Verhalen, gedachten, beelden en dromen. Ontsproten aan de boorden van de Noordzee en gerijpt in de eindeloze polders.
maandag 6 februari 2017
Passionele fout 3
Wouter was nu helemaal in de ban van Annemiek.
Ook al deed hij zijn best om het niet op te laten vallen.
De volgende dag bij het mountainbiken bleef hij bewust bij zijn goede collega en vriend Bert.
Maar die had het één en ander in het snotje.
“Gij komt wel echt goed overeen met die blonde Hollandse hé."
“Tja ’t is een toffe madam, heeft veel te vertellen, we delen de zelfde interesses zoals sporten en zo.”
“Ik versta dat toch niet”, zei Bert. “Geen vlees, geen alcohol… Dat moet toch saai zijn”.
“En dan? ’t Is toch haar leven, haar keuze," antwoordde Wouter.
“Weet je, ik heb het zo gehad met van die domme vooroordelen over mensen die buiten de lijntjes durven kleuren. We kunnen toch niet allemaal dezelfde mening en dezelfde levenswijze hebben.
Ik vind mensen die uit de band springen net interessant. Er lopen al genoeg grijze muizen rond ja.
En weet je, daarom Bert. Heb ik u zo geire.”
Bert dacht na.
“Ja je hebt gelijk", zei hij. "Ik heb me ook genoeg moeten verweren omdat ik ‘homo’ ben. Wie ben ik om dan anderen te beoordelen op hun levenswijze?" En toen hield hij halt en keek hij zijn vriend Wouter in de ogen.
“Ik zal ’t nooit meer doen Wouter… Beloofd.”
Die avond wilden Wouter en Annemiek weer even naar het bos gaan om… Ja je weet wel hé beste lezer.
Maar er brak een fel onweer los en dus dronken ze binnen maar wat. Wouter een wijntje, Annemiek een glas vruchtensap.
Ze keken elkaar verlangend aan.
“Jammer dat we nu niet buiten kunnen knapperd”, fluisterde ze.
“Ik brand zo van verlangen."
Wouter zweeg.
“Drink je vaak wijn”? Vroeg ze.
“Ach”, zei Wouter. Af en toe bij mijn eten.
Ben veel verminderd met drank sedert ik met Ilse samen ben.
Vroeger op café pinten drinken, of kotfeestjes met allerhande booze en natuurlijk wulpse studentinnen en zo. Ach ja wilde tijden hé.”
“Domme tijden”, zei Annemiek.
“Alcohol richt zoveel ellende aan. Sla de krant open, elke dag wel een ongeval met een dronken bestuurder, of een familiedrama of caféruzie.
En dat allemaal omwille van die roes. Dat gevoel van ‘gezelligheid’ dat mensen daarin denken te vinden.
Je krijgt er ook allerlei nare ziektes van. Keel en slokdarmkanker, levercirrose, hartziektes en vooral impotentie.
Mannen krijgen impotentieproblemen en grijpen dan naar Viagra. Ze zouden beter het bier en de jajem laten staan en kiezen voor vruchtensap of gewoon water. Je zou zien hoe snel hun jongeheer weer naar omhoog wipt, echt wel.
Dat is ook de fout van de hedendaagse geneeskunde hé. Impotentieproblemen, kaalhoofdigheid, spataders, pijn waar dan ook. Men gaat wat voorschrijven. In plaats van hun patiënten op hun voedingsgewoonten te wijzen.
Nee veel makkelijker en het brengt nog geld in het laadje.
Geld en gemakzucht dat maakt zoveel kapot… “
Annemiek zuchtte.
“Ik kan het iedereen aanraden, stop met alcohol, schrap alles wat overmatig zoet is uit je menu, hou op met vlees eten. Je voelt je binnen een half jaar weer tien jaar jonger… Echt wel."
De volgende dagen ging het sporten intensief door.
Raften op de Ourthe, een duurloop in de bossen, een hindernissenparcours.
En de voorlaatste avond, een nachtelijke dropping.
Jan Frans Willemse, de grote baas van Dutchconnect sprak hen toe.
“Morgen verwacht ik jullie op de belangrijke internationale vakbeurs voor IT en ITC mensen in Luxemburg, op minder dan een uur rijden van hier.
Daar wacht een heel mooie prijs voor twee van jullie.
Straks worden jullie door Gert-Jan en Hermina gekoppeld aan een collega van ‘het andere bedrijf’.
Op die manier zullen jullie intens moeten samenwerken om die mooie prijs in de wacht te slepen.
Ik verwacht van jullie dan ook inzet en winnersmentaliteit alsook de wil om samen te werken.
Succes jongens en meisjes."
En toen werden ze aan elkaar gekoppeld. Was het toeval, of hadden Gert-Jan en Hermina het door dat ze het goed met elkaar konden vinden.
Wie zal het zeggen.
Maar Wouter en Annemiek werden aan elkaar gekoppeld door de twee coaches.
Wouter en Annemiek stapten het busje in, en moesten van Hermina net als de anderen een blinddoek omdoen. En weer was Jopie de gezellige Amsterdammer hun chauffeur.
“Effe een grappie om te beginnen”, zo stak hij van wal.
“Moest ooit twee blondjes afzetten op zo’n nachtelijke dropping en tuurlijk lope die meide ferlore.
Het ene blondje roept hellup, hellup… Nee joh dat gaat niet zegt de andere. Sou beter gaan als we ‘samen’ roepen.
Oke goed plan, zegt de andere
En toen riepen ze… SAMEN, SAMEN!"
In de bus weerklonk zenuwachtig gegniffel.
Jopie scheurde langs de smalle Ardense wegen met veel haarspeldbochten en nijdige hellingen. Hij voelde zich in zijn sas.
“Dit is tenminste echt rije. Zonder die ellendige verkeersdrempels en wegversmallingen. En dat er hier in Franstalig België amper van die nare flitskasten te vinden zijn is ook mooi megenome”.
En toen moesten ze uitstappen. Hermina deed hun blinddoeken af, “Nou succes dermee jongelui”, riep ze nog.
En weg was het busje.
Met stafkaart en kompas probeerden ze de weg naar het stagecentrum terug te vinden.
Wouter had nog bij de scouts gezeten en dat was een grote hulp voor hen beiden.
Langs smalle bospaadjes baanden ze zich een weg terug naar het dorpje Achouffe waar het stagecentrum zich bevond.
Maar ze hoorden gerommel in de lucht en zagen in de verte bliksemschichten, er stak tevens een felle wind op.
“We moeten schuilen”, zei Annemiek bezorgd. “Het gaat zo onweren.”
Wouter keek rond. “Makkelijker gezegd dan gedaan,” dacht hij bij zichzelf.
Toen zagen ze in de verte een verlaten hutje.
Ze liepen erheen zo hard ze konden, maar ze kwamen te laat.
De regen viel ineens met bakken uit de hemel.
Druipnat liepen ze het hutje in en sloten de deur.
“Hehe, hier is het toch droger," zei Annemiek terwijl ze haar natte kleren uitdeed.
Wouter keek toe hoe ze haar trainingsvest en broek uitdeed, alsook haar BH en slipje.
Annemiek had waarlijk een prachtig afgetraind lichaam.
Haar borsten waren vol en stevig, haar kontje lekker strak en haar benen zo lekker gespierd.
Haar poesje was getrimd in een driehoekje .
Ze zag er gewoon lekker uit naakt.
Ze ging naar hem toe.
“Toe kom op, doe die natte kleren uit knapperd, straks vat je nog kou”.
Ze ritste zijn trainingsvest los en liet zijn broek zakken.
“Komaan knapperd niet verlegen zijn”….
Ze hingen hun kleren te drogen aan de balken vlak onder het dak van het hutje.
Toen greep Annemiek haar kans.
Tegen de muur stond een oude stoel, ze nam die en zette die in het midden.
“Zet je neer knapperd”, zei ze met een kirrend stemmetje.
Wouter zat neer en zij ging op zijn schoot zitten.
Ze kuste hem en streelde hem en gleed met haar kruis over zijn stijve geslachtsorgaan.
Toen nam ze hem in haar handen en rechtte zich. Ze liet zich zakken op zijn harde paal.
“Komaan knapperd, laat me hem voelen ik heb zo’n zin”.
Wouter omhelsde Annemiek en begon zachtjes te stoten.
Buiten brak het onweer nu in alle hevigheid los.
Maar dat kon het gekreun van Annemiek niet overstemmen. Ze liet zich helemaal gaan.
Ze ging op in dat heerlijke passionele moment.
Ze sloeg haar hoofd achterover en wisselde hoge felle kreetjes af met diep intens gekreun.£
Wouter zoende haar in haar hals en over haar schouders.
Hij betastte haar borsten en kneep in haar tepels.
Hij voelde hoe hij in haar klaarkwam. Het was een zalig moment dat wel eeuwig leek te duren.
Maar Annemiek kreeg er niet genoeg van.
“Komaan niet stoppen nu knapperd. Ik weet dat je nog kan.”
Terwijl ze hem innig kuste draaide ze met haar kontje.
En weer ging ze op en neer rijdend op zijn stevige stijve pik.
“Ooh jaa je bent zo lekker. Zo ontzettend lekker knapperd.
Ik geniet hier zo intens en zo hard van. Komaan lekkere vent geef me al je passie, je kracht, al wat je in je lijf hebt.”
En toen kreunde ze weer.
“Ooooooh, jaaaaaah, aaaaaaaah ooowooowoow… Dit is zo heftig oooeeew!!"
Toen legde ze haar hoofd op zijn schouders.
Ze rook de geur van zijn natte lichaam. Het maakte haar nog meer opgewonden.
Zo bedreven Wouter en Annemiek meer dan twee uur lang de liefde.
Dan deden ze hun kleren aan die nog wat vochtig maar toch al niet meer druipnat waren terug aan en vervoegden terug hun weg.
Ze waren net niet de laatsten. Anderen hadden ook een schuilplaats gezocht en gevonden.
De volgende dag zaten ze in het busje op weg naar Luxemburg.
Ze waren al vlug de grens over en nog een half uur later begon het verkeer drukker te worden. En wat later betraden ze een grote evenementenhal om er kennis te maken met de allernieuwste trends en mogelijkheden op IT en computertechnologie.. De meesten van hen waren razend enthousiast om al die nieuwigheden te bezien.
Ook Wouter keek zijn ogen uit. Het was tenslotte toch een onderdeel van zijn vak hé.
Maar hij week nauwelijks van de zijde van Annemiek.
Uren dwaalden ze langs de standen en overal werden er vragen gesteld en demonstraties bijgewoond.
Daarna gingen ze eten in een restaurantje in de buurt.
Annemiek ergerde zich.
“Ach getverderrie moet je dat nou zien! ‘Plats Vegetarien’ staat er hier.
Verder dan wat pasta met een pestosausje, een salade met wat groenten en mais, en een schotel met tofu komen ze niet…
Denken ze nu echt dat wij alleen maar pasta, tofu en konijnenvoer vreten ja.
De voedingswaarde van die rotzooi is nul komma nul!!"
En toen kwam de grote baas weer.
“Zo jongelui, blij jullie hier droog en vooral gezond en wel terug te zien. Wat was me dat een weertje gisterenavond hé. Jullie zijn vast nieuwsgierig naar wie er nu die prachtige Dualscreen die daarnet werd voorgesteld gewonnen heeft hé.
Maar ik laat jullie nog even op jullie honger zitten.
Straks in ons hotel na een heerlijk diner zal die prijs door de directeur van Acer-Europe zelf overhandigt worden aan de winnaar.
Tot 18u zijn jullie vrij om even te verpozen en de stad te verkennen.
Ik zie jullie dan.”
En zo stapten Annemiek en Wouter door de stad, hand in hand.
Annemiek keek vol verlangen naar Wouter.
Naar haar grote lekkere knapperd, zo noemde ze hem zachtjes fluisterend.
Ze liepen naar een soepbar.
Laten we hier een kom soep eten lieverd, ik heb honger.
Het zal me meer smaken dan die rotzooi in dat kutrestaurant.
En daar zaten ze dan een bord groentesoep te lepelen.
Regelmatig nam Annemiek Wouters hand vast. En keek ze hem met een verlangende en smachtende blik aan.
Wouter genoot ervan, van haar liefde en aandacht.
Maar hij wist niet goed hoe hij zijn waardering onder woorden moest brengen.
“Je geniet ervan hé knapperd”, zei Annemiek.
“Vind ik leuk voor je, lekkere vent”. Zei ze. En met die woorden gaf ze hem een vluchtige zoen op de mond.
“Ik vind je zo’n lekkere vent Wouter.”
Toen stond ze op. “Even naar het toilet, zo terug,” zei ze.
Wouter zag hoe ze na het terugkomen van het toilet, een praatje maakte met de jongen achter de toog. In een taal die hij niet begreep.
Toen kwam ze terug.
“Kom lieverd, we gaan.”
Waarna ze hem door de straatjes van de oude stad loodste. Tot bij een klein rendez-vous hotelletje.
Andermaal in dezelfde vreemde taal besprak ze een kamer en nam ze Wouter mee naar een prachtige luxekamer op het tweede verdiep.
"Jij praat vloeiend Letzeburgs." Merkte Wouter op.
"Ja hé." Zei Annemiek. "Bracht met mijn ouders elk jaar de zomervakantie door in de buurt van Echternach. Heb er mijn maagdelijkheid verloren aan Rudy, hij leerde me Letzeburgs, en de taal van de liefde. Mooi toch."
Dan opende ze de deur van de kamer en trok Wouter mee naar binnen.
“Laten we vrijen knapperd, we hebben tijd tot iets voor 18u. En ik heb zoo’n zin”.
Met die woorden knoopte ze zijn broek los en begon ze hem te pijpen.
Ze likte en zoog met volle teugen aan zijn genotsknots en aan zijn ballen.
Toen deed ze haar kleren uit en ging languit op bed liggen met haar benen wijdt open.
“Neuk me lekkere vent, neuk me zoals je nog nooit een vrouw hebt geneukt”.
Wouter kroop op haar en gaf Annemiek een stevige beurt. Hij wist wat ze wou.
Stevig doorneuken, en doorgaan nadat hij klaargekomen was.
En dat deed hij. Annemiek genoot en kreunde lekker luid.
Met krachtige stoten duwde hij zijn stijve lid in haar liefdesgrotje terwijl hij haar hals zoende en in haar oorlelletje beet.
“Ga door knapperd, toe ga door. Ik geniet hier zoooo erg van lekkere vent”, smeekte ze met een hoog stemmetje.
Na anderhalf uur vrijen, strelen, elkaars intieme delen beroeren en likken. Lagen ze te verpozen in de jacuzzi die in de kamer aanwezig was.
Annemiek nestelde zich in Wouters armen en legde haar hoofd op zijn brede borstkas.
“Jij bent een lekkere vent, ik geniet echt van jou. Lieverd, knapperd, lekkere brok, leuke vent”.
Met die woorden gaf ze Wouter een lekkere lange tongzoen, hij genoot ervan.
“Wat is er toch dat jou zo aantrekt aan mij?" Vroeg hij
“Jij bent een echte vent Wouter, knap, sportief, slank en gespierd lichaam, lekkere grote lul. En vooral uithoudingsvermogen.
Hoe meer ik met je deed hoe aantrekkelijker ik je vond.
Je zoent lekker sensueel, je hebt een heerlijke pik en die staat snel weer overeind nadat je klaarkomt.
En je weet van geen ophouden. Je houdt van seks is het niet lekkertje. Geef maar toe."
Wouter moest bekennen dat hij zot was van seks, en makkelijk te verleiden. Zeker nu zijn Ilse hoogzwanger was en hij niet bij haar terecht kon.
“Ik voel me beetje schuldig, ik zou nu net bij haar moeten zijn maar dacht ‘werk gaat voor’ en toen raakte ik in de ban van jou. Je bent knap, mooi, lief, een goeie gesprekspartner. En vooral zalig in bed…
Ik liet me dit alles zo graag welgevallen en eerlijk, het doet eens deugd om nog eens met een andere vrouw te vrijen. Dit is zo zalig, ik hoop alleen dat Ilse dit nooit te weten komt”.
“Dat zal niet, niemand weet wat we nu doen schat. Oooh Wouter, geile vent van me. Konden we elkaar maar vaker treffen. Dit zouden we toch moeten kunnen regelen, ik wil meer dan dit ene vluchtige avontuurtje schat."
Wouter dacht na, het leek hem wel wat.
Annemiek was zalig in bed en hij voelde zich best goed bij haar, en kon met haar over zijn problemen praten.
Hij drukte haar tegen zich aan en gaf haar een lieve lange tongzoen.
Ze richtte zich weer op en ging op zijn harde pik zitten. Zo vreeën ze nog een uur lang in de brubbelende jacuzzi. Zalig genietend van elkaars lichaam.
’s Avonds was er een diner waarna de winnaars van de nachtelijke dropping bekendgemaakt werden.
Daarna speelde een DJ ten dans.
Annemiek en Wouter dansten de hele tijd, ze keken elkaar in de ogen. Annemiek straalde.
Daarna zochten ze hun kamer op waar ze de hele nacht lang passioneel de liefde bedreven.
Iedereen had nu door dat ze samen iets hadden.
Er werd over hen gepraat, sommigen vonden het schandalig dat hij met Annemiek zat te smossen terwijl zijn vrouw hoogzwanger was.
Wouter en Annemiek hadden het door maar vooral Annemiek trok er zich niets van aan.
“Laat ze kletsen lieverd. Geniet ervan, het leven is zo al kort genoeg.”
Annemiek had het zichzelf afgeleerd om zich maar iets aan te trekken van wat anderen over haar dachten.
“Toen ik nog in Het Gooi woonde kreeg ik altijd te horen, ‘wat doe je nou meid? Wat zullen de mensen wel niet van jou denken’?
Ik moest altijd netjes gekleed gaan, netjes praten, had ik een vriendje werd ie gekeerd en gekeurd.
Maar eens alleen in Amsterdam trok ik me er geen bal van aan.
Ik had een relatie met een oudere man, mijn trainer en lesgever van de kickboksclub. Een wijze en intelligente man, een interessante gesprekspartner en een heel charismatische persoonlijkheid.
Hij was ooit ‘gigolo’ en verdiende daar een klein fortuin mee. Maar deed er nog veel meer levenservaring op. Hij kon honderduit vertellen over zijn tijd als Gigolo, over de vrouwen waarmee hij het bed deelde over wat hij eruit leerde.
Ik raakte in de ban van hem en voor ik het wist belandde ik in zijn bed. Maar ik bekloeg het me niet, integendeel. Wat een heerlijke seksmomenten heb ik met die man gehad en heb ik nog steeds. Hij is mijn fuckbuddy en mijn leermeester. Hij leerde me alles over Tantrische seks, de ‘Kama-Sutra’ en alles wat seks heerlijk en sensationeel maken kan. Ik geef die lessen graag door aan andere mannen, en jij bent een meer dan goeie leerling Wouter.”
Met die woorden kuste ze hem opnieuw en samen begonnen ze opnieuw aan een stomende vrijpartij.
Annemiek kreunde vol wellust en gaf zich helemaal over aan Wouter die haar met krachtige stoten penetreerde. Ze voelde zijn zaad dat in haar liefdesgrotje voelde en moedigde hem aan.
“Doorgaan lekkere vent, laat me komen, ooooh jaaah JAAAH!!!!”
Ze kreunde zo luid dat je het tot buiten kon horen.
Bert en enkele anderen stonden in de gang te luisteren.
“Den Wouter geft nogal van katoen zulle!" Zei hij cynisch. “Het kan precies niet oep daarbinnen!”
Noch Wouter, noch Annemiek hoorden dat Bert en de anderen meermaals op de deur aan het bonken waren, zo heftig gingen ze op in het liefdesspel.
Ze hadden redenen om te bonken. Want de familie van Ilse probeerde vruchteloos om Wouter op zijn GSM te bereiken en contacteerden wanhopig de zetel van Websolut om hem te kunnen bereiken. Zo kwamen ze aan het nummer van het hotel in Luxemburg…
Wat was er gaande?
zondag 5 februari 2017
Passionele fout 2
Het was midden in de nacht.
Wouter was klaarwakker. Het leek of alles tolde in zijn hoofd.
Hij voelde zijn geweten knagen.
Terwijl zijn vrouw hoogzwanger thuis zat en hem opbelde om te vragen of hij wel goed was aangekomen.
Stond hij aan de rand van een donker dennebos te tongzoenen met een wildvreemde Hollandse jongedame.
Enerzijds was hij onder de indruk van de zachte lippen en de tastende handen van Annemiek.
Hij kreeg een erectie alleen al van eraan te denken.
Maar anderzijds… Hij hield van Ilse.
Hij leerde haar kennen op de unief, waar hij informatica studeerde.
Ze waren kotgenoten, en deelden één en dezelfde passie.
Sporten. Liefst hard en met veel inspanning.
Samen hardlopen, samen gaan fietsen, samen gaan muurklimmen of kickboksen.
Niets was hen teveel.
Zij werd zo een beetje zijn redding. Want hoe sportief hij was als tiener, mede door zijn vader die niet alleen leraar Lichamelijke Opvoeding, maar ook trainer van de jeugdafdeling van de lokale voetbalploeg was.
Sporten en gezond leven werd er bij Wouter thuis met de paplepel ingegeven.
‘Mens sana in corpore sano'’ zo luidde vaders devies.
Frieten en ander vetrijk voedsel kwamen dan ook zelden op tafel. Groenten en vooral veel fruit des te meer. En elke ochtend ging vader met zijn zoons een uurtje hardlopen voor het ontbijt.
Maar ja, eens op kot in Gent. Ver weg van het wakende oog van zijn ouders.
Begon het toch een beetje mis te lopen.
Was hij niet bezig tot laat in de nacht met het ontwikkelen van een nieuw programma of een spelletje. Of het proberen om binnen te breken in het netwerk van één of andere multinational of een internetprovider. Samen met enkele van zijn studiegenoten. Vaak met een diepvriespizza of een koude portie pitta van de Turk achter de hoek.
Dan zat hij wel ergens in één of ander studentencafé pinten te hijsen of een knappe studente het bed in te lullen. Wat hem nog lukte ook. Want Wouter was best wel een aantrekkelijke knaap.
Tot hij merkte dat hij nauwelijks nog in zijn broeken kon, en zijn hemden begonnen te spannen.
Een ‘bierbuikje’ werd zichtbaar. Maar een nieuwe kotgenote wist de ultieme oplossing.
“Hardlopen, dat moet je doen. Lopen tot je elke spier en elke vezel van je lijf voelt.”
Ze had gelijk.
Zo groeide tussen Ilse en Wouter een heel speciale band.
Naast intens sporten hadden ze ook intense seks.
Zo zijn ze ooit eens drie dagen en nachten niet hun kot uitgekomen. Zo groot was hun libido.
Wouter vond het heerlijk.
Vooral omdat hij terug de conditie had om zich op seksueel gebied weer helemaal te geven.
Uren kon hij doorgaan, haar laten genieten.
Daar waar hij voordien al na een paar minuten moest ophouden nog voor hij klaarkwam, enkel en alleen omdat zijn lichaam te lijden had onder zijn toen erg ongezonde levensstijl.
Maar het was ook de manier waarop Ilse hem wist te stimuleren.
Daarvoor ging hij nog meer van haar houden.
Hij had echt het gevoel van. “Ik wil geen ander meisje meer behalve Ilse."
Een gevoel dat hem vreemd was. Want voor hij Ilse leerde kennen was hij een ware Don Juan.
Hij wist de meisjes rond zijn vinger te winden en deed dat dan ook. Elke week een ander liefje.
Altijd weer andere meisjes bij hem op kot. Soms zelfs meer dan ééntje.
Soms hield hij zelfs wilde kotfeestjes met veel drank, wat jointjes en natuurlijk een stel mooie jonge vrouwen die zijn enorme goesting moesten bevredigen.
Hij genoot ervan, seks was zijn lust en zijn leven en hij liet maar al te graag zijn blikken dwalen naar ’t vrouwelijk schoon.
Daarom komt het dat hij zo onder de indruk raakte van die lekkere Annemiek.
Het streelde zijn ego dat een knappe vrouw als Annemiek voor hem viel.
Op dat ene moment toen ze hem zoende ging hij er helemaal in op.
Maar dan, dat idee van 'hey Wouter, Ilse is er ook nog'.
Het bezorgde hem schuldgevoelens, maakte hem verward…
“Hopelijk komt ze dit nooit te weten?” Dacht hij bij zichzelf.
Ze zou het me nooit vergeven, en ik ook niet dat door zo’n stom gesmos al het mooie dat er tussen ons is zou kapot gemaakt worden.
Ik moet die Annemiek duidelijk maken dat ik mijn geluk niet wil kapot maken voor een losse flirt.”
Maar Wouter kende zichzelf. Hij was nu hij al uren in zijn bed lag nog altijd onder de indruk van Annemiek haar prachtige lichaam, haar passionele tongzoen en haar strelende handen.
Stiekem trok hij zichzelf af en kwam dan tot rust. Hij sliep eindelijk in.
De volgende ochtend vlogen ze er meteen in.
Een rondje joggen in de bossen.
Wouter genoot ervan. Een opkomende zon, nevels in de valleien. Het beloofde een zonnige warme dag te worden.
Voor hem liepen Ruud, Andries, Marcel en Cor. Vier uit de kluiten gewassen sportieve ‘Hollanders. Wouter was eigenlijk de eerste Belg. Zijn collega’s had hij ver achter zich gelaten.
Hoe zou Bert het doen? Vroeg hij zich af.
Wetende dat de conditie van zijn favoriete collega niet te best was.
Bert was een levensgenieter, een Bourgondiër.
Sedert enige tijd gehuwd met Peter, met wie hij reeds van in zijn jeugd een hartstochtelijke relatie had.
Beiden hielden ze van de goede dingen des levens.
Woonden in een fraai ingerichte woning in het oude stadscentrum van Antwerpen.
Gingen graag uit eten en waren graag geziene gezellige gasten in de vele Antwerpse café’s.
Wouter was aan de stretchen en volgde net als de anderen de aanwijzingen die Hermina hen daarbij gaf.
Annemiek kwam er ook aan gelopen en stond naast hem te stretchen.
Wat was ze toch een prachtvrouw.
Toen ze gedaan hadden kwam Bert eraan gestrompeld.
Hij pufte en hijgde en het zweet liep van zijn gezicht
Annemiek lachte schamper.
“En dan maken ze ons wijs dat vlees kracht geeft. Niet echt hé."
Bij die woorden schudde ze even met haar hoofd, gevolgd door een cynische glimlach op haar lippen.
“Godverdoeme nhey… Na hem ik er genoeg van!
Gade nu blijven met maa lachen omdat ik geire een stukske vlees eet, en da 'k een buikske heb?
Gade blijven zeggen wat ik moet doen of laten ja? Hollands stuk pretentie.
Kust allemaal maan kloewte godverdoemme. Ik gon nie mee vandaag ik blijf liggen in maane nest GODVERDOEME!!!!”
Wouter zag de onthutste blik van Annemiek. Rob wilde op hen inpraten.
“Hey wat doe je nou. We gaan dit samen uitpraten ja.”
“Lot me gerust ‘stukske keeskop’!!” brulde Bert.
“Laat maar”, zei Wouter.” Ik praat we even met hem.”
Even later zaten Wouter en Bert in de kamer.
“Ge zijt er niet graag bij hé maat.” Begon Wouter.
“Lot het uit he joenge.” Zei Bert.
“Lot het ollemol uit hé miljaarde.
Nen hielen dag van dat plat ‘Ollands’ gezeik aan mijne kop, die vegetarische trezebees met heuren Gooische R die nie kan hebbe dat ik al is geiren een stukske vlees eet.
Waarom moeten de mensen zich altijd komen moeien met hetgeen dakik al dan niet eet of drink. Da’s toch mijn keuze zekers? Allez ja, zeg naa zellef!
Ik zen nen Bourgondiër, ne levensgenieter.
Ik eet geire veel en goed. Ik eet het liefst van al een pak friet, nen biefstuk of een beenhammeke of een lamskoteletje. Ik drink geiren ne goeie pint of een La Chouffeke of een Trappist, of een goei glas wijn. En ja ik smoor sigaretten en ja ik gon ol is geiren op café baa ongs in ’t Stad.
Café Den Bengel, ’t Paeters Vaetje, ’t Antwaarps Bierhuyseke, ’t Chauffeurke, Café Beveren, Bier Central, enzovoort, enzovoort. Ik ken ze allemaal en zijle kennen mij.
En ja mijn conditie lijdt eronder. Maar da’s toch mijn probleem!!!”
Wouter sloeg zijn arm over de schouder van zijn collega en eigenlijk ook goeie vriend Bert.
“Bert, ge zijt een toffe kerel. Of om het in uw dialect te zeggen, ‘nen toffe kadee’.
Maar ge moet eens wat verder leren denken dan uw neus lang is.
Ge zijt net als ik gelukkig getrouwd met een hele toffe mens. De Peter ziet u graag, zijn ogen stralen van geluk als ge zo even zijn hand vastpakt. Denk daar eens aan
En aan het feit dat ge amper twee jaar ouder zijt dan ik.
Twee jaar ouder, je zou nu onderhand in ‘de fleur van uw leven’ moeten zijn. Op het toppunt van uw kracht!!!
Maar zie eens. Uw huid ziet dof en een beetje grijzig, ge hebt wallen onder uw ogen en als ge eens hardloopt zijt ge binnen de kortste keren buiten adem.
En ge zijt amper 32 jaar oud.
Denkt eens aan later maat.
Denkt aan Peter. Wil je hem nu echt dat verdriet aandoen dat hij u verliest door kanker, een hartaanval of een andere welvaartsziekte?
Of wilt ge op een dag te horen krijgen van de dokter, ‘sorry maar vanaf nu geen druppel alcohol meer, geen biefstukken, geen frieten, geen stoofvleessaus, geen wijn meer aan tafel… En dat op doktersbevel VOOR DE REST VAN UW LEVEN!’
Wilt ge dat?
Of misschien toch maar beter, nu het nog kan. Nu ge nog jong zijt en nog een goed recuperatievermogen hebt… Er eens iets aan gaan doen.
Ge moet geen vegetariër of geheelonthouder worden hé.
Gewoon een beetje matigen. En meer bewegen.
Bewegen maat! That's the thing!
’s Morgens een uurke vroeger opstaan en eens een toerke lopen. Beginnen met tien minuutjes, dan vijftien, twintig. En dan een uurke.
Twee of drie keer per week een uurke lopen. Wat meer groenten en fruit. Een mager stukske gevogelte ipv biefstuk of koteletten. Gekookte aardappelen of pasta ipv friet.
En van wat meer water te drinken ga je echt niet dood hoor.
Ik was altijd sportief, mijn pa heeft me zo opgevoed.
Maar toen ging ik studeren.
Ge kent dat wel, ’t studentenleven. Eens een pintje gaan drinken, uw maag vullen met lauwe pizza en pita-kebab.
Tot ge merkt dat uw broeken spannen, en ge niet meer in uw hemden kunt.
Dan kunt ge twee dingen doen. Ge zegt ‘ach ik koop een grotere maat en leef verder zoals ik nu leef.
Of... Ge doet er iets aan!
Ik deed er iets aan.
Door de aanmoedigingen van Ilse die toen met mij op kot zat.
We gingen samen sporten en ze kookte gezonde dingen voor mij. En we gingen al eens vegetarisch gaan eten, of eens naar een ‘soepbar’.
En ik voelde me binnen de kortste keren in topvorm.
Net zoals toen ik nog thuis woonde.
Ik vroeg me af hoe ik zo kon leven, met een almaar toenemend gewicht en veel te veel vet in mijn lijf.
En veel te vlug kortademig als ik een inspanning deed.
Zo wil ik het nooit meer, echt waar.
Nooit meer!
En als ge mijn raad opvolgt hé maat.
Dan gaat ge dat ook zeggen.”
Bert zat daar en dacht na.
“Ge hebt misschien gelijk”…
Wouter keek hem aan.
“Doe me een lol, en bied je excuses aan aan Annemiek.
Da’s een goed meiske hoor… Echt wel.”
En toen waren ze de hele dag op pad.
Rotsklimmen in Marche Les Dames. Daar waar Koning Albert de Eerste ooit een dodelijke val maakte.
Eerst kregen ze een hele uitleg en een initiatie. Daarna begon het echte werk.
Wouter werd gekoppeld aan Evelien. Een ietwat mollig meisje met enorm veel hoogtevrees. Hij moest haar echt bij elke stap aanmoedigen en haar eventueel mee naar boven trekken.
Maar ook Annemiek had het niet onder de markt. Zij moest het doen met Bert.
Wiens conditie echt wel ondermaats was.
“Je moet er echt iets aan doen, Bert.” Zei Annemiek.
Je bent nog zo jong, wil je nu echt dat je nu al tegen je kinderen gaat zeggen,”even rusten pappie kan niet mee?" Nee toch.
Of dat ze over enkele jaren geen pappie meer hebben wegens dodelijk hartinfarct.
Je bent een toffe knul en volgens Wouter ook een aardige collega. En ik vergeef je wat je gisteren en vanmorgen allemaal zei.
Maar één goeie raad. Doe er iets aan man…”
“Annemiek… M’n excuses voor vanmorgen. Ik had da nie moge zeggen."
Bij die woorden boog hij het hoofd.
“Hey zand erover gozer.”
Op de terugweg zat Annemiek naast Wouter.
“Heeft Bert zijn excuses aangeboden?” Vroeg hij.
“Ja hoor.. Heb jij gezegd dat hij dat moest doen?”
“Eh… Ja,, eigenlijk wel," antwoordde Wouter bedeesd.
“En hem ook gezegd dat hij zo echt niet verder kan?” Vroeg ze meteen erna.
“Ja dat ook.”
Dacht ik al, want ik had het er met hem over en hij bleef er rustig bij.
‘Misschien heb je wel gelijk’ zei ie meteen.”
Annemiek zuchtte diep.
Vlees, vis, eieren, zuivel. Een mens kan perfect zonder hoor. En alcohol…
Het is echt wel het goorste wat je in je lijf kunt gieten. Echt wel.
Snap niet dat mensen zich door die drankduivel kunnen laten vangen. Zelfs een lichte roes van alcohol kan al veel te veel hersencellen doden.
En dat terwijl we in een maatschappij leven waarin je het van je hersens moet hebben.”
Zo kon Annemiek nog uren doorgaan.
Een gezondheidsfreak tot en met.
Met een eigen mening.
En… Een grote goesting in lichamelijk genot.
’s Avonds zat ze samen met Wouter aan tafel te eten, en daarna maakten ze nog even een wandeling in de bossen rond het stagecentrum.
Het was schemerdonker, de krekels zongen, in de verte hoorde je zelf een uil.
In de verte tekenden de silhouetten van het dorpskerkje en de omliggende huisjes zich tussen het groen uit.
Annemiek vertelde over haar jeugd in Het Gooi, over het oppervlakkige leven dat bestond uit shoppen, logeerpartijtjes met vriendinnetjes en de obligate korfbalclub die ze na veel discussie met haar ouders inruilde voor het wielrennen. Wat haar meer dan goed afging. Ze werd zelfs provinciaal kampioene in haar leeftijdscategorie. Ook in het Nederlandse Kampioenschap eindigde ze zelfs in de top tien.
Maar toen ging ze studeren, en trok ze in in een studentenhuis in Amsterdam.
En leerde er nieuwe mensen kennen, mensen wiens levensstijl wel heel in heel schril contrast stond met wat ze daar in Het Gooi gewoon was.
Van cocktailparty’s, modetrends, tennispartijtjes of filmavondjes onder vriendinnen met veel gegiechel en lonken naar de jongens was geen sprake meer.
Maar wel van engagement naar natuur, milieu en dierenrechten toe.
Ze werd vegetarier en sinds kort ook veganist en woonde studies en lezingen bij over gezondheid, gezonde voeding, milieubewustzijn en de de invloed van milieuverontreiniging op onze gezondheid.
Naast het intensieve sporten waarmee ze zich als tiener bezig hield. Kwam daar nu ook gezond eten en het afwijzen van alles wat uit de farmaceutische industrie kwam erbij.
Nadat ze afstudeerde als kinesist en daarna ook nog ging voor de cursus orthopedie, studeerde ze ook nog dieetleer en nu was ze bezig aan lessen in homeopathie.
Ze had snel door dat ze met haar kennis van homeopathie veel meer kon doen voor mens en maatschappij.
Ze wilde echt ingaan tegen de almacht van de farma en bio-industrie. En de mensen echt informeren over het belang van gezonde, liefst vleesloze voeding, natuurlijk geneeswijzen, en natuurlijk ook van voldoende beweging.
Ze las er dagelijks vele boeken over en zelf schreef ze er hele stukken over op haar weblog en Facebookpagina.
Ze was er echt bezeten in.
Haar werk bij Dutchconnect nam ze niet alleen aan omdat het goed verdiende. Maar ook omdat ze deel kon nemen aan cursussen voor IT’ers. Zo leerde ze de knepen van het vak en kon ze meteen zelf haar eigen website maken.
Vaak was ze uren bezig op haar PC.
Maar buiten dit alles was Annemiek ook een gezonde jonge vrouw die al eens behoefte had aan lichamelijk genot.
Ze had een enorm libido. Naar eigen zeggen kwam dit door haar gezonde levenswijze en het feit dat ze veel aan sport deed.
Zonder dat Wouter er erg in had hield hij haar hand vast en keek hij haar diep in de ogen.
Annemiek glimlachte, haar ogen schitterden en twinkelden.
Ineens liet ze zijn hand los en legde haar arm om z’n middel. Ze drukte hem dicht tegen haar aan.
“Sla je arm maar om me heen knapperd, niemand ziet het."
Wouter deed het.
“Wat heb je toch een lekker stevig lijf knul,” zei Annemiek terwijl ze zachtjes over zijn rug en achterwerk wreef.
Daarbij liet ze haar pink over zijn bilnaad glijden.
Dat deed ze heel langzaam en terwijl ze dat deed hield ze zijn kruis in de gaten.
En ja ze zag een bobbel verschijnen in zijn broek ter hoogte van zijn kruis.
Ineens hield ze halt en sloeg haar armen om zijn nek.
“Kus me Wouter… Kus me zoals je gisteren deed.” En voor hij iets kon zeggen drukte ze haar lippen tegen de zijne.
Ze kuste Wouter en trok zijn T-Shirt omhoog.
“Trek uit”, kreunde ze. “Ik wil je lekkere lijf zien knapperd.”
Wouter trok zijn T-shirt uit, waarna Annemiek zijn borstkas begon te zoenen en te likken.
Ze zoende hem overal, en ging zo stelselmatig naar beneden.
Ze maakte zijn broeksriem los, daarna het knoopje. Om dan zijn broek te laten zakken tot aan zijn enkels.
“Hmmmm wat heb jij een lekkere kanjer knapperd”, kreunde ze. Waarna ze hem in haar mond stopte.
Wouter liet gebeuren en sloot zijn ogen.
“Niets kon er gebeuren”, dacht hij. Hij had voor het avondmaal met Ilse gebeld. En voor de wandeling zijn GSM afgezet.
Hij liet zich de aanrakingen en kussen van Annemiek graag welgevallen. Ze was jong, knap, eigenzinnig, een toffe gesprekspartner met een eigen mening, en zeker geen grijze muis.
Dingen waardoor hij zich aangetrokken voelde tot Annemiek.
Hij voelde hoe ze hem een zalige blowjob gaf. Terwijl ze haar handen over zijn achterwerk liet glijden. Even zette ze haar nagels erin.
Zalig vond Wouter dat. Zo zalig dat hij meteen klaarkwam in haar mond.
“Oooooh Annemiek oohjaa, dit is zalig."
Annemiek kwam recht sloeg weer zijn armen om zijn hals.
“Wat jammer dat je nu al klaarkwam lieverd… Had nog zoveel meer willen doen.
Of staat ie meteen terug paraat?” Met die woorden raakte ze zijn lid even aan, terwijl ze hem opnieuw kuste.
“Jaa je wil wel hé lekkere brok van me? Laten we het doen knapperd. Hier in de vrije natuur”.
Maar ineens zag Wouter bewegende lichten in de verte.
“Er komen mensen aan Annemiek," zei hij. Waarna hij meteen zijn broek optrok en zijn T-shirt weer aantrok…
Passionele fout.
Het was vrijdagnamiddag.
Nadat de werknemers van het kleine IT bedrijfje ‘Websolut’ te horen kregen dat hun jaarlijkse teambuilding weekend aan zee niet zou doorgaan, maar vervangen zou worden door een ander event dat door de nieuwe bazen uit Nederland zou worden georganiseerd. Een event waar ook de werknemers van het Nederlandse bedrijf zelf aan zouden deelnemen.
“Kwestie van elkaar beter te leren kennen, daar jullie vaak en intens zullen samenwerken in de toekomst”.
Zo stond in de e-mail van het bedrijf te lezen.
“Nadere details volgen… " Stond er bij.
Die vrijdag kwam Kurt het afdelingshoofd hen melden dat ze maandagmorgen om 07u00 stipt aanwezig moesten zijn op de parking van het bedrijf. Waar een bus hen zou oppikken voor een teambuilding week…
Een volle week lang zouden ze kennismaken met hun Nederlandse collega’s door middel van een intense sportweek die zou plaatsvinden in de Ardennen.
Ze kregen van Kurt een foldertje in de hand gestopt met meer informatie van het bedrijf dat zich specialiseerde in teambuilding en bedrijfsstages.
Ze hadden trainingscentra in Nederland, In Friesland, Drenthe, Zeeland en Nederlands Limburg.
Maar ook in Duitsland, in de Eifel, het Sauerland en het Zwarte Woud. In Frankrijk, in de Provence, de Savoie, de Pyreneeën en de Opaalkust. In Italië, Spanje, Groot-Brittannië en in België.
Eén in de Ardennen en binnenkort zou er ééntje komen aan onze kust. In Nieuwpoort.
Dat andere in de Ardennen bevond zich in het dorpje Achouffe.
Een piepklein dorpje nabij Houffalize, waar ze het alom gekende La Chouffe bier brouwen.
Daar hadden ze een oude hoeve gekocht van rijke pachters en die omgevormd tot een centrum voor bedrijfsstages.
“Alle voorzieningen zijn er aanwezig”, stond er mooi in hun folder.
Er is een zaal voor vergaderingen en meetings, er zijn gemeenschappelijke en individuele kamers, met bad, douche en WC. Er is ontspanningsruimte met TV, DVD-speler, draadloos internet, etc…
Ideaal dus, vooral dat laatste voor een stel gedreven wizzkids werkzaam in de IT-sector.
“Lap het begint al”, zei Bert. Eén van de werknemers. Terwijl hij het foldertje doornam.
“Dat wordt dus een week vol ‘Hollands geouwehoer'… ” Dat laatste woord sprak hij uit met fel overdreven Hollands accent en een typische zogenaamde ‘Gooische R’.
Zo liet Bert Goorissen nog maar eens weten dat hij niet opgezet was met de overname van het bedrijf door een Nederlandse IT-Groep.
“Mor allee Bert, Achouffe daar brouwen ze lekker bier. Daar moet gij u toch thuis voelen”… Grapte Dirk een andere werknemer. Terwijl hij met zijn hand een drinkende beweging maakte.
Ze wisten allemaal dat Bert graag meer dan één glaasje dronk. En graag uitpakte met zijn ontdekkingstochten naar lekkere streekbieren en heerlijke wijnen.
“Ja lach maar.” Zei Bert verveeld.
En daar stonden ze dan te wachten in de ochtendkilte, met hun sportzakken en valiezen, te wachten op het busje dat hen naar de Ardennen zou brengen.
In de verte hoorde je het eeuwige geruis van de E40.
Eén van de werknemers, de man waarrond dit verhaal draait was Wouter Vandooren.
30 jaar, reeds 5 jaar gehuwd met zijn grote liefde Ilse Vennebroek.
Vader van Jade 2 jaar en een half en een tweede kindje op komst.
Het rijhuisje in Tollembeek - het kleine dorpje in het Pajottenland met lolbroek Urbanus als bekendste inwoner - dat hij eigenhandig renoveerde was net klaar. Een maand geleden trokken ze erin, niet zonder eerst een spetterende house-warming party gegeven te hebben met veel natjes en droogjes natuurlijk.
Wouter was een blonde sportieve knaap met een athetisch lichaam dat best gezien mocht worden, twee rechterhanden en een hart van goud.
Hij hield van fietsen, liefst hard en als het kan zoveel mogelijk kilometers. Hardlopen, zwemmen en powertraining.
Maar ook de lekkere dingen des levens laat hij niet aan zich voorbij gaan.
Hij is een gepassioneerde hobbykok die met liefde lekkere doch gezonde gerechtjes op tafel zet.
Al dan niet vergezeld met een passend wijntje.
Een zwart busje met geblindeerde ruiten en Nederlandse nummerplaat reed de parking op.
Een oudere man met een ferme bierpens en ouderwetse ruitjespet stapte uit.
“Hoi jongelui, mijn naam is Joop Slagthuysen, maar iedereen noemt me gewoon Jopie.
Ik ben jullie chauffeur voor de rest van de week. Ik breng jullie naar Achouffe en de hele week lang heel de Ardennen rond. Jullie zullen het dus met mij motten doen jochies.
Laadt de bagage maar achterin, maar het matje motten jullie vrijhouden hoor. Da’s voor Ome Jopie zijn Kabouterbiertjes.
Jaaaah alleen al daarvoor rij ik met plezier het hele end van Mokum naar de Ardennen.
Ome Jopie houdt wel van dat lekkere biertje met die leuke kaboutertjes op het flessie”.
En daar reden ze.
Met ‘Ome Jopie’ als chauffeur.
‘Jopie’ was een goedlachse Amsterdammer.
Hij dronk graag een goeie jajem (jenever), en van een ‘schuine mop’ op zijn tijd was hij ook niet vies.
Ze waren nog maar net de snelweg op gereden en daar begon hij al.
“Zeg jongelui, weten jullie waarom een Belg een schaar meeneemt in de auto?”
Niemand gaf een antwoord.
“Nou… Om de bochte af te snije natuurlijk!!!”
Jopie bulderde van het lachen. Maar moest vaststellen dat zijn passagiers nog niet in waren voor een grapje.
Maar eens voorbij Brussel verliep het wat hartelijker.
Jopie vertelde over zijn tijd als buschauffeur bij een grote Amsterdamse busmaatschappij.
Over de reizen naar Tirol, de Costa Brava en Het Gardameer.
Over de ambiance van weleer, het lachen en plezier maken de hele reis lang.
“De mensen waren blij dat ze konden en mochten reizen. Ze lachten en zongen de hele rit lang.
Ach herejezus waar is de tijd… “
Nu moest hij om toch iets te verdienen gaan werken voor een busbedrijf dat zich vooral richtte op het transport van zakenmensen van en naar de luchthaven.
Deze rit in opdracht van ‘Dutchconnect’ het Nederlandse IT bedrijf dat ‘Websolut’ overnam was een welkome afwisseling voor hem.
“Eindelijk eens een langere rit met leuke mensen, ipv van het centrum naar Schiphol en terug om één of andere droogkloot naar zijn hotel of gastbedrijf te brengen”.
Eindelijk zagen ze afslag ‘Houffalize’. De eindeloos lijkende rit zat er bijna op.
“Ik ga blij zijn dat ik mijn benen eens zal kunnen strekken”, zei Wouter, terwijl hij zijn sportzak uit de koffer van het busje haalde.
Ze wandelden naar de piekfijn gerestaureerde herenboerderij. Een statig en klassevol gebouw met een geschiedenis.
In de inkomhal zaten de Nederlandse collega’s met wie ze de hele week lang zouden sporten en aan teambuilding doen al te wachten.
Het viel Wouter al meteen op dat er een pak meer vrouwen bij waren dan bij hen.
Websolut was een echt mannenbastion. Buiten Greetje de receptioniste waren zowat alle werknemers mannen.
Eén van de aanwezige vrouwen in de delegatie van ‘Dutchconnect’ viel meteen op door aan grote gestalte en haar sportieve, zeg maar gerust gespierde en stevig uit de kluiten gewassen lichaam.
Ze was best knap.
Blond lang haar, helblauwe twinkelende ogen, hagelwitte tanden, tamelijk brede schouders, gespierde armen en benen, strak figuur en opvallend geblokte buikspieren en wat bij de mannen en niet in het minst bij Wouter meteen opviel… Grote welgevormde borsten en een strakke stevige kont.
Ze sprak met die typische ‘Gooische R’, iets wat Bert Goorissen tot zijn grote ergernis meteen opviel.
“Ik kom uit Het Gooi, ben rrrotverrwend, en loop grraag in de kijkerr, daarom sprrreek ik met zo’n irritante en bekakte Errrrrrrr.” Zei hij op een toon waarvan hij hoopte dat alleen zijn collega’s het zouden horen.
Dan kwamen enkele heren in maatpak binnen, vergezeld van een jonge man en vrouw in een duur trainingspak met het logo van de teambuildingsfirma erop.
Een van de heren in maatpak was Reginald Verbruggen, de oprichter en hoofdmanager van Websolut.
Nu in loondienst van Dutchconnect en verantwoordelijk voor de dagelijkse leiding van Websolut, sinds zes maanden officiëel een dochterbedrijf van Dutchconnect.
Een andere grote oudere man met grijzende slapen nam het woord.
Het was Jan-Frans Willemse, CEO van Dutchconnect die het woord nam.
“Goeiemiddag en allen van harte welkom op onze teambuildingsweek.
Ik hoop dat het voor jullie allen, en voor ons bedrijf een vruchtbare en verrijkende week zal worden.
Teambuilding is van essentieël belang voor een goede samenwerking van medewerkers om zo het bedrijf in goede en in kwade dagen op een zo efficiënt mogelijke manier te kunnen laten draaien…”
Zo praatte de heer Jan-Frans Willemse nog een twintigtal minuten door.
Woorden als efficiëntie, samenwerking, doorzettingsvermogen en ‘het schip loodsen door de zwaarste stormen’ kwamen veelvuldig terug…
“Zie je wel…” zei Bert. “Ikhemmetunogzogezijt…. Slap kleinburgerlijk droogkloterig, oersaai, Hollands geleuter.
Ik heb nog stage gelopen in Nederland. Ik heb zo’n half jaar niks anders dan dergelijke bullshit gehoord.
Kotsmisselijk werd ik ervan… Bah!”
De groep werd voorgesteld aan de coaches die hen de komende week onder handen zouden nemen.
Gert-Jan Geurtsen en Hermina Flink.
Gert-Jan een flink uit de kluiten gewassen goed uitziende en frisgewassen blonde Hollander. En Hermina een roodharige Drenthse boerendochter met een licentiaat Lichamelijke Opvoeding op zak.
Ze lieten meteen een spervuur van peptalk op het gezelschap los.
Ze hadden het over ‘team-spirit’, ‘groepsgeest’, ‘engagement’, ‘doorzettingsvermogen’, ‘working together’, ‘dynamiek’, enzovoort.
Hermina besloot met een krachtige ‘we gaan derveur’. Haar Drenthse tongval viel in deze meteen op.
Waarna het gezelschap het duo volgde voor een ‘kennismakingswandeling’ in de bossen rond het het stagecentrum.
Bert liet zijn minachting voor alles wat ‘Hollands’ was nogmaals blijken.
“Godverdoeme seeg! Wat een achterlijk gezeik. Veel geblaat en weinig wol. Ik ghon content zijn dat de week om is. En onze congé paye begint.
Veertien dagen lang Franse savoir-vivre, lekkere wijn, goed eten en zon, zon!!!
Veel beter dan slap Calvinistisch geleuter met een wuft sausje van peptalk erover om ons als mieren in het gareel te houden… Mensenlief”.
Wouter had het gehad met Berts negativisme en slecht humeur en verwijderde zich van zijn collega’s.
De hierboven omschreven knappe jongedame kwam naast hem lopen.
“Hoi knul, ik ben Annemiek. En wat is jou naam”?
“Euh… Wouter, mijn naam is Wouter… Aangenaam”.
“Insgelijk”, zei Annemiek… “Je lijkt me wel een leuke knul Wouter. Ben je gehuwd”?
“Euh ja, al vijf jaar met Ilse. We hebben een dochtertje van tweeënhalf en een tweede kindje op komst”, zei Wouter.
“Ooooh”, reageerde Annemiek. “Wat leuk toch, een fiere papa, nou sjeg als ik jou zo bekijk dat zal vast een heeeele mooie baby worden dan Wouter, echt wel”.
“Ik hoop het”, zei Wouter een beetje schuchter.
Annemiek woelde door zijn haren. “Zoo schuchter, typisch Belgisch hé. Altijd heel bescheiden en teruggetrokken. Je wordt voor de tweede maal vader man! Daar mag je gerust fier op zijn hoor.
Nou voor de dag ermee, weet je al wat het worden zal? Een jongen of een meisje?”
“Een jongen”, antwoordde Wouter, terwijl hij Annemiek aankeek.
“Nou is dat niet leuk Wouter?” zei ze terwijl ze naar hem lachte met levendige twinkelende ogen.
“Een ‘koningswens’. Daar droomt toch elke fiere vader van.”
“Ja dat is inderdaad prachtig, van elk eentje”. Zei Wouter. Maar het voornaamste is toch dat ze gezond zijn hé.”
“Tuurlijk Wouter”, zei Annemiek terwijl ze nogmaals door zijn haar woelde.
“En jij?” Vroeg hij dan op zijn beurt? “Ben jij gehuwd? Of in een relatie?”
“Oh nee… Ik ben een ‘Happy Single’. Ik woon op mijn uppie en dat vind ik best zo.
Ik doe en laat wat ik wil, en voor ‘dat ene’ is er Rob, de coach van de Kickboksclub. Hij is een beetje mijn ‘fuckbuddy’. Zo’n twee a drie keer per maand spreken we eens af voor een stevige beurt. En als ik tussenin wat zin heb, dan heb ik nog de datingsite waar ik reeds enige jaren een profiel heb. Dan zoek ik daar een leuke knul, nodig hem uit om te ‘cammen’. En als ie er lekker uitziet en groot geschapen is, dan wil ik hem wel eens voelen.” Zei ze met een licht kirretje in haar stem.
“Wat een vrouw.” dacht hij. “Zelfverzekerd, recht door zee, niet op haar mondje gevallen…” Hij voelde zich best goed bij haar.
Annemiek Van Wolterburg was een 25 jarige vrijgevochten jonge vrouw die wist wat ze wou in het leven.
En dat was zeker niet het oppervlakkige en materialistische leventje dat haar welgestelde ouders in Het Gooi voor haar hadden weggelegd.
Ze had de korfbalclub, de shopping-uitjes met vriendinnen, en de door vader betaalde rechtenstudie achter zich gelaten en koos voor een met hard werk zelf bekostigde studie kinesitherapie en ortopedagogie aan de universiteit van Amsterdam.
Annemiek is gezondheidsfreak, vegetariër en geheelonthouder. Doet aan Kickboksen, Rope-skipping, wielrennen en gaat elke zomer zeilen in de Noorse fjörden.
Daarover vertelde ze graag en Wouter was één en al oor. Met veel interesse aanhoorde hij haar verhalen en zo maakten ze tijdens een wandeling in een donker Ardens bos kennis met elkaar.
Daarna waren ze terug in het ‘stagecentrum’.
Er was koud en warm buffet. Vlees, vis, groenten, fruit. Zowel voor vleeseters al voor veggie’s was er keuze zat.
Ook was er wijn en bier. Uiteraard van de plaatselijke brouwerij ‘Brasserie d’Achouffe', maar er was ook een ander bier van een brouwerij waar zelfs bierkenner Bert nog nooit eerder van hoorde. Inter-Pol', gebrouwen in een dorpje in de buurt door een uitgeweken Vlaming.
Maar de coaches hadden daar meteen een striemende mededeling bij.
“Jullie zijn hier op sport en teambuildingstage en niet op een drinkgelag. Dus rustig met de alcoholische dranken alsjeblief ja… "
“Ja zo kennen we die kneuterige Calvinisten weer.” Zei Bert Cynisch. Krenterig en altijd bereid je met een enooorm schuldgevoel op te zadelen.”Bij die woorden opende hij nog een flesje La Chouffe.
“Zwaanstnaniehé… "Voegde hij er knorrig aan toe.
Wouter zat met zijn collega’s wat te keuvelen. Hij praatte over zijn ontmoeting met Annemiek.
“Laat me raden?” zei Bert.
“Annemiek, blond, verwend, heeft een rijke papa die in de raad van bestuur van Dutchconnect zit en die dochterlief een baantje bezorgde omdat ze thuis niet in de weg zou lopen.
En ze heeft een vriendje die ofwel ‘Arend-Jan’ of’ Kees-Willem’ heet, met een dure Mercedes rijdt en haar overlaad met de duurste cadeaus in de hoop er eens mee ‘van bil’ te mogen gaan..."
“Bert jongen hou op!" Zei Wouter geërgerd.
“Waarom? Is ’t geen waar misschien.
Ik heb genoeg gezien daar in Holland.
Man, man, man… Ge zijt er niet geweest hé.
Alphen aan de Rijn. Clichématiger kan een Hollands provincienest niet zijn.
Strak stratenplan met tot op de millimeter volgens de normen gebouwde keurige rijhuizen met grote ramen, bewoond door kneuterige kleinburgers en regelneven.
Een winkelstraat met een Blokker, een ‘Keurslager’, een Zeeman of Landgraaf. En niet te vergeten… De ‘Heeemaaaa’!!!! De ‘beschuit-met-muisjes’ en pindakaas kwamen me al na twee weken de strot uit.
Rij er één kilometer te snel en een politiewagen zet je aan de kant en de agent van dienst komt je met het wijzende vingertje terechtwijzen. En waarschuwt je dat de boete de volgende keer ‘niet mals zal zijn’.
En de enige bron van vertier was een soort ‘Ambiancecafé' waar men uit de bol ging op Frans Bauer, Andre Hazes en Guus Meeuwis. In één woord… VRE-SE-LIJK!!!!!”
“Nou jaaaa… Alphen aan de Rijn. Daar zou ik het ook niet lang uithouden hoor!" Hoorden ze een opgewekte meisjestem zeggen.
Iedereen keek op, Annemiek stond voor hen. In haar strakke topje en haar gitzwarte rennersbroekje en haar hagelwitte sportschoenen.
“Mag ik er effe bijzitten, ik ben Annemiek en heb zonet kennisgemaakt met jullie fijne collega Wouter.”
Ze zette zich vlak naast Wouter en keek hem met fonkelende ogen aan.
Daarna wendde ze haar blik naar de anderen, vooral naar Bert.
“Nogal veel vooroordelen over Nederland, nietwaar mijn beste?
Zal ik jou eens effe gidsen door Amsterdam?
Je zal dan meteen zien hoe veelzijdig en vrijgevig Nederland wel zijn kan.”
Bert lachte schamper… “Nee laat maar zitten. Ik heb er lang genoeg gezeten.
Neenee schatteke, geef mij maar mijn geliefde Antwerpen. Een lekker bierke op een terraske op de Grote Markt of een goed pak friet met mayonaise en nen berepoot!"
En in de zomer Frankrijk, wijn, lekker eten en een goeie pastis als aperitief… Wat wil een mens nog meer?”
Bij die woorden zette hij zijn tanden in een stevige kippenbout.
Annemiek gruwde ervan, Bert zag het en stak haar een tweede kippenbout toe.
“Ook een stukske Annemiek?”
“Erg aardig van je hoor, maar ik ben vegetariër."
Bert lachte schamper. “Ja natuurlijk. Dat soort trendy gezeik kan je vlotjes verkocht krijgen in een land waar ze lekker en met smaak eten bijna als een doodzonde beschouwen. Vegetariër worden.
Kan je tenminste zonder schuldgevoel van tafel gaan, wegens tenminste geen beestje gestorven voor je eten nietwaar.
Maar geef mij maar een goeie biefstuk hoor. Het leven is tekort om konijnenvoer te fretten!
Hoe krijgde gaa dat in Godsnaam binnen, alle dagen salade en tofu???”
Wouter ergerde zich inwendig aan de cynische uitlatingen van Bert, maar Annemiek bleek er stoïcijns kalm onder te blijven.
“Ik weet zeker beste Bert, ja dat is toch je naam hé, is het niet?
Dat wij vegetariërs gevarieerder eten dan de meerderheid van mensen die kiezen voor een traditioneel vleesmenu, echt wel. En weet waarom ik dat zo zeker weet?
Omdat wij tenminste nadenken over wat er op ons bord komt.
Net doordat er een belangrijk stuk uit onze voeding wegvalt verplichten we onszelf om creativiteit, verbeeldingsvermogen en de bereidheid om nieuwe dingen te ontdekken aan de dag te leggen om toch maar weer elke dag een gezonde en evenwichtige maaltijd op ons bord te krijgen.
En dat lukt ons best, dank je.
En jij? Heb jij je vijf porties groenten en fruit al op voor vandaag?
In dit bord zie ik maar weinig groenten liggen. Buiten wat sla en geraspte wortelen en een tomaat.
Maar wel vlees, saus, mayonaise en andere veel te vettige troep… Bah.”
Bij die woorden nam ze een stukje rauwe bloemkool die op haar bord lag en nam er een smakelijke beet van.
“Waar is Wouter ineens”? Vroeg Dirk.
Annemiek zag hem door de terrasdeur naar buitenwandelen en stond recht.
“Nou ik laat jullie maar, tot nog es lieve mensen.”
En ze knipoogde en lachte haar hagelwitte tanden bloot.
Dirk en nog een paar anderen zwaaiden terug. Bert zat te balen.
Hij kon het niet verteren dat hij door Annemiek op zijn plaats werd gezet.
“Je hebt het toch zelf gezocht hé Bert. Was dat nu echt nodig om zo kattig te doen tegen dat meisje. Ge gaat daar nog mee in de problemen komen hé maat."
Bert stond recht en zocht zijn kamer op.
Buiten zat Wouter naar de sterrenhemel te staren. Annemiek sloeg haar armen om zijn middel.
“Waarom was je ineens weg Wouter?” Vroeg ze.
“Ach." Zei hij. “Ik ergerde me aan Bert. Bert is een toffe gast met een gouden hart en een goeie kameraad. Maar ja.. Het is een Antwerpenaar hé. Groot bakkes, klein hartje. En als hij iets tegen zijn goesting moet doen dan is hij niet te genieten. En dan vit hij op alles en iedereen.
Ik kan me daar zo in ergeren."
“Is toch nergens voor nodig Wouter.
Jij bent een schat van een man, weet je dat. Een luisterend oor, open geest, een gezonde levensstijl. Dat vind ik belangrijk, echt wel hoor.”
Bij die woorden wreef ze hem over zijn rug en zo nog eens langs zijn buik.
Hij liet het zich welgevallen…
“Gij zijt een tof meiske Annemiek. Een beetje speciaal maar dat vind ik wel interessant”.
Bij die woorden draaide hij zich om en keek haar in de ogen.
Toen gaf ze hem een zoen op de mond en woelde door zijn haren.
“Knapperd." Zei ze zachtjes.
“Ik vind jou echt een knapperd.”
Ze zoende hem nogmaals op de mond en likte zachtjes met haar tong over zijn lippen.
Hij liet zijn tong over de hare glijden. Voorzichtig begonnen ze elkaar te kussen.
Eerst heel voorzichtig maar daarna zocht Annemiek met steeds meer passie naar de tong van Wouter.
Ze nam hem stevig beet en ging met haar handen onder zijn T-shirt. Met haar kruis wreef ze over het zijne. Ze was gewaar dat hij een erectie kreeg en liet daarna meteen haar handen over zijn kont glijden.
Toen werden ze opgeschrikt door een rinkelende gsm…
“Verdomme ons Ilse." Zei Wouter verschrikt.
vrijdag 23 december 2016
Kerst onder het rode licht.
Het was kerstavond.
Niemand op straat.
Af en toe reed er een auto voorbij.
Meer was het niet.
Café's, restaurants, alles was dicht.
Iedereen zat aan rijkelijk gedekte tafels.
Omringt door familie en geliefden.
Allez ja.
Bijna iedereen.
De rosse buurt.
Doodstil en verlaten.
Geen lange rijen auto's.
Geen mannen die telkens weer om liepen op zoek naar een snelle wip.
Maar doodse stilte.
Geen roze lampjes.
De gordijnen dicht.
Behalve ééntje
Een meisje hield haar kamertje nog open.
Omdat ze moest van haar pooier.
"Er lopen altijd wel een paar geile venten rond die niet weten wat gedaan met kerstavond.
Zuipen is geen optie, want de café's zijn dicht.
Dan zijn ze nog zo blij als er in zo'n kamertje nog licht brandt.
Dit is het moment om zo'n man zo lang mogelijk te houden en hem zo veel mogelijk geld te vragen.
Heb je dat begrepen, slet? Ik hoop het voor jou van wel of ik ros je zodanig hard af dat je om je moeder zal roepen".
Dit was wat de 23 jarige Ljudmyla Sbarjazev te horen kreeg.
Daar zat ze dan.
In een rood kleedje en met rode kerstmuts op.
Ze tuurde door het raam.
Rilde van de kou.
Ondanks er naast haar een kacheltje volop stond te branden.
Voelde ze de koude wind door de spleten van het oude krot waar ze haar lichaam stond te verkopen.
Elke seconde leek wel een minuut.
Elke minuut een uur.
Zo liep de tijd traag voorbij.
Er was geen mens op straat.
Wie haalde het ook in zijn hoofd om op deze bitter koude kerstnacht nog de straat op te gaan.
Het vroor, het was zeker vijf graden onder nul.
En de koude Noordenwind deed het nog kouder aanvoelen dan het al was.
Hoog in de lucht stond de volle maan.
Lyudmila staarde er dromerig naar, met tranen in de ogen.
Ineens zag ze een man de lopen langs de gevels.
Met gebogen hoofd.
Hij droeg een zwarte muts, dikke jas met wollen kraag en een grote sjaal waarmee hij zich dik had ingeduffeld.
Een broek in camouflagekleuren.
En legerbotten.
Hij leek te manken.
Met gebogen hoofd liep hij door de straten.
Ljudmyla stond recht.
Tikte tegen het raam.
De man negeerde het.
Ze tikte nog eens.
Nu hoorde hij het wel.
Ze glimlachte, zwaaide.
Hij bleef staan.
Leek te aarzelen.
Toen liet het schouderbandjes van van haar rode kleed zakken.
Ontblote haar borsten.
Haar prachtige volle ronde borsten.
Nu kon het.
Want buiten die man was er niemand.
Niemand die kon klikken.
Waardoor ze last zou krijgen met de politie.
De man zag hoe een jong hoertje haar borsten liet zien.
Hoe ze er sensueel mee speelde terwijl ze haar tong over haar bovenlip liet glijden.
Hij kreeg een erectie.
"Godverdomme." Dacht hij bij zichzelf. "Da's een ferm mokkel."
Hij tastte in zijn broek, haalde zijn portefeuille uit.
"Nu ja, waarom niet?" dacht hij.
Hij liep naar de deur.
Ljudmyla deed open.
"Good evening." Zei hij.
"Sucking 25, fucking 50 euro." Zei ze in het Engels met een zwaar Slavisch accent.
"And for half an hour?" Vroeg de man.
"One hundred." Zei ze.
Hij duwde een briefje van honderd Euro in haar handen.
"Come upstairs honey." Zei ze.
Ze liepen naar boven langs een oude steile trap.
Welks de man veel moeite kostte
Boven kleedde de man zich uit.
Lyudmyla die haar kerstkleedje in een wip uitdeed zag dat hij moeite had met zich uit te kleden.
Zijn handen trilden.
"I will help you honey." zei ze.
Ze knoopte zijn hemd los en liet zijn broek zakken.
De man zat onder de littekens en lelijke brandwonden.
Ook zijn gezicht was verminkt.
Welks ze pas zag toen hij zijn sjaal van zijn gezicht deed.
"Wat is gebeurd?" Vroeg ze, ditmaal in gebrekkig Nederlands.
"Slaag gekregen in de gevangenis?" Zei hij.
"Maar ja, dat was mijn eigen schuld. Ik was gene brave weet ge.
Maar ge moet gene schrik hebben zulle.
Nog nooit in mijn leven heb ik een vinger uitgestoken naar vrouwen of kinderen, en dat zal ik ook nooit doen ook."
Hij ging liggen op bed.
Ljudmyla begon hem oraal te bevredigen.
Hij genoot.
Woelde zachtjes door het meisje haar prachtige goudblonde haren.
Fluisterde zacht tedere koosnaampjes.
"You come on me? Jij op mij komen"? Vroeg ze.
"Liefst ja, als ik te ruw ben moet ge 't maar zeggen hé schatteke." Zei hij.
Daarna liet hij zich gaan.
Hij penetreerde haar met krachtige ritmische stoten.
Voelde haar koele handjes op zijn rug.
"Go honey." Fluisterde ze in zijn oor.
"Fuck me, you're doing good, oooh yeah baby! Fuck me."
De man moet een goed minnaar wezen, want Ljudmyla leek ervan te genieten.
Ze ademde steeds zwaarder, het diepe zuchten ging over in licht gekreun.
"You're a good lover." Zei ze.
Even later kwam hij kreunend klaar.
Haalde zijn lid van tussen haar benen.
Ze nam een serviet en verwijderde het condoom.
"Jij nog even blijven?" Vroeg ze.
"Nee meiske, ik heb geen geld meer."
"Nee!" Zei ze.
"Wil geen geld, wil jij blijven een beetje.
Anders ik alleen.
Voor koude raam mij vervelen.
Niet leuk.
Samen met jou in warme bed.
Veel leuker." Lyudmyla lachte ondeugend toen ze dit zei.
Haar blauwe ogen straalden, en in haar wangen verschenen er lieve grappige kuiltjes.
De man glimlachte.
"Ik ben Filip." Zei hij. "En hoe noemde gij schoonheid?"
"Ljudmyla." Antwoordde ze.
"En van waar komde gij. Gij zijt niet van hier hé poppeke."
Hij woelde door haar haren en lachte zijn gouden tanden bloot.
"Russia, Novosibirisk, you know that?"
"Siberië? Doar moet het naa toch wreed koud zijn nu. En ik vind het hier al zo fris."
"In winter thirty, forty subzero." Antwoordde ze.
"But i don't like winter, i like more summer."
"Ik ook meiske." antwoordde Filip... "Ik ook."
Filip lag op zijn rug.
Ljudmyla vleide haar hoofdje tegen zijn borst.
Streelden zijn lichaam.
Ze genoten van de warmte van het kleine kacheltje op de kamer.
En van elkaars lichaam.
Ljudmyla vertelde over hoe ze op zoek naar een beter leven naar Moskou trok.
Maar raakte al snel verstrikt in de netten van een stel niets ontziende vrouwenhandelaars.
Ze beloofden haar een goed betaalde baan in West-Europa.
Maar voor ze het goed en wel besefte zat ze achter een raam ergens in een groezelige rosse buurt.
Haar pooier was een zekere Abdul, een Tsjetsjeen.
Ruw, agressief, en zeer gewelddadig.
Ljudmyla had schrik van hem ja.
Maar wilde daar nu even aan denken.
Voor 3u 's nachts hoefde ze hem niet te verwachten.
Tijd genoeg om even haar ellende te vergeten.
Om een of andere reden had ze vertrouwen in Filip, de man die bij haar langsliep.
Ondanks zijn verminkingen en littekens.
Hij ging heel teder en zachtaardig met haar om.
Zacht streelde hij haar lange blonde haar.
"Gij zijt een schone bloem." Zei hij tegen haar.
"Dank je." Zei Ljudmyla die ondanks het feit dat ze nog maar twee jaar in ons land was, het Nederlands al goed onder de knie had.
Zonder enige lessen te volgen, want daartoe had ze de kans niet.
Haar wereld bestond uit het vochtige kamertje dat ze met drie andere meisjes deelde en het groezelige peeskamertje waar ze haar lichaam verkocht.
"Jij lieve man." Zei ze.
"Jij echt in gevangenis gezeten?"
"Ja meiske." Zei Filip.
"Ik heb in den bak gezeten ja.
Ik heb foute dingen gedaan.
Drugs dealen, autozwendel.
Mensen afpersen.
Mensen in elkaar slaan voor geld.
Ik had veel vijanden.
Gevaarlijke vijanden.
Boel gezocht met mensen waarmee ge beter geen boel zoekt.
Op een dag werd ik gearresteerd, voor de zoveelste keer.
Naar de rechtbank, voor de zoveelste keer.
De rechter zei dat hij er genoeg van had en ik maar eens een strenge straf verdiende, ik werd weer naar de gevangenis gestuurd.
Voor de zoveelste keer.
Maar dan wel voor vijf jaar.
In de gevangenis van Brugge ditmaal, onder een heel zwaar regime.
Daar gebeurde het.
Ik kreeg het aan de stok.
Met een stel Tsjetsjenen.
Mannen die met mij nog een rekening te vereffenen hadden.
Ze omsingelden me.
Dreven me in een hoek.
Ze sloegen me verrot.
Ze sloegen mijn benen kapot met ijzeren staven.
Bewerkten me met glasscherven.
Goten bijtend zuur over mij.
Ik dacht dat het met mij afgelopen was.
Maar dat was niet.
Nu loop ik mank.
Ben verminkt.
Ben blind op één oog.
Leef van een invaliditeitsuitkering.
Woon in een schamel flatje.
Familie heb ik niet.
Mijn vrienden lieten me vallen.
Nu ja... Het is maar wat ge vrienden noemt.
Gasten uit het milieu die mij alleen kenden als er klusjes op te knappen vielen... "
Filip huilde.
"Ik heb mijn leven verkloot Ljudmyla.
Totaal verkloot.
Ooit was ik 'de man'.
Brede caruur, tatoeages, kampioen bodybuilding.
Meester in gevechtssporten.
Meerdere wedstrijden gewonnen.
Ik deed zelfs aan illegale kooigevechten.
Daar heb ik verdomd veel geld mee verdiend.
Mensen die mij bezig zagen hadden schrik van mij.
Ach... Iedereen had schrik van mij.
Behalve de vrouwen.
De vrouwen waren zot van mij.
Elke nacht een ander meiske.
Ze hingen aan mijn voeten Lyudmila.
Ik dacht dat ik het was.
Maar ik was eigenlijk niets meer dan een kleine crimineel met losse handjes en een groot gedacht van zijn eigen.
Maar ja, in een kooi gasten op hun bakkes slaan leverde dubbel zoveel geld op dan da 'k in een maand zou verdienen met naar de pijpen te dansen van één of andere paljas van een baas.
En tussendoor wat drugs dealen of ne pipo afpersen die 't één en 't ander te verbergen had.
En ik verdiende evenveel of nen doktoor of nen advocaat.
Dat geld gaf ik uit aan 'dikke bakken' en dure kleren.
Om show mee te verkopen...
Maar ja, dat kon niet blijven duren hé. Op een dag moest ik gewoon het deksel op mijn neus krijgen, en dat is gebeurd.
En wat is 't resultaat?
Een ellenlang strafblad.
Levenslang invalide.
Littekens en verminkingen voor de rest van mijn leven.
Niemand die nog naar me omkijkt.
En amper genoeg poen om de huur van mijn flatje te betalen, wat eten te kopen.
En om af en toe eens naar de hoeren te gaan om mijn seksuele driften even bot te vieren op een meisje zoals jij".
Filip liet zijn tranen de vrije loop.
Lyudmila gaf hem een zoentje op zijn voorhoofd.
"Filip." Zei ze zacht.
"Jij kwam helemaal niet om je lusten bot te vieren op een meisje.
Jij kwam omdat je op zoek bent naar tederheid.
En warmte.
En zie hoe jij ervan geniet.
Hoe je ogen stralen.
En je gaf me warmte terug.
En tederheid.
Oh Filip... Potsuley Menya...
KUS ME!!!!"
Filip kon zijn oren niet geloven.
Ljudmyla herhaalde het nogmaals.
"KUS ME!!!"
Zacht drukte hij zijn lippen op de hare.
Legde haar op haar rug.
Zachte tedere kussen.
Haar koele strelende handen op zijn rug.
Ze spreidde haar benen.
Voor ze het goed en wel beseften.
Bedreven ze de liefde.
Zoals een verliefd stel dat doet.
Ljudmyla kreunde.
Haar ogen gesloten.
Zo lagen ze te vrijen.
Urenlang.
Tot ineens.
Gestommel.
Geschreeuw!!
In het Russisch.
"Ljudmyla!!! Gde ty, gryaznyy shlyukha (Waar zit je vuile slet)?"
"Oh nee!!!" Zei ze vol paniek.
"My boss, Abdul." Zei ze.
Ineens stond een man in de kamer.
Een grote kale man, vol tatoeages op zijn kale hoofd.
Hij keek naar Filip.
"You, take you clothes on and disappear!"
Filip stond recht.
"Gij?" Riep hij uit.
"Zijde gij de pooier van Ljudmyla?" Vroeg hij.
"Waarom verschiet ik daar niet van? Agressief stukske Jan m'n kloten dat ge zijt."
"Filip please!" Smeekte Ljudmyla.
"Doe je kleren aan en doe wat hij zegt.
Abdul is gevaarlijk."
Ineens keek hij haar aan, hij zag de vrees in haar ogen.
"NO WAY!!!
Ik laat u niet achter met die bruut".
Hij trok zijn broek aan, en zijn hemd.
Daarna stond hij voor Abdul.
"Nu moete gij nekeer goed naar mij luisteren godverdomse smeerlap dat ge daar staat!
Gij gaat dat meiske geen haar krenken, hebt ge dat verstaan?"
"GET THE FUCK OUT OF HERE!!" Brulde Abdul met zware daverende stem.
"Wat ik met die slet doe, niet jou zaken;"
Hij gaf Filip een duw.
"I kick your brains out!" Schreeuwde hij.
Ljudmyla deinsde achteruit.
En begon te gillen.
"Noooooo!!!!"
Abdul wilde Filip slaan.
Maar die bukte zich.
Daarna stormde Filip met gebogen hoofd op Abdul af.
En beukte frontaal op de potige Tsjetsjeen in.
Die keihard tegen tegen de muur knalde.
Dan gebeurde het.
Filip hief Abdul op.
Tilde hem waarachtig hoog op.
En liet hem keihard op het bed neerkomen dat meteen met een krak door zijn poten zakte.
Meteen daarna stampte hij keihard in het gezicht van Abdul.
En nog eens!
En nog eens!
Daarna greep hij hem opnieuw vast.
"Wat zal 't zijn smerig stukske pooier? Heh??
Zeg het nekeer vuile laffe WIJVENTOEKER!
WA ZAL 'T ZIJN???
Nu hebt ge wel wat minder praat hé, zonder uw vriendjes erbij hé CRAPUUL!!!"
Filip gaf Abdul een kopstoot. Abdul lag op het kapotte bed, zijn gezicht zat onder het bloed.
"Motherfucker!" Bromde Abdul die probeerde overeind te krabben, maar daar nauwelijks in slaagde omdat hij nog te versuft was van de slagen en schoppen die hij kreeg.
"You are dead! Do you hear me fucking PIECE OF SHIT!
YOU ARE DEAD!!!"
"Kan zijn, maar eer het zo ver is neem ik Ljudmyla met mij mee.
En ge moogt haar komen halen met uw smerige pooiersvriendjes.
Ge zult over mijn bloederige lijk moeten stappen eer ge haar meekrijgt.
Dat geef ik je nu al op een briefke."
Daarna wendde hij zich tot Ljudmyla die in een hoekje lag de bibberen.
"Kom lieverdje.
Je moet niets meer vrezen van dat agressief stuk gemeen.
Daar zorg ik wel voor
Dat zweer ik u.
Op het graf van mijn moeder.
Gij gaat mee met mij, en gij blijft bij mij."
Samen verlieten ze het bouwvallige pand.
Het sneeuwde.
Een wit laagje had de straten bedekt.
Filip legde zijn arm om de frêle schouders van Ljudmyla.
Zij sloeg haar arm om zijn rug.
Zo liepen ze door de uitgestorven stad.
Om warmte en geborgenheid te vinden op zijn zolderkamertje.
Daar sloten ze elkaar in de armen.
In een innige omhelzing.
Gevolgd door een lange zalige kus.
Even later lagen ze in bed.
In Filips vuile bed waar kruimels in lagen.
En waarvan de lakens in geen jaren nog verschoont waren.
In dat oude bed dat piepte en kraakte wijl Filip en Ljudmyla eindeloos lang de liefde bedreven.
Ineens vroeg Ljudmyla, "Filip, jij kennen Abdul?"
"Het zal wel zijn dat ik dat crapuul ken." Antwoordde hij.
"Hij was één van die smeerlappen die mij verminkte.
Hij en zijn Tsjetsjeense crapulevriendjes.
Ik ben door het oog van de naald gekropen ja.
En het was pas na lang revalideren eer dat ik terug kon lopen.
Ik kom van ver.
Maar om mij klein te krijgen.
Daarvoor moeten ze vroeger opstaan.
En zeker die klootzak van een Abdul Kardarov."
Toen keek hij Lyudmyla aan.
"Lieve Lyudmyla." Zei hij.
"Ik laat u nooit meer gaan meiske.
Nooit meer.
Je hebt mijn hart veroverd meisje.
Echt waar."
"Jij het mijne ook." Antwoordde ze.
"Je hebt me uit de klauwen van Abdul gered.
Zonder jou, kreeg ik vast weer slagen van hem."
Het was Filip opgevallen dat het ongelukkige meisje onder de blauwe plekken zat.
Hij zag de vrees in haar ogen toen Abdul binnen kwam.
Hij kende hem, zijn reputatie.
Hij wist ook waarom hij in de gevangenis zat.
Wegens moord op een prostitué."
Een meisje dat verkoold in een auto werd gevonden die uit het kanaal werd gehaald.
Filip haatte pooiers.
Daar had hij zijn reden toe.
Zijn moeder was ook prostitué.
Zij zat voor het raam.
Hij in de kinderbox.
Met zijn autootjes te spelen, terwijl zijn moeder met allerlei mannen naar achteren ging.
Hij herinnerde zich nog hoe ze slaag kreeg van een man.
Van steeds weer dezelfde man.
Die ongenadig op haar inbeukte, tot bloedens toe.
Hij herinnerde vooral... Haar geschreeuw.
Die man was haar pooier.
Later jaren hoorde hij in de instelling dat zijn moeder dood was.
Doodgeslagen.
Letterlijk doodgeslagen.
Zijn jongere zus...
Onderging hetzelfde lot.
Filip stond er alleen voor.
Alleen in een vijandige wereld waarin hij werd gepest.
"Hé hé, hé hé uw moeder is een hoer... "
Hij hoorde het alle dagen.
Zijn antwoord was geweld.
Slagen.
Schoppen.
Kopstoten uitdelen.
Hij deed aan bodybuilding.
Om spieren te kweken.
En aan gevechtssporten.
Om nog harder op zijn belagers te kunnen meppen.
Toen riepen ze het niet meer.
Ze durfden niet meer.
Hij leerde dat hij moest vechten voor zijn plekje in de wereld.
Dat deed hij dan ook.
Hard als het even kon.
Maar hij besefte niet dat.
Elke vechtersbaas op een dag... ZIJN MEERDERE TEGENKOMT!"
Een half jaar later.
Verliet een pas gehuwd koppeltje het stadhuis.
Filip en Lyudmyla.
Ze keken elkaar dolverliefd in de ogen.
Teder streelde hij haar bolle buikje.
Wat een saaie kille kerstavond leek te worden.
Werd het begin van een heel nieuw leven voor hen beiden.
Geen eenzame nachten meer voor Filip.
Geen vrees meer voor slagen en schoppen omdat ze te weinig geld op tafel kon leggen voor Lyudmyla.
Maar intens en diep geluk.
Warme liefde.
Voor twee mensen die niemand meer hadden.
Maar nu hebben ze elkaar.
Breed hebben ze het niet.
Zij werkt in een fastfood restaurant.
Mensen bedienen, helpen in de keuken.
Steeds met de glimlach.
Hij brengt huis aan huiskrantjes rond.
Doet klusjes voor een dienstenchequebedrijf.
En zorgt voor de kleine Boris.
Hun zoontje.
's Avonds keken ze vertederd naar hun liefdeskind.
Dat zalig lag te slapen in zijn wiegje.
Lyudmila huilde stilletjes.
Van ontroering.
Filip streelde haar rug.
Het was duister in de kamer.
Met alleen de flikkerende lichtjes van de kleine kerstboom naast het wiegje.
Buiten sneeuwde het.
Was het bitter koud.
Binnen in het klein appartementje.
Dat weliswaar iets groter, properder en vooral sfeervoller was.
Dankzij Lyudmila die erg creatief bleek te zijn en kon toveren met een verfborstel.
Maar ook dankzij Filip die ook thuis de nodige klusjes en karweien opknapte.
Was er van koude, vocht en een rommelige boel geen sprake meer...
Maar was het warm, gezellig en LIEFDEVOL!!!
zondag 18 december 2016
Een ouderwets Wild-West verhaal. 3
Bill Chucker zat op z'n paard en reed ietwat doelloos door de woeste prairie.
Hij sliep onder de blote hemel en leefde van het vlees van zelf geschoten konijnen, vis die hij ving in kleine bergriviertjes en wilde bessen.
Maar de primitieve omstandigheden eisten hun tol en vergden teveel van zijn krachten.
Hij moest beseffen dat hij toch te oud aan het worden was om wekenlang in de bergen en prairie te bivakkeren.
Hij was toe aan een stevige maaltijd en en een warm bed.
Na een dag rijden bereikte hij een kleine ranch en besloot om er aan te kloppen voor voedsel en onderdak.
Hij rekende erop dat de bewoners hem gastvrij zouden ontvangen.
Maar bij de ranch aangekomen hoorde hij een vreselijk tumuilt.
"Eruit, eruit stelletje luiwammesen, dieven! Vort pak jullie spullen en maak dat jullie weg zijn." Riep een boze mannenstem boven nogal wat gehuil en getier uit.
"Genade ik smeek jullie, laat ons blijven. We zullen er echt alles aan doen om de huur en andere kosten te kunnen betalen." Smeekte een wanhopige vrouw met een huilende baby op haar arm.
"Te laat! Sidney Cooridge heeft lang genoeg geduld gehad met jullie." Antwoordde de man zittende op zijn gevlekte paard. Terwijl hij zijn geweer op het ongelukkige gezien richtte dat blijkbaar uit hun ranch werd gezet.
"Staak die praatjes maar. Aan wanbetalers die niet in staat zijn om een kleine kudde vee deftig te onderhouden hebben we toch niets. Wie gelooft er nog in die praatjes van een stel onbehouwen Hilliebillies?"
De struise man sprong van zijn paard en ranselde met een zweep de ongelukkige bewoners uit hun ranch en jaagde ze als honden op straat.
Het gezin: Man, vrouw en 5 kinderen, waaronder een pasgeboren baby verliet schreiend het domein en met wat laatste bezittingen op een ezeltje trokken ze de bergen in. Ze moesten alles achterlaten, meubelen, huisraad. Alles.
Chucker aanschouwde het tafereel vanop veilige afstand en kookte van woede.
"Wat voor een laaghartige smeerlap is die Cooridge eigenlijk?".
Vanop een heuvel keek hij toe en zag hij hoe de mannen het vee inventariseerden en verzamelden. "Komaan jongens, met dat vee naar de ranch van Cooridge. Die beesten zullen hem een ferme stuiver opleveren, en ons een mooi salaris."
Chucker gaf zijn paard de sporen en reed in volle galop naar de ranch van Cooridge.
Daar zag hij wederom een onthutsend tafereel. In de wijde voor de imposante ranch zaten de mannen die het vee uit de grote kudde ontvreemden en naar de ranch van Samuel Jackson toe brachten geknield met hun handen vastgebonden in hun nek.
"Genade Mister Cooridge spaar ons alstublieft." smeekten de jongens.
Sidney Cooridge richtte zijn pistool op de ongelukkige mannen en grijnsde gemeen.
Hij zag niet dat Chucker van zijn paard stapte en op hem toeliep.
"Welwel zei Chucker. gaan we het recht in eigen handen nemen ja?"
Cooridge keek Bill Chucker vijandig aan. "Dat jij je hier nog durft vertonen!" Riep hij boos uit.
"Jij hoort hier eigenlijk naast die drie veedieven plaats te nemen jij ouwe waardeloze zuiplap?"
Toen stond hij recht en ging voor Bill Chucker staan en hield zijn pistool net niet tegen Bill Chucker zijn hoofd.
"Waarom heb je mijn kudde niet verdedigd en dat uitschot niet van de eerste keer de kop afgeschoten? Zoals ik jou dat klaar en duidelijk had gevraagd. Gewoon mijn kudde verdedigen en een voorbeeld stellen.
Of wacht eens... Speel jij soms onder één hoedje met die duivel van een Samuel Jackson misschien?"
Bill Chucker duwde het pistool dat Cooridge op hem richtte uit zij handen, het viel tussen hen in op de grond. en
"Jij moet eens goed naar me luisteren hereboertje. Dat jij en die lekkere vennoot elkaar de duvel aandoen dat moeten jullie weten. Maar dat je andere mensen, hardwerkende lieden die geld willen verdienen om hun gezin te onderhouden in de ellende stort en hun levens kapot maakt. Zoals die lui die je vanochtend uit hun ranch liet zetten. Wel Sidney Cooridge! Daar kan ik alleen maar mijn diepe minachting voor hebben."
"Gaan we de moraalridder uithangen ja? Ga je het opnemen voor schooiers, landlopers en nietsnutten die een zakenman als ik alleen maar geld kosten, maar die geen donder begrijpen van wat werken is?
Wie zijn huur niet betaalt gooi ik van zijn ranch, zo simpel is dat. En al zeker wanneer ze het vee dat eigenlijk mijn vee is niet naar behoren verzorgen."
"Klets niet!" Zei Bill.
"De huur die jij vraagt aan jou pachters is schandalig hoog. Zeker voor een ranch in droog en onvruchtbaar gebied waar de beesten amper hun kostje bij elkaar kunnen vinden. Je weet best hoe zwaar de meerkost van extra hooi of stro is voor een veehouder.
Jij bent een uitbuiter, een oplichter en een gierige geldwolf Cooridge."
"Als je een man bent Chucker, dan herhaal je die woorden nog eens als ik mijn pistool heb opgeraapt." Zei Cooridge grijnzend.
Trouwens, weet je waarom die kinkels uit hun ranch moesten?
Omdat dit de ranch was die ik ter jou beschikking wilde stellen, ondankbare hond!"
"Laat die jongens vrij Cooridge of ik trek mijn wapen." Gromde Chucker boos. "Je mag je duivelsgeld houden, ik hoef geen dollarcent van je.
En ik slaap nog liever tot het einde van mijn dagen onder de blote hemel dan dat ik zou gaan wonen in een ranch die ooit het veilige thuis was van jonge kinderen, tot jij dat in jou smerige inhaligheid hen dit ontzegde. Echt wel.
Maar die jongens ga je vrijlaten... Heb je dat begrepen Cooridge? Pas dan, en alleen dan laat ik je met rust".
Sidney Cooridge barstte in een luid lachen uit.
"Dwaas!" Riep hij luid.
"Wat zou jij me kunnen maken? Een ouwe dronkelap die toevallig wat beter kan mikken dan een normale mens?" Reageerde hij schamper.
"Als je mij ook maar één haar krenkt dan hang je binnen de 24 uren. Knoop dat maar goed in je oren." Voegde hij er dreigend aan toe.
"Dan is dat maar zo." Antwoordde Chucker terwijl hij zijn schouders ophaalde. "Ofwel sterft er niemand, ofwel sterven we allemaal."
Cooridge wenkte naar zijn werkmannen. "Maak de touwen los en jaag die veedieven van mijn land. Ik wil ze hier nooit meer zien.
En jou ook niet meer Chucker, laat je hier nooit ofte nimmer meer zien!"
Chucker klom op zijn paard en keek nog éénmaal naar Cooridge. "Een verzoek dat ik met plezier inwillig mijn beste." Zei hij terwijl hij even tegen zijn hoed tikte.
"Met uitbuiters die rijk worden op de kap van anderen wordt ik liever niet gezien.
Liever voor de rest van mijn leven een arme stumperd die in muffe hotelkamertjes slaapt en achter geboefte jaagt".
Even later trok Chucker met de drie veehoeders door de bergen.
"Bedankt cowboy." Zei er één. "Je hebt ons leven gered, je staat bij ons in het krijt."
"Ik doe wat ik denk dat goed is, jullie zijn geen veedieven. Jullie deden gewoon wat jullie bazen jullie opdroegen.
Dat de ene baas jullie gebruikten om een ander de beduvelen, daar moeten jullie niet voor boeten." Sprak Chucker. "Zoek andere veeboeren om voor te werken. Er lopen er genoeg rond die jullie vertrouwen en jullie manskracht wel waard zijn".
Een ouderwets Wild-West verhaal 4
Enkele weken later.
Bill Chucker arriveerde opnieuw in Dryland Creek.
Hij was moe en verlangde naar een goede scheerbeurt, een heet bad en een glas whisky in de saloon.
Bill keek rond en zag een gezicht dat hij heel goed kende. Hij wendde zijn blik naar een grote man met ruw ongeschoren gezicht, versleten Stetson en vuilrood hemd met witte en blauwe strepen.
"Bartender, geef die man daar in de hoek een whisky van me." Riep Chucker.
Hij wachtte geduldig tot de man zijn whisky had opgedronken, liep er dan naartoe, sloeg op z'n schouders en zei op cynische toon. "Ik hoop dat je whisky gesmaakt heeft Bob Wailers, want ik vrees dat je je je lievelingsdrank een poosje zal moeten missen."
"God Damned!" schreeuwde de man terwijl hij recht sprong. "Niemand krijgt me in de bak, en zeker jij niet Bill Chuckers.
Ik daag je uit voor een duel! Nu hierbuiten voor de deur van de Saloon."
"Mij best." Antwoordde Chucker kalm. "Kom maar mee, ik zal de geruchten als zou ik oud, zwak en laf zijn, en door het vele drinken niet meer in staat om snel te reageren en juist te mikken met plezier naar het rijk der fabelen zenden."
De hele hoofdstraat stond vol kijklustigen. Het nieuws over een duel ging altijd als een lopend vuurtje in het Wilde Westen.
Zeker een duel tussen premiejager en scherpschutter Bill Chucker, en Bob Wailer meervoudig moordenaar, veedief, bankrover en leider van een geduchte bende die met het overvallen van boerderijen, treinen en karavanen jarenlang de streek onveilig maakte.
Terecht gehaat en gevreesd in zowat de hele staat en ver daarbuiten. En al even terecht werd hij vogelvrij verklaard en stond er een prijs van maar liefst 50.000$ op zijn hoofd, die onlangs nog werd verhoogd naar 75.000$.
Beide mannen stonden tegenover elkaar en keken elkaar recht in de ogen. Ze wachtten tot de kerkklok zou beginnen te slaan. Het was 20u 's avonds, na de achtste slag zou één van hen het leven laten.
De klok begon te slaan, elke slag leek een eeuwigheid te duren. Bam, bam, bam....
En dan ineens na de achtste slag....
PANG!!!!! PANG, PANG, PANG....
Het volk keek vol spanning en verbijstering toe. Twee mannen met getrokken pistolen voor elkaar. Vier schoten, maar ze bleven blijkbaar allebei rechtstaan. Tot...
Een doffe slag en opstijgend gejuich.
Hij is dood! Hij is dood!!!! Bob Wailer de beruchte bandiet, de harteloze, wrede moordenaar van onschuldige mannen, vrouwen en kinderen is eindelijk dood.
Eindelijk was er een einde gekomen aan de tirannie van Wailer en zijn bende meedogenloze moordenaars, dieven, plunderaars en verkrachters.
Niemand durfde reageren toen hij daar in een overvolle saloon zat te pokeren. Niemand durfde hem zelfs aan te spreken, laat staan hem ook maar iets te weigeren.
Niemand, behalve zijn obscure zelf niet zuiver op de graat zijnde pokervriendjes die maar al te graag de kaarten bovenhaalden voor een handvol dollars.
Maar Bill Chucker, een aan lager wal geraakte premiejager. Een dronkaard, gokker en vrouwenloper die thuis was, daar waar hij zijn hoed neerlegde. Een man zonder toekomstperspectief en niet erg hoog geacht door de goegemeente. Die man was nu de held van het kleine stadje, van de hele streek, de hele staat, de hele natie. Hij zag zijn naam en foto op de voorpagina van alle kranten en werd bedacht met een ereteken uit handen van de gouverneur.
Meer nog, men stelde hem voor om de functie van sheriff op te nemen.
"Geef me een week bedenktijd", zei hij.
Van zwervende premiejager naar 'man van de wet'. Dat is wel een heel grote stap.
Eerlijk gezegd, het lijkt me wel wat.
Maar ik wil in dit soort beslissingen niet over één nacht ijs gaan.
Met zijn 75.000 dollar op zak reed hij naar Texas.
Daar zocht hij Daisy Wickmiller op.
Daisy was een animeermeisje in een saloon van bedenkelijk allooi die hij regelmatig opzocht wanneer hij in Texas was.
Zoals eerder gezegd, Bill Chucker was een man die zich thuis voelde waar hij zijn hoed neerlegde.
In elke stad had hij wel ergens een liefje of was er wel ergens een animeermeisje waar zijn voorkeur naar uit ging en daar betaalde hij dan ook graag een eventuele meerprijs voor.
Maar Daisy was een geval apart.
Eigenlijk was ze de dochter van een rijke katoenplanter uit Het Zuiden.
Maar na de Amerikaanse Burgeroorlog moest hij zijn plantage verkopen en trok hij naar het westen om er zijn geluk te beproeven.
Tijdens de tocht werd de karavaan waarbij ze zich vervoegden overvallen door indianen.
Er werd een waar bloedbad aangericht.
Bill Chucker die toen net op doortocht was hoorde de geweerschoten en kwam te hulp.
Met enkele gerichte geweerschoten doodde hij maar liefst vijf indianen, waarna hun makkers er meteen vandoor gingen.
Op die manier ontsnapte de jonge Daisy Wickmiller aan een gewisse dood.
Bill begeleide de overlevenden en ontfermde zich een poosje over de toen nog bitter jonge Daisy.
Hij bracht haar onder in een tehuis en samen met het geld dat hij als dank van de hoofdman van de karavaan kreeg.
"Dit is voor jou, als dank voor het opnemen van deze jonge meid in je tehuis en om haar voedsel, onderdak en nestwarmte te bieden."
De goede vrouw die het tehuis runde wilde het geld eerst weigeren.
"Maar dat hoeft echt niet, ik denk dat u dit geld beter kunt gebruiken dan wij."
"Nenee." Zei Bill.
"Ik leef liever van de konijnen die ik in een strop lok en van de vissen in de rivier dan dat ik ook maar één dollarcent uit deze zak zou aannemen.
Dit komt de kinderen en dan vooral Daisy toe.
Daarna gaf hij het meisje dat zopas haar moeder had verloren een stevige knuffel.
"Maak iets van je leven Daisy, en doe vooral goed je best op school.
Je bent een intelligent meisje en ik geloof in jou."
Vijf jaar later bezocht hij een Saloon in Texas.
Hij vroeg of er meisjes beschikbaar waren.
De bartender klapte in zijn handen, waarna enkele meisjes de trap afdaalden.
"Maak je keuze maar cowboy!" Zei hij lachend.
Hij herkende haar meteen.
"De tweede van rechts, dat blonde krullekopje." Zei Bill beslist.
Na het betalen van het vereiste bedrag trok hij zich met Daisy terug op de kamer.
Daar deed ze haar verhaal.
Over hoe het tehuis gedwongen de deuren moest sluiten en ze van het ene baantje in het andere sukkelde om te overleven.
Gedreven door wanhoop kwam ze in de prostitutie terecht.
Chucker wilde haar meenemen, weg uit dit hol van ontucht. Maar Daisy weigerde.
"Hier ben ik veilig Bill." zei ze.
"Ik heb voedsel, onderdak en veiligheid.
Hoef niet te schooien of te bedelen en ergens onderdak te gaan zoeken daar waar ik mijn leven iet zeker ben."
Bill besefte dat ze gelijk had.
Wat had hij haar te bieden?
Hij had geen eigen huis, wist 's morgens niet waar hij 's avonds slapen zou.
Daisy knoopte zijn hemd los en begon hem te kussen.
Bill raakte al snel onder de indruk van haar prachtige lichaam.
"Je bent een echte lady geworden Daisy." Zei hij terwijl hij bovenop haar ging liggen.
Na afloop stopte hij haar wat geld toe.
"Bewaar dit geld zorgvuldig lieverd." Zei hij.
"Ooit komt het je misschien nog van pas."
Dit deed hij telkens hij haar kwam opzoeken.
Er ontstond een band tussen de oude premiejager en het aan lager wal geraakte burgermeisje dat geen enkele uitweg had dan haar lichaam te verkopen aan allerlei obscure mannen.
Hij zag haar als een lotgenote.
Een verschoppeling net als hijzelf.
Daarom was het dat hij met de 75.000 dollar op zak naar Texas trok.
Hij had het haar beloofd.
Dat wanneer hij ooit een eigen woonst of deugdelijke baan met inkomenszekerheid zou hebben, hij haar bij hem zou laten intrekken.
Nu was de dag gekomen dat hij het jonge animeermeisje met golvende blonde lokken en heldere blauwe ogen zou komen halen...
EN TEN HUWELIJK ZOU VRAGEN!
Daisy, lieverdje. Ben je dit leven hier niet moe? Zingen en dansen in die vuile kroeg. Naar boven gaan met allerlei mannen van laag allooi, voor een appel en een ei.
Hij toonde zijn zak met geld en keek in haar diepblauwe ogen.
Kom mee met mij lieve Daisy. We kopen een kleine ranch en houden wat koeien en schapen. Ik zeg het jagen op geboefte vaarwel en leidt een vredig bestaan als kleine veeboer annex sheriff van Dryland Creek...
En ik wil dat jij MIJN VROUW WORDT!!!
Daisy wist niet goed wat zeggen. "Jij bent de enige kerel die wel zijn belofte houdt." Zei ze met tranen in de ogen.
Tuurlijk wil ik je vrouw worden. En jou een flinke zoon schenken.
Daarna kuste hem en streelde zijn ruwe lijf.
Enkele weken later verlieten Bill en Daisy de kerk van Dryland Creek.
Als man en vrouw.
Fier droeg hij zijn ster die duidelijk maakte dat hij en hij alleen de sheriff was.
Hij zwaaide met zijn hoed, het volk juichte triomfantelijk.
De eenzame premiejager was nu een man...
WAAR IEDEREEN NAAR OPKEEK!
Een ouderwets Wild-West verhaal.2
Massa's koeien tsjokten sloom door de prairie. Opgejaagd door vijftien Cowboys die met hun paarden de kudde bijééndreven. Bill Chucker bekeek het tafereel vanop afstand, gezeten op Barry zijn trouwe Mustang die hij ooit nog eigenhandig temde.
Eén of meerdere van die mannen zou met vee aan de haal gaan. En dat moest hij tegengaan.
Op veediefstal stond een zware straf. Dood door ophanging, dat wist elkeen in het Wilde Westen.
Wie van hen zou zijn leven op de waagschaal zetten voor wat vee. Al het vee was gemerkt, dus daar kon je echt niet ver mee lopen. Tenzij ze zouden werken voor een georganiseerde bende die heel goed weet waar ze mee bezig is.
De avond naderde. Vlak voor het punt waar de prairie zou overgaan in de Rocky Mountains hielden de cowboys halt. Er werden kampvuurtjes aangemaakt en algauw doorbrak de klank van violen en banjo's de avondstilte.
Chucker trok zich terug uit het gewoel. Hij deed een hazenslaapje onder zijn deken, om vlak nadat het muzikale intermezzo van viool en banjo was gestopt weer wakker te worden.
Op z'n paard reed hij geruisloos in cirkels om de kudde héén. Tot hij het onrustige geloei van runderen hoorde.
Hij ging traag op het geluid af en hoorde stemmen. "Vooruit drijf ze die richting in. Vlug voor die ouwe premiejager ons in de smiezen krijgt". Een 30 tal runderen werd van de kudde weggeleid door een drietal cowboys. Chucker waarschuwde één van de hoofdmannen. "Luister." Zei hij.
"We doen het volgende. Jij neemt de leiding over en brengt de rest van de kudde naar de eindbestemming. Ik volg die drie veedieven. Ik wil weten in wiens opdracht die onverlaten werken, okay."
"Chucker." Zei de hoofdman.
"Je opdracht is om hen tegen te houden, zonder meer.
Ik dacht dat de instructies van Sydney Cooridge duidelijk genoeg waren."
Bill Chucker negeerde de hoofdman en klom zonder omkijken op zijn paard.
Zonder geluid te maken ging de oude premiejager en revolverheld achter de drie cowboys en hun buit aan. Ze trokken de bergen in en eens ze dachten ver genoeg uit het gezicht en gehoorveld van het kamp te zijn begonnen ze met spoed de kudde voort te drijven.
Yiieehaaa yip yip yip!!! Klonk het. De runderen loeiden van angst en onrust en begonnen hard te draven. Bill Chucker gaf zijn trouwe hengst de sporen. Het gedraaf ging de hele nacht door. Ergens in een vallei stonden 4 mannen de kleine kudde op te wachten. Bill sloeg het tafereel vanop afstand gade. Ze namen de hoede over de kudde op zich en drukte één van de drie stelende cowboys iets in de handen, vast een grote som geld. Waarna de andere drie haastig terug keerden, om zo snel mogelijk hun makkers bij de grote kudde te vervoegen.
Bill volgde de andere vier... Waar zouden ze de gestolen runderen heenbrengen?.
De reis duurde zo'n goeie twee dagen. Toen kwamen ze bij een machtige ranch midden in de bergen. In een mooie open vallei vol heerlijk groen gras. Rond de ranch stonden weiden vol met koeien.
"Hell and devil" gromde Chucker. "Da's de ranch van Samuel Jackson. De vennoot van Sidney Coorigde. Hier is duidelijk geen sprake meer van een goed partnerschap."
Twee mannen openden de poort en de kudde werd in de weide gedreven.
Chucker drong langs achter ongezien het domein binnen en zag hoe Samuel Jackson, een struise goedgeklede kerel met rond rood aangelopen gezicht en kop dik zwart haar dat hier en daar al begon te grijzen uit zijn ranch kwam en de vier mannen tegemoet kwam.
In zijn hand hield hij een ferme zweep en aan zijn riem waren twee zilveren Colts heel goed zichtbaar.
"Goed gedaan jongens, zelfs al roepen ze de hulp in van een aan lager wal geraakte zelfuitgeroepen revolverheld. Samuel Jackson krijgt toch altijd wat hem toekomt".
Wat moest Bill Chucker nu doen?
Ineens zag hij de opdracht helemaal niet meer zitten.
Hij wilde helemaal geen speelbal zijn tussen twee vennoten die elkaar het licht in de ogen niet meer gunden.
Hij dacht aan de kerels die het vee uit de kudden dreven en overhandigde aan Jackson's medewerkers.
De hoofdman zou zeker en vast hun identiteit doorgeven aan Cooridge.
Waarna het lot van die jongens bezegeld zou zijn.
Jongens die eigenlijk gewoon wilden wat elke jonge kerel in het Westen wilde.
Een toekomst opbouwen.
En dan was elke cent welkom.
Hij begreep ook dat de verleiding om zich met dergelijke praktijken in te laten groot was.
Veediefstal, smokkel, roverij. Velen zagen hierin een extra bron van inkomsten;
Maar voor net zovelen werd het hun ondergang.
Terwijl rijke kerels hun straf konden afkopen in een tijd waarin corruptie en omkoping van sherrifs en rechters dagelijkse kost was.
"Nee." Dacht Chucker.
"Dan nog liever mijn dagen slijten als armoedige premiejager... "
Een ouderwets Wild-West verhaal.
Het gebeurde in het jaar 1874.
Het was een hete dag in Dryland Creek. Een stoffig woestijnstadje ergens midden in het Wilde Westen.
Een stadje langs een aftakking van de Atchinson, Topeka and Santa Fe Railway. In die tijd de belangrijkste spoorlijn van de regio.
Zomaar een stadje met een station, saloon (met bijhorend bordeel), general store en barber shop. Een stadje waar vermoeide reizigers, premiejagers, goud en andere gelukszoekers even halt hielden, op zoek naar wat verpozing.
In Dryland Creek bleef niemand echt lang. Want het was er veel te heet, veel te stil en veel de afgelegen.
Het was een hoogzomer. De zon stond hoog en wierp een verschoeiende hitte over het stadje en de dorre vlakte eromheen. Zandhoosjes slingerden zich door de stoffige straten. Overal waren de rolluiken gesloten om zo de verzengende warmte buiten te houden.
Niemand had zin om zich op straat te vertonen in deze haast onmenselijke omstandigheden. Een goederentrein vol ertsen van de nabijgelegen 'Dryland Creek Copper And Goldmines Corperation' denderde met veel gedaver over de spoorweg. En vlamde zonder te vertragen langs het kleine stationnetje waar een kleine schare reizigers stonden te wachten op de trein.
De Saloonuitbater was verveeld bezig met het reinigen van de glazen. Het ritueel dat werd onderbroken door een vingerknip van de enige aanwezige klant die nog een whiskey vroeg.
Die klant was de oude premiejager Bill Chucker.
Outlaws en bandieten hadden meer schrik van hem dan voor eender welke sheriff of Deputy.
Met zijn opzichtige zwarte Stetson, zijn groene zijden hemd met daarover een vaalbruine gilet, en zijn donkerblauwe katoenen werkbroek waarrond hij een bruine gordel droeg met daarin twee Smith & Wessons en bijhorende patronen, die in rijen waren gerangschikt in de daarvoor bestemde opbergzakjes.
Hij was breedgeschouderd en had een verweerd gezicht vol rimpels en littekens, en een ruwe onverzorgde grijzende baard. Zijn tanden waren bruin en onverzorgd, op die vijf gouden tanden na die opzichtig in zijn mond blonken.
De Salooonhouder met hangbuik, witte schort en gitzwarte snor zette met een kwak een groot glas whiskey op tafel.
"Hoe lang ga je hier nog blijven rondhangen Chucker?" Vroeg hij aan de ouwe premiejager.
"Je zit hier nu al een week te vegeteren, wat toch echt niet van je gewoonte is."
Chucker kauwde op zijn tabakpruim en keek verveeld voor zich uit.
"Sorry ouwe makker, maar ik heb geen zin meer in al dat gedoe. Het lijkt wel of ik het allemaal heb gehad". Zei de ouwe premiejager.
"Hele dagen achter schorremorrie aanzitten voor een premie die net groot genoeg is om de mijn rekeningen voor drank, vrouwen en overnachting te betalen. Elke nacht in een ander bed slapen.
Het wordt me gewoon wat teveel weet je wel? Zo wil ik echt niet oud worden.
Maar het is me stilaan duidelijk dat ik voor niks anders deug." Bromde Bill Chucker, terwijl hij zijn tabakspruim met een welgemikte spuug in het bakje deponeerde.
"Zeg is Mary-Anne beschikbaar? Ik zou wel wat afleiding kunnen gebruiken?"
"Niet voordat ik er zeker van ben dat je je rekeningen voor drank, logie en vrouwen betalen kan." Bromde Jack Rostock, die als Saloonhouder wel ervaring had met premiejagers en vrijbuiters zoals Bill Chucker.
Die laatste legde enkele bankbiljetten op tafel. "Hier het vaste tarief voor een uurtje met Mary-Anne, de rest betaal ik later wel."
Rostock bekeek de bankbriefjes die Chucker op tafel gooide en liet de bel rinkelen.
"Nou ja, goed dan. Je kent de weg, amuseer je makker."
Even later betrad Chucker de ruimte waar Mary-Anne, een blond krullekopje van amper 20 jaar op hem wachtte. "Hi darling." Kirde ze terwijl ze zijn broek losmaakte. "Zal ik die lekkere jongen van je eens goed verwennen?"
Ze deed haar kleed uit en liet haar koele handjes over het geslachtsorgaan van de oude premiejager glijden.
Even later lag ze op haar rug terwijl Chucker haar benen nog wijder opentrok om haar zo nog dieper te kunnen berijden. "Goeie God, hier ben ik zo aan toe." Zei Bill Chucker terwijl hij het meisje met krachtige stoten penetreerde.
Mary-Anne liet hem gewoon begaan en ook al had ze menig avonturier, outlaw of premiejager over zich laten gaan... Toch had Bill Chucker bij haar een streepje voor. Niet alleen omdat hij zeer gul was, maar ook omdat hij meer dan gemiddeld geschapen was. Dat kon deze jongedame die net zoals zovelen dit werk vooral deed voor het geld wel bekoren.
Ach een meisje van plezier wil ook wel wat dacht ze stilletjes bij zichzelf. Ze voelde hoe hij in golven in hem klaarkwam. Maar lang konden noch Mary-Anne noch Bill er niet van genieten. Want ze hoorde verdacht gestommel en geroep beneden.
"Bill, hoor je dat?" Schreeuwde ze plots. "Overvallers, ze zijn Jack aan het overvallen. Doe iets!! Snel!"
"Kalm blijven liefje." zei Bill, terwijl hij zijn broek terug aantrok.
Zijn hemd dichtknopend ging hij naar de kamer die op de straatkant uitkeek. Hij opende het raam en liet zich langs het dak dat over het terras hing naar beneden schuiven. Hij hoorde de schurken nog roepen. "Tellen tot honderd en waag het niet om op 99 of eerder op te houden, want dan gaat je kop eraf, begrepen Rostock?"
Net voor de drie onverlaten de Saloon wilden verlaten met elk een grote zak vol geld over hun schouder stond Bill Chucker alsof hij uit het niets uit de hemel kwam gevallen voor hun neus.
"Laat die zakken vallen... NU!!!!!!!!" schreeuwde hij. Terwijl hij zijn twee pistolen op het stel schurken richtte.
"Oooh nee! Bill Chucker!" Riep er ééntje, terwijl hij zijn handen in de lucht wierp.
"Ik heb geen schrik van jou! Ouwe bandiet!" Riep een andere terwijl hij zijn pistool trok.
BANG!!!! Klonk een schot, en een pistool viel op de grond. Terwijl de outlaw met een luide kreet zijn hand vasthield.
De drie bandieten gaven zich over en stonden daar met hun handen in de lucht.
Bill Chucker lachte zijn rotte tanden bloot. "Vooruit jongelui." Zei Chucker.
"De sheriff zal heel blij zijn met dit cadeautje. Vooruit!!!! Lopen maar!"
Enkele uren later zat Bill Chucker zijn geld te tellen. 2500 Dollar, twee van hen hadden elk een premie van 1000 Dollar op hun hoofd staan. En ééntje, een beginneling zonder noemenswaardig strafblad, maar wel gekend als een meeloper had er al 500 op zijn jeugdige kopje staan.
"Mooi sommetje premiejager." hoorde hij iemand zeggen.
"Bartender geef die premiejager nog een whisky van mij." Wenkte een duur geklede man met bolhoed en in dure kleding naar Jack Rostock terwijl hij op de kruk naast die van Bill Chucker ging zitten.
"Wat moet jij van mij?" Vroeg Chucker wantrouwig? Terwijl hij zich omdraaide en de man met het ronde gezicht, fijne snorretje en puntige baardje bekeek.
"Mag ik me even voorstellen?" Vroeg het mannetje, terwijl hij hem een visitekaartje aanreikte.
"Sidney Cooridge, van 'Cooridge, Jackson And Partners'." Chucker bekeek het kaartje met wantrouwige blik. Het goudkleurige kaartje in glanzend karton leerde Chucker dat het duur geklede heertje werkzaam was voor een coöperatieve onderneming die heel wat grond en vee onder haar hoede had. Heel wat veeboeren werkten voor dit vennootschap dat naast grond en boerderijen ook heel wat slachterijen, vleesverwerkende en melkdistributiebedrijven onder zijn hoede had. Vooral met die twee laatste waren ze hun tijd ver vooruit.
Als die mannen zijn hulp nodig hadden, dan had het vast iets met veediefstal te maken.
"Mister Chucker", zei het heertje. "Ik heb een aanlokkelijk voorstel voor u. U wordt een dagje ouder en ik weet zeker dat u wat zekerheid kan gebruiken".
"En jij kan mij die bieden?" Vroeg Chucker schamper.
"Zeer zeker." Zei Cooridge zelfverzekerd.
"Nou ik ben één en al oor". Gromde Chucker.
De duur geklede kleine man stak van wal over het begeleiden van vee wat een heel riskante onderneming was. Want de vele cowboys die ze onder hun hoede hadden waren niet altijd te vertrouwen. Sommigen durfden al eens vee verduisteren, door het te verkopen en het geld in hun zakken te steken. Waarna ze met smoesjes over 'verloren gelopen', of 'gestolen door Indianen of outlaws' afkwamen.
Het was best een heel aanlokkelijk voorstel dat Sidney Cooridge deed. In ruil voor een vast loon en een eigen ranch, zou hij als opzichter meegaan met een 15-tal cowboys om vee over te brengen van het verzamelpunt, één van de vele ranches van de coöperatie naar een slachterij in de stad Denver, een trip van toch een goeie 500 mijl. Met als enig doel hen in de gaten te houden.
Het moest hen hoog gezeten hebben dat de cowboys in loondienst zoveel vee verduisterden. Want om hem te overtuigen om bij hen in dienst te gaan hadden ze verdomd veel geld over.
Maar ze wisten maar al te goed dat zijn naam angst en ontzag inboezemde tot uren ver in het ronde, de reputatie van Bill Chucker als onverschrokken revolverheld was in heel de Far-West bekend.
Maar zouden ze op zijn hulp kunnen rekenen?
Abonneren op:
Posts (Atom)







