zaterdag 4 oktober 2025

Een sadist in de stad 3

 



““Bon vertel het nekeer!” zei Alain die tegenover Frederick Vermeersch ging zitten in de verhoorkamer. Bart zat tussen Frederick en Alain in.
Gij hebt afgelopen nacht café Dinky Toys verlaten samen met Celine Verkeste.”

“Ja, dat klopt,” zei Frederick.
“Waarheen ging u met haar?” vroeg Alain.
“We gingen naar haar thuis, met mijn minibus die hier verderop in de garage staat, propvol instrumenten en ander duur spul.”
“En dan?” vroeg Alain.
“Dan hebben we afscheid genomen, een kus gegeven en welterusten gewenst,” zei Frederick.
“Een kus gegeven en welterusten gewenst,” herhaalde Alain cynisch.
“De buren die hebben iets heel anders gehoord,” zei Alain een heel stuk luider.
“Onze collega’s die een buurtonderzoek deden hoorden een heftige discussie tussen Celine Verkeste en een man voor de deur van haar ouderlijke huis.”
“Discussie? Ik weet van geen discussie,” zei Frederick. “Ik weet ook niet meer wat we gezegd hebben, ja ik had wat gedronken en een jointje gesmoord.”
“En een lijntje gesnoven,” voegde Bart eraan toe. “Ja geen wonder dat u niet meer weet wat u daar allemaal stond te roepen, hé Frederick Vermeersch.”
“Wat wij wel weten is dat Celine Verkeste vanmorgen vroeg door haar eigen vader dood werd aangetroffen in het tuinhuisje.
Kijk maar eens goed Frederick Vermeersch. Zo werd Celine Verkeste aangetroffen door haar eigen vader.”
Frederick bekeek de foto’s die Bart op tafel gooide. “Holy fuck wat is dat man?” vroeg hij.
“Ja, dat is wat wij willen weten.
Wat is dat? Wat hebt gij allemaal met haar uitgevoerd.”
“Gast dat was ik niet!” zei Frederick.
“Oh nee?” vroeg Bart.
“Gij doet wel meer rare dingen onder invloed van drank en drugs hé Frederick Vemeersch.
Vernielingen, slagen en verwondingen, een ongeval veroorzaken… Partnergeweld.”
“Gast, ik heb domme dingen gedaan ja. Maar dat is toch al meer dan vijf jaar geleden.
Ik heb een uitlaatklep gevonden, sinds ik meespeel met The Spoiled Brats en we regelmatig optreden, repeteren en ik meewerk aan het schrijven van songs heb ik iets om voor te leven.”
“Ja, dat snap ik,” zei Bart. “Wat nihilistische teksten over zuipen en neuken schrijven, en daar iets bijvoegen wat zou moeten doorgaan voor… tussen aanhalingstekens. Muziek.
Elk weekend optreden en voor en na elk optreden uzelf van een stevige roes voorzien en de aandacht die ge krijgt van al die lichtzinnige meiden die naar zo’n optredens komen laten welgevallen.
Maar wat als zo’n nog bitter jong meisje zich bedenkt? Hé!
Zoals Celine.”
“Ik ben geen moordenaar!” zei Frederick.
“Waarom zou ik Celine zo toetakelen?
Ik vergezelde haar naar huis omdat het me beter leek dat ze zo laat niet alleen de straat op ging.”
“Waarover ging die discussie?” vroeg Bart.
“Dat weet ik niet meer,” antwoordde Frederick.
“Wilde gij meer? Wilde gij haar nog een laatste keer neuken in het tuinhuis achter haar ouderlijk huis?
Zei ze nee?
Zal wel dat geweest zijn hé Frederick Vermeersch.
Gij zijt mij echt zo’n type.
Zo’n type die altijd gewend is van zijn goesting te krijgen.
Zo’n type die geen nee kan verdragen.
Zo’n verrekte nihilist die maar één doel heeft in zijn leven. Dierlijke lust en een eindeloze roes van drank en drugs.
Het leven moet vooral fun zijn voor meneer nietwaar?
Ge hebt geen job, ge woont in een appartement dat eigendom is van uw rijke papa advocaat en ge leeft van een uitkering die ge aanvult met het schrijven van recensies van zeer matig niveau.”
“Ja OK, voor de bourgeoisiemaatschappij die gij als flik vertegenwoordigt ben ik een parasiet, ik geef dat grif toe.
Maar ik ben geen moordenaar inspecteur Holvoet!” zei Frederick assertief.
“Dat zal de huiszoeking waarvan wij nu de aanvraag indienen wel uitmaken.
Als wij maar één iets aantreffen, een bebloed kledingstuk bijvoorbeeld.
Dan hangt ge!
Want gij zijt momenteel onze verdachte nummer één!”
“Daarom dat ik ook niets meer zeg tot mijn advocaat er is,” zei Frederick.

“En dat is waar deze maatschappij aan ten onder gaat!” zei Bart terwijl hij zich achter zijn bureau installeerde en een flesje water opende en in één teug leegdronk.
“Die parasiet kan alleen maar parasiet zijn omdat papaatje hem de handen boven het hoofd houdt. Ook al is zoontje lief een complete, maar dan ook een complete mislukkeling.
Heeft al van alles uitgevreten wat niet deugt, maar dankzij de centen en de advocaten van papaatje komt hij er altijd weer goed mee weg. En het resultaat ligt nu in het mortuarium van het Stedelijk Ziekenhuis! Godverdomme wat ben ik die lakse klotemaatschappij meer dan zat!”
“Hoor hem bezig, hoor hem bezig,” mompelde Alain terwijl hij met een kop koffie ‘heet en straf’ naar zijn eigen bureau liep.
“Wat denk jij?” vroeg Hilde. “Heeft Frederick het gedaan?”
“Een kerel met een verleden van agressie, verstoring van de openbare orde en partnergeweld die als tiener in een instelling geplaatst werd omdat hij op internaat zijn sadisme botvierde op een jongere medeleerling. Dat begon met kleine pesterijen maar eindigde in vernederingen en gratuit geweld. Ik kan alleen maar hopen dat we geen match in de vorm van DNA-sporen of vingerafdrukken van hem vinden op het plaats-delict. Anders ziet het er zeer slecht uit voor Fré van The Spoiled Brats.”
“Maar wat denkt gij?” vroeg Hilde nogmaals.
“Hij lijkt me inderdaad alles behalve een berekende moordenaar die geraffineerd en met haast chirurgische precisie de vingers en tenen van een zestienjarig meisje amputeert terwijl ze nog bij bewustzijn is.
Maar het is geweten dat onder invloed van die smerige drugs – waartoe ik ook alcohol meereken – mensen dingen gaan doen die je niet van hen zou verwachten.
Kijk, ergens kan ik Bart zijn afkeer voor al dat nihilisme en escapisme wel begrijpen.
Al die drank, drugs en al die nachtelijke excessen die de maatschappij tolereert en met de mantel der liefde bedekt.
Als je dat eens zou kunnen wegnemen, dan zouden al die gruwelijke drama’s waar wij als rechercheur mee geconfronteerd worden telkens weer opnieuw veel minder vaak voorkomen.
Waar of niet Hilde.”
Hilde dronk haar kop koffie leeg en verliet het kantoor. “Ik ga verder werken aan mijn verslag,” zei ze.
Alain knikte en keek toe hoe ze de deur achter zich dichtsloeg, daarna richtte hij zijn blik terug op het computerscherm.

Intussen elders in de stad.
Eveline Nachtegaele was hard aan het werk als serveerster in een goed draaiende tearoom aan de bosrand.
Het was zondagmiddag en dat was echt wel het drukste moment van de hele week. Wandelaars en fietsers hielden hier graag halt voor een heerlijke koffie al dan niet vergezeld van een pannenkoek of wafel.
Eveline liep onverstoorbaar van tafel tot tafel met pannenkoeken, wafels, ijscoupes, koffie, speciale bieren en al die andere dingen waarvoor de mensen na een stevige zondagse wandeling even binnensprongen. De meeste klanten waren zeer tevreden met het harde werk van de ravissante Eveline met haar warme innemende glimlach en twinkelende pretlichtjes in haar ogen.
Velen lieten dan ook een mooie fooi voor haar achter, maar sommigen bedachten haar ook met een extra complimentje. Ook bij haar collega’s is Eveline heel graag gezien. Omdat niets voor haar teveel was. In de spoelkeuken nam ze even de tijd om afwasser Dieudonné even een hart onder de riem te steken. Eigenlijk had Eveline stiekem wel een boontje voor de altijd goedlachse Senegalese bordenwasser voordien nog in restaurant De Botermand aan de slag was tot de eigenaar ervan zich van het leven benam na het bekennen van de moorden op Peter Van Hecke en Cynthia Verbrugghe.
Gelukkig vond hij snel werk in de taverne waar hij al snel een hechte band had met Eveline.
Ze bracht hem een flesje cola en leunde tegen de spoelbak waarop de bakken met vuile vaat stonden te wachten op de volgende wasbeurt. Ze keek naar Dieudonné met een speelse blik aan. Hij wist niet goed wat hij hiermee aan moest vangen. “Heb je zin om vanavond mee iets te gaan drinken?” vroeg Eveline.
“Je ne sais pas, ik weet niet,” zei Dieudonné.
“Waarom zo verlegen?” vroeg Eveline. “Ik vind u nen toffe gast ze.
En als ik eerlijk mag zijn. Zelfs iets meer dan dat.”
“Tu rigole,” zei Dieudonné.
“Waarom denk je dat” vroeg Eveline.
“Vous ete blanc, moi je suis un ‘black’. Ik ben maar een zwarte,” zei Dieudonné.
“Wat gaat je familie zeggen?”
“Wat moeten ze zeggen? Ik ga toch om met wie ik wil, toch?”
Dan ging ze voor Dieudonné staan en sloeg ze haar handen rond zijn hals.
“Gij zijt ne schat van een jongen Diedonné,” zei Eveline.
“En ik voel me goed bij u.
En wat anderen daarvan denken, zelfs mijn familie. Dat kan me geen bal schelen ze.
Lieverd.”
Eveline gaf hem een zachte zoen op de mond en keek hem liefdevol aan. Dieudonné wist gewoon niet wat hem overkwam. Dan ging ze weer aan de slag want er kwamen meer mensen binnen en die wilden allemaal zo snel mogelijk bediend worden.
“Zeg, heeft diene freak u nog lastig gevallen?” vroeg Tine, haar collega die aan de bar stond.
“Die met zijn ‘dickpicks’? Niks meer van gezien,” antwoordde Eveline. Heb hem geblokkeerd op Facebook en Instagram en ook zijn telefoonnummer. En ik heb hem in een privé bericht duidelijk gemaakt dat ik naar politie en gerecht stap met een advocaat onder de arm. Dat was vorige maandag, en sindsdien was het stil.”
“Als hij weer begint direct gaan hé,” drong Tina aan.
“Zal ik wel doen ze,” zei Eveline.
“Jamoja, belooft hé. Direct gaan hé. Zo’n freaks moet ge direct duidelijk maken dat ge er niet van gediend zijt.”
Eveline zette de drankjes op haar dienblad en glimlachte zacht naar Tina. “Merci voor uw bezorgdheid,” zei ze.

De zondagavond sloot de tearoom altijd wat vroeger. Eveline en Dieudonné liepen langs het bospaadje naar de stad. Dieudonné hield zijn fiets vast met de ene hand en de andere pakte Eveline vast terwijl ze hem met een speelse en licht uitdagende blik aankeek.
“Heb je condooms bij je?” vroeg ze zonder verpinken.
“Non,” zei Dieudonné.
“Maar ik wel,” zei Eveline terwijl ze een pakje condooms uit haar broekzak haalde.
Ze stond stil en greep de andere hand van Dieudonné vast. Ze keek hem aan en sloeg dan haar armen rond zijn hals waarna ze hem kuste.
“Ik wil je lieverd. Ik wil je in mijn leven en diep in het intiemste deel van mijn lichaam.
Oh lieve schat,” fluisterde ze waarna ze hem opnieuw kuste.
“Non, je veux pas ca,” zei Dieudonné terwijl hij haar losliet.
“Ca ne marche pas,” zei hij. “Ik kan dit echt niet doen.”
Dieudonné sprong op zijn fiets en reed weg, Eveline bleef alleen achter.
“Veel te hard geprobeerd,” dacht ze bij zichzelf. Ze zette haar weg verder langs het bospad. Dan ineens stond er een man in het midden van de weg, Eveline schrok en deinsde achteruit.
“Wat moet jij van me?” vroeg ze.
Hij grijnsde terwijl hij voor haar stond met gekruiste armen.
“Dacht ge nu echt dat ge van mij af waart? Negerpoepster!” zei de man terwijl hij Eveline in het gezicht uitlachte.
“Ga weg of ik bel de flikken,” zei Eveline terwijl ze haar telefoon pakte.
De man griste haar telefoon uit Evelines handen en gooide hem op de grond om er dan zijn voet tegen te zetten. “Ey godverdomse freak!” schreeuwde Eveline. De man greep haar bij de handen en draaide haar rechterarm over. Eveline schreeuwde het uit van de pijn.
“Gij gaat mee met mij, wat denkt ge daarvan vuile ‘negerhoer’!”
Eveline schreeuwde het uit, maar de man kwakte haar gezicht tegen een boomstam.
“Als ge nog één keer uw klep openzet dan breek ik uw gezicht is dat duidelijk?” siste hij in haar oor.
“Wat wilde gij van mij?” vroeg Eveline.
“Dat ge uw bakkes houdt,” zei de man terwijl hij haar handen vastbond waarna hij een prop in haar mond duwde en er tape over plakte. “Kom lopen teef!” siste hij.
Op de parking aan de rand van het bos stond een kleine witte Citroën Berlingo, de man ontgrendelde de auto en schoof de zijdeur open waarna hij Eveline achterin de auto gooide en ook haar voeten vastbond. Daarna reed de auto weg, net op dat moment kwam een koppel uit het bos met twee kleine hondjes, ze hadden geen flauw benul wie er achterin die auto zat en wat er voordien gebeurde.

vrijdag 3 oktober 2025

Een sadist in de stad 2

 



Alain parkeerde zijn dienstwagen voor café Dinky Toys op het stationsplein. Sinds jaar en dag de vaste stek voor jonge en minder jonge muziekliefhebbers die hielden van stevige rockmuziek.
Alain en Bart stapten uit en liepen naar het café waar Willem de cafébaas het terras aan het vegen was.
“Goeiemorgen, wij zijn van de Lokale Recherche kunnen wij u even spreken?” vroeg Alain kordaat.
“Waarover?” vroeg Willem terwijl hij zijn borstel tegen een tafel zette en zijn armen kruiste.
“Wij onderzoeken momenteel een moord en het slachtoffer was volgens getuigen aanwezig in uw zaak.”
“Een moord, lieve God,” zei Willem. “Over wie gaat het.”
“Over dit meisje,” zei Alain terwijl hij een foto van Celine Verkeste toonde. “Was ze aanwezig in uw zaak gisterenavond?”
Willem bekeek de foto en knikte. “Verdomme, Celine,” zei hij. “Ja die kwam hier wel vaker.
Gisterenavond woonde ze het optreden van The Spoiled Brats bij. En ja ze amuseerde zich wel,” zei Willem. “Ze klom op het podium en flirtte met de zanger.”
“Hoe heet die zanger” vroeg Bart.
“Frederik Vermeersch, ook een vaste klant trouwens. Beetje vreemde kerel, je moet hem kennen.
Heeft eindelijk zijn leven wat richting kunnen geven nu hij zanger is bij The Spoiled Brats. Die groep gaat het helemaal maken, echt wel. Worden nu al regelmatig gedraaid op ‘Willy’ en  Studio Brussel.”
“Hij is dus vaste klant,” merkte Alain op. “En is het een beetje een rustige klant? Of?”
“Vroeger heb ik hem meermaals uit het café moeten zetten. Wat geen gemakkelijke klus is als je weet wie zijn vader is. Maar blijkbaar heeft zijn vader enige tijd geleden zijn handen van hem afgetrokken. En dat heeft hem blijkbaar de ogen geopend. Hij is zich gaan concentreren op muziek en hij stelt zich de laatste twee jaar veel inschikkelijker op. Alleen maat houden met drank en drugs lukt nog niet zo goed.”
“En Celine, wat was dat voor iemand volgens u?” vroeg Alain.
Willem zocht naar zijn woorden, het stond op zijn gezicht te lezen dat hij het er moeilijk mee had.
“Tof meisje,” zei hij. “Had veel vrienden, maakte met iedereen contact.
Hield van feesten en lol trappen. Flirtte ook graag met de jongens ja.”
“Zoals ze flirtte met die Frederik Vermeersch,” zei Bart.
“Ze was wild van hem ja, en zo waren wel meer jonge vrouwen. Maar zij slaagde er wel in.”
“Waarin?” vroeg Alain.
Willem keek afwisselend naar Alain en Bart.
“Ze ging mee met Fré naar achteren nadat de andere jongens al vertrokken waren, ze zijn zonder hem weggegaan en een uur vertrokken Fré en Celine langs de achterdeur.”
“En gij vindt dat normaal?” zei Bart. “Die Fré hoe oud is die?”
“28 jaar,” zei Willem.
“En Celine Verkeste was amper zeventien jaar oud.”
“En dan, ze was seksueel meerderjarig dus wat had ik kunnen doen.”
“Er wordt ontucht gepleegd in uw café en gij grijpt niet in,” zei Bart. “Goe bezig vriend. Dat gaan we toch vermelden in ons proces verbaal ze kameraad.”
Alain gaf Bart een por maar die reageerde niet.
“En de burgemeester krijgt een kopie van dat PV, geef ik je nu al op een briefje.
Nog een prettige dag,” zei Bart terwijl hij naar Alain keek die op zijn horloge tikte en in de richting van de deur knikte. Daarna trok hij zijn jas terug aan en verliet hij samen met Alain het café.

“Laat er één ding duidelijk zijn,” zei Alain terwijl hij achter het stuur van zijn dienstwagen kroop. “Ik maak het PV op en er komt helemaal geen nota over ontucht.”
“Chef komaan, het is te merken dat gij geen kinderen hebt hé.
Want dan zou je zo niet praten hoor, echt niet.
Allez kom Chef, moest jij een dochter hebben zou jij met een gerust hart toestemmen dat ze zo’n café bezoekt, wetende dat daar mannen zitten die er geen graten inzien om met minderjarige meiden seks te hebben?”
Alain haalde zijn schouders op. “Ge kunt ze niet vastbinden jongen,” zei hij. “Als ze ermee instemde om met die kerel naar bed te gaan dan is staan we nergens, maar daar komen we pas achter als we Frederick Vermeesch aan de tand hebben gevoeld.”
“Chef komaan!” zei Bart. “Zijt gij flik of wat?
Het wordt echt wel tijd dat we dat smerige zuiphol eens doorlichten hoor, daar gebeurt volgens mij van alles wat niet deugt.”
“Bartje,” zei Alain. “De Dinky Toys is een legende. Die stond er al lang voor mijn tijd.
Daar hebben grote namen van de Belgische popscene opgetreden en heel wat beginnende groepjes hebben er hun eerste optreden mogen geven. Hele generaties jongeren hebben daar de tijd van hun leven gehad.”
“Met zich laten vollopen met giftige alcohol en sigarettendampen,” reageerde Bart cynisch.
“Om van de rest nog maar te zwijgen. Moet gewoon eens rondkijken, overal afval en vuiligheid. Sigarettenpeuken waarvan de meeste zelf gerolde. Moet niet vragen wat die nihilisten daar nog meer in stoppen buiten tabak.”
“Waar gij u druk over maakt,” zuchtte Alain terwijl hij de motor startte.
“Wat?” zei Bart. “Mag ik mij daar niet druk over maken?
Er wordt hier met drugs gesjacherd, minderjarige meisjes worden geneukt in een café en daarna vermoord teruggevonden. Verloedering alom. En ik mag mij daar niet druk over maken.
Grote kuis houden in die zuipholen en dat jeugdhuis droogleggen dat moet er gebeuren.”
“Want jongeren mogen zich niet amuseren,” zei Alain met een diepe zucht.
“ER ZIJN ANDERE DINGEN IN HET LEVEN!!” wierp Bart op met de nodige stemverheffing.
Alain rolde zijn ogen naar de richting van Bart. “Dus omdat gij heelder dagen in de fitness uzelf afbeult aan die marteltuigen, moet iedereen dat maar doen, is het dat?” vroeg Alain.
“Ja, dat is het!” antwoordde Bart. “Daar bestaat zelfs een woord voor… ZELFRESPECT!!”
“Grote kuis houden in die zuipholen, dat jeugdhuis droogleggen en met het geld dat daarmee vrijkomt kun je alle scholieren hier in de stad korting geven als ze zich lid maken van een sportvereniging of een fitness abonnement nemen. Op die manier helpen we hen om BETERE KEUZES TE MAKEN!
 Dat chef, is politiek voeren met een lange termijnvisie.”
“Tsjeins, nu zit ik hier met een joekel van een deja-vue. Haalde onze goeie vriend en kersvers lid van de politieraad Marcel Leliaert hier afgelopen week de kranten niet mee?”
“Heeft hij geen gelijk misschien?” vroeg Bart.
“Nee,” zei Alain onverstoorbaar. “Gasten als Marcel Leliaert moeten gewoon ophouden met altijd maar te kappen op de jeugd!  En gij… ook!”
“Dus voor u mag alles bij het oude blijven en moeten we blijven dweilen met de kraan open. Ik denk dat gij geen benul hebt van wat dat gezuip, geschrans en gefeest kost aan de samenleving chef?”
“Moet er dan echt op alles een kostprijs berekend worden?” vroeg Alain korzelig. “Kijk, dat is nu één van de redenen waarom ik die Marcel Leliaert niet kan uitstaan. Op alles moet hij een prijs plakken, die vent is een godverdomse krentenweger!”
“Is dat je sterkste argument chef?” vroeg Bart.
“Iemand die het lef heeft om te wijzen op de kostprijs van de hedendaagse zuip, vreet en nachtbraakcultuur voor de samenleving in het algemeen en de gezondheidszorg in het bijzonder zet jij weg als ‘krentenweger’. Ik dacht dat uw ogen sinds uw hartinfarct waren open gegaan. Maar de cognitieve dissonantie speelt u toch nog behoorlijk parten hé chef,” zei Bart terwijl Alain de dienstwagen parkeerde.
Dan maakte Bart de veiligheidsgordel los en draaide zijn lichaam een kwartslag, hij keek Alain recht in de ogen.
“Ik nodig u uit om eens in gesprek te gaan met Dokter Pieter Adriaanse, neurochirurg verbonden aan het Universitair Ziekenhuis van Amsterdam en ook werkzaam in meerdere Vlaamse ziekenhuizen en een autoriteit op vlak van verslavingen. Hij waarschuwt al langer voor de gevolgen van wat hij noemt ‘de cultus van het nihilisme’. Ik heb zijn boek liggen, moet ge echt eens lezen chef.”
Alain negeerde Bart en stapte uit.

Frederick Vermeesch opende slaapdronken de deur. Hij droeg alleen zijn boxershort.
“Waarover gaat het?” vroeg hij.
“Het optreden van uw groepke The Spoiled Brats gisterenavond,” zei Alain.
“En eigenlijk vooral wat je deed na dat optreden?” vulde Bart aan.
“Ja, ik bleef achter in gezelschap van een meisje,” zei Frederick. “Is daar een probleem mee.”
“Dat meisje was minderjarig,” zei Alain.
“Minstens zestien, toch?” vroeg Freek.
“Ah, dus ze is ouder dan zestien dus neuk ik haar maar,” zei Bart terwijl hij dichter bij Freek ging staan en de deur achter hem en Alain sloot. “Ze was nog altijd minderjarig hé vriend.”
“Was?” vroeg Frederick. “Hoe bedoel je?”
“Jij hebt samen met Celine Verkeste de Dinky Toys verlaten, waar gingen jullie nog heen?” vroeg Alain. Terwijl liep Bart een blik wierp op de woonkamer die een echt rommeltje was. Lege borden en glazen, kleren in de zetel en een dikke laag stof op de kasten. Een lege fles whisky op de plakkerige laminaatvloer.
“Ik heb haar thuis afgezet,” zei Frederick.
“En wat heb je dan gedaan?”
“Naar huis gegaan, nog een paar whisky’s gedronken.”
“En nog wat lijntjes gesnoven,” zei Bart die de woonkamer was ingelopen en naar de tafel keek waarop een spiegel, een bankkaart en nog een restant van een lijn cocaïne lag.
“Weet ge wat vriend?” zei Bart. “Het is beter dat ge gewoon uw kleren aantrekt… EN MET ONS MEEGAAT!”
“Wat is er gaande? Is er iets gebeurd met Celine?” vroeg Frederick.
“Dat gaan wij straks aan u vragen! Kom meekomen!” zei Bart kortaf terwijl hij Frederick met een blik vol minachting aankeek.



donderdag 2 oktober 2025

Een sadist in de stad.

 


Zaterdagavond.
Gezellige drukte op het stationsplein, vooral in het café Dinky Toys was het weer eens gezellig druk.
Een lokale rockband gaf er het beste van zichzelf en het publiek smeekte om meer, meer, meer.
Freaky Fré de zanger van de band rukte zijn hemd open en schreeuwde het publiek toe.
“Do you wanna have musical orgasm??” Het publiek juichte en vooral de dames in de zaal gingen uit de bol. Een jonge meid trok haar topje omhoog en toonde haar prille borsten. “i wanna have a real one!” schreeuwde ze terwijl ze haar tong over haar bovenlip liet glijden.
“Straks achter de coulissen schat,” zei hij terwijl hij zijn duim op zijn mond legde en naar haar loenste. Terwijl hij dat deed greep hij naar zijn kruis. Daarna zette hij een stevige rocksong in, een nogal expliciete en directe tekst over seks op een toilet.
Frederick Vermeersch, zanger van rockband ‘The Spoiled Brats’ was een struise ietwat gezette kerel met een voorliefde voor drank, cannabis en vooral… Seks. Op het podium deed hij niets liever dan provoceren en het publiek uitdagen. Ook op sociale media schuwde hij de grote woorden niet. Hij noemt zich zonder géne ‘een genotszuchtige hedonist’. “En wie daar niet mee om kan mag mijn pik aflikken,” schreef hij ooit in één van zijn meest gedeelde statussen.
Na elk optreden wist hij wel één of meerdere groupies te versieren en hij kon vaak niet wachten tot thuis om met hen van bil te gaan. Meestal deed hij het met hen achter de coulissen of in zijn oude bestelwagen waarmee hij zich verplaatste en waarin het materiaal werd gestockeerd.
De jonge meid stond vooraan te dansen, te shaken en met haar kont te schudden. Ze stond geil en dat liet ze merken ook. Ze stond vooraan bij het podium en trok opnieuw haar topje naar boven terwijl ze naar hem lonkte en loenste. Frederick knoopte zijn broek los en zette een stap naar voren en zag hoe ze deed alsof ze iets vast had en maakte zo niet mis te verstane bewegingen met haar hand. Dan volgde er een trager nummer, toen de gitarist de intro speelde trok hij het meisje op het podium. “Wilde nekeer dansen schatteke?” vroeg hij terwijl hij haar dicht tegen zich aantrok.
Al zingend danste hij dicht met het knappe meisje met blonde weerbarstige krullen, blauwe glimmende pretoogjes, licht vooruitstekende borsten, strakke buik, topje en kort rokje met luipaardprint. Frederick liet zijn pik over haar kruis schurken en legde zijn handen op haar heerlijk welgevormde achterste. Dit liet de jonge meid zich meer dan welgevallen, want ze stond meer dan geil en ze maakte er al voor het optreden geen geheim van dat ze een stevige crush had op Freaky Fre. “Ik wil door u geneukt worden,” fluisterde ze in zijn oor.
“Hoe heet gij,” vroeg hij tussen twee regels voor.
“Celine,” was het antwoord terwijl ze voelde hoe hij ongegeneerd en gretig in haar kont kneep met zijn handen. Haar tepels stonden stijf van de goesting en ze was al behoorlijk nat in haar broekje.
Toen het liedje uit was gaf hij Celine een stevige tongzoen en streelde hij ongegeneerd haar borsten.
“Tot straks schatteke,” zei hij ongegeneerd.

Na het optreden stockeerde hij met de andere groepsleden de instrumenten en andere benodigdheden en installaties in zijn camionette. Tussendoor nam hij een stevige slok van het flesje bier dat op een tafel in de ruimte achter het café stond.
“Zo dat zit er weer op. Tijd voor de plezantere dingen van het leven. Keer zien of ons Celine daar nog is.” En ja hoor, daar zat ze aan de toog met een glas witte wijn welks ze leegdronk waarna ze meteen op Frederick afstapte, haar pronte borsten fel vooruit. Ze vloog hem om de hals en zoende hem op de mond. “Ik wil seks met u,” zei ze ongegeneerd.
“Dan zal kik u nekeer goe soigneren,” zei Frederick terwijl hij met Celine naar de achterkamer stapte. Daar trok Celine haar topje uit en liet haar rokje zakken. Frederick hielp een handje door haar slip uit te trekken waarna hij haar optilde en op de tafel. “Neuk me!” smeekte ze.
“Ik sta zo fucking bronstig,  neuk me Frederick, ik heb zo’n harde crush op u!”
Frederick knoopte zijn broek los en liet die zakken terwijl Celine op haar rug ging liggen met haar benen wijdt open. Frederick legde zijn beide handen boven haar bekken waarna hij haar krachtig en met volle goesting begon te penetreren.
“Oooooooh fuck!” riep Celine uit. “Hier kijk ik al zolang naar uit. Ne goeie fuck met Freaky Fré “
Frederick penetreerde de jonge meid met volle kracht en leefde zich uit op haar heerlijke slanke en vooral prachtige lichaam. Hij deed het zonder condoom, zich niks aantrekkend van welk risico dan ook. Hij leefde losbandig, dronk overmatig, reedt onder invloed, had onveilige seks en experimenteerde erop los met drugs. Dat hij met een jonge meid waarvan hij niet eens wist of ze meerderjarig was of niet en dat de deur elk moment kon open gaan en ze dan betrapt konden worden. Daar stond hij op geen enkel moment bij stil.

Maar ook Celine was één en al losbandigheid. Ze zat elk weekend en soms ook op weekdagen in de Dinky Toys, dronk sloten witte wijn of Bacardi-cola om dan de avond af te sluiten met shotjes wodka of rum. Ze flirtte erop los en ging zonder blikken of blozen mee met de jongen die inging op haar avances, of zij op die van hem. Iedereen schatte haar ergens rond de twintig, maar eigenlijk was ze nog maar zeventien. Over een maand wordt ze achttien en na de zomervakantie met veel feestjes, festivals en vooral veel en ongeremde seks zou ze beginnen aan haar studies in Leuven. En ja het stond in de sterren geschreven dat ze daar dan echt alle remmen zou losgooien.
Celine sloot haar ogen en genoot met volle teugen van Frederick zijn heerlijke grote lul diep in haar liefdesgrotje. Ze kwam klaar en kreunde van puur onversneden genot. Haar benen sloeg ze rond zijn middel en haar voeten tegen zijn kont die heftig heen en weer ging. Ze kreunde luid bij elke ademstoot en verloor zich zelf in dit heerlijke moment van zedeloze losbandigheid.
Na een heerlijk moment vol stomende seks en zinderende passie verlieten ze samen het café langs de achterdeur en stapten ze in Frederick zijn bestelwagen die in het steegje achter het café geparkeerd stond. Achterwaarts reedt Frederick het steegje uit en zo de centrum uit om Celine thuis af te zetten.
“Zie ik u nog?” vroeg Celine voor ze afscheid nam van Frederick op het voetpad voor haar ouderlijk huis.
“Celine, ik ga eerlijk zijn. Voor mij waarde gij niet veel meer dan een meiske waarmee ik eens ongegeneerd wilde neuken. Ik ben een rocker, weet ge. Ik weet nu nog niet waar ik volgend weekend ga optreden. Wherever i lay my heat, that’s my home!”
Dus gij hebt mij gewoon gebruikt. Wat ben ik voor u? Een slet? Een hoer?”
“Een lekker neukteefke, net zoals al die andere meiden die ik wekelijks neuk.”
Celine sloeg hem recht in het gezicht. “Smeerlap! Ik wil u nooit meer zien! Vieze vuile seksmaniak!!!”
Daarna liep ze achterom het huis, ziedend van woede.

De volgende ochtend.
Alain Donck hees zichzelf uit bed en strompelde naar de keuken waar hij op het knopje van het koffieautomaat duwde.
“Koffie, heet en straf,” mompelde hij.
Hij keek al uit naar een rustige zondag thuis. Een goed boek, een streep jazz en vooral… “Niemand aan mijne kop.”
Ofschoon hij met volle goesting terug aan het werk was gegaan en dit met meer enthousiasme dan ooit tevoren. Toch liet hij dergelijke momenten van rust niet aan zich voorbij gaan. Meer nog, hij heeft zich voorgenomen om nog meer van dergelijke momenten in te lassen. Het laatste wat hij wilde is dat hij weer problemen zou krijgen met zijn hart, want een nieuwe hartaanval zou ditmaal fataal aflopen, daar had zijn cardioloog Dr Evelyne Persoone hem me duidelijke woorden voor gewaarschuwd.
Eerst en vooral zou hij naar de bakker lopen achter kraak verse pistolets en een lekkere soes of eclair.  De enige zonde die hij zich nog toestond zich zoveel mogelijk houdend aan het strenge dieet dat hem werd opgelegd.
Na een kop koffie en een vlugge douche ging hij op pad. Het was nog rustig in de stad zo rond negen uur ’s morgens. Het was een druilerige late herfstdag en in veel winkels werd de kerstversiering al uitgestald, Alain gruwde ervan. “Tegen dat het kerst is zijt ge die zever toch zo beu als kou pap, enfin ik toch,” bromde hij luidop.
Hij liep over het stationsplein dat vol rommel lag. Afval, lege drankflessen en bierblikjes, gebroken glas en andere rotzooi. “Allez, de jeugd heeft zich weer geamuseerd,” mompelde hij terwijl hij de straat even voorbij de Dinky-Toys inliep waar zijn vaste warme bakker zich bevond.
Zoals gewoonlijk was de wachtrij bij de bakker weer heel lang. Alain sloeg een praatje met de man voor hem, ook iemand die elke zondag present was voor zijn zondagse verse pistolets. Het gesprek verliep gemoedelijk. Over het weer, de veel te vroege kerstversiering, de actualiteit en de voetbal. Waarna Alain voor de zoveelste keer zei dat hem dat totaal niet interesseerde. “Elk zijn goesting hé meneer,” zei de man. “Mor ik z’n toch content dat die dikkenekken van den Anderlecht nog nekeer goed op hun doos gekregen hebben.”
Net toen Alain de bakkerij binnen was en één van de verkoopsters zich tot hem wendde ging de telefoon.
“Donck,” zei hij kortaf zoals gewoonlijk.
“Wat? Waar?
Nu meteen? Ok, ik kom zo.”
Haastig bestelde hij alsnog zijn pistolets en vroeg meteen twee eclairs, hij wist dat Patrick Muyshondt één van de vaste krachten bij de recherche het wel zou waarderen als hij voor hem ook een eclair zou meebrengen. Van zodra hij had betaald verliet Alain de bakkerij en stapte hij in zeven haasten naar het bureau. “Daar gaat mijn rustige zondag,” bromde hij.

Toen hij bij het bureau aankwam zat Bart Holvoet al in de dienstwagen. “Haast u chef,” zei hij. “Ze verwachten ons.”
Van zodra Alain is ingestapt gaf Bart plankgas, de andere rechercheurs volgden.
“Waar gaat het naartoe?” vroeg Alain.
“De Anjerstraat, een vader trof zijn dochter dood aan in het tuinhuisje.”
“Verdomme, toch geen zelfmoord?” vroeg Alain.
“Was het dat maar,” zei Bart. “Dirk Dejonghe is al ter plaatse en hij zei dat hij “zoiets nog nooit had meegemaakt.” En in zijn geval wil dat toch wel wat zeggen vrees ik.”
Bart stopte zijn auto voor een nieuwbouwwoning omgeven met een keurig onderhouden tuin. Een agent hief het cordon op zodat Alain, Bart en de anderen er meteen door konden en volgden een andere agent naar het tuinhuisje.
Wat ze daar zagen was werkelijk weerzinwekkend.
“Oh my  fucking God!” zei Bart toen hij het gruwelijke tafereel zag.
Eén jong meisje zat vastgebonden op een stoel, naakt.
En gruwelijk verminkt.
Alain aanschouwde het tafereel met afgrijzen. Hij zag de handen en voeten van het meisje wat bij hem nog meer deernis opwekte. “Hebben ze haar vingers en tenen geamputeerd?” vroeg hij.
Wetsdokter Dirk Dejonghe die op zijn hurken zat hen het slachtoffer aan een eerste onderzoek onderwierp stond recht en liep op Alain op. “Inderdaad. Geen fraai zicht hé.
Welke gruwelijke geest doet zoiets. Ze hebben de vader zonet afgevoerd, die man is in shock en ik stel mij echt de vraag of hij dit ooit te boven komt.”
“Kan ik me zo voorstellen,” zei Alain. “Wie is het slachtoffer?”
“Celine Verkeste, 17 jaar, zit in het laatste jaar secundair. Ze was gisterenavond met een vriendin naar de Dinky Toys gegaan om daar een optreden bij te wonen volgens haar moeder. Ze vertrouwden erop dat ze op tijd thuis zou zijn en geen domme dingen zou doen.”
“Sporen van verkrachting?” vroeg Alain.
“Er zijn sporen van seksueel contact,” zei Dokter Dejonghe. “Maar of diegene waarmee ze seks had dezelfde is als diegene die haar vagina met een stomp voorwerp penetreerde dat kan ik nu nog niet uitmaken. Het valt niet uit te sluiten dat Celine tijdens haar avondje uit iemand leerde kennen waarmee ze intiem contact had, en die persoon hoeft daarom niet persé de moordenaar te zijn.”
“Met andere woorden. Het was een slet!” zei Bart schamper.
Alain draaide zich en keek Bart aan.
“Kom jongen, buiten!” zei hij.
“Waarom? Mag ik mijn mening niet uiten?” vroeg Bart terwijl hij zich naar Alain draaide en oogcontact zocht.
“Moeten we het normaal vinden dat een jonge nog thuiswonende meid zomaar gaat en staat waar ze wil, ‘s avonds, in zuipholen rondhangt en met de eerste de beste loser in bed duikt.”
“Beetje zoals hetgeen wat doet in de fitness, meiden rond uw vinger draaien om er dan mee van bil te gaan,” reageerde Dr Dejonghe.
“Deed, dokter,” zei Bart. “Ja, ik was ook een losbol, ooit. Maar die tijd is voorgoed voorbij. Want ik ben in kennis, we gaan ons verloven en van zodra het kan stappen we in het huwelijskbootje.”
“Ow, ge ziet het precies zitten hé Bartje,” zei Dr Dejonghe.
“Je mag gerust zijn dokter! Ik doe niet mee aan dat postmoderne gedoe van jaren aan één stuk samenwonen ‘om elkaar beter te leren kennen’. Nenee, zo snel mogelijk huwen en maken dat er kinderen zijn. Veel kinderen als het even kan. En die zullen niet heelder nachten moeten ronddolen op straat en in zuipholen rondhangen.”
“Het is goed Bart, kom buiten. Ga maar al een buurtonderzoek gaan doen samen met Geert. Niemand zit te wachten op uw moraliserende gezeik,” zei Alain terwijl hij Bart strak aankeek. “Kom jongen waar wacht je op? Ik heb je als uw overste EEN BEVEL GEGEVEN!”
“Zo die is weg,” bromde Alain terwijl hij zich weer op de gruwelijke misdaad concentreerde.
“Vagina gepenetreerd, vingers en tenen geamputeerd. Tepels afgesneden. Wat voor beest heeft dit op zijn geweten?” vroeg Alain terwijl hij het ontzielde lichaam van de bitter jonge Celine aankeek.
“En dit is nog niet alles,” zei Dirk Dejonghe terwijl hij de vod uit haar mond haalde die de dader er moest ingestopt hebben zodat niemand haar zou horen kermen.
“Goeie God wat is dat?” Vroeg Alain toen Dirk de mond van het meisje opende en hij vaststelde dat haar tong en verhemelte wel een hele rare kleur hadden.
“Bijtend zuur,” zei Dr Dejonghe. De dood is pas drie uur geleden ingetreden, dus het is goed mogelijk dat de dader haar hier liet creperen aan de ergst denkbare pijnen die een mens zich kan voorstellen, stel je eens voor hoe he aanvoelt als zo’n bijtende vloeistof door je slokdarm naar je maag vloeit en daar alles op zijn weg kapot brandt.
Zeventien jaar verdomme,” foeterde Dr Dejonghe.

Samen met Patrick en Hilde onderzocht Alain het tuinhuisje. Er waren dingen omgestoten en ook in de tuin waren sporen van een worsteling zichtbaar. Blijkbaar heeft de dader het meisje thuis opgewacht en overmeesterd en haar dan in het tuinhuisje aan zijn gruwelijke sadisme onderworpen.
Er was overal bloed maar van haar geamputeerde lichaamsdelen was geen spoor te bekennen. “Die heeft de dader vast als trofee meegenomen,” zei Hilde hoofdschuddend. “Mijn God wat een gruwel.
Eerlijk Alain, ik ben blij dat Sarah hier niet bij is, die was vast al kotsend naar buiten gelopen.”
Alain mompelde iets onverstaanbaar en liep naar buiten.
Dan vond hij iets, een afgeprinte foto van een persoon die maar gedeeltelijk te zien was en een groot bord droeg waarop in het Engels stond dat “homo’s, ‘hoeren’, feministes, overspeligen, druggebruikers, gokkers, workaholics en nog heel wat andere ‘zondaars’ de hel wachtte.
“Krijgen we dat weer?” bromde Alain. “Een religieuze fanaticus die aan het moorden slaat.”
“Of iemand die ons op een dwaalspoor wil brengen,” zei Hilde.
“Kan natuurlijk ook,” zei Alain Hoedanook, dit worden weer slapeloze nachten,” bromde hij terwijl hij door het tuinhuisje liep.
Dan kwamen Bart en Geert terug en wisten te zeggen dat Celine gezien werd met een jongen en dat ze eerst de hele tijd stonden te kussen in de voortuin en dat er daarna een soort van ruzie ontstond.
“We moeten nagaan wie die jongen was,” zei Alain. “Bart jij en ik wij gaan ons licht eens opsteken in de Dinky Toys,” bromde Alain.
“Weer naar dat smerige zuiphol, kan ik weer een hele week met de geur van verschraald bier in mijn neus zitten.”
“En stel je zo niet aan,” wierp Alain hem toe terwijl hij met flinke stap naar de auto liep.

dinsdag 16 september 2025

Polarisatie versus rede.





Dag lieve mensen.


Wat is dat toch allemaal dezer dagen?
Zoveel polarisatie, zoveel verhitte discussies, zoveel ‘wij/zij’ denken.
Het lijkt wel of mensen alleen nog ‘zwart-wit’ kunnen denken. Nuanceren, compromissen sluiten of gewoon luisteren naar de ander. Ik heb de laatste tijd hoe langer hoe meer de indruk dat mensen dat allemaal verleerd zijn.
Gaat het niet over Palestina, dan gaat het over immigratie of over Trump of over Rusland vs Oekraïne of gewoon over het beleid dat onze regering voert.
Vooral op sociale media lopen de gemoederen vaak heel op en zijn de platitudes niet van de lucht. Zeker op de commentaarsecties van kranten en weekbladen waarin dan links worden geplaatst naar hun artikels.

Ik merk de laatste jaren een sterk wantrouwen tegen alles wat enige autoriteit heeft. En dan heb ik het niet alleen over de politiek. Maar ook de media en zelfs de reguliere wetenschap worden dezer dagen enorm hard gewantrouwd. Mensen laten zich leiden door allerlei sentimenten. Ik zou zelfs durven zeggen gevaarlijke sentimenten.
Een dosis gezonde argwaan tegenover autoriteiten is niet verkeerd, het hoort zelfs tot de kernwaarden van het humanisme. Maar de manier waarop journalisten of wetenschappers verdacht gemaakt worden en weggezet als omgekochte frauduleuze marionetten van ‘de elite’ (wat dat ook moge zijn) is echt wel tenenkrullend.

Populisme rukt op en dubieuze figuren jutten het volk op met platitudes over de onbetrouwbaarheid van de ‘mainstream-media’ en boutades over universiteiten en andere intellectuele instituten die een agenda zouden uitwerken die tegen de belangen van de bevolking ingaan. U kent het ondertussen ook wel: Corona was een verzinsel, een hoax, de vaccinaties bevatten gevaarlijke bijwerkingen en daar wordt over gezwegen en er wordt stilzwijgend gewerkt aan iets dat ‘The Great Reset’ heet. De media liegen, zetten ons op het verkeerde been en houden feiten voor ons achter. En dokters houden ons zo lang mogelijk aan de pillen en aan dure therapieën, want ze willen niet dat we genezen. Want zo luidt het credo, ‘een patiënt die geneest is een klant die je verliest’.
Dit soort zaken komen steeds weer terug en vinden ingang bij een steeds groter publiek. En ze nemen elke nuance weg die bij een goed publiek debat hoort

Aluminiumhoedje, wordt wel eens gebruikt om te lachen 
met aanhangers van complottheorieën. 

Het is één groot complot!
Figuren als Trump spinnen garen bij dergelijk klimaat van wantrouwen. Dubieuze beweringen en zelfs heuse complottheorieën die je vroeger alleen aantrof in de diepste krochten van het internet of in discussiegroepen bevolkt door allerhande weirdo’s worden meer en meer gemeengoed. Mijn oren gaan flapperen als in een real life gesprek iemand begint over ‘chemtrails’ of ‘The New-World-Order’.
En ja, het is vooral sinds de pandemie dat dit soort zaken ineens naar boven komen in de koffiekamer, aan de toog of aan de eettafel. Mensen zijn dat soort zaken klakkeloos gaan gelven en zaken die ooit vanzelfsprekend werden gevonden worden nu openlijk in twijfel getrokken. Zoals bijvoorbeeld HET LATEN VACCINEREN VAN JE KINDEREN! 
Stel je voor: de mazelen zijn opnieuw in opmars. Een kinderziekte die helemaal niet zo onschuldig is en die zelfs ernstige complicaties met zich kan meebrengen. En die tot zo’n vijftien jaar geleden helemaal onder controle was en amper nog voorkwam is nu weer helemaal terug.
Het hoeft u niet te verbazen dat dit een fenomeen is dat komt overgewaaid uit de VS. En dan zou je kunnen zeggen van ‘ja maar het onderwijs is daar van een abominabel niveau en mensen zitten daar veel liever de hele dag voor hun TV dan dat ze eens een deftig boek lezen’. Wij Europeanen waanden ons superieur tegenover die onwetende Amerikanen. Want wij hadden kwalitatief hoogstaand en toegankelijk onderwijs, goede gezondheidszorg en degelijke publieke omroepen die de bevolking goed informeerden en de actualiteit van de nodige duiding voorzien.
En toch rukken populisme en anti intellectualisme ook hier meer en meer op.



Anti-intellectualisme.
Een andere boutade die altijd weer terugkomt is ‘daar heb je die experten weer’. Met als variant ‘de experten weten het weer beter’. En nu is het inderdaad zo dat de media voor zowat elk aspect van ons leven een expert laten opdraven die ons komt vertellen hoe we het best onze auto wassen, onze kleren strijken of ons vlees kruiden. En dat soort artikelen posten ze dan het liefst op hun Facebookpagina omdat ze weten dat ze daar extra ‘clicks’ mee genereren. En dat is iets wat de adverteerders dan weer graag zien. En als die experten dan nog tips geven die op één of andere manier een link hebben met de producten die die adverteerders ons willen aanprijzen dan is dat ook nog eens mooi meegenomen. Ja het draait om reclame inkomsten want kranten, tijdschriften radio en TV stations alsook commerciële websites leven daarvan. En ja die kluiten hebben helaas voorrang op kwaliteit. Liever een kort en bondig interview met een hippe influencer over wintertenen dan een lang maar verhelderend gesprek met een cardioloog over het voorkomen van hart en vaatziekten. Liever een journaal gevuld met straatinterviews waarin men Jan en Mieke modaal laat vertellen over de zin en onzin van Lage Emissiezones dan gewoon eens een longspecialist uit te nodigen in de studio over de effecten van luchtvervuiling op kinderlongetjes. Ja, het moet gezegd. De media hebben ook schuld aan het anti-intellectualisme dat nu in onze samenleving heerst.

De wetenschap is niet statisch. Zijn komen elke dag met nieuwe bevindingen en die bevindingen zetten oude stellingen vaak op losse schroeven. Wetenschappers moeten constant hun mening bijstellen en soms hun eigen theorieën helemaal herschrijven. En wanneer zo’n bevinding in de krant komt dan halen  mensen hun schouders op en is het van: ‘weten ze het eigenlijk zelf nog wel?’
Nee, rode wijn is niet goed voor je hart. Rode wijn bevat alcohol en alcoholgebruik werkt hart en vaatziekten in de hand. Maar rode wijn bevat wel een stof die resveratrol heet. Dat is een antioxidant die aanwezig is in de schil van voornamelijk blauwe druiven. En bij het persen van grote hoeveelheden blauwe druiven komt er ook voldoende resveratrol vrij om ons hart en onze bloedvaten te beschermen. Maar de alcohol doet dat voordeel helaas teniet. Maar het zit ook in andere voedingsstoffen zoals in fruit (appels, pruimen, druiven, en bessen), tomaat, olijven, noten, pinda's, cacao en soja. En je kan het ook innemen als voedingssupplement wanneer dat nodig mocht zijn.
En ja, deze benadering klinkt natuurlijk heel rationeel tot op het steriele af, en ik begrijp dat dergelijke boodschappen weerstand opwekken. Als je alcohol of rood vlees afraad vanwege de gezondheidsrisico’s dan is het al snel van ‘mogen wij dan niks meer?’  En algauw krijgt de overheid en andere instanties die waken over onze gezondheid de naam en reputatie van ‘betuttelend’ te zijn. Wat ook weer koren op de molen is van het anti intellectualisme.



Leve de wetenschap!
Ik heb het al eerder gezegd, en ik ga het blijven herhalen.
DE MEDISCHE WETENSCHAP HEEFT MIJ HET LEVEN GERED!
In 2022 kreeg ik een onderhuidse bloeding in de hersenen waarvoor ik met spoed moest geopereerd worden. Hadden dokters toen niet snel ingegrepen dan had ik dit stuk nooit kunnen schrijven. En vorig jaar heb ik een zware hartklepoperatie ondergaan waarover ik het hier al eerder had. Dat ik dit allemaal overleefd heb is te danken aan het gedegen onderzoek van wetenschappers van allerlei domeinen die dag in dag uit onderzoek voerden, proefschriften maakten en deze lieten nalezen en controleren op fouten door collega wetenschappers. Dankzij hun monnikenwerk en hun samenwerking met collega’s van overal ter wereld worden elke dag opnieuw vele levens gered. Hun inzichten helpen ons om beter over onze gezondheid en die van onze medemensen te waken en het is dankzij de aanbevelingen die zij aan de overheid doen dat er nu geen DDT meer op onze gewassen wordt gespoten, dat een ziekte als polio (kinderverlamming) amper nog voorkomt en de kindersterfte historisch laag is. Ja het is op hun aandringen dat we niet meer mogen roken op cafés en restaurants, dat we al vijftig jaar eerst de veiligheidsgordel vastklikken voor we onze auto starten en ook fietsers wordt aangeraden om een helm te dragen.

En het is dankzij goede onderzoeksjournalisten dat gesjoemel met allerhande schadelijke producten werd blootgelegd, dat we weet kregen van gerotzooi met hormonen in ons vlees en de frauduleuze praktijken van Volkswagen met hun sjoemelsoftware aan de kaak werden gesteld.
Gedreven onderzoeksjournalisten zijn de schrik van corrupte politici, dubieuze zakenlui en frauduleuze alterneuten en andere kwakzalvers. Het is niet voor niets dat in dictaturen en landen met een wankelend democratisch systeem journalisten vaak het doelwit zijn van vervolging, dreigementen of zelfs moordaanslagen.
Dat een figuur als Donald Trump - die het steevast heeft over ‘fake news’ en journalisten beschuldigd van leugens te vertellen en mee in ‘het complot’ te zitten – zoveel stemmen haalt en het zelfs tot twee keer toe tot president schopt is dan ook iets om schrik van te krijgen. Dat ook in Europa dergelijke gedachtegoed gebaseerd op wantrouwen en afkeer voor alles wat tegen het onderbuik gevoel ingaat alsmaar meer aan populariteit wint is, is dat nog veel meer.
Nu heet het ‘fake-news’, in 1933 heette het ‘lügenpresse’. In 1933 verbrandde men boeken, nu worden mensen die een mening verkondigen die niet welgevallig is ‘gecanceld’.
Maar net als in het toenmalige nazi-Duitsland, net als in de vroegere Sovjet-Unie en net als in het China van Mao of het Cambodja van Pol-Pot zijn het de intellectuelen die de taal van de rede spreken die verdacht worden gemaakt.
Journalisten, wetenschappers, dissidenten, artiesten, satiristen, kunstenaars. Zij zijn altijd de eersten die op hun tellen moeten passen.
ALTIJD!
Mensen die hun geschiedenis kennen die weten dat.
En ik? Ik ken mijn geschiedenis.

zondag 7 september 2025

Geleerd of praktisch geschoold?




Dag lieve mensen.

We leven in een tijd waarin heel veel aandacht wordt besteed aan scholing en educatie. Je maatschappelijke status hangt meer dan ooit af van welk onderwijs je genoten hebt. We beschouwen iemand als slim wanneer hij of zij erin slaagt om alle kennis uit leerboeken en lessenroosters kan memoriseren en weet wanneer hij of zij deze moet gebruiken in zijn latere professionele leven. En in heel wat gevallen is dat ook noodzakelijk. Je wordt liever niet behandeld door en dokter die niet weet hoe hij een diagnose moet stellen, of verzorgd door een verpleegkundige die niet in staat is om de juiste procedure te volgen voor het ontsmetten van instrumenten of injectienaalden.

Wie het kan volhouden om tot zijn 25ste op de schoolbanken te zitten en het geduld kan opbrengen om al die tijd naar de uitleg van de leerkracht te luisteren, notities te nemen en zich voorbereiden op toetsen, proefwerken en examens zal hiervoor beloond worden met een job die hem aanzien of status zal bezorgen. Je wordt ofwel arts, advocaat, manager, ingenieur, informaticus, notaris, magistraat of – als je verkozen geraakt tenminste – politicus. Mensen kijken naar je op, je mama is fier op jou,  je verhoogt je kansen op de huwelijks of relatiemarkt en bedrijven lokken je met allerhande voordelen als een hoog loon, bedrijfswagen met tankkaart, een hospitalisatieverzekering en een royaal pensioen.

Maar niet iedereen heeft de intelligentie en de capaciteiten om dokter, advocaat of CEO te worden. Maar toch willen heel veel ouders dat hun naar de universiteit of op zijn minst de hogeschool gaat. Ze willen kunnen opscheppen en zeggen: “Kijk eens hoe ver onze Brecht het heeft geschopt, hij heeft al een Master diploma en nu gaat hij voluit voor een BANABA (Bachelor Na Bachelor). En volgend jaar neemt hij deel aan een Erasmus uitwisselingsprogramma. Stel u voor, hij gaat studeren aan de Sorbonne. Jamoja dat is wel één van de meest prestigieuze universiteiten van Europa hé.
En dan zit je daar, aan tafel tijdens een familiefeest. Met een zoon die houtbewerking doet en een dochter die de richting ‘snit en naad’ volgt. En je voelt je maar minnetjes, want je kan niet meepraten met de rest van de familie. “We hebben geen kind om trots op te zijn,” (dixit Raymond Van Het Groenewoud). Want beroepsonderwijs is nog altijd ‘maar’ beroepsonderwijs.
En door het watervalsysteem komen daar nog heel veel leerlingen terecht die de hogere studierichtingen die ze op aanmoediging van hun ouders volgden niet aan kunnen.
Nog altijd noemen we mensen die ‘maar’ beroepsonderwijs gevolgd hebben of die om één of andere reden hun school niet afmaakten ‘laaggeschoold’. En dan te denken dat ‘praktisch geschoold’ een veel betere benaming zou zijn. Het zou meteen het stigma wegnemen dat op de vakken die in het beroepsonderwijs aangeboden worden nog altijd kleeft

Illustratie van ChatGPT.



Leve de vakman (vrouw)!
In een tijd waarin men half Gent en Leuven volbouwd met nog meer studentenkamers en campussen en de hogescholen en universiteiten vollopen met leerlingen die richtingen volgen waarvan een gewone mens zich afvraagt ‘maar wat kunt ge daarmee aanvangen in het beroepsleven?’ Is het volgens mij hoog tijd om de vakman/vrouw terug de waardering te geven die hij verdient. Dat we eens gaan beseffen dat echt niet zonder landbouwers, tuinbouwers, bouwvakkers, loodgieters, garagisten, elektriciéns, schrijnwerkers of tuinmannen kunnen. En dat ook vuilnismannen, klusjesmannen, schoonmakers, onderhoudsmensen, koks, keukenhulpen, zorgkundigen en zelfs straatvegers nog lang niet de waardering krijgen die ze verdienen. Veel van deze mensen die deze jobs uitoefenen komen uit het buitenland. Er zijn niet alleen de Poolse bouwvakkers of Roemeense klusjesmannen die met hun gammele bestelwagens van de ene opdracht naar de andere rijden. Maar er zijn ook de kamermeisjes die vaak uit Afrika of Oost Europa komen. De straatvegers, afwassers, onderhoudsmannen of pakjesbezorgers die vaak asielzoekers zijn. Nee, ze leven heus niet allemaal van een uitkering. Echt niet.
Dat heeft dan ook tot gevolg dat mensen nog meer gaan neerkijken op dergelijk werk en er hun neus voor ophalen. En ja, de vaak abominabele werkomstandigheden die met deze jobs gepaard gaan doen er ook geen goed aan.
Nochtans is er een grote vraag naar deftig geschoolde vakmannen die als het even kan ook nog het Nederlands als moedertaal hebben. Niet elke werkgever kiest voor buitenlandse werkkrachten omdat deze ‘goedkoper’ zouden zijn. Vaak neemt men deze mensen aan uit noodzaak en nemen ze de communicatieproblemen vanwege de gebrekkige kennis van het Nederlands voor lief, ook al zijn deze nefast voor de veiligheid.
Te weinig mensen beseffen dat kiezen voor een vak – ‘ne stiel’ in ’t schoon Vlaams – misschien zelfs te verkiezen is boven het kiezen voor hogere studies. Werkgevers smeken om goeie technici, installateurs, maatwerkers en andere vakmannen met net dat beetje meer kennis en ervaring. Ook jonge gasten die geen schrik hebben om zich vuil of moe te maken kunnen snel aan de bak geraken en nog een mooie cent verdienen ook. Vaak is het enige wat je nodig hebt een stevige dosis arbeidsethos – oftewel, beseffen dat een week langer duurt dan vijf dage en een dag langer dan acht uur – een stevige dosis leergierigheid en de bereidheid om zich bij te scholen.



Gezond verstand.
We leven in het tijdperk van de expert. En er gaat geen dag voorbij of één of andere universitair geschoolde wijsneus komt zijn zegje doen over hoe en waarom wij de dingen anders zouden moeten doen als hoe we het al sinds vele generaties doen. Jonge managers met hun universitair diploma waarvan de inkt nog niet droog is komen op de werkvloer, en zij gaan aan iemand met dertig jaar werkervaring eens zeggen hoe hij zijn werk zou moeten organiseren. En uiteraard is bij zo’n mensen het belerende vingertje nooit ver weg.
Hun wijsheid komt uit boeken, het is de wijsheid die ze hun hele schoolcarrière lang na papegaaien zonder deze ook maar één keer aan de realiteit te toetsen. Jonge mensen komen op de arbeidsmarkt zonder ook maar énig idee te hebben van wat ze mogen verwachten en nog minder met wat werkgevers van hen verwachten. Ze geloven in een maakbare wereld met maakbare mensen. Maar de realiteit is helaas heel anders.
Ja, mensen met een diploma van beroeps of technisch onderwijs zijn minder geletterd, hebben minder gezonde eetgewoontes en kijken meer TV. Maar even vaak zijn het mensen die snel een oplossing hebben voor praktische problemen. Bij een buurman met een diploma beroepsonderwijs kan je altijd aanbellen voor een lek in je waterleiding of een kapotte zekering. Hij vervang in no time je kapotte lamp, herstelt je lekker fietsband of slaat blindelings een nagel in de muur om er een schilderij mee op te hangen. Hij kent het verschil tussen een platte of kruiskopschroevendraaier en ziet in één oogopslag wanneer de bougies van je auto moeten vervangen worden. Weet jij minstens twee van die dingen?

Vroeger hadden veel meer mensen deze vaardigheden. Men keek je raar aan als je als man geen fietsband kon herstellen of het oliepeil van je auto controleren. Maar tegelijk konden veel meer mensen dan nu hoofdrekenen of in schoonschrift schrijven. En de DT regels werden er ingestampt. Maar voor de meesten die deze dril moesten ondergaan waren er geen hogere studies weggelegd. Tot zo’n vijftig jaar terug was het heel gewoon dat je al vanaf je zestiende of zelfs je veertiende gewoon ging werken. Eens je de lagere school – met toen nog een zevende en achtste studiejaar – achter de rug had stond je schoofzak klaar en mocht je voor dag en dauw gaan werken. Mijn vader was nog van deze generatie. En toch is hij een man met een zeer brede kennis van zaken. Hij legde met succes het examen voor radio amateur af (wat echt geen makkie is) en begin jaren tachtig werkte hij al met computers terwijl in de meeste kantoren de fichebak nog standaard was. Nu zou hij met zijn diploma van lager onderwijs niet eens meer aan de bak komen, tenzij na heel veel bijscholen. Maar hij deed het toch maar en hij heeft veel gasten die jonger waren dan hij paf doen staan met zijn kennis van computers en programmeren. Hoe deed hij dat toch allemaal?



Leren uit belangstelling.
Eigenlijk is het antwoord heel eenvoudig. Mijn vader was – en is nog altijd – een nieuwsgierig man die belangstelling had voor wat er rondom hem gebeurde en voor nieuwe ontwikkelingen, vooral dan op technologisch vlak. En dat is iets wat hij ook aan mij doorgaf. Ik heb ook maar een diploma van beroepsonderwijs. Maar toen ik een jaar of zes/zeven was kon ik wel feilloos de hoofdsteden van de meeste Europese landen opnoemen. Ook lezen kon ik al vlug heel goed. En ja, ik was een boekenwurm en ik zat liever met mijn neus in boeken en stripverhalen dan dat ik TV keek. Hoewel, Knight Rider, CHiP’s of The A-Team wilde ik voor geen geld ter wereld missen. Maar ja, dat kwam wel meer voor in de jaren tachtig.
Ik kon uren zitten neuzen en bladeren in de encyclopedieën en atlassen die in vaders hobbykamer uitgestald stonden. En ja, die afbeeldingen uit verre vreemde landen vond ik prachtig. Miljaar stel u voor dat het internet toen al was uitgevonden. Ik denk niet dat ik veel op sociale media had gezeten.

Het cliché als zouden mensen met een ‘lager’ diploma of zoals ik het liever noem ‘praktisch geschoolde mensen’ domme kinkels zijn die alleen maar interesse hebben in voetbal, polonaisemuziek en bierfeesten klopt echt wel niet. Er zijn echt wel praktisch geschoolde mensen die na hun betaalde arbeid hun tijd besteden aan avondonderwijs, of zelfeducatie. En soms slagen die mensen er zelfs in om met die opgedane kennis hun leven een nieuwe wending te geven.
Wat wil ik daarmee zeggen? Je diploma of onderwijsniveau zegt niks over wie je bent en hoe je in het leven staat? Wat er wel toe doet is leergierigheid, motivatie, open geest, bereid zijn om je handen uit de mouwen te steken en niet bang zijn om jezelf vuil te maken of pijn te doen.

Het leven is aan de durvers.

zondag 31 augustus 2025

Dat ene wegzapmomentje.

 




Dag lieve mensen.
Het is zondagnamiddag en nadat ik mijn grote liefde op het werk had afgezet en nog een wandeling maakte met de hondjes besloot ik me om mij in de zetel te nestelen en even de TV aan te zetten. Die stond nog op VTM omdat we eerder deze namiddag naar het nieuw keken.
Op het moment dat ik de TV aanzette speelde er een autobiografische documentaire over leven en werken van het fenomeen Jean-Pierre Van Rossem.
Kent ge die gast nog?
Meester oplichter. Moneytron, rode Ferrari’s, nam ooit deel aan de verkiezing, regelmatige bajesklant. Stond ook gekend voor zijn grote bek en voor zijn vaak vulgaire scheldpartijen.
Heel wat mensen kwamen aan het woord, waaronder ook heel wat BV’ (Bekende Vlamingen dus). Luc Alloo, Herman Brusselmans, Bart Peeters en een Oostendse kunstenaar genaamd Olivier Ameye.
Nu heeft de persoon van Van Rossem mij op één of andere manier altijd gefascineerd. Boelzoeker die het establishment uitdaagde. Grote bek, niet vies van een spitante mening of een rondje provocatie. Maar op het moment dat ik inpikte ging het zowaar over de minder fraaie kantjes van de man. Wat een opgeblazen blageur was dat toch eigenlijk. Een grootsprakerige aandachtzoeker, een praatjesmaker en een windhaan die er niet vies van was om andere mensen zwart te maken. Bij bepaalde passages kon ik me niet langer van de indruk ontdoen dat die vent een ordinaire narcist was.

En dan was er reclame.
En wat doet een mens dan? Wegzappen natuurlijk.
Ik kwam op Canvas terecht en daar was er tegelijk een mooie documentaire over de Camargue.
Het ging over de dieren die daar leven. De prachtige half wilde paarden, de flamingo's (jawel) en andere dieren zoals zeeschildpadden, paling, rivierkreeftjes (een invasieve exoot daar), en de vele watervogels op doortrek die dit prachtige gebied kiezen als rustplaats. Maar het ging ook over de initiatieven die genomen worden om dat prachtige natuurgebied te beschermen en hoe maar en meer mensen die er met landbouw of visserij beginnen te beseffen dat ze dit kwetsbare gebied met zorg moeten benaderen.
Terwijl ik zat te kijken schoot het ineens in mijn hoofd: “hey, eens zien of de reclame al gedaan is op VTM.” Ik grijp instinctief naar de zapper maar dan ineens liet ik mijn hand gewoon rusten.
Ik dacht bij mezelf: “Nee Miguel laat staan! Dit is veel en veel LEERZAMER!”
Ik liet de TV gewoon staan op Canvas en heb die documentaire over De Camargue uitgekeken tot het einde en meer nog…

IK HEB ER INTENS VAN GENOTEN!

Ik dacht op geen enkel moment meer aan dat programma op VTM. Ik ging zo op in de beelden van die immense natuurpracht dat alleen een op de zetel springend Cecieleke mij nog kon afleiden – en zij mag dat altijd doen die lieve kleine schat.
Pas toen ik na afloop iets klaarmaakte voor mezelf om te eten mij met mijn bord aan tafel installeerde begon ik te beseffen welke switch er echt in mijn hoofd afspeelde. Ik besefte dat een gevoel zich van mij meester maakte. Een gevoel dat steeds sterker en sterker wordt. Een gevoel dat ik hier wil proberen onder woorden te brengen.

Dat programma op VTM ging over een man die alleen bezig was met geld, roem, publiciteit en vooral… Aandacht. Een documentaire over het leven van een mediageile parvenue met veel praatjes aaneengeregen met getuigenissen van al even mediageile BV’s  en andere publieke figuren. Het ging over geld, het ging over macht, het ging over het opzoeken van publiciteit om de publiciteit. Het ging over intriges en conflicten en over elkaar de duvel aandoen voor het slijk der aarde en alle bovengenoemde zaken.  Ik had al eerder het idee van; “Miguel, ga je hier nu echt je tijd mee verspillen?”  Want de waarden die de personen die een voor een de revue passeerden en vooral die van de persoon over wie die documentaire ging erop nahouden liggen echt wel mijlenver van de mijne. Dat is nu toch echt wel heel duidelijk.

Sir David Attemborough.


En eigenlijk is dat na het uitzetten van de TV echt tot mij gaan doordringen.
Het is tot mij gaan doordringen waarom ik tegenwoordig veel liever kijk naar iets als Eclips-TV waar ze prachtige documentaires uitzenden over bijvoorbeeld De Alpen en de mensen die daar woorden of over het leven op de markt in één of andere grote Europese stad. Of naar National Geographic met zijn prachtige documentaires over de natuur. Of naar Canvas als ze weer eens een documentaire van de eminence grise van de documentairemakers Sir David Attemborough - Noot: die man is intussen al 99 jaar en hij blijft maar doorgaan – uitzenden. Dan naar hetgeen men op Eén of VTM uitzend dezer dagen.

En dat is niet uit elitaire verwaandheid of omdat ik neerkijk op de smaak van mijn medemensen die wel naar deze zenders kijken. Zelfs mijn lieve vriendin gun ik haar dagelijkse portie verstrooiing die ze zoekt op één van deze zenders. Doe mij een plezier en sla mij eens goed tegen mijn hoofd als ik dergelijke verwaande taal zou gaan beginnen uitkramen.
Nee, het gaat er mij gewoon over dat ik veel liever bijleer over de natuur en hoe mensen zich inzetten om die natuur te beschermen. Over het leven in andere landen, over de ruimtevaart. Over de wetenschap en de laatste nieuwe ontwikkeling ervan en vooral over hoe de wereld nu echt in elkaar zit.
Dat is iets wat altijd in mij heeft gezeten. De interesse in de wereld rondom mij. Dat eeuwige zoeken naar het antwoord op de vraag ‘hoe zit het nu echt’?
Ik heb een hele tijd geleden eens uitgedokterd hoe ik via mijn TV naar Youtu
be kan kijken en hoe ik mijn Youtube account ook op TV kan overzetten. En dat heb ik mij echt nog niet beklaagd. Gisteren en eergisteren toen ik ook alleen thuis was heb ik een paar heel interessante documentaires gezien met de titel over de natuur en over wetenschappelijke onderwerpen.


Zo was er onder andere een hele mooie met als titel ‘Your brain: Who’s in Control’ (link) over de hersenen en het bewust zijn (ja ik schrijf die woorden met opzet van elkaar).
Daaruit leerde ik dat het zelf een illusie is en dat er helemaal niet zoiets bestaat als ‘vrije wil’.
Weet je. Als ik naar series kijk of naar die reality dingen. Dan zit ik me vaak te ergeren aan hoe mensen met elkaar omgaan. Al die intriges, dat elkaar de loef afsteken, ontrouw, overspel, jaloezie, nijd, list en bedrog. Dan erger ik mij vaak kapot en maak ik mij – tot ergernis van mijn allerliefste – inwendig kwaad. Als ik naar het journaal kijk of via het internet de kranten lees dan wordt ik moedeloos en vaak nog meer als ik de commentaren over de actualiteit zie op sociale media (lees Facebook). En alsmaar vaker maak ik met een diepe zucht het besluit dat mensen niet zo heel intelligent zijn. Want wat maken wij het elkaar toch altijd zo moeilijk?
Maar zo’n documentaire als over De Camargue of over mensen die zich inzetten voor de natuur, voor de biodiversiteit, voor hun medemens. Dat geeft mij hoop.
Dan weet ik dat de meeste mensen helemaal niet zo slecht zijn. Dat er nog mensen zijn die nog geven om de natuur. Om wat echt is.

En als ik dan daarnaar kijk of erover lees zittend in mijn zetel met mijn twee lieve hondjes bij mij. Dan voel ik mij intens gelukkig.
En ja, het lijkt dat als ik dat doe ik mij afzonder van de wereld en mij in mijn eigen cocon terugtrek. En ik besef, dat is voor een deel ook zo. Als ik via mijn oortjes luister naar jazz, klassieke muziek of andere mooie rustgevende muziek met de gordijnen toe en de wereld achter mij latend. Dan voel ik iets van intens geluk. Een zen gevoel.
En ja, dat is een heerlijk gevoel.
En zeker na deze middag weet ik dat het de moeite waard is om dat gevoel wat vaker op te zoeken. Om wat vaker de boel de boel te laten en gewoon eens ouderwets lak te hebben aan wat er nu allemaal trendy is en waar de meerderheid van de mensen mee bezig is of over praat.
Stiekem zou ik willen dat mensen zich wat meer zouden gaan interesseren in de natuur, in de wetenschap, en zich eens wat meer zouden afvragen waar al die bezorgdheid om het leefmilieu, het klimaat en de biodiversiteit echt vandaan komt.
Want het lot van onze kleinkinderen en achterkleinkinderen hangt af van de toestand van het leefmilieu. En die toestand is helaas niet rooskleurig.
En dan lees je die giftige commentaren als zou de klimaatverandering een ‘hoax’ zijn. Dat ze ons proberen bang te maken en dat er ‘meer achter zit’. Dan lees je de reacties vol minachting tegenover mensen die ons proberen te wijzen op slechte eet en leefgewoonten en ons waarschuwen voor de nefaste gevolgen voor onze gezondheid ervan. Niet zelden reacties van mensen die totaal niet gehinderd zijn door enige kennis van zaken.
Ja ook dan voel ik een inwendige boosheid in mij opkomen.
Maar ik weet dat ik daar niet aan mag toegeven. En dan zeg ik steeds vaker tegen mezelf: “Miguel, verdoe toch niet steeds weer je tijd op Facebook"  Neem dat ene boek uit je kast en lees een beetje.”
Nu ja. Misschien moet ik dat maar doen ook.

Want LEZEN IS NOOIT TIJDVERSPILLING!



maandag 25 augustus 2025

Het gebeurt telkens opnieuw.

 



Het gebeurt telkens opnieuw.

Augustus 1995.
Twee meisjes keren terug van een avondje uit. Ze namen de tram, maar die reedt niet tot aan hun bestemming, dus besloten ze het laatste eind te voet te gaan. Het was donker, het was laat in de nacht en ze waren alleen. Er waren nog geen smartphones en nog geen wifi Als je iemand wilde bellen moest je op zoek gaan naar een telefoonhokje en moest je zien dat je kleingeld bij je had of een telecard.
Twee meisjes in de fleur van hun leven. Genietend van een welverdiende vakantie met vrienden.
Ze kwamen nooit aan. Elk spoor ontbrak.
Er werd meteen een zoekactie op touw gezet en de politie kwam – weliswaar veel te traag – in actie. Er werd gezocht met man en macht. Honden en zelfs een helikopter met infraroodcamera werden ingezet, maar elk spoor ontbrak.
Het gebeurde hier niet ver vandaan aan de Belgische kust. En de namen van de twee meisjes worden nog altijd in één adem genoemd.
An en Eefje.



Augustus 2025.
Een meisje fietst naar huis. Het is laat in de nacht en ze komt terug van een avondje uit met vrienden in de grote stad. Haar vrienden boden nog aan om met de taxi mee te rijden, maar ze wilde haar dure fiets niet laten staan in een stad waar men niet terugdeinst voor een fietsdiefstal meer of minder.
Ze wordt gevolgd, en ze weet het. Een man zit achter haar, heeft het op haar gemunt.
In paniek belt ze het alarmnummer en gelukkig neemt men haar hulpkreet meteen ernstig. Ze vertelt waar ze is, wat ze ziet en wat er op dat moment gebeurt. De dader slaat toe, ongenadig.
Een meisje slaakt haar laatste kreet in de donkere nacht. Daarna wordt het stil.
Toegesnelde agenten komen op de plaats van het gebeuren, maar het is te laat. Ze vinden alleen nog haar levenloze lichaam in het gras.
Ze heette Lisa en ze was amper zeventien jaar.



Het is helaas van alle tijden. Maar toch lijkt er iets te veranderen.
Ik weet nog dat toen de Zaak Dutroux losbarstte ouders hun kinderen niet meer buiten lieten spelen en hen op het hart drukten ‘om niet met vreemden mee te gaan’. Mensen werden beschermend naar hun kinderen toe en het was ineens niet meer zo vanzelfsprekend dat kinderen zonder toezicht buiten vertoefden. Men besefte dat de buitenwereld gevaarlijk was en men ging ernaar leven. Niet veel later deed de gsm zijn intrede en ouders verlangen dat hun kinderen laten weten waar ze gaan, waar ze staan en met wie ze optrekken. En ze raken in paniek wanneer hun kind niet op tijd belt of een berichtje stuurt. We zijn vergeten dat er een tijd was dat kinderen de hele dag buiten speelde zonder dat de ouders wisten waar ze waren en wat ze allemaal uitstaken. En dat is niet eens zo lang geleden. IK heb die tijd nog meegemaakt. En ik ben nog maar 51 jaar.

Er lijkt iets te veranderen en wie de afgelopen dagen op sociale media rond snuisterde weet wat het is.
Jonge vrouwen ‘eisen de nacht op’. Ze pikken het niet meer dat zij in angst moeten leven, dat zij hun leven en hun handelen moeten aanpassen terwijl de daders hun gang kunnen blijven gaan.
Ze pikken het niet meer dat zij zich moeten verantwoorden? Dat men aan hen vraagt waarom ze op dat late uur nog op straat waren? Waarom ze alleen naar huis fietsten of wandelden? Of dat ze vragen welke kleren ze op dat moment droegen.
En weet je wat?

ZE HEBBEN GELIJK!

Want we hebben het veel te lang ‘normaal’ gevonden dat vrouwen altijd over hun schouders moeten kijken, op hun hoede moeten zijn, dat ze hun drankje niet onbeheerd mogen achterlaten. We hebben het veel te lang gepikt dat ruimte waarin kinderen zich zonder begeleiding buitenshuis begeven alsmaar kleiner wordt en dat ouders zich elk moment moeten afvragen of ze wel veilig zijn. En we hebben het veel te lang normaal gevonden dat oudere mensen, ’s avonds niet meer buiten durven komen.
Criminelen en ander tuig voelen zich oppermachtig en denken dat ze de baas zijn op en over de straat. Drugs wordt openlijk gedeald, in Brussel wordt er bijna elke nacht geschoten en in Antwerpen ontploffen met regelmaat van de klok bommen en granaten.

Jonge vrouwen eisen de nacht op klinkt het op sociale media. Beter zou zijn BURGERS EISEN DE STRAAT OP!
De straat hoort niet toe aan criminelen. De straat hoort niet toe aan drugdealers, zakkenrollers, vandalen, inbrekers, verkrachters, pedofielen en ander tuig van de richel. De straat is geen plek om doelloos rond te hangen, pleinen zijn geen plek om te dealen en parken zijn geen verzamelplekken voor vieze mannetjes met rare fantasieën.
NEE GODVERDOMME!!!!
De straat hoort toe aan de burgers. Pleinen horen plaatsen te zijn waar mensen elkaar ontmoeten en parken plekken waar kinderen kunnen spelen en ravotten zonder te moeten vrezen voor hun leven. En de nacht hoort toe aan jonge mensen die hun eerste stappen zetten in het uitgaansleven en die alleen, met vrienden of met lief of kersverse verovering naar huis toe gaan.

Misschien frons je bij het lezen van dit stuk de wenkbrauwen. Misschien vindt je bovenstaande maar een platte populistische bedoening en misschien vindt je dat ik rechtse prietpraat uitsla? Misschien denk je: “Miguel, dat soort praat verwacht ik van Filip Dewinter, Tom Van Grieken of zelfs Donald Trump. Maar niet van u.”
Oh ja?
Echt?
Is dat zo?
Dat is spijtig, en wel hierom!

DAT IS NU NET DE OORZAAK VAN ALLE MISERIE!
Men heeft de bezorgdheden van de burger omtrent zaken als criminaliteit, onveiligheid en onleefbaarheid veel te lang genegeerd en dat discours helemaal in handen gegeven van bovengenoemde populisten.
Men heeft veel te lang weggekeken terwijl onze straten alsmaar onveiliger werden, criminelen steeds driester toesloegen en de verloedering alsmaar harder om zich heen sloeg.
In 1995 waren er An en Eefje, Julie en Melissa en nog veel andere kinderen die ontvoerd werden, vermoord werden of spoorloos verdwenen. En de verontwaardiging en volkswoede was groot toen bleek dat politie en gerecht daar op een zeer lakse manier mee omgingen en de politici intussen gewoon verder sliepen. En die woede was terecht.
Er kwam een Witte Mars waarin meer dan driehonderdduizend mensen in mee stapten. En pas na die Witte Mars begon de politiek eindelijk met actie te ondernemen. De politiediensten werden hervormd en eengemaakt. Er werd een orgaan opgericht dat in actie kwam wanneer er de verdwijning van een kind gemeld werd, dat orgaan kreeg de naam Child Focus. Vermissingen en misdrijven tegen kinderen en minderjarigen werden ernstig genomen en kregen de prioriteit die ze verdienden en slachtoffers en hun familie werden sindsdien veel beter opgevangen. En dat is goed, en als het goed is dan mag het ook gezegd worden.

De Witte Mars 1996


Maar er is helaas nog heel veel werk aan de winkel en nog altijd wordt de impact van criminaliteit op het leven van een mens nog veel te weinig onderschat en nog altijd is er een zekere vorm van straffeloosheid. Nog altijd komen zware misdadigers weg met hetgeen ze deden waarna ze nog ergere misdaden begaan. Nog altijd krijgen we te maken tragische feiten zoals bijvoorbeeld de moord op Julie Van Espen, gepleegd door een sujet dat al eerder zware misdaden had begaan maar gewoon vrij rondliep.  
En nog altijd wordt het probleem van onveiligheid veel te veel geridiculiseerd en weigert men het echte probleem te noemen.
Bepaalde elementen orakelen dat ‘mannen’ het probleem zijn. Mannen worden heel veralgemenend weggezet als de reden waarom vrouwen zich ’s nachts niet veilig op straat kunnen begeven. Mannen zorgen ervoor dat vrouwen altijd en overal op hun hoede moeten zijn.
En het gevolg van dit discours is dat de mensen weer eens tegen elkaar worden opgezet. Nog maar eens.
Wie een beetje ogen in zijn hoofd heeft weet wat het echte probleem is en die weet welke ‘mannen’ ervoor zorgen dat vrouwen zich onveilig voelen op straat.
Maar media en politiek weigeren steevast om dat probleem bij naam te benoemen en er een standpunt over in te nemen. De lippen blijven stijf op elkaar en allerlei drogredenen worden uit de kast gehaald om de mensen af te leiden van wat zowel zij als wij heel goed weten wat het probleem is.

EN DAT MAAKT DE MENSEN KWAAD!

Het is deze laffe houding waar populisten en demagogen garen uit spinnen. Het is deze struisvogelmentaliteit die ervoor zorgt dat steeds meer mensen op extreem rechtse partijen gaan stemmen. Het is dat wegkijken dat ervoor zorgt dat het discours van de publieke opinie steeds harder wordt.
Mensen zijn het beu om telkens weer te moeten lezen of horen dat de daders ‘jongeren’ waren. Of dat de boosdoener in kwestie ‘verward’ was. Mensen zijn het beu dat dergelijke figuren er steeds weer met belachelijke fopstrafjes vanaf komen. Denk aan die gasten die beschuldigd waren van een groepsverkrachting en die van de rechter een opstelletje moesten schrijven.
Geen zinnig mens neemt dat soort straffen serieus. Wat de verzachtende omstandigheden ook mogen zijn. Verkrachting is een ernstig misdrijf en wie dit niet begrijpt of meent hier licht over te moeten gaan die moet zich echt eens gaan afvragen of hij nog wel in de spiegel kan kijken.

Park: Plek om te spelen voor kinderen (en hondjes).
NIET voor vieze mannetjes, junks en dealers. 

Mensen verdienen beter dan te moeten leven met angst voor de veiligheid van hun kinderen. En kinderen en jongeren verdienen beter dan het risico te lopen dat ze in elkaar geslagen worden door één of andere bende of met een mes gestoken te worden door één of andere mafklapper. Meisjes verdienen beter dan geïntimideerd te worden door fluitende en sissende macho’tjes of ongewenst benaderd te worden door allerhande viespeuken en freaks. Jonge vrouwen verdienen beter dan constant achterom te moeten kijken als ze ’s avonds en zelfs overdag de straat op gaan, de bus nemen of ergens iets gaan drinken.
De kwaliteit van je leven hangt af van enkele zeer essentiële dingen zoals een dak boven  je hoofd, eten op je bord, verzorgd worden als je ziek bent, een inkomen, een job, een goed sociaal netwerk.
Maar daar hoort ook bij JE VEILIG KUNNEN VOELEN!
En het is daarom dat ik hierboven schreef dat de straat niet toehoort aan criminelen maar aan burgers, pleinen aan mensen die elkaar ontmoeten en dat parken plaatsen horen zijn waar kinderen kunnen spelen en ravotten. Het is daarom dat ik schreef dat de nacht toehoort aan jonge mensen die hun eerste stappen in het uitgaansleven zetten.
Want dat zijn zaken die even essentieel zijn voor onze levenskwaliteit als gezondheid, een waardig inkomen of gelijke rechten.

Terwijl ik dit schrijf heb ik Lisa in gedachte. En An en Eefje, Julie Van Espen, Joe Van Holsbeeck, Annick Van Uytsel en al die andere veel te jonge slachtoffers van brutale criminaliteit vaak gepleegd door gasten die al veel langer van de straat moesten worden gehaald.
Ik schrijf dit met mededogen, en uit respect voor hen wikte ik mijn woorden toen ik zei dat mensen wel weten wat het echte probleem is en wie er de oorzaak van is.
Ik wikte mijn woorden omdat ik met dit artikel geenszins de bedoeling heb om mensen te gaan stigmatiseren of om te gaan veralgemenen. Het enige wat ik echt vraag is dat men de bezorgdheden van de mensen omtrent onveiligheid en criminaliteit eens ernstig gaat nemen en men aan criminelen eens de boodschap gaat geven NU GING JE TE VER!