dinsdag 26 mei 2020

Een groene parel 4




Enkele dagen later.
Samuel opende de deur van de gastenkamer waarin de gewonde vrouw nog steeds verbleef en herstelde van de verwondingen die ze had opgelopen.
Haar naam was Manon.
Manon Zwarts.
In haar jeugd was ze een zeilkampioene en werd ze zelfs geselecteerd voor het Nederlandse Olympische zeilteam.
Na haar carrière werd ze schrijfster.
Ze schreef vooral reisverslagen en artikelen voor tijdschriften over zeilen en reizen.
Maar tussendoor had ze ook echte romans geschreven.
Die zich telkens op exotische locaties afspeelden die ze heel secuur men perfectie wist te omschrijven.
Of je er zelf bij was.
Tuurlijk  was dat Manon er zelf bij.
Samuel kwam de kamer binnen en zette de plateau waarop haar ontbijt lag op het bed.
"Good morning," zei hij.
"How do you feel today?"
Manon draaide haar hoofd.
"Better, thank you.
Thank you very, very much, you save my live boy.
Dank je dat je mijn leven hebt gered."
"Dat heb ik niet gedaan," zei Samuel in alle eerlijkheid.
"Toa heeft dat gedaan?"
"Wie?" vroeg Manon
"Toa?
Mijn allerbeste vriend.
Op Mary en Johnny na."
"Wie is Toa?
Wil ik wel eens ontmoeten dan hoor."
"Een dolfijn."
"Je maakt een grapje?" zei Manon.
"Nee.
Toa heeft mij ook gered, drie jaar geleden."
Samuel vertelde over die ene dag drie jaar geleden toen hij overboord sloeg en door de golven en stroming werd meegesleurd.
En dankzij Toa aan de dood ontsnapte.
"Wat een verhaal!" 
En heeft die dolfijn mij ook gered dan?" vroeg Manon.
"Ja.
Hij bleef maar rond onze boot draaien.
Of hij wat zeggen wilde.
Ja hij had wat te zeggen.
Volg me.
Dat is wat hij zeggen wilde.
Volg me, er is iemand in nood.
We volgden hem, hij bracht me tot bij je boot."
Manon glimlachte zacht en keek met een tedere en liefdevolle blik naar de jongen met het ontblote bovenlijf en zijn pareo die hij rond zijn lenden had geslagen.
De jongen met donkere ogen, stevig gespierde armen en stevige torso die hem elke morgen een heerlijk en met liefde bereid ontbijt kwam brengen.
"Sit down on the bed" zei Manon.
"Zet je even, ik wil een beetje praten met je."
Manon legde haar hand op de jongen zijn knie.
"Hoe oud ben je?" vroeg ze.
"Vijftien," zei Samuel.
"Waar ga je naar school?"
"American Samoa," antwoordde hij in alle eerlijkheid.
Daar zit ik op internaat.
En kom alleen in de vakanties naar huis, zoals nu.
"Ja dat is vast een heel eind varen nietwaar?"
"Ja, vroeger met één van onze eigen boten naar Ha'emaleo en van daaruit met de veerboot tot in Tokulau waar we dan overstappen op weer een andere boot tot in Amerikaans Samoa.
Helaas vaart de boot naar Tokulau slechts heel sporadisch en is die boot eigenlijk een vrachtschip dat vooral gericht is op bevoorrading. Dus kunnen we niet elke vakantie thuis zijn."
Manon keek sip.
"Is het hier zo geïsoleerd?" vroeg ze.
"Ja helaas wel." zei Samuel.
"Dan zit ik hier misschien voor maanden vast?" zei ze met sombere stem.
"Nee.
Finding Bird zorgt er wel voor dat je snel weer naar je familie kan."
"Wie is... 'Finding Bird'?" vroeg Manon.
"Een Europeaan die twee jaar terug hier kwam wonen.
Een beetje vreemde man, maar heeft een hart van goud.
Is hier komen wonen omdat ons eiland volgens hem strategisch gelegen is voor de diensten die hij en andere inwoners van geïsoleerde eilanden wil aanbieden."
"Welke diensten?" vroeg Manon.
"Bevoorrading en zo.
Medicijnen, voedsel, brandstof en andere benodigdheden.
Hij is maar zelden hier, maar als hij hier is blijft hij altijd heel lang.
Omdat hij hier tot rust komt," zegt hij.
"I think he speaks your language.
He's speaking Dutch. Is that what they speak in Holland? 
Dutch?"
"Yes," zei Manon.
"Is hij Nederlander dan?"
"Nee... Belg."
"Oh jeetje," zei Manon.
"De enige man die ik ooit had in mijn leven was ook Belg.
Erik heette hij."
Manon keek dromerig voor zich uit.
"Zou het?
Ach nee, dit kan helemaal niet." zei ze zichzelf dwingend om uit haar droomtoestand te komen.
"Wie is Erik?" vroeg Samuel die net iets te laat besefte dat zijn vraag wel heel erg onbescheiden was.
"I mean... Ik bedoel."
"Niet erg," zei Manon terwijl ze zacht glimlachte.
"Erik is een man die ooit in mijn leven kwam.
En die ik beminde tot in het diepste van mijn ziel.
De eerste die ik toeliet in het diepste en intiemste deel van mijn lichaam.
Negentien was ik toen.
God, wat was dat een mooi moment.
Op een eiland net zo mooi als hier.
Maar dan in de Atlantische Oceaan.
"Curaçao? ooit al van gehoord?"
"Ja, ligt in de Caraïben," zei Samuel.
"Precies," zei Manon.
Daar leerde ik hem kennen.
Hij nam me mee met zijn zeilboot naar een klein en onbewoond eiland.
Legde zijn zeilboot voor anker en dan zwommen we er naartoe.
Naakt.
Daar nam hij mijn maagdelijkheid.
Op het strand.
Met alleen de pelikanen als getuige.
Maar ik was er op stage met het Nederlandse nationale zeilteam, en twee dagen later was ik weer op weg naar huis.
In de overtuiging dat ik hem nooit meer zou weerzien.
Maar dan vijf jaar later.
Ik schreef reisverslagen en recensies.
Daarvoor ging ik op reis.
En zo zag ik hem terug in Brazilië.
Waar hij mijn gids zou wezen op mijn trip door het ondoordringbare Amazonewoud.
We zagen elkaar weer en de liefdesvlam laaide weer op.
Ik bleef bij hem.
Volgde hem.
Hij wilde me vergezellen op de reis die ik had gepland.
Naar Indonesië.
Waar mijn grootvader in een gevangenenkamp zat tijdens de oorlog.
Een jappenkamp.
Voor mij was het een zeer emotionele reis, want dat verblijf had mijn grootvader gebroken.
Erik was al die tijd bij me."
Manon zweeg.
Beet op haar lip.

Manon is een prachtige vrouw.
Lang blond haar.
Diepgroene ogen met grijze tint.
Robuust lichaam, gebronsde huid.
Hier en daar al wat rimpels en kraaienpootjes, mag wel zeker als je net de veertig gepasseerd bent.
Maar deze Nederlandse dame mag er best wezen.
Manon herstelde heel snel.
Overdag zat ze op het terras van het huis van Reverend Joseph.
Aanschouwde het dagelijkse leven op het kleine eiland.
Maakte kennis met de andere dorpsbewoners en met Mary en Johnny die Samuel maar al te graag aan Manon voorstelde.
"You're a very goodlooking girl," zei ze tegen Mary.
"Thank you, dank je wel," zei Mary ietwat bedeesd.
"Je hoeft zo verlegen niet te zijn meisje," zei Manon beslist.
"Je hebt alle redenen om trots te zijn op jezelf.
Wees dat dan ook."
Het klikte meteen tussen Mary en Manon.
Mary nam haar mee naar het strand.
Ondersteunde haar, wat nodig was want Manon herstelde nog van haar open beenbreuk die gelukkig goed genas dankzij de goede zorgen van Jessica.
Manon stelde gerichte vragen.
Over Samuel.
"You like that boy aren't you?"
"Very much," antwoordde Mary.
"Heel veel.
Hij is echt mijn allerbeste vriend."
"Niet meer dan dat?" vroeg Manon.
Mary kleurde rood.
"Nee," zei ze me stokkende stem.
"Waarom niet?"
Mary kon niet antwoorden.
"Wees eerlijk.
Zou je dat niet willen dan?"
"Maybe," zei Mary.
"Sometimes i dream of that yes.
Soms droom ik er wel van ja."
"Zal ik je een geheimpje vertellen Mary.
Moest ik in uw plaats zijn, ik zou wel weten wat gedaan hoor."
"Yeah but... You're European.
You people are different.
Jullie zijn veel losser op dat vlak."
"Is dat hier nog zo'n groot taboe?" vroeg Manon.
"Wel," zei Mary.
"De meeste jonge mensen zijn wel los op dat vlak.
Hebben verkering en zo.
Maar ik ben de dochter van het stamhoofd, ik moet het goede voorbeeld geven.
En Samuel is de zoon van de dominee, een man van God.
Hij zou het vast niet goedvinden als zijn zoon seks zou hebben voor het huwelijk.
In zijn ogen is dat een zonde, en daar herinnert hij ons vaak genoeg aan in zijn preken en ook in dagelijkse gesprekken."
"Ik begrijp het," zei Manon.
"Weet je?
Ik kom ook uit een zeer religieuze gemeenschap.
Ik groeide op in een stadje genaamd Staphorst.
Mensen zijn daar in tegenstelling tot de rest van Nederland zeer strenggelovig en bijbelvast.
Hoe vaak ik niet gehoord heb dat zelfs kijken naar een jongen een grote zonde was en ik daardoor later in de hel zou belanden."
"Is je vader ook dominee?" vroeg Mary.
"Hij niet," zei Manon.
"Maar mijn oom wel.
Kwam dagelijks over de vloer en vooral moeder stond erop dat wij als familie van de dominee er een onberispelijke houding op nahielden.
Dan kreeg ik de kans om op zeilschool te gaan.
En mee op stage te gaan en aan wedstrijden te kunnen deelnemen.
Wat een verademing was dat.
Weg uit die verstikkende omgeving.
Ik deed eindelijk wat ik wilde.
Reizen.
Praten en omgaan met wie ik dat wilde."
Mary luisterde geboeid.


Dan bleef ze staan.
"Toa," zei ze.
"Wie?" vroeg Manon.
"Toa, mijn held.
De dolfijn die het leven van mijn lieve vriend Samuel redde."
Een dolfijn verscheen aan het wateroppervlak en toonde zijn breedste dolfijnenglimlach.
Manon keek met open mond.
Mary gooide haar pareo op de grond en rende het water in.
De dolfijn zwom naar haar toe en omhelsde haar zowaar.
Mary sloeg haar armen rond het lichaam van de dolfijn en samen dansten ze door het water.
Manon bleef gebiologeerd naar dit festijn staren.
Ook Samuel kwam erbij.
En andere jongeren en kinderen.
Samuel had vis bij en voerde deze aan Toa.
De dolfijn sprong en toonde zijn mooiste kunstjes.
De middag ging voorbij.
Mary ontfermde zich over de kleinsten en ditmaal was het Samuel die Manon ondersteunde en haar tot thuis bracht.
"Wat vind je van Mary?" vroeg Samuel.
"Ze is een leuke meid," zei Manon.
"Vind je dat echt?"
"Ja.
Jij niet dan.
Ja," zei Samuel.
"Ja echt wel.
Mary is zo lief.
Ik voel me zo goed bij haar.
Weet je.
Ik voel zoveel meer voor haar.
Zoveel meer dan alleen maar vriendschap.
Telkens als ze haar pareo afwerpt en in haar bikini het water ingaat om met Toa te spelen.
Dan... "
"Dan wat?" vroeg Manon.
"Dan heb ik een 'boner'," zei hij op fluistertoon.
"Die probeer ik dan te verbergen onder mijn pareo.
Ik schaam me daarvoor.
Ik wil niet dat ze denkt dat ik haar als een object zie of zo.
Maar, hoe langer ik naar haar prachtige lichaam kijk.
Hoe... "
"Vertel verder," zei Manon.
"Wat gebeurt er dan?"
"Mary is zo mooi geworden.
Haar lichaam.
Haar borsten.
Haar heupen.
Ik zou zo graag... "
"Zo graag wat Samuel?" vroeg Manon.
Samuel keek verlegen naar de grond.
"Ik zou zo graag... 
Seks met haar hebben.
Ik zou zo graag haar lippen willen proeven, haar handen over mijn lichaam.
Mijn zaad voelen stromen tussen haar benen."
Nadat hij dat laatste had gezegd kleurde Samuel echt bloedrood.
"Samuel," zei Mary.
"Je hoeft je hiervoor niet te schamen hoor.
Je gevoelens voor Mary zijn heel normaal.
Echt wel."
"Toen jij voor het eerst seks had met die man, Erik.
Had je toen pijn?
Doet het pijn als je een meisje penetreert?"
"Ja.
Ik moet eerlijk zijn.
Het doet pijn.
Maar weet je.
Na die pijn komt een heerlijk gevoel.
Je eerste echte orgasme.
Ik vond het zalig.
Nu ja, ik voelde dat al voordien.
Omdat Erik mij zo heerlijk streelde op zowat alle gevoelige plekken van mijn lichaam.
En dat maakte dat ik bereid was om dat korte moment van pijn te verdragen."
"Ik ben zo verliefd op Mary Manon.
Maar ik durf het haar niet te zeggen.
Heb het zo vaak geprobeerd, maar ik kan het maar niet gezegd krijgen wat ik voor haar voel.
En ook...
Ik ben bang dat ze ongewenste zwanger wordt.
Voor de gevolgen ervan."
"Ik begrijp het," zei Manon.
"En ik zal je helpen Samuel."
"Blijft dit dan tussen ons?"
"Tuurlijk wel Samuel," zei Manon.


zondag 24 mei 2020

Een groene parel 3



Drie jaar later.
Samuel is nu vijftien.
Gaat naar een privé school in Amerikaans Samoa.
Net als Mary en nog enkele andere jongens die goed presteren op de zondagsschool waar zijn moeder Jessica lesgeeft.
Jongens en meisjes waarin Joseph en Jessica hard geloven.
Het grootste gedeelte van het schooljaar zitten ze op die school.
Alleen tijdens de vakanties komen ze naar huis.
Dan haast Samuel zich naar het strand om meteen de zee in te duiken.
Roept de naam van zijn beste vriend.
Toa!
En dat hij het weet, die schrandere dolfijn.
Die zelfs al enige kunstjes heeft geleerd.
In ruil voor een visje, dat spreekt.
Ook Mary is er dan bij.
Mary.
Met haar slanke lichaam, haar licht wiegende heupen, haar welgevormde borsten.
Ze is geen kind meer.
Maar een ontluikende bloem.
Een prachtige bloem.
Alle jongens kijken vol verrukking naar haar.
Maar volgens de dorpelingen staat het nu al in de sterren geschreven dat ze ooit op een dag door haar vader naar het altaar zal begeleid worden om niemand minder dan Samuel eeuwige trouw te beloven.
Samuel.
Die ook geen kind meer is.
Maar een jonge man met brede torso en fel ontwikkelde armspieren.
Die hij op school wekelijks traint sinds hij deel uitmaakt van het roeiteam.
Roeien zit de Polynesische eilandbewoners in de genen.
Ondanks het feit dat hun vissersboten door buitenboordmotoren worden aangedreven is kunnen omgaan met de roeispaan een must voor de Polynesische vissers.
Ze zijn met de roeispaan in de hand geboren zeg maar.
En ja, dat is bij Samuel niet anders.
Met zijn afgetrainde lichaam trekt hij de aandacht van menig meisje en zelfs van de Amerikaanse toeristes die Amerikaans Samoa bezoeken waar hij en Mary school lopen aandoen kijken vol bewondering en stiekem verlangen naar de jonge domineeszoon met getaande huid en stevig gespierd lichaam.
Maar Samuel had alleen maar oog voor Mary en vice versa.
En hij was maar al te blij met die schaarse momenten dat ze elkaar buiten de schooluren zagen en ze even een momentje voor zich alleen hadden.
En ze gingen wandelen naar het strand vlakbij de school.
Om alleen te zijn.
De zon op hun gelaat.
Verdrinken in elkaars ogen.
Er ging van alles door Samuel, maar hij kon het aan niemand kwijt.
Niet aan zijn ouders, niet aan zijn vrienden.
En zeker niet aan Mary zelf.
Ook al probeerde hij het.
Remmingen hielde hem tegen.

Maar nu waren Samuel en Mary terug op Fao'Mara.
En was het weerzien met hun vriend en held Toa hartelijk.
Na een heerlijk uurtje spelen in het water zochten Samuel en Mary het strand op.
Samuel zag haar.
Haar heerlijke gestroomlijnde lichaam.
Het waterdruppels die over haar rug liepen.
Zijn hart klopte sneller en iets weerhield hem om uit het water te komen.
Tot hij ineens bliksemsnel naar zijn pareo greep en deze rond zijn lendenen sloeg.
Waarna hij een diepe zucht van verlichting slaakte.
Mary keek hem glimlachend aan maar zei niets.
Even later zaten ze op het strand te praten.
Zomaar te praten over koetjes en kalfjes.
"Mary, ik moet je wat zeggen." zei Samuel ineens.
"Wat dan Samuel."
Hij hapte naar adem.
"Ik... Ik... "
Mary legde haar hand op de zijne.
"Zeg het maar Samuel," zei ze om hem aan te moedigen.
"Nee, niets.
Ik.
Ik moet naar huis," zei hij.
"Vader heeft gevraagd om vandaag wat vroeger thuis te zijn.
Tot morgen Mary." zei hij.
Mary glimlachte zacht.
"Tot morgen Samuel," zei ze terwijl ze haar parelwitte tanden bloot lachte.
Samuel vervloekte zichzelf tijdens de wandeling huiswaarts.
Vervloekte zijn lafheid.
"Straks is een ander met Mary weg," zei hij tegen zichzelf.
Hij wist dat andere jongens ook een crush hebben op Mary.
En daar baalde hij van.

De volgende dag ging hij weer mee met de jongens vissen.
Eindelijk kwam het er nog eens van.
De jongens vroegen er zelf om.
En ja, hij wilde zelf niets liever.
Alleen was het na dat ene voorval drie jaar terug nog moeilijker geworden om zijn ouders hiervan te overtuigen.
Vooral zijn moeder dan.
"We willen je niet verliezen jongen," zei ze.
Maar vader wist dat dit geen toeval was.
"God heeft plannen met Samuel," zei hij.
"Ik heb hier alle vertrouwen in.
Maar... Verwaarloos je werk voor school niet jongen.
En zeker de bijbel niet."
Samuel zat aan boord.
Weeral naast Johnny.
Samuel keek rond.
"Waar is Toa?
Hopelijk is hem niets overkomen?" zei hij bezorgd.
Daar had hij alle reden toe, want het had de afgelopen nacht hevig gestormd.
De reden waarom de vissers de afgelopen dagen niet uitvoeren. 
Er werden felle en plots opstekende stormen verwacht.
En ja, afgelopen nacht was het zover.
Hevige windstoten, opzwepende golven die tot bij de huizen kwamen.
Daarom dat de huizen die het dichtst bij het strand gelegen zijn op palen staan.
Samuel woont verder in het dorp, vlakbij de kerk.
Maar het huis van Chief Kahehameho staat wel op palen.
Met een mooi versierde gevel, het huis van een dorpshoofd waardig.
"Toa komt wel," zei Johnny.
"Die zal zijn visjes niet laten schieten, wees maar gerust.
En ja, hoor, vanaf het moment dat de boot stilstond en de netten te water gingen was Toa er al.
Samen met enkele andere dolfijnen.
Maar waarom reageert hij zo raar.
Hij bleef maar kreten uitslaken en wapperen met zijn staartgedeelte.
Zijn kop bewoon telkens een andere richting uit.
Dan maakte hij een rondje en herhaalde de voorgenoemde handelingen.
"Wat scheelt er met die dolfijn?" vroeg Johnny.
De andere dolfijnen imiteerde Toa.
"Wat willen die beesten toch?" vroegen ook de anderen zich af.
"Misschien willen we dat we hen volgen?" zei Samuel.
"Wel, misschien moeten we dat wel doen," merkte Johnny op.
De netten werden boven gehaald en de motoren werden gestart.
Op dat moment schoten de dolfijnen als een raket vooruit.
De boot volgde.
"Misschien is er iemand in nood," zei Samuel.
"Zullen we gauw weten Sam," zei Johnny.

Johnny moest een flinke snelheid aanhouden om de dolfijnen bij te houden.
Ze kliefden als een snijdend mes over de waterlijn.
Recht op hun doel af.
"Daar!" riep Samuel.
"Waar?" vroeg Johnny.
"Voor ons, zie je het dan niet?"
"Verdomme ja," zei Johnny.
"Verderop dreef een zeilboot.
Die blijkbaar gekapseisd was.
Mensen in nood, we moeten helpen," zei Samuel.
Johnny bond het touw vast aan de reling van de zeilboot die op zijn zij lag.
"Help me!!!" klonk het.
"Please someone!!! Help me!"
Johnny en Samuel gingen in het ruim, daar bevond zich een vrouw.
Ze was gewond.
Kon geen kant uit.
Ze probeerde om de binnenruimte van haar zeilboot te verlaten maar slaagde er amper in.
"Help me i'm drowning!" riep ze.
"Don't worry!" riep Samuel.
"We will help you."
Johnny wilde haar uit het almaar stijgende water trekken.
"Wacht! wie weet zit ze vast?
Of heeft ze iets gebroken.
Do you have pain misses?" vroeg hij aan de dame.
"Can't move my leg, it hurts.
Mijn been doet pijn.
Please help me.
Help mij!"
Beide jongens pakten de vrouw bij haar bovenlichaam en hielpen haar uit het ruim.
De andere jongens stonden klaar om haar op te vangen en zo voorzichtig mogelijk naar de boot te dragen.
Ze had een open beenbreuk en een lelijke en hevig bloedende hoofdwonde.
In een kastje zag Samuel een EHBO trommel en griste die mee.
Hiermee kon hij de vrouw alvast de eerste zorgen toedienen.
"Naar Fa'o Mara, full speed," zei hij tegen Johnny.
De boten vaarden weg, de zeilboot dreef doelloos verder.
De jongens wisten dat eens bij aankomst de Marine of kustwacht van Nieuw-Zeeland - waartoe Fa'o Mara behoorde - moest worden verwittigd.

Eens op Fa'o Mara werd de vrouw op een draagberrie naar het huis van Joseph en Jessica gebracht waar Jessica haar zo goed mogelijk verzorgde.
"Moet ze niet naar de kliniek gebracht worden," vroeg Chief Paul bezorgd?
"Nee," zei Jessica met al haar ervaring als verpleegster.
"Ze heeft nu vooral rust nodig.
Kan ze evengoed hier in ons huis.
Ik heb hier alles wat ze nodig heeft."
Uit de papieren die de vrouw op zak had bleek dat ze een Nederlandse was.
"Wat doet ze hier?
Komt ze helemaal vanuit 'Holland' met een zeilboot?" vroegen de mensen zich af.
God zei geloofd dat Toa jullie kwam verwittigen," zei Joseph.
Anders was die vrouw reddeloos verloren geweest.
Nieuwsgierige dorpsbewoners troepten samen bij het huis van de dominee in de hoop om een glimp op te vangen van de vreemde vrouw uit de gekapseisde zeilboot.
Gered door de held van de zee.
Toa.

zaterdag 23 mei 2020

Een groene parel 2



Het verdriet was immens.
Fa'o Mara was in diepe rouw gedompeld.
Het tragische nieuws over Samuel kwam aan als een mokerslag voor de kleine maar hechte gemeenschap op Fa'o Mara.
Samuel was dan ook heel geliefd op het eiland.
De dorpsbewoners kwamen samen rond het kleine kerkje, ondanks de gierende wind en de striemende regen van zodra ze hoorden wat er gebeurd was.
Wat niet lang duurde want het nieuws ging als een lopend vuurtje door het dorp.
Joseph liet de rouwende dorpelingen  binnen in zijn kerk.
Waar ze spontaan begonnen te bidden en psalmen zongen.
En hun rouwbeklag over te maken aan hun dominee en zijn echtgenote.
wiens diep en intens verdriet deelden.
Tegen de avond luwde de storm.
Het werd weer rustig op het eiland.
Stil.
Bij het strand zat een meisje.
Het was Mary.
Ze had de kerk verlaten.
Wilde alleen zijn.
Alleen met haar verdriet.
Haar diep en intens verdriet om Samuel.
Haar soulmate.
Aan wie ze al haar geheimen en diepe zielenroerselen kwijt kon.
In alle vertrouwen.
Want Samuel hield alles voor zich.
Hij was haar grote broer die haar altijd bijstond met goede raad.
Zo zag ze hem.
Als een grote broer.
Ook al waren ze even oud.
Twaalf jaar.
Niets zo hartverscheurend om afscheid te moeten nemen van een twaalfjarige.
Of het nu je zoon of dochter is, broer of zus, of buurjongen/buurmeisje.
Het doet pijn.
Altijd.
Het was stil die avond.
Iedereen zat in de kerk.
Op uitzondering van enkele jongeren die verzamelden en op hun eigen manier hun verdriet deelden.
Zoals Johnny samen met enkele vrienden deed.
Mary zocht troost op haar favoriete plek.
Het strand.
Terwijl de tranen over haar wangen rolden keek ze naar de ruisende branding.
Volgde de golven met haar ogen.
Tot het moment dat uiteindelijk beukten op het met schelpen, takken en wrakhout bezaaide strand.
De zee was nog altijd heel wild en woest.
Ofschoon de wind al behoorlijk getemperd was.
Mary huilde.
Met lange diepe halen.
Het besef drong nu pas echt tot haar door.
Dat Samuel, haar zielsmaatje...
Er nooit meer zou zijn om haar een troostende schouder aan te bieden.
Dat ze nooit meer haar hartje zou kunnen luchten, zich vastklampend aan zijn luisterend oor en zich lavend aan zijn woorden van troost en wijsheid.
Verdomd veel wijsheid voor een twaalfjarige.
Samuel was een intelligente knaap, dat was een feit.
"Waarom God?" vroeg ze.
"Waarom heb je Samuel van me afgenomen.
Ik hield van die jongen.
Met heel mijn hart.
Aan hem kon ik alles kwijt.
Waarom?
God, zeg het me?
Waarom?"
Vertwijfeld sloeg ze haar ogen ten hemel.
Haar gezicht onder de tranen.
Dan hoorde ze iets.
Gezang.
Ze hoorde... Zijn stem.
Mary hield de adem in.
Ja zo leek het wel.
Of hij voor haar zong.
Zoals hij dat zo prachtig kon.
In de kerk.
Of op het strand als ze samen waren en ze hem begeleide op de ukelele.
Ze zag het zo voor haar.
Hoe hij zittende in het mulle zand zat te zingen met gesloten ogen.
Ze hoorde het nu heel goed.
"Samuel?" vroeg ze zacht.
"Ben je daar?
Ben je er voor me?
Ja, dat kan haast niet anders.
Dat jij over me zult waken.
Lieve Samuel.
Fijne jongen... "
Ze sloot de ogen.
Hoorde het nu duidelijk.
Dat het geen gezang was.


Ineens veerde Mary recht.
Zo snel haar benen haar dragen konden liep ze langs de waterlijn.
Door het water van een golf die het strand overspoelde.
Lening als een hinde sprong ze over een grote tak die dwars over het strand lag.
Ze gooide haar pareo waar die maar vallen wilde en wierp zich in de branding.
Zwom als een bezetene steeds dieper het water in terwijl ze haar naam riep.
"SAMUEL!!!!
Hou vol maatje, ik ben er!" riep ze voor ze kopje onder ging en proestend weer bovenkwam.
Verderop worstelde een jongen tegen de woeste baren.
Mary zwom naar hem toe en trok hem tot bij haar.
Samen zwommen ze naar de kustlijn waar Mary hem op het droge trok.
Waarna Samuel uitgeput in haar armen viel.
"Samuel lieverd!
Wat is er gebeurd jongen?" vroeg ze snikkend.
Samuel trilde op zijn benen.
"De boot kapseisde," zei hij.
Ik ging kopje onder en moest in ademnood worstelen om tot aan het wateroppervlak te geraken.
Eens ik boen water kwam zag ik dat ik behoorlijk was afgedreven van de anderen.
En de stroming dreef mij alsmaar verder en verder.
Ik riep en riep!
Maar ze hoorden me niet.
Ik ging telkens weer kopje onder.
Dacht dat het met me afgelopen was.
Ik bad God om vergeving en bereidde me voor op mijn nakende einde.
Dan was er ineens een dolfijn.
Die hielp mij telkens weer om boven water te komen.
Gaf me de kans om uit te rusten op zijn rug.
Eerst wilde hij me naar Ma'ehaelo brengen.
Maar de stroming was te sterk.
Dan maar mee met stroming.
Naar Fa'o Mara.
Het was zo zwaar en vermoeiend in dat koude water terwijl de storm zoveel van mijn krachten vergde.
Maar de dolfijn bleef altijd bij me.
Begeleide me tot het voor hem te diep werd.
Kijk daar heb je hem.
Daar hij komt boven water.
Wil afscheid nemen Mary... Kijk dan!
Mary keek over het wateroppervlak.
Zag een dolfijn dansen over de branding.
Ging kopje onder toen er een grote golf kwam en kwam dan terug boven water.
Lenig als een ballerina.
"Dankjewel," riep Mary.
"Dank je wel dat je mijn vriend hebt gered!
Dank je wel!"
De dolfijn slaakte een typische dolfijnenkreet en flapperde met zijn staart.
Daarna verdween hij onder het water.
Om dan verderop nog een mooie buiteling te maken.
Weer sloeg Mary haar armen rond Samuels hals.
Huilde.
Van pure ontroering.
Dan richtte ze haar ogen ten hemel en dankte goed.
Waarna ze zich stevig vastklampte aan Samuel.
Haar zielsmaatje.
Johnny en zijn vrienden hadden het tafereel in de verte gezien en liepen eveneens op Samuel en Mary af.
Een andere jongen was naar het dorp gelopen en waarschuwde de volwassenen die nog steeds in de kerk zaten.
Iedereen liep op Mary en Samuel af.
De vreugde was groot.
Vreugde om de goede afloop.
Dolgelukkig sloten Joseph en zijn echtgenote Jessica hun oudste zoon in de armen.
Dolgelukkig om de goede afloop.
Telkens opnieuw vertelde Samuel over de dolfijn die hem het leven redde.
Iedereen ging naar het strand in de hoop om nog een glimp van het dier op te vangen.
Zongen een leid voor hem.
Een danklied eigenlijk.
Terwijl de zon onderging.
Daar was hij opnieuw.
De dolfijn die Samuel het leven redde.
"Geef hem wat vis," stelde Johnny voor.
"Om hem te bedanken."
Er werd een grote mand vis gehaald en Samuel gooide de ene vis na de andere.
De dolfijn was allerminst mensenschuw want hij kwam zeer dicht bij de kustlijn
Samuel stond al bijna tot aan zijn borst in het water.
De dolfijn kwam dichter en dichter.
Dan raakte hij met zijn snuit Samuels gezicht.
"Dank je lieve Toa.
Je bent een echte Toa.
Een echte held."
"Toa, oftewel 'held' in de plaatselijke taal.
Met deze naam zou deze dolfijn voortaan door het leven gaan.

vrijdag 22 mei 2020

Een groene parel.



Noot: De locaties van dit verhaal zijn fictief!

Het was ochtend.
Pastelkleurig zonlicht verdreef de duisternis die heerste over de Stille Zuidzee.
De eerste zonnestralen zorgden voor magie wanneer zij weerkaatsen op de flanken van de vulkaan die het eilandje Fa'o Mara domineerde.
Het was een rustige dag, zoals altijd.
De vogels kwetterden naar hartelust, welks enkel onderbroken werd door het breken van de golven op het witte strand dat met schelpen bezaaid was.
Aan de zuidkant van het kleine vulkaaneilandje omgeven door koralen lag de enige nederzetting.
Het was middag.
Het was warm.
Het was stil op het strand.
Maar niet voor lang meer, want de vissers die op de terugweg waren werden verwacht.
Meer en meer mensen kwamen het strand op en keken of de vissersboten nog niet in zicht waren.
Houten boten met een eenvoudige buitenboordmotor die de traditionele zeilen hadden vervangen, ofschoon sommige oudere vissers nog altijd het zeil als stuwkracht verkiezen.
Het strand was gevuld met mensen.
Jonge mensen.
Oude mensen.
Er speelde muziek en enkele meisjes begonnen spontaan te dansen.
Hun lichamen gehuld in de 'pareo' het traditionele gewaad van de Polynesiërs.
Sierlijk waren hun bewegingen.
Dan hield de muziek op en hoorde je alleen nog het gebruis van de golven en het geluid van motoren dat steeds scherper werd.
De manden werden uitgezet en de hoop op een goede vangst was groot.
Kinderen dartelden speelden op het strand.
Een oudere gezette man liep naar de vloedlijn en bond zijn pareo strakker rond zijn dikke buik. Hij was vergezeld door andere voornamelijk oudere mannen.
Hij droeg bloemenkransen, sieraden met amuletten, sierlijke gewaden en prachtige traditionele tatoeages sierden zijn lichaam.
Het was Paul Kahehameho, het dorpshoofd.
Streng maar rechtvaardig regeerde hij over de kleine gemeenschap van Fa'o Mara.
Hij werd geëerd en gerespecteerd.
Alle dorpelingen bejegenden hem met het allergrootste ontzag.
De vissersboten kwamen aan, de vis werd aan wal gebracht, gesorteerd en verdeeld onder de dorpelingen.
Ze hadden weer te eten.


De netten werden nagezien, de vloer van de boten gereinigd. 
De sfeer was ontspannen, de geur van verse vis prikkelde de neuzen.
Ook Joseph Ka'omahuleo sloeg de ijverige vissers gade.
Zocht tussen het gewemel naar zijn zoon Samuel die met hen mee was gegaan.
Dik tegen zijn zin.
Hij zou liever zien dat de jongen zijn schoolwerk wat meer ter harte nam.
En zich bezig hield met het lezen van de bijbel, de lessen van de zondagsschool en het gemeenschapsleven. Goede werken en zo.
Maar Samuel Ka'omhuleo vertoefde veel en veel liever tussen de jonge vissers.
En was maar al te blij dat hij met ze mee mocht.
Maar eerst moest Johnny Wai'o Maio een jonge visser met wie Samuel het heel goed kon vinden plechtig beloven om goed voor Samuel te zorgen en te behoeden voor het gevaar.
Samuel sprong uit de boot en hielp mee de netten spoelen en plooien.
Nijverig en hulpvaardig zoals altijd.
Daarna liep hij naar zijn vader met een bak vol vis.
Verse vis recht uit de oceaan.
"Mooie vangst jongen," zei Joseph.
Ook Mary kwam kijken.
Mary is de dochter van het dorpshoofd.
"Hoe was het op zee?" vroeg ze.
Samuel vertelde uitgebreid over de trip en de vangst. Mary luisterde aandachtig.
"Op tijd thuis voor het eten Samuel," zei vader die wist dat het gesprek met Mary nog lang duren zou.
Mary en Samuel waren soulmates.
Al van kleinsaf aan speelden ze samen.
Gingen samen naar school en brachten uren door op het strand.
Vertelden elkaar al hun geheimen en zieleroerselen.
Twee kinderen van 'de eilanden'.
Met hun dromen en plannen.
Mary is een vrijgevochten meisje met een sterke wil en een ietwat rebels karaktertje.
Samuel is een intelligente knaap die veel vrienden maakt en met iedereen overweg kan.
Is een goed rugbyspeler, is handig en leert snel.
Helpt graag met  het onderhouden van de boten en Johnny leert hem hoe de netten moeten worden herstelt, hoe je de motoren van de boten onderhoudt of zelfs herstellen wanneer dat nodig is.
Samuel leert Johnny dan weer over de sterren, de maan, de zon en de planeten.
Eigenlijk zou Samuel graag zeeman worden.
Droomt ervan om met een zeilboot helemaal tot in Californië, Japan, China of Australië te varen.
Of naar Europa.
Voor hem net als voor zoveel andere eilandbewoners een oneindig ver en exotisch oord.
Net zoals de eilanden in de Stille Zuidzee dat voor ons zijn.


De volgende dag.
Nog voor zonsopgang waren de jongens al paraat om met hun boot het ruime sop te kiezen.
Hopende op een goede vangst.
Samuel was er weer bij.
Eigenlijk tegen vaders wil in.
Want die had eigenlijk veel liever zijn zoon aan een stevige sessie bijbelstudie onderworpen en hem terstond ook gaan voorbereiden op de overgang naar het secundair onderwijs welks hij een gerenommeerde school op Amerikaans Samoa zou volgen.
En waar door bemiddeling van Reverend Joseph  heel wat andere beloftevolle jongeren van het eiland naartoe gingen.
Ook Mary zou naar die school gaan het volgende schooljaar.
Daar keek Samuel wel naar uit.
Samen met Mary naar dezelfde school.
Tot hij hoorde dat op de campus jongens en meisjes gescheiden waren. Alleen de lessen waren gemeenschappelijk.
Dat betekende dat hij Mary alleen maar overdag zou zien.
Maar daar dacht hij nu allerminst aan.
Hij hielp mee de netten aan boord van het schip te trekken en plooide ze zo goed mogelijk, want knopen in de netten dat konden de vissers missen als kiespijn.
Dan werd de boot te water gelaten en startte Johnny de motor.
Daar vaarden ze dan.
In Oostelijke richting, de opkomende zon tegemoet.
Samuel zat achterin de boot, naast Johnny die kameraadschappelijk zijn arm over de jongen sloeg.
De wind door zijn haren.
Het ronken van de buitenboordmotor.
Het geklots van de golven.
Het zonlicht dat de duisternis verdreef.
Dan keken de jongens naar links, daar leek iets te bewegen tussen de golven.
Ja hoor.
Ze waren er.
De jongens hielden de adem in.
Wachtende op de begroeting.


Ineens schoot er iets uit het water.
Gejuich steeg op uit de boot.
Eén, drie...
Vijf dolfijnen doken op uit het water, maakten een sprong en dansten dan over het wateroppervlak.
Dan verdwenen ze weer onder water.
De vissers wisten, het is tijd om de netten te water te laten.
De vissen kwamen eraan.
Veel vissen.
In de netten gedreven DOOR DE DOLFIJNEN!
De dankbare hulpjes van de vissers.
Honderden vissen werden voortgedreven tot bij de netten die onder de boten dreven die zich traag vooruit bewogen.
Honderden vissen hadden geen schijn van kans.
Om te ontsnappen aan de moordende kaken van de dolfijnen hadden ze geen andere keuze dan te zwemmen tegen de richting waarin de netten zich voortbewogen.
Waarna ze in de val zaten.
En aan boord gehesen werden.
De dolfijnen die kregen natuurlijk hun deel van de buit.
De jongens gooiden de vissen zo ver mogelijk.
De dolfijnen sprongen en hapten de vissen uit de lucht.
Samuel genoot van dit spektakel.
Vol enthousiasme gooide hij de ene vis na de andere, die dan door de springende dolfijnen werden opgevangen en verorberd.
Dan vaarden de boten verder naar weer een andere visgrond.
Gevolgd door de dolfijnen.
Op de achtergrond doemde Ma'ehalo op.
Het belangrijkste eiland van de eilandengroep waartoe Fa'o Mara behoorde.
Het was een veel groter eiland dan Fa'o Mara.
Met een enorme oprijzende vulkaan die al van heel ver te zien was.
Bij heel helder weer kon je het eiland vanaf de oostkant van Fa'o Mara zien.
En vanop de hogere gedeeltes van het eiland nog veel beter.
Hier bevond zich het enige ziekenhuis van de eilandengroep en ook een vakschool waar de meeste jongens, zo ook Johnny naartoe gingen om een vak te leren.
Ondanks het feit dat ze later gewoon visser zouden worden.


Maar het weer veranderde.
Grote pikzwarte wolken kwamen over drijven.
En de wind begon aan te wakkeren.
"Storm!" riep Johnny.
"Haal de netten binnen, we moeten zo snel mogelijk terug naar huis."
De netten werden binnen gehaald en de vissers keerden zo snel mogelijk terug naar Fa'o Mara.
De wind waaide alsmaar harder en de zee werd met de minuut woeliger.
Johnny moest zich goed concentreren en zijn beste stuurmanskunsten laten zien.
Zijn boot was de laatste van de schare vissersboten die die dag in zee trok.
Ze vaarden zo snel ze konden.
Trotseerden de alsmaar hogere golven en de alsmaar hardere wind.
Het begon nu ook te regenen.
De verduisterde lucht werd hel verlicht door felle bliksemschichten.
De hel brak nu echt los.
De boot werd meermaals overspoeld door hoge golven en het water in de boot kwam alsmaar hoger
De jongens moesten hozen.
De tocht over zee leek eindeloos en Fa'o Mara verder weg dan ooit.
Maar Polynesische vissers zijn van geen kleintje vervaarden laten zich door stormen niet afschrikken.
Maar dan...
"Kijk uit!" riep één van de jongens.
Een enorme golf...
Groter en gevaarlijker dan alle anderen.
Rees hoog op boven de boot.
En sloeg over.
Sleurde de boot mee die meteen kapseisde.
De jongens sloegen overboord.
Johnny kwam hoestend en proestend boven water.
Draaide zich en klampte zich vast aan de boot.
Klom erop en riep de anderen.
Eén voor één hielp hij zijn maats op de boot die onderste boven lag.
"Waar is Samuel?" riep hij.
"Heb hem niet meer gezien," antwoordde één van de andere jongens.
"Maar daar is Marcus, wacht ik trek hem op."
Alle jongens waren aan boord.
Behalve Samuel.
De andere vissers hoorden het geroep en hadden meteen door dat er iets mis was.
Snel hesen ze de jongens aan boord.
"Samuel is missing!" riep Johnny.
"We vinden hem nergens."
"We moeten naar huis,voor er nog meer boten kapseizen," zei de voorman van de boot die Johnny oppikte.
"Nee!!!
Samuel!" Riep Johnny.
"Hoe kan ik Reverend Joseph ooit nog onder ogen komen?" zei Johnny met gebroken stem. Denkende aan de belofte die hij maakte.
"Hier kan jij niks aan doen Johnny!" zei Isaac, de voorman van de andere boot.
"Het kon evengoed een andere jongen geweest zijn.
Jij misschien... "


maandag 11 mei 2020

Bloggen in tijden van corona deel 30: Waar of niet waar?



Dag lieve mensen.
Lang geleden hé.
Maar ja.
Ik had beloofd om een vervolgverhaal te posten en ja daar ben ik mee bezig.
Maar ik wil vooral dat het een goed verhaal wordt, en daarom steek ik daar mijn hart en ziel in.
En ja, ik ben dan behoorlijk perfectionistisch ja.
Alles moet kloppen.
En ik zoek dan ook de nodige informatie over het onderwerp op.
Makkelijk zat als je internetaansluiting hebt en je op elk moment van de dag of zelfs nacht Google kunt raadplegen.
En een beetje talenkennis is ook handig om dan site's in het Engels of het Frans te kunnen raadplegen.
Dankzij het internet ligt er een schat van informatie binnen handbereik, zowel in woord, beeld als geluid.
De hoeveelheid informatie is zodanig groot dat je jezelf er werkelijk doorheen moet ploegen en je echt moet wroeten om die informatie te vinden die relevant is voor je zoekopdracht.

En helaas is veel van die informatie die je vindt op het internet niet zelden onjuist, foutief of gewoon fake.
Ik wil nu niet uit de hoogte gaan doen, of pretenderen dat ik het allemaal beter weet.
Maar als ik zie dat die 'conspiracy' onzin die je tot voor enkele jaren terug sporadisch eens tegenkwam tijdens het scrollen over Facebook of wanneer je naar iets zocht op het internet nu zelfs ter sprake komt tijdens de gesprekken bij het aanschuiven bij de bakker of tijdens de koffie of lunchpauze op het werk. Dan frons ik toch wel even de wenkbrauwen.
Almaar meer mensen geven aan wantrouwen te koesteren tegen 'big-pharma', beweren dat ADHD een verzonnen ziekte is, twijfelen aan het nut van vaccins of vinden dat 5G een bedreiging is voor de volksgezondheid. 
Er heerst wantrouwen jegens de politiek, de EU, de media en meer en meer ook jegens de wetenschap!
Dat mensen politici wantrouwen is niets nieuws, en vaak hebben politici dat ook gewoon aan zichzelf te danken.
De EU heeft niet zonder reden de reputatie een log instituut te zijn, het Europees Parlement een praatbarak voor uitgerangeerde politici en de media. Die lijken wel warm en koud tegelijk te blazen, kijken nauwelijks verder dan 'de waan van de dag' en willen vooral hoge oplagen, kijkcijfers en clicks.
Waardoor er almaar minder ruimte is voor duiding en diepgang.
Vooral  dat laatste maakt dat mensen steeds vaker op zoek gaan naar zogenaamde 'alternatieve nieuwsbronnen'.
Maar vaak zijn dat verspreiders van regelrechte nonsens.
Ofwel zijn het clickbait sites die leven van advertenties van dubieuze websites.
Ofwel is het pure politieke propaganda van extreem-rechtse makelij.
Ofwel is het gewoon conspiracy onzin van de bovenste plank.
En in geen enkele van deze drie gevallen zijn ze mijn kostbare tijd waard.

Maar de vraag is.

Hoe weet je welke informatie je kan vertrouwen en welke niet.
Want wat de mainstream media schrijven is ook niet altijd even betrouwbaar meneer.
Vaak zijn die journalisten zo zelfingenomen en pedant als de pest.
En hun meningen zijn vaak gekleurd: Lees TE LINKS!
Hoe moeten we dan goede informatie van slechte onderscheiden?
Wel, wondermiddelen bestaan niet, ook niet wat betreft het feilloos onderscheiden van betrouwbare en dubieuze informatie niet.
Je moet er wel een beetje moeite voor doen hé.
Informatie checken en dubbelchecken.
Eigenlijk is dat werk dat reporters zouden moeten doen eer ze iets publiceren, maar velen zijn daar gewoon te lui voor.
Maar eigenlijk-feitelijk mag ook de krantenlezer, de nieuwsconsument, de informatie-opzoeker en de sociale mediagebruiker - U en ik dus - wel wat kritischer zijn.
En laten we eerlijk zijn.
Alles begint bij een degelijke BASISKENNIS!
We doen in onze schooltijd heel wat kennis op.
Leraars stampen het erin en hopen dat je later in je leven iets met deze kennis gaat doen.
Maar met de tijd gaat er veel van die kennis verloren.
Dat vervaagd.
Je hebt het toch niet meer nodig.
Denk je.
Wel, think again.
Net in deze tijd waarin informatie als een stortvloed op ons afkomt en je door de bomen het bos niet meer ziet is basiskennis net heel essentieel.
Ik zou zeggen, hoog tijd om die basiskennis eens wat op te frissen.
Maar ja, waarschijnlijk heb je je oude schoolboeken met het oud papier meegegeven of is dat ergens verloren geraakt.
Enfin, zo is dat toch in mijn geval.
Paniek!
Wat nu?
Wel.
Er zijn gelukkig een hele schare wijze mensen die de kunde hebben om essentiële kennis op een eenvoudige en bondige manier uit te leggen.
Die uitleg vindt je vaak terug op Youtube.
Ja, veel onzin vindt je daar ook terug.
Maar laat me toch eens een paar goede tips geven.
TEDtalks: Een klassieker in het genre. Verzamelen voordrachten van vakmensen en academici die in een éénvoudige taal en vanuit hun eigen vakgebied essentiële zaken maar ook actuele zaken van de nodige tekst en uitleg te voorzien.
Kurzgesagt - In a Nutshell: Op dit Youtubekanaal legt men wetenschappelijke fenomenen kort en bondig, en altijd voorzien met - naar mijn mening - best wel grappige animatie en met de nodige humor. Echt een aanrader.
Universiteit van Vlaanderen: Deze is echt wel een aanrader.
Vlaamse academici en wetenschappers doen er tijdens college's met een live publiek en vertrekkend vanuit een prangende vraag essentiële zaken uit de doeken of geven tekst en uitleg bij actuele zaken zoals het coronavirus.
En dit in een zeer helder en eenvoudig taalgebruik.
Vragen als 'moet je elke dag 10.000 stappen zetten'? 'Waarom ga je vanavond weer veel te laat naar bed'? of 'Waarom duurt het zo lang om een vaccin tegen corona klaar te hebben'?
Zaken die je misschien al veel langer had willen weten, maar waar je niet aan dacht om die vraag te stellen of om er informatie over op te zoeken.

Je kan natuurlijk ook gewoon een goed non-fictie boek lezen.
En dat ben ik tussen het bloggen en het schrijven door ook aan het doen.
En over het boek dat ik nu lees ga ik het heel binnenkort hebben.

En jullie weten het lieve mensen.
SAMEN STERK!
Liefs.
Miguel.








zondag 26 april 2020

Bloggen in tijden van corona deel 29: Boeken en verhalen.



Dag lieve mensen.
Het is zondag.
Doe het maar lekker kalm aan dag.
Chill en op 't gemakske in de zetel.
In mijn geval met de laptop op schoot, en hier in mijn blog schrijven.
Koffie binnen handbereik.
Hmmmmm koffie.
Heet en straf zoals Alain Donck één van de vaste hoofdpersonages uit mijn verhalen zou zeggen.
En zo hoort koffie toch te zijn.
Heet, straf en met een beetje aroma als het even kan.
Tussendoor verder schrijven aan een nieuw verhaal, maar nu eens een verhaal dat niets met rechercheurs of detectives te maken heeft.
Het speelt zich zelfs af om een verre en exotische locatie.
Als kind las ik ooit een mooi maar door de tijd ietwat vergeten jeugdboek dat zich afspeelde op Hawaï. 
Het ging over een kleine jongen die vriendschap sloot met een dolfijn die hem het leven redde.
Als ik het later herlas dan kon ik amper besluiten dat het infeite een heel dun verhaaltje was waarin de clichés over Hawaï en haar bevolking niet van de lucht waren.
Alle meisjes hebben bloemen in hun haar en kransen rond hun hals, het is er altijd mooi weer en de mensen leven er zo puur en éénvoudig.
Niet meer van deze tijd zulke boeken die bulken van clichés en stereotypen.
En toch las ik dat boek graag.
Omdat het me op donkere dagen meenam naar een land ver van hier.
Naar een wereld die zoveel mooier en warmer was.
Het is pas later dat ik - ja door te lezen en mezelf te informeren - dat het op die eilanden heel ver in de Stille Zuidzee niet altijd rozengeur en maneschijn is.
Dat ook daar de mens zich van zijn duistere en egoïstische kant laat zien.
Dat de moderne vooruitgangsdenken ook daar het sociale weefsel kapot maakt.
Maar ik wil met het verhaal dat nu in de steigers staat een ode brengen aan de schrijvers en tekenaars die met hun soms naïeve maar daarom niet minder mooie verhalen over jonge mensen die vaak tegen beter weten in de raad en soms zelfs de verboden van volwassenen in de wind slaan en lekker hun eigen ding doen.
Verhalen als 'De Scheepsjongens van de Keyserinne' en 'Barbéle slaet den trommele' van Johan Ballegheer, 'De Vijf', de prachtig geschreven boekenreeks van de Britse schrijfster Enid Blyton, 'De GVR' van Roald Dahl (een zeer geniaal schrijver met een zeer unieke en onnavolgbare stijl), de vele verhalen en personages van Astrid Lindgren het schrijvende genie uit Zweden en Wickie de Viking van Lindgrens landgenoot Runer Jonsson. En ik vergeet vast nog veel meer titels en auteurs van boeken die ik als kind en tiener verslonden heb.
Om het dan nog niet te hebben over de vele strips die ik las. Naast de obligate Jommeke en Suske en Wiske die zich verplaatsten met Vliegende Bollen en Gyronefs om ergens in een vreemd land de meest waanzinnige avonturen te beleven, of in het geval van Sus en Wis gewoon in een ander tijdperk dankzij de teletijdsmachine. Waren er ook nog heel wat andere reeksen die ik las.
'Michel Vialant', 'Rik Ringers', 'De Rode Ridder', 'De avonturen van Chuck Bill en Kid Ordinn', Bessy, Biggles, en nog veel meer van die intussen vergeten reeksen die mij en vele van mijn leeftijds en generatiegenoten uren leesplezier en verstrooiing gaven.
Verhalen over cowboys, ridders, detectives en autocoureurs. 
Over weerbarstige avonturiers en tegendraadse gelukszoekers.

Van al die boeken die ik las had ik toch nog altijd een zwak voor deze die zich in verre landen afspeelden.
Lange trektochten door de woestijn, in het oerwoud moeten vechten tegen wilde beesten of ontsnappen uit de greep van wilde koppensnellers of kannibalen die mijn helden in de pot wilden steken.
Op volle zee ten strijde trekken tegen piraten en andere zeeschuimers.
In de jaren tachtig kwam daar nog een ander aspect bij.
De strijd voor het leefmilieu.
Met afvaldumpers en trofeejagers die het gemunt hadden op bedreigde dieren als ultieme slechterikken.
En de poging om ons - toen nog - jonge lezers enig bewustzijn bij te brengen over de kwetsbaarheid van de natuur en het belang van een gezond leefmilieu bij te brengen als uitgangspunt.
Het deed me dromen ja.
Dromen om ooit zelf de wereld te gaan ontdekken.
Van New-York tot Bali en van Noordkaap (nee niet het groepje rond Stijn Zeuris, oh pardon ik bedoel Meuris) tot Ushuaia.
Van oerwoud tot prairie en van koude ijsvlaktes tot tropische eilanden met wuivende palmen.
Ach, ooit droomde ik ervan om het ooit allemaal met eigen ogen te zien. Maar ik ben helaas nooit verder geraakt danTenerife, waar een rondrit met jeeps doorheen het prachtige eiland zowat het hoogtepunt was van een vakantie die vooral rust en ontspanning als uitgangspunt had.
Maar ik beklaag me niets.
Ik vind reizen in gedachten best wel plezant.
En ach.
Karl May heeft nooit één voet in het 'Wilde Westen' gezet.
Maar hij deed toch wel hele generaties jonge lezers wegdromen met zijn verhalen over Winnetou en Old Shatterhand
Dat zijn verhalen vandaag de dag als 'politiek incorrect' worden beschouwt en op historisch vlak zelfs gewoon compleet onjuist...
Wat ook geld voor 'Kuifje In Afrika' van Hergé.
Wel, dat is iets wat mij persoonlijk ijs en ijskoud maakt.
Deze verhalen werden geschreven in een tijd waarin reizen slechts voor een kleine groep mensen was weggezet.
De meeste mensen in het begin van de 20ste eeuw kwamen destijds amper buiten hun eigen stad of dorp.
Het Wilde Westen of Belgisch Congo waren wat ze waren.
Exotische oorden die toen enkel per boot te bereiken waren, en dan vaak na heel lang varen.
Waar men er gebruiken op nahield die wel heel sterk afweken van onze zeden en normen.
En waar wij Europeanen toen nog heer en meester waren en een nogal lage dunk hadden van de plaatselijke inwoners en hun gebruiken.
Was dat correct?
Nee.
Maar zo waren de zeden en moraal van die tijd.
En in een tijd dat alleen boeken en strips de enige dingen waren die ons een blik op de grote wijde buitenwereld te bezorgen, moest je het nu éénmaal doen met de verbeelding en de visie van de auteur van dienst.
Ik heb de luxe om als ik zaken wil verduidelijken of zo correct mogelijk wil weergeven dat ik een beroep kan doen op het internet.
Even Googlen en opzoeken en ik heb een hele keuze van artikelen en teksten over Polynesië  -waar mijn volgende verhaal zich zal afspelen - binnen handbereik.
In het Engels of in het Frans als het moet, wat ben ik blij dat ik als Belg/Vlaming begiftigt ben met enige talenkennis.
Het helpt me niet alleen op korte termijn bij het schrijven van op stapel liggend verhaal.
Maar het verruimt ook mij blik op de wereld, net zoals de boeken die ik nog altijd in mijn boekenkast liggen dat hebben gedaan.

Enfin lieve mensen.
Als mijn dagelijkse artikels wat uitblijven.
Dan weet je nu op z'n minst ook waarom.
En jullie weten het hé....

SAMEN STERK!!
Liefs.
Miguel.





Bloggen in tijden van corona deel 28: Pak De Poen.



Dag lieve mensen.
Ik zou het kunnen hebben over het tenenkrullende stukje amateurtoneel van gisterenavond wat die persconferentie van De Veiligheidsraad eigenlijk toch maar was.
Maar daar is wat mij betreft al meer dan genoeg over gezegd en geschreven.
Net zoals er serieus de draak werd gestoken met dat knullige powerpoint gedoe dat ofwel op de zenuwen ofwel op de lachspieren leek te werken.
Wie de jaren tachtig bewust heeft meegemaakt en dan vooral op televisioneel gebied, die herinnert zich nog de 'Pak De Poen Show' met de gebroeders René en Manu Verreth
Waarin alles wat ook maar kon misgaan ook effectief is misgegaan.
Welja, dit was de 'Pak De Poen Show 2.0'.
Met dit verschil, de poenpakkers zaten vooraan hun slappe en zouteloze praatjes te verkopen, amper in staat om de taal van de meerderheid van de inwoners van dit land deftig te kunnen spreken.
Welks toch echt wel een schande is.
En nee, ik ben geen 'flamingant'.
Dat achterlijke geleuter dat alleen maar dient om het volk te verdelen en mensen tegen elkaar op te zetten kan me eigenlijk gewoon gestolen worden.
Maar een politicus van een land waar meerdere talen gesproken worden heeft wel de verrekte plicht om al die talen tot in de puntjes te beheersen.
Al was het maar dat ze wel een beetje moeite mogen doen voor de schandalig hoge verloningen die ze krijgen voor de job.
Een verpleegkundige of zorgkundige moet het met veel minder stellen en heeft met veel meer regels en protocollen te maken dan die overbetaalde prutsers die nu met enkele pennentrekken beslissen over de inkomsten van zeer velen van ons.
En het is heel duidelijk waar deze mensen hun belangen liggen.
1 Ze willen ons zo snel mogelijk aan het werk.
Het is duidelijk dat het economische zeer hard primeert voor deze regering.
Nu, versta me niet verkeerd, economie is belangrijk.
Maar onze gezondheid ook.
Heel veel mensen zowel werknemers als zelfstandigen hebben heel veel moeite om de eindje aan elkaar te knopen.
Je zou kunnen zeggen 'kijk het siert dat ze inzitten met deze mensen en ervoor zorgen dat ze zo snel mogelijk inkomsten kunnen derven'.
Maar ik zie het toch even anders. Zie puntje twee.
2 Ze concentreren zich vooral op de grote bedrijven en ketens.
De tuinbouwcentra, de grote 'doe het zelf zaken', die mochten als eerste open.
De grote winkelketens die moeten zo snel mogelijk open.
De kleine speciaalzaken, de kappers, de schoonheidssalons, moeten wachten tot 11 of 18 mei.
De horecazaken pas op 8 juni, en dan geldt het nog alleen maar voor de restaurants. De café's zullen vast nog langer moeten dicht blijven.

Is het voor u ook duidelijk lieve mensen?

We zitten met een donkerblauwe regering.
De Federale Regering bestaat uit een coalitie van Open-VLD en MR aangevuld met enkele CD&V'ers.
Bij de Vlaamse Regering zit ook de N-VA die eveneens de kar trekt van de grote ondernemingen en het grote geld.
Alleen aan Waalse kant is er nog wat 'links' tegengewicht welks hier moet komen van de PS.
Maar ofschoon het zeker niet de bedoeling was om het hier in deze blog over politiek te hebben?
Stel ik nogmaals de vraag?
Is het voor u ook duidelijk lieve mensen?
Dat de dames en heren excellenties bij het nemen van de huidige en komende maatregelen onderliggende belangen hebben?
Namelijk de belangen van de grote economische spelers.
Dat ze hier de kaart trekken van de grote bedrijven en de grote ketens.
De grote spelers in het grote spel genaamd 'onze economie'.
En dat de kleinere spelers, de arbeiders, de bedienden, de kleine zelfstandigen...
Helemaal  niet zo belangrijk zijn.
De kleine winkelier mag zijn winkeltje met huishoudtoestellen niet opendoen.
Maar in de Carrefour kan je na het winkelen - en het hamsteren van wc-papier - wel doodleuk wandelen met een schemerlamp of een broodrooster.
Dat je ondanks de genomen veiligheidsmaatregelen wel het virus kan oplopen omdat er iemand te dicht met zijn volgeladen kar langs je heen scheert moet je er maar bijnemen.
Daar waar in een kleine winkel meer controle is.
Bij de bakker, de beenhouwer of de viswinkel is het simpel.
Staan er al twee mensen binnen... Je blijft buiten.
Kan in een kleine elektrowinkel of bij de bloemist toch ook?
Je hoort het zo vaak zeggen: 'Koop lokaal!'
Maar ik vraag me af of dat na die maatregelen wel nog zal kunnen?
Hoeveel kleine zelfstandigen zullen er nog overblijven?
Die worden al vele decennia lang langzaam maar zeker weggedrukt door de grote ketens.
En nu worden deze nog eens extra bevoordeeld door onze stuntelende veiligheidsraad.
Hopende dat de angstige burger, bang om door dat smerige virus besmet zal worden in die praatjes zal trappen zoals een blinde in een verse hondendrol.

Ik heb geen affiniteit met de bazen van grote winkelketens die veilig in hun glazen kantoren met hun aandeelhouders zitten te vergaderen en voor wie het personeel dat elke dag opnieuw hard in de weer is om de klanten te bedienen slechts nummers zijn.
Vervangbare nummers.
Ik heb wel affiniteit met de bakkerin waar ik elke dag om brood ga en die meteen vraagt naar mijn lieve hondjes als ze er eens niet bij zijn (lees buiten wachten samen met mijn vriendin). Met de lieve vissersvrouwtjes die mij interessante tips geven over hoe ik de vis van mijn keuze moet bakken of misschien eerder koken.
Met onze kapster die een echte dierenvriendin is.
Met de lieve trimster van onze hondjes.
Met al die mensen die hun laatste spaarcenten in hun zaak hebben gestoken en die dan van de veiligheidsraad te horen krijgen: "Sorry!!! Jullie moeten gesloten blijven. Maar als de mensen hun gerief bij een grootgrutter vinden die van ons wel open mag... Daar zitten wij voor niets tussen, wij wassen onze handjes in onschuld."
Daar heb ik affiniteit mee.
Net zoals ik affiniteit heb met de vele verpleeg en zorgkundigen. De mensen die hard in de weer zijn om ons te bevoorraden aan lonen waarvoor keer op keer moet onderhandeld worden met die vergaderende heren in maatpak in hun grote glazen kantoorgebouwen.
En dat is waarom ik even dik tegen mijn goesting de politiek binnenliet in mijn blog?
Omdat ik mij afvraag?
Heren en dames excellenties.
Zitten jullie nog in met de mensen aan de basis?
Zitten jullie echt in met ons?
En dan kijk ik echt wel verder naar jullie holle frasen en loze woorden.
Jullie tijdelijke premies en tegemoetkomingen.
Maar dan eerder naar jullie prioriteiten?
Aan bij wie jullie echte belangen liggen?
Wie jullie echt dienen?

Wij gewone mensen, wij zitten niet samen met jullie aan rijkgevulde tafels.
Wij zijn niet aanwezig op die vele Nieuwjaar en andere recepties waar jullie ook graag de deuren platlopen.
Wij hebben geen machtige lobby's of belangengroepen, geen legertje advocaten of adviseurs rondom ons.
Als loontrekkenden kunnen wij enkel rekenen op de vakbonden.
Die verdomde en vermaledijde vakbonden die af en toe het land platleggen of eens een grote betoging organiseren met veel toeters, bellen en voetzoekers.
Ja zelfstandigen hebben hun eigen belangengroepen en wie ben ik om hen dat te ontzeggen.
Maar ook daar en bij onze vakbonden hebben de politici een flinke vinger in de pap.
En vaak heeft dat tot gevolg dat werknemers en werkgevers, loontrekkenden en zelfstandigen, tegen elkaar worden opgezet.
Met het nodige over en weer gooien van de nodige clichés over sjoemelende zelfstandigen, luie ambtenaren of de loontrekkers die aftellen tot het einde van de werkdag of tot wanneer het weekend is.
Welnu.
Mijn boodschap aan de gewone mensen.
Zowel loontrekkenden als zelfstandigen.
Kijk goed welke belangen de deelnemers aan die 'Pak De Poen Show 2.0' van gisteren verdedigen.
Kijk goed aan wiens kant ze staan.
En hou in gedachte hoeveel ze daarvoor krijgen.
Aan weddes en vergoedingen.
Door ons betaald.
En laat u niet meer verdelen!

Samen Sterk.
Liefs.
Miguel.




zaterdag 25 april 2020

Bloggen in tijden van corona deel 27: Meanwhile in America.



Dag lieve mensen.
Ik ben een beetje boos.
Eigenlijk heel erg boos.
Boos nadat ik in een filmpje op Facebook zag wat er momenteel in Amerika gebeurt.
Waar de 'rednecks', de wapenfreaks, de christelijke extremisten en de Trump aanhangers zich dezer dagen van hun laagste en liederlijkste kant laten zien.
Boos en tegelijkertijd heel erg triest.
Die hierboven vermeldde triestige troep maakt zich niet alleen druk over de quarantaine en de regels van social distancing die ook in de VS van toepassing zijn en vinden het niet kunnen dat ze in hun o zo heilige vrijheid worden beknot.
Maar in dat filmpje zag ik hoe ze verpleegsters die eveneens op straat komen om te ijveren voor het dringende belang van het behouden en respecteren van regels rond social distance uitscholden voor het vuil van de straat. 
En ze beweerden dat die demonstrerende verpleegsters 'fake' waren.
Ze beschuldigden hen ervan acteurs te zijn.
En erger nog.
Dat ze hen ervan beschuldigen het publiek bestoken met desinformatie.
De domheid, de agressie, de haat en de pure waanzin die ik in dat filmpje zag maakten me niet alleen boos.
Maar ook... Bang.
Ja ik ben bang van een onwetende massa die niet alleen hardnekkig vasthoudt aan ignorantie en vooroordelen. Maar daarbovenop nog eens diegenen die daar niet in wil meegaan nog gaat verketteren en bedreigen.
Dat soort mensen zijn gewoon GEVAARLIJK!!!

Maar wat mijn boosheid echt voedde is gewoon de pijn waarmee de verpleegster in het filmpje getuigde over het hele gebeuren.
Die zoals ze zelf zei in actie kwam omdat ze het gewoon niet meer aankan om machteloos te moeten toezien hoe patiënten keer op keer de strijd verliezen terwijl er nieuwe patiënten met zware symptomen binnenkomen.
Om dan verdomme gewoon de les gelezen te krijgen van domme rednecks die amper hun eigen naam kunnen spellen.
We hebben allemaal die beelden gezien van afgepeigerde verpleegsters. In China, in Italië en in ons eigen land.
Hun vertrokken gezichten met de tekeningen van het mondmasker erin.
Die doffe blik in hun ogen.
Als je bij het zien van dergelijke beelden blijft volhouden dat het allemaal fake is.
Dat het een opgezet spel is om de mensen hun 'vrijheid' af te pakken.
En ik schrijf bewust 'vrijheid' tussen aanhalingstekens.
Want over welke 'vrijheid' hebben zo'n mensen het eigenlijk?
De 'vrijheid' om ongebreideld de egoïst uit te hangen?
Ik weet zeker dat hun grootouders en overgrootouders die de oorlog meemaakten zich omdraaiden in hun graf.
In de Tweede Wereldoorlog werden de mensen in 'The Land Of The Free' nog veel meer in hun vrijheden beperkt.
Toen waren plezierritjes met de auto gewoon verboden en stonden er daar hoge boetes en zelfs gevangenisstraffen op.
Werden fabrieken verplicht om hun productie om te schakelen en in te zetten voor de oorlogsindustrie en werden de werknemers tot lange overuren verplicht en werden verloven doodeenvoudig ingetrokken.
En niemand die daarover kloeg of tegen ging demonstreren.
Want mensen wisten wat er op het spel stond.
En er was van valse informatie geen sprake.
Ja dat kwam omwille van de censuur.
Maar toen wist men, en nu nog veel meer... Dat dat allemaal keihard nodig was.
Ik vraag het me zo vaak af: wat gaan de mensen doen als het echt oorlog wordt? Als we met een nog dodelijker vijand worden geconfronteerd?
Dan zijn we gewoon verloren.
En nee, zoals ik het nu zie gaan we ditmaal niet op 'Den Amerikaan' moeten rekenen.

Maar nogmaals
Het gebrek aan respect voor zorgend en verplegend personeel van die zogenaamde 'freedom fighters'. Dat is gewoon stuitend.
In een situatie zoals deze - een pandemie dus - zijn zij de soldaten.
En staan zij in de vuurlinie.
En niet de soldaten waar die zichzelf zo patriottisch wanende halve zolen zo hoog mee oplopen, de oorlogsmisdaden en menselijke ellende die de oorlogen in naam van 'freedom and democracy' hebben aangericht straal negerend.
En ja, ik weet het is misschien een kleine minderheid.
Maar de aanhang van Hitler bestond in het begin ook uit een kleine minderheid.
Supporters van IS en ander terroristencrapuul, dat is ook maar een 'kleine minderheid.'
Maar het zijn wel die kleine minderheden die de boel verzieken.
Die onwetende en onzeker in hun schoenen staande mensen het hoofd op hol brengen om hen voor hun kar te spannen.
Die teren op valse informatie en onjuiste berichtgeving en die elke informatiebron die de hunne niet is ervan beschuldigd vals te zijn.
En die mensen zover kunnen drijven dat zij gruwelijke misdaden plegen.
Zoals we in de laatste vijftien jaar genoeg gezien hebben.
De terroristische aanslagen in Parijs (Charlie Hebdo, Bataclan) en Brussel.
Het bloedbad van Utoya in Noorwegen, de schietpartijen in Nieuw-Zeeland of in Hanau (Duitsland).
En de vele schietpartijen en bloedbaden in de VS.
Allen aangericht door labielen wiens kop werd zot gemaakt door politieke en godsdienstige haatzaaierij.
Kleine minderheid of niet, die gasten zijn gevaarlijk.
En moeten gestopt worden.
Vrije meningsuiting of niet.
Die gasten moeten kordaat gestopt worden en hun toegang tot sociale en andere media worden afgesneden.
Meningen moeten terug ondergeschikt gemaakt worden aan FEITEN!
En hier ben ik zeer ernstig over.

En ik kan niet verdragen dat mensen wiens verhaal zo al dieptreurig genoeg is worden beschimpt en men hen van leugens beschuldigt.
Terwijl ze verdomme ons diepste respect verdienen.
Verplegers en verpleegsters, dokters, wetenschappers, ambulanciers en brandweerlui, politiemensen en andere ordehandhavers.
En anderen die proberen deze pandemie het hoofd te bieden en proberen te voorkomen dat hier nog meer mensen het slachtoffer van worden.
Zij verdienen respect!
Kan je dat niet opbrengen.
HOU DAN GEWOON JE VERDOMDE BEK!!!!

Sorry voor mijn boosheid.
Miguel








donderdag 23 april 2020

Bloggen in tijden van corona deel 26: Avondgedachten.



Dag lieve mensen.
Het was een heerlijke dag.
En vooral, een heerlijke rustige avond.
Een avond die ik deels doorbracht op mijn terras, genietend van een goed en vooral interessant boek.
Terwijl de kinderen van de buurman die naast onze blok woont zich amuseerden op de trampoline.
Daarna ben ik mijn vriendin gaan ophalen van haar werk als zorgkundige.
Gisteren deed ik dat ook en kreeg ik te maken met een heuse corona politiecontrole.
Maar we mochten doorrijden.
Meer nog, de vrouwelijke agente die ons tegenhield kende haar.
Mijn lief is gekend bij de politie, ik schaamde me rot.
Nee, alle gekheid op een stokje. De oma van die agente verblijft in het woonzorgcentrum waar mijn grote liefde werkt, daarmee.
De wereld is soms zo klein hé.

Weet je wat mij opvalt als ik zo 's avonds mijn neus nog eens buiten steek?
Om 's avonds nog eens op mijn terras een frisse neus te halen, om mijn vriendin te gaan halen of gewoon om met de hondjes nog eens buiten te zijn.
Weet je wat mij opvalt?
De stilte.
Na acht uur wordt alles stil.
Nadat de mensen nog eens hebben gezongen of in hun handen hebben geklapt valt de stilte over de uitgestorven straten.
Je hoort alleen de vogels nog zingen, de duiven nog kirren en hier en daar een verre auto of scooter.
Voor de rest is het stil.
De klok lijkt wel vijftig of zestig jaar teruggedraaid.
Ook overdag lijkt het bij momenten of de autoloze zondagen weer helemaal terug zijn.
Maar vooral 's avonds valt de vaak doodse stilte mij op.
Het is nu langer licht.
Normaal gezien blijven mensen nu wat langer buiten.
Zoeken ze nog de terrasjes op, zeker in de weekends en de vakanties.
Hoor je nog muziek uit één of ander café en het gezellige gebabbel van de mensen aan de toot die genieten van een frisse pint.
Maar nu is het stil.
De stilte valt als een kleed over stad en platteland.
Ik hoorde toen ik na een late shift naar de parking van Ter Duinen wandelde zelfs de zee in de verte.
Nu, de zee is daar zo'n halve kilometer daar vandaan.
Maar ik hoorde haar.
De wind kwam recht van de zee dus het kan.
Ja echt.

En de lucht is helderder dan anders.
En de sterren lijken meer op te vallen, is dat omdat de lucht minder bezoedeld is door auto's en vliegtuigen?
Ach, ik ga daar nu mijn hoofd niet over breken.
Ik kijk graag naar de sterren.
En dan daartussen een vliegtuig zien vliegen met die knipperende lichten.
Of dan fantaseren dat er ergens rond één van die sterren een planeet zweeft zoals de onze.
Waar ze zich dan ook afvragen of er buiten hun eigen planeet ander intelligent leven is?
Ja da is er.
Maar niet hier.
Of wel, toch een beetje.
Maar niet echt veel.
Ach nee, ik ga hier niet te negatief doen.
Maar weet je?
Het idee dat al die sterren eigenlijk zonnen zijn. Of beter, dat onze zon eigenlijk ook een ster is net als al die anderen die zo mooi fonkelen aan de nachtelijke hemel
Dat vind ik altijd zo speciaal.
En het feit dat onze planeet de enige is in ons zonnestelsel waar leven zoals wij dat kennen mogelijk is.
Dat is iets wat we moeten koesteren.
We moeten echt veel zorgzamer omspringen met het leven op deze planeet.
Veel meer zorg dragen voor de natuur.
Waar we gewoon niet zonder kunnen.
Echt niet.
Daar wil ik het zeker nog eens over hebben op deze blog.
Maar nu even niet.

Slaapwel lieve mensen.
Liefs.
Miguel.



woensdag 22 april 2020

Bloggen in tijden van corona deel 25: Hoe wordt je een gentleman? En waarom zou je dat doen?







     .



Dag lieve mensen.
Iemand noemde mijn vorige post een pamflet voor wellevendheid.
Ik wil deze persoon die dit schreef vanuit het diepste van mijn hart bedanken.
Ik kan hier zeer zeker mee leven.
Dit gezegd zijnde wil ik graag verdergaan bouwende op de laatste zinnen van mijn vorige post.
Ik ga mezelf even citeren. 

"Vroeger, toen de samenleving een tikkeltje beschaafder was, had men een mooi Engels woord voor mannen die op bovenstaande punten gingen letten en deze in hun levensstijl en levenswijze gingen integreren..
Men noemde zo iemand een... GENTLEMAN!"

De Gentleman.
We kennen hem uit boeken en films.
Altijd verfijnd en geraffineerd. 
Houdt er goede smaak op na heeft een brede kennis over de dingen die er echt toe doen in het leven.
Je kan hem altijd vragen welke wijn er moet gekozen worden tijdens een etentje. Maar tegelijkertijd weet hij ook zijn drankgebruik te beheersen en als hij BOB is da heeft hij wel degelijk nul op. Want een woord is een woord voor elke ware gentleman.
Ach, bestonden zo'n heren maar echt.
Konden we in het echte leven maar meer zulke mensen ontmoeten die nog weten wat beleefdheid, eerlijkheid, loyaliteit en nederigheid is.
Die attent zijn en vloeken of gore taal uit hun vocabulaire weren. 
Die in staat zijn om een intelligent gesprek te voeren en die niet altijd over voetbal moeten beginnen praten, of elke conversatie moeten doorspekken met een heel resem schuine moppen.
Welnu.
Ik vond enige tijd geleden op het internet een heel interessant artikel, maar helaas vind ik het nergens terug.
Ik heb het wel gekopieerd, maar helaas zonder bron of url.
Ik heb die Engelstalige tekst vertaald en opgeslagen op mijn harde schijf. Ja met de bedoeling om hierover één of meerdere artikelen te schrijven op mijn blog
Want die 'rules of always being a gentleman' die spreken me wel aan.
Het zijn regels die het waard zijn om mij eraan te houden.
Niet om mezelf anders voor te doen dan ik ben, of om me beter te voelen dan de anderen.
Want laat het nu net dat zijn waar 'being a gentleman' helemaal niet om draait.
Het is geen rolletje dat je speelt.
Het is niet iets wat je gaat doen om jezelf al slijmend en met veel vleierij onder de aandacht te brengen bij 'gegoede mensen' of 't chique volk'
Het is geen 'Keeping up appearances'.
Het is een levenshouding.
Een levenshouding waarbij JEZELF STANDAARDEN OPLEGGEN centraal staat!

Het antwoord op de tweede deel van de vraag 'Hoe wordt je een gentleman? En waarom zou je dat doen' is dus al gegeven?
Waarom zou je dat doen? Om jezelf standaarden op te leggen.
Om puur uit zelfrespect jezelf zaken op te leggen.
Je moet het niet doen om indruk te maken op dat ene meisje waar je een crush op hebt? Of op je baas met het oog op enige promotie. Nee, zeker niet doen Want dan ben je geen gentleman, dan ben je een slijmbal.
Niemand houdt van de slijmbal.
Echt niet.
Je moet het doen voor jezelf.
Om boven jezelf uit te tillen.
Om een betere versie van jezelf te worden.
Ik ben 45 jaar.
En als ik eerlijk mag zijn, had ik dit plaatje dat ik hierboven plaatste maar veel eerder onder ogen gehad en had ik daar maar veel eerder over gaan nadenken?
Dan zou ik nu misschien een veel evenwichtiger persoon zijn.
Een evenwichtig en zelfbewust persoon die ernstig genomen wordt en naar wie men opkijkt.
Maar eigenlijk-feitelijk.
Is er nog niets verloren.
Ik kan nog altijd die zelfbewuste persoon worden naar wie mensen opkijken.
Naar wie geluisterd wordt?
Die om advies gevraagd wordt.
Want zoals een oude volkswijsheid zegt: "Je bent immers nooit te oud om te leren."
Het eerste wat je moet doen is die klik in je hoofd maken.
Je moet het echt willen.
Het moet letterlijk vanuit de buik komen.
Het moet opborrelen, van zo diep mogelijk.
Het moet iets zijn dat je echt wil en dan in de eerste plaats voor jezelf.
Dan is het ook oprecht.
En wordt het ook echt een deel van jezelf en van je persoonlijkheid.

Waarom zou je een gentleman willen zijn?
Waarom zou je een man willen zijn die altijd beleefd is, zijn manieren houdt, de deur openhoudt  en zijn zitje afstaat voor een dame, zijn ouders/ouderen respecteert, altijd een stevige handdruk geeft en oogcontact maakt
Een man die hard werkt, iets heeft om voor te leven, steeds goed gekleed, goed geschoren en altijd piekfijn verzorgd is. Die hard werkt, zich ridderlijk gedraagt en zich onthoudt van roddel en laster. En die bij dit alles altijd nederig is en diep in zijn binnenste een uiterst romantische ziel is die zielsveel houdt van de vrouw die hij in zijn hart heeft gesloten.
Misschien omdat zo'n mensen alsmaar zeldzamer worden.
Misschien gewoon om het verschil te maken!
Want kijk eens rond je.
Wat zijn de standaarden van de mensen tegenwoordig?
Een woord is zelden nog een woord en trouw en loyaliteit zijn holle begrippen geworden?
Alles draait om status en uiterlijk vertoon.
Je mag nog het duurste maatpak van Armani of Hugo Boss dragen, met de snelste auto rijden of met de grootste woorden uitpakken.
Zonder de standaarden die een ware gentleman zichzelf oplegt zijn die dingen weinig meer dan een laagje vernis.
Die voetballers in hun dure maatpakken en pronkend met hun snelle wagens en hun mooie 'WAG's'.
Die hiphoppers met hun blingbling of zo'n Floyd Mayweather jr die loopt te pronken met zijn dollars en zijn sieraden.
Op jonge mensen maken ze misschien indruk.
Maar op mij? Totaal niet!
Want het zijn lege dozen, echt wel.
Zonder hun sport, hun 'talent' en vooral zonder de aandacht van pers en publiek.... Zijn ze niets
Ze zouden - moest ik een bedrijf hebben - nog niet aangeworven worden om de toiletten te kuisen!
Om maar te zeggen dat mijn interesse voor dergelijke figuren diep onder het nulpunt zit.
Ja en dat omwille van hun nietszeggende oppervlakkigheid.
Dat hun laagje vernis gewoon niet kan verhullen.
Terwijl ik dit schrijf luister ik naar Willem Vermandere.
Een eenvoudige steenkapper uit Steenkerke. Voormalig leraar van het Sint-Bernarduscollege hier in Nieuwpoort die de niet West-Vlamingen kennen van zijn liedjes zijn dialect.
Een 'tjoolder', zo omschrijft hij zichzelf. Met lange wilde baard en verweerd gezicht.
Maar wat een vat vol levenswijsheid.
'Stay groomed', daar doet hij niet aan mee
Maar ik weet zeker dat moest ik hem tegenkomen in zijn stamcafé in Steenkerke, ik aan zijn lippen zou hangen wanneer hij vertelt over zijn rijke carrière, zijn jeugd, zijn liederen en teksten en zijn filosofie van eenvoud en onthechting (me caravane ghon'k verkopen en minne velo es hersteld).
Hij herinnerd me eraan dat 'being a gentleman' niets meer te maken heeft met je afkomst - een gentleman of homme noble, daarmee duidde men heren van stand aan, die eigendom en een titel bezaten - maar des te meer met hoe je in het leven staat en welke waarden je nastreeft.
Zelfs al ben je 'uit een werkmansbroek geschud', zat verder leren er niet en moet je elke eurocent in twee bijten.
Zelfs dat kan en mag geen beletsel zijn om zoveel mogelijk van deze regels op te leggen.
Beleefdheid, voorkomendheid, zelfrespect, trouw zijn aan je waarden en loyaal zijn tegenover je familie en vrienden.
Dat kost geen geld.
Het kost je wel moeite.
Maar hey! Wie heeft je wijsgemaakt dat alles vanzelf zou gaan in het leven?
Geef hem maar goed zijn vet, je mag van mij.
Want het is een leugenaar!

-Say 'please' and 'thank you': Zie dat hoort nu toch bij de opvoeding van elk kind, tenminste dat zou toch moeten.
Bij mij was dat zo, als ik geen dank u zij dan kreeg ik geen 'vlezeke' van de beenhouwer of 'korstje' van de bakker. Point final.
-Work hard: Voor een Vlaming mag dat toch geen probleem zijn zeker? We zijn werkers, wroeters.
Handen uit de mouwen, niemand is daar te schoon voor.
-Mind your manners: Zie punt één.
-Offer a lady your seat: Of een oudere persoon, iemand die slecht te been is, een dame die zwanger is. Ook dat is gewoon gemanierdheid.
-Don't curse: Mag wel hé, letten op je taalgebruik. Al dat gevloek en ge'fuck'. Je maakt daar toch geen indruk meer mee.
Iedereen doet het.
Nee ik niet meer. En als ik het toch doe. Mensen die mij in het echt kennen doe me een lol. Geef me een klap voor mijn kop.
-Extend a form handshake: Niets zo ergerlijk als je iemand de hand drukt en die heeft dan zo'n slap handje... Je bent een man, gedraag je er naar.
Oefen je handdruk.
En nee, het is ook niet de bedoeling dat je de ander zijn hand kapot knijpt.
-Keep your word: Ja, deze is belangrijk.
Wees een man van je woord. Doe wat je hebt beloofd en wees iemand waar men op rekenen kan.
-Respect your elders: Heb respect voor je ouders. Ze hebben je op de wereld gezet, voor je gezorgd. Dingen voor je opgeofferd.
Toon daar respect voor.
En wees dankbaar dat je ze nog in je midden hebt.
Want eens ze er niet meer zijn, dan gaat dat aan je knagen.
Echt wel.
Ik heb dat genoeg gehoord van mensen die hun ouders hebben verloren.
-Always make eye contact: Dat is echt iets waar je op moet oefenen, en dat is in deze ook een noot voor mezelf.
Het is een teken van zelfzekerheid en vastberadenheid als je oogcontact maakt met anderen.
Het toont aan dat je een standvastig en zelfzeker iemand bent, alsook dat je attent bent naar anderen toe.
-Open doors for others: Wees de attente mens die de deur openhoudt voor anderen. Hoe druk je het ook hebt, je hebt altijd tijd voor zo'n zaken. Altijd.
Zo niet, Google de woorden 'time management'. Het zou wel eens kunnen dat je dat nodig hebt.
-Stand up straight: Schouders recht, rug recht, buik intrekken, hoofd vooruit, kin recht.
Wees een verademing tussen al die uitgezakte zakken patatten die je overal ziet.
Ja deze boodschap is voor allen onder de 25 jaar.
Sta recht!!!!
-Stay well groomed: Loop er niet als een ongeschoren en ongewassen nozem bij. Kam je haren, knip die baard bij en heb je gekeken of er geen vlek op je hemd zit?
En in deze coronatijden... Handen wassen graag.
-Act chivalrous: Wees een ridder. Wees rechtschapen, wees mans, wees moedig en kom op voor wat juist is.
'You have enemies? Good, it means you've stand up for something in your life' (Sir Winston Churchill).
-Read books often: Zet die TV uit en die laptop, gooi die smartphone aan de kant en lees.
En kom niet af met 'dat kost geld'. Dat kost uren op het internet zitten ook. Daarbij, in elke gemeente is er een openbare bibliotheek.
Lees meer boeken, en liefst ook non-fictie.
Over wetenschappen bijvoorbeeld: al was het maar om die verrekte anti-vaxxers, flat-earthers en andere blinde aanhangers van de pseudo-wetenschap en de alterneuterij op beschaafde doch directe manier van antwoord te dienen. Ik ben de om zich heen slaande onwetendheid echt beu.
En nee, longreads op het internet - hoe interessant ze ook mogen zijn, en ze kunnen interessant zijn anders zou ik ze niet lezen - kunnen nooit boeken vervangen.
-Have a romantic sensibility: Sta romantiek toe in je leven. Je bent heus geen watje als je eens tijd maakt voor je partner. Als je gezellig met haar mee bleit als ze naar zo'n romantische komedie kijkt.
Je bent niet minder man als je voor haar een bloemetje of andere kleine attentie koopt.
En leer dansen. 
Dansen op een mooie slow is echt wel het summum van romantiek.
-Shy away from gossip: Roddelen is voor 'wijven'.
Oei! Wat zeg ik nu?
Nee zelfs dat niet waar.
Er zijn vrouwen die een hekel hebben aan roddelen en ik ken er zelfs.
Roddelen is zo gemeen en kleingeestig.
Niets dat meer mensen heeft uit elkaar gedreven dan roddel en achterklap.
Beste vrienden werden vreemden en families leven in bittere haat omwille van dat triestige geroddel.
Een gentleman zal zich onthouden van roddel en alleen spreken over zaken waarvan hij oprecht zeker van weet of ze waar zijn of niet.
En zelfs als ze waar zijn, hij zal nooit kwaad spreken over anderen en besluiten om wanneer hij deze zaken  hoort, deze voor zichzelf te houden.
Ik weet niet of de grote wijsgeer Socrates ooit echt de triple-test heeft bedacht of er over heeft gesproken.
Maar ik zou toch op zijn naam hierboven klikken en het filmpje eens bekijken, want het is zo waar wat hier wordt vertelt.
-Be Punctual: Wees op tijd.
Time management weet je wel.
Wees op tijd. Leer dat eeuwige te laat komen of op het laatste moment vertrekken af.
Ook dit is een beetje een noot aan mezelf, maar ik weet zeker dat hier lezers zijn die dezelfde slechte gewoonte hebben.
Stel je in de plaats van de ander.
Verlies jij graag de tijd aan wachten op een laatkomer?
Nee.
Niemand doet dat graag.
-Love well: Heb lief.
Ja lieve mensen. Ook dat is een regel voor elke gentleman.
Heb lief.
Met heel je hart.
Je partner.
Je kinderen.
Je huisdieren.
Je vrienden.
Heb ze lief met heel je hart.
Heb lief met heel je hart.
Vrij met je partner vurig en passioneel, en met heel je hart.
Geniet van haar.
Van haar liefde.
En geef liefde terug.
Love well.
Love deep.

-Stay Humble: Kijk niet neer op anderen. Voel je niet beter dan anderen.
Denk niet altijd dat je het beter weet. Dat je de waarheid in pacht hebt.
Denk niet altijd dat de wereld draait om jou, maar geef aandacht aan de anderen.
Leer luisteren.
Laat mensen uitspreken en leer het af om anderen in de rede te vallen.
Sta wat empathie toe in je leven en blijf op sociale media weg uit de commentaarsecties van kranten en andere nieuwsbronnen, want het zit daar vol met roeptoeters TOET TOET TOET!!!
Ze zullen je alleen maar verlagen tot hun dwaze niveau bulkend van racisme en populisme. En neerkijken op anderen is er de norm.
Onthou de wijze woorden van Confusius: "Een mens heeft twee oren en één mond, om meer te luisteren dan te praten."

Zeg nu zelf?
Moet je daar rijk voor zijn om die regels toe te passen?
Moet je daarvoor uit een goede familie komen?
Of op een dure kostschool gezeten hebben?
Nee toch?
Je moet gewoon begrijpen waar het leven om gaat.
Het gaat om de ander, niet om jou.
Of zoals John F Kennedy ooit zei: "Ask not what your country can do for you? Ask what you can do for your country!"
Nog een laatste woordje voor de dames.
U denkt, maar dat gaat hier alleen over 'gentleman', maar geldt dat niet voor ons dames? Jezelf standaarden opleggen en zo?
Tuurlijk wel.
Je bent dan goed op weg om een LADY te worden.

Liefs.
Miguel.








maandag 20 april 2020

Bloggen in tijden van corona deel 24: Zorgende mensen.



Dag lieve mensen.
Nogmaals zet ik met een blogartikel de zorgende mensen in de bloemetjes.
Omdat ik vind dat ik dat niet genoeg kan doen.
Omdat ik er meer dan ooit bewust van ben dat we zorgende mensen nodig hebben.
Omdat ik vind dat we zorgende mensen moeten KOESTEREN!
We moeten hen dankbaar in de armen sluiten (maar nu even niet graag) en hen laten merken hoe blij we zijn dat ze er zijn.

Zorgende mensen.
Mensen die zorg dragen.
Dan denken we in de eerste plaats aan de mensen die in de zorgsector werken.
Een sector die zwaar onderbemand is.
Slachtoffer van bezuinigingen en privatisering.
Een sector die meer en meer te grabbel wordt gegooid aan strekenmeneren in maatpak en strekenmadammen in mantelpakjes, in ietwat beschaafdere taal ook gewoon 'managers' genoemd.
Ge weet wel van die cijferkonijnen op speed die alleen maar in winstmarges kunnen denken en die bij alles en iedereen het onderste uit de kan willen halen.
Pardon my French lieve mensen.
Maar mijn punt is in deze ook dat dit soort mensen nu net zijn waar we als maatschappij GEEN BEHOEFTE AAN HEBBEN!
Net zoals we geen behoefte hebben aan lui die niets anders doen dan mensen tegen elkaar opzetten.
-Aan mensen die alleen maar in termen van concurrentie en competitie kunnen denken.
-Aan mensen die alleen maar in termen van 'wij' en 'zij' kunnen denken.
-Aan mensen die uit alles en iedereen winst willen kloppen en voor wie alles moet opbrengen.
-Aan mensen die alleen maar aan hun eigen plezier en genot denken.
-Aan mensen die bot, lomp, en ongemanierd zijn. Die elke vorm van elementaire beleefdheid missen en er maar niet in slagen om rekening te houden met EEN ANDER!
Nogmaals: Aan zo'n mensen hebben we nu echt geen behoefte.
Echt niet.

We hebben zoals ik zei behoefte aan ZORGENDE MENSEN!
-Aan mensen die beseffen dat er in het leven nog andere zaken zijn dan geld, macht, positie, prestige, status en luxe.
-Aan mensen die nog weten wat empathie is.
-Aan mensen die begrip kunnen tonen voor de moeilijke situatie van een ander.
-Aan mensen die de gave van geduld nog bezitten en weten hoe en wanneer ze die gave moeten toepassen.
-Aan mensen die de woorden 'alstublieft', 'dank je wel', 'met alle plezier' en 'tot uw dienst' op zeer regelmatige basis gebruiken en vanuit het hart uitspreken.
-Aan mensen die glimlachen vanuit de buik.
-Aan mensen die luisteren alvorens te oordelen.
-Aan mensen die erin slagen om leiderschap niet te verwarren met egotripperij of narcisme.
-Aan mensen die hun oordeel baseren op feiten ipv roddels klakkeloos te gaan geloven.
Mensen die zichzelf in de acht bovenstaande punten herkennen.
Wel.
Voor jullie doe ik zeer nederig mijn hoed af.
Want jullie zijn ZORGENDE MENSEN!
Zorgzame mensen.
Mensen die nog oog hebben voor de noden van een ander.
Mensen die nog weten waar het leven echt om draait.
Het leven draait niet om het voortdurend willen strelen van je ego of het bevredigen van je drang naar genot en luxe.
Het leven draait om zorgen voor elkaar.
Er zijn voor elkaar.
Luisteren naar elkaar.
Lief en leed delen met elkaar.
Met je eigen gezin. Je partner, je kinderen.
Je ouders, broers en zussen.
Je buren, collega's, je vrienden.
Zorgen voor elkaar dat is eens bellen naar elkaar.
Kleine attenties, het onthouden van iemands verjaardag en een felicitatie sturen.
Eens een brief schrijven van een e-mail of een vluchtig sms'je.
Eens bellen ipv sms'en.
Eens afspreken voor een gezellige babbel bij een koffie of iets sterkers.
Gulheid tonen en eens trakteren.

Maar ook.
-Geen afval achterlaten op straat of in de natuur.
-Geen nachtlawaai of andere vormen van hinder verspreiden.
-Begrijpen dat verkeers en andere regels niet gemaakt zijn om u te pesten, maar om de leefbaarheid te verhogen en het aantal ongevallen (lees lichamelijke letsels en dodelijke slachtoffers) tot een minimum te beperken.
-Leren letten op je slechte gewoonten (neuspeuteren, pulken, vergeetachtig zijn, vloeken, schelden, tics, snel zenuwachtig of boos worden, etc) en er - eindelijk - eens werk van maken om deze AF TE LEREN!
-Leren letten op je taal en scheldwoorden en gemene praat bannen uit je vocabulaire.
-Van hoffelijkheid je LEVENSWIJZE maken!
Dat is wat zorgende mensen doen elke dag opnieuw.
En voor de mannelijke lezers onder ons.
Specifiek de jongere lezers van het mannelijke geslacht die deze punten lezen en dat allemaal maar saai of dof vinden.
Nee, je bent geen 'mietje', 'watje', 'sul' of 'loser' als je wat meer zorgzaamheid of wellevendheid toestaat in je leven.
Je bent niet minder man als je je van je zachte en zorgzame kant laat zien.
Integendeel.
Vroeger, toen de samenleving een tikkeltje beschaafder was, had men een mooi Engels woord voor mannen die op bovenstaande punten gingen letten en deze in hun levensstijl en levenswijze gingen integreren..
Men noemde zo iemand een... GENTLEMAN!

En daar ga ik het nog over hebben.
Jawel