donderdag 18 januari 2018

Morbide obesitas 3



Alain en Sarah arriveerden op het bureau en meteen liep Alain naar het koffiezetapparaat en schonk zich een verse kop koffie in.
"Hmmm." Mompeld hij.
"Koffie. Heet en straf.
Wat wil een mens toch meer hé op zo'n donkere druilerige dag.
Bon, vertel het eens jongelui... hoe staat het met de opdracht die ik jullie gegeven heb?" Vroeg hij daarna meteen.
"Heel goed." Zei Bart.
"We hebben zoals u gevraagd had het verleden nagetrokken van de jongedames die destijds klacht indienden tegen wijlen Joeri Deltombe. Maar mag ik u vragen waarom?
Zij waren het slachtoffer van zijn zielige perversiteiten, ga je soms van de slachtoffers daders maken?"
"Zijn de jongedames sindsdien nog gerechtelijk vervolgd? En waarvoor?" Ging Alain onverstoord verder.
"Ja." Antwoordde Patrick.
En wat opvallend is, waarvoor?
Tenminste toch bij één van de twee jongedames, de genaamde Jennifer Roelstraete."
"Vertel." Drong Alain aan.
"Afpersing, valse aangifte en er loopt nog een onderzoek tegen haar wegens het ontvreemden van chemische producten uit het labo van de faculteit Farmaceutische Wetenschappen van de Gentse universiteit."
"Heel goed." Prees Alain hen.
"En wat kunnen we hieruit besluiten?"
"Dat u een ambitieuze jongedame op basis van enkele jeugdzonden en iets wat nog niet bewezen is wil gaan ondervragen in het kader van een onderzoek naar een overlijden waarvan nog moet bewezen worden dat het om een verdacht overlijden gaat.
Jennifer werkt als fitnesscoach in het fitnesscentrum waar ik wekelijks ga trainen.
Ze is heel gedreven, begaan met haar gezondheid en haar conditie, en zit boordevol ambitie om van haar leven iets te maken.
En u wilt haar echt ondervragen in het kader van het overlijden van een zielige nietsnut die niets anders deed dan zich volvreten. Het trauma dat ze opliep door toedoen van zijn walgelijke perversiteiten opnieuw oprakelen. De wonde opnieuw openrijten.
Sorry Chef, maar ik zie hier het nut echt niet van in."
"Ik wel." Zei Alain.
"Als ervaren rechercheur weet ik heel goed hoe diep wraakgevoelens kunnen zitten.
En ik weet ook dat diegene die jij een 'ambitieuze jongedame' is, in feite een intrigante is die over lijken gaat om haar doel te bereiken, en daarvoor zwakke ietwat naïeve prooien uitkiest.
Haar 'cockteaser' spelletje in het zwembad liep zwaar uit de hand.
Ze wilde hem daarvoor laten boeten.
Eiste een hoge schadevergoeding.
Maar de rechter achtte alleen de 'openbare zedenschennis' bewezen, niet de aanranding van de eerbaarheid, omdat de verhalen van Jennifer Roelstraete en Stacey Courtois onsamenhangend, tegenstrijdig en ongeloofwaardig waren.
Voor mij redenen genoeg om hen allebei eens op de rooster te leggen."
"Belachelijk." Sneerde Bart.
Alain bekeek Bart van top tot teen met zijn gekende cynische blik.
Sarah trok nu al de conclusie dat Bart en Alain nooit echt dikke vrienden zouden worden.
"Bon." Zei Alain.
Patrick en Bart jullie gaan die Stacey Courtois eens aan de tand voelen en Sarah en ik pakken de lieftallige Jennifer Roelstraete aan.

Alain en Sarah stopten bij het fitnesscentrum waar Jennifer Roelstraete bijkluste.
Ze was aerobic lessen aan het geven aan een stel gedreven dames die iets aan hun conditie en vooral hun slanke lijn wilden doen.
Jennifer was een atletisch gebouwde jongedame met een superstrak figuur.
Haar vlasblonde haar had ze samengebonden in een paardenstaart en ze droeg een strak felblauw topje en dito rennersbroekje
Haar borsten gingen ritmisch op en neer terwijl ze onvermoeibaar voorging in de aerobic sessie.
Alain en Sarah liepen de fitnessruimte binnen, tussen de toestellen waarop mensen hun lichaam afpeigeren om zo het 'perfecte figuur' te krijgen waarnaar ze al zolang verlangen.
Alain bekeek het gebeuren met een meerwarige blik.
Hij voelde zijn hart bonzen.
Hij wist dat Dr Persoone al meermaals erop had aangedrongen dat hij iets aan zijn conditie moest gaan doen om de hartproblemen die hij had niet erger te maken.
Maar als er één iets was waar Alain een hekel aan had was het dergelijke opgefokt gedoe wat je in fitnesscentra aantrof.
Vooral dan het soort gedoe wat hij in de ruimte naast de eigenlijke fitnesszaal aantrof.
De ruimte waar Jennifer Roelstraete aerobiclessen gaf.
De ruimte vanwaar een opzwepende popsong aan een veel te luid volume hem tegemoed kwam.
Alain huiverde ervan, hij haatte commerciële popmuziek, en zeker dat van het opgefokte soort zoals dat nu door de speakers van de bouwvakkersradio die achter Jennifer stond opgesteld.
Wanneer de sessie afgelopen was stapten Alain en Sarah op Jennifer af.
"Goeiemiddag jongedame, heeft u een ogenblikje? Wij zouden graag eens met u willen spreken, wij zijn van de lokale recherche." Zei Alain terwijl hij zijn legitimatiebewijs toonde.
"Voor wat?" Vroeg Jennifer nors terwijl ze de radio afzette.
"Kunnen we ergens afzonderlijk praten?" Vroeg Sarah.
"Ja, hierachter." Zei Jennifer en ze wees naar de deur met daarop het bordje 'Voorbehouden personeel'.

Alain en Sarah betraden de kleine ruimte die uit niets meer bestond dan een tafel met daarop enkele gebruikte kopjes koffie en een twee lege flesjes energiedrank, en klein keukentje met spoelbak, koffiezet apparaat en blauw geschilderde kastjes.
"Bon voor wat is 't?" Zei Jennifer op nogal arrogante toon, terwijl ze uit de koelkast een flesje met daarin een groene smoothie uithaalde.
"Jennifer." Begon Alain zoals gewoonlijk erg onderkoeld en zichtbaar niet onder de indruk van de ronduit arrogante attitude van Jennifer Roelstraete.
"U hebt vijf jaar geleden klacht ingediend tegen Joeri Deltombe omdat hij u en uw vriendin betast zou hebben en hij u zijn geslachtsdelen zou hebben getoond."
"En dan?
Die vette pervert wilde ons wel verkrachten hé!
Godverdomme moet ge me daarvoor nu nog es lastigvallen?
Ik probeer iets van mijn leven te maken hé!
Kan je niet zeggen van dat inert zielige rukkertje dat zijn boterhammekes nog door zijn mamaatje laat smeren.
Of heeft dat loeder van een moeder van hem weer een klacht ingediend of wa?"
"Joeri Deltombe is dood. Hij is vanmorgen in de supermarkt in elkaar gezakt en gestorven."
"Ach wat jammer." zei Jennifer terwijl ze haar smoothie in één teug leegdronk.
"Maar ja, het moest er ooit es van komen hé.
Telkens als ik dat kereltje zag, wat ik probeerde tot een absoluut minimum te beperken, werd ie vetter en vetter en vetter en... Jakkes gast hoe dat een mens zo kan leven dat snap ik dus totaal niet.
Geen zelfrespect, geen fierheid.
Maar wel met alle middelen van grond willen hé, het zielige rukkertje." Zei Jennifer vol diep misprijzen.
"In tegenstelling tot u juffrouw Roelstraete, gaan wij er niet van uit dat Joeri een natuurlijke dood gestorven.
Ziet u, onze lijkschouwer herkende meteen de symptomen van een zware vergiftiging."
"En dan dacht u, zullen wie die Jennifer Roelstraete nog maar eens aan de tand voelen, want die had het vonnis dat tegen die obese pervert geveld werd toch zo slecht verteerd hé.
Godverdomse fucking nitwits! Moet dat hele gedoe mij echt blijven achtervolgen  ja?
IK WAS WEL HET SLACHTOFFER HE GODVERDOMME!!!" Brulde Jennifer verontwaardigt terwijl ze keihard met haar vuist op de tafel bonkte.
"U weet best dat de rechter redenen genoeg had om aan uw verhaal te twijfelen, en u had getuigen tegen u." Reageerde Alain ijskoud. "En nog één zo'n uithaal en u mag mee met ons naar het bureau juffrouw Roelstraete, laat dit duidelijk wezen."
"Godverdomme, konden wij weten dat die vetpens zo stom zou om in een vol zwembad zijn zwembroek af te steken? Dat was onze schuld niet hé dat hij geloofde dat wij door hem wilden geneukt worden."
"U hoeft het hele verhaal niet nog eens over te doen, we kennen jou versie en die van hem.
Maar wij willen weten of u hem wel degelijk uit alle macht probeerde te uit de weg te gaan zoals u daarnet beweerde."
"Tuurlijk dat. Hoe verder uit zijn buurt hoe liever ja!
Ik wordt liever niet gezien met zo'n marginaal zoals hij, echt niet.
Het is al erg genoeg dat mensen met ambitie zoals ik voor dergelijk marginaal leeggangersvolk mogen opdraaien, dan zou ik nog wat hun gezelschap moeten gaan opzoeken zeker.
Nee, ik zou niemand nog onder ogen moeten komen moesten mensen uit mijn omgeving zelfs maar horen da 'k met dergelijke losers om ga.
Ik wil vooruit in het leven, snapt ge da?
En hard werken en studeren is in deze niet genoeg, dat heb ik nu al door.
Bij de juiste mensen gezien worden, en als het even kan de juiste vorm hebben.
Daar gaat het om.
Ik weet niet of gij dat snapt inspecteur? Want als ik zie in welke vorm dat gij verkeert... Man, man, man.
Maar misschien heeft de jongedame wel door waar ik het over heb," zei Jennifer terwijl ze haar blik naar Sarah richtte.

"Juffrouw Roelstraete.
U studeert voor apotheker aan de universiteit van Gent.
En werkt hier om uw studies te betalen."
"Ja dat klopt ja." Zei Jennifer.
"Maar ik voel het al komen.
Ge zijt vast al op de hoogte zeker van 't feit dat ik beschuldigt wordt van het ontvreemden van..."
"Chemische producten." Zei Alain zonder verpinken.
"Dat klopt.
Da's niet min.
Dergelijke schendingen van het vertrouwen die een faculteit heeft in haar studenten aan wie men dergelijke vaak gevaarlijke spullen toevertrouwt. Daar lachen ze niet mee op het rectoraat."
"Ik ben onschuldig." Zei Jennifer op bitse toon.
"En nu gaat u zeggen dat ze u proberen er in te luizen zeker?"
"Inspecteur." Zei Jennifer.
"Ik ben ambitieus.
Dat steek ik niet onder stoelen en banken.
Ik wil in alles de beste zijn.
In mijn studies.
Mijn werk hier.
En mijn werk als model.
Ja ik klus ook bij als model.
En wat dat modellenwerk betreft is dit nog maar het begin.
Ik wil hier verder mee doen ja.
En weet ge.
Dat maakt mensen jaloers.
Velen kunnen niet verdragen dat ik ambitieus ben en in die ambities nog slaag ook.
Wat een jaloerse mentaliteit er heerst onder mijn collega studenten, ewel inspecteur daar hebt ge geen gedacht van.
Vooral omdat ze van zichzelf maar al te goed weten dat ze het karakter en het doorzettingsvermogen ontberen om net zoals ik er voor tweehonderd procent voor te gaan.
Zoals het eigenlijk zou moeten.
Gewend om alles in hun schootje te krijgen hé.
Veel van die 'prutsventjes' en 'truttemiekes' op de unief zijn gewoon stronteverwend.
Mamaatje en papaatje betalen alles hé.
En regelen alles voor hen.
Brengen zelfs hun eten, alles in Tupperware pottekes. Ze hoeven het maar in de microgolf te duwen en onder hunne neus steken.
Hun bedje is gespreid.
Het enige wat ze moeten doen is de moeite doen om de lessen bij te wonen, op tijd met hun neus in die dikke boeken te zitten en doen wat er van hen wordt verwacht.
Studeren.
En hard als 't efkes kan!
Maar nee.
Ze zitten liever zich scheef onnozel te zuipen in de Overpoort.
Of te gamen.
Of op Netflix naar stomme TV series te gapen.
En dan zien ze dat iemand als ik die naast haar studies ook nog werkt, bijklust als model en
hard traint om haar lichaam in vorm te houden, datgene doet waar zij glansrijk in falen.
Namelijk slagen voor de examens.
Met grootste onderscheiding.
Zonder hulp van mama of papa.
Ja wat gebeurt er dan denk je?
Ach inspecteur.
Moet ik er een tekeningske bij maken?
Mijn hele leven wordt ik van alles beschuldigt en verdacht gemaakt.
Door gasten die om één of andere reden wel het gerecht aan hun kant hebben.
Is het niet omdat ze toevallig een rijke papa en mama hebben?
Dan is het wel omdat ze tot die ene groep van mensen behoren waarmee ge zogezegd medelijden moet hebben. Die ene groep die voor de maatschappij niets fout kan doen en vooral moet beschermt en gepamperd worden, ook al mogen wij die wel verantwoordelijkheid opnemen een deel van ons loon afstaan om hen in leven te houden.
En waarom?
Enkel en alleen omdat mensen mij het succes dat ik nastreef niet gunnen.
Maar ik heb geen chemische producten gestolen.
En al zeker geen giftig spul!
En al zeker niet om die perverte sukkel van een Joeri Deltombe iets aan te doen, want die zou wel vanzelf doodgevallen zijn door zijn ongebreidelde vetzucht.
En als ge uw onderzoek goed doet, en als het even kan onbevooroordeeld.
Dan zult u vanzelf wel tot deze conclusie komen.
En wat die Joeri Deltombe betreft.
Die zal wel nog meer vijanden hebben zeker? De sukkel.
Bon, was dat alles of is er verder nog iets?" Jennifer wachtte de reactie van Alain of Sarah niet af en stond recht en liep naar de lesruimte.
Daar stond een breedgeschouderde man van midden de twintig.
Donker halflang krullend haar, pak van Armani, parelwitte tanden, glimmende schoenen.
"Hey Maurizio." Zei ze terwijl ze hem om de hals vloog, waarna meteen een lange heftige tongzoen volgde.
"Principessa." Zei hij terwijl hij zijn handen over haar kont liet glijden.
"Ik ga me meteen omkleden schatje." Zei Jennifer. "Dan kunnen we meteen vertrekken."
"Goed, ik wacht wel." Zei Maurizio.

"Man, man, man." Zei Sarah toen ze samen met Alain het fitnesscentrum buiten stapte.
"Die heeft toch ook wel wat kak aan haar gat hangen hé zeg. Wat een arrogant wijf is me dat jong?"
"Tja." Zei Alain.
"Ze denkt dat niemand haar wat kan maken.
Maar dat zal op een dag wel eens lelijk tegenvallen."
Alain opende de deur van zijn auto en stapte in.
Maar wegrijden deed hij niet.
"Waarop wacht je?" Vroeg Sarah.
"Gewoon." Zei Alain.
"Op Jennifer en haar Maurizio.
Die ook geen onbekende voor ons is trouwens.
Maurizio Portarelli: Zoon van de Belgisch-Italiaanse ondernemer Marco Portarelli, stichter en oprichter van Portarelli-Pharmalogics.
Die destijds in opspraak kwam door een affaire van corruptie en afpersing in Wallonië.
Waarbij twee Waalse en zelfs één Federale minister bij betrokken waren.
Maurizio had destijds in een hangar die eigendom was van het bedrijf van zijn vader een heel XTC lab ondergebracht.
Alsook een cannabisplantage."
"Wacht." Zei Sarah.
"Waarom zou Jennifer producten stelen uit het labo van de faculteit farmaceutische wetenschappen als haar vriendje de zoon is van een farmagigant?"
"Bedrijfsspionage," antwoordde Alain.
De faculteit farmaceutische wetenschappen werkt samen met de grootste concurrent van Portarelli-Pharmalogics.
En Jennifer wil in de gratie staan bij haar vriendje, en vooral bij zijn familie.
Haar toekomstige schoonfamilie.
Jennifer is niet alleen erg gebrand om hogerop te komen op de maatschappelijke ladder.
Ze is ook enorm behaagziek en wil bij de juiste mensen op een goed blaadje staan om dat doel te bereiken.
Haar voordoen als de hardwerkende modelstudente is slechts één van die tactieken."
Dan zweeg Alain en deed teken aan Sarah dat ze moest bukken.
De zwarte BMW van Maurizio reed eerst achteruit en verliet dan de parking van het fitnesscentrum.
Alain reed er achter.
De auto reed in de richting van de snelweg, Alain moest het gaspedaal diep induwen om hem bij te kunnen houden.
En dit in de gietende regen.
Net toen ze de BMW de snelweg zagen oprijden ging Alain zijn telefoon af.
Alain nam zijn gsm uit de borstzak van zijn hemd en nam op.
"Hallo...
Wat?
OK we komen er meteen aan."
Aan het rond punt bij de afrit keerde hij en reed terug naar de stad, terwijl  hij met één hand sturend zijn gsm terug op zijn plaats stak.
"Weer een plots overlijden." Zei hij.
"Ditmaal op een trein, vlak voor ie het station zou binnenrijden."
Hij zette de zwaailichten en sirene van zijn dienstwagen aan en reed met gierende banden de stad in.

Morbide obesitas 2



Bart Holvoet werd aan door de commissaris voorgesteld aan zijn nieuwe collega's.
En aan Alain die als hoofdinspecteur zijn directe overste zou worden.
"Jij maakt Bart verder wegwijs." Zei de commissaris.
"Komt in orde commissaris." Antwoordde Alain.
"Ik zie dat jij een grote ICT-specialist bent." Zei Alain die even het dossier van Bart vluchtig bekeek.
"Klopt."
"Ben eigenlijk altijd al met computers bezig geweest.
Toen ik een jaar of twaalf was maakte ik mijn eigen programma's."
Alain bekeek Bart van top tot teen.
"Jij ziet er mij niet meteen het type uit dat de hele dag achter zijn computer zit.
Stevige caruur, gezond kleurtje."
"Ik doe veel sport ja." Antwoordde Bart.
"Hardlopen, lange duurlopen, fitness, krachttraining.
'Mens sana in corpore sano' Chef." Voegde Bart eraan toe.
"Een gezonde geest in een gezond lichaam."
Bart keek even rond.
"Denk wel dat het zal vlotten wat de samenwerking betreft.
Een betrekkelijk jong team, bevalt me wel.
Wie wordt er eigenlijk mijn partner?" Vroeg Bart terwijl hij naar Sarah keek.
"Patrick." Antwoordde Alain zonder verpinken.
"Patrick Muyshondt was de partner van Hubert, je voorganger."
"En wat als ik dat niet wil?" Vroeg Bart uitdagend.
"Dan zal je moeten wachten tot er iemand nieuw is, dan wil ik de boel herschikken.
Maar je kan niet verwachten dat ik voor de grilletjes van een nieuwkomer mijn hele team ga herschikken," reageerde Alain. Sarah zag dat hij zijn best moest doen om zijn zelfbeheersing niet te verliezen.
Bart stond recht en liep naar Patrick en stak zijn hand uit.
"Bon." Zei hij. "Ik hoop dat we goed zullen samenwerken hé... Partner."
Dan ging de telefoon, Alain nam op.
"Met Hoofdinspecteur Donck." Zei hij kortaf.
Na wat "ja, ja, ja," gemompel legde hij de hoorn dicht.
"Ja mannekes, werk aan de winkel.
Plots overlijden in supermarkt. Man ineengezakt aan de kassa, de wetsdokter is al ter plaatse.
Meer onderzoek nodig volgens de wetsdokter."
De rechercheurs stonden recht en deden hun jas aan.
Alain en Sarah stapten in Alain's dienstwagen.
Met een enorme rotvaart en loeiende sirene's reden ze naar de plaats van het onheil.

De rechercheurs liepen de supermarkt in .
Het lichaam van de jonge man werd door de wetsdokter onderzocht achter scherm dat het gebeuren aan het zicht van de andere klanten moest onttrekken.
"Wat is er gebeurd?" Vroeg Alain.
"Jonge gast, stond aan te schuiven aan de kassa.
Viel ineens dood.
Was niks aan te zien.
Wankelde niet, sprak geen wartaal uit.
En ineens viel hij tegen de grond.
En 't was gedaan." Zo deed een ambulancier het verhaal.
De wetsdokter kwam van achter het scherm, hij trok zijn rubberen handschoenen uit en liet zijn monddoek zakken. "Ha hier zijn de mannen se," zei hij terwijl hij zijn hand uitstak naar Alain.
"Op het eerste zicht zou je denken dat het zijn ongezonde voedingsgewoonten waren die hem fataal werden." Zei de wetsdokter.
"Kom maar mee, dan snap je meteen wat ik bedoel." Wenkte hij uitnodigend.
Alain, Sarah, Bart en Patrick volgden hem.
De wetsdokter had de jongeman zijn hemd losgemaakt en zijn broek laten zakken.
Sarah keek weg.
"Jezus Godverdammese!" Riep Bart uit.
"Hoe is zoiets toch mogelijk? Ongelooflijk hoe mensen hun lichaam zo kapot maken?"
Die kar hierachter, was die van hem?"
De wetsdokter knikte.
"Normaal dat die kerel stokkestijfsteendood viel! Zou hier echt geen andere reden voor kunnen bedenken dan dat die kerel zijn eigen graf groef met mes, vork en lepel. Net zoals de grote meerderheid van de mensen tegenwoordig"
"Jij oordeelt voor je alle feiten kent jongen!" zei de wetsdokter terwijl hij Bart met een scherpe blik aankeek.
"Moet blijkbaar nog veel leren mijn beste.
Niet zozeer over computers en dergelijke. Ja ik weet wie wel wie je bent en ik heb al over je komst gehoord Bart." Zei Dirk de wetsdokter in dienst van de recherche.
Maar de rest.
Je zal nog veel moeten leren van het leven eer je een goede rechercheur zult zijn jongeman.
Kom eens even dichter, ik zal u een keer iets tonen."

De wetsdokter ontklede het slachtoffer helemaal.
En legde hem dan op zijn zij.
"Ik heb hier een paar mooie voorbeelden van symptomen die aanwezig waren maar die de omstaanders niet of nauwelijks opmerkten. Ik zou zeggen.... KIJK EN LEER!
Overmatige transpiratie.
Ja zwaarlijvige mensen transpireren heftig, zo bleek ook uit de getuigenissen van de mensen dat het slachtoffer overmatig transpireerden.
Meer dan gemiddeld. Ik zeg u, de oorzaak was NIET zijn zwaarlijvigheid.
Hij sprak geen wartaal uit. Logisch hij zij weinig, moest hij spraakzamer geweest zijn zou duidelijk geweest zijn dat zijn manier van spreken onsamenhangend was.
Hij nam een stuk keukenrol en gleed ermee over de anus van het slachtoffer.
Tamelijk lopende stoelgang, sporen in de onderbroek van het slachtoffer.
Dit duidt duidelijk op diarree. Let ook even op de toch wel erg onnatuurlijke kleur en vooral geur!
Maar door de losse onderkleding viel dit nauwelijks op.
Behalve voor de persoon die achter hem aan de kassa stond dan.
Ik wil maar zeggen, niets is wat het lijkt!"  Zo zei de wetsdokter terwijl hij het stuk keukenrol in een plastic zak deponeerden en opnieuw zijn wegwerp handschoenen uittrok.
"Kunt u misschien ter zake komen?" Vroeg Alain.
"Allez ja, waaraan denk je dat?"
"Vergiftiging." Zei Dirk Dejonghe - die al 25 jaar ervaring als wetsdokter en forensisch onderzoeker had - terwijl hij monddoek verwijderde en zijn bril afnam
"Het is pas na de eigenlijke autopsie en de resultaten van de bloed, urine en faeces stalen dat we echt zekerheid zullen hebben.
Maar alles wijst op zeer zware vergiftiging, die uitmondde in een acute hartverlamming die het slachtoffer uitindelijk fataal werd.
Maar aangezien het meer dan duidelijk is dat het slachtoffor weinig of niets inzat met zijn eigen gezondheid, had hij waarschijnlijk zelf amper door dat de pijn en andere symptomen waar hij maar bleef mee lopen een externe oorzaak hadden."
"Ja, vergif kan ook heel langzaam en stelselmatig worden toegedient zonder dat het slachtoffer daar weinig of niets van merkt, tot het te laat is." Merkte Sarah op.
"Zeer goed gezien Sarah." Zei Dirk terwijl hij probeerde recht te komen.
"Tenminste toch iemand die nadenkt in dit team."

Het lichaam werd in een lijkzak gelegd die meteen werd toegeritst.
De opdrach zat er op en de rechercheurs keerden terug naar het bureau waar het nodige papierwerk en de op te maken processen verbaal op hen wachtte.
"Goed." Zei Alain enkele uren later tijdens de briefing op het bureau.
Wat weten we al over het slachtoffer?" Vroeg hij.
"Heb samen met Bart al het één en ander uitgeplozen." Zei Patrick.
"Joeri Deltombe: 28 jaar, werkloos en geen onbekende voor het gerecht.
Vijf jaar geleden aangeklaagd voor openbare zedenschennis en het begluren en betasten van jonge meisjes in het stedelijk zwembad.
Woont samen met zijn moeder die invalide is, leven allebei van een uitkering."
"Met andere woorden, een stel lamme asociale uitzuigers waar wij voor mogen opdraaien.
Leven bij de gratie van onze lakse overheid." Merkte Bart cynisch op.
"Sorry maar dat moogt ge niet zeggen." Reageerde Sarah.
"Waarom niet?
Het is toch zo.
Kan me zo al voorstellen hoe die stal waar ze wonen er uit ziet.
Wordt weer een leuk dagje als we daar nog langs moeten."
"Sarah en ik zullen dat wel doen. Ik heb een andere taak voor jullie." Zei Alain beslist.

Even later reden Alain en Sarah door de gietende regen.
Ze rede een straat in met langs beide kanten eindeloze rijen monotone woonblokken van zo'n drie verdiepingen hoog in bruingrijze stenen opgetrokken.
Alain hield halt en zette zijn hoed op.
Het bleef maar onophoudelijk regenen, welks de buurt nog grauwer en deprimerender maakte dan hij al was met de slordig geplaatste fietsen tegen de muren, de amper onderhouden tuintjes, de satellietontvangers aan de terrassen en de beduimelde, vaak versleten gordijnen achter de vaak amper gewassen ramen die een likje verf best konden gebruiken.
Alain en Sarah liepen naar het portaal, waar Alain de deurbellen bekeek.
Vale papiertjes achter het glas met nog amper leesbare namen.
Of gewoon geen naam op de deurbellen.
Dan viel Sarah's oog op de namen op de brievenbussen.
"Hier! Deltombe J, Vervecke M.J. Appartement 0301."
"Goed gezien meid." Zei Alain die op de bel onder het nummer 0301 duwde.
"Allo wie is 't."Hoorden ze een vrouwenstem zeggen tussen het gekraak door.
"Politie, mogen we even naar boven komen?" Vroeg Alain.
"Wie da?" 
"De politie, lokale recherche." Herhaalde Alain.
"We zouden u graag even willen spreken."
De deur werd geopend zonder verder antwoord.
Aan de liftdeur kleefde een papier met daarop 'defect', dus zat er voor Alain en Sarah niks anders op dan met de trap naar boven te lopen.
Van achter de deur rechts op de eerste verdieping rook het naar soep en van achter de deur links op de tweede verdieping weerklonk er hitsig gekreun.
"Het gaat er hier precies passioneel aan toe." Merkte Alain op.
Ze liepen verder, halverwege begon Alain alsmaar luider te hijgen bij elke trap die ze tot aan de derde verdieping nemen moesten.
Nadat hij het zweet van zijn voorhoofd had gedept met een zakdoek belde Alain aan bij de deur links waaraan een koperen plaatje met daarop de nummers 0301 was aangebracht.
Meteen ging de deur open, een zwaarlijvige vrouw deed open.
Ze had een kamerjas over zich heen getrokken, daaronder was ze naakt.
"Voor wat is 't?" Vroeg ze.
Alain toonde zijn badge.
"Het gaat over uw zoon." Zei hij.
"Nee... Diejen heeft zich toch niet weer in nesten gewerkt hé." Zuchtte Marie José Vervaecke, de moeder van Joeri.
"Mogen we even binnenkomen?" Vroeg Sarah.
Marie José leidde Alain en Sarah binnen op haar appartement.
Het rook er naar javel, Dettol en geurverfrisser.
Maar dat kon niet verbergen dat het appartement doordrongen was van een indringende geur van sigarettenrook. Op de salontafel lagen er puzzelboekjes en tijdschriften, alsook een overvolle asbak en ernaast een lege kom waarin ontbijtgranen met chocolade hadden gelegen.
"Misschien is het beter dat u even gaat zitten." Zei Sarah.
Marie José zette zich in de grote zetel, Sarah zat naast haar terwijl Alain tegenover haar zat in een clubzetel.
"Mevrouw." Zei Alain met diepe ernstige stem.
"Uw zoon is in de supermarkt in elkaar gezakt.
Hulpdiensten konden niets meer voor hem doen."
De vrouw hield haar handen onder haar gegroefde gelaat.
"Joeri." Stamelde ze.
"Hoe... Hoe kon dat nu gebeuren?
Allez ja, hij was niet van de gezondste. Ik heb hem zo dikwijls gezegd dat hem iets aan zijn gewicht zou moeten doen.
Maar dit... "
"Kijk mevrouw." Zei Alain.
"Ik ga er geen doekjes om winden.
Maar we vermoeden kwaad opzet.
Bij een eerste onderzoek stelde de wetsdokter sporen van vergiftiging vast."
"Vergiftiging?" Zei Joeri's moeder verwonderd.
"Nader onderzoek moet nog volgen.
Maar we gaan er nu al van uit dat het hier om een verdacht overlijden gaat."
"Maar." Stamelde de moeder. "Ik zou nie weten wie er onze Joeri kwaad zou doen.
Die jongen deed niemand kwaad.
Wat wilde, hij komt amper buiten.
Moest ik hem niet om boodschappen sturen, hij zat de helen dag op zijn kamer achter diene computer."
"U vroeg meteen wat hij nu weer had uitgestoken." Is daar een reden voor.
Lijkt me wel vreemd dat een jongeman die anders de hele dag achter zijn computer zit zich in nesten zou werken eens hij buiten is."
"Meneer." Zei Marie-José.
"De Joeri, diejen was veel te braaf." Zei ze terwijl de tranen van haar wangen rolden.
"Daar maken de mensen altijd misbruik van hé.
Zoals die trezebezen in 't zwembad.
Die maakten hem de kop zot.
Ja zijn hormonen sloegen op hol.
En nee, dat had hij niet mogen doen, zijn broek afsteken in het water. En tussen hun benen gaan voelen.
Maar wat wilt ge?
Ze beloofden hem van alles.
Twee jonge slanke poppemiekes, 'goed van schap' zoals ze zeggen."
Marie José zuchtte diep."
"Als je wil kunnen we contact opnemen met iemand van slachtofferhulp." Zei Sarah.
"Nee mamzel da's nie nodig. Ik trek mijne plan wel.
Heb dat altijd al moeten doen.
Heb al zoveel meegemaakt."
Marie José liet het hoofd hangen terwijl ze nogmaals diep zuchtte.
"Mijne zoon kwijt.
Dat kan er nog justekes bij."

Even later liepen Alain en Sarah terug naar buiten.
"Die vrouw doet zich sterker voor dan ze is." Zei Sarah.
"Die zal haar klop nog krijgen."
Alain zei niets, keek naar de grond.
Zich niets aantrekkend van de diepe plassen waar hij gewoon door liep.
"Ben benieuwd of Patrick en onze nieuweling Bart hun opdracht hebben uitgevoerd.
Want een van die twee 'trezebezen' die Joeri vijf jaar geleden hebben aangeklaagd studeert op dit moment toevallig voor apotheker.
Nu ja, voor hoe lang nog?
Er loopt een onderzoek tegen haar voor het ontvreemden van allerlei stoffen uit het labo op de universiteit.
Daar kan je echt wel van alles vinden.
Ook stoffen waarmee je iemand quasi ongemerkt kan vergiftigen.
Nu ja, het is maar wat je ongemerkt noemt.
Om onze wetsdokter Dirk Dejonghe om de tuin te leiden moet je al van goede huize zijn."




woensdag 17 januari 2018

Morbide obesitas


De lucht was grijs en grauw.
Egale regen viel onophoudelijk en maakte diepe plassen in straten en pleinen die er troosteloos bijlagen op deze ronduit uitgeregende dag.
Het leven ging zijn gewone gangetje.
Mensen liepen gebogen onder hun paraplu's naar hun werk.
Een verre groet, een stil gebaar.
Auto's reden in zeven haasten door de straten.
Rechercheur Alain Donck had de kraag van zijn regenjas diep over zijn hoofd getrokken en liep haastig naar 't Crossaintje waar hij zoals elke ochtend met zijn partner Sarah Van Beiren afsprak voor een snel ontbijt voor ze naar het politiebureau gingen waar ze dan aan het werk gingen.
Alain trok zijn regenjas uit en hing hem aan de kapstok, net als zijn zo goed als doorweekte hoed.
Dan ging hij zitten en bestelde een kop zwarte koffie.
'Heet en straf' zoals hij altijd pleegde te zeggen.
Sarah keek hem aan, en begroette hem met zachte stem.
"Dag Alain." Zei ze.
"Dag liefje." Zei Alain. "Goed geslapen?"
"Tuurlijk." Zei ze.
"Altijd als ik voor het slapengaan aan jou denk." Voegde ze eraan toe.
Alain glimlachte, voelde het warm worden aan zijn hart.
Het eeuwige gevoel van somberheid verdween wanneer hij in haar heldere blauwe ogen keek.
Discreet legde hij zijn hand in de hare onder de tafel.
Dan kwam Dieter de zaakvoerder van 't Croissantje met een dampende kop koffie.
"Dat zal me smaken." Zei hij terwijl hij de hete drank voorzichtig liet binnenglippen.
"Wat een weer hé." Zei Sarah.
"Zwijg stil." Antwoordde Alain.
"Had vandaag liever gewoon binnengebleven.
Met een goed boek en een streepje jazz.
Maar ja, de plicht roept hé."
Hij nam zijn krant en begon erin te lezen.
Zijn oog viel op een artikel over 'de risico's op kanker bij een te hoge consumptie van rood vlees'.
"Zijn ze daar weer ja?
Met al hun dikke zever.
Als het van die dokters en dieetgoeroes afhangt eten we alleen nog konijnenvoer en drinken we plat water.
Alstublieft hé zeg."
"Ja brombeertje." Zei Sarah plagend.
"Beetje letten op je voeding, dan hoef je niet met lood in je schoenen naar de cardioloog gaan.
Wanneer was die afspraak nu ook weer?" Voegde ze er met een plaagstootje aan toe.
Alain zijn niets en schudde het hoofd.
"Meisje alstublieft.
Doe me er niet teveel aan denken.
God wat haat ik dat.
Eens in het jaar is niet meer genoeg, nu wil Dr Persoone dat ik elke zes maand op controle ga.
Als er één iets is waar ik hartkloppingen van krijg is het van het idee dat ik weer naar die rotkliniek moet ja.
God wat heb ik een hekel aan klinieken.
En nog meer aan dokters, vooral deze van het moraliserende soort.
Met hun eeuwig opgestoken vingertje."
Hij wenkte naar Dieter.
"Nog een koffie graag... Heet en straf."
"Komt in orde klonk het van achter de toonbank."
-
Op dat moment stalde een jonge kerel zijn fiets in de fietsenstalling van het politiebureau.
Hij liep naar binnen terwijl hij zijn regenjas losmaakte en hield halt bij het onthaal.
"Goeiendag juffrouw." Zei hij. "Ik had een afspraak met Commissaris Wim Van Marcke in verband met mijn overplaatsing naar dit korps."
"En uw naam is?" Vroeg Elke, de jongedame aan het onthaal.
"Holvoet. Bart Holvoet om u te dienen. En wat is uw naam."
"Noem mij maar gewoon Elke." Zei ze blozend, momentje ik bel de commissaris even.
Na een kort telefoontje kwam de commissaris gewoon naar beneden.
"Goeiemorgen." Zei hij.
"Dus u bent de jongeman die onze ploeg van rechercheurs komt versterken?"
Dat klopt," zei Bart terwijl hij de commissaris een stevige handdruk gaf.
Aaah, goed zo," zei Commissaris Wim Van Marcke. "Volgt u maar even mee naar mijn kantoor."
Bart Holvoet, 26 jaar, diploma ICT op zak en nu pas zijn opleiding voor rechercheur voltooid.
Heeft zich kandidaat gesteld om als rechercheur bij de lokale politie aan de slag te gaan en doordat Hubert Jonckheere, de oudste rechercheur van het team op pensioen gaat is er dus een plaats vrijgekomen zodat Bart Holvoet meteen aan de slag kan.
"Je hebt geluk jongeman." Zei de commissaris. "Dat er net een plaats vrij is door de pensionering  van een van onze mensen.
Hubert was een krak met computers, dus zijn opvolger zal zeer straf uit de hoek moeten komen. Maar als het interne rapport dat ik heb opgevraagd bekijk zal jou dat zeker lukken."
"Die uitdaging ga ik met plezier aan commissaris." Zei Bart zelfverzekerd.
"Dat hoor ik graag. Laten we maar meteen naar beneden gaan, rond deze tijd komen de rechercheurs gewoonlijk toe, kunnen we meteen nader kennismaken."

Terzelfder tijd.
Een supermarkt aan de rand van de stad.
Een jongeman tjokte door de rayons.
Zijn winkelkar vol cola, fastfood, diepvriespizza, voorverpakte hamburgers etc.
Zijn gezicht rood aangelopen.
Zweet parelde over zijn wangen en langs zijn neus.
"Zie diejen dikke." Wezen twee meisjes hem na.
"Hij is precies nog niet vet genoeg, moet eens zien wat er in zijn karreke zit?" Zei het ene meisje tegen het andere.
Ze giechelden van de pret.
Hadden lol met een meer dan zwaarlijvige jongeman die duidelijk niets inzat met de zichtbare gevolgen van zijn ongezonde levensstijl.
Hij liep langs de rayons met bier.
Schoof een bak Stella Artois op het rek onder zijn karretje en gooide nog twee sixpacks Chimay Bleu in het karretje tussen de diepvriespizza's en de flessen cola.
Dan waggelden hij richting kassa waar hij tijdens het aanschuiven nog verschillende soorten snoep en chocolade bars in zijn karretje legde.
Er was nog één persoon voor hem aan de kassa.
Hij begon zijn koopwaar al uit te stallen.
De meisjes sloten achteraan aan in de rij.
"Moet dat zien, moet dat zien." Zei één van de meisjes nogal luid.
"Straks ontploft hem nog!"
Beide meisjes giechelden op een zodanig irritante wijze dat het de dame voor hen irriteerde.
"Is 't plezant ja?" Vroeg ze geërgerd.
Ze wierp hen een zodanig boze blik toe dat ze niets meer durfden te zeggen.
De kassierster scande de koopwaar van de jongeman die alles meteen weer in zijn kar legde.
"Dat is dan 117 euro en 78 cent meneer zei ze."
De jongen haalde zijn portefeuille uit zijn bruine natgeregende jas en begon te zoeken naar zijn bankkaart.
Dan ineens viel hij op de grond.
Zijn winkelkar schoot achteruit en kwam met een keiharde knal tegen die van de dame die zich zo even ergerde aan de giechelende tienermeisjes die meteen begonnen te gillen toen ze het zagen gebeuren.
De jongen bleef roerloos liggen.
Een jongeman die net aan de kassa ernaast had afgerekend en met zijn volle winkelkar passeerde schoot te hulp.
"Opzij." Zei hij. "Trek die winkelkar weg en geef me wat ruimte! Ik ben ambulancier, ik weet wat ik moet doen."
Dan keek hij om zich heen.
EN BEL EEN AMBULANCE!!!!"

vrijdag 22 december 2017

De liefde kwam met kerst (slot)


Kerstavond.
Voor velen een avond die ik het teken staat van uitgebreid eten, decadent tafelen, en dure cadeau's.
Maar niet voor Yenka, Antoinette en Kerwin.
Kerwin stond in de keuken, hij maakte een eenvoudig maar o zo lekker Surinaams gerecht klaar dat zijn moeder nog voor hem klaarmaakte.
"Het is het laatste wat mij aan haar herinnert," zei hij.
"Haar kookkunsten.
Ze leerde mij koken.
Had geen andere keuze.
Want ze moest werken, en ik moest voor mijn kleine zusje zorgen.
Haar van school halen, eten voor haar maken, wassen, in bed stoppen."
Kerwin vertelde zijn verhaal.
Een verhaal van bittere armoede.
Van uit huis zettingen, slapen in de metro of in winkelportalen.
In een instelling geplaatst worden.
Dit alles nadat ze door hun vader letterlijk op straat werden gezet.
Zomaar.
Van de ene dag op de andere.
Kerwin werd samen met zijn zusje in een instelling geplaatst.
Maar gingen ze elk apart naar een ander pleeggezin.
"Ik heb sindsdien nooit meer iets over mijn zusje gehoord." zei ze.
"Ze heette Amber.
Amber Leeflang!"
Yenka schrok op.
Hield haar handen voor haar gezicht.
"Goat het kinneke!" vroeg Antoinette bezorgd.
"NEEEEEE!!!!" Riep Yenka verschrikt.
Ze tastte in haar broek, haalde haar portemonnee boven.
Naast haar identiteitskaart en wat verfrommelde kaartjes met adressen en telefoonnummers op, zat er een foto in.
De foto die ze aan verpleegster Aisha toonde.
Ze gaf het aan Kerwin.
Hij bekeek de foto.
Zijn handen begonnen te trillen.
"Hoe kom je daaraan?" vroeg hij.
Yenka boog het hoofd, tranen liepen over haar wangen.
"Amber...
Was mijn pleegzusje.
En tot dusver de enige persoon.
Die echt om me gaf.
Die me vriendschap, liefde en warmte schonk.
De enige persoon die ik kon vertrou... "
Het werd Yenka te machtig.
Het verdriet zat erg diep.
Ze huilde, met haar handen voor haar gezicht.
"Moppie toch," zei Kerwin terwijl hij rechtstond.
Teder drukte hij haar hoofd tegen zijn borst.
"Mijn lieve lieve meissie.
Jij hebt mijn zusje gekend.
Met haar samen gewoond in een pleeggezin."
Yenka knikte bevestigend.
We hadden zo'n mooie tijd samen.
Zoveel mooie momenten beleefd.
Amber en ik.
Tot die ene dag.
Het was de laatste week van de grote vakantie.
We zouden naar de zwemvijver gaan even buiten de stad waar we woonden.
Wij twee.
Een dagje pret maken, onze badpakken mee, zonnecreme, wat boeken, een strandbal.
We reden langs een drukke baan en zouden een weggetje inrijden dat naar het domein leidde.
Amber reed voorop, stak haar hand op en wilde inslaan.
Op dat moment."
Yenka's adem stokte.
Kerwin kreeg het koud.
"Nee!" zei hij.
"Toch geen ongeluk?"

Yenka keek Kerwin aan met grote ogen
Betraande ogen.
Op dat moment kwam er een auto aangeraasd.
Met veel te hoge snelheid.
Ik riep nog naar haar.
Maar het was te laat.
Amber werd de lucht in geslingerd.
Viel met een smak op het asfalt.
Ik hoorde...
IK HOORDE HAAR SCHEDEL KRAKEN!"
Kerwin zag de verbijstering op haar gezicht.
"Elke nacht Kerwin.
Als ik slaap.
Of als ik alleen ben.
Of wanneer ook.
Hoor ik weer dat geluid.
Dat vreselijke krakende geluid.
Amber," fluisterde Yenka zacht.
"Ze is elk moment in mijn gedachten.
"Op den duur verlangde ik naar de dood.
Omdat ik dan bij haar zou zijn.
Verenigt met die ene persoon die me nam zoals ik was."
Kerwin, de harde kickbokser.
De ruige kerel met de dreadlocks en tatoeages.
Had tranen in zijn ogen.
Die hij de vrije loop liet.
"Mijn zussie.
Godverdomme!
Nooit heb ik er iets van haar vernomen.
Hoe hard ik ook zocht.
Maar nu.
Wat is de wereld toch klein.
Dit is geen toeval." zei Kevin.
"Amber heeft mij tot jou gebracht.
Toen ik je zag, dan wist ik.
'Er is wat met dat meissie.
Nu weet ik wat het is.
Wat mij zo in jou aantrok.
Wat mij zo sterk met jou verbonden raakt.
Ze zorgt voor ons Yenka.
Ze geeft om jou, en om mij."
"Geloof jij dat?" vroeg Yenka.
"Jij niet dan?" reageerde Kerwin meteen.
"Jawel," antwoordde Yenka.
Nu meer dan ooit.
Oh Kerwin, ik ben zo blij dat ik leef.
Dat ik troost en geborgenheid kan vinden in je armen."

De avond vorderde.
Op TV speelde er een kerstfilm, maar dan zette Antoinette de TV uit.
"Al dieje zever.
Al dat hypocriet gedoe.
Allez joa, 't is toch woar zeker?
Mensen klappen een hiel joar nie me mekander, leven neffest mekander in plots van met mekander. En naa goan ze samen aan tafel zitten en wa smoelen trekke nor mekoar.
Gelek maane zeun, aawe pa." Bij die woorden keek ze naar Kerwin.
"Oep Kerstavond mokt em gevulde kalkoen, en foie-gras als voorgerecht.
En den dag na 'nieufjoar' verkoopt hem m'n huis.
Zaan aauwerlijk huis hé!
On nen bouwpromoteur.
Die d'er appartementen had gezet.
Terwijl lag kik in 't gasthuis met diejen hersenbloeding die 'k op ouderjaarsavond gekregen had.
Woar da 'k een joar veur moest revalideren.
't Was om die revalidatie te betoale zeit hem.
Den dikke leugeneir!!
Om zaan gokschulde te betoale joa.
Van die pokeravonden dat hem hield in zaan café.
Dat hem ook van maa heeft afgepakt.
Café 't Arsenaal.
Da was maan café hé!!!"
Yenka schaamde zich diep.
"Het was daar." zei ze.
"Dat ik me prostitueerde om aan geld te geraken voor mijn medicijnen."
"Da weet ik kinneke!" zei Antoinette.
"Ik weet alles wat er in da café gebeurt.
ALLES!
Mor 't zal nie laank dure.
Of 't is gedoan me zaan spellekes.
Doarom hem ik de Kerwin oepgedroage om veur aa te zorge.
Om aa op te zoeke.
In plaats dat hem zich over maa bekommerde.
Ik hem maanen taad g'had.
Mor gaa moest oit de klaawe van de John.
Jaa dat dan weer wel.
En ik hem nog ne verrassing veur hem.
Mor da weet hem nog nie.
Da's veur na nieuwjoar."

Dan ging de bel.
"Wie is da naa? Op dees uur."
Antoinette nam haar looprek en schuifelde naar de deur.
Dan werd er geklopt.
"Da vremd gespois hieronder zeker?" foeterde ze.
"Of ene die ze binne geloaten hemme."
Ze opende de deur die vastgemaakt werd met een ketting.
"Wa komde gaa ier doen stuk gijze crapuul?" Vroeg Antoinette boos.
"M'n schulde betalen," klonk het van achter de deur.
"Zievert nie sukkeleir. Me wa?
Mé peeschijve zekers?"
"Lot me binnen ma." Klonk het.
"Khem veel te vertellen."
Het was dus haar zoon 'Dikke John', die het café 't Arsenaal uitbaatte.
Aarzelend opende Antoinette de deur.
John betrad de ruimte.
"Dag jongen," zei hij tegen Kerwin.
"En dag... 'Juffra'."
Hij bekeek Yenka.
"Amai gij ziet er goed uit maske." zei hij.
"Kleur op uw gezichtje."
"Ja dat ies" zei Antoinette.
Mor da's niet van 't geen da gaa eur liet doen hé veur wa centen en e sjiek." voegde ze er cynisch aan toe.
"Dat was fout, ik weet het.
Yenka had hulp nodig." zei John.
"En ik maakte daar misbruik van."
Dan zette hij zich neer, legde een map op tafel met allerlei documenten.
"Lot me terzake komen ma." Zei John.
"Khem 't café verkocht.
Ja, on nen bouwpromotor.
Dieje got hiel den blok platsmaate.
Die bouwpromotor bood me een stevige som geld. Meer dan de waarde van het café zelf.
Met dat geld kan ik, zelfs als ik mijn schuld nog afbetaald heb.
Nog heel royaal leven.
En dat gon ik naa doen.
Mijn schulden betalen."
John duwde zijn moeder een checque in de handen.
"Ma.
Dees is voor u.
En Kerwin.
Sorry.
Sorry da 'k u verloochende.
Da 'k u en uw zus nie erkende als mijn kinderen.
't Ging nie meer tussen uw moeder en mij.
En ik werkte dat uit op u.
En op Amberke.
Ik smeet ulder buiten.
Zonder aan de gevolge voor ulder te denke.
Ge moet maa nie vergeven Kerwin. Da verdiene kik toch nie."
Kerwin stond recht en sloeg zijn handen om zijn vaders hals.
"Ik vergeef je pa." zei hij.
"Maar begrijp dat ik verder wil met mijn leven.
Samen met Yenka.
Ik heb haar gevonden, op vraag van oma mij over haar ontfermd.
En met haar wil ik verder.
Voor het leven."
"Da's goed jongen." Zei John terwijl hij zijn handen op Kerwins schouders legde.
"Zorgt voor heur.
Ik denk dat gij beter voor heur zult zorgen, dan ik voor ulle."
Dan verliet John met gebogen hoofd het appartement.
En sloeg de deur achter hem dicht.

Dan doofde Antoinette de kaarsen.
Deed de lichtjes van de sober versierde stokoude kerstboom uit en gooide een deken op de grote zetel.
Dan opende ze de deur.
"Guldr moogt oep 't grote bed slapen.
Ik slaap hier wel oep de zetel."
"Nee oma, wij slapen hier wel." zei Kerwin.
"Jij moet toch niet in de zetel slapen, op je leeftijd."
"Woaroem nie?"
Ze keek Kerwin en Yenka met twinkelende ogen aan.
"Gulder zaat e joeng koppel.
Gulder hebt ruimte nodig.
De ruimte van e goe bed.
Doe maa een plezier.
En geniet van mekander.
Gulder hebt het verdient.... "
Yenka en Kerwin stonden recht.
Gaven Antoinette een stevige knuffel.
Antoinette keek Yenka recht in de ogen.
"Welkom in de familie kinneke," zei ze gevolgd door een ferme smakkerd van een zoen.
Dan nam Kerwin haar hand en leidde haar de woonkamer uit.
Opende de deur van de slaapkamer en knipte het licht aan.
Het rook er muf.
De kou kwam door de spleten van het raam en de muren waren beschimmeld.
Het bed was oud en doorleefd, de lakens grauw en het deken stonk naar ranzig zweet en zelfs naar urine.
Maar wat deerde Yenka helemaal niet.
Dit was al meer dan ze gewend was.
Na al die tijd op straat te leven.
OK, haar bed in het ziekenhuis was properder en de kamer verwarmd.
Maar een ziekenhuis is maar een ziekenhuis hé.
Hier op het appartement van Antoinette was het sober.
En dat was dan nog een understatement.
Maar de warme ontvangst van Antoinette maakte zoveel goed.
En vooral.
Kerwin stond aan haar zijde!
Yenka keek hem aan.
Sloeg haar handen rond zijn hals.
"Kerwin," zei ze.
"Ik hou van je.
Echt.
Ik hou zo zielsveel van je lieverd.
Ik schenk je mijn hart Kerwin.
Het zal altijd van jou zijn.
Altijd."
Ze kuste hem.
Ze maakte zijn broeksriem los.
Hij liet haar begaan.
"Vrij met me Kerwin.
Toe.
Ik wil je al mijn liefde geven.
Mijn lichaam hoort jou toe Kerwin.
Voor eeuwig.
Lieverd...
VOOR EEUWIG!"
Kerwin streelde haar lange blonde haren.
"Moppie," fluisterde hij teder in haar oor.
"Ik laat jou nooit in de steek meissie.
Ik blijf je trouw.
Wij horen samen."
Hij trok haar t-shirt uit.
"Morgen gaan we naar de stad moppie.
Warme kleren kopen.
Want met dat vod van een jas en dit t-shirtje ga je echt de winter niet doorkomen hoor."
Hij trok haar t-shirt naar boven.
Streelde haar borsten.
"Ze gaan wat hangen hé," zei Yenka.
"Heb mijn bh weggegooid, ging niet meer dicht."
"Morgen koop ik er voor jou.
En nog veel meer.
Niets is teveel voor jou lieve Yenka," zei Kerwin.
Hij trok zijn trui uit en ging bovenop haar liggen.
Kuste haar.
Zoende haar hals, beet speels in haar oorlelletje.
Terwijl hij haar broek naar beneden trok.
Yenka begon zwaarder te ademen toen ze zijn hand voelde tussen haar benen.
Zijn vinger vond haar clitje dat hard en gezwollen was.
"Oooooh niet stoppen nu lieverd," kreunde Yenka.
"Ga zo door.
Oooh jaaa!
Ga zo door Kerwin.
Zacht woelde ze door zijn dreadlocks.
Terwijl hij gretig en met volle goesting haar volle ronde tepels likte.
"Oooh fuck dees is zo zalig," kreunde Yenka zacht.
"Dees is genieten.
Dees is gewoon genieten.
Gewoon keihard genieten!"
Op een stille kerstnacht ging er een wereld voor haar open.
Beleefde ze iets wat voordien onbekend was voor haar.
In plaats van seks te hebben met hitsige dronkaards, en wanhopige geile venten die haar geld gaven om hun kwakje tussen haar benen te lozen.
In plaats van haar lichaam te verkopen voor wat stuivers of voor net voldoende geld voor een consultatie bij de dokter of de aanschaf van dure maar voor haar levensnoodzakelijke medicijnen.
In plaats daarvan.
BEDREEF ZE DE LIEFDE!
Bedreef ze de liefde met die jongen die haar redde uit de klauwen van een stel junks die haar geld stalen en haar wilde verkrachten, en God weet wat ze nog van plan waren?
Bedreef ze de liefde met die jongen die haar opzocht in de kliniek, haar smeekte om toch akkoord te gaan met het uitvoeren van die ene levensnoodzakelijke operatie.
En die voorstelde om deze te betalen.
Die ene jongen die zijn carrière als kickbokser opgaf.
Voor haar.
VOOR HAAR!
Kerwin hief zijn hoofd op terwijl hij haar vingerde.
Zag hoe haar lichaam schokte.
Hoe elke vezel van haar lichaam zich opspande.
Hoe haar hoofd heen en weer ging en ze haar armen uitstrekte tot boven haar hoofd en ze met haar beide handen trok aan het kussen waarop haar hoofd rustte.
"Ooooooh!" kreunde ze.
"Oooooh Kerwin!
Niet stoppen nu!
Oooooh fuck, dees is zo zalig gast!
Niet stoppen nu Kerwin!"
Yenka raakte in extase.
Slaakte een langgerekte kreet.
Beleefde een orgasme zoals ze er nooit een meemaakte.
Voor zover het tot een orgasme komen kan als je bedpartner een geile zatlap is die vooral zo snel mogelijk wil klaarkomen.
Dit was het verschil.
Yenka beleefde haar eerste seksuele ervaring die met haar naar bed ging UIT LIEFDE!
Die haar in de eerste plaats genot wilde schenken.
Kerwin genoot ervan hoe ze opging in dat extasische moment.
Zag haar gezicht vertrekken toen ze klaarkwam, hoe haar lichaam schokte.
Daarna die gelukzalige glimlacht op haar gezicht.
Kerwin kustte haar.
Voelde hoe haar lichaam sidderde.
"Dees was zo zalig." Zei ze met een snik in haar stem.
"Nooit meegemaakt zoiets.
Echt niet."
"Lieve Yenka," zei Kerwin.
"Dit is nog maar het begin.
Oh moppie van me." zei hij terwijl hij zijn broek uittrok.
"Verdomme wat heb ik toch zoveel zin...
In jou.
Alleen nog in jou."
Dan spreidde hij haar benen.
Kwam in haar.
"Oooooooooh jaaaa kom maar!" Zei Yenka terwijl ze Kerwin een handje hielp.
Ze voelde zijn heerlijke geslacht diep in haar binnendringen.
Hij keek haar aan.
Begon haar weer te kussen.
Terwijl hij heel traag heen en weer ging.
Buiten viel de sneeuw onophoudelijk.
De daken zagen wit.
In de verte stak de 'Onze-Lieve-Vrouwetoren' boven de daken uit.
Als een eenzame wachter in de stilste nacht van het jaar.
Vanuit de kamer leek het wel of de oude toren de wacht hield.
Of hij waakte over het jonge zielsgelukkige paartje in die kleine koude en tochtige kamer.
Waar hun lichamen één werden en hun zielen samensmolten..
Kevin en Yenka zouden van die dag af niet meer van elkaar te scheiden zijn.
Dat staat nu al vast.
Dat was wat Antoinette zo graag zag gebeuren.
De zetel was ongemakkelijk en ze slaagde er amper in om haar oude knoken tot rust te laten komen.
Maar wat deerde dat?
Met plezier gaf ze haar bed af aan die twee jonge mensen die elkaar tijdens het kerstmaal zielsgelukkig in de ogen keken.
Wiens handen elkaar steeds weer zochten.
Antoinette  rechtte zich en nam nog een slok van haar kopje thee.
Dan ging ze weer liggen en staarde ze voor zich uit terwijl ze het dekentje dat ze in de zetel had gelegd over zich trok.
Ze keek uit het raam, zag de sneeuw dwarrelen.
Ze hield haar adem in, luisterde.
Antoinette hoorde Yenka kreunen.
Eerst heel zacht.
Dan steeds luider.
Ze hoorde het ritmische piepen van haar oude bed.
"Geniet er mor van kinneke," zei ze tegen zichzelf.
"Het is 't schoonste wat er tussen twee mensen kan zaan.
En sourtout!! 
't Kost niks!!!"

donderdag 21 december 2017

De liefde kwam met kerst 4


Twee weken later.

Kerwin zat op de trein die door een wit sneeuwlandschap raasde.
Het bleef maar sneeuwen.
Wat eens vaalgroen en bruin was onder een eeuwig miezerige grijze hemel, werd nu een prachtig en feeëriek sprookjeslandschap.
Het typische vlakke landschap van polders en weilanden leek te transformeren in een tafereel uit één of andere oude vergeelde kerstkaart;
Maar Kerwin had geen oog voor al dat mooi's.
Hij dacht aan Yenka.
Die herstelde van de zware operatie die ze onderging.
Waar ze tot zijn grote opluchting mee instemde.
Hij hield zijn belofte en  nam de kosten van de operatie en haar verblijf in het ziekenhuis op zich.
Om die kosten te betalen verkocht hij zijn auto.
Aan een autohandelaar in Amsterdam die hij goed kende en er een flinke prijs voor betaalde.
Hiermee zette hij pas echt een punt aan zijn vluchtige leventje als professioneel kickbokser.
Een leven dat hem veel geld opbracht alsook heel veel aandacht van gewillige vrouwen.
Maar dat interesseerde hem niet.
Ja.
Het kickboksen maakte dat hij van de straat weg was, en van de drugs en de criminaliteit.
Maar ergens wrong er wat.
Dat leventje van snel geld, geslijm en valse vrienden.
Het was toch zijn leventje niet.
Dat zei hij dan ook tegen zijn trainer en manager toen hij aankondigde er voorgoed mee te kappen.
"Komaan Kerwin, je bent zo goed op weg naar de top." zei Joop Moorkens zijn trainer die hem alles leerde.
"Jonge gozers kijken op naar je Kerwin," viel Harry Vonk, Kerwins manager hem bij.
"Stel hen niet teleur."
"Ik zou hen net teleurstellen moest ik net doorgaan met dat leventje dat vluchtig en oppervlakkig is.
Er is meer dan met geld smossen en meiden versieren.
En dat 'meer', daar wil ik nu voor gaan."
Beide mannen beseften dat het geen zin had om de zelfverzekerde Kerwin te overtuigen.
Hij was zelfs aan het solliciteren geslagen en vond een job in de onderhoudsploeg van een groot chemiebedrijf in de haven.

Kerwin keek voor zich uit.
Met Yenka in zijn gedachten.
Hij had haar die ochtend nog aan de lijn.
Haar stem klonk fris en opgewekt.
Het deed hem zoveel plezier haar zo te horen.
Zo heel anders dan voor hij naar Nederland vertrok voor zijn laatste kamp en om de zaken rond zijn afscheid uit de vechtsport af te handelen.
Hij liep nog een eindje mee tot aan de operatiekamer.
Zijn handen in de hare gestrengeld.
"Hou je sterk liefje... Ik ben in gedachte dicht bij je."
Yenka keek hem aan.
Haar gezicht in tranen.
"Merci Kerwin," hoorde hij haar zacht prevelen.
"I love you!"
Ja, dit zei ze.
Terwijl ze zacht naar hem glimlachte.
Dan werd ze de operatie binnengereden en ging de deur onverbiddelijk dicht.
Met lood in zijn schoenen verliet Kerwin de kliniek.
Reed naar Nederland waar hem een moeilijk gevecht wachtte.
Maar hij won.
Droeg zijn overwinning op aan Yenka.
Na de kamp belde hij met Dokter Nathaniël Ghijsbrechts. Die had tot Kerwins grote opluchting goed nieuws.
De operatie is goed verlopen, en het leek er op dat Yenka goed zou herstellen. Ze reageerde goed op de medicatie en van complicaties was er hoegenaamd geen sprake.
Dit nieuws stemde Kerwin hoopvol.
Ook Antoinette Lafargue was blij met dit heuglijke nieuws.
"Komt rap nor hois joenge," zei ze. "Da maske eeft aa nodig!"

Eindelijk reed de trein het magistrale Centraal Station van Antwerpen in.
Maar dan wel op het onderste niveau waar je weinig ziet van hoe prachtig dat station wel is, iets wat mensen die vanuit Nederland naar Antwerpen sporen vast wel zullen weten.
Kerwin stapte uit en met haastige tred liep hij naar de bushalte.
De bus die hem naar het Universitair Ziekenhuis moest brengen reed net voor zijn neus weg.
Daar stond hij dan in de ijzige wind die de sneeuw die onophoudelijk leek te vallen in zijn gezicht blies.
Maar gelukkig wist een jonge Chassidische Jood hem te vertellen dat de volgende bus ook die richting uit ging. Snel maakte dat Kerwin deze keer mee was.
De bus zette zich in beweging.
Baande zich een weg door het drukke stadsverkeer.
Vlot ging het niet, want de brutale winterinval zorgde voor veel verkeerschaos.
Eindelijk bereikte hij het ziekenhuis.
Yenka zat recht op de stoel naast haar bed.
Keek  naar de sneeuw die maar uit de lucht bleef vallen.
Met een dromerige, gelukzalige blik.
Kerwin klopte zacht tegen de deur en liep naar binnen. Yenka draaide zich om.
Haar ogen straalden.
Ze lachte haar tanden bloot.
"Kerwin," riep ze verrukt uit.
"Je bent terug."
"Ja liefje," zij hij.
Yenka wilde rechtstaan, maar Kerwin gebaarde haar te blijven zitten.
"Rustig aan doen meissie," zei hij.
Hij zakte door zijn knieën en sloeg zijn handen rond haar hals.
Keek haar in de ogen.
Haar ogen die straalden en vol leven zaten.
Ze raakte hem aan, omhelsde hem.
Ze lachte.
Met speelse kirretjes.
"Kerwin," zei ze met gelukzaligheid in haar stem.
Dan gaf ze hem een kus.
Kuste hem met lange halen.
Haar handen gleden over zijn borst.
Ritste zijn jas los.
Dan gleden haar handen onder zijn trui.
"Lekker warm," kirde ze ondeugend.
"Ondeugende meid," zei Kerwin terwijl hij haar hoofd tegen zijn borst drukte.
"Oh lieve Kerwin.
Ik ben zo gelukkig.
Echt.
Ik leef Kerwin.
IK LEEF!!!"

Tranen stroomden over haar wangen.
Tranen van geluk.
Puur intens geluk.
"Ik heb me nog nooit gevoeld zoals nu.
Vol levenskracht.
Vol goesting.
Goesting om iets van mijn leven te maken.
En dat allemaal dankzij u.
En dankzij uw oma.
Antoinetje.
Oh maatje toch."
Weer drukte ze haar lippen tegen die van Kerwin.
"Kus me schatteke.
Kus me.
Ik wil dat je me kust.
Want dat is zo schoon.
Het leven is zo schoon Kerwin.
Dankzij u.
Dankzij u lieve schat van me!"
Weer kusten Yenka en Kerwin elkaar.
Hij proefde het zout van haar tranen.
Haar koele handen onder zijn trui.
Zag haar ogen stralen, twinkelen, schitteren.
Hoorde hoe ze zijn naam fluisterde, met diepe gelukzaligheid in haar frisse, helder klinkende stem.
"Kerwin... "
Dan draaide ze haar hoofd.
"Het sneeuwt Kerwin."
"Schoon toch.
Ik wil zo graag naar buiten.
De sneeuw aanraken.
De koude voelen."
"Ik weet niet of het zo'n goed idee is moppie," zei Kerwin.
"Je hebt nog een lange weg te gaan eer je hersteld ben.
Je hart is nog zwak. Je moet nog veel rusten.
Aansterken."
Yenka keek sip.
"Even maar.
Gewoon even naar buiten.
In de rolstoel.
Waarmee ik al eens op de gang ga rijden."
"Goed dan," zei Kerwin.
"Maar duffel je wel warm in.
Trek mijn jas aan.En leg dit deken over je."
Hij haalde een deken dat in een kast lag en legde het op haar.
Dan reed hij haar naar buiten.
Yenka lachte, haar ogen begonnen te twinkelen en te schitteren als nooit voorheen.
Ze was niet meer het zielige hoopje ellende dat al bedelend de straten afschuimde.
Het zielige meisje met bleke huid en blauwe lippen.
Dat leefde van dag tot dag.
Zich vastklampte aan elke laatste strohalm.
Haar lichaam overleverde aan vieze dronkaards voor geld.
Geld om medicijnen te kopen.
Die ze als ze de dokter mocht geloven misschien niet meer zou nodig hebben.
Sneeuwvlokken vielen op haar stralende gezicht.
"Kerwin!!!" riep ze verrukt.
"Is dit niet fantastisch.
Kijk dan toch.
Kijk die Kerstboom bij de ingang, vol lichtjes in de sneeuw.
Kijk!
Kijk hoe die kindjes die boom staan te bewonderen.
Die verwondering in hun oogjes.
Leven Kerwin.
LEVEN!!!!"
Ze schreeuwde het uit.
"IK BEN GODVERDOMME ZO BLIJ DA 'K LEEF!!!!!"Kerwin legde zijn handen op de hare.
Keek haar aan.
"Je bent gelukkig hé moppie," zei hij.
"Ja.
Ik ben gelukkig.
Ik voel me zo super goed
Zo FUCKING FANTASTISCH!!!"
Dan keek ze hem aan.
Greep zijn onderarmen vast.
"Blijf bij me schatje." zei ze.
"Laat me nooit in de steek.
Toe.
Je bent alles wat ik nog heb.
Alles."
"Nee moppie," zei Kerwin.
"Jou laat ik nooit achter.
Ik verbind mijn lot aan dat van jou.
Mijn lieve moppie."
Die woorden bezegelde Kerwin met een lange tedere kus.
Na enkele dagen mocht Yenka naar huis.
Kerwin nam haar mee naar het karig flatje van zijn oma Antoinette Lafargue.
Waar hij voorlopig zijn intrek zou nemen in afwachting tot hij een eigen appartementje had gevonden.
Antoinette keek Yenka aan.
"Mor kinneke toch," zei ze.
"Gaa ziet er goe uit.
Neeje.
Echt.
Ge blinkt in aa velleke.
Gaa zijt toch echt wel een schoewn maske zulle."
"Dank je Antoinette." zei Yenka.terwijl ze de oude vrouw liefdevol omhelsde.
"Ge zijt zo lief.
Zonder u.
En zonder Kerwin.
Was ik er nu misschien al niet meer."
Antoinette zei niks.
Keek Yenka aan.
Met een liefdevolle blik.

De liefde kwam met kerst 3


Yenka lag op de afdeling intensieve zorgen van het ziekenhuis.
Verbonden aan allerlei machines met buizen en draadjes.
Haar hoofd weggezonken in het kussen.
Ze kwam bij bewustzijn.
Draaide haar hoofd.
"Waar ben ik?" vroeg ze.
Ze zag een jongen.
De jongen die tussenbeide kwam toen ze door die twee junks werd belaagd.
Hij was de hele tijd bij haar bed blijven waken.
Nam haar hand vast.
Yenka keek hem aan.
"Merci," zei ze.
"Niet teveel praten moppie," zei hij.
"Je bent er heel slecht aan toe."
"Ik weet het," zei Yenka.
"Mijn lichaam is op.
Mijn dagen zijn geteld maat."
"Nee.
Dat is niet waar.
Er is nog hoop.
Je moet alleen heel dringend geopereerd worden."
"Dat weet ik," zei Yenka.
"Dat moet ik al jaren.
Maar ja.
Dat kan ik niet betalen.
Ik leef op straat weet ge."
Yenka zuchtte diep.
Haar ogen zaten diep in haar kassen.
"Ik heb er mij al lang bij neergelegd.
Dat het hier weldra ophoudt voor mij.
Ach, mijn leven was toch al geen kloten waard."
De jongen keek haar aan.
"Nee meissie, zeg dat toch niet.
Dat is helemaal niet zo, en dat weet je best.
Je hebt nog hoop.
Dat weet ik."

Dan kwam de dokter binnen. Groot, kalend, grijzend sikje en bril met fijne montuur.
"Ik zie dat je wakker bent Yenka," zei hij met diepe stem.
"Wel, laat ik maar direct ter zake komen," zei hij.
"Als je je niet laat opereren Yenka.
Dan haal je het einde van het jaar niet meer."
Yenka zei niets.
Staarde naar het plafond.
"Heb je gehoord wat ik zei juffrouw Muylaert?" vroeg de dokter.
"Jazeker," zei Yenka.
"Maar ik kan dat toch niet betalen.
En als ik geopereerd wordt.
Welke toekomst heb ik dan."
"De kans op volledig herstel is best wel groot.
Minstens 75 procent.
Je bent nog jong Yenka," zei Dr Nathaniël Ghijsbrechts.
"Er kan vast wel iets geregeld worden."
Yenka keek vertwijfeld om haar heen.
Beet op haar lip.
"Wie kan mij helpen?
Wie?
Ik heb geen familie.
Niemand die naar mij omkijkt.
Niemand die mij zal missen als ik moest... "
De jongen die haar redde onderbrak haar.
"Dat is niet waar meissie," zei hij. "Er zijn mensen die willen dat je hier blijft. Dat je leeft!
Ik bijvoorbeeld."
"Wat ga jij doen?" vroeg Yenka.
"Ga jij die operatie betalen?"
"Ja," zei hij.
"Dat kan ik best?"
"Wie zijde gij?" vroeg Yenka terwijl ze hem met wantrouwige blik aankeek.
"Kende gij mij?
Komaan gast... Ik heb u nog nooit gezien."
De jongen glimlachte en keek haar aan met zijn donkere ogen.
Legde zijn hand op de hare.
"Jij kent me niet.
Maar ik ken jou.
Laat me mij effe voorstellen, mijn naam is Kerwin Leeflang.
Die dame met wie je elke dag een praatje maakt, je weet wel die met haar looprekje.
Da's mijn oma."
Yenka keek verbaasd op.
"Ben jij de kleinzoon van Antoinetje?" vroeg ze.
"Ja.
Ze vertelde over jou.
En over hoe je gezondheid er op achteruit gaat."
Ik zag je ook meermaals in de straten.
Een zielig hoopje ellende.
Ik wilde je graag aanklampen maar om één of andere reden liep je altijd weg.
Nee, niet van mij. Ik had het zo wel door.
Zoals die ene keer toen er politie op je af kwam.
Of die andere keer, toen één of andere bezopen hufter je verrot begon te schelden."
"Sorry ze gast," onderbrak Yenka.
"Maar op medelijden zit ik echt niet te wachten hoor.
Het is voorbij gast!
Snapt ge?
Ik heb toch geen toekomst meer.
Wat mij betreft...
Houdt het hier op.
Echt wel.
Laat me gewoon in vrede sterven."

"Nee!" zei Kerwin.
"Hier houdt het niet op.
En nee, ik zeg dit niet uit medelijden.
Maar uit...
Nu ja snap je?
Ik geloof in je.
Je bent een 'surviver'!
En het zou zonde zijn mocht een mooi mens als jij verloren gaan."
Yenka lachte sarcastisch.
"Geloofde gij die shit nu echt?
Om te overleven slikte ik pokkedure medicijnen.
Weet je wat ik deed om aan het geld voor die medicijnen te geraken?
Mij laten sufneuken door een stel marginale zatlappen in een goor café.
Zoals gisteren.
En dan liepen die fucking junks met het geld weg dat ik pas ontvangen had."
"Wat jou in shock deed belanden." Zei Kerwin.
Nou ja, je zou voor minder.
Meid, je kroop door het oog van de naald.
Weet je, Dr Ghijsbrechts dacht dat je er niet meer zou doorkomen.
Hij noemde je 'een vogel voor de kat'.
Maar kijk, je vocht terug.
Je kwam erdoor.
Je leeft.
Je bent een vechter Yenka.
Net als ik.
Met dat verschil, dat ik letterlijk vecht."

Yenka huilde.
Keek Kerwin aan.
"Ik ben het vechten moe." zei ze.
"Ik kan niet meer.
Ik ben op.
Ik ben gewoon compleet op.
Ik leef niet meer.
Ik overleef.
Ik... "
Zacht streelde Kerwin de rug van haar hand.
Keek haar aan.
Zijn blik raakte Yenka.
"Gij zit echt met mij in hé maat." zei ze dan terwijl ze een glimlach forceerde.
"Ik niet alleen.
Oma ook.
Die zit zo met u in.
Echt wel.
Ze wilde dat ik u zou helpen.
In plaats dat ik haar hielp.
Waarvoor ik eigenlijk naar hier ben gekomen.
Waarvoor ik mijn carriére 'on hold' heb gezet."
"Je kwam naar hier om je oma te helpen.
Die zelf in bittere armoede leeft."
"Klopt," zei Kerwin.
"Antoinetje zei het zo.
Mijn tijd zit erop jongen.
Maar dat meisje dat ik elke dag zie.
Ik zou graag zien dat er voor haar een uitweg kwam uit de ellende waar ze inzit."
Yenka slikte.
"Verdomme," zei ze.
"Antoinetje."
Kerwin stond recht.
"Ik laat je, het bezoekuur zit er bijna op.
Doe me een lol moppie.
En denk er nog eens over na."
"Ik ga dat zeker doen Kerwin," zei Yenka.

Kerwin vertrok. Buiten trof hij Dr Nathaniël Ghijsbrechts.
"Bedankt dat je op haar probeert in te praten," zei hij.
"Dat je er voor dat meisje bent.
Het zou zo'n zonde zijn moest zo'n jong leven zomaar verloren gaan."
Yenka lag alleen in de kamer, aangesloten op allerlei machines.
Gehuld in stilte.
In gedachten verzonken.
Een verpleegster kwam binnen.
"Hey, gaat het Yenka?" vroeg ze.
Yenka knikte.
"Die jongen, is dat je vriendje?" vroeg de jonge verpleegster.
Aisha heette ze.
Aisha Benkhaled, het stond op haar naamkaartje.
Een pittige jongedame van Marokkaanse origine die haar werk als verpleegster zeer ter harte nam.
"Nee," antwoordde Yenka.
"Hij redde me wel uit de klauwen van een stel geschifte junks."
"Wel lief dat hij zo bezorgd om je is.
Had dat eigenlijk niet in hem gezien."
"Ken je hem dan?" vroeg Yenka.
"Tuurlijk ken ik heb.
Iedereen in het kickboks wereldje kent Kerwin Leeflang.
Die jongen heeft talent.
Een echte vechter.
Zowel letterlijk als figuurlijk.
Mijn broer Youssef doet ook aan kickboksen.
Daarmee.
Youssef kijkt erg naar Kerwin op.
Veel jongens eigenlijk.
Ze zien in hem een rolmodel.
Daar is hij eens over komen spreken  bij ons op school.
Dat motiveerde Youssef.
Hield hem van de straat.
Aisha keek Yenka aan.
"Kerwin heeft wel gelijk hoor.
Je mag de moed niet verliezen.
Je moet je laten opereren Yenka.
Je laten helpen.
Wees niet te fier.
Dat helpt je geen stap vooruit.
En denk vooral niet dat het uit medelijden is dat Kerwin je helpen wil.
Aanvaard zijn hulp, je zal er zeker geen spijt van hebben."
Yenka draaide een haarlok rond haar vingers en staarde Aisha aan.
"Het is soms zo uitzichtloos," zei ze.
"Ik leef slechts van dag tot dag.
Met dat vreselijke gemis in mijn hart.
Die gedachte aan die ene persoon die om me gaf.
Die me echte gemeende vriendschap en genegenheid schonk."
"Wie was dat?" vroeg Aisha.
Yenka graaide tussen haar spullen in de rugzak die naast het bed op een stoel lag.
Haalde er een foto uit.
Van een klein lachend meisje met guitige ogen en langs alle kanten uit springend kroezelhaar.
"Wat een knoddig meisje," zei Aisha.
"Dit was Amber, met wie ik samen in een pleeggezin zat."
Tranen rolden over Yenka's wangen.
"Fuck.
Ik mis haar toch zo hard.
Zo fucking hard!!!"

Yenka huilde.
Aisha woelde zacht door haar doffe blonde haren.
Droogde haar tranen.
Met geduld en zachtheid.
"Rustig maar meisje.
Er is hoop.
Kerwin zal je helpen, en dat meent ie zo hard.
Echt waar.
Ik ken hem.
Da's een hele goeie jongen, geloof me.
Laat je helpen door hem.
Beloof het me Yenka."
Yenka knikte even.
"Beloofd," prevelde ze stilletjes.
De ochtend daarop had Yenka een lang gesprek met Dokter Nathaniël Ghijsbrechts.

De liefde kwam met kerst 2


Café 't Arsenaal.

Een sjofele, ongure keet ergens in een achterstandwijk.
Een vuil rokerig hol vol tandeloze marginalen die wel met de toog vergroeid lijken.
Hologige gedegenereerden die hun werkloosheidsvergoeding of leefloon soms in minder dan een week opzuipen en dan de rest van de maand op de poef drinken.
Lallend, rochelend en hoestend braken ze hun lege woorden uit, veelal gedrenkt in vulgariteit. Kunnen geen zin uitspreken zonder scheldwoorden of schunnige taal.
En lijken alleen maar over seks te kunnen praten.
Of over voetbal.
Uit hun stem klinkt vooral veel bitterheid en frustratie.
Vooral frustratie.
Frustratie op één ieder die het beter heeft dan zijzelf.
Die gezonder zijn dan zijzelf.
Die minder schulden hebben dan zijzelf.
Al hun miserie is de schuld van een ander.
Van hun ex partners die niet zelden met redenen zijn gaan lopen.
Van de VDAB, het OCMW, de politiek, de vreemdelingen.
Vooral van de vreemdelingen.
Maar nooit van henzelf.
Vaak zitten er nauwelijks meer dan vier of vijf van die 'sociale gevallen' aan de toog van 't Arsenaal, steevast dezelfde lui.
Maar deze avond werd er een 'vol huis' verwacht.
Al moest er wel gereserveerd worden, en de plaatsen waren beperkt.
Een man wilde zich nog aanmelden maar ving bot.
"Hebde gij u opgegeven en vooraf betaald?" vroeg 'Dikke John' de cafébaas.
"Ik wou da nu nog doen," zei een kleine gebochelde kerel met een gebit vol zwarte afgebrokkelde tanden.
"Of gaat dat niemeer misschien?"
"Twee dagen op voorhand, dat weet ge.
En daar wijk ik niet van af.
Daarbij, alles zit vol. Volgende keer moete maar wat rapper zijn."
De man droop af.
'Dikke John' besloot de gordijnen dicht te trekken.
"Ze is laat," zei hij terwijl hij geërgerd op zijn horloge keek.
"Dat is van haar gewoonte niet."
"Het is nog niet eens half negen hé jongen," zei Cois Bervoets bijgenaamd 'Grote Swa',  't volk is er nog niet."
"Ik hoop maar dat ze haar kat niet stuurt, gelijk twee maand geleden.
Jamoja, leg het mor nekeer uit hé aan die mannen." zei 'Dikke John' terwijl hij naar de deur waggelend, met een zakdoek het zweet van zijn voorhoofd deppende.
Hoort daar komen de eersten al." zei hij.

Er werd op de glazen ruit van de deur geklopt.
Een jonge kerel stapte kordaat het café in en draaide zich meteen naar John.
"Wat komde gij hier doen? Smerige bastaard!" brulde John.
De jongeman bleef er kalm bij.
Keek John recht in de ogen.
"Je weet best waarvoor ik kom John Vandewalle!" zei de jonge knaap.
"Of is het toegestaan dat ik je 'vader' noem?
Nee zeker hé.
Je hebt me ooit willen erkennen als mijn zoon.
Zelfs je eigen moeder laat je gewoon verrekken!"
Het was een grote struise kerel met getaande huid, zijn zwarte haren had hij in dreadlocks laten rollen. Hij droeg een zwarte muts, dikke grijze jas, skibroek en stevige winterbotten met lamswol aan de binnenkant.
John kookte van woede.
"Maakt dat ge buiten zijt koekoeksjong!
Of ik schop u godverdomme buiten!"
De jongeman schudde het hoofd.
"Moet ik nou bang zijn ouwe!
Dreigen en geweld gaan je zaak niet vooruit helpen joh," zei hij met een hoorbaar Surinaams accent, terwijl hij zijn armen kruiste.
Met gebalde vuisten waggelde 'Dikke John' terug naar zijn toog, en verdween in de ruimte die er op uitgaf.
Daar leek hij met dozen en dergelijke te rommelen.
Dan kwam hij terug met een enorm kapmes. Een Bolo, een typisch wapen van de Filipijnen.
"Kom gijse bastaard! Afbollen!
Of ik snij godverdomme uwe kop eraf ja!!"
De jongeman bleef staan.
Swa wilde tussenkomen.
"Dees is geen oplossing John," zei hij.
"Dat bepaal ik zelf wel, en moei er u niet mee!"
Dan richtte hij zijn aandacht weer op de jonge knaap.
Wilde uithalen met zijn mes, maar dan rukte de jongen de Bolo uit John zijn handen.
Om hem dan achteloos in een hoek van het café te gooien.
"Zo heb je dat gezien ouwe?
Dat je maar goed weet dat ik hoegenaamd niet onder de indruk ben van wat dreigen met een antiek exotisch wapen!
Je zorgt dat je het geld van de verkoop van je moeders appartement - of tenminste wat er nog van over is - terugbetaalt wordt.
Heb je me goed begrepen ouwe?
En denk niet dat ik mij laat afschepen door bruut geweld, dreigementen of flauwe excuses.
Dat lukte misschien met Oma, maar niet met mij!" Bij die woorden gaf de jongen John een flinke duw.
Dan zette hij zijn muts weer op, ritste zijn jas dicht en liep naar de deur.
"Nou ga ik, maar weet... JE HOORT NOG VAN ME!"
De deur sloeg dicht.
"Wat een ongehoorde brutaliteit!" riep John verontwaardigd.
Dan draaide hij zijn hoofd.
"Hey gij daar, brengt dat mes nekeer naar hier, dat is geen speelgoed hé.
En zie dat ge nu niet snijdt."
De stamgast die de Bolo opraapte en met een bewonderende blik bekeek bracht het wapen gedwee terug naar de toonbank.
"Mag ik nog een 'bottelke'?" vroeg hij. "Nu da 'k ier toch zen."
John opende een flesje bier en gaf het aan de man.
Op dat moment ging de deur weer open.
Een jonge vrouw stapte het café binnen, het was Yenka Muylaert.
Gejoel weerklonk door de gelagzaal.
"Hier is ons maske se," riep één van de gasten.
Een andere knoopte al zijn broek los. "Wij gon ons sebiet amuseren hé kinneke," zei hij grinnikend.
Nog een andere graaide ongegeneerd tussen haar benen.
Maar Yenka hield het hoofd rechtop, hoezeer het volkje in dit café haar deed walgen.
Ze wist, hier moest ze door.
Het was dat of zonder de medicijnen vallen die haar in leven hielden.
John liep naar haar toe. "Haaa ge zijt er se!" zei hij.
Hij gaf Yenka een knuffel en kneep in haar kont.
"Ge ziet er mager uit meiske, en bleek. Gaat het met u?"
"Ik sla me er wel door," zei Yenka terwijl ze zich terugtrok in de ruimte achter het café.
Daar hing ze haar jas aan de kapstok waaronder ze in dit koude weer alleen een t-shirt droeg.
John keek achterom hoe Yenka zich uitkleedde.
"Mijnen avond kan al niet meer kapot se," zei hij grinnikend
"Het ziet er niet naar uit dat het nog goed gaat komen tussen u en uwe zoon hé John," hoorde hij Swa ineens zeggen.
John keek hem aan met een striemende blik.
"Dat is mijne zoon nie!" bulderde hij terwijl hij met zin vuist op de toog sloeg.
"Goade da naa blaaven ontkenne?" vroeg John.
"Godde die jonge blaaven verloochenen?
Komaan!"
"Swa, veur de leste kier....
Voor de laatste maal.
Dat is mijne zoon niet!
Da's een smerig bastoardsjoeng!
Al even hebberig en uit op geld als dat loeder dat hem op de wereld heeft gezet!
Die smerige golddigger!
Zonder dat wijf en eur gebroed zou ik nu hier niet zitten.
In dat oud vochtig kot, pinten tappen voor een stel triestige dronkaards die hier hun uitkeringen zitten op te zuipen."
John liep terug naar de deur, want er stond weer volk te wachten om binnen te mogen.
Het café raakte alsmaar voller en voller.
Het was bijna negen uur.
"Bon," zei Swa. "Ik ben d'ermee weg.
Morgen is 't weer vroeg dag voor den deze."
Hij legde enkele bankbiljetten op tafel: "Houdt de rest mor," zei hij.
"Echt geen goesting om te blijven, voor een goeie vriend maak ik graag een plaatske vrij zulle.
Ey Swa, die Yenka da's een gewillige zulle. En een ferm lijf dat die heeft!"
"Nee merci," zei Swa terwijl hij de gedachte van zich afzette.
"Ik kom thuis genoeg aan mijn trekken, daar zorgt ons 'Joycelynn' wel voor."
"Och ja, ik versta het. Gij hebt uw jonge Filipijnse stoeipoes.
Maar ge weet toch wat ze zeggen hé.
Verandering van spijs dat doet eten" zei John knipogend.

Swa reageerde er niet op en verliet het café.
De gedachte alleen al deed hem walgen.
Hij hoorde ineens luide muziek en een hoop gejoel.
Het 'feest' kon beginnen.
Het 'feest' waarmee hij absoluut niets te maken wilde hebben.
Yenka liep terug de gelagzaal in.
Ze was helemaal naakt, met uitzondering van de rode stola die ze over haar hals had gelegd en die ze dan rond de hals sloeg van de eerste de beste die ze tegenkwam.
Dat was een oudere kerel met een joekel van een bierbuik en een paarsrode neus van het vele drinken.
Die begon haar meteen te bepotelen en trok haar dicht tegen zich aan.
"Geeft maa is e kuske schat," lalde hij terwijl hij zijn tong in haar mond wurmde.
"Wilde gij als eerste?" Fluisterde Yenka in zijn oor.
Ze troonde hem mee naar de tafels die tegen elkaar waren geschoven.
Ze ging op de rand van de tafel achter haar zitten en liet dan haar lichaam zakken.
Gretig betastte de dronken kerel haar lichaam terwijl de mannen rondom hem luid begonnen te joelen.
"Komaan Jos pakt ze mor nekeer goe maat!" hoorde hij de man naast hem zeggen.
Jos liet het zich geen twee keer zeggen en liet terstond zijn broek zakken.
Yenka lag naakt op een koude tafel.
Rondom haar een stel ongewassen dronken kerels van het laagste allooi.
Hun geile blikken priemden dwars door haar heen.
Hun vuile vettige handen met ringen rond hun nagels betastten zowat elk deel van haar fragiele lichaam.
Ze rook hun penetrante zweetgeur en hun dranklucht.
Sommigen stonden zelfs ongegeneerd boven haar gezicht te roken.
Anderen ritsten hun broek open.
Lieten alle géne vallen.
Buiten regende het.
Waaide het.
Er was geen mens op straat.
De neonlichten van het café waren gedoofd, het café was officiëel gesloten.
De lichten bij het raam werden gedoofd.
Alleen het licht achteraan en de boenkende muziek verraadde dat er nog volk aanwezig was en de stemming uitgelaten.
Maar de goed afgesloten gordijnen die zelfs amper licht door lieten onttrokken het ranzige gebeuren van de buitenwereld.
Terwijl de mix van sneeuw en regen overging in egale regen en een warme wind de vettige sneeuwdrab deed wegsmelten, vergrepen enkele triestige doorzopen figuren aan een jong meisje dat zich wanhopig vastklampte aan het leven.
Tegen beter weten in.
In ruil voor het geld dat ze nodig had voor het bekomen van een voorschrift en de aanschaf van wel heel erg dure medicijnen
Ontdeed ze zich van haar laatste restje waardigheid en legde ze haar lichaam voor hen te grabbel.

Uren later.
De laatste gast had het café verlaten.
John sloeg een groezelige versleten badjas rond Yenka's rillende lichaam.
Echter niet zonder haar eerst eens te betastten.
"Gaat het maske?" vroeg hij.
"Ca va," zei Yenka hijgend terwijl ze op een barkruk plaatsnam.
Ze trilde op haar benen.
Haar hart ging als een razende te keer van de opwinding en inspanning.
Ze voelde de pijn in haar onderlichaam.
Dat het voortdurende geram van twintig hitsige kerels moest ondergaan.
John nam een fles jenever en schonk een borrel in en schoof het glaasje tot bij haar.
Ze wist best dat alcohol geen goed idee was in combinatie bij de zware medicijnen die ze slikken moest.
Toch dronk ze vaak meer dan goed voor haar was.
Ze dronk het glaasje in één teug leeg.
"Doet er nog maar ene," zei ze.
John glimlachte.
Kwam van achter de toog en ging achter haar staan.
Zijn handen gingen onder de badjas.
"Wat denkt ge, gaan we nog nekeer naar boven?" vroeg hij.
"Dan krijgde een extraatje van mij.
Want ik denk dat ge meer nodig hebt dan medicamenten alleen."
Yenka keek hem aan met haar doffe blik.
"Ik zou onder het mes moeten," zei ze.
"De cardioloog zij het bij de laatste controle twee maanden terug.
Als ik niet snel geopereerd zou worden dan... "
"Yenka, laat mij een voorstel doen," zei 'Dikke John'.
Komt elke week op de sluitingsdag nekeer langs voor een privé moment.
Voor mij alleen.
Dan krijgde van mij een extra zakcentje.
Goed plan.
Hey... Yenka
Ik kan mor geen genoeg van aan krijgen schatteke.
Hij nam haar bij de hand en trok haar mee de gelagzaal uit.
De trap op naar boven.
Daar legde hij haar op bed en liet hij zijn broek zakken.
Om zich aan haar te vergrijpen.

Het was midden in de nacht toen Yenka het café verliet.
Het was inmiddels opgehouden met regenen.
Er woei een warme wind,het leek wel of een föhn in haar gezicht waaide.
Ach, liever dat dan die koude wind die haar hartkloppingen bezorgde.
Die hoe langer hoe erger werden.
Ook nu had ze hartkloppingen.
Maar wat deerde dat.
Ze hield haar linkerhand over de plaats waar zich de binnenzak van haar winterjas zich bevond.
Daarin zat het geld dat ze van 'Dikke John' kreeg.
Het geld dat ze nodig had voor haar medicijnen.
Ze voelde zich euforisch.
Want dankzij dat geld bleef ze in leven.
Kon ze weer even verder.
Maar voor hoelang nog?
Dan zette ze haar weg voort.
Door de uitgestorven straten.
Geen mens te zien.
Dacht ze.
Had niet door dat twee mannen haar zagen uit het café zagen komen.
"Daar! Die bitch moeten we hebben," zei de ene tegen de andere.
"Die ligt regelmatig met eur benen open voor heel het café.
Voor geld.
Veel geld.
Genoeg geld om veel 'stuff' mee te kopen.
Waar we ons een tijdje mee kunnen bevoorraden"
Het waren junks.
Zware heroïneverslaafden.
Met een zwaar strafblad.
Overvallen met geweld, inbraken, leegroven van kassa's.
Ze beslopen Yenka.
Grepen haar vast.
Trokken haar mee naar braakliggend terrein.
"Kom, laten we die slet nekeer pakken," hoorde ze één van die kerels zeggen. "Ze heeft het nog zo geire da ze aan eur lijf zitte."
Dan trok hij aan haar haren en keek haar recht in de ogen met een griezelige blik.
Haalde een mes boven en hield het voor haar neus?
"Of is 't geen waar misschien? Gij smerige loopse teef!" siste hij.
Yenka kromp ineen van angst.
Probeerde zich uit hun greep los te rukken, maar het was tevergeefs.
Ze sleurden haar mee, weg van het trottoir to bij het met haken en ogen aan elkaar hangende schutsel.
Yenka plaste in haar broek, haar hart ging als een razende tekeer.
"God nee help!" smeekte ze.
"Heelp!!!! HELP ME DAN TOCH!!!!"

Niemand hoorde haar wanhopige kreet.
Ze klampte zich vast aan het schutsel.
Eén van de junks sloeg haar in het gezicht.
"U verzetten heeft geen zin trut!" Riep hij in haar oor.
Dan ineens werd de junk die haar in het gezicht sloeg weggerukt.
Een potige jonge kerel greep hem vast, keek hem in de ogen.
En gaf hem een geduchte kopstoot.
De junk viel op de grond en krabbelde zich moeilijk overeind.
Ook de tweede junk onderging hetzelfde lot.
"Dit is voor jullie fucking schorem!" siste de jongeman.
Het was de kerel met de getaande huid en dreadlocks die in café 't Arsenaal was vlak voor Yenka er aankwam, en die door 'Dikke John' bedreigd werd met een 'Bolo'.
De junks gingen er van door, een spoor van bloed achterlatend. De jongeman had hen een stevige bloedneus bezorgd.
"Gaat het meid?" vroeg hij.
Yenka kon geen woord uitbrengen.
Ze trok haar kleren recht, greep naar haar jas.
Voelde.
"Neeee!!!" riep ze ineens uit.
"Wat is er meid?" vroeg de jongen.
Yenka's beefde over heel haar lichaam.
"Dit  kan niet!
Dit mag niet!"
Ze merkte dat haar jas half open stond.
Voelde in haar binnenzak.
Zakte door haar benen.
"Ik ben verloren," zei ze.
"Hoezo?" Vroeg de jongen die haar vastgreep.
"Vertel me toch wat er gaande is 'moppie'." zei de jongen die haar helpen wilde.
Yenka klampte zich aan de jongen vast.
Keek hem in de ogen.
"Ze hebben het geld voor mijn medicamenten gepikt." Zei Yenka.
"Ik... Ik ben ten... dode opgeschreven."
Yenka trok bleek weg.
Haar ogen draaiden weg. Haar lippen werden blauw.
Yenka verloor het bewustzijn, hing slap in de armen van haar jonge redder.
"Verdomme!!" zei de jongeman.
"Ik moet een ambulance verwittigen!"

woensdag 20 december 2017

De liefde kwam met kerst.



Het was koud.
Een miezerige mengeling van regen, sneeuw en hagel hield het land in zijn greep.
En maakte dat niemand buitenkwam wanneer dat niet nodig was.
Slechts een handvol mensen waagden zich in de winkelstraat om hun eindejaarsaankopen te doen.
Met open paraplu's of warm ingeduffeld in hun winterkleren met kappen diep over hun hoofd getrokken zochten ze hun weg naar de winkels, of gewoon van hun werk naar huis.
Sommigen waren geladen als muilezels met shoppingtassen, plastiek zakken of zelfs met grote kartonnen dozen.
Anderen keken de hele tijd naar hun smartphone.
Niemand had oog voor het jonge meisje dat weggedoken zat in het portaal van een leegstaande winkel.
Waar ze beschutting hoopte te vinden voor de striemende regenvlagen die elkaar voortdurend leken op te volgen.
Haar hoofd verborgen tussen haar knieën en de kap van haar oude winterjas over haar hoofd getrokken zat ze weggedoken in het portaal.
Naast haar, vlak tegen de rand van de dorpel van het winkelportaal stond bekertje met wat kleingeld. Op een karton had ze een tekst geschreven: "Help me, geen geld voor eten noch medicijnen! Ben erg ziek!"
Af en toe hief ze haar hoofd op en keek ze naar de mensen die haar passeerden zonder dat ze ook maar één moment oog hadden voor haar.
Haar doffe ogen zaten diep in haar kassen.
Haar lippen zagen blauw. Niet alleen omdat ze het koud had, maar ook vanwege de hartafwijking waar ze al sedert haar kindertijd mee sukkelt.
En die geluk bij ongeluk  de schooldokter alert maakte, vooral dan over hoe er thuis mee werd omgegaan.
Of beter, hoe er NIET mee werd omgegaan.

Yenka Muylaert groeide op in miserabele omstandigheden.
Haar vader was een dronkaard die zijn onrechtmatig verkregen invaliditeitsuitkering aandikte met zwartwerk en gesjacher met gestolen goederen.
En over haar moeder kunnen we maar beter zwijgen.
Want is een vrouw die haar eigen kind uren of soms dagenlang in haar eigen uitwerpselen liet zitten in de kinderbox, terwijl versuft door de medicatie en de porto waaraan ze zwaar verslaafd is de dag voor de TV doorbracht de benaming 'moeder' eigenlijk wel waard?
De dienst jeugdbescherming trad nadat de schooldokter aan de alarmbel trok op en Yenka werd in een instelling geplaatst.
Nu ja, eigenlijk zat ze meer in de kliniek dan in die instelling.
Ze was dat zielige meisje dat nooit bezoek kreeg.
Dat zat weg te kwijnen in haar kamertje.
Dan kwam ze in een pleeggezin terecht.
Bloeide open.
Eindelijk.
Mocht mee op reis, zag voor het eerst in haar leven de zee.
Met open mond stond Yenka naar die grote watermassa te staren.
Naast haar stond Amber, die net als zij als pleegkind in het gezin werd opgenomen.
Yenka was heel erg close met Amber. Beide meisjes waren gewoon twee handen op één buik.
Twee vrolijke meiden van twaalf jaar die niets liever deden dan streken uithalen en daarmee hun pleegouders tot wanhoop drijven.
Het waren de gelukkigste momenten uit Yenka's leven.
Na die vakantie in Zeeland ging ze naar het secundair onderwijs.
Waar de mentaliteit heel anders was dan in het basisschooltje waar ze voordien school liep en waar de hele klas als het ware aan elkaar hing.
Nee, daar was het één en al kliekjesvorming met de bijhorende narigheden zoals achterklap, intriges en elkaar de loef afsteken met de duurste merkkledij en de juiste hebbedingetjes.
Yenka hoorde tot geen enkel groepje.
Stond alleen.
Was de outsider.
Miste haar vriendinnetjes die naar andere scholen gingen.
Maar het meest van al miste ze Amber.
Die brutaal van haar werd weggerukt.
Die voor haar ogen verongelukte.
Omver gemaaid door een ronduit asociale hardrijder.
De dood van haar pleegzusje, haar hartsvriendinnetje bracht Yenka compleet van haar stuk.
De diepe wonde die haar hart openreet zou nooit meer helen.

Yenka was een gevoelig meisje dat zich niet thuis voelde tussen de groepjes van oppervlakkige, voortdurend met elkaar in concurrentie zijnde meisjes.
Ze hoorde nergens bij, trok zich in stilte terug.
Alleen met haar verdriet, in stilte teruggetrokken in een hoekje van de speelplaats.
En daarop werd ze zwaar afgerekend.
Werd de pispaal van de klas.
Pesterijen.
Zware pesterijen.
Ze liep weg.
Weg van de school.
Weg uit het pleeggezin waarvan ze dacht dat zij haar toch niet helpen konden.
Waar alles haar zo hard aan Amber herinnerde.
Dan liep ze weg van huis.
Trok op met krakers, drop-outs en andere jeugdige verschoppelingen.
Begon alcohol te drinken, cannabis te roken en andere drugs te gebruiken.
Dit in combinatie van met haar hartkwaal was de aanleiding voor nog meer gezondheidsproblemen.
Maar dan begin ze nog een andere zware fout.
Ze ging samenwonen met een jongen, ze huurden een kleine studio. Het was de bedoeling dat ze samen de kosten zouden delen.
Maar ze gaf in haar documenten aan dat ze 'alleenstaande' was.
Zodoende trok ze dan ook een werkloosheidsuitkering voor een alleenstaande.
Tot ze tegen de lamp liep en de RVA haar uitkeringen met terugwerkende kracht terugeiste.
Roelof Regterschot, haar toenmalige vriend die met haar samenwoonde en  haar zover kreeg dat ze de kleine vochtige studio waarin ze woonden op haar zette, liet haar meteen vallen en vertrok van de ene dag op de andere.
Daar stond ze dan.
Zonder uitkering, zonder werk.
De huur en vaste kosten niet meer kunnen betalen.
Ze werd uit de studio gezet en belandde zo op straat.
Verstoten door de maatschappij.
Haar gezondheid ging zienderogen achteruit.
Een bibberend hoopje ellende dat met een plastiek bekertje wat schamele 'rosse' centjes bijéén probeerde te bedelen om te kunnen overleven.
Naast haar stond haar rugzak met daarin haar enige bezittingen.

Het werd almaar kouder.
En ook donker.
De regen werd sneeuw.
Smeltende sneeuw.
Die een papperige drab achterliet.
Een man stond voor haar, blies de rook van zijn sigaar vol minachting in haar gezicht.
"Zijde gaa nie verlegen lui veirken?" vroeg hij met dikke tong. De man was duidelijk boven zijn theewater.
"Hier zitte bedelen?
In plots van te goan waarke gelijk ieder fatsoenlijk mens!"
Hij gaf haar een schop in haar zij.
"Ze moeste aa in e werkkamp steken! Smerig joenk!"
Yenka krom ineen.
Van de pijn.
Van de schaamte.
De pure diepe schaamte.
Waarom liep ze weg uit dat pleeggezin?
De enige plek waar ze warmte en genegenheid vond.
Waarom trok ze op met 'losers' en 'kraakpandjunks'?
Ze krabbelde voorzichtig overeind.
Probeerde recht te staan.
Maar ze trilde op haar benen.
Leek door haar benen te zakken.
Alles draaide.
"Gaat het kinneke?" hoorde ze een bezorgde stem zeggen.
Yenka keek om.
Ze zag een oude vrouw.
Met rollator.
Ze had het oude dametje hier wel vaker gezien.
En een praatje met haar gemaakt.
Eén van de weinige mensen die omkeek naar haar, de moeite nam om een praatje met haar te slaan.
Meer nog.
Af en toe bracht ze een kopje koffie mee van de broodjeszaak wat verderop.
Of een warme kom soep.
"Het gaat wel," zei Yenka terwijl ze steun zocht.
"Nie liege!" Zei het oude vrouwtje kordaat.
"Gaa é nen doktoor nodig! Ik zie da direct"
Yenka keek haar aan.
"Ja Antoinetje ge hebt gelijk," zei ze met doffe stem.
"Maar ik kan er geen betalen."
Ze griste een doosje medicijnen uit haar rugzak met daarin haar weinige bezittingen.
"Kijk," zei ze.
"Mijn medicamenten.
Bijna op.
Zonder die pillen kunnen ze mijn rottend lijk van de straat rapen."
Antoinette sloeg een kruis.
"Ochere kinneke toch," stamelde ze.
"En dees dooske, waarmee hebde gij dat betaalt.
Dat zijn wel dure medicamenten hé.
En de 'ziekenkas' betaalt dat niet terug.
Just of nie?"
"Tja," zei Yenka.
Terwijl ze het hoofd liet zakken.
"Wat doet ge als vrouw als ge rap geld nodig hebt?"
"Ge goa maa toch nie zegge da.
Dadde gaa... "
"Ja Antoinetje," zei Yenka.
"Ik lig met mijn benen open voor dees pillekes."
En voor wat wiet of sterke drank.
Om mijn miserie efkes te kunnen vergeten."
Antoinette keek Yenka aan.
Zag haar doffe uitgebluste ogen.
"Kinneke toch," zei ze.
"Ik wou da 'k u kon helpen meiske.
Mor ik zen zelf een arm sloor.
Khem amper genoeg om de huur van maan appartementje te betoale.
Mor as ik u zo zie zitten in dat portaal.
Of doar on den ingang van de stoase.
Dan...
Dan hemme kik zo'n kompasse me aa.
Wat hét dees wereld aa oangedaon kinneke?""Domicilifraude," zei Yenka.
"Ze hebben me gedwongen om alles wat ik van uitkeringen kreeg terug te geven.
Alles in beslag genomen.
Geen huur of niks meer kunnen betalen.
Op straat.
Ach, het was allemaal mijn schuld.
Voor een cent meer.
Appartement op mijn naam laten zetten en die gast die 'mijn vriend' was.
Of dat dacht ik tenminste.
Die liet mij vallen als een baksteen."
Antoinette stak haar magere hand uit en trok aan Yenka's mouw.
Nam haar hand vast en kneep erin.
"Kinneke," zei ze.
"Ge moet niet zo hard zijn voor uw eigen.
Gij zijt niet in fout.
Mor de maatschappij.
De maatschappij die een jong maske lot op straat zetten, zonder enige compassie."
De oude vrouw keek Yenka aan.
"Ge moet u late verzorgen kinneke." zei ze.
"Mijn hart doe zo'n zeer azze kik u zo zien."
Zwijgend liepen ze door de winkelstraat.
Een dakloos meisje en een haveloze oude vrouw.
Beiden getekend door het leven.
Antoinette Lafargue woonde in een vochtige studio boven een ongure sisha-bar.
Wanneer ze de huur en de vaste kosten betaald had bleef er van haar karige pensioentje zo goed als niks meer over.
Ze was aangewezen op de voedselbanken.
Of leefde van sardientjes in blik en oud brood.
Toch had ze te doen met de dakloze en doodzieke Yenka.
"Waar slaapte gij kinneke?" vroeg Antoinette.
"In het opvangcentrum hier verderop." was het antwoord.
"Mor kinneke toch," zei Antoinette.
"Tussen al die marginalen en zatlappen.
Zie mor daze u nie verkrachten!"
"Mannen en vrouwen slapen er gescheiden." zei Yenka.
"Komt baa maa wonen." stelde Antoinette ineens voor.
"Nee," zei Yenka.
"Dat kan ik niet aannemen.
Als ze er op uit komen wat dan?
Dan staat gij ook op straat."
"Wie gaat er waar op uitkomen?" zei Antoinette.
"Ik zal naa nekier iet zeggen hé kinneke.
Ik lot in maan appartement binnen wie da kik wil, was me da na?"
"Ik moet gaan," zei Yenka ineens.
"Heb een afspraak.
Moet aan nieuwe medicamenten zien te geraken.
Maar we spreken elkaar nog, OK?"
Zonder dat Antoinette iets kon zeggen maakte Yenka zich uit de voeten.
Ze stapte wat wankel, steunde halfweg tegen een lantaarnpaal.
Antoinette sloeg haar hoofdschuddend gade.
"Kinneke toch," mompelde ze terwijl ze de tranen  over haar wangen voelde rollen.