vrijdag 25 oktober 2024

Voor Cecieleke.




Dag kleine meid.

Mag ik je van harte feliciteren met je verjaardag lief hondje?
Tien jaar ben je nu geworden.
TIEN JAAR!
Oftewel 56 hondenjaren.
Vroeger zei men dat je de leeftijd van een hond moest vermenigvuldigen met zeven om te weten hoe oud je hond echt is. Maar dat klopt niet, want er zijn enkele factoren waar je rekening mee moet houden, zoals bijvoorbeeld het gewicht. Zoals je kunt zien in onderstaande tabel.
Jij bent een lichtgewichtje van minder dan tien kilo dus jou leeftijd staat naast de tien in de eerste categorie.
Maar laten we de droge feiten even voor wat ze zijn en het eens over jou hebben.


Leeftijden in hondenjaren.
Berekend voor grote, middelgrote en kleine honden.


Weet je kleine Cecile. We hebben een heel eind gereden voor we jou in onze armen konden sluiten. We zochten een dwergkeesje en we vonden een adres waar ze zulke hondjes ter beschikking hadden. Maar we moesten er wel voor tot in Mechelen rijden. Maar je vrouwke, mijn lieve Christiane wilde persé een keeshondje dus was er geen lievemoederen aan. Auto voltanken, GPS instellen en daar gingen we. De snelweg op en vrachtwagens, eeuwig gehaaste chauffeurs in dikke Duitse auto’s, irritante middenstrookplakkers en de eeuwige files op de Brusselse Ring trotserend. Onderweg stelde ik vast dat onze GPS het liet afweten, even paniek. Nog meer paniek toen ik een vrachtwagen inhaalde en pas dan zag dat ik de Ring moest afrijden, maar dat niet kon omdat die vrachtwagen in mijn weg reed. Dan maar de volgende afrit genomen en dat bleek die naar de luchthaven van Zaventem te zijn. Ik reed langs het luchthavengebouw en zag mensen grote koffers uit taxi’s en stationerende auto’s halen. En dan zag ik de wegwijzers die mij terug naar de Ring leiden om die dan aan de andere kant terug op te rijden en daarna direct af te slaan richting Mechelen-Antwerpen. Dan in Mechelen de snelweg af de wegwijzers richting Putte volgen. Dan zag ik de straatnaam die op het adres stond en tot mijn verbazing slaagde ik erin om mijn weg te vinden zonder GPS.

Eens binnen gingen we kijken in het verblijf van de hondjes en daar viel jij meteen op met je grappige witte sikje. En ’t vrouwke was meteen verkocht. Eigenlijk wilden we een reutje maar je bleek een teefje te zijn. Maar ’t vrouwke was niet te houden. En na het invullen van de papieren en het kopen van de nodige spulletjes zoals een leibandje en een eet en drinkbakje reden we met jou terug huiswaarts. We waren nog maar net de snelweg opgereden of je ledigde je maaginhoud op ’t vrouwke haar kleren. Dat lag aan mijn rijstijl, sorry Cecieleke en vrouwke.


Eén van de eerste foto's van Cecieleke.


En daar was je dan. Een kleine grappige puppy met de nodige puppystreken. Een speels bolletje pluche, dat haar eerste nacht alleen met mij doorbracht. Want het vrouwtje stond die avond met de nacht. We keken gezellig samen TV en daarna liet ik je naast mijn bed slapen, niet erop want ik was bang dat je op de lakens zou plassen. Maar voor we gingen slapen liet ik je wel even op bed om gezellig wat te spelen en te kroelen.
Is het daarom dat de band tussen ons zo sterk is lieve Cecieleke. Want dat is wel hoor.
Je voelt je zo geborgen als je op mijn buik ligt of gewoon naast mij in de zetel. Dan kijk je mij met een oprechte blik aan, een blik die vooral veel vertrouwen uitstraalt. Dan leg ik mijn hand op je tengere lijfje en voel je hartje kloppen. Traag, niet gejaagd, je voelt je bij mij op je gemak. En toen we voor het eerst gingen wandelen dezelfde avond, omdat ik je nog een plasje wilde laten doen en je leren dat dat buiten moet gebeuren, dan viel het mij op dat je bij het minste geluid of wat ook maar verdacht leek, je tegen mijn benen sprong of tussen mijn benen ging schuilen.


Die warme blik. 


Je was een temperamentvolle puppy en de overgang van puppy naar volwassen hondje verliep met veel puberstreken. Ja ook hondjes kunnen puberen en nog geen klein beetje zelfs.
Je hebt mij bij momenten zwaar op de proef gesteld, maar nooit kwam het in mij op om je ergens anders te plaatsen of – het idee alleen al – te dumpen. Ik ben opgegroeid met de gedachte dat een hond voor het leven is en dat als je beslist om een hond in huis te nemen, dat je beseft dat daar consequenties aan vasthangen. Hoe moeilijk het ook was kleine Cecile, Ik heb je altijd graag gezien en diep in mijn hart gekoesterd.
Na enige maanden wilde ’t vrouwke een tweede hondje. Dat werd je grappige vriendinnetje Celientje. Je ‘zusje’. Nee jullie zijn geen echte zusjes, maar je leeft intussen wel al langer samen met Celientje dan dat je met je eigen broers en zusjes hebt geleefd.
Ook Celientje dreef ons tot het uiterste met haar hardnekkige gekef. En het dreigde zelfs uit te lopen op een conflict met de buren. Maar we hebben gezocht naar oplossingen en eens onze buren dat beseften koelde alles zonder blazen.


En toen kwam Celientje (rechts) erbij.



We zijn nu tien jaar verder en we hebben samen heel veel leuke dingen gedaan en beleefd.
Jullie mochten met ons mee op vakantie en op daguitstapjes. We kozen bewust voor verblijven waar hondjes binnen mogen, ook al moeten we daarvoor een supplement betalen. In het begin waren dat B&B’s maar later werden dat vakantiehuisjes omdat je dan toch wel meer privacy hebt en je ding kan doen. En zo geven we jullie de rust en de tijd om je aan te passen aan die tijdelijke nieuwe omgeving.
Tijdens die vreemde corona pandemie gingen we vaak wandelen. Liefst van al in een bos. En als er niet te veel wandelaars waren dan mochten jullie loslopen, ja ik weet dat dat eigenlijk niet mag omwille van de andere diertjes en zo. Maar jullie zijn keeshondjes en die blijven gewoonlijk heel dicht bij hun baasjes. Jullie zijn zo erg aan ons gehecht dat het echt deugt doet.
Dat geldt ook voor je kleine speelzusje, maar nog veel meer voor jou.
En dat is omdat jij eigenlijk een ietwat angstig karaktertje hebt.
Je bent een kleine speelvogel, een balletjeszot, een uitdagertje een durfalletje dat al meteen op de leuning van de zetel sprong en dan vaststelde dat je daar alles heel goed kan zien. Maar diep van binnen heb je zo’n bang hartje. Je laat het niet snel blijken, maar ik voel dat kleine meid. Ik voel dat zo hard.


Mijn kleine steun en toeverlaat. 
Bedankt lieve Cecile. 

Wat ik ook zo sterk voelde, was hoe hard je me miste toen ik voor lange tijd naar het ziekenhuis moest. Je vrouwke stuurde foto’s en dan zag ik die diep trieste blik in die lieve oogjes van je.
En geloof me lieve schat… DAN BRAK MIJN HART!
Ja, ik heb vaak stilletjes gehuild in mijn ziekenhuisbed omdat ik je zo hard miste. En ik weet dat dat wederzijds was. Mijn moeder vertelde me over hoe Sina onze lieve Duitse Herder - die al vele jaren geleden overleden is en die over je waakt – heel boos was en haar negeerde nadat ze na een ziekenhuisverblijf terug naar huis kwam. Hij negeerde haar en keek haar van ver met een kwade blik aan, zo van ‘hoe durfde je het om mij achter te laten’? Ging jij dat ook doen Cecile? Ik vroeg het me af en had er een beetje schrik voor.
Maar dat was niet, integendeel. Wat was je blij toen ik ineens in het deurgat stond, samen met je vrouwke en mijn moeder en vader die mij kwamen halen. Hoe vrolijk je tekeer ging, hoe je plaste van blijdschap en hoe we je moesten kalmeren omdat het leek of je jezelf verslikte. De eerste dagen na mijn thuiskomst was je niet meer van mij weg te slaan. Rusten en herstellen deed ik in de zetel met jou aan mijn zijde. En dat voelde zo verdomd goed.

Je favoriete plekje, de leuning.


Lieve kleine Cecile. Kleine hartedief.
Je baasje houdt zielsveel van je. Ook voor mij was je een steun en toeverlaat. Je gaf me de kracht om door te zetten op moeilijke momenten zoals het herstel na mijn zware hartoperatie. Je deed me meer buitenkomen, en je dwong mij om met onbekenden aan de praat te gaan. Onbekenden die u en je zusje zo’n schattige hondjes vonden. Onbekenden die bekenden werden en die vroegen hoe het met mij ging toen ik in het ziekenhuis lag. Mensen die ook hondjes hadden, hondjes die jullie vriendjes werden. Zoals Odie, dat grappige krullenkopje van een paar huizen verder, waar je zusje zo gek van is. En ook het enige hondje waar je geen schrik van hebt. Of Sientje dat kleine keeshondje dat achter het raam zit in het huis tegenover onze huisdokter.
Door dagelijks met jou en je zusje te gaan wandelen en de vele boswandelingen die we maakten, leerde ik de natuur en het wisselen van de seizoenen te waarderen. En ja, ik weet intussen ook dat wandelen je weerstand versterkt en een vlug herstel bevorderd na ziekte.

Het zonnetje in haar snoetje.
Dat is voor Cecieleke het ultieme geluk.


Kortom. Bedankt Cecieleke.
Bedankt voor de vele mooie jaren die we samen beleefden en op voorhand bedankt voor de vele jaren die – HOPELIJK – nog zullen volgen.
Bedankt voor je vrolijkheid, je speelsheid, je troostende likjes en het tegen mij aanvleien als je zag dat ik het even moeilijk had.
Bedankt om er te zijn en om mijn leven rijker te maken.

IK HOU VAN JOU KLEINE CECILE!
Liefs.
Je baasje.



De twee kapoentjes samen. 



donderdag 10 oktober 2024

Wandelmijmeringen.

 


Dag lieve mensen.
Gisteren gaan wandelen van De Panne naar Bray-Dunes.
Heerlijk was dat. Nog eens wandelen, nog eens buiten zijn, de hondjes lekker los laten lopen.
Vooral heerlijk als we dat kunnen doen in alle vertrouwen. Het enige wat ze doen is achter een meeuw of andere vogel aan crossen of blijven hangen om ergens te snuffelen. Maar voor de rest blijven zo mooi bij ons, zeker als ze eerst even met het balletje hebben gespeeld.


Mijn kleine lievelingen.

Wandelen is zo heerlijk, en zeker op dat mooi traject van De Panne tot in Bray-Dunes net over de Fransen grens. De zilte zeelucht, het melodieuze ruisen van de zee, de wolken. Het bleef droog dus dat was ook mooi meegenomen. Vanmiddag gingen we even naar Nieuwpoort Bad omdat zoetje kleren nodig had. Maar daar was het winderig en kregen we af en toe wat hemelwater op ons hoofd.
Maar weet je? Tegen de kou en de regen kan je je kleden. Dat is de wijsheid die mijn moeder mij altijd meegaf. Leer je te kleden naar het weer en vooral leer tegen een stootje kunnen. Kou, regen en wind horen bij ons klimaat. Wij zijn NOORDERLINGEN! Wij zijn niet gemaakt om heelder dagen met onze lamme tamme kloten in de zon te liggen. Nee, wij horen regen en wind te trotseren en zo karakter te kweken. Dat is wat ons sterk maakte.
Of nee, dat is overdreven. Net zoals onze obsessie met hard werken overdreven is. Nee wij moeten geen watjes of luiaards worden. Maar er is verdorie toch meer dan werken alleen zeker.
Zeker na mijn gezondheidsproblemen en het lange verblijf in het ziekenhuis ben ik verdorie blij dat ik ‘maar’ parttime werk en dat ze in Ter Duinen begrip hebben voor mijn situatie. In veel bedrijven is dat helaas anders.
En dat is iets wat ik moet koesteren. En wat ik moet leren zien als een opportuniteit.
Minder werken is meer tijd maken voor mezelf en om mij te ontwikkelen. Om mijn schrijftalent wat te verbeteren en er misschien ook echt iets mee te doen. Om dingen bij te leren en wijzer te worden. Om mijn gezondheid echt ter harte te nemen en mijn gewicht onder controle te houden en om echt gezonder te gaan leven. Terwijl ik dit schrijf ben ik een St Bernardus 12 aan het nuttigen. Ongezond en alcohol draagt niets bij aan je dieet. Besef ik maar al te goed. Maar het kan zo smaken op een veel te lange en regenachtige herfstavond.
Maar ik compenseer dat met ‘droge’ dagen en liefst meerdere achter elkaar. Ik ben niet gestopt met drinken, ik ben geen geheelonthouder en heb alsnog nog geen intenties om dat te worden. Maar beseffen dat alcohol een ongezonde harddrug is die voor veel ellende zorgt dat doe ik nu meer dan ooit. Meer dan pakweg tien jaar geleden en vroeger, toen ik nog elke dag dronk en ik altijd wel bier, wijn of sterkere dranken in huis had en regelmatig eens in één of ander café een pintje ging pakken.


Café in Bray-Dunes. 

Ook dat laatste doe ik nog amper. Een terrasje meepikken als we wandelen of gaan shoppen in Oostende, dat wel. Maar echt ergens naartoe gaan met de bedoeling om te drinken om te drinken. Nee, dat is niet meer aan de orde. Trouwens, in een zichzelf respecterende tearoom of brasserie serveren ze goede koffie en lekkere warme chocomelk. En als je warme chocomelk kan krijgen die je zelf moet bereiden door chocoladedruppels of ‘callets’  in warme melk te roeren, dan ben je echt wel op een plek die een tweede bezoekje waard is.
Ik ga graag naar een goede bistro, brasserie of taverne. Alleen spijtig dat ook zulke dingen alsmaar duurder en duurder worden. Het leven is duur in deze tijden en je moet heel goed opletten met je centen. Onverwachte facturen zoals we er vorige maand weer één kregen die tegen november moet betaalt worden kunnen je plannen danig in de war sturen en we doen echt ons best om zo weinig mogelijk ons spaargeld aan te spreken. Maar makkelijk is het echt niet.
En ergens is dat spijtig, wat ik gun hardwerkende horeca uitbaters en hun al even hardwerkend personeel wel een extra centje. 


De skyline van Duinkerke.

Eigenlijk zouden wij gewone mensen veel meer aan één zeel moeten trekken.
We doen dat echt veel te weinig. We laten ons zo graag verdelen. Op basis van ras, geloof, afkomst. Maar ook over hoe we onze tijd indelen, wat we doen van werk of welke sociale status we hebben. Arbeiders vs bedienden, ambtenaren vs zelfstandigen. Dat soort zaken.
Dat is toch allemaal niet nodig.
Laat u toch niet zo verdelen mensen. De meeste mensen dragen echt wel bij aan de maatschappij hoor. En ook al doet niet iedereen het volgens de regeltjes, wees toch eens een beetje begripvol en vergevingsgezind hé zeg. We willen allemaal hetzelfde. Rondkomen, het einde van de maand halen en geld opzij zetten voor onze plannen en ambities.



Dat zijn van die dingen waar ik aan denk als ik over het strand wandel en een flinke portie jodium (leer bij) opsnuif bij elke ademhaling. Het is voor mij het ideale moment om eens dingen op een rijtje te zetten. Eigenlijk is elke wandeling die ik maak met mijn lieve kleine hondjes zo’n moment.
Wandelen is heerlijk, wandelen is gewoon superzalig.
Wandelen is goed voor je mentale welzijn, je weerstand, je immuniteitssysteem, je spieren en zelfs je hersenen (je geheugen bijvoorbeeld). Wandelen, buitenkomen, welk weer het ook is. Het is de beste remedie tegen stress. Stress krijg je door te weinig zuurstof in je hersenen en waar vind je het meeste zuurstof? Buiten natuurlijk.
Dus lieve mensen. Jas aan, muts op, kraag recht. En ga gewoon de deur uit. Gewoon je neus achterna. Snuif de geur op van jodium of petrichor. Ruik de rottende bladeren, de zilte zeelucht of gewoon het vers gemaaide gras van je buurman die nog één keer zijn gazon kortwiekt. Voel de wind in je haren en probeer vooral om die dekselse smartphone in je zakken te houden. Of weet je wat? Laat hem gewoon thuis.
Nu ja, nu ben ik eigenlijk een beetje hypocriet, want ik laat hem zelf niet thuis. Meer nog, ik haal hem regelmatig uit mijn binnenzak. Om foto’s te maken bijvoorbeeld.
Mooi toch.


maandag 30 september 2024

Herfstgedachten.

 


Dag lieve mensen.
De herfst is in het land dat kan je nu niet meer ontkennen.
Op 21 september beleefden we de herfst equinox. Wat betekent dat de zon dan loodrecht over de evenaar stond en overal ter wereld de dagen en nachten even lang waren. Zowel hier op het noordelijk halfrond, in de tropen als in het zuidelijk halfrond. Na deze dag zullen de nachten langer zijn dan de dagen. Dit proces zal onderbroken worden door de overgang van zomer naar winteruur. Maar tegen december zal het weer om zestien uur beginnen schemeren en tegen dat je thuis bent van je werk is het al pikkedonker en kruipt iedereen het liefst gezellig bij elkaar in de woonkamer met de TV op één of andere pretzender en een knipperende kerstboom ergens in een hoek.

Herfst dus.
Het okergele seizoen van vallende bladeren en grauwe luchten. Het moment voor lange boswandelingen en het zoeken van paddenstoelen (weet dat het in het Vlaams Gewest verboden is om paddenstoelen te plukken in openbare bossen en domeinen).
En eigenlijk ook de tijd van het jaar waarin in er stiekem naar verlang om in de Ardennen te zijn en om daar de geur van open haarden en de rook die uit de schoorstenen komt te ruiken. Die geur die zich dan vermengt met de geur afkomstig van rottende bladeren en de petrichor die je ruikt na een zoveelste plensbui. Die geur die zo typisch en kenmerkend is voor de herfst in de Ardennen.



Vorig jaar schreef ik ook over de herfst en ook nu is die drang om erover te schrijven heel groot. Ik denk dat je dan echt wel kan stellen dat de herfst mijn favoriete seizoen is. Daar waar dat vroeger de zomer was. Welks ik associeerde met vrijheid, de zon op mijn huid, lange fietstochten en naar de mooie meisjes in bikini kijken op het strand (of naar meisjes zonder bikini op het naaktstrand van Bredene). Maar voor een horecamens als ik stond de zomer ook garant voor hard werken, weinig dagen vrij en ’s avonds heel laat thuiskomen. Als dan de herfst kwam dan wist ik dat ik vaker thuis was en meer tijd had voor mezelf en misschien is dat de reden waarom in deze tijd van het jaar een heel relaxed gevoel zich van mij meester maakt. Een gevoel van doe maar rustig aan, het ergste is voorbij. Neem de tijd voor een lekker glaasje wijn of donkere trappist, wat kaasblokjes of een stukje brood met paté. Wildpaté als het even kan. Want ook wild is iets wat ik associeer met de herfst.



Maar vergis je niet. Ook de zee heeft in het herfstseizoen heel veel lekkers voor ons in petto. In de herfst begint het seizoen van de oesters en de Sint-Jacobsschelpen en ook de mosselen – ook iets wat we met de zomer associëren – zijn in de herfst op hun best. En oktober is de maand bij uitstek om eens een ‘poosje’ grijze garnaal te kopen, ongepelde als het even kan. Want nu zijn ze het goedkoopst en ook op z’n lekkerst. 



Herfst dus de hondjes hebben weer hun jasjes aan als we gaan wandelen. En daar hebben die kleintjes echt wel deugd van als het buiten koud en vooral nat is. Cecieleke heeft ooit een flinke longontsteking opgelopen en sindsdien nemen we geen risico met hen. Hun gezondheid is ons iets te dierbaar. En ik verzeker je als je zo’n klein tenger diertje hoort hoesten en kuchen, daar wordt je echt niet goed van.
Nee dan liever wat meer tijd uittrekken om hen een jasje aan te trekken voor we gaan wandelen.
Eind oktober wordt Cecieleke TIEN JAAR!
Tien jaar loopt dat kleine wezentje hier al rond op deze wereld en doet ze vele harten smelten van oudere dames en van kindjes. En dat gewoon door te zien wie ze is. Een lief, vrolijk en speels keeshondje dat met een lief ‘kezenlachje’ door het even gaat. Een kleine grappige ballekeszot en bovenal een lief knuffelmeisje dat zo graag bij haar baasje komt flodderen en vleien. En als ze dan haar zachte kopje tegen mijn zij legt, dan wordt het zo heerlijk warm vanbinnen.
Dan mag het buiten regenen, waaien en koud zijn. Ik vergeet alles en ga volledig in op dit heerlijke moment.
Dat heerlijke ‘baasje-hondje moment’.

Mijn lieve rakkertjes. 
Met op de voorgrond ons super aanhankelijke Cecieleke. 


 

maandag 9 september 2024

80 jaar vrijheid.

 


Dag lieve mensen.
Afgelopen weekend was heel bijzonder. Niet dat ik erbij aanwezig was, bij de feestelijkheden die er dit weekend waren. Maar toch. Ik wil hier echt wel eens bij stilstaan.
Want afgelopen weekend was echt wel heel bijzonder.
Want we vierden het feit dat het 80 jaar geleden is dat ons land werd bevrijd van de Duitse bezetter.
Na vier jaar een half leven onder het juk van een wrede bezetter geregeerd door één van de meest moordzuchtige tirannen die de wereld ooit kende. Werden wij bevrijd door grote legers van dapper jonge mannen die hun jeugd, moed en kracht opofferden zodat wij terug in vrijheid zoude leven.
Het begon op 6 juni 1944 met de landing in Normandië. Toen bestormden in de vroege ochtend honderdduizenden jonge soldaten de stranden van Normandië om met ware doodsverachting de confrontatie aan te gaan met een meedogenloze vijand die van geen wijken wilde weten.
Er vielen heel veel doden op deze landing en het heeft niet veel gescheeld of ze was zelfs mislukt. Maar dankzij het doorzettingsvermogen en de onverschrokkenheid van deze jongens hebben de Duitsers toch de aftocht moeten blazen.
Sinds die dag moesten de Duitsers niets anders doen dan zich terugtrekken, ontruimen en in grote haast alles achterlaten. Vaak ging hun aftocht gepaard met gruwelijke represailles met vele onschuldige slachtoffers tot gevolg.
Drie maanden later stonden de BEVRIJDERS dan in onze steden.
En was het FEEST!

Doldwaas waren de taferelen die met de toenmalige filmapparatuur werd vastgelegd. Straten stroomden vol en iedereen was door het dolle heen. Meisjes gooiden zich in de armen van de stoere Britten, Canadezen en Amerikanen en uit de romances die daaruit voortvloeiden zijn vele liefdeskindjes geboren.
De bevrijders brachten ook dingen mee die op dat moment echte nieuwigheden waren. Nylonkousen, voorgerolde sigaretten, chocolade, ‘swingmuziek’, en een mierzoet drankje genaamd Coca-Cola.
Men rekende genadeloos af met al wie mee heulde met de vijand. De zogenaamde collaborateurs mochten rekenen op zeer zware straffen en voor sommige wachtte zelfs de dood.
Collaborateurs en ‘moffenhoeren’ werden publiek vernederd en hun haar werd afgeschoren. In tijden van oorlog laat de mens zich van zijn wreedste en meest meedogenloze kant zien. Helaas.
Maar zoals dat gaat in het leven. Een kermis is een geseling waard.
Na de feestroes kwam de tijd van wederopbouw. Alle kapotgeschoten huizen, fabrieken en infrastructuur moest weer worden heropgebouwd.
De eerste jaren waren moeilijk en velen zagen geen toekomst meer in Europa en emigreerden naar de VS, Canada of zelfs Australië. Er was de dreiging van ‘De Rus’ en vooral het communisme en dus werd er niet alleen heropgebouwd maar ook herbewapend.
Het IJzeren gordijn werd opgetrokken, de NAVO werd opgericht en er werden troepen gestuurd naar de grens met Oost-Duitsland om dat grote gevaar af te wenden.
Ook België stuurde militairen en die werden daar gehuisvest en hadden er hun eigen winkels en zelfs hospitalen. En in één ervan, namelijk het Militair Hospitaal van Soest werd diegene die dit schreef geboren nu zo’n 50 jaar geleden.
Ja lieve mensen, dat was IK dus.

Stille getuigen van de oorlog.
Oude bunkers. Je vindt ze langs de hele kustlijn.


Maar sindsdien zijn wij vrij!
En na vijf lange jaren van ontbering brak voor West-Europa een tijd van voorspoed en grote economische vooruitgang aan. Het waren de ‘gouden jaren’. Tenminste dat zei mijn vader en veel van zijn generatiegenoten.
Werken loonde nog en als ge als jonge gast twee stevige handen aan uw lijf had en niet teveel schrik had van u goed moe te maken, dan kon je schoon geld verdienen. Er was ook werk te over, want overal kwam men handen tekort. Zo erg zelfs dat men arbeidskrachten uit het buitenland moest aantrekken om aan de vraag voor mankracht te voldoen.
Het was ook de tijd van technologische vooruitgang. Er was de televisie, de pick-up, de juke-box. Er was de opkomende ruimtevaart en de eerste satellieten en er scheen iets te bestaan dat computer heette, maar dat waren nog logge dingen die een hele kamer vulden en waar je veel minder bytes kon uithalen dan de huidige exemplaren.
Maar ook op sociaal en cultureel vlak veranderde er heel veel.
De jeugd ging rebelleren en eiste haar vrijheid op. Dankzij de strijd voor betere arbeidsvoorwaarden die nog voor de oorlog werd gevoerd en bezegeld met dingen als het betaald verlof en de 40 urenweek hadden mensen meer vrije tijd maar ook veel geld dat ze konden besteden aan amusement en nieuwe zaken zoals de televisie, de platendraaier en de auto die op grotere schaal dan ooit tevoren werd geproduceerd en – ja dat moet echt wel worden gezegd – de gewone man uit zijn isolement haalde.
Er was de rock&roll, de beatmuziek, de twist, de flower-power en de disco. James Dean, Marlon Brando en Marilyn Monroe waren de filmsterren uit die tijd en de Western vierde zijn hoogdagen. Er was de Tour De France en kinderen zochten elke avond naar 'muizen' in de inderhaast verspreidde avondkranten met verslagen van de etappe van de dag. Kranten die zelfs per helikopter werden verdeeld. Wat een belevenis moet dat niet zijn geweest voor wie toen kind was?

De dagelijkse tekening van striptekenaar Buth.
De bedoeling was dat je op deze tekeningen naar muisjes zocht.

Maar mensen vergeten snel.
We zijn vergeten welke offers er werden gebracht voor onze vrijheid en de vrede die we de afgelopen tachtig jaar hebben gekend.
We leven teveel in de illusie dat vrede iets vanzelfsprekend is. En lieve mensen…
DAT IS HELEMAAL NIET ZO!
Wie een beetje moeite doet om de actualiteit echt te volgen en om daarin verder te gaan dan de waan van de dag. Die weet en beseft dat we ons op een zeer gevaarlijk kantelpunt bevinden.
Toen eind jaren tachtig het IJzeren Gordijn viel en de communistische dictaturen van Oost-Europa als kaartenhuisjes in elkaar zakten dachten we dat we gewonnen hadden.
We klopten ons op de borst met de gedachte dat onze democratie en onze manier van leven onverwoestbaar waren en dat er ons niets meer kon overkomen.
Die illusie werd voor het eerst brutaal doorprikt op 11 september 2001 met de brutale terroristische aanslagen in de VS. Gevolgd door al even brutale aanslagen in Madrid, Londen, Parijs en Brussel. Tegelijk begonnen de autoritaire en hardvochtige regimes in China en Rusland meer en meer economische macht te krijgen en vonden ze zelfs bondgenoten in andere landen waar de economie in opkomst was. Onze economie, onze democratie en zelfs onze manier van leven worden uitgedaagd en zelfs beschimpt door de leiders van deze landen. Alsook door landen als Noord-Korea Iran, Saoedi-Arabië, de Golfstaten en andere landen waar ze hun neus ophalen voor de verworvenheden die wij hier kennen inzake vrijheid en mensenrechten. Ook onze manier van leven wordt bekritiseerd en door de mangel gehaald.

De oorlog in Oekraïne is het ultieme bewijs dat wij niet alleen economisch of politiek worden uitgedaagd, maar ook militair.
Rusland ontpopt zich opnieuw als de potentiële agressor die het gemunt heeft op ons en op wat wij zijn en waar wij voor staan. En ditmaal hebben zij niet communisme als leidraad. Maar nationalisme en conservatisme. Rusland verwerpt de scheiding van religie en staat en heeft geen hoge dunk van rechten voor holebi’s of zelfs vrouwen. Ze verspreiden ‘fake news’ en zaaien verdeeldheid, terend op het ongenoegen van alsmaar meer mensen. Ongenoegen dat er altijd is geweest maar nu veel algemener wordt verspreid via het internet en sociale media.
En terwijl almaar meer politici, militairen en andere experten zich zorgen maken over deze gang van zaken, blijven we maar feesten, lol trappen, (vr)eten, TV kijken, op onze smartphone scrollen en vooral naar onze eigen navel staren alsof er niets aan de hand is.
TERWIJL ONZE MANIER VAN LEVEN IN GEVAAR IS!
We maken exact dezelfde fout die men maakte eind jaren dertig. Echt wel.
Men deed alsof er niets aan de hand is. Men dacht dat je met dictators kon praten! Dat je extremistische regimes met diplomatie en ‘goede wil’ tot rede kon brengen.
Terwijl dat helemaal niet zo is!

Vertel mij wat het verschil is tussen de expansiedrift van Hitler en de ambities van Poetin en Xi-Jinping ivm Oekraïne en Taiwan? 
Vertel mij wat het verschil is tussen het vervolgen van de Joden in Duitsland en het discrimineren van homo’s en transgenders in Rusland? Het begon destijds ook met uitsluiten en demoniseren.
Vertel mij wat het verschil is tussen het vervolgen van zigeuners en het vervolgen van Tibetanen en Oeigoeren? Wat China op dit moment op grote schaal doet.
De grootste fout die we nu maken, maakte men toen ook.
Dat was van te zeggen: “Ach da’s ginder, dat is hier niet!”
Het domste wat je kan zeggen is denken dat het je niet zal overkomen. Dat is op alle gebied zo. Ziekte, ongevallen wat dan ook. Het kan echt iedereen overkomen.
Wat doet ons dan denken dat wij binnen hier en tien jaar NIET in een oorlog zullen betrokken geraken?
Wat wij moeten doen is ons herinneren aan het harde feit dat onze regeringen deed bewegen om Belgische militairen naar Duitsland te sturen om ons te behoeden tegen een eventuele inval van de Sovjet-Unie.
Wat wij moeten doen is onderstaande zin heel goed in het hoofd prenten.
WIE VREDE WIL MOET VOORBEREID ZIJN OP OORLOG!

Het Militair Hospitaal van Soest.
Hier zag ik 50 jaar geleden het levenslicht.

Onze manier van leven, onze manier van denken, onze waarden en normen, onze democratie.Al die dingen hebben ervoor gezorgd dat het hier heel goed leven is.Ze zijn de reden waarom mensen van over de hele wereld hierheen komen om er een beter leven te vinden en een toekomst voor hun kinderen. Daarvoor komen ze naar hier. Niet naar de oliestaten in de Perzische Golf. Niet naar China. Niet naar Rusland. Nee, ze komen naar hier.
“Nee, ze komen naar hier omdat wij onze grenzen openen!!”
Ja, wat je zegt. Wij zijn een open en tolerante samenleving. Misschien net iets te tolerant.
Maar dat is wat onze samenleving maakt wat ze is.
De vraag is.
WAT HEBBEN WIJ ERVOOR OVER OM DIT ALLES TE BESCHERMEN?

Ik ga eerlijk zijn. Donald Trump is een vlerk en een crimineel stuk vreten. En daar neem ik geen woord van terug. En ik gruw van het idee dat die klootzak opnieuw president wordt.
Maar als hij stelt dat er veel meer geld uit onze begroting naar defensie zou moeten gaan, dan kan ik hem alleen maar gelijk geven.
We zijn op dat vlak veel te gemakzuchtig geworden en we rekenen veel meer dan gezond is op de superieure militaire slagkracht van de Amerikanen.
En ik vraag me soms echt wel af wat er mis was met DE LEGERDIENST?
Waarom hebben ze dat eigenlijk afgeschaft?
Wat is er mis om nadat je de kans kreeg om zo goed als kosteloos onderwijs te krijgen en je hele leven lang te genieten van sociale zekerheid. In ruil daarvoor je een jaartje te engageren voor het instaan van de veiligheid van je familie, je vrienden en de rest van je landgenoten?
In Zweden hebben ze de dienstplicht terug ingevoerd. En Zweden is verre van een autoritair en hardvochtig land. En ja, het kan echt wel zonder de kadaverdiscipline – in stand gehouden door gefrustreerde ‘boefferkes’ – die dienstplichtigen in de jaren vijftig, zestig en zeventig kenden. Ook het leger mag zich op dat vlak wat moderniseren. Wat niet wil zeggen dat we discipline ineens als iets onbelangrijk moeten gaan beschouwen. Ik denk dat het jongeren net goed zal doen om eens een jaartje echt SAMEN TE LEVEN met anderen. Om te leren dat regels en voorschriften er niet zijn om ons te pesten maar er juist zijn voor onze veiligheid en om samenwerking en samen leven mogelijk te maken. Om te leren om in te binden en compromissen te sluiten. En aan je diensttijd een paar vrienden voor het leven over te houden.
Enfin, dat zijn dus een paar bedenkingen die ik me maak bij het idee dat wij tachtig jaar geleden bevrijd werden van het juk van één van de wreedste regimes die de wereld ooit kende.

 

woensdag 21 augustus 2024

Over ‘oarmeluzzekost’ (arme menseneten).

 




Dag lieve mensen.
Vandaag heb ik iets lekkers gegeten.
Nu hoeft je dat niet te verbazen, ik eet altijd lekker. Maar ditmaal kreeg ik ineens een ingeving toen ik samen met mijn geliefde Christiane boodschappen deed in de Colruyt.
Ik zag namelijk blikken met rode bonen in tomatensaus staan en ik dacht aan het feit dat er nog kipfilets in de frigo stonden en dat we nog rijst hadden.
En toen dacht ik bij mezelf, laten we eens chili con carne maken.
En terwijl ik dat aan het klaarmaken was, met boontjes en mais uit blik, een ajuintje wat look een chilipeper daar had ik er ook nog van liggen en een pakje chilikruiden die ik mijn kast liggen had. Op het blikje rode bonen na allemaal zaken die ik in huis had. En dus geen meerkost.
Echte ‘oarmeluzzekost’ zoals ze hier in Nieuwpoort zouden zeggen. Arme menseneten dus.
En toch dacht ik bij mezelf: Hey, chili con carne is arme menseneten.
Het is het Mexicaanse volksvoedsel bij uitstek en zeker zoals ik het deed met die kipfilets.
Het is eten bereid met dingen die men in en om het huis vindt en die altijd beschikbaar zijn.
In Mexico zijn dat mais, rondscharrelende kippetjes, chilipepers, paprika’s, tomaten en dat soort dingen. Hier bij ons zijn dat rapen, kolen, aardappelen, varkenspoten en oren. Waar de arme volkse plattelandsmensen dan hutsepot van maakten voor op de koude dagen. Of wat kropsla, tomaten uit de serre, gekookte boontjes, gekookte ham, komkommers, een gekookt eitje en nog wat zaken die je kan toevoegen aan je koude schotel. Een boerenomelet is weinig meer dan een omelet waarin men allerlei resten van groenten of vlees in verwerkte. Vaak groenten uit de moestuin en vlees van de eigen kippetjes of varken dat in het varkenskot werd vetgemest. Bloedworst maakte men van het opgevangen bloed van datzelfde geslachte varken. Pizza maakte men van de overschotjes van de zondagse maaltijd met de rest van het deeg waar men brood van maakte en in zowat elke kustregio hebben ze hun eigen vissoep zoals de bouillabaisse die wordt klaargemaakt met wat er over is van vis en viskarkassen met de bedoeling om zo weinig mogelijk verloren te laten gaan.

Het is dan ook het soort keuken waar ik de grootste achting voor heb.
Gerechten die gemaakt worden met wat mensen altijd in huis hebben of uit hun moestuin halen. Gerechten die ontstaan zijn vanuit het oogpunt dat ‘niets mag verloren gaan’. Volksvoedsel met zo goedkoop mogelijke ingrediënten.
In een tijd van hippe en vooral dure ‘superfoods’ die worden de hemel in geprezen omwille van hun hoge voedingswaarde. Van trendy hapjes en opgehemelde voedselhypes zoals quinoia Irish Ribeye of Holstein rundvlees of ingevoerde vissen zoals Victoriabaars, pangasius of scampi’s. En andere voeding die veel te veel wordt overhyped en waar je vaak veel voor betaalt omdat het een naam heeft, kies ik voor de simpele en volkse keuken. De alledaagse keuken. De keuken van onze grootouders.
Voor mij is er echt geen reden om neer te kijken op de arme mensenkeuken of zoals ze het in Italië noemen ‘La Cucina Povera’.


Tamme kastanjes werden in Italië gemalen als vervanger voor graan.
Daar maakte men dan brood mee.
Eén van de grondbeginselen van la cucina povera.

Weet je? Niemand kiest ervoor om arm geboren te worden. Geen kind kiest ervoor om in armoede en pure ellende op te groeien. En te weinig mensen staan erbij stil dat al dan niet in welstand leven vooral te maken heeft met zaken als ‘toeval’ en ‘geluk’.
Er zijn gevallen genoeg gekend van daklozen die nu in miserabele toestanden leven, maar die ooit in grote welstand leefden en hun geld op deden aan zaken die hen status en aanzien bezorgden. Wie neerkijkt op dingen als orgaanvlees of vis in blik. Wie een gekookte aardappel maar ‘gewoontjes’ vindt. Wel die moet eigenlijk gewoon eens met zijn BEIDE VOETEN OP DE GROND KOMEN!
We beschouwen onze welstand en het ruime aanbod aan voedsel zoals we dat vandaag de dag kennen, veel te veel als vanzelfsprekend.
EN DAT IS HET HELEMAAL NIET!

Als Poetin het morgen in zijn kop krijgt om West-Europa aan te vallen Dan zullen wij spoedig ondervinden door welke ellende onze (over)grootouders wel gingen tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Als alle voedsel gerantsoeneerd wordt en ge aangewezen zult zijn op rantsoenzegels om aan iets eetbaars te geraken. Als ge uren in de rij zult moeten staan bij de weinige winkels die er nog over zijn en ge met een paar schaarse stukken goedkoop of zelfs minderwaardig voedsel moet doen omdat de beste stukken op waren.
Dan zul je het rap afleren van kieskeurig te zijn.
WIJ ZIJN VERWEND! Punt andere lijn.
Wij westerlingen zijn wat we zijn. Een stel verwende donders!
Elke dag vlees op tafel. Bij de eerste zonnestralen halen we de barbecue uit de schuur en met Kerst en Oudejaar kan het niet op met chique gerechten, grote hoeveelheden vlees en zelfs snobvreten als kreeft, kaviaar en oesters.

Wel, net in deze tijden van overvloed en overdaad kies ik ervoor om af en toe eens een simpel maar gewoon gerecht op tafel te zetten.
Wat is er mis met een simpele kotelet, worst of  blinde vink met schorseneren en een ‘wit sausje’, of doperwten en worteltjes uit blik of gekookte en daarna in boter gebakken sperzieboontjes en gekookte patatjes? Alleen oudere mensen lijken zo’n dingen nog te eten. Terwijl die dingen in mijn kindertijd gewoon dagelijkse kost waren. Echte dagelijkse kost, niet de hippe gerechtjes die volgens TV-kok Jeroen Meus als dagelijkse kost moeten doorgaan.
Wat is er mis met peterselie in plaats van basilicum of oregano? Wat is er mis met kip met appelmoes of ‘kerremelksmeus’ (karnemelksmeus)?
Op Njam-TV zag ik de gekende Britse TV-Kok Ainsley Harriot op zoek naar ‘streetfood’ in het Japanse Osaka. En daar werd hij meegetroond naar een restaurantje ergens in een steegje waar ze Japanse ‘arme mensenkost’ serveerden. Stukken van het rund die de rijke mensen links lieten liggen, maar waarmee de arme inwoners zichzelf in leven hielden. Dingen als uiers, maag, poten en zelfs baarmoeder. En ik zag de goede man een nogal vies gezicht trekken en zich afvragen ‘what is this’?
Wel, toen had ik iets van: “Moest jij net na de Tweede Wereldoorlog in een arm gezin in Osake opgroeien, dan was dit hetgeen wat er op je bord kwam. En je ging het eten omdat je niet beter wist en OMDAT JE ANDERS GEWOON HONGER HAD!
Ik vond het jammer dat hij niet meer moeite deed om die dingen eens te proberen Om zich eens in de plaats van die mensen te zetten die op dat soort voedsel aangewezen waren om in de eerste plaats TE OVERLEVEN!
Gewoon beseffen da we bofkonten zijn, omdat we meer dan ooit toegang hebben tot een ruim aanbod aan gevarieerd en gezond voedsel. En dat het ooit anders was, ook hier bij ons.
En vooral dat deze luxe van een ruime keuze aan aanbod helemaal niet zo vanzelfsprekend is.
INTEGENDEEL ZELFS!



Verloren brood. 


Ja, ik weet het. Dit blogartikel gaat weer eens over eten.
Maar eten is nu éénmaal een levensbehoefte en ook gezond eten.
Maar ooit was dat anders en waren mensen ondervoed omdat ze geen toegang hadden tot gezond en rijk voedsel. Ze moesten het zien te rooien met wat ze vonden of op dat moment verkrijgbaar was. Sprot of haring gerookt boven een vuur. Varkenspoten en oren. Pap van havermout of verloren/gewonnen brood.
Nu is er ruim voldoende aanbod aan voedingswaren die je toestaan om gezond en gevarieerd te koken, en toch grijpen mensen naar kant en klare maaltijden, fastfood en andere rommel. In sommige gevallen omdat ze het niet breed hebben, maar helaas nog veel te veel uit gemakzucht.
Met een beetje moeite kan je sommige van die volkse gerechten heel snel klaarmaken hoor. Of je kan er – als je ze in grote hoeveelheden klaarmaakt – meerdere dagen van eten.
Of gewoon invriezen.


zondag 11 augustus 2024

Over dankbaarheid, nederigheid en eerlijkheid.


 


Dag lieve mensen.
Elke dag dringt het dieper en dieper tot me door dat ik dankbaar hoor te zijn.
Dankbaar dat ik nog leef, dat ik gezond ben en mijn gezondheid en conditie beter is dan een jaar geleden en zeker beter dan vlak voor mijn operatie.
En dat ben ik ook.
En ik wil dat meer uitdragen ook.
Door vriendelijker en hulpvaardiger te zijn. Beter te luisteren en de mensen waar ik om geef te laten weten dat ik er voor hen ben.
Nee, ik ga niet over me laten lopen. Dat nu ook weer niet.
Maar vooral dankbaarder zijn. Empathischer, vriendelijker, zachtmoediger.
Dat is het minste wat ik kan doen voor al die mensen die blijk gaven van hun bezorgdheid om mij en om mijn gezondheid.
Ja, dat is echt.

Dankbaarheid is een mooi iets in het leven.
Net zoals nederigheid, empathie, hulpvaardigheid, edelmoedigheid en EERLIJKHEID!
Het onderstaande plaatje had ik ooit op mijn tijdlijn op Facebook gezet, en ik sta er hoe langer hoe meer achter.
DURF EERLIJK TE ZIJN!
Durf eerlijk je gedacht te zeggen, zonder er doekjes om te winden en zonder sugarcoating.
En doe het op een vriendelijke doch kordate manier.
Goede mensen appreciëren eerlijkheid. Ze stellen het op prijs als je zegt wat je echt denkt en als je dingen in het gezicht zegt in plaats van achter de rug.
Eerlijk zijn, rechtuit zijn. Waarom is dat voor veel mensen zo moeilijk?
Waarom zeggen we liever dingen achter iemands rug in plaats van recht in het gezicht? Ja de kans is groot dat je het deksel op je neus krijgt. Maar ook dat is iets wat je voor lief moet nemen.
Weet je? Als je eerlijk bent dan weet je pas echt wie je vrienden zijn, en wie het echt goed met je meent.
Belangrijk in deze is wel dat je eerlijkheid niet gaat verwarren met grofheid.
Teveel mensen maken de fout om eerlijkheid en assertiviteit te verwarren met grofheid en onbeschoftheid. Moet je dus echt niet doen.
Hou er rekening mee dat mensen gevoelens hebben en je niet altijd weet wat ze hebben meegemaakt. Wat voor u iets ‘normaals’ is om te zeggen of om je uit te drukken kan voor een ander heel traumatisch zijn. Uiteraard is het bij mensen die je al langer kent zo dat je zelf aanvoelt hoe ver je met de persoon in kwestie kan gaan. Sommige mensen kunnen tegen een stootje, en ja soms is dat eens nodig om mensen eens goed wakker te schudden.






Maar nogmaals. Eerlijkheid is iets moois in het leven. En het is een eigenschap die door de juiste mensen zeker gewaardeerd wordt.
Er wordt al veel te veel rond de pot gedraaid en nee ik hou er niet van om altijd maar mijn woorden te moeten wikken en wegen om al dan niet op lange tenen te gaan trappen. Ik ben om die reden al genoeg ‘in de ban van Facebook’ geraakt.
Maar ik ga me hierdoor niet van streek laten brengen en neem me voor om toch zoveel mogelijk eerlijk te zijn en de dingen te zeggen hoe ze echt zijn. Ook al voel ik me daar niet altijd even gemakkelijk bij.
En ik neem me voor om op zoveel mogelijk vlakken een mens te zijn waarmee TE LEVEN VALT!
Ik heb geleerd dat het leven broos en fragiel is en er niet veel nodig is om van een gezonde persoon te vervallen in een ziek hoopje ellende. Daarom ben ik dus dankbaar en daarom probeer ik zo positief mogelijk in het leven te staan. Ik sta op en zie dat de zon schijnt en dat geeft me meteen een warm gevoel in het hart. Ik wandel met de hondjes en knik vriendelijk goeiedag naar die mens die ik tegenkom en zie dat hij/zij dat waardeert. Ik kom binnen bij de bakker en sla een praatje met de bakkerin.
Ik ben van natuurlijk een beetje een verlegen mens, en ik besef dat ik ook daaraan moet werken. Er is echt geen reden om schrik te hebben om onbekenden te benaderen of om naar een nummer te bellen waar je voordien nog nooit naar gebeld hebt. Ja, dat is soms nodig in het leven. Ik ben zo de laatste jaren met heel veel mensen van verschillende achtergronden en beroepen in contact gekomen. Meestal is het mijn vriendin die dan belt en zo. Maar moet zij echt altijd alles regelen?
Soms vind ik mezelf daarin heel onvolwassen en denk ik: “Miguel, dat moet echt anders man!”
En waarom denk ik dat? Waarom ben ik op zo’n momenten dan zo streng voor mezelf?
Wel, het antwoord is heel simpel.
OMDAT IK DE MENSEN OM ME HEEN GRAAG ZIE!

 

donderdag 1 augustus 2024

De Olympische Spelen.

 


Dag lieve mensen.
Het is weer zover, het sporttoernooi der sporttoernooien is weer bezig.
DE OLYMISCHE SPELEN!
Mijn favoriete sporttoernooi. Veel meer dan de Tour De France of het Wereldkampioenschap Voetbal.
Winnen op de Olympische Spelen is iets wat u als sportman/vrouw onsterfelijk maakt. Het bezorgd je een veel hogere status dan Belgisch, Europees of Wereldkampioen worden in de sportdiscipline die je beoefend. Dan ben je als competitiesporter pas echt iemand. En kijken mensen naar je op.
‘Als je wint heb je vrienden’ zongen Herman Brood en Henny Vrienten in de jaren tachtig. En dat is zeker zo wanneer je op de Olympische Spelen een medaille verovert. Een gouden medaille als het even kan.

De Spelen worden slechts om de vier jaar georganiseerd. En je moet echt heel goed zijn in je discipline om geselecteerd en genomineerd te worden. De Spelen zijn alleen weggelegd voor de besten van de besten.
Elke sporter haalt alles uit de kast om een selectie voor de Olympische Spelen in de wacht te slepen. En dat is dus hard trainen en veel opofferen voor je sport. Dat is alles uit je lichaam halen wat er in zit. Het is hard werken, maar de beloning maakt zoveel goed als je op het hoogste schavotje van het podium staat.
Maar zelfs als je gewoon deelneemt is het een ervaring die je nooit vergeet. Want de Olympische Spelen hebben een groot prestige en het is een naam als een klok.

Weet je wat ik het interessantste vind aan de Olympische Spelen?
Dat is dat je dan sporten ziet op TV die anders nooit aan bod komen. Om de twee jaar Europees of Wereldkampioenschap Voetbal. Elk jaar de Tour De France, Vuelta en Giro en in het voorjaar de grote wielerklassiekers. Het wordt op de TV zenders breed uitgesmeerd en voetballers en wielrenners zijn de vedetten onder de vedetten.
Maar als het Olympische Spelen zijn dan kan je kennismaken met andere sporten. Atletiek, zwemmen, roeien, worstelen, judo of dressuur.
Ik herinner mij de Olympische Spelen van het jaar 1996. Toen Fred Deburggrave goud won en ook onze judoka’s meer dan puike prestaties hebben neergezet onder het toezicht oog van toenmalig bondscoach en fulltime brulboei Jean-Marie Dedecker. Een mens zou haast vergeten wat die mens deed voor hij in de politiek de populist begon uit te hangen.
Nu ik eraan denk, het waren toen vooral de West-Vlamingen die de gouden plakken binnenrijfden. Ja, ik ben als West-Vlaming een beetje chauvinist ja.
Maar ook alle andere Belgische sporters kunnen op mijn respect rekenen.

Onze knappe gymnaste Nina Derwael! 


Weet je?
Ik kijk al eens graag naar mooie lichamen. En dan vooral mooie vrouwenlichamen, ik ben tenslotte een heteroman (of cis man) zoals ze dat tegenwoordig zeggen.
Die turnsters in hun strakke pakjes of de zwemsters in hun badpakken. Heerlijk toch.
Nee, ik schaam mij er niet voor om dit te schrijven. Ik zie graag mooie vrouwen, mag dat eigenlijk nog in deze preutse ‘woke’ tijden? En nee er staat geen doos Cleenex op tafel als ik naar de Olympische Spelen kijk. Als ge verstaat wat da ‘k daarmee wil zeggen.
Gewoon kijken en in stilte genieten.
Gewoon in mijn luie zetel naar knappe atletes kijken die proberen een medaille te veroveren en jaren van hard trainen en opofferingen proberen te verzilveren met een mooie podiumplaats. En dan liefst op het hoogste schavotje als het even kan.

De meeste sporters die aan de Olympische Spelen deelnemen zijn meestal amateurs. Oorspronkelijk mochten alleen amateur sporters aan de Spelen deelnemen, maar er waren teveel discussies en betwistingen. Dus liet men de sportbonden afzonderlijk beslissen of ze al dan niet professionele sporters zouden sturen. Maar desalniettemin zijn de meeste Olympische sporters verre van de grootverdieners zoals de hedendaagse grootverdienende voetbalsterren. Vaak oefenen zelfs sporters die voor hun prestaties  betaalt worden er nog een apart beroep op na en  zijn die vergoedingen vooral om de onkosten te drukken. Dat was wat destijds stof tot discussie was bij het al dan niet beslissen of professionele sporters mochten deelnemen ja of nee?
Vaak is wat ze verdienen amper genoeg om de kosten te drukken.
Maar ze doen het toch maar hé. De roeiers, de zwemmers, de boogschieters, de skateboarders, de mountainbikers. Al die tijd die ze steken in hun training, het op hun voeding letten, zorgen dat ze niet geblesseerd geraken, het schipperen met hun agenda’s.
Olympische sporters verdienen respect.



En het mijne hebben ze!

dinsdag 23 juli 2024

Over wat je in je mond stopt.

 





Dag lieve mensen.

Gezond eten, daar is toch al heel veel inkt over gevloeid.
De ene keer moet je koolhydraten mijden, en daarna wordt dan weer rood vlees afgeraden. Mensen vragen zich af ‘wat mogen we eigenlijk nog eten’? Er is om de zoveel tijd wel iets dat door voedingsdeskundigen en dieetgoeroes in de ban wordt geslagen of juist heel hard aangeraden.
Zo’n jaar of tien geleden kwamen de ‘superfoods’ in opmars. Iedereen at ineens quinoa, goji bessen en voegde kurkuma toe aan gerechten en sausen. Want dat zouden ontstekingsremmers zijn, ze zouden je weerstand verhogen en zelfs goed zijn voor de aanmaak van onze ‘grijze cellen’. Onze hersenen dus.
Maar wie een beetje zijn gezond verstand gebruikt weet dat er geen wondermiddelen bestaan. Zo moet je bijvoorbeeld al een kilo kurkuma eten eer je enig ontstekingsremmend effect hebt. Om al die beweringen die erover worden vertelt eens een beetje te relativeren.

Maar wat moeten we dan doen om gezond te eten?
Ja, ik hoor het je al zeggen. En ja ik heb die vraag ook al gesteld. Net omdat ik gezond eten en gezondheid belangrijk vind. Zeker na wat er mij sinds de afgelopen twee jaar op gezondheidsvlak is overkomen.
En één ding staat voor mij nu al vast. Eigenlijk voor iedereen die de wetenschappelijke bevindingen rond gezonde voeding een beetje probeert te volgen.
En dat ene ding is heel simpel en kan in drie woorden worden samengevat.

MIJD BEWERKTE VOEDING!

Fastfood, diepvriespizza’s, voorverpakte maaltijden, instant soep, saus uit ‘pakskes’, frisdranken, koekjes, chips. Kortom alles wat uit een pakje, zakje of blik komt zou je eigenlijk gewoon moeten mijden als de pest.
Bewerkte voeding bevat veel te veel suiker, zout en vet. En zit tjokvol additieven zoals kleurstoffen, bewaarmiddelen, smaakversterkers en andere rotzooi die je echt niet in je lichaam wil. Ze worden zo gemaakt dat je ervan kan en zal blijven van eten. Of waarom denk je dat je een hele zak chips en snoep helemaal leeg eet, zelfs als je dat helemaal niet van plan was.

Tijd maken om zelf je groenten te snijden.
Eigen foto. 


Voedingsfabrikanten zijn geen liefdadigheidsinstellingen. Hun reden van bestaan is geld verdienen en winst maken. Net zoals dat bij elk bedrijf het geval is. En voor bedrijfsleiders zijn alle middelen goed om winst te maken en hun aandeelhouders tevreden te houden. Als ze daarvoor mensen moeten ontslaan of hele vestigingen sluiten dan doen ze dat ook. Ze vinden het helemaal niet erg als hun aandeelhouders de champagnekurken laten knallen, zich niets aantrekkend van welke sociale ellende ze nu weer hebben aangericht.
Als ze al niet inzitten met hun eigen werknemers, denk je echt dat ze inzitten met u en met uw gezondheid? Denk je echt dat ze er hun slaap voor laten als je in het ziekenhuis in de wachtkamer zit met je overgewicht, je niet aflatende buikpijn, je hartproblemen, je aambeien of je achteruitgaande fysieke conditie. Denk je dat ze u een schouderklopje komen geven als je van je specialist een harde diagnose te horen krijgt zoals kanker of de nood van een dringende hartoperatie?
Tuurlijk niet. Voor hen ben je gewoon iemand die ervoor zorgt dat zij lekker rijk worden en rijk blijven door hun producten te blijven kopen, tegen beter weten in.
Want het is goedkoop meneer, en zo gemakkelijk. Een voorverpakte diepvriesmaaltijd in de microgolfoven steken is stukken minder tijdrovend dan zelf aardappelen schillen, groenten kuisen en je vlees bakken. En waarom zou je zelf mayonaise kloppen als je het gewoon kant en klaar in een potje kan koken.
En zo’n snelle hap als pizza of hamburger tijdens het bingewatchen, doorgespoeld met een zoete frisdrank of een pint bier. Ach wat is dat toch lekker hé.

En dan is er nog onze voorliefde voor dingen als charcuterie of godbetert frituurkost.
Charcuterie, wat is dat eigenlijk? Heb je er al eens bij stil gestaan?
‘Ne salami’, wat zit daar eigenlijk in? Varkenvlees? Rundsvlees? Paard? Lam? Rattenvlees misschien?
“Ja maar er staat toch op het etiket dat het varkensvlees is?”
“Oh ja? En ben je er zeker van dat ze er niet stiekem iets anders in hebben gedraaid? Of er wat zetmeel bij gekapt om zo minder vlees te moeten gebruiken om hetzelfde gewicht te kunnen bekomen? Om nog te zwijgen van fabrikanten die slachtafval gebruiken voor het maken van hun bereide vleeswaren. En in die frikandellen, berenpoten en andere frituurkost zit vaak nog grotere rotzooi waar je helemaal niet weet van welk vlees het is gemaakt.
De voedingswaarde van bovenstaande is nul komma nul. Maar we blijven het maar eten. We blijven maar salami, boterhamworst, americain preparé tussen onze boterhammen leggen of smeren. En om de zoveel keer moeten en zullen we het frietkot binnenwippen voor ‘ne grote met mayonaise, een frikandel special, een berenpoot en kipfingers.’  En ons excuus is dan altijd ‘komaan zo een keer op een weg kan dat toch geen kwaad’ of ‘dat kan toch zo lekker smaken hé’.
Dit terwijl we zo al veel te weinig groenten, fruit eten. Onze voeding onvoldoende voedingsvezels bevat en we meer vlees eten dan voedingsspecialisten aanraden.
Vlees dat veel te goedkoop is en waar ook langs alle kanten mee geknoeid is. Plofkippen, worsten waar water of een ander onbeduidend vocht is aan toegevoegd. Gemalen vlees met van alles erin zoals hamburgers, Zwitserse schijven, chipolata’s, vleesbrood, voorbereide gehaktballen, etc.

Een malse entrecote.
Eigen foto.


Eet echt eten!
Ik ben geen voedingsexpert of dieetgoeroe, en dat wil ik ook niet zijn. Het is echt niet mijn betrachting om met het opgestoken vingertje u de les te lezen. Trouwens, ik zondig zelf ook tegen wat ik hier schrijf, maar misschien veranderd dat wel als ik mijn tekst zo regelmatig eens herlees.
Ik hou naast mijn blog ook een dagboek bij en daarin schrijf ik dan hoe ik over de dingen denk, ja ook over gezonde voeding, vers eten en dat soort dingen.
Ook over andere dingen schrijf ik, als mij iets dwars zit of als ik mij nodeloos boos heb gemaakt over iets of iemand. Iets waarvan ik besef dat ik dat echt wel moet afleren. En dat helpt wel door er over te schrijven. Je slechte gewoonten beschrijven en dan later wat je schreef herlezen. Dat helpt echt hoor.
Een goede leidraad is ook: Eet tachtig procent gezonde en vers bereide voeding en hou ruimte voor twintig procent minder gezond maar zo aanlokkelijk eten als een pizza of een pak frieten.
Maar bovenal: Kies voor echt eten!
Een gouden raad die ik ooit las was deze: Eet niets wat je grootouders niet als voeding zouden herkennen.
 
En dat is ook zo. Mijn grootmoeder at geen kebab, vuurvreters, plofkippen of joppiesaus. Maar wel groenten uit de eigen tuin of van de markt. Vlees van een echte beenhouwer of van de eigen kippen of konijnen. Trouwens, onze grootouders - en voor de generaties voor hen geld dat nog veel meer – aten veel minder vlees dan wij nu. En ze deden veel meer en veel zwaardere fysieke inspanningen. En dat ging ook.
Wel aten ze soep, pap, hutsepot (met poten en oren), zelfgebakken brood en vis natuurlijk. Haring, sprot, wijting, pladijs en zeevruchten zoals ‘wullocks’ en ‘kreukels’.
Kortom: Ze aten ECHT ETEN!
Een kip van een goede kweker/slachter kan je niet vergelijken met zo’n ondermaatse plofkip van de grootgrossist. En een vers bereide filet americain met kappertjes, fijngesnipperde ajuintjes, zout, peper, tabasco en Worcestersaus (Engelse saus in de volksmond) is toch veel lekker dan die rotzooi uit potjes vol kleurstoffen, bewaarmiddelen en andere ziekmakende vuiligheid.
Eten dat je nog als ETEN herkend. Eten dat ruikt en smaakt zoals dat vroeger rook en smaakte toen je bij grootmoeder in de keuken kwam. Zo’n scharreleitje met zo’n diep oranje kleur of een kip waarvan je weet dat ze buiten heeft gelopen, omdat ze in je eigen tuin scharrelde.

Home made hamburgers. Beter dan die van de McDonalds.
Eigen foto.    


Als je daarmee al zou beginnen. Als je terug tijd zou maken om je eten zelf te bereiden en om het met zorg uit te kiezen. Als je bereid zou zijn om tien euro meer te betalen voor goed vlees of groenten die van echt goeie kwaliteit zijn. Weet dat het geld dat je niet uitgeeft aan goede, gezonde en kwaliteitsvolle voeding, je vroeg of laat zal mogen betalen aan dokters, specialisten en dure medicijnen.
In het leven komt het er vooral op aan om… KEUZES TE MAKEN!


dinsdag 16 juli 2024

Schrijfkramp.



 

Ik ben de laatste tijd veel aan het schrijven, ik heb er meer inspiratie en energie voor dan voor mijn operatie. Het is eigenlijk maanden en zelfs jaren geleden dat ik nog zoveel energie had. Dat ik de schrijf vibe zo sterk voel. En ik hoop dat ik dat zo lang mogelijk ga kunnen volhouden.
Het enige wat ik meer ga moeten doen is mijn schrijfsels op mijn blog zetten en nog meer en regelmatiger mijn blog updaten.
Want ik voel dat er een sterke respons is. Ze is niet groot, maar wel heel sterk. Mensen moedigen mij aan en vinden dat ik de dingen mooi kan verwoorden. Wel, wat dat laatste betreft streef ik er dan ook naar om er beter in te worden.
En misschien dat door nog meer te publiceren en dat dan ook op mijn Facebook pagina te zetten en die berichten op openbaar te zetten zodat iedereen die mijn Facebook profiel bezoekt deze kan zien, de respons nog groter wordt.
Want ik weet dat mensen zich optrekken aan mijn verhalen en diepere zielenroerselen, en dat doet eigenlijk wel deugt aan het hartje. En voor die mensen wil ik er zijn, en als ze zo nog meer mensen zijn dan is dat zelfs mooi meegenomen.

Schrijven is iets moois, taal is iets moois, woorden zijn iets moois.
En dat moois wil ik met jullie delen lieve mensen. Echt wel.
Ik wil jullie een goed gevoel in het hart bezorgen, dingen schrijven waar mensen zich aan kunne optrekken, die mensen inspireren, ontroeren, doen huilen, doen lachen. Wat zeg ik? Doen SCHATERLACHEN!
Ik wil inspireren, een indruk nalaten. Ik wil jullie hart raken.
Maar tegelijk wil ik ook mijn bezorgdheden met jullie delen. Mijn hart uitstorten en zeggen wat er op mijn lever ligt. Maar dat dan zonder al te veel de zageman uit te hangen. Want dat is nu ook weer niet de bedoeling. Niemand houdt van de zageman.
Maar mensen houden wel van verhalenvertellers. Zelfs toen we nog jagers-voedselverzamelaars waren stonden verhalenvertellers hoog in aanzien. Bij het kampvuur luisterde men geboeid naar hetgeen ze te vertellen hadden en hun verhalen gingen over van generatie op generatie. Men noemt dit ‘orale overlevering’ en zo leerden generaties op generaties de oude verhalen van hun voorvaderen kennen.
En dan kwam het schrift  kopieerden monniken oude verhalen op nieuwe vellen perkament zodat deze zeker niet verloren zouden gaan. Niet veel later kwam dan de drukpers en de boekdrukkunst. Leerden alsmaar meer mensen lezen en schrijven en nu helpt ook de hedendaagse technologie ons een handje.

Tegenwoordig doet men voor het schrijven van teksten, verhalen of scenario’s beroep op artificiële intelligentie, kortweg AI.
En eerlijk gezegd fascineert dat fenomeen mij toch wel. Elke dag komen er nieuwe mogelijkheden en toepassingen bij, het lijkt wel eindeloos.
Maar tegelijk huiver ik bij het idee dat kunstmatige intelligentie onze eigen intelligentie zou vervangen en zelfs overtreffen. Alsook zit ik een beetje met het idee dat AI ons een beetje lui zal maken. Net zoals Google, Google Maps, rekenmachines, autocorrect en teksten typen ipv schrijven dat doen.
Net zoals onze spieren worden ook onze hersenen lui als we ze niet of te weinig gebruiken. ‘If you don’t use it, you loose it’, het zijn loze woorden maar een harde realiteit die we altijd in gedachten moeten houden. Daarom zal je me niet snel betrappen op het gebruik van AI om teksten of verhalen te schrijven, tenzij misschien om ermee te experimenteren, om te weten of het wel werkt en hoe?
Maar er gebruik van maken omdat het zoveel gemakkelijker is? Hmmm nee.
Want ik haal veel te veel voldoening uit het zelf schrijven van verhalen en artikelen waarin ik ook een beetje van mezelf blootgeef en jullie een inkijk geef in mijn gedachten en zielenroerselen.

Maar wat ik jullie met dit korte, in de late avond geschreven artikel wil zeggen is dat ik nog meer en nog regelmatiger dingen op mijn blog ga publiceren. En ja, dat ga ik zo lang mogelijk proberen vol te houden.
Want het kriebelt, en je weet… ALS HET KRIEBELT MOET JE SCHRIJVEN!

Liefs.
Miguel.