?
Eh?
Zegtis!!

Geilde gij op hoofddoekskes?
Of zijde te lelijk voor Belgische slette?
Zal wel da zijn hé, lelijkaard!"
Hij smeet de gsm op de grond en stampte hem aan flarden met de hak van zijn schoen.
Dan greep hij Brecht vast en keek hem nijdig aan.
"Gij!! Moet met uw vuil pote van ons zus blijven ja!
Vuile pedofiel!"
Ze sloegen hem.
Om beurten sloegen ze Brecht in het gezicht.
Hij zakte door zijn benen en viel op de grond.
Kreeg stampen.
In zijn gezicht.
In zijn maag.
Ze spuwden op hem.
"Gij blijft van ons zus hebde da verstaan? Klootzak!
Of anders SLAAN WIJ U DOOD!!!"

Brecht lag op de grond in het midden van de fietsenstalling.
Zijn gezicht onder het bloed.
Enkele jongens onder wie zijn twee klasgenoten waren teruggekomen.
Stonden rond hem.
"Ey Brecht gaat het?" vroegen ze.
"Nee," zei hij.
"Alles doet pijn.
Verdomme.
Ik ben gewoon duizelig gast."
"Blijf liggen, ik bel een ambulance." zei Arne, Brechts beste vriend.
Een ambulance kwam eraan, Brecht werd naar het ziekenhuis gevoerd.
Gelukkig zonder veel erg..
Hersenschudding, gebroken neus, gekneusde ribben.
Zijn moeder en haar partner Steve Moorkens kwamen meteen naar het ziekenhuis nadat ze op de hoogte waren gebracht.
"Wat is gebeurd?" vroeg Steve.
Brecht deed het verhaal.
Hilde keek Steve aan.
"Laat mij es efkes alleen met mijn zoon," zei ze.
Steve verliet de kamer.
Hilde keek Brecht in de ogen.
"Ziede nu wat er van komt?" zei ze streng.
"Ge moogt nog van geluk spreken dat ge er nog zo goed vanaf gekomen zijt.
Voor hetzelfde geld waard ge nu misschien voor het leven verminkt, of erger.
Ge laat Hafna met rust, begrepen!
Ik wil niet dat ge zo'n dingen doet.
En ge doet ook geen aangifte bij de politie begrepen?"
"Ma," zei hij.
"Ze hebben mij wel in elkaar geslagen hé."
"En dan?
Wat zou jij doen moest je een zus hebben en die wordt verleid door zo'n kerel als jij die er alleen maar eens zijn lusten wil op botvieren."
"Ma," zei Brecht.
"Ik zie haar graag."
"Doe nie onnozel!" zei Hilde.
"Het enige wat ge doet is de relatie tussen Hafna en haar familie verstoren.
Het is niet aan ons om te vertellen hoe zij moeten omgaan met de eerbaarheid van hun dochter.
Zij willen niet dat hun dochters er als halve sletten bijlopen zoals westerse meiden dat doen.
Hebben zij dan dat recht niet?
Ja toch?
Hebben zij niet het recht om te kiezen voor de hoofddoek.
Voor hun eigenheid.
Voor hun eigen normen en waarden?
Of moeten het ook normloze consumptieverslaafden worden zoals 't Vlaamse klootjesvolk?"
Hilde keek haar zoon aan.
"Antwoord Brecht."
"Ma," zei Brecht.
"Ze houden haar gevangen thuis.
Ze gaat eraan kapot.
Echt wel."
"Dat is normaal jongen.
Dat gebeurt wel vaker dat moslimmeisjes het moeilijk hebben met de keuze die hun ouders hen opleggen.
Maar daar moeten ze zelf zien uitgeraken.
Daar moeten wij niet in tussenkomen.
En ge moet al zeker niet zo'n meisje haar hoof op hol doen slaan.
Daar maak je de zaak alleen maar erger mee..
Kijk naar wat ze jou aandoen.
En denk eens aan wat ze haar kunnen aandoen."
"Als ze haar mishandelen dan moeten we de politie verwittigen!" zei Brecht.
"Geen sprake van!" zei Hilde."
"Hoor je me?
GEEN SPRAKE VAN!!
Wij moeten niet tussenkomen in de manier waarop deze mensen hun kinderen opvoeden en hen waarden en normen aanleren.
Echt niet!
Dergelijk opdringen van onze cultuur heeft al genoeg problemen veroorzaakt.
En nu wil ik er niets over horen, begrepen?"

Brecht begreep het totaal niet.
Begreep niets van de reactie van zijn moeder.
Waarom nam ze het zo op voor de manier waarop de familie Bouzzaine met Hafna omging.
Waarom keurde ze de behandeling van meisjes in moslimfamilies zoals de familie Bouzziane niet af?
Terwijl ze wel elke westerse man die iets te wellustig over vrouwen sprak afschilderde als een maniak die vrouwen als lustobject zag?
Hij snapte het niet.
Hij snapte ook niet waarom zijn moeder wanneer de dokter zei dat hij helemaal hersteld was van zijn hersenschudding en hij opnieuw mocht lezen of TV kijken, zijn laptop niet meebracht wanneer hij daarom vroeg. Maar wel een boek.
"Lees dit boek maar eens in plaats van de hele dag met die computer bezig te zijn" zei moeder. "Misschien dat je dan begrijpt waarom moslims zo bezorgd zijn om de eerbaarheid van hun dochters."
Brecht las het boek.
Met tegenzin.
Hij vond het eigenlijk maar een hoop slap gewauwel over het leven in de gemeenschap, verbondenheid met elkaar en zo meer.
Die dingen waar zijn moeder het over had.
Die altijd fulmineerde over 'de bekrompen Vlamingen die alleen naar hun navel zitten te staren'.
Over 'de egoïstische westerling die alleen maar bezig was met zijn eigen plezier en genot, en nergens meer mee verbonden was'.
Hij legde het boek aan de kant.
Keek verveeld naar buiten.
Het was mooi weer
Nu had hij echt veel liever in het park gewandeld.
Met Hafna.
Zoals ongeveer een maand terug.
In de eerste lentezon.
Hij wist niet wat er hem de meeste lentekriebels bezorgde.
De warme zonnestralen?
Of die lieve guitige lach van Hafna.

Dan ging de deur open.
Hij zag Hafna's lieve gezicht.
De twinkeling in haar ogen.
"Schatke," zei ze.
Ze liep naar hem toe.
Zag het verband rond zijn hoofd.
"Hoe hebben ze u toch toegetakeld maatke?" vroeg ze.
Ze streelde zijn hoofd.
Keek hem aan.
Haar mond raakte de zijne.
"Oooh.
Schatke.
Ik was zo bezorgd om u.
Heb Mohammed, Khaled en Yassine goed onder hun vijs gegeven.
Tuurlijk kreeg ik klop.
Van vader die tussenkwam.
Zie maar naar mijn oog.
Maar da kan mij niemeer schelen ze schatke.
Nee.
Ik onderga dat allemaal.
Voor u.
Mohammed mijn oudste broer dreigt ermee mij te doden als ik mij  niet als een eerbare dochter gedraag.
Maar...
Hij doet maar.
Nee echt schatke.
Als ik niet met u mag zijn.
Als ik niet kan leven zoals ik wil.
En met wie ik wil.
Dan hoeft het voor mij niet meer.
Schatke.
Maatke."
Ze keek Brecht minutenlang aan.
Vocht tegen haar tranen die ondanks alles over haar wangen stroomden.
Brecht sloeg zijn armen rond haar.
Trok haar dichter.
Kuste haar.
Ze beantwoordde zijn kussen.
Met gesloten ogen.
Brecht nam haar trillende handen vast.
"Ons planneke." zei hij.
"Als ik weer beter ben.
En uit de kliniek mag.
Dan maken we daar werk van."
"Ooooooooh," kirde Hafna.
"Gij meent dat hé.
Schatke.
Gij ziet mij graag.
Hé."
Ze stootte hem plagend aan...
"Ahum!!!" klonk het plots.
Hilde, Brechts moeder stond achter Hafna.
"Wat doet gij hier?" zei ze.
"Heeft mijn zoon nog niet genoeg kletsen gehad misschien?"
Hafna rechtte zich en keek Hilde aan.
"Ey wa is u probleem?
Ik heb Brecht niet geslagen hé!
Maar wel die klootzakken van een broers ja."
"Nee," zei Hilde kalm.
"Maar gij zijt er wel de oorzaak van.
Door zo om te gaan met hem.
En hem de kop zot te maken.
Waarom kies je geen jongen uit je eigen gemeenschap Hafna?
Waarom drijf je je relatie met je ouders en je familie zo op de spits?
Da's echt nergens voor nodig hoor.
En ik wil niet dat mijn zoon daarin wordt meegesleurd omwille van jou dwaasheid.
Je ouders zijn zo'n goede mensen, ze zorgen voor je, beschermen je.
Geven je de kans om te studeren.
En dan doe je dit.
Wil je dat ze je van school halen.
Dat ze je de kans ontnemen om te studeren? Om een diploma te halen?
Enkel en alleen omdat je het vertrouwen dat ze in jou schenken zo schaadt.
Want dat is wat je doet Hafna.
Het vertrouwen schaden van je ouders en je familie.
De mensen die om je geven."
Hafna keek Hilde aan.
Haar ogen leken wel vuur te schieten.
"Ey moet keer luistere ja, onnozel wijf!" zei ze.
"Gij weet van niks ja.
Gij weet nie wat is om heel de dag gecontroleerd en in de gaten gehouden te worden.
Gij weet niet wat is om over alles verantwoording te moeten afleggen.
Altijd maar behandeld te worden als een kind.
Mag zelfs nie alleen naar school, nie met vrienden of vriendinnen praten.
Willen dat ik trouw met man die zij kiezen.
Mag ik ook nog iets willen ja?
Mag ik ook nog kiezen wat ik doe in dit leven? Net als jullie!
Ik wil leven als jullie, niet zoals mijn familie dat wil.
Ik dacht dat gij dat zou begrijpen. Maar gij wil gewoon bij mijn ma op goed blaadje staan
Omdat gij dan van alles krijgt uit ons winkel.
Is nie waar misschien??"
"Wat is dat nu voor onzin Hafna?" zei Hilde.
"Waar haal je dat nu toch uit... ?"
"Ach mens hou gewoon uw bakkes ja!" sneerde Hafna.
"Hou gewoon uw bakkes!
Ik hou van Brecht.
En ik zal vechten voor de liefde van Brecht.
En als gij dat niet wilt enkel en alleen omdat gij op goed blaadje wil staan bij mijn familie?
Dan is da uw probleem.
Maar gij.... GAAT ONS NIET TEGENHOUDEN!!!!"

vrijdag 13 april 2018

Verboden hartstocht 3



Zaterdagvoormiddag.
Hafna was druk in de weer in de winkel.
Onder toeziend oog van haar broer Mohammed.
Die die dag uitzonderlijk thuisbleef.
Ze was goederen aan het tellen, en noteerde alles zorgvuldig op een blaadje.
Waarom hield haar oudste broer haar zo scherp in de gaten?
Waarom moest ze met alle geweld helpen met het controleren van de stock?
En waarom moest ze haar gsm in de woonkamer laten liggen?
Ze had zo graag snel een berichtje gestuurd naar Brecht.
Haar lieve Brecht.
Haar hart verlangde zo naar hem.
Keek er zo naar uit om hem nog eens te zien.
Maar ergens besefte ze dat er onraad was.
Dat ze toch ergens moest zijn gezien met hem.
Of wachtende op hem.
In het station?
Werd er over haar gepraat?
Over het feit dat ze zo vaak in het station rondhing?
Hafna was er zeker van dat haar broers iets in de gaten hadden.
Ze keek op.
Zag de blik van haar broer die haar vanuit de winkel in de gaten hield tussen het bedienen van de klanten door.
Zijn blik verraadde minachting.
"Ze moeten iets weten, dat kan haast niet anders," dacht Hafna bij zichzelf.
Maar ze besloot er wijselijk over te zwijgen.
Dan werd het middag.
"Hafna, M'hammed!!! Kul, kul!" hoorden ze hun moeder van bovenaan de trap roepen.
Wat zoveel wilde zeggen als "Hafna, Mohammed komen eten."
Broer en zus Bouzziane liepen de trap op.
Op tafel stond een geurige couscous schotel met rozijntjes en safraan en kippenbillen.
Met het gebruikelijke gebabbel en getater werd er gegeten.
Dan tikte vader tegen zijjn glas, wat het teken was dat hij iets had mede te delen.
Hafna hield de adem in.
Ali Bouzziane keek iedereen strak aan.
De strenge blik van de 'pater familias' die het woord wilde nemen.

"Kinderen!" begon hij.
"Het belangrijkste bezit van een familie is niet het huis waarin ze wonen.
Noch het geld dat ze bezitten.
Nee!
Het aller, allerbelangrijkste.
IS HAAR EER!
Je mag nog zo rijk zijn als je wil.
Je mag nog alles bezitten wat je hartje begeert.
Als je je EER verloren hebt zijn al die dingen waardeloos.
Het is daarom van het grootste belang dat elkeen.
Waakt over de eer van de familie.
Dat geldt voor de zonen die moeten waken over hun jongere broers en vooral zussen.
Maar ook voor de dochters.
Die zich ten allen tijde eerbaar moeten gedragen.
En het lijkt erop dat niet iedereen zich daar aan lijkt te houden.
Daarom dring ik er bij mijn zonen op aan dat zij daar voortaan veel strenger op zouden toezien.
En eis ik van alle vrouwen in de familie dat zij voortaan alleen nog het huis verlaten wanneer dat echt noodzakelijk is.
En dan nog enkel en alleen in gezelschap.
Liefst in het gezelschap van één van de broers."
Hafna kreeg het koud.
Wist wat dit wilde zeggen.
Dat haar doen en laten nog meer zou worden gecontroleerd.
Dat ze nog meer in haar vrijheid zou worden beperkt.
En ze ervaarde dit oude pand waar je zelden of nooit eens alleen kon zijn, en er altijd wel iemand om je heen was nu al als een gevangenis.
Ze wilde iets zeggen, maar ze wist nu al dat elk woord wat ze nu zei tegen haar zou kunnen gebruikt worden.
Weer nam vader Ali het woord.
Er doen kwalijke geruchten de ronde over onze familie.
En dan specifiek over één iemand.
En ik wil dat deze geruchten de kop worden ingedrukt.
Daarom Hafna... krijg je voortaan huisarrest tot het einde van het schooljaar.
En wil niet langer dat je nog alleen van huis naar school gaat en omgekeerd.
Ik zal van niemand dulden dat mijn eer en deze van mijn familie of mijn zaak in twijfel wordt getrokken.
Wij hebben altijd de reputatie gehad eerbare mensen en goede moslims te zijn.
En dat zal zo blijven ook.
De wil van Allah staat boven onze eigen verlangens!"
Ali keek zijn oudste dochter met een strenge en minachtende blik aan, ging terug zitten en at dan gewoon verder.
De rest van de maaltijd werd in een volstrekt stilzwijgen genuttigd.
Waarbij iedereen Hafna met een afkeurende en minachtende blik aankeek.

Maandagmorgen.
Hafna zag Brecht op de speelplaats.
Nam hem apart.
"Schatke," zei ze.
"Ze weten het."
"Wie?" vroeg Brecht?
"Je ouders?"
Hafna knikte.
Tranen stonden in haar ogen.
"Mag niet meer naar school en terug.
Het huis niet meer verlaten na schooltijd en in weekends of vakantie.
Mijn huis is een gevangenis schatke," zei ze.
"Met mijn vader als toezichter en broers als bewakers.
Ik wil daar weg Brecht.
Ik wil bij u zijn schatke."
"Hey, Hafna," zei Brecht.
"Komt wel goed.
Laat het even bezinken.
Misschien hebben ze roddels gehoord en houden ze daarom de teugels wat strakker.
Yassine vertelde me gisteren hoe de vork in de steel zit.
Iemand heeft ons gezien, een onderhoudsman in het station.
Een Pakistaanse moslim, Jalal heet hij.
Komt vaak bij ons in de winkel.
En doet 'zaken' met mijn oudste broer."
"Welke zaken?" vroeg Brecht.
"Weet nie, gewoon zaken OK?
Dinge kopen en verkopen en zo."
"Ok, snap het." zei Brecht.
"En dat gastje heeft ons zitten verlinken of wa?"
Weer knikte Hafna.
"Misschien moeten we elkaar even niet zien ja." zei Brecht.
"Beetje meer afstand houden."
"Oewa?" zei Hafna.
"Wa voor janet zijde gij jong?
Niks afstand houden.
Ik neem geen afstand van u gast.
Ik zie u te graag schatke."
Ze trok Brecht wat verder in het hoekje waar ze samen babbelden en sloeg haar armen rond zijn hals.
Fluisterde in zijn oor.
"Ik zie u graag schatke.
Ik wil nie afstand houwe.
Ik wil bij u zijn, snapte da nie?
Ik wil bij u zijn, in uw armen waar het warm en veilig is."

Ze keek hem aan, tranen stonden in haar diepe donkere ogen.
Ze beet wanhopig op haar lip.
"Ik zen stekezot van u.
Zo stekezot.
Ik laat u nie gaan Brecht.
Ik zal vechten voor u, tot de laatste snik.
Zonder u wil ik niet leven, kan ik niet leven schatke.

Ik wil relatie met iemand die mijn hart kiest.
Niet met iemand die die stom familie van mij kiest.
Fuck!!!
Ik haat mijn familie!" zei Hafna.
"Nee echt gast.
Ik haat ze echt.
En heel dat kutgeloof.
Met al die kutregeltjes.
Alles is zonde.
Lachen met iets is zonde.
Babbelen met jongen die geen familie is, is zonde.
Westerse muziek is zonde, Belgische TV programma's, zonde.
U wa schminken, uw haren los in de wind voele, met fiets rije als vrouw, uw armen ontblote.
Alles zonde!
Da is toch gewoon fokking zever gast, geef toe.
Ik wil zo nie leven.
Ik kan nie geloven dat Allah dat echt wil.
Da wij leven als in gevangenis.
Dat vrouwen altijd thuis moeten zitten, massa's kinnekes krijgen en mannen op hun wenken bedienen.
Da kan ik nie geloven!
Maar dat durf ik niet tegen niemand van familie zeggen.
Gij.
Gij Brecht.
Zijt enige met wie ik daarover echt kan praten.
Was al van in begin zo, toen ik pas op school zat.
Dat was zo'n verademing.
Kunnen zeggen wat er op uw hart ligt zonder dat andere moslims die ook op school zitte da horen en aan mijn broers gaan vertellen.
Kunnen babbelen met ne gast da echt luistert.
Echt luistert.
Daarom hou ik zo van u Brecht.
Gij luistert."
Hafna keek Brecht aan.
"Gij zit in mijn hart schatke.
Maar nog nie in mijn lichaam.
Da is nog nie gebeurd hé.
Is waar hé maatke, da is nog niet gebeurd...

Maar ik verlang daar zo naar schatke.
Ik wil zo graag.
Zo fokking graag....
KEER VRIJE MET U!!!"