zaterdag 9 november 2019

Verdachte brouwsels 7



Sheila toonde aan Dr Naessens en aan de hoofdverpleger de filmpjes die ze had gemaakt en waar Elsie Delacre te zien en te horen was.
We hebben genoeg gezien en gehoord," zei Dr Naessens.
"Politie en parket zijn reeds verwittigd, en we zullen juffrouw Delacre zo meteen hier op het bureau ontbieden.
Ze wordt al in elk geval OP STAANDE VOET ONTSLAGEN !
En het ziekenhuis zal klacht tegen haar indienen, alsook tegen Klaas Van Goethem... "
Dan onderbrak Dr Naessens zijn betoog.
"Wat is toch dat kabaal?" vroeg hij zich af.
Hij opende de deur en hoorde een boze mannenstem.
"Dat zo'n stuk crapuul als gij hier mag werken als verpleegster! DAT GAAT ER BIJ MIJ NIET IN GODVERDOMME!!!!!"
"Hoe noemde gij mij stukske vetpens?" zei Elsie uitdagend.
"Kom herhaal het nog eens maar dan vlak in min gezicht!"
Lou kwam Sheila halen en stond toen hij uit de lift kwam oog in oog met Elsie Delacre.
Hij was nog niet vergeten wat Elsie zijn maat Jan Ceustermans wilde lappen en zocht meteen de confrontatie op.
Elsie hief haar hand op, ze wilde Lou aanvliegen.
Haar ogen schoten vuur.
Sheila stapte op haar af en trok haar bij de haren.
Keek haar strak in de ogen.
"Khen mor één arme vrie.
Mo dat es meer of voldoende voe joen de rammeling van je leven te gheven wi... STIK CRAPUUL DAJE ZIET!
Voila, nu eje 't ekeje ghoort van iemand die 't in joen oanzichte durft zeggen se!"
"Gij had dood moeten zijn! Klotewijf!" siste Elsie.
"Ja dat is zo.
Maar ik had toevallig je gesprek gehoord.
Ik ben detective, dat wist je al.
En als detective is discreet afluisteren mijn specialiteit.
En jij gaat de bak in LOEDER!
Voor die poging om mij een hartverlammend middel toe te dienen.
En voor het chanteren van Armand Dedeystere en Jerry De Beuckelaer
Wat zeg je daarvan?
Onnozel wuuf daje ziet!"
Dan gooide ze Elsie voor zich uit.
"Bon, gho nu mor ekeje bie Dokter Naessens ip den bureau, jet ie ook nog een eitje mé joen te peln!" zei Sheila grijnzend!
Elsie krabbelde overeind en droop af met de staart tussen haar benen.
De vernedering was compleet.
Beneden bij de ingang kruiste ze Sarah Van Beiren en haar partner Bart Holvoet, beide rechercheurs. Of ze niet wist dat ze langs kwamen om Elsie aan een stevig verhoor te onderwerpen.
Sheila genoot.

Eindelijk was Sheila terug thuis.
Maar ze moest het nog rustig aan doen.
Met één hand typend maakte ze haar rapport dat ze nog diezelfde avond aan John De Beuckelaer zou overmaken.
En het was een snerend rapport waarin alle bewijzen in de vorm van foto's, films en gehoorde gesprekken gedetailleerd neer typte.
John bekeek het rapport diezelfde avond met een ingehouden nijdigheid.
"Dus mijn zoon wordt gechanteerd.
Door die Elsie Delacre."
"Ja, maar hier zal wel snel een einde aan komen.
Ze wordt nu ondervraagt voor haar poging om mij om het leven te brengen met het inspuiten van een combinatie van verdovende en hartverlammende middelen.
Gelukkig was de dosis die dat amateur laborantje bracht te klein. Anders had het er zeer slecht uit gezien. Niet voor mij maar voor mijn kamergenote dit omdat de verpleegster eveneens in de brokken moest delen omdat Elsie Delacre vond dat ze in de weg deed. De verpleegster in kwestie kon niet weten dat één van die dosissen van het middel tegen bloedstollingen verwisseld was. En de dosissen die ze moest toedienen waren gelijk, dus het maakte weinig uit welk ampul ze waar moest inspuiten.
Ge moogt het weten hoor, die verpleegster was de enige die haar werk echt ter harte nam.
Jaloezie hé, 't es zo'n smerig beestje!"
"Bon," zei John.
"Ik verwacht iedereen morgenvroeg om half zeven, dus een half uur eerder in de brouwerij.
Dan verwacht ik dat je al je bevindingen op tafel legt.
En wees maar zeker...
Er zal eens een hartig woordje gepraat worden!!!!"

De volgende dag!
John De Beuckelaer en zijn zoon Jerry zaten aan de tafel in de ruimte waar het personeel van de drankcentrale en brouwerij zich omkleedde en waar de kastjes stonden waar ze hun persoonlijk materiaal achterlieten.
Sheila kwam binnen en gaf John en Jerry een hand.
Dan kwamen de brouwersgasten en de jongens die de dranken leverden in de café's druppelsgewijs binnen.
"Waarom moesten wij vroeger komen?" vroeg één van hen.
"Omdat ik dat zeg!" bromde John binnensmonds.
"Is dat nu zo moeilijk om gewoon te doen wat ik vraag zonder daar altijd commentaar op te hebben?" vroeg hij korzelig. "Allez kom zet u neer en ik wil u niet meer horen ja!"
"Verdomme het is wel mijn vrije dag hé," fluisterde een ander binnensmonds maar toch goed hoorbaar.
"Dat geldt ook voor u!" verhief John zijn stem. "Zitten en bebbel toe!"
"Bon mannekes!" vervolgde hij. "Zoals jullie weten hebben we de laatste tijd nogal klachten gehad over ons bier dat hier gebrouwen wordt.
Bleek dat hier gewoon sabotage in het spel was.
Sabotage gepleegd door één iemand hier aanwezig.
Die een iemand mag blijven zitten, we zullen dat varkentje hier zo meteen eens gaan wassen.
Alle anderen mogen het afbollen en aan de slag gaan van zodra ik hun naam genoemd heb.
Tjörven, Jens, Pieter, Dieter, Christian! Kom afbollen! Ga maar al aan de slag want we hebben veel werk! Oh en als ik één van jullie vandaag zie lanterfanten of er zijn klak naar smijten... Die mag op 't bureau meteen zijn C4 gaan halen! Ik ben de lakse houding van sommigen echt beu nu!
Johan, maak maar dat ge weg zijt, gij hebt vrijaf dus ge kunt nog een paar uurkes in uwe nest gaan liggen. Maar morgen verwacht ik u hier op tijd en een beetje uitgeslapen als het kan, begrepen?
Tom, Pieter, Jesse, Dirk. Jullie mogen al de camions gaan inladen en aan jullie ronde beginnen."
De jongens die hun naam hoorden verlieten de ruimte. John sloot de deur achter hen dicht en deed deze op slot.
Armand zat verstijft op zijn stoel, het zweet druipte van zijn voorhoofd.
"Bon. Sheila, laat het foto en filmmateriaal maar eens zien dat ge hier hebt verzameld."
Sheila toonde de foto's en fim waarop te zien was hoe Armand Dedeyster ampullen leeggoot in de gistketel."
John keek hem na afloop aan.
"Bon... Zeg het nekeer!
Wat hebde gij hierop te zeggen?
Hé!
Wat was hier de bedoeling van!"
"Ik had weinig keuze," zei Armand.
"Een zekere Elsie Delacre speelde me ampullen in de hand die gebruikt worden voor de behandeling van schimmelinfecties.
Gist is verwant aan schimmel en kan dus ook met deze middelen vernietigt worden.
Een klein beetje ervan in de brouwketel volstond om het bier zo goed als waardeloos en ondrinkbaar te maken."
John keek Armand met een vernietigende blik aan.
"Als ik niet deed wat ze me opdroeg dreigde Elsie ermee een aanstootgevend en voor mij nogal gênant filmpje op het internet te zetten.
Waarin ik te zien ben in nogal gênante omstandigheden.
Kijk, ik ben momenteel bezig aan mijn come-back als zanger.
Probeer mijn verleden als rokkenjager en vrouwenloper achter mij te laten.
En vooral dan mijn reputatie als zijnde iemand die geilt op jonge of zelfs minderjarige meisjes."
"Genoeg!!!" zei John.
"Spaar uw halfzachte praatjes maar voor de rechtbank.
Want ik laat dat zo niet hé maat!
Ik laat dat zo niet he!!! GODVERDOMSE SABOTEUR!!!!
Ik heb u godverdomme aangeworven ter goeder trouw.
Omdat ik iemand nodig heb met een goede technische achtergrond.
Wat dat stukken van mensen kost tegenwoordig.
Ik gaf u een kans!
Om alsnog een kans van uw miserabele leven te maken!
En wat doet ge!"

"En mijn fiets?" vroeg Sheila!
"Hebt gij die ook gesaboteerd?
Hoe ver ging dat gedoe om uit de boekskes te blijven? Hé!
Want hoe anders dan via u wist die Elsie dat ik detective was, waarna ze besloot om mij te doen zwijgen, door ervoor te zorgen dat ik godverdomme een hartverlammend middel zou toegediend krijgen."
"Sheila, eerlijk.
Ik heb je fiets niet gesaboteerd.
Ik wist het pas na je ongeval dat jij eigenlijk detective was.
Nadat ik een gesprek tussen John en Jerry hoorde."
"Fucking leugenoare!" siste Sheila.
"Denk je nu echt dat ik een aan lager wal geraakte kluchtzanger met een libido probleem ga geloven!
Mijn vriend Lou Selleslaghs heeft ook nog een eitje met u te pellen hé, dat weet ge toch.
Na uw fiasco met uw so called evenementenbureau!
Ik ga het anders vragen?
WAAROM WILDE JIJ ME LATEN VERONGELUKKEN???"
Armand zweeg stoïcijns, keek voor zich uit.
"Antwoord godverdomme!" brulde Sheila terwijl ze haar vuist keihard op tafel sloeg.
"Sheila," zei Jerry ineens.
"Armand is onschuldig.
Ik heb je fiets gesaboteerd!" zei hij.
"Ik was er van in het begin tegen dat hier een detective kwam rondneuzen.
En het zat me vooral dwars dat vader je had ingehuurd zonder mij daarin te kennen.
Want dan zou aan het licht komen dat... "
"Dat wat?" vroeg John terwijl hij recht stond en zijn zoon een dreigende blik toewierp.
"Dat ik ook wordt afgeperst door Elsie Delacre.
Die eerst beweerde dat ze zwanger van mij was en dreigde mij te dwingen dat vaderschap te erkennen en een hoge alimentatie te betalen.
Maar toen bleek dat ze helemaal niet zwanger was pakte ze het anders aan.
Ze zou me wel op een andere manier pluimen!" zei hij.
"Hoezo... zwanger?" vroeg John. "Ge gaat mij hier toch niet vertellen dat ge met die Elsie heb liggen smossen hé!" zei John terwijl hij vlak naast Jerry's stoel stond.
"Paar maanden geleden nam Armand me na het werk mee naar 't Lantaartje.
Waar we stevig hebben doorgezakt.
Het bier ging vlot, er was een goeie atmosfeer en zo.
Dan begon die Elsie aan te pappen, werd handtastelijk.
Ja die mocht gezien worden.
In haar bloesje en rokje met tijgerprint.
En ik, behoorlijk tipsy van het bier en de wodka Red-Bull. Ik liet begaan.
De muziek ging luider, ze trok me van mijn barkruk en we begonnen te dansen.
Zwoel, opzwepend.
Ze danste almaar uitdagender.
Dan begon ze te strippen.
De hele kring sloot zich, er was geen weg meer terug.
Voor ik het wist waren Elsie en ik... "

Dan haalde John De Beuckelaer keihard uit.
Hij gaf zijn zoon Jerry een geduchte klap in het aangezicht!
"Gij godverdomse zedeloze OVERSPELIGAARD!" Brulde hij in Jerry's oor.
"Dat ik dat nog moet meemaken op mijnen ouwen dag.
Vaststellen dat zelfs mijn bloedeigen zoon meedoet met dat godverdomse zedeloze, immorele, liederlijke gedoe!"
Weer kreeg Jerry een klap!
"Smerige scheefpoeper! Eerloze patattenzak! Paljas!
GE MOEST U GODVERDOMME SCHAMEN!
'Er was geen weg terug, ik had teveel gezopen en liet me vangen'!
Het was nochtans heel simpel.
Rechtstaan, kop omhoog en buiten.
Weg uit dat zedeloze hol.
Dat doet een echte vent die geeft om zijn huwelijk en zijn gezin!
Maar nee!
"Ik was zat, had teveel gezopen!"
Blijf van den drank als ge er niet tegen kunt!
Trouwens, wat hadde gij daar verloren in dat vulgair kot?
Hé! Zeg me dat eens een keer!"
Jerry kreeg weer klappen, ditmaal op het achterhoofd.
"Kom bol het af jongen! Maakt dat ge godverdomme van onder mijn ogen weg zijt ja!
Pakt uw boeltje maar en maakt dat ge weg zijt!
Ik moet niet weten van scheefpoepers onder mijn dak.
En zeg tegen uw Tina maar waarom dat ge buiten gevlogen zijt bij uw eigen vader.
En als gij niet het gore lef hebt om uw kapitale fouten door te geven.
Dan doe ik het wel!"
Jerry greep zijn zoon vast en gooide hem op de grond.
Verloor zijn zelfbeheersing en stampte hem keihard in zijn ribben!
"ZO IS HET WEL GENOEG!!!" Zei Sheila terwijl ze recht stond en tussen John en Jerry in ging staan.
Ze keek John recht in de ogen, toonde geen vrees voor de imposante man die John De Beuckelaer is.
"Moei u niet," gromde John. "Dit is een familiekwestie."
"Dit lost niets op John," zei Sheila onverstoorbaar.
"Wat lost dan wel iets op?
Hem over zijn bolleke aaien, ocharme ventje ge kon er niks aan doen!
Hij kon er verdomme wel iets aan doen.
Thuisblijven bijvoorbeeld, bij zijn vrouwke. In plaats van met die kluchtzanger op de lappen te gaan.
Ge ziet wat er van komt als ge te los omgaat met uw personeel!
De baas is baas en 't personeel is personeel.
En de baas heeft een voorbeeldfunctie en hangt dus niet heelder nachten op café.
EN ZEKER NIET MET ZIJN PERSONEEL!!"

"Dat is waar," zei Sheila.
"Jerry heeft een grote fout begaan.
En ik ben ook kwaad.
Razend kwaad zelfs.
Omdat ik door zijn stommiteit met een gebroken arm zit.
Maar iemand verrot schoppen helpt ons geen stap verder.
Echt niet John.
En uw eigen zoon verstoten helemaal niet.
Het was louter en alleen uit schrik van uw reactie dat hij dit stilhield.
Dat hij mijn fiets saboteerde.
Sorry dat ik het zo moet zeggen John.
Maar gij jaagt uw eigen mensen schrik aan met uw tirannieke gedoe.
Uw eigen familie zelfs.
Weet ge waarom veel mensen domme dingen doen?
Omdat ze geen raad kunnen vragen.
Omdat er niet kan gesproken worden in een gezin, familie, gemeenschap.
Ge kunt kwaad zijn om wat hij heeft gedaan.
En eerlijk.
Ik ben dat ook.
Maar ik ben minder kwaad op John dan dat ik kwaad ben op die demonische Elsie Delacre.
Die het slechtste uit mensen naar boven haalt met haar afpers praktijken.
Die op zoek is naar zwakke prooien om ze uit te buiten.
Zowel John als Armand zijn slachtoffer.
Slachtoffer van een BOOSAARDIG WIJF!
Ik vertrouwde die Elsie al van het begin niet.
Vanaf het eerste moment dat ik haar zag.
Ik wil nu niet stoefen, maar ik heb een zeer goede mensenkennis.
Mij maak je niets meer wijs, na al die jaren dat ik werk als detective.
Echt niet."
John ging zitten, Sheila hielp Jerry recht en stelpte de bloedneus die hij door de harde slagen van zijn vader had opgelopen.

"Sheila," zei hij.
"Ge hebt gelijk.
Ik ben nen bullebak.
Ik ben al jaren mezelf niet meer.
Niet meer sinds ons 'Natske'  d'er niet meer is."
John boog het hoofd.
"Waarom?" zei hij.
"Waarom zijn zo weinig mensen zoals zij was.
Nathalie leefde voor haar sport.
Dat meiske had karakter.
Doorzettingsvermogen.
Die heeft veel gelaten voor haar sport.
Ze kwamen aan haar mouw trekken, die gasten van 't school.
"Allez gaat eens mee, d'er is ne toffe fuif in 't stad.
Een tof optreden, komt ge niet?"
Ze zei altijd nee.
Altijd.
Ik was daar zo fier op.
Voor mij was ze een voorbeeld.
Een voorbeeld voor al die mensen die alleen nog aan hun plezierkes denken.
Zuipen, feest vieren... Vreemdgaan!
Alle weekends thuis.
'Hun uurkes kloppen' en gedaan.
Dat is wat er nog telt tegenwoordig.
En dan zijn ze verwonderd dat de boel hier scheef loopt tegenwoordig.
Maar ja.
Luistert er nog iemand naar nen ouwe vent?
Nee.
Waarom zouden ze.
Er was maar één iemand die luisterde naar haar 'parrain'.
Die zelfs raad kwam vragen, niet zomaar één keer op een weg.
Maar vaak meermaals per week."
Dan zweeg John, zette hij zich neer.
En schudde het hoofd.
Jerry stond recht en verliet de ruimte, Armand droop af.
John keek op.
"Stuurt de rekening maar op," zei hij tegen Sheila.
"Ik wil efkes alleen zijn nu.
Gewoon efkes alleen zijn.

Verdachte brouwsels 6



Lou kwam op bezoek.
Had een ruiker bloemen mee, gevlamde rozen.
"Hoe daje ghie dat weet moatje," zei ze. "Da 'k zot ben van gevlamde rozen."
"Ja, dat zijn van die kleine dingen die een man probeert te onthouden van de vrouw om wie hij zoveel geeft lieverd," zei hij.
"Is 't woar moatje?
Ben ik dat?
De vrouw om wie je zoveel geeft."
Lou legde zijn handen op het kussen en drukte zijn lippen tegen de hare.
Gaf haar een lange lieve zoen.
"Ja meisje, dat ben je.
Ik geef heel erg veel om je lieverd.
Dan kwam de dokter binnen.
"Juffrouw Verdoolaeghe," zei hij.
"Ik zie dat uw vriend er ook bij is," zij de dokter terwijl hij naar Lou knikte.
Hij stapte op Lou af en gaf hem een hand. "Aangename kennismaking meneer.
Maar goed, laat ons even ter zake komen.
Ik heb goed nieuws voor jou Juffrouw Verdoolaeghe.
U mag morgenmiddag naar huis.
U bent goed hersteld van uw hersenschudding en die verstuiking van uw enkel leek bij nader inzien eerder een verzwikking.
Ik raad u echter aan om die 'tape' nog een dag of twee om je voet te houden om eventuele overbelasting te voorkomen.
En wat je arm betreft, dat is dus zoals gewoonlijk zes weken gips.
Ik verwacht  wel dat u over drie weken eens langskomt voor een controle om te zien of de breuk goed geneest."
Er is wel enige nazorg nodig vooral inzake het voorkomen van trombose, waardoor u zolang u in de gips zit een dagelijkse inspuiting moet krijgen.
Vanavond zal één van onze verpleegsters dat doen, daarna is het aan jullie om dit zelf te regelen, ik raad u aan om dit door een thuisverpleger te laten doen."
"Dat is geen enkel probleem," zei Sheila. "Caro zal dat wel doen, dat is een hele goeie thuisverpleegster en een toffe madam."
"Bon, dan zie ik u morgen op mijn kabinet," zei de dokter voor hij de kamer verliet.

"Laat ons efkes gaan wandelen," zei Sheila.
"Ik heb het hier gewoon benauwd in die muffe ziekenhuiskamer.
Beetje frisse lucht zal me goed doen."
"Goed idee," zei Lou.
Even later liepen ze hand in hand langs het pad door de tuin die het ziekenhuis scheidde van de huizen er omheen.
Het was een groene oase waar patiënten even konden verpozen en genieten van de gezonde lucht.
Even namen ze plaats op een bankje.
"Zeg, Cafe 't Lantaarntje, heb je daar ooit al van gehoord?" vroeg Sheila.
Lou maakte prompt een wegwerpgebaar.
"Crapulekot," zei hij.
"Ranzig hol vol seksmaniakken en ordinaire dellen.
Spelen daar heelder dagen van die dwaze 'apres-ski' en polonaisemuziek. Loopt er vol halfnaakte domme wijven en opgefokte Johnny's met het IQ van een dooie kat.
Mijn maag keert al bij de gedachte alleen al."
"Ach zo," zei Sheila terwijl ze minzaam knikte.
"Dat verklaart veel."
"Ge gaat me toch niet vertellen dat ge zelfs in de kliniek voor detective zit te spelen?"
"Ja," zei Sheila. "Ik heb een spoor in de zaak van dat bedorven bier van Brouwerij De Beuckelaer.
Jerry wordt gechanteerd.
Nadat hij zich even liet gaan tijdens één of ander hitsig feestje in 't Lantaarntje."
Lou schudde het hoofd. "Den onnozelaar.
Ge moet toch echt wel ne grote stommekloot zijn als ge u zover laat krijgen om uw broek te laten zakken voor of door één van die vulgaire wijven die daar aan de toog hangen.
Eigenlijk ben ik blij met café's zoals 't Lantaarntje. Dat dat vulgaire wijvenvolk daar maar gaat samentroepen om hun vuile spellekes te spelen. En niet zoals vroeger deftige café's af te schuimen om daar dan argeloze mannen om de tuin leiden, zoals ze destijds met mijn maat Jan Ceustermans deden."
"Laat me raden, één van die meiden verleidde hem tot een nummertje seks en dan was ze zogezegd zwanger van hem of ze had het op beeld vastgelegd?"
"Allebei", zei Lou.
"Alleen vergat ze één ding.
Bij onze bende is het 'één voor allen en allen voor één'.
En we wisten dat die twee trezebezen die daar achter zaten wel vaker zich aan dat soort zaken bezondigden.
Maar dat is een heel verhaal, vertel ik je later wel eens." zei hij terwijl hij zijn telefoon uithaalde.
Hij stond even recht en begon een telefoongesprek dat eindigde met "ik kom sebiet."
"Ja meiske, ik moet er vandoor.
Den Tom heeft een klein probleemke met zijnen auto, platte batterij."
"Doe mor," zei Sheila.
"Ik weet dat ik u toch niet kan tegenhouden als het om uw maten gaat.
Maar vergeet me morgen niet te komen halen hé."
"Hoe zou ik u kunnen vergeten liefje," zei Lou voor hij haar een lange afscheidskus gaf.
"Ga maar hoor, ik vind de weg naar boven wel alleen," zei Sheila.
Ze zag hem wegwandelen en voelde het heel warm worden in haar hart.

's Avonds kwam Pilar nog haar laatste ronde doen.
Ze gaf Jessica een inspuiting en verzorgde haar wonden.
Dan kwam ze tot bij Sheila en begon haar arm te ontsmetten.
"Sorry Pilar," zei ze. "Maar ik weiger die inspuiting.
"Porque?" vroeg Pilar.
Sheila nam haar gsm.
Toonde hetgeen ze filmde.
Pilar was in schok.
"Ese sucio intrigante... die vuile intrigante!" zei ze.
"En met wat heeft ze mij erbij gelapt?"
Dan zag ze de jongen die erbij kwam.
"Dat is Klaas Van Goethem, die werkt hier in het labo.
Er gaan geruchten over hem de ronde," zei Pilar.
"Welke?" vroeg Sheila.
"Dat hij morfine en ander spul zou ontvreemden uit het labo.
Om voor grof geld te verkopen aan louche onderwereldfiguren."
"Heeft hij al lang een verhouding met die Elsie."
"Tijdens de nieuwjaarsreceptie waren ze al heel dicht aan het dansen," zei Pilar.
"Ze deed echt alles om hem te verleiden, had zelfs een heel pikant kleedje aangetrokken die avond, en hing de hele tijd rond hem.
Dit ondanks de geruchten die over hem de ronde doen."
"Niet meer of ze is er op uit om hem te chanteren, man dat wicht is verdorven en kan hier gewoon haar gang gaan," foeterde Sheila.
"Ellos tienen una relacion, ze hebben echt wel een relatie hoor," zei Pilar.
Het lijkt me echt wel ondenkbaar dat ze Klaas op eender welke manier zou gaan een loer draaien hoor," zei Pilar.
"El tiene una reputacion violenta." fluisterde ze. "Hij heeft een zeer gewelddadige reputatie."
"Je zoe 't dat hem nie geevn," zei Sheila verwonderd. "Zo ne gespierde wasdroad."
"El haco artes martiales, hij doet gevechtsporten."
Sheila lachte schamper.
"Ik ook," zei ze.
"Luister," zei Sheila. "We doen het volgende.
Je brengt me die lege ampullen die in je rugzak zitten, ik hou die bij als bewijsmateriaal.
Schrijf maar gerust in je verslag dat ik die inspuiting weiger en schrijf erbij patiënt beweert dat er met die inspuiting  geknoeid is'.
En laat de rest maar aan mij over... "
Pilar keek Sheila aan.
"Gracias," zei ze.
"Dankzij jou zijn we allebei aan iets heel ergs ontsnapt.
Ik zou mijn familie niet meer onder ogen durven kijken moesten ze horen dat ik beschuldigd werd van dergelijke zaken."
Sheila greep Pilar's hand vast en keek haar in de ogen.
"We slaan er ons hier samen door meid," zei ze.
"Tu y yo, jij en ik."

Nadat Pilar de kamer verliet praatte Sheila nog wat verder met Jessica.
Jessica Duvalier is een kranig meisje.
Ze overleefde een dramatisch motorongeval waarbij haar vriend het leven liet.
Zelf kroop ze door het oog van de naald.
"Maar ik ben er nog," zei ze met zachte stem.
"Het leven gaat voort, hoe hard het ook al zijn."
"Doe jezelf niet harder voor dan je bent Jessica," zei Sheila met oprechte bezorgdheid.
"Want de echte klop moet nog komen."
Jessica draaide moeizaam haar hoofd.
"Ik weet het," zei ze.
"Ik heb al zoveel kloppen gekregen in mijn leven.
Letterlijk dan.
Als kind mishandeld door mijn vader.
Die een dronkaard was.
En een hoerenloper.
Die ons ma beloog en bedroog.
En mij niet moest hebben.
ik was een 'bastaardsjoenk' in zijn ogen.
Ik was niets en ik kon niets.
Eigenlijk had hij liever een zoontje gehad.
Maar het werd een meiske."
Jessica zweeg, keek naar het plafond.
"Morgen komt Korneeltje," zei ze. "Ben blij dat ik mijn kleine jongen opnieuw in de armen ga kunnen sluiten.
Hij is de enige waarvoor ik nog leef," zei Jessica.
"Die jongen moet nu zonder vader verder," zei Sheila. "Moet ook hard zijn voor hem."
"Oh maar Jasper was niet de vader van Corneel hoor.
Nu ja, eigenlijk was hij dat wel. Hij keek tenminste om naar dat ventje.
Kan je van die triestige gokker, zuiplap, vrouwenloper die Korneel verwekte niet zeggen.
Ik wilde niet dat Korneeltje hetzelfde moest meemaken als ik meemaakte, daarom ben ik er met mijn kleine jongen vandoor gegaan."
"Da je geliek eit," zei Sheila.

"Ik voel me zo suf," zei Jessica ineens. "Zou dat van die inspuiting zijn die ik daarnet kreeg?"
"Kan, de dokter zei me ook dat je daarvan een suf gevoel kon krijgen."
"Had ik voordien nooit van die inspuitingen tegen trombose.
En nu... Verdomme.
Oh Shit... Ik voel me echt niet goed Sheila... Alles draait.
En hartkloppingen."
Sheila sprong ineens recht, drukte op de noodknop en haastte zich dan naar Jessica's bed.
"Bij bewustzijn blijven Jessica," zei ze.
"Kijk me aan!
Hey hoor je me?
Kijk me aan.
Bie nuus bluuvn meisje!"
"Wat gebeurt er met mij?" vroeg Jessica.
Ze draaide versuft haar hoofd.
"Hey! hoor je me Jessica!
Bie nuus bluuvn!
Peijst a je zeuntje meid!
Asjeblieft!!"
"Que pasa! Wat is er gaande?" vroeg Pilar toen ze binnenkwam en Sheila bij Jessica's bed aantrof.
"Haalt den dokteur van wacht! Jessica es in levensgevoar!!!" riep Sheila.
Dan richtte ze zich weer tot Jessica en probeerde haar bij bewustzijn te houden.
De dokter van wacht kwam ter plaatse.
D'er is geknoeid met de inspuitingen, en die foute inspuiting was voor mij bedoeld!" zei Sheila.
"Wat bazel jij allemaal?" vroeg de dokter.
"Ik bazel niet, ik ben detective en kwam toevallig het één en ander op het spoor in verband met een zaak waar ik aan werk.
En dat hadden ze door.
Elsie Delacre wil mij dood!
EN IK KAN DAT BEWIJZEN OOK!!!"
De dokter van wacht belde naar de spoed, die kwamen meteen ter plaatse met een brancard.
Jessica werd weggebracht.
"Bloed afnemen, meteen!" zei de dokter.
Sheila lag weer alleen in de kamer.
Sliep de hele nacht niet.
Ze moest aan Jessica denken, terwijl de tranen over haar wangen bleven stromen.
"Hopelijk kom je derdeure meisje.
'k Meugen d'er nie an peinzn da joen zeuntje alleine achterbluuft!
Me ziele ghods... Wat e miserie."

De volgende ochtend was het Anke die als eerste de kamer binnenkwam en blijkbaar al op de hoogte van wat er gisterenavond met Jessica was gebeurd.
"Dat was wel heftig gisterenavond hé," zei ze. "Goed dat jij er was Sheila. Anders had ze het vast niet gehaald."
"Hoe is het met Jessica?" vroeg Sheila.
"Ze ligt nog op 'intensieve zorgen', maar haar toestand is stabiel.
Ze waren er snel bij om de giftige stoffen te neutraliseren.
Dees gaat nog een staartje krijgen, zij maar zeker."
"Is maar normaal zeker?" zei Sheila.
"Wat die meid van plan was is echt niet normaal hoor."
"Ja," zei Anke. "Ik moest er ook niet van weten, van dat ingevoerde stuk miserie. Zo precies alsof onze eigen mensen zijn niet goed genoeg meer."
"Ik heb het niet over Pilar! Domme geijte daje ziet!" zei Sheila verontwaardigd!
"Gij en uw vriendinnetje Elsie zouden beter eens een voorbeeld nemen aan haar professionalisme haar inzet en engagement ja!"
"Fuck!" Riep Anke verontwaardigd uit.
"Straks breek uw andere arm ook ja, kutwijf!" siste Anke in Sheila's oor.
"Je meugt het olsang ekeje proberen wi!" zei Sheila kalm. Ze keek Anke strak aan, haar scherpe blik sprak boekdelen.
Anke zei niets meer, verbond Sheila's enkel opnieuw en ging dan zonder iets te zeggen terug buiten.
"Die zit," zei Sheila luidop.
Dan kwam het diensthoofd van de afdeling heelkunde Dr Paul Naessens de kamer binnen. Samen met de dokter die haar de hele tijd behandelde.
"Juffrouw Verdoolaeghe," zei hij.
"Sta me toe u te feliciteren voor uw snelle en krachtdadige optreden. U hebt hiermee uw medepatiënte Jessica Duvalier het leven gered.
Maar u schijnt meer te weten over wie er achter deze sabotage actie zit, die eigenlijk op u gericht was."
"Ja," zei Sheila. "En ik ben blij dat jullie dit ernstig nemen. Ik zou graag alles wat ik weet uit de doeken willen doen."
"Dat kan u zo meteen Juffrouw Verdoolaeghe," zei Dr Naessens. Ik verwacht u voor u naar huis gaat, dus na het laatste onderzoek dan ook op mijn bureau."
"Ik zal er zeker zijn." zei Sheila.

Verdachte brouwsels 5



Het was avond.
Pilar, de Spaanse verpleegster kwam de kamer binnen voor nog een laatste inspectie.
Ze verzorgde de wonden van Sheila's kamergenote.
Sprak haar aan met een vriendelijke en zachte stem.
Dan liep ze naar Sheila.
Met een brede glimlach en levendige stralende ogen.
"Eres un poco facil Sheila?" vroeg Pilar in het Spaans. "Lig je een beetje gemakkelijk?"
"Si Pilar, Gracias.
Gracias por su buen cuidado." antwoordde Sheila.
"Bedankt voor je goede zorgen.
Ik vind jou een heel goede en vooral professionele verpleegster."
"De nada," zei Pilar ietwat verlegen.
"Ik doe gewoon mijn plicht."
"Heb je een goede band met je collega's Pilar?" vroeg Sheila.
"Dat gaat," antwoordde Pilar. "Met de ene al beter dan met de andere.
Eso es entre nosotros... Dit is tussen ons.
Maar ik voel me niet op mijn gemak bij Elsie, die met haar blonde krulhaar." Zei Pilar in het Spaans met gedempte stem.
"Por que no? Waarom niet?" vroeg Sheila.
"Ze moet me niet.
Ze dacht dat ik haar niet hoorde, maar ik hoorde haar wel.
Toen ze zei: "Ik krijg je hier wel buiten Spaanse teef!"
Ze gaat ook altijd zo ver mogelijk van mij zitten.
Betrekt me nooit in het gesprek."
"Heb je ooit iets verkeerd gezegd tegen Elsie?" vroeg Sheila.
"No, nunca!
Ik ben vriendelijk tegen haar, net zoals tegen iedereen.
Met iedereen klikt het, behalve met Elsie.
Nu ja, Anke die donkere doet de laatste tijd ook raar tegen mij.
Ik denk dat Elsie haar opjut tegen mij."
"Escucha Pilar, si tienes problemas, llàmame, als je problemen hebt, bel me dan.
Jij bent een gedreven verpleegster en een hele mooie en warme persoon.
Voor mensen zoals jij ga ik door een vuur, realmente cierto!"
Ze gaf Pilar haar kaartje.
"Hier heb je mijn nummer," zei ze erbij.
"Tu ested detective?" zei Pilar toen ze het kaartje bekeek.
 "Jij bent detective?"
"Ja," zei Sheila.
"Maar jou help ik belangeloos, en dat meen ik."
Ze keek Pilar recht in de ogen.
"Ik laat je maar," zei Pilar. "Buenas noches!"
"Para ti también,(voor u hetzelfde)" zei Sheila terwijl ze glimlachte.
Sheila nam haar boek en legde het op haar knieën terwijl ze haar leeslampje aanknipte.

De volgende ochtend kwam Elsie de kamer binnen.
"Goeiemorgen," zei ze met een kamerbrede glimlach op haar gezicht.
Ze trok de zonnewering naar omhoog, het beloofde weer een stralende dag te worden.
Geroutineerd begon ze de wonden van Sheila's kamergenote die Jessica heette te verzorgen. 
"Ziet ekeje zo bruut nie, teve," foeterde ze in zichzelf.
Ze hekelde het totale gebrek aan empathie bij Elsie. De manier waarop ze omging met een patiënte als Jessica vond ze gewoonweg beneden alle peil.
Jessica Duvalier werd een paar dagen geleden binnengebracht ze kwam van de dienst intensieve zorgen. Na een ongeval met de motor had ze zeker drie weken in coma gelegen. Nu haar toestand stabiel was kon ze op de afdeling heelkunde verder herstellen.
Sheila zag de grimassen op Jessica's gezicht terwijl Elsie haar verse verbanden omdeed.
"En hoe is het met je arm?" vroeg ze daarna aan Sheila.
"We komen je straks halen om onder de scanner te gaan om te kijken hoe je arm geneest," voegde Elsie eraan toe.
Dan liep ze naar buiten.
In afwachting tot het ontbijt gebracht werd sloeg Sheila een praatje met Jessica.
"Ken je die Spaanse verpleegster?" vroeg Jessica.
"Nee," antwoordde Sheila, maar ik vind het wel plezant om zo eens een praatje te slaan in het Spaans.
"Ben je van Spaanse origine, of heb je familie daar?" vroeg Jessica.
"Nee. Ik hou gewoon van die taal en vooral van het land.
Heb er lang genoeg rondgehangen lang geleden toen ik nog jong was.
Ah dat was zukke schone tied," mijmerde Sheila.
"Ik was een tijdlang werkzaam in Latijns Amerika," zei Jessica.
"Als ontwikkelingshelper.
Werkzaam in de krottenwijken van Asuncion de hoofdstad van Paraguay.
Heb er veel van opgestoken, echt wel."
"Dan heb je de conversatie wat kunnen volgen?" vroeg Sheila.
"Half," zei Jessica.
"Vind het wel fijn dat je het zo voor Pilar leek op te nemen."
"Dat is een meisje met beroepsernst en arbeidsethos." zei Sheila.
"Ze neemt haar werk als verpleegster au serieus.
En ze heeft een goed hart.
Zo'n mensen krijgen mijn steun, onvoorwaardelijk.
Is het niet ver gekomen dat we verpleegsters uit Spanje moeten gaan halen omdat niemand dat werk nog wil doen?
En diegenen die het doen, die vagen er dan nog hun kl....
Ach je weet wel wat ik wil zeggen.
Weet je," zei Sheila.
"Ik heb het een beetje gehad met de mentaliteit van de mensen tegenwoordig.
Het enige wat hen nog lijkt te interesseren is 'hoe incasseer ik zoveel mogelijk poen zonder mij daarvoor al te veel te moeten inspannen'.
Het moet ollemolle vanzelfst ghoan tegenwoordig.
Niets mag nog enige inspanning vergen.
En ze moeten allemaal in het weekend thuis zijn natuurlijk hé, om te feesten, te zuipen en te vreten!"
"Een echte West-Vlaamse hé," zei Jessica glimlachend.
"Ja," zei Sheila.
"En 'k ben d'er preus op ook.
Opgegroeid met 'nie trunten'!
Deuredoen, hoe moeilijk da 't ook es.
En je werk ghoed doen, mé liefde!"

Sheila en Jessica praatten nog wat verder terwijl het ontbijt werd gebracht.
Dan werd Sheila naar de dienst radiologie gebracht voor de foto's.
Die middag kwam de dokter langs die vertelde dat hij uit de beelden van de scan kon opmaken dat de breuk goed aan het herstellen was.
Daarna besloot Sheila om nog even naar buiten te gaan.
Weer zat ze op het bankje.
Ditmaal met een fris blikje Cola.
Het was warm.
Eigenlijk heet zelfs.
"Verdomme," dacht ze bij zichzelf.
"Morgen zou ik met Lou naar Zeeland vertrekken.
Us weekendje weg!!"
Maar dat zou dus voor een andere keer zijn.
Ze las de berichtjes die hij in de loop van de dag stuurde.
Lieve berichtjes.
Met een tikkeltje ondeugd.
Sheila voelde het warm worden in haar hartje.
Nam nog een slok Cola en luisterde naar het geroezemoes rond haar.
De vogeltjes die hun lied zongen, het gekwetter van de mussen.
Het gedram komende van de draagbare usb-radio van enkele jongelui die op de bus stonden te wachten.
"Wat e ketelmuziek joenges!" zei ze luidop.
De bus kwam, de jongens stapten op.
Sheila dronk haar blikje cola leeg en ging dan terug naar boven.
Weer kwam ze bij de verpleegpost.
Weer bleef ze even luisteren.
"Zeg moet je eens wat weten?" hoorde ze Elsie zeggen.
"Die Sheila, van kamer 305. Da's een detective?"
"Oh ja, leuk voor haar hé," zei Anke die met haar smartphone bezig was.
"Maar niet voor mij hé." zei Elsie.
"Ze werd blijkbaar ingehuurd door John De Beuckelaer de Jerry zijne pa.
Om uit te zoeken wie er achter het saboteren van het bier zit?
Armand is er achter gekomen, hij belde me vanmiddag op.
De godverdomse teef!
Maar ik heb al een plannetje.
Om die Sheila voorgoed het zwijgen op te leggen.
En wat meer is...
Die Spaanses tuttebel gaat ervoor opdraaien!
Ja ja.
Twee vliegen in één klap.
Vanavond moet ze van de dokter Sheila een inspuiting geven om bloedstollingen te vermijden.
Alleen zal die inspuiting iets anders bevatten.
Iets dat ervoor zorgt dat moeial Sheila morgenvroeg niet meer zal ontwaken.
En alle sporen zullen wijzen naar dat Spaans gemeen.
Die ik dik bij haar kloten ga hebben, net zoals ik die Roemeense voor haar te grazen heb genomen.
En die Nigeriaanse twee jaar geleden.
Misschien dat de directie na dat zoveelste incident misschien twee keer zal nadenken eer ze nog eens beroep doen op 'vreemd gespuis' dat hier onze jobs komt inpikken, enkel en alleen om onze lonen te drukken."
Sheila kreeg het koud.
"Ghie zie nog meer verdorven als da 'k peinsde," dacht ze bij zichzelf!
"Mor olles wat daje juste zei.... GHOAN 'K TEGEN JOEN GEBRUKN. SMERIGE TEVE!!!"

Sheila keek ineens om.
Ze hoorde de lift opengaan, een jonge kerel liep recht naar de verpleegpost.
Hij droeg een bordeauxrood t-shirt, jeansbroek en gymschoenen. Hij liep zomaar de verpleegpost in alsof dat de normaalste zaak van de wereld is, zonder enige nota te nemen van Sheila's aanwezigheid. Sheila nam het zekere voor het onzekere, begon te stappen en gebaarde van krommenaas.
"Hey Klaas" hoorde ze Elsie zeggen. "Heb je het spul bij scheetje?"
"Tuurlijk wel," zei Klaas terwijl hij zijn vest opende en een ampul uit zijn hemdzakje haalde."
"Ge zijt een schatje," zei Elsie terwijl ze hem een tongzoen gaf. Haar witte verpleegstersjas had ze intussen al uitgetrokken.
"Ze hebben toch niets in de gaten daar op het labo?" vroeg ze. "Ik mag er niet aan denken dat dit uitkomt."
"Maak je maar geen zorgen lekker ding," zei Klaas.
"Mij verschalken ze niet zo vlug. Wel wat denk je? Etentje vanavond?" vroeg hij  terwijl zijn handen over Elsie's welgevormde kont gleden.
"Deugniet," zei Els.
"Vanavond moet ik naar de avondschool," zei ze. "Maar wat denk je van een romantisch weekendje in Knokke? In een luxe appartement."
"Zijde gij zo rijk?" vroeg Klaas.
"Ik niet.
Maar de persoon die ik zo zot heb gekregen dat hij me deze sleutels heeft gegeven wel." zei Elsie terwijl ze triomfantelijk een sleutelbos uit haar broekzak haalde.
Allez ik ga u laten, nog een dikke merci hé scheetje," zei ze terwijl ze Klaas een kushandje toewierp.
Sheila had zich even uit de voeten gemaakt maar kwam dan terug en zag hoe Elsie de inhoud van het ampul in een andere deed en het lege ampul in de rugzak van Pilar stopte.
"Nu heb ik u bij uw kloten se, Spaans crapuul," zei ze luidop.
Sheila filmde alles stiekem en ging dan naar haar kamer, ze walgde letterlijk van hetgeen ze zag en hoorde.

vrijdag 8 november 2019

Verdachte brouwsels 4



Sheila lag in het ziekenhuis.
Met een gebroken arm, verstuikte enkel, gekneusde ribben en een lichte hersenschudding.
Ze lag languit in bed met haar hoofd in het verband en arm in het gips.
"Hier liggen kik nu schone," zei ze terwijl ze op haar lip beet.
"Allez ja verdomme, hoe moet het nu verder?" Vroeg ze zich af.
De renovatie van mijn huis, het opstarten van mijn detectivebureau."
Lou zat naast haar op een stoel en streelde de rug van haar hand.
"Denk daar efkes niet aan meiske.
Het is belangrijk nu dat ge rust, ge hebt ne serieuze slag gehad weet ge wel.
Voor 't zelfde geld waart ge d'er misschien niet meer."
Dan draaide hij zijn hoofd weg, sidderde over heel zijn lichaam.
"Godverdomme," zei hij.
"Ghoat het moatje?" vroeg Sheila.
"Ja, 't gaan wel." zei hij.
"Ik mag er gewoon niet aan denken.
Nog eens iemand te verliezen die ik... "
Sheila nam zijn hand vast.
"Hey.
Moatje.
Da ghoa nie gebeuren wi.
Echt nie."
"Kunt ge nu wel zeggen." zei Lou.
"Maar ik voelde de grond onder mijn voeten wegzakken toen Raymond me belde.
Ik voelde weer datzelfde akelige gevoel als toen twintig jaar geleden." zei hij.
"Lustert ekeje," zei Sheila.
"Geloof me.
Dat gaat niet gebeuren.
Dat weet ik nu heel zeker.
Ja ik heb ze genepen toen ik op die camionette afstevende.
Ik dacht aan alles wat gebeuren kon.
Ik dacht echt dat ik onder die bestelwagen ging belanden, die echt wel snel reed.
Maar toen, hoe het kwam weet ik nog altijd niet.
Slaagde ik erin bij te sturen.
Vlamde tegen de zijkant van dat roestige vehikel.
De volle impact op mijn arm.
Ik krijste de hele straat bij elkaar van de pijn.
Maar verdomme... Ik was er nog.
Toen wist ik het zeker.
Wat ze zeiden dat was waar?"
"Wie zei dat, wat was er waar?" vroeg Lou.


Sheila keek hem aan.
Zocht naar haar woorden.
Ik heb u dat nog nooit verteld.
Heb het tegen niemand verteld.
Omdat ik zelf altijd dacht dat dat flauwe kul was.
Zever in paksjes voe de 'sensoasjeboeksjes' en pulpprogramma's op de televiezje."
Maar toen ik vorig jaar werd neergeschoten door Rozette Pelckmans
Waarbij ik op het nippertje aan de dood ontsnapte.
Toen heb ik... "
Sheila twijfelde even.
Keek Lou aan.
"Ik heb een bijna dood ervaring gehad Lou," zei ze.
"Echt waar.
Ik zag mezelf boven mijn lichaam zweven.
Juste lik dat ze dat in die 'dwoaze trutteprogramma's' verteln."
Dan zag ik een wit licht.
Ik dacht eerst dit is een droom, dit kan niet.
Straks wordt ik gewoon wakker en vraag ik me af waar ik ben.
En blijkt dat allemaal maar een kwaaie droom te zijn.
Mo neije ghodverdomme.
Dat was geweune echt.
Ik zweefde gewoon.
En werd dingen gewaar die gewoon onaards waren.
Een onbeschrijfelijk gevoel van liefde.
Van pure onvoorwaardelijke liefde die sterker werd wijl ik dichter bij dat licht kwam.
Ik besefte toen van, mijn taak op aarde zit erop.
't Is gepasseerd.
Voorbij.
Maar toen zag ik de mensen die mij zo nauw aan het hart lagen en die mij ontvallen zijn.
Ik zag mijn grootouders.
Waar ik nog voor zorgde toen ze bedlegerig waren.
Ik zag Graziella, het meisje dat ik voor mijn ogen zag sterven.
Ik zag mijn beste vriendinnetje, die nu al bijna dertig jaar geleden spoorloos verdween.
Kathy Gheyselbrecht.
Kathy sprak me aan.
Ze... "
Sheila huilde, dit was even echt moeilijk voor haar.
Lou streelde haar lange blonde haar, en zijn linkerhand legde hij op haar linkerhand.
"Ze zei dat mijn tijd nog niet gekomen was.
Dat mensen mij nog nodig hadden.
Dat mijn taak nog niet volbracht was."

Dan zweeg Sheila.
"Ik ben gewoon verder gegaan met mijn leven.
Ik dacht er nog wel aan, maar niet meer zo heel intens.
Ben gaan denken dat dit alles toch een droom moet geweest zijn.
Maar nu.
Ben ik mij ineens heel bewust van dit alles.
Mijn tijd zit er inderdaad nog niet op Lou.
Dat weet ik nu wel zeker.
En ik weet heel zeker dat gij één van die mensen zijt die mij nodig heeft.
Gij trekt u op aan mij.
En ik voel me zo hard aangetrokken tot u.
Dat was al toen ik nog samen was met Pieter Slembrouck.
Ben mij met de dag harder gaan afvragen waarom ik nog mijn tijd steek in die kerel?
Daarom ging ik mij bezinnen, trok ik er op uit met de motor.
Ik wist dat ik moest nadenken over wat ik met mijn leven van plan was.
Nu weet ik dat.
Lou...
Gij zijt me nog niet kwijt maatje!" zei Sheila terwijl ze haar goeie arm rond zijn hals sloeg.
Ze keek Lou aan.
Tuitte subtiel haar lippen.
Lou drukte zijn lippen tegen de hare.
Er volgde een kus.
Een tedere doch hartstochtelijke kus.
"Moatje," fluisterde Sheila zacht.


Twee dagen later.
Sheila stapte door de gang.
Moeizaam, maar het lukte toch.
De verstuiking van haar enkel bleek beter mee te vallen dan gedacht.
Na twee dagen rust had de dokter haar aanbevolen om af en toe eens op de gang te wandelen.
"Maar je mag je enkel niet overbelasten," drukte hij haar op het hart. "Als je pijn hebt gewoon stoppen en wachten tot het over gaat."
Traag liep Sheila door de gang.
Eindelijk kon ze eens het bed uit.
Ze was het liggen in bed al hartsgrondig beu.
Gelukkig kreeg ze wel veel bezoek.
Cathy Weylandts haar beste vriendin kwam langs.
Willem de uitbater van de Dinky Toys samen met enkele vaste stamgasten, en ook heel wat leden van de kickbox club waar ze training gaf en zelf al eens graag in de ring stond. Want hoe druk ze het ook had, de woensdagmiddag en vrijdagavond hield ze vrij, zonder pardon.
Om zich eens goed uit te leven, en dan naderhand wat na te praten in de kantine of wanneer deze gesloten was, in de Dinky Toys.
John De Beuckelaer kwam ook langs.
"Gij hebt veeel chance gehad." zei hij.
John stond erop om klacht in te dienen, maar Sheila weigerde.
"Ik had graag meer bewijzen in handen gehad, en ik kom wanneer ik kan gewoon terug.
Desnoods met mijn arm in de gips."
"Gij zijt ook een doorbijterke precies hé," zei Sheila.
"Mag je zeker van zijn," reageerde ze.
"Als ik ergens mijn tanden in zet dan ga ik door tot het bittere einde."

Sheila nam de lift en liep dan op haar gemak naar de uitgang.
Om even een luchtje te scheppen.
Ze zat op een bank met zicht op de ingang, naast haar een kartonnen bekertje met koffie uit het automaat.
Aanschouwde het komen en gaan van de mensen.
Genoot van de zon.
De zon op haar gezicht.
Kleine wolken die voorbij dreven.
De vogels die fluiten.
Het geruis van de drukke rijbaan verderop.
Een lijnbus die de oprit van de kliniek opdraaide en stopte bij het bushokje vlakbij de ingang
Mensen die uitstapten en naar de kliniek liepen.
Eén enkeling met een boeket bloemen in de hand, die je nochtans in het winkeltje bij de ingang kan kopen.
Een ander met een enveloppe, waarschijnlijk een verwijsbrief van zijn huisarts.
Nog een ander op krukken met zijn been in het gips.
Zeker een uur lang zat Sheila buiten op het bankje.
Vergat ze even haar zorgen.
Dan stond ze recht, ging ze terug naar binnen nadat ze het lege koffiebekertje in de vuilbak had gedeponeerd.
Ze nam de lift naar boven, daarna liep ze door de gang.
Langs de verpleegsterspost.
Ze ving een gesprek op.
Hoorde ze daar niet de naam De Beuckelaer?
Ze hield halt.
Deed alsof ze gewoon even uitrustte en haalde haar smartphone boven om zo niet op te vallen.
"Ik ga dat brouwertje laten betalen dat hij schijt. Zoniet dan zal het niet bij klachten omdat het bier niet te drinken is blijven," hoort ze één van de verpleegsters zeggen.
Sheila wist al meteen wie het was.
Het was Elsie Delacre, de kleine verpleegster met het blonde krulhaar die niet al te hoog in Sheila's aanzien stond. Sheila vond dat ze haar manier van werken teveel aan 'bandwerk' deed denken.
Onderkoeld en routineus.
Met een 'valse' glimlach op haar gezicht, oppervlakkige ingestudeerde praatjes.
Maar zonder enige empathie, noch zin voor detail.
"Doeje 't nie geiren misschiens? Trutje." dacht Sheila bij meermaals toen ze haar bezig zag.
Nee dan had ze liever Pilar.
Pilar Valasquez is een ravissante Spaanse met lang golvend zwart haar, diepbruine ogen en vooral haar stralende en innemende glimlach. Maar eigenlijk vooral met de ernst die ze bij haar werk aan de dag legde won ze direct Sheila's sympathie.
Maar de onderliggende reden was vooral omdat Sheila met haar eens een mondje Spaans kon praten. Sheila heeft een zwak voor alles wat Spaans is. Spanje haar geliefkoosde land, en dat heeft vooral te maken met hetgeen ze er beleefde toen ze als jong meisje met haar Harley door het land trok.
Pilar vertelde over hoe ze op zoek naar werk een uitzendkantoor binnenstapte waar ze het voorstel kreeg om in ons land als verpleegster te werken.
Anderhalf jaar werkt ze nu al in ons land, nadat ze eerst een stoomcursus Nederlands volgde vlak na haar aankomst.
Ze is een geboren verpleegster, zorgzaam, empathisch, luisterend oor.
Doet haar werk met veel beroepsernst. Sheila zag haar bezig met haar kamergenote, een jonge vrouw die meerdere zware breuken opliep na een zwaar motorongeval. En had meteen een goed gevoel bij haar.

Sheila luisterde verder.
Ze hoorde hoe Elsie tegen haar collega die blijkbaar Anke heette dat ze op een feestje in Café 't Lantaarntje,' - een café waar Sheila nooit eerder van hoorde - in een volle gelagzaal seks had met Jerry De Beuckelaer.
"Het begon met wat 'dirty-dansen', uitdagen, hij deed zijn hemd uit en ik mijn blouse.
Dan zat ik half geknield voor hem, mijn handen rond zijn gulp en die venten maar roepen 'broek naar beneden, broek naar beneden!" 
Ik deed het.
Ik trok zijn broek en slip naar beneden hij had een joekel van een 'boner'.
Al die venten 'pijpen, pijpen, pijpen'!!"
"En hebde gij hem gepijpt?" vroeg Anke.
"Het zal wel zijn," zei Elsie.
"Tja, wat wilt ge?
Ik was zat, en eigenlijk ook behoorlijk geil.
Ik heb zijn pik afgezogen en hem tussen mijn tetten geplet.
Dan pakte hij mij vast, tilde mij op en legde hij mij op de biljart.
Hij trok mijn rok en slip uit, spreidde mijn benen en neukte mij terwijl heel het café erop stond te zien.
Zonder condoom."
"Waauw heftig ja!" zei Anke.
"Ondertussen was Armand stiekem aan het filmen.
Ik heb hem dat filmpke getoond en ermee gedreigd om dat op het internet te zetten en naar zijn vrouw te sturen.
Ik heb haar profiel op Facebook gevonden, en het is maar een kleintje om dat even naar haar door te sturen.
Maar hij dreigde met klacht in te dienen voor afpersing en stapte zelfs naar een advocaat en diende een klacht in tegen mij.
Maar hij zal rap op zijn stappen terugkomen, daar zorgt Armand wel voor, die ik ook goed bij zijn kloten heb."
Sheila keek op, ze zag een man komen.
Het was Jurgen Deroovere de hoofdverpleger van de dienst heelkunde.
"Jurgen is er," zei Anke. Waarna Elsie wijselijk zweeg.
"Goedemiddag Sheila, je herstel verloopt spoedig zie ik?" zei hij. Na een kort gesprek liep hij de verplegingspost in, "Goedemiddag dames," zei hij opgewekt.
Sheila ging terug naar haar kamer.
Ze had genoeg gehoord.
"Ek wisten wel," dacht ze bij zichzelf.
Dat die Elsie niet te vertrouwen es,
"Meinschenkennis, j'eit dadde of j'eit dadde nie!"

Verdachte brouwsels 3



In 'Brouwerij De Beuckelaer' heerste er een koortsachtige sfeer.
Een vijftal mensen waren onder supervisie van Jerry De Beuckelaer druk in de weer en de brouwketels draaiden op volle toeren.
Sheila deed aan kwaliteitscontrole, daar was ze voor aangenomen. Tenminste dat was wat Jerry aan de werknemers vertelde.
Ze liep door de brouwerij met een koffer vol allerlei buisjes om stalen te nemen.
Twee jongens waren echter meer bezig met hun gsm dan dat ze met hun werk bezig waren.
Sheila stapte op hen af.
"Zeg 'moatjes', jullie hebben nu wel geen pauze hé. Doet ekeje vors!"
"Waar moei jij je mee?" Zei de grootste van de twee, een lange slungel met kort geschoren kop en piercing door de neus.
"Gij zijt onze chef niet hé," vervoegde zijn kameraad hem.
"Luister eens hier snotneuzen," zei Sheila.
"Jullie krijgen net als ik aan het begin van de maand jullie loon.
Net als jullie collega's.
Dan is het wel de bedoeling dat ge u even hard inspant als de anderen die zich hier wel uit de naad werken.
Ja?
Tenzij ge bereid zijt om de helft ervan aan hen af te geven, dan moogt ge hier lanterfanten en rondslenteren zoveel ge wilt.
Maar dat gaan julder niet doen hé."
"Waar zaagt gij over? Trut!" zei de langste opnieuw.
Sheila rukte zijn gsm uit zijn handen.
Gij maakt nu dat ge aan het werk zijt! En gij met uw mottige langszij geschoren mietjeskapsel... ook!
Of ik zorg er persoonlijk voor dat het leven voor jullie heel lastig wordt!
En daar heb ik vele middeltjes voor.
Ge moet niet denken dat ik me hier moe gaan maken voor een ander zijn lamlendigheid."
"Ey mens!" zei de langste.
"Weet ge hoe die ouwe ons hier zit uit te buiten?
We zijn al blij dat hij er eens niet is ja.
En dat allemaal voor een loon dat amper honderd euro meer dan wat ge krijgt van den dop."
"Wat es 't probleem? Zeg het ekeje.
Is 't hier niet naar 'julder' gedacht?
Ga dan elders solliciteren hé.
Maar nee, daar zijn jullie te lomp voor...  TE VOLGEVRETEN!"
Sheila nam haar koffertje en zette haar weg verder. "Bende fucking leeghoards," foeterde ze.


Dan viel haar oog op een andere brouwersgast die in de brouwerij werkzaam was.
Een man van achterin de veertig. Zwart geverfd haar, donkere ogen, zonnebankbruin, verzorgd uiterlijk dat afstak tegen de groene overal die hij net als de andere brouwersgasten dragen moest.
Hij hield zich bezig met het afstellen van de brouwketels.
Jerry stelde hem voor als Armand Dedeystere. "Hij is bezig met het afstellen van de brouwketels, hij zal je verder wegwijs maken," zei hij.
Maar toen zag ze hem.
"Mo ghodverdomme," zei ze.
"Dat es diene geflopte charmezanger... Gianni Armando."
Lang geleden stak Sheila een handje toe in de feesttent tijdens de jaarlijkse dorpskermis in haar geboortedorp Bulskamp.
Waar een jaarlijks weerkerende 'vedettenparade' het hoogtepunt was.
Gianni Armando, destijds gekend door zijn optredens in 'Tien Om Te Zien' was meermaals de hoofdvedette.
Een zonnebrankbruine ijdele jongeling strak in het Italiaanse pak, zonnebril, breed van postuur.
Hij stond gekend als een playboy en vrouwenverslinder.
Hij had zijn oog laten vallen op de toen nog piepjonge Sheila, maar wederzijds was het niet.
Sheila was destijds nog lid van de plaatselijke Chiro, die telkens weer voor de nodige vrijwilligers zorgde die meehielpen om de activiteiten in de kermistent in goede banen te houden. Zij stond met enkele vriendinnen in voor het onthaal van de artiesten, en moest zien dat ze niets te kort kwamen.
God wat vond ze die Gianni Armani een onuitstaanbare eikel en een enorme gladjanus.
Op een bepaald moment toen hij  weer zijn handen niet kon thuishouden en Sheila probeerde te versieren gaf ze hem een geduchte klap in het gezicht en schold ze hem de huid vol.
Het jaar daarop wilde Gianni Armando niet meer optreden in Bulskamp.
Maar de leiding van de Chiro, haar eigen ouders en het grootste deel van de dorpsbewoners stonden achter Sheila.
"Je moest ze pootn mor thuushoeden," zeiden ze.
Sheila stapte op Armand af.
"Goedemorgen Armand Dedeystere," zei ze.
"Of mag ik Gianni Armando zeggen?"
Armand keek haar aan.
"Gij." zei hij.
"Ben jij die dame die hier de kwaliteitscontroles komt doen?" vroeg hij. "Jerry had me al op de hoogte gebracht van je komst."
"Yep, ik ben het." zei Sheila.
Ze bekeek hem van top tot teen.
"Mooie overal," zei ze.
"Het is natuurlijk geen pak van Armani hé," voegde ze eraan toe.
Armand keek haar met een scherpe blik aan.
"Ik hoop dat je nooit in een situatie verzeild geraakt zoals die van mij mevrouw." zei hij.
"Het is juffrouw," zei Sheila.
"En nee, dat zal niet gebeuren.
Ik ben niet zo stom om te denken dat ik de fiscus een loer kan draaien met een bedrieglijk faillissement.
Daarvoor moet je dan voor burgerlijk ingenieur studeren, om  in een kleine artisanale brouwerij brouwketels af te stellen en de machines van de bottelarij draaiende te houden om uw schulden te betalen.
Wel, wel, wel... "
"Kunnen we dan nu tot de orde van de dag komen?" vroeg Armand geërgerd.
"Natuurlijk Armand" zei Sheila. "Natuurlijk."

Tijdens de middagpauze belde ze even met Lou.
"Zeg nu moet je eens weten wie er hier op de brouwerij werkt?
Je gaat het nooit geloven?"
"Wie dan?" vroeg Lou.
"Armand Dedeystere," zei ze.
"Dat zegt me niets," zei hij.
"Misschien ken je zijn pseudoniem beter, Gianni Armando."
"Nee!" zei Lou.
"Die mislukte charmezanger annex amateur-fraudeur, belastingontduiker, vrouwenloper...
En vooral ranzige smeerlap die beginnende artiesten in 't zak gezet heeft met zijn evenementenbureau.
Zeg hem maar gerust dat hij maar beter kan zien dat ik hem hier in de stad niet tegen het lijf loopt", zei Lou op boze toon.
"Want dan sla ik hem zijn tanden uit.
En dat weet hij!"
"Oei, die heeft u kwaad gekregen precies."
"Kwaad?
't Godverdomse miezerige fuckertje heeft een goeie maat van mij in 't zak gezet.
Moeten ze niet doen met mensen die mij nauw aan het hart liggen.
Echt niet."
"Maar hoe komt het dat je dan zijn echte naam niet kent? Als je met hem te maken kreeg."
"Ach, ik heb hem maar één keer ontmoet, en eigenlijk was ik daar zo niet mee bezig.
Ik weet dat hij bekend stond onder het pseudoniem Gianni Armando, en dat het een grote aansteller en ijdeltuit is.
En al de rest dat interesseert mij gene zak.
Hij moet gewoon uit mijn buurt blijven.
Want die ene keer dat ik hem ontmoette, omdat ik opkwam voor mijn maat.
Toen kon ik mij nog inhouden.
Maar ik ga dat geen tweede keer kunnen, echt niet.
Ook al is het zo'n goeie vijftien jaar geleden."

Na een kort gesprek sloot Sheila het gesprek af.
De twee slungels waren nog met hun telefoon bezig en waren niet zinnens om aan het werk te gaan ook al was de pauze afgelopen.
Maar waar was Armand.
Sheila ging eens kijken.
"Verdomme," foeterde ze.
Ze ham haar gsm, begon te filmen.
Armand opende de kuip waarin het bier aan het gisten was.
Nam een ampul uit de tas die hij bij zich had, opende die en goot de inhoud in het gistende bier."
"Ghie godverdomsche... " zei ze binnensmonds.
"Dat zien ol schone bewiez'n ventje.
Mo natuurlijk niet genoeg.
Mo we weten wien da we in de goaten moeten oedn.
En dat zien nie die twee pummels doar van voorn.
Wa da 'k ol peinsde natuurlijk, want dedee zien geweunte te lomp om hooi 't'eten."
Sheila ging weer aan het werk.
Ditmaal hield ze Armand in de gaten
Die zich als een modelwerknemer gedroeg.
Een lang gesprek had met Jerry en John die er ook bij kwam.
Sheila kwam mee luisteren en hoorde hoe hij zei dat er nu geen problemen mochten zijn met de machines, dat hij ze nog eens extra had afgesteld en gecontroleerd en dat het dus daaraan niet kon liggen dat er problemen waren met het kwaliteit van het bier.
"Ghodverdomsche totentrekker." dacht ze bij zichzelf.
Ze besloot dat het nog wat te vroeg was om nu al melding te maken.
Maar wist nu al dat ze morgen met de auto zou komen werken in plaats van met de fiets zoals vandaag.
Nadat ze had afscheid genomen van Jerry en John stapte ze op haar fiets.
De zon scheen.
Het was warm.
Zomers warm.
Het begin van een lang zomers weekend.
En het was nog maar begin juni.
"Jaa, spietig voe die studentjes hé.
Da ze moeten blokken, terwijl da 't nu schoon were es.
Mo ja, in 't leven moe je leern ommeghoan met teleurstellingn.
aanvaarden da 't nie olsang kan zien gelik daje ghie dat wilt.
't Kan nie olsang feestje feestje zien."
Ach, zo wist ze.
Dan was het nog zo leuk in de Dinky Toys.
Zonder al die snotneuzen.
Iets ouder volk aan de toog, waar je tenminste nog een deftig gesprek mee kon voeren.
Hé nu ze toch met de fiets was, kon ze meteen even tot ginder rijden.
Even een terrasje meepikken.
Lou zal er vast ook zijn.
"Me schietje,".
Ze schakelde een versnelling hoger en trapte een stuk harder.
Dan kwam ze aan een scherpe bocht, ze wilde remmen....
"Miljaarde!!! Wat es me dadde nu?"  zei ze ineens.
Terwijl ze de rem tot tegen het stuur induwde bleef haar fiets gewoon doorrijden.
Terwijl aan het einde van de bocht de straat ten einde liep en uitkwam op de best wel drukke winkelstraat waar ze woonde.
"'k Ghoan veroengelukken!" zei ze luidop.
Er kwam en kleine bestelwagen aangereden, Sheila reed er recht op af...
Ze knalde met een luide klap tegen de zijkant van de bestelwagen en viel op de grond.
Ze schreeuwde het uit van de pijn!!!"

De bestuurder van de bestelwagen stapte uit en zag Sheila liggen.
Met een pijnlijke grimas greep ze naar haar arm.
"Ghodverdomme!" Schreeuwde ze.
"Dat moet er nu nog bijkomn ook."
"Hoe dat gebeurd?" vroeg hij in gebrekkig Nederlands.
"Me freings zien gesaboteerd," kermde Sheila.
Ze rolde zich helemaal op en keek met een vertwijfelde blik om zich heen.
Almaar meer mensen hielden halt en gingen rond de roestige bestelwagen staan.
"Ai ai, ikke dik in miserie!" zei de man terwijl hij wat ronddrentelde en zijn pet afnam.
"Hoezo 'dik in miserie'?" vroeg Sheila.
"Je zie toch wel verzekerd zeker? Of nie?"
De kleine man met dikke snor en borstelige wenkbrauwen knikte van nee.
"Ghie godverdomsche.... " foeterde Sheila. Ze probeerde met haar rechtervoet te steunen en schreeuwde het weer uit van de pijn.
"Aauw ook da nog!" riep ze.
"Verstuikt.
Wat nu?"
"Rustig," hoorde ze een zware mannenstem zeggen. "Ik heb een ambulance gebeld."
Sheila herkende die stem.
Wist zonder dat ze omkeek wie het was.
Raymond Ceustermans, de begrafenisondernemer en overbuur van Sheila wiens zaak hier vlakbij iss.
Hij stond net buiten een sigaret te roken toen hij de klap en het tumult hoorde.
"Blijf gewoon liggen," zei hij. "Ge hebt ne serieuze klap gekregen, de zijkant van uw hoofd zit onder het bloed."
"Dat is 't minste van mijn zorgen," zei ze.
"Mijn arm gebroken.
Hoe moet het nu verder, net nu ik met zoveel dingen bezig ben."
"Moet ge nu niet aan denken Sheila," zei hij. "Laat u nu gewoon verzorgen. Zie daar is de ambulance al."
De ambulance stopte en in een wip haalden de twee ambulanciers de brancard uit en legden die naast Sheila.
"Mevrouw, ge gaat even op uw tanden moeten bijten. We gaan u nu op de brancard leggen.
Zijt ge klaar."
"Ja doe mor," zei Sheila.
"Kun tegen e duwtje wi."
Ze tilden haar op, hoewel ze zich sterk hield was er toch een pijnlijke grimas te lezen op haar gezicht."
"Moet ik iemand verwittigen?" vroeg Raymond.
"Ja," zei Sheila.
"Verwittig Lou Selleslaghs, heb hier zijn nummer."
"Dat heb ik ook," zei Raymond. "Die heb ik soms vandoen om thuis wat klusjes op te knappen," zei hij.
"Sterkte," zei hij nog voor de brancard de ambulance werd ingeduwd.

donderdag 7 november 2019

Verdachte brouwsels 2



Sheila was opgelucht.
Joost Vandeweghe, oftwel 'Joost de vochtman' had niet veel meer dan een korte analyse nodig om vast te stellen wat het probleem was, en wat hij eraan doen kon.
Hij zou nog deze week langskomen om de muren te behandelen met een vochtwerend product dat nog niet lang op de markt is.
Da's al één probleem dat van de baan is.
Oh nu ik eraan denk, ik zag John De Beuckelaer daarnet in de Dinky-Toys.
Hij heeft me een adres gegeven van een goeie elektricien."
"Thomas, de neef van zijn schoonzoon," zei Lou direct.
"Gij zijt goed op de hoogte," zei Sheila.
"Ken hem wel.
Goeie stielman, wel niet gemakkelijk te pakken te krijgen."
"John zou hem persoonlijk contacteren," zei Sheila.
En hij heeft zelf werk voor mij ook.
Er zijn problemen met zijn artisanale bieren, en vermoedt sabotage."
"Ha kijk, het loopt al goed los hé meid." zei Lou.
Hij sloeg zijn handen om haar schouder.
"Het gaat nog allemaal goed komen meid.
Het gaat nog allemaal goed komen."
Sheila omhelsde hem, keek hem in de ogen.
"Lou.
Schietje.
Merci.
Voor al 't gene dat je voor mij doet.
Voor je steun.
Je hulp.
Je kennis van zaken."
Ze kuste hem.
Met gesloten ogen.
"Laten we naar mijn appartement gaan," stelde ze voor.
"Beetje ontspannen.
Wij twee."
Lou zag het vuur in haar ogen.
Haar verlangen.
Streelde zacht haar blonde haar.
"Gij wilt echt graag hé," zei Lou.
"Ksien toppezot van joen!" zei ze met een snik in haar stem.
"Zo toppezot.
Ik sta ermee op.
En ik ga ermee slapen."
"Ik zou wel willen liefje," zei Lou.
"Maar 'den Tom' heeft net gebeld.
Zijn broer Dries die in Spanje woont is op dit moment in ons land.
En ze willen iets met mij bespreken.
Nu ja, het komt erop neer  dat ze op iets zitten te broeden."
"Wilt julder were muziek maken?" vroeg Sheila.
"Ja eigenlijk wel." zei Lou.
"Maar veel kan ik er niet over lossen.
Enfin  nog niet.
Ik weet zelf maar wat ze samen allemaal hebben zitten konkelfoezen.
Maar een muzikaal projectje, ik heb er wel zin in ja.
Rock&Roll zit in mijn bloed Sheila.
En dat gaat daar in blijven zitten tot het ophoudt met stromen."
"Daje geliek heit moatje," zei Sheila.
"Maar ik had deze mooie middag graag met u meegebracht."
"Misschien kunnen we dit weekend iets leuks doen," stelde Lou voor.
"Vrijdagmiddag is 't kantoor gesloten en maandag ben ik de hele dag vrij.
Overuren opnemen, ge kent dat wel."
"Yeah cool," zei Sheila.
"Laat ons er eens op uit trekken met de motor.
E weekendje Zeeland, zie je da zittn?" vroeg ze.
"In e tentje op 't strange, ghie en ek.
Ze voorspellen temperaturen van 25 graden en meer van 't weekend."
"Gij en ik in een tentje." zei Lou terwijl zijn ogen twinkelden.
"Hoe doorzichtig is dat?"
Dan trok hij haar dicht tegen zich aan.
"Ik vind het wel een tof idee.
Meer nog.
Ik kijk er zelfs al naar uit."
"Es 't woar moatje?" vroeg Sheila.
Waarna ze hem weer kuste.
"Het ghoat er eindelijk van komn," fluisterde ze in zijn oor.
"Ghie makt mien zo gelukkig schietje.
Zo gelukkig!"


's Avonds arriveerde Sheila dan in Café De Sherrif.
Van buiten leek het een gewoon café zoals er zovelen zijn.
Met een typisch aankondigingsbord met het logo van Jupiler en ernaast de naam van het café.
Met rode gordijnen aan de ramen en zelfs ouderwetse sanseveria's bij het raam.
Maar eens binnen kwam je meteen in een heel andere wereld terecht.
De muren waren bekleed met verweerd hout en overal hingen ingekaderde affiches van oude Westernfilms.
Er hingen zelfs authentieke hoorns van een echte Texaanse Longhorn boven de toog.
Er was een snookertafel, een dartsroos, en boomstronk waarop je nageltjes kon kloppen, caféspelen en twee echte authentieke Wurlitzer juke-boxen.
Door de boxen schalde 'Coward Of The County' van Kenny Rogers.
Sheila keek even rond en stapte dan naar de toog waar John De Beuckelaer met gekruiste armen de boel in de gaten hield.
Naast hem stond zijn zoon Jerry De Beuckelaer.
Even struis en breedgeschouderd als zijn vader.
Hij was druk bezig pinten te tappen voor het groepje kaarters aan een tafel vlak bij de toegang tot de toiletten.
John stapte meteen op Sheila af.
"Haa goeienavond Sheila," zei John opgewekt.
"Welkom in Café The Sherrif. Wat vindt ge ervan?"
"Tof café," zei Sheila.
"Knappe inrichting ook."
"Zie je die hoorns boven de toog?" vroeg John.
"Mijn vader zaliger bracht die nog mee rechtstreeks uit de USA in 1949.
Was het eerste wat hij deed toen hij de boel overnam van zijn broer die echt geen verstand had van zakendoen en bijna ons bedrijf naar de kl... euh ja ge snapt wel hé.
Die hoorns boven de toog hangen en alles in 'Wild-West' stijl inrichten.
Eigenlijk wilde hij in Amerika een nieuw leven beginnen, maar op vraag van zijn moeder die in een brief smeekte om terug te komen keerde hij terug.
Met het idee om Amerika naar Vlaanderen te brengen.
Hij verkocht sigaretten, was de eerste in de stad die Coca-Cola verdeelde.
En werd invoerder van juke-boxen, jackpot en bingo automaten, caféspelen en dergelijke meer.
Daar heeft hij in de jaren vijftig en zestig schatten mee verdient.
Want toen keken de mensen nog op naar Amerika.
Het land van de bevrijders.
Het land waar alles mogelijk was, als je er maar hard voor werkte.
Maar bon, wat drinkt ge van de zaak? Nog een 'Dark Sherrif'?
"Ik zou liever eens het blonde biertje proeven," zei Sheila.
"Geen probleem," zei John, "Jerry, een 'Blonde Deputy' voor mevrouw hier. Van het huis."
Jerry opende het flesje, waarna hij vloekte.
"Godverdomme, wat scheelt er met dat bier?
Zo stinken, en zo'n raar kleur.
Alsof er van een gistingsproces geen sprake was."
"Voila se." zei John.
"Gelooft ge 't nu!
Hier is sabotage in 't spel.
Maar dat spelleke zal rap gedaan zijn se.
Mag ik u voorstellen Sheila Verdoolaeghe, detective.
Zij gaat dat hier een keer grondig onderzoeken se."


"Pa, komt es mee," zei Jerry terwijl hij zijn vader mee trok naar de keukentje achter de deur achter de toonbank. Sheila zag dat Jerry er niet gelukkig mee was dat zijn vader een detective inschakelde zonder hem daarin te kennen."
Beide heren liepen de keuken in en de deur ging met een smak dicht.
"Gaat ge dat nu blijven doen?" zei Jerry boos.
"Overal uw haken inslaan.
U overal blijven moeien.
Ge zei dat ge me ging laten doen, het iets kalmer aan doen.
Maar nee, integendeel.
Ge blijft u maar moeien en kritiek geven.
Precies of ik kan niets goeds doen.
Allez ja... Een detective.
Wat kan die hier komen doen?
Wat gaat die vinden.
Als blijkt dat er gewoon iets fout gelopen is in het brouwproces, wat dan?
Weer een hele hoop geld kwijt.
En ook het vertrouwen dat de gasten in ons hebben als hun werkgevers!"
John schudde het hoofd.
"Ewel jongen.
Dat laatste, dat kan mij nu nekeer geen kloten schelen.
Dan staan we tenminste quitte.
Want dan hebben ze evenveel vertrouwen in ons, als ik in hen.
En dat geldt dan vooral voor die twee kloefkappers die gij overlaatst hebt aangeworven."
"Oh ja, is 't dat weer?
Gij kunt Jens en Tjörven niet uitstaan, dus probeert ge met alle geweld hen buiten te krijgen.
Met zotte kosten en al.
Wat denkt ge dat die detective zal vinden dat gij tegen hen kunt gebruiken?
Zeg me dat nekeer."
"Dat weet ik niet.
Maar het minste dat ik tegen hen kan gebruiken.
Dat ga ik tegen hen gebruiken.
Ontslag op staande voet om dringende redenen.
En dan gaan ze bleiten se.
Kunnen ze het nog eens gaan uitleggen aan de VDAB ook.
Want die zijn zo mals niet meer hoor met dat soort typkes.
Kan dat alleen maar toejuichen.
Gij hé, gij zoudt ook beter wat strenger zijn.
En een beetje selectiever wat betreft 't volk dat gij aanneemt.
Met uw gezeik over kansen geven altijd!
Gasten met poten aan hun lijf! DAT HEBBEN WE NODIG!!
In plaats van een nest lanterfanters die denken dat het hier een speeltuin is."
"Gij jaagt de gasten met poten aan uw lijf weg!" riep Jerry terug.
"Met uw tiranniek gedoe altijd!
Welks ik ook kots en kotsbeu begin te worden!"
Dan verliet hij de keuken door de andere ruimte die naar de privé vertrekken leidde. En als je doorliep, naar de drankencentrale.


John kwam terug de gelagzaal binnen waar ook Mariette, zijn echtgenote aan de toog stond.
"Hebde weer moeten ruzie maken met onze Jerry ja?" zei ze korzelig.
"Luister Mariette," zei John. "Als hij de brouwerij waar mijn vader en ik keihard voor hebben gewerkt naar de kloten wilt helpen met zijn laks gedoe en zijn halfzachte aanpak.
Mij best.
Maar dan wacht hij daar beter mee tot dat ik onder de grond lig!"
Dan richtte hij zich tot Sheila.
"Misschien kunnen we hier vanachter in de keuken verder klappen," zei hij.
Daar besprak Sheila hoe ze de zaak wilde aanpakken en wat het zou kosten.
"Dat kost me minder dan ik had gedacht," zei Jerry.
"Ja," zei Sheila.
"Ik probeer zo laagdrempelig mogelijk te werken," zei Sheila.
"Niet alleen bedrijven en mensen van goede komaf hebben nood aan een goede detective.
In een tijd waarin almaar we te maken krijgen met vechtscheidingen, ruzies om alimentatie, sjoemelend en stelende werknemers, en dergelijke.
Is het volgens mij nodig dat mensen in tijden van nood beroep kunnen doen op een goede detective, zonder dat ze zichzelf daarmee op grote kosten jagen.
Te veel mensen maken zich zorgen.
Over hun kinderen van wie ze amper weten met wie ze omgaan.
Over de te betalen alimentatie of hoe hun ex-partner voor de kinderen zorgt.
Dat soort dingen.
Voor die mensen wil ik er zijn."
John knikte.
"Gij zijt een goeie," zei hij.
"Oprecht.
Integer.
Eerlijk.
Ambitieus.
En ge werkt hard.
Dat heb ik gezien hoe ge aan uw huis bezig zijt."
"Dank je Meneer De Beuckelaer," zei Sheila.
"Hey... Zeg maar John hoor."
Sheila stond recht.
Ze keek naar de foto die aan de muur hing.
Van een jong meisje in zwarte badpak die triomfantelijk een beker in de lucht stak.
In haar andere hand had ze de medaille vast die rond haar hals hing.
Sheila herkende het meisje.
Herinnerde zich het interview dat ze las in de krant.
Het laatste interview van zwemster Nathalie Van Bosvoorde
Ongeveer anderhalve maand voor ze overleed.
Dat zijn van die dingen die Sheila recht naar de keel grijpen.
En haar tot tranen toe kunnen beroeren.
Ze keek naar de foto en slikte even. Dan keek ze John aan.
"Het moet hard zijn om uw kleindochter op zo'n wrede manier te moeten afgeven," zei Sheila terwijl ze John aankeek.
Hij legde zijn hand op Sheila's schouder.
"'t Doet zeer," zei hij.
"Het doet nog alle dagen zo'n zeer.
Niet alleen bij mij.
Iedereen die haar kende.
Ons 'Natske' wordt zo hard gemist.
Maar ja, 't leven gaat voort.
Met vallen en opstaan hé.
Maar het doet deugd dat ge er zonder schroom over begint.
De meeste mensen zwijgen erover.
Alsof ze me zeer zouden doen, wonden zouden openrijten.
Maar dat is niet.
't Geeft me integendeel zo'n goed gevoel als ze nog over haar spreken.
Aan haar denken."
Dan gaf hij Sheila een warme handdruk.
"Nog nekeer merci", zei hij.
En zijt voorzichtig als ge naar huis gaat."
"Zal ik zeker doen. Nog een prettige avond verder."
Dan stapte Sheila op haar fiets.
Ze had zich met nieuwjaar voorgenomen om wat vaker de fiets te nemen in plaats van de auto of haar Harley.
Omdat ze vond dat haar basisconditie erop achteruit ging.
Met gemengde gevoelens reed ze naar huis.
Waar ze zich een glas whisky inschonk en haar kater 'Dikke Oscar' op schoot nam.
"Nog e betje dikzaksje," zei ze.
"En je meugt wennen an ne nieuwen omgheving.
Wa peins je doarvan?"

Verdachte brouwsels.



Negen uur 's morgens.
Sheila zat aan de keukentafel van haar appartement.
Rondom haar kartonnen dozen.
Waarin het meeste van het keukengerei was opgeborgen.
Klaar voor de grote verhuis.
De grote verhuis naar haar nieuwe huis dat ze een paar maanden geleden had gekocht.
En welks nu zo gerenoveerd werd.
Daar waar het ruwe werk in het begin vlot verliep, dankzij het inschakelen van de firma Verplancke en zonen.
Begonnen de problemen pas bij de afwerking.
Voor het leggen leggen van de leidingen in de keuken en badkamer moest men een nieuwe loodgieter zoeken omdat de loodgieter die voordien werd gecontacteerd niets meer van zich liet horen.
Tot twee maal toe.
En bij het leggen van de elektriciteit maakte de elektricien er een echt zootje van.
Met kortsluitingen tot gevolg.
Daarom probeerde ze hem te bereiken om dit euvel zo snel mogelijk op te lossen.
Want het huurcontract van haar appartement liep op zijn laatste benen.
Ze schonk zichzelf een verse mok koffie in en zocht in het 'telefoonboek' van haar smartphone.
Haar handen trilden van de zenuwen.
Van woede eigenlijk.
Terwijl ze wachtte tot er werd opgenomen en het op haar zenuwen kreeg van het aanhouden van de beltoon nam ze een flinke slok koffie.
"Ghow pakt op, fucking zeveroare!" foeterde ze.
De beltoon werd onderbroken... Voicemail!
"Ghodverdomsche nieweirt!" brulde ze. Ze moest zich inhouden om haar gsm niet tegen de tafel te keilen zoals ze vroeger wel eens met haar Nokia 3310 durfde te doen.
Ze besefte net op tijd dat de hedendaagse smartphones niet meer zo 'kloek' waren als haar oude vertrouwde Nokia mobieltje welks zeker tien jaar meeging.
Ze wilde opnieuw proberen, maar dan ging haar gsm ineens af, Sheila schrok zich een hoedje.
Het was Lou, zijn naam verscheen op het scherm.
"Hey schietje," zei ze. "Hoe es dat me joen?"
Haar humeur werd al iets beter.
Zelfs maar even denken aan 'haar lieve Lou'ke' maakte dat het warm werd in haar hartje.
"Sheila," hoorde ze hem zeggen. "Ik heb goed nieuws.
Joost 'de vochtman' heeft net gebeld. Hij wil vanmiddag eens langskomen om het vochtprobleem in de kamers boven eens met eigen ogen te zien, past dat voor u?"
"'t Zal wel zien da 't past voe mien. Hoe rapper dat dat opgelost es hoe liever ja," reageerde Sheila meteen.
Goed dan, ik kom dan ook langs. Ben nu wat met bureauwerk bezig, straks nog even een vergadering en daarna neem ik gewoon een half dagje vrij. Heb toch nog overuren staan.
"Allez toch iets dat gaat opgelost geraken, maakt mijn dag toch een beetje goed ja."
"Ge klinkt zo gespannen lieverd," vroeg Lou met enige bezorgdheid.
"Het zit me tot hier moatje," zei Sheila. "Probeer hier al de hele tijd die klote elektricien te bereiken, maar het enige wat ik te pakken krijg is die smerige voicemail."
"Bel naar zijn vaste lijn." zei Lou.
"'k Heb het nummer niet," reageerde Sheila.
"Neem pen en papier ik geef het even door."
"Nie nodig," zei Sheila. "Ik steek dat direct in mijn hoofd, dat weet je."
Sheila heeft een zeer scherp geheugen, hoeft maar één keer een adres of telefoonnummer te horen en het zit al direct in haar hoofd.

Meteen als Lou het nummer had doorgegeven belde Sheila naar de vaste lijn van elektricien Quinten Maerschalck.
Na enkele keren bellen werd er opgenomen: "BVBA Quinten Maerschalck elektriciteitswerken wat kan ik voor u doen?" hoorde ze een vrouwelijke stem zeggen op een ietwat zeurderig toontje.
"Ja goeiendag, u spreekt hier met Sheila Verdoolaeghe, ik zou graag meneer Quinten Maerschalck eens spreken is hij aanwezig?"
"Nee, die is er voor het moment niet mevrouw, u kan hem wel bereiken op zijn gsm nummer."
"Nee dat kan ik niet!" zei Sheila. "Ik heb hem al driemaal gebeld en hij neemt niet op. En dat vind ik gewoon super onbeschoft mevrouw, mag je hem wel eens zeggen ja!"
"Oh dan zal hij het vast te druk hebben, moet ik zeggen dat u gebeld hebt en dat hij dan later terugbelt?"
"Nee mevrouw, ik wil dat u NU iets om te schrijven neemt en een blanco vel papier,"
"Oh u wilt een boodschap doorgeven."
Sheila beet op haar tanden: "Beleefd bluuvn meisje, beleefd bluuvn," maande ze zichzelf aan.
"Ik heb hier een stuk papier, geef uw boodschap maar door."
"Een blanco stuk papier mevrouw, liefst van groot formaat ja!"
"Ja dat heb ik." hoorde Sheila de vrouw aan de andere kant van de lijn zeggen. Het was duidelijk te horen dat de dame er niet gerust in was.
"Goed ik wil dat je het volgende woord voor woord opschrijft! Gaat dat lukken?" Zei Sheila kortaf.
"Ja mevrouw," klonk het.
"Goed, schrijf op, aanhef: "Aan Quinten Maerschalck.
Zou u alstublieft met spoed contact opnemen met mij Sheila Verdoolaeghe. Teneinde tot een oplossing te komen voor de ronduit gevaarlijke situatie die u hebt gecreëerd met het aanleggen van de elektriciteitsleidingen die gebeurden op een al even ronduit amateuristische wijze.
Zo niet zie ik mijzelf verplicht om drastische stappen te ondernemen! Ik ben niet bereid om uw laksheid in deze nog langer te pikken."
Sheila wachtte even, hoorde het gekras van een stylo of pen op papier.
"Staat het erop of moet ik het nog eens herhalen!"
"Het staat erop mevrouw?" zei de dame aan de andere kant van de lijn.
"Goed, lees voor."
"Mevrouw ik zal de boodschap wel doorge... "
"Lees voor!!" herhaalde Sheila nu een stuk luider.
Met bibberende stem las de vrouw de geschreven tekst voor.
"Ik wil dat u van zodra Quinten thuiskomt dit onder zijn neus duwt. En zeg er maar gerust bij dat het mij in deze menens is.
Gaat dat lukken... ? Trutje." Dat laatste woord sprak Sheila iets stiller uit, hoewel het haar weinig kon schelen of de dame aan de andere kant van de lijn het hoorde of niet.
Dan gooide ze de telefoon dicht.
"Voila se, doar weten z'ook da Sheila Verdoolaeghe nie met eur voeten lot speeln!" zei Sheila terwijl ze haar mok koffie leegdronk en die dan opnieuw vulde.
Ze keek naar buiten, het was een stralende dag.
De lucht was blauw, de zon scheen.
Beneden was het de alledaagse bedrijvigheid zoals ze die elke dag zag wanneer ze 's morgens haar kopje koffie dronk.
"Da ghoan ''k wel missen sé," dacht ze bij zichzelf.
Ze keek op haar horloge, het was iets voor tien uur.
"Misschiens ekeje e wandeliengsje doen, kwestie van me zenuwn e betje te kalmeren.
Kun toch me nietend verder doen nu!" dacht ze bij zichzelf terwijl ze haar jeans aantrok.
Even later liep ze door de straten.
Ze voelde de warme zonnestralen en een fris briesje deed haar vlasblonde haren opwaaien.
Ze liep langs een boetiek en zag een leuk topje.
"Hmmm misschiens etwadde voe van de zomer," dacht ze bij zichzelf.
Maar liep dan weer gewoon verder, eigenlijk droeg ze nog het liefst van al gewoon de t-shirts van haar favoriete rock en metal groepen. Waar ze een flinke knoop inlegde als het 'te warm' werd. Zoals ze deed in haar tienerjaren, omdat ze dan wist dat de jongens naar haar omkeken. Wat ze zich maar al te graag liet welgevallen.

Ze liep het stationsplein op en passeerde haar favoriete kroeg de Dinky Toys.
Willem de waard van het café was bezig de parasols uit te zetten op het terras.
"Wie we hier hebben se," zei hij toen hij Sheila zag. Hij liep naar haar toe en gaf haar drie flinke zoenen.
"Ge hebt het schoon weer meegebracht zie ik. Goed zo, nu alleen wat volk op het terras en we zijn er."
"Ewel, kgoan me al eens op het terras zetten se, dan zal het volk gauw toestromen," zei Sheila terwijl ze zich neerzetten.
"Wat ga je drinken?" vroeg Willem?
"E fris pientje dat zoe me smaken se!" zei Sheila.
Willem zette een vers getapte pint op tafel waarna Sheila meteen een flinke slok nam.
"Aaaagh dat smakt," zei ze luidop nadat ze een flinke slok had genomen.
Ze observeerde de drukte op het stationsplein.
Een trein die het station binnenreed, een lijnbus die vertrok, auto's die op de éénrichtingsweg het plein opreden, fietsers, voetgangers.
Dan ging haar telefoon af, Sheila nam op.
"Hallo mevrouw Verdoolaeghe, u spreekt hier met Quinten Maerschalck," klonk het.
"Aha, 't es joen da 'k moeten hein!" zei Sheila kortaf.
"Ik zou willen dat je zo spoedig mogelijk alle leidingen terug ontkoppeld, want de situatie in mijn huis is door toedoen van uw amateuristisch geknoei LEVENSGEVAARLIJK!!"
"Mevrouw, ik heb begrepen dat er problemen zijn met de leidingen, ik stel voor dat ik vanmiddag even langskom om de situatie zelf te bekijken en zien wat we eraan kunnen doen!"
"Wat gij eraan gaat doen is gewoon alles terug opbreken en uw leidingen, zekeringskasten en HEEL JOENE SANTEBOETIEK WERE MEEPAKKEN!!!
Dat ga je doen meneer Maerschalck!"
Dat kan ik doen, maar dan ga ik wel de werkuren in rekening brengen mevrouw!"
"Pardon?" reageerde Sheila verbolgen.
"Gij gaat niks in rekening brengen ja.
Gij moet niet denken dat ik ook maar één cent ga betalen aan een amateuristische prutser verstoken van elke vorm van professionaliteit, vakkennis en - dat vind ik nog het ergste van al - ARBEIDSETHOS!!!!
En als ge ook maar denkt om met mijn voeten te gaan rammelen dan zult u rap een dagvaarding in de bus krijgen, dat kan ik je nu al vertellen!
Tot deze middag meneer Maerschalck!!!"
Sheila legde haar telefoon op tafel en wenkte naar Willem die de tafels aan het poetsen was.
"Nog een pintje alstublieft," vroeg ze;
"Of nee, wacht.
Doe mij iets straffer, dat nieuwe bier dat je daar hebt zo'n 'Dark Sherrif'!"
"OK, komt eraan," zei Willem. Hij liep naar binnen en even later kwam hij naar buiten met een mooi kelkvormig glas en een bierflesje.
Sierlijk goot hij het donkere gerstenat in een glas. "Alstublieft", zei hij.
"Laat het u smaken."
Sheila zette het bier aan haar lippen.
Proefde zachte karameltoetsen en de volle smaak van licht geroosterd gerstemout.
Dan keek ze omhoog, naar de helderblauwe lucht. Genoot van de warme zonnestralen op haar gezicht.
Willem bleef ijverig verder poetsen, maar kon het niet laten om af en toe een blik te werpen naar Sheila in haar t-shirt en blauwe jeans.
Haar borsten die fel vooruit staken.
Het bandje van haar BH dat even te zien was over haar schouder.
Hij mocht haar wel, die pittige West-Vlaamse met haar voorkeur voor stevige rock&roll, stampende blues, goed bier en sterke whisky.
Willem Claeys is een verstokte vrijgezel, hij leeft eigenlijk helemaal voor zijn kroeg.
En voor zijn verzameling oude juke-boxen die staan opgesteld in een bijgebouw achter het café.
Alleen de echte vaste klanten weten ervan en hebben ze al eens mogen zien.
Het oudste exemplaar staat nog altijd gewoon in het café. Het werd er geplaatst toen Willems vader Achiel Claeys het café begon begin jaren vijftig.
Al gauw werd het een pleisterplaats voor de jeugd in de stad.
Ook de miliciens uit de twee grote kazernes die er in die tijd nog waren vonden al snel de weg naar die ene kroeg op het stationsplein waar rock&roll gespeeld werd en waar gedanst kon worden tot in de vroege uurtjes.
En waar af en toe lokale bands en zelfs heuse dansorkesten kwamen spelen in de danszaal waar nu de juke-boxen staan.
Generaties jongeren kwamen hier dansen, drinken, vrienden ontmoeten, een lief opdoen en vooral veel plezier maken.
De bands die hier kwamen optreden waren niet van de minste.
The Pebbles, The Wallace Collection, TC-Matic, De Kreuners, Nacht Und Nebel, ze stonden hier allemaal op de planken.
Maar Willem denkt nog het meest van al met weemoed terug aan die keren toen de groep Grace&Beauty hier haar eerste optreden gaf, en nadien nog twee maal op het podium stond.
"Toen zat het café gewoon stampvol.
En iedereen ging met een glimlach naar huis."
De muur tussen de toog en het toilet hing vol met foto's uit die periode.
Met in het midden een foto van de zangeres van Grace&Beauty, Gracienne De Wilde
Met haar rode Fender-Stratocaster.
's Avonds voor hij afsloot staat hij daar dan even naar te kijken.
Denkt hij met weemoed terug aan die tijd.
Aan Gracienne, die pittige meid die hij zo graag mocht.
Omdat ze erin slaagde om het café vol te krijgen.
Wanneer ze kwam draaien, en haar eigenzinnige muziekcollectie combineerde met die van haar soulmate Lou. Of gewoon wanneer ze in de gelagzaal zat omgeven door haar vele vrienden aan wie ze zich zo hard kon optrekken.
Tot die vreselijke dag dat ze tragisch aan haar einde kwam op amper negentien jarige leeftijd.
Toen hij Sheila voor het eerst zag, vond hij dat ze hem zo hard aan Gracienne deed denken.
Hij had het er over met Lou Selleslaghs, met wie Gracienne samen was vlak voor ze stierf.
"Ja," zei Lou toen. "Ze heeft hetzelfde temperament, de zelfde passie voor muziek en eveneens een luisterend oor."
Willem had een oogje op Sheila, liet zijn blik wel vaker even afdwalen als ze aan de toog hing.
Maar hij zag hoe haar interesse zich richtte op Lou, en hij gunde het zijn goede vriend en tevens zijn beste klant wel.
Ach, hij was te zeer gehecht aan het vrijgezellenleven.
"Ik ben getrouwd met de Dinky Toys," zegt hij altijd. En dat is eigenlijk ook zo.


Een zwarte Dodge Ram vertraagde, hij draaide eerst naar links in de richting van de rijbaan om dan achterwaarts in de net vrijgekomen parkeerplaats vlak bij het terras in te rijden.
"Ha kijk es aan," zei Willem. "Er gaat er hier iemand heel blij zijn dat zijn bier in de smaak valt."
Sheila wist wel wat Willem bedoelde.
De grote rijzige man met baard en grote witte Stetson was de bedenker van het bier 'Dark Sherrif' en zijn blonde evenknie 'Blonde Deputy'.
John De Beuckelaer was jarenlang de zaakvoerder van  Drankencentrale De Beuckelaer, de drankencentrale die al sinds jaar en dag het bier leverde in de Dinky Toys.
Hij stapte meteen op Sheila af.
"En?" vroeg hij. "Wat vindt ge van ons bier?"
Sheila stak haar duim omhoog.
"Heel lekker," antwoordde ze.
"Zowat het beste speciaalbier dat ik ooit geproefd heb."
"Meen je dat?" vroeg John.
"Ja, echt waar," zei Sheila.
"Als dit geen hoge toppen gaat scheren, dan weet ik het ook niet meer."
Dan liep Willem op hem af, Willem en John gaven elkaar een warme handdruk.
"En hoe gaan de zaken?" vroeg John.
"Ik mag zeker niet klagen," zei Willem. "Afgelopen zaterdag nog een optreden gehad, de zaak zat stampende vol en we hebben goed verkocht. Zeker vijf vaten Jupiler geleegd op één avond, alsook twee vaten Hoegaarden, twee vaten Leffe en één vat La Chouffe.
Heb vanmorgen nog naar uw zoon gebeld om te vragen of er niet wat vroeger geleverd kan worden."
"Oh ja da's juist, die komt vanmiddag nog langs.
Maar goed, waarvoor ik eigenlijk kom," zei John. "Hoe zit het met de verkoop van onze eigen speciaal bieren, hebt ge soms klachten gehad ervan?"
"Nee, helemaal niet.
Iedereen is dolenthousiast, zelfs onze Sheila hier is er weg van, zoals ge ziet." zei hij terwijl hij haar aankeek.
"Echt niemand die iets aan te merken had? Die iets zei over een vreemde geur of dat er geen schuim op het glas stond."
"Nee," zei Willem opnieuw.
"Doe er nog eens zo eentje," zei Sheila terwijl ze even haar lege glas optilde.
"Komt eraan," zei Willem.
"Zet die maar op mijn rekening," zei John.
"Nu ik eraan denk Sheila," zei hij terwijl hij tegenover haar ging zitten.
"Sta me toe om u te feliciteren met de aankoop van het prachtige huis van wijlen Madame Gracienne," zei hij.
"En dit uit het diepst van mijn hart.
Ben er zonet nog langs gereden en verdomme.
Ge hebt er echt iets schoons van gemaakt hé.
En proper afgewerkt."
"Ja van buiten ja, van buiten is het proper.
Maar het leggen van de elektriciteitsleidingen is een ramp.
Die Quinten Maerschalck kan maar beter zien dat hij vanmiddag nog zijn kop laat zien, of ik ga serieus uit mijn krammen schieten," zei Sheila.
"Want qua professionaliteit is zijn manier van doen echt wel beneden alle peil."
John maakte een wegwerpgebaar.
"Quinten Maerschalck!" zei hij.
"Dat is ne prutser!
Weet ge wie ge moet inhuren voor het aanleggen en in orde brengen van elektrische leidingen.
Thomas Van Bosvoorde.
Da's een neef van mijne schoonzoon.
Die jongen heeft in mijn eigen café en in mijn privé woning er boven alle leidingen vernieuwd, pas op dat was nodig want de oude leidingen waren al bijna vijftig jaar oud.
En die jongen heeft dat heel goed gedaan.
Dat gastje heeft twee rechterhanden, en er zit iets in dat kopke, echt wel.
Wacht hier heb ik zijn kaartje."
"Van harte bedankt" zei Sheila terwijl ze het kaartje in haar handtas stopte.

"Zeg," zei John. "Gij gaat dus op uw eigen beginnen als detective heb ik gehoord."
"Klopt," zei Sheila.
Dan boog hij zich voorover en hief zijn hand op terwijl hij naar haar wees.
"Gij zoudt mij moeten helpen," zei hij.
"Ik luister," zei Sheila.
"Ge hebt het misschien just al gehoord.
Ik... allez wij zitten in de miserie.
Er zijn de laatste tijd veel te veel klachten over mijn eigen gebrouwen bier.
Allez ja het feit is.
In het ene café zijn zowat alle flessen die we geleverd hebben gewoon slecht.
Als ge dat open doet stinkt dat gelijk de pest.
En er zit geen schuim op het bier.
Niks.
En bij anderen is alles dan weer tiptop in orde, zoals hier."
"Vermoed u kwaad opzet?" vroeg Sheila.
"Sabotage?"
John keek haar met grote ogen aan.
"Vermoeden?
Ik ben er bijna zeker van.
Sedert enige jaren runt Jerry de drankencentrale.
Hij kwam op het idee om een eigen artisanaal bier te brouwen.
Pas op, hij kent daar wel iets van hé. Hij heeft als jonge gast nog gaan werken in een brouwerij. Daar heeft hij de knepen van het vak geleerd. Maar ik wilde dat hij hier in de zaak kwam werken, want ik wordt ook al een dagsken ouwer hé, weet ge?
Allez ja, na een bezoek aan een kleine brouwerij in de Ardennen een paar jaar terug heeft hij de microbe opnieuw te pakken gekregen.
"Pa," zo zij hij. "Daar zit toekomst in. Mensen zijn op zoek naar artisanaal gebrouwen bieren, liefst met een verhaal.
Daar moeten we een graantje van meepikken."
Ik vond dat wel een goed idee.
We  hebben plaats zat, ooit was wat nu onze drankencentrale is een echte brouwerij moet ge weten.
Tot die smerige Duitsers in 'den eersten oorlog' al onze brouwketels in beslag namen.
Sindsdien zijn we vooral bezig geweest met de distributie van vooral pilsbieren van de grote brouwerijen en van limonades, water en sterke drank.
In plaats van de brouwerij is er later onze eigen cinema en danszaal gekomen.
Maar sedert een jaar of twee is dat dus opnieuw een brouwerij.
Met een eigen bottelsysteem dat ons een serieuze smak geld heeft gekost.
Daarmee... Als we door die sabotage teveel reclamaties krijgen .
En reputatieschade lijden.
Dan zou dat wel eens onze doodsteek kunnen zijn.
En dan?"
John hield zijn glas bier vast en keek voor zich uit.
"Hebt u enig vermoeden wie er achter zou kunnen zitten?" vroeg Sheila.
"'t Zal nog niet zijn," antwoordde John.
"Kijk, onzen Jerry is ne krak in het brouwen van bier, en hij runt onze brouwerij en drankencentrale uitstekend.
Maar... " John nam een stevige slok bier en zocht naar zijn woorden.
"Hij is veel te naïef," zei hij dan.
"Hij zou veel kieskeuriger moeten zijn inzake 't volk dat hij aanwerft.
Dat heb ik hem al zo dikwijls gezegd.
Zelfs nen hond met een hoed aan zou hij aannemen.
Allez, d'er lopen er nu twee rond. Den ene heeft zo'n stuk ijzer in zijn oor, zo'n pie... allez hoe noemt da nu weer? Ach soit doet er niet toe.
En den andere heeft zo'n langszij afgeschoren kapsel en die ziet er uit, nie meer of dieje zit aan de drugs.
Veel met dienen stomme telefoon bezig, hele dagen kletsen en lanterfanten.
Maar werken, da's iets anders zulle.
Nu proberen ze hem zo ver te krijgen dat hij ze buiten smijt.
Wat dan weer nen bom geld gaat kosten aan ontslagpremies.
Godverdomme als 't nie geiren doen dat ze dan op een ander gaan solliciteren hé! Maar nee.
Vliegen ze buiten kunnen ze gaan doppen hé.
Op onze kap leven!"
"Kijk meneer De Beuckelaer," zei Sheila.
"Er is natuurlijk een hemelsbreed verschil tussen proberen om een ontslag op staande voet te forceren door 'den aap uit te hangen', en sabotage.
Welks een strafbaar vergrijp is.
Integriteit staat bij mij hoog in het vaandel meneer De Beuckelaer. U kunt van mij niet verlangen dat ik een verslag a la téte du cliënt ga schrijven enkel en alleen omdat u van enkele nietsnutten af wilt die u zoals u terecht zei, veel geld kosten."
"Nee Sheila.
Dat wil ik niet.
Ik wil dat de verantwoordelijke voor die sabotage gepakt wordt, vervolgd wordt en opdraait voor de schade.
Wie het ook is.
De toekomst van onze zaak staat op het spel Sheila," zei John De Beuckelaer.
Sheila keek op haar horloge.
"Kijk meneer De Beuckelaer.
Ik moet helaas dit gesprek afbreken, ik heb over een kwartier een belangrijke afspraak.
Maar ik wil vanavond nog bij u langskomen om alles in detail te bespreken, is dat goed?"
"Heel goed," zei John.
"Kom vanavond rond een uur of zeven eens langs in ons café, dan sta ik gewoonlijk achter de toog."
"Da's goed, ik zal er zijn." zei Sheila terwijl ze recht stond en John De Beuckelaer een stevige handdruk gaf.