woensdag 21 augustus 2024

Over ‘oarmeluzzekost’ (arme menseneten).

 




Dag lieve mensen.
Vandaag heb ik iets lekkers gegeten.
Nu hoeft je dat niet te verbazen, ik eet altijd lekker. Maar ditmaal kreeg ik ineens een ingeving toen ik samen met mijn geliefde Christiane boodschappen deed in de Colruyt.
Ik zag namelijk blikken met rode bonen in tomatensaus staan en ik dacht aan het feit dat er nog kipfilets in de frigo stonden en dat we nog rijst hadden.
En toen dacht ik bij mezelf, laten we eens chili con carne maken.
En terwijl ik dat aan het klaarmaken was, met boontjes en mais uit blik, een ajuintje wat look een chilipeper daar had ik er ook nog van liggen en een pakje chilikruiden die ik mijn kast liggen had. Op het blikje rode bonen na allemaal zaken die ik in huis had. En dus geen meerkost.
Echte ‘oarmeluzzekost’ zoals ze hier in Nieuwpoort zouden zeggen. Arme menseneten dus.
En toch dacht ik bij mezelf: Hey, chili con carne is arme menseneten.
Het is het Mexicaanse volksvoedsel bij uitstek en zeker zoals ik het deed met die kipfilets.
Het is eten bereid met dingen die men in en om het huis vindt en die altijd beschikbaar zijn.
In Mexico zijn dat mais, rondscharrelende kippetjes, chilipepers, paprika’s, tomaten en dat soort dingen. Hier bij ons zijn dat rapen, kolen, aardappelen, varkenspoten en oren. Waar de arme volkse plattelandsmensen dan hutsepot van maakten voor op de koude dagen. Of wat kropsla, tomaten uit de serre, gekookte boontjes, gekookte ham, komkommers, een gekookt eitje en nog wat zaken die je kan toevoegen aan je koude schotel. Een boerenomelet is weinig meer dan een omelet waarin men allerlei resten van groenten of vlees in verwerkte. Vaak groenten uit de moestuin en vlees van de eigen kippetjes of varken dat in het varkenskot werd vetgemest. Bloedworst maakte men van het opgevangen bloed van datzelfde geslachte varken. Pizza maakte men van de overschotjes van de zondagse maaltijd met de rest van het deeg waar men brood van maakte en in zowat elke kustregio hebben ze hun eigen vissoep zoals de bouillabaisse die wordt klaargemaakt met wat er over is van vis en viskarkassen met de bedoeling om zo weinig mogelijk verloren te laten gaan.

Het is dan ook het soort keuken waar ik de grootste achting voor heb.
Gerechten die gemaakt worden met wat mensen altijd in huis hebben of uit hun moestuin halen. Gerechten die ontstaan zijn vanuit het oogpunt dat ‘niets mag verloren gaan’. Volksvoedsel met zo goedkoop mogelijke ingrediënten.
In een tijd van hippe en vooral dure ‘superfoods’ die worden de hemel in geprezen omwille van hun hoge voedingswaarde. Van trendy hapjes en opgehemelde voedselhypes zoals quinoia Irish Ribeye of Holstein rundvlees of ingevoerde vissen zoals Victoriabaars, pangasius of scampi’s. En andere voeding die veel te veel wordt overhyped en waar je vaak veel voor betaalt omdat het een naam heeft, kies ik voor de simpele en volkse keuken. De alledaagse keuken. De keuken van onze grootouders.
Voor mij is er echt geen reden om neer te kijken op de arme mensenkeuken of zoals ze het in Italië noemen ‘La Cucina Povera’.


Tamme kastanjes werden in Italië gemalen als vervanger voor graan.
Daar maakte men dan brood mee.
Eén van de grondbeginselen van la cucina povera.

Weet je? Niemand kiest ervoor om arm geboren te worden. Geen kind kiest ervoor om in armoede en pure ellende op te groeien. En te weinig mensen staan erbij stil dat al dan niet in welstand leven vooral te maken heeft met zaken als ‘toeval’ en ‘geluk’.
Er zijn gevallen genoeg gekend van daklozen die nu in miserabele toestanden leven, maar die ooit in grote welstand leefden en hun geld op deden aan zaken die hen status en aanzien bezorgden. Wie neerkijkt op dingen als orgaanvlees of vis in blik. Wie een gekookte aardappel maar ‘gewoontjes’ vindt. Wel die moet eigenlijk gewoon eens met zijn BEIDE VOETEN OP DE GROND KOMEN!
We beschouwen onze welstand en het ruime aanbod aan voedsel zoals we dat vandaag de dag kennen, veel te veel als vanzelfsprekend.
EN DAT IS HET HELEMAAL NIET!

Als Poetin het morgen in zijn kop krijgt om West-Europa aan te vallen Dan zullen wij spoedig ondervinden door welke ellende onze (over)grootouders wel gingen tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Als alle voedsel gerantsoeneerd wordt en ge aangewezen zult zijn op rantsoenzegels om aan iets eetbaars te geraken. Als ge uren in de rij zult moeten staan bij de weinige winkels die er nog over zijn en ge met een paar schaarse stukken goedkoop of zelfs minderwaardig voedsel moet doen omdat de beste stukken op waren.
Dan zul je het rap afleren van kieskeurig te zijn.
WIJ ZIJN VERWEND! Punt andere lijn.
Wij westerlingen zijn wat we zijn. Een stel verwende donders!
Elke dag vlees op tafel. Bij de eerste zonnestralen halen we de barbecue uit de schuur en met Kerst en Oudejaar kan het niet op met chique gerechten, grote hoeveelheden vlees en zelfs snobvreten als kreeft, kaviaar en oesters.

Wel, net in deze tijden van overvloed en overdaad kies ik ervoor om af en toe eens een simpel maar gewoon gerecht op tafel te zetten.
Wat is er mis met een simpele kotelet, worst of  blinde vink met schorseneren en een ‘wit sausje’, of doperwten en worteltjes uit blik of gekookte en daarna in boter gebakken sperzieboontjes en gekookte patatjes? Alleen oudere mensen lijken zo’n dingen nog te eten. Terwijl die dingen in mijn kindertijd gewoon dagelijkse kost waren. Echte dagelijkse kost, niet de hippe gerechtjes die volgens TV-kok Jeroen Meus als dagelijkse kost moeten doorgaan.
Wat is er mis met peterselie in plaats van basilicum of oregano? Wat is er mis met kip met appelmoes of ‘kerremelksmeus’ (karnemelksmeus)?
Op Njam-TV zag ik de gekende Britse TV-Kok Ainsley Harriot op zoek naar ‘streetfood’ in het Japanse Osaka. En daar werd hij meegetroond naar een restaurantje ergens in een steegje waar ze Japanse ‘arme mensenkost’ serveerden. Stukken van het rund die de rijke mensen links lieten liggen, maar waarmee de arme inwoners zichzelf in leven hielden. Dingen als uiers, maag, poten en zelfs baarmoeder. En ik zag de goede man een nogal vies gezicht trekken en zich afvragen ‘what is this’?
Wel, toen had ik iets van: “Moest jij net na de Tweede Wereldoorlog in een arm gezin in Osake opgroeien, dan was dit hetgeen wat er op je bord kwam. En je ging het eten omdat je niet beter wist en OMDAT JE ANDERS GEWOON HONGER HAD!
Ik vond het jammer dat hij niet meer moeite deed om die dingen eens te proberen Om zich eens in de plaats van die mensen te zetten die op dat soort voedsel aangewezen waren om in de eerste plaats TE OVERLEVEN!
Gewoon beseffen da we bofkonten zijn, omdat we meer dan ooit toegang hebben tot een ruim aanbod aan gevarieerd en gezond voedsel. En dat het ooit anders was, ook hier bij ons.
En vooral dat deze luxe van een ruime keuze aan aanbod helemaal niet zo vanzelfsprekend is.
INTEGENDEEL ZELFS!



Verloren brood. 


Ja, ik weet het. Dit blogartikel gaat weer eens over eten.
Maar eten is nu éénmaal een levensbehoefte en ook gezond eten.
Maar ooit was dat anders en waren mensen ondervoed omdat ze geen toegang hadden tot gezond en rijk voedsel. Ze moesten het zien te rooien met wat ze vonden of op dat moment verkrijgbaar was. Sprot of haring gerookt boven een vuur. Varkenspoten en oren. Pap van havermout of verloren/gewonnen brood.
Nu is er ruim voldoende aanbod aan voedingswaren die je toestaan om gezond en gevarieerd te koken, en toch grijpen mensen naar kant en klare maaltijden, fastfood en andere rommel. In sommige gevallen omdat ze het niet breed hebben, maar helaas nog veel te veel uit gemakzucht.
Met een beetje moeite kan je sommige van die volkse gerechten heel snel klaarmaken hoor. Of je kan er – als je ze in grote hoeveelheden klaarmaakt – meerdere dagen van eten.
Of gewoon invriezen.


zondag 11 augustus 2024

Over dankbaarheid, nederigheid en eerlijkheid.


 


Dag lieve mensen.
Elke dag dringt het dieper en dieper tot me door dat ik dankbaar hoor te zijn.
Dankbaar dat ik nog leef, dat ik gezond ben en mijn gezondheid en conditie beter is dan een jaar geleden en zeker beter dan vlak voor mijn operatie.
En dat ben ik ook.
En ik wil dat meer uitdragen ook.
Door vriendelijker en hulpvaardiger te zijn. Beter te luisteren en de mensen waar ik om geef te laten weten dat ik er voor hen ben.
Nee, ik ga niet over me laten lopen. Dat nu ook weer niet.
Maar vooral dankbaarder zijn. Empathischer, vriendelijker, zachtmoediger.
Dat is het minste wat ik kan doen voor al die mensen die blijk gaven van hun bezorgdheid om mij en om mijn gezondheid.
Ja, dat is echt.

Dankbaarheid is een mooi iets in het leven.
Net zoals nederigheid, empathie, hulpvaardigheid, edelmoedigheid en EERLIJKHEID!
Het onderstaande plaatje had ik ooit op mijn tijdlijn op Facebook gezet, en ik sta er hoe langer hoe meer achter.
DURF EERLIJK TE ZIJN!
Durf eerlijk je gedacht te zeggen, zonder er doekjes om te winden en zonder sugarcoating.
En doe het op een vriendelijke doch kordate manier.
Goede mensen appreciëren eerlijkheid. Ze stellen het op prijs als je zegt wat je echt denkt en als je dingen in het gezicht zegt in plaats van achter de rug.
Eerlijk zijn, rechtuit zijn. Waarom is dat voor veel mensen zo moeilijk?
Waarom zeggen we liever dingen achter iemands rug in plaats van recht in het gezicht? Ja de kans is groot dat je het deksel op je neus krijgt. Maar ook dat is iets wat je voor lief moet nemen.
Weet je? Als je eerlijk bent dan weet je pas echt wie je vrienden zijn, en wie het echt goed met je meent.
Belangrijk in deze is wel dat je eerlijkheid niet gaat verwarren met grofheid.
Teveel mensen maken de fout om eerlijkheid en assertiviteit te verwarren met grofheid en onbeschoftheid. Moet je dus echt niet doen.
Hou er rekening mee dat mensen gevoelens hebben en je niet altijd weet wat ze hebben meegemaakt. Wat voor u iets ‘normaals’ is om te zeggen of om je uit te drukken kan voor een ander heel traumatisch zijn. Uiteraard is het bij mensen die je al langer kent zo dat je zelf aanvoelt hoe ver je met de persoon in kwestie kan gaan. Sommige mensen kunnen tegen een stootje, en ja soms is dat eens nodig om mensen eens goed wakker te schudden.






Maar nogmaals. Eerlijkheid is iets moois in het leven. En het is een eigenschap die door de juiste mensen zeker gewaardeerd wordt.
Er wordt al veel te veel rond de pot gedraaid en nee ik hou er niet van om altijd maar mijn woorden te moeten wikken en wegen om al dan niet op lange tenen te gaan trappen. Ik ben om die reden al genoeg ‘in de ban van Facebook’ geraakt.
Maar ik ga me hierdoor niet van streek laten brengen en neem me voor om toch zoveel mogelijk eerlijk te zijn en de dingen te zeggen hoe ze echt zijn. Ook al voel ik me daar niet altijd even gemakkelijk bij.
En ik neem me voor om op zoveel mogelijk vlakken een mens te zijn waarmee TE LEVEN VALT!
Ik heb geleerd dat het leven broos en fragiel is en er niet veel nodig is om van een gezonde persoon te vervallen in een ziek hoopje ellende. Daarom ben ik dus dankbaar en daarom probeer ik zo positief mogelijk in het leven te staan. Ik sta op en zie dat de zon schijnt en dat geeft me meteen een warm gevoel in het hart. Ik wandel met de hondjes en knik vriendelijk goeiedag naar die mens die ik tegenkom en zie dat hij/zij dat waardeert. Ik kom binnen bij de bakker en sla een praatje met de bakkerin.
Ik ben van natuurlijk een beetje een verlegen mens, en ik besef dat ik ook daaraan moet werken. Er is echt geen reden om schrik te hebben om onbekenden te benaderen of om naar een nummer te bellen waar je voordien nog nooit naar gebeld hebt. Ja, dat is soms nodig in het leven. Ik ben zo de laatste jaren met heel veel mensen van verschillende achtergronden en beroepen in contact gekomen. Meestal is het mijn vriendin die dan belt en zo. Maar moet zij echt altijd alles regelen?
Soms vind ik mezelf daarin heel onvolwassen en denk ik: “Miguel, dat moet echt anders man!”
En waarom denk ik dat? Waarom ben ik op zo’n momenten dan zo streng voor mezelf?
Wel, het antwoord is heel simpel.
OMDAT IK DE MENSEN OM ME HEEN GRAAG ZIE!

 

donderdag 1 augustus 2024

De Olympische Spelen.

 


Dag lieve mensen.
Het is weer zover, het sporttoernooi der sporttoernooien is weer bezig.
DE OLYMISCHE SPELEN!
Mijn favoriete sporttoernooi. Veel meer dan de Tour De France of het Wereldkampioenschap Voetbal.
Winnen op de Olympische Spelen is iets wat u als sportman/vrouw onsterfelijk maakt. Het bezorgd je een veel hogere status dan Belgisch, Europees of Wereldkampioen worden in de sportdiscipline die je beoefend. Dan ben je als competitiesporter pas echt iemand. En kijken mensen naar je op.
‘Als je wint heb je vrienden’ zongen Herman Brood en Henny Vrienten in de jaren tachtig. En dat is zeker zo wanneer je op de Olympische Spelen een medaille verovert. Een gouden medaille als het even kan.

De Spelen worden slechts om de vier jaar georganiseerd. En je moet echt heel goed zijn in je discipline om geselecteerd en genomineerd te worden. De Spelen zijn alleen weggelegd voor de besten van de besten.
Elke sporter haalt alles uit de kast om een selectie voor de Olympische Spelen in de wacht te slepen. En dat is dus hard trainen en veel opofferen voor je sport. Dat is alles uit je lichaam halen wat er in zit. Het is hard werken, maar de beloning maakt zoveel goed als je op het hoogste schavotje van het podium staat.
Maar zelfs als je gewoon deelneemt is het een ervaring die je nooit vergeet. Want de Olympische Spelen hebben een groot prestige en het is een naam als een klok.

Weet je wat ik het interessantste vind aan de Olympische Spelen?
Dat is dat je dan sporten ziet op TV die anders nooit aan bod komen. Om de twee jaar Europees of Wereldkampioenschap Voetbal. Elk jaar de Tour De France, Vuelta en Giro en in het voorjaar de grote wielerklassiekers. Het wordt op de TV zenders breed uitgesmeerd en voetballers en wielrenners zijn de vedetten onder de vedetten.
Maar als het Olympische Spelen zijn dan kan je kennismaken met andere sporten. Atletiek, zwemmen, roeien, worstelen, judo of dressuur.
Ik herinner mij de Olympische Spelen van het jaar 1996. Toen Fred Deburggrave goud won en ook onze judoka’s meer dan puike prestaties hebben neergezet onder het toezicht oog van toenmalig bondscoach en fulltime brulboei Jean-Marie Dedecker. Een mens zou haast vergeten wat die mens deed voor hij in de politiek de populist begon uit te hangen.
Nu ik eraan denk, het waren toen vooral de West-Vlamingen die de gouden plakken binnenrijfden. Ja, ik ben als West-Vlaming een beetje chauvinist ja.
Maar ook alle andere Belgische sporters kunnen op mijn respect rekenen.

Onze knappe gymnaste Nina Derwael! 


Weet je?
Ik kijk al eens graag naar mooie lichamen. En dan vooral mooie vrouwenlichamen, ik ben tenslotte een heteroman (of cis man) zoals ze dat tegenwoordig zeggen.
Die turnsters in hun strakke pakjes of de zwemsters in hun badpakken. Heerlijk toch.
Nee, ik schaam mij er niet voor om dit te schrijven. Ik zie graag mooie vrouwen, mag dat eigenlijk nog in deze preutse ‘woke’ tijden? En nee er staat geen doos Cleenex op tafel als ik naar de Olympische Spelen kijk. Als ge verstaat wat da ‘k daarmee wil zeggen.
Gewoon kijken en in stilte genieten.
Gewoon in mijn luie zetel naar knappe atletes kijken die proberen een medaille te veroveren en jaren van hard trainen en opofferingen proberen te verzilveren met een mooie podiumplaats. En dan liefst op het hoogste schavotje als het even kan.

De meeste sporters die aan de Olympische Spelen deelnemen zijn meestal amateurs. Oorspronkelijk mochten alleen amateur sporters aan de Spelen deelnemen, maar er waren teveel discussies en betwistingen. Dus liet men de sportbonden afzonderlijk beslissen of ze al dan niet professionele sporters zouden sturen. Maar desalniettemin zijn de meeste Olympische sporters verre van de grootverdieners zoals de hedendaagse grootverdienende voetbalsterren. Vaak oefenen zelfs sporters die voor hun prestaties  betaalt worden er nog een apart beroep op na en  zijn die vergoedingen vooral om de onkosten te drukken. Dat was wat destijds stof tot discussie was bij het al dan niet beslissen of professionele sporters mochten deelnemen ja of nee?
Vaak is wat ze verdienen amper genoeg om de kosten te drukken.
Maar ze doen het toch maar hé. De roeiers, de zwemmers, de boogschieters, de skateboarders, de mountainbikers. Al die tijd die ze steken in hun training, het op hun voeding letten, zorgen dat ze niet geblesseerd geraken, het schipperen met hun agenda’s.
Olympische sporters verdienen respect.



En het mijne hebben ze!

dinsdag 23 juli 2024

Over wat je in je mond stopt.

 





Dag lieve mensen.

Gezond eten, daar is toch al heel veel inkt over gevloeid.
De ene keer moet je koolhydraten mijden, en daarna wordt dan weer rood vlees afgeraden. Mensen vragen zich af ‘wat mogen we eigenlijk nog eten’? Er is om de zoveel tijd wel iets dat door voedingsdeskundigen en dieetgoeroes in de ban wordt geslagen of juist heel hard aangeraden.
Zo’n jaar of tien geleden kwamen de ‘superfoods’ in opmars. Iedereen at ineens quinoa, goji bessen en voegde kurkuma toe aan gerechten en sausen. Want dat zouden ontstekingsremmers zijn, ze zouden je weerstand verhogen en zelfs goed zijn voor de aanmaak van onze ‘grijze cellen’. Onze hersenen dus.
Maar wie een beetje zijn gezond verstand gebruikt weet dat er geen wondermiddelen bestaan. Zo moet je bijvoorbeeld al een kilo kurkuma eten eer je enig ontstekingsremmend effect hebt. Om al die beweringen die erover worden vertelt eens een beetje te relativeren.

Maar wat moeten we dan doen om gezond te eten?
Ja, ik hoor het je al zeggen. En ja ik heb die vraag ook al gesteld. Net omdat ik gezond eten en gezondheid belangrijk vind. Zeker na wat er mij sinds de afgelopen twee jaar op gezondheidsvlak is overkomen.
En één ding staat voor mij nu al vast. Eigenlijk voor iedereen die de wetenschappelijke bevindingen rond gezonde voeding een beetje probeert te volgen.
En dat ene ding is heel simpel en kan in drie woorden worden samengevat.

MIJD BEWERKTE VOEDING!

Fastfood, diepvriespizza’s, voorverpakte maaltijden, instant soep, saus uit ‘pakskes’, frisdranken, koekjes, chips. Kortom alles wat uit een pakje, zakje of blik komt zou je eigenlijk gewoon moeten mijden als de pest.
Bewerkte voeding bevat veel te veel suiker, zout en vet. En zit tjokvol additieven zoals kleurstoffen, bewaarmiddelen, smaakversterkers en andere rotzooi die je echt niet in je lichaam wil. Ze worden zo gemaakt dat je ervan kan en zal blijven van eten. Of waarom denk je dat je een hele zak chips en snoep helemaal leeg eet, zelfs als je dat helemaal niet van plan was.

Tijd maken om zelf je groenten te snijden.
Eigen foto. 


Voedingsfabrikanten zijn geen liefdadigheidsinstellingen. Hun reden van bestaan is geld verdienen en winst maken. Net zoals dat bij elk bedrijf het geval is. En voor bedrijfsleiders zijn alle middelen goed om winst te maken en hun aandeelhouders tevreden te houden. Als ze daarvoor mensen moeten ontslaan of hele vestigingen sluiten dan doen ze dat ook. Ze vinden het helemaal niet erg als hun aandeelhouders de champagnekurken laten knallen, zich niets aantrekkend van welke sociale ellende ze nu weer hebben aangericht.
Als ze al niet inzitten met hun eigen werknemers, denk je echt dat ze inzitten met u en met uw gezondheid? Denk je echt dat ze er hun slaap voor laten als je in het ziekenhuis in de wachtkamer zit met je overgewicht, je niet aflatende buikpijn, je hartproblemen, je aambeien of je achteruitgaande fysieke conditie. Denk je dat ze u een schouderklopje komen geven als je van je specialist een harde diagnose te horen krijgt zoals kanker of de nood van een dringende hartoperatie?
Tuurlijk niet. Voor hen ben je gewoon iemand die ervoor zorgt dat zij lekker rijk worden en rijk blijven door hun producten te blijven kopen, tegen beter weten in.
Want het is goedkoop meneer, en zo gemakkelijk. Een voorverpakte diepvriesmaaltijd in de microgolfoven steken is stukken minder tijdrovend dan zelf aardappelen schillen, groenten kuisen en je vlees bakken. En waarom zou je zelf mayonaise kloppen als je het gewoon kant en klaar in een potje kan koken.
En zo’n snelle hap als pizza of hamburger tijdens het bingewatchen, doorgespoeld met een zoete frisdrank of een pint bier. Ach wat is dat toch lekker hé.

En dan is er nog onze voorliefde voor dingen als charcuterie of godbetert frituurkost.
Charcuterie, wat is dat eigenlijk? Heb je er al eens bij stil gestaan?
‘Ne salami’, wat zit daar eigenlijk in? Varkenvlees? Rundsvlees? Paard? Lam? Rattenvlees misschien?
“Ja maar er staat toch op het etiket dat het varkensvlees is?”
“Oh ja? En ben je er zeker van dat ze er niet stiekem iets anders in hebben gedraaid? Of er wat zetmeel bij gekapt om zo minder vlees te moeten gebruiken om hetzelfde gewicht te kunnen bekomen? Om nog te zwijgen van fabrikanten die slachtafval gebruiken voor het maken van hun bereide vleeswaren. En in die frikandellen, berenpoten en andere frituurkost zit vaak nog grotere rotzooi waar je helemaal niet weet van welk vlees het is gemaakt.
De voedingswaarde van bovenstaande is nul komma nul. Maar we blijven het maar eten. We blijven maar salami, boterhamworst, americain preparé tussen onze boterhammen leggen of smeren. En om de zoveel keer moeten en zullen we het frietkot binnenwippen voor ‘ne grote met mayonaise, een frikandel special, een berenpoot en kipfingers.’  En ons excuus is dan altijd ‘komaan zo een keer op een weg kan dat toch geen kwaad’ of ‘dat kan toch zo lekker smaken hé’.
Dit terwijl we zo al veel te weinig groenten, fruit eten. Onze voeding onvoldoende voedingsvezels bevat en we meer vlees eten dan voedingsspecialisten aanraden.
Vlees dat veel te goedkoop is en waar ook langs alle kanten mee geknoeid is. Plofkippen, worsten waar water of een ander onbeduidend vocht is aan toegevoegd. Gemalen vlees met van alles erin zoals hamburgers, Zwitserse schijven, chipolata’s, vleesbrood, voorbereide gehaktballen, etc.

Een malse entrecote.
Eigen foto.


Eet echt eten!
Ik ben geen voedingsexpert of dieetgoeroe, en dat wil ik ook niet zijn. Het is echt niet mijn betrachting om met het opgestoken vingertje u de les te lezen. Trouwens, ik zondig zelf ook tegen wat ik hier schrijf, maar misschien veranderd dat wel als ik mijn tekst zo regelmatig eens herlees.
Ik hou naast mijn blog ook een dagboek bij en daarin schrijf ik dan hoe ik over de dingen denk, ja ook over gezonde voeding, vers eten en dat soort dingen.
Ook over andere dingen schrijf ik, als mij iets dwars zit of als ik mij nodeloos boos heb gemaakt over iets of iemand. Iets waarvan ik besef dat ik dat echt wel moet afleren. En dat helpt wel door er over te schrijven. Je slechte gewoonten beschrijven en dan later wat je schreef herlezen. Dat helpt echt hoor.
Een goede leidraad is ook: Eet tachtig procent gezonde en vers bereide voeding en hou ruimte voor twintig procent minder gezond maar zo aanlokkelijk eten als een pizza of een pak frieten.
Maar bovenal: Kies voor echt eten!
Een gouden raad die ik ooit las was deze: Eet niets wat je grootouders niet als voeding zouden herkennen.
 
En dat is ook zo. Mijn grootmoeder at geen kebab, vuurvreters, plofkippen of joppiesaus. Maar wel groenten uit de eigen tuin of van de markt. Vlees van een echte beenhouwer of van de eigen kippen of konijnen. Trouwens, onze grootouders - en voor de generaties voor hen geld dat nog veel meer – aten veel minder vlees dan wij nu. En ze deden veel meer en veel zwaardere fysieke inspanningen. En dat ging ook.
Wel aten ze soep, pap, hutsepot (met poten en oren), zelfgebakken brood en vis natuurlijk. Haring, sprot, wijting, pladijs en zeevruchten zoals ‘wullocks’ en ‘kreukels’.
Kortom: Ze aten ECHT ETEN!
Een kip van een goede kweker/slachter kan je niet vergelijken met zo’n ondermaatse plofkip van de grootgrossist. En een vers bereide filet americain met kappertjes, fijngesnipperde ajuintjes, zout, peper, tabasco en Worcestersaus (Engelse saus in de volksmond) is toch veel lekker dan die rotzooi uit potjes vol kleurstoffen, bewaarmiddelen en andere ziekmakende vuiligheid.
Eten dat je nog als ETEN herkend. Eten dat ruikt en smaakt zoals dat vroeger rook en smaakte toen je bij grootmoeder in de keuken kwam. Zo’n scharreleitje met zo’n diep oranje kleur of een kip waarvan je weet dat ze buiten heeft gelopen, omdat ze in je eigen tuin scharrelde.

Home made hamburgers. Beter dan die van de McDonalds.
Eigen foto.    


Als je daarmee al zou beginnen. Als je terug tijd zou maken om je eten zelf te bereiden en om het met zorg uit te kiezen. Als je bereid zou zijn om tien euro meer te betalen voor goed vlees of groenten die van echt goeie kwaliteit zijn. Weet dat het geld dat je niet uitgeeft aan goede, gezonde en kwaliteitsvolle voeding, je vroeg of laat zal mogen betalen aan dokters, specialisten en dure medicijnen.
In het leven komt het er vooral op aan om… KEUZES TE MAKEN!


dinsdag 16 juli 2024

Schrijfkramp.



 

Ik ben de laatste tijd veel aan het schrijven, ik heb er meer inspiratie en energie voor dan voor mijn operatie. Het is eigenlijk maanden en zelfs jaren geleden dat ik nog zoveel energie had. Dat ik de schrijf vibe zo sterk voel. En ik hoop dat ik dat zo lang mogelijk ga kunnen volhouden.
Het enige wat ik meer ga moeten doen is mijn schrijfsels op mijn blog zetten en nog meer en regelmatiger mijn blog updaten.
Want ik voel dat er een sterke respons is. Ze is niet groot, maar wel heel sterk. Mensen moedigen mij aan en vinden dat ik de dingen mooi kan verwoorden. Wel, wat dat laatste betreft streef ik er dan ook naar om er beter in te worden.
En misschien dat door nog meer te publiceren en dat dan ook op mijn Facebook pagina te zetten en die berichten op openbaar te zetten zodat iedereen die mijn Facebook profiel bezoekt deze kan zien, de respons nog groter wordt.
Want ik weet dat mensen zich optrekken aan mijn verhalen en diepere zielenroerselen, en dat doet eigenlijk wel deugt aan het hartje. En voor die mensen wil ik er zijn, en als ze zo nog meer mensen zijn dan is dat zelfs mooi meegenomen.

Schrijven is iets moois, taal is iets moois, woorden zijn iets moois.
En dat moois wil ik met jullie delen lieve mensen. Echt wel.
Ik wil jullie een goed gevoel in het hart bezorgen, dingen schrijven waar mensen zich aan kunne optrekken, die mensen inspireren, ontroeren, doen huilen, doen lachen. Wat zeg ik? Doen SCHATERLACHEN!
Ik wil inspireren, een indruk nalaten. Ik wil jullie hart raken.
Maar tegelijk wil ik ook mijn bezorgdheden met jullie delen. Mijn hart uitstorten en zeggen wat er op mijn lever ligt. Maar dat dan zonder al te veel de zageman uit te hangen. Want dat is nu ook weer niet de bedoeling. Niemand houdt van de zageman.
Maar mensen houden wel van verhalenvertellers. Zelfs toen we nog jagers-voedselverzamelaars waren stonden verhalenvertellers hoog in aanzien. Bij het kampvuur luisterde men geboeid naar hetgeen ze te vertellen hadden en hun verhalen gingen over van generatie op generatie. Men noemt dit ‘orale overlevering’ en zo leerden generaties op generaties de oude verhalen van hun voorvaderen kennen.
En dan kwam het schrift  kopieerden monniken oude verhalen op nieuwe vellen perkament zodat deze zeker niet verloren zouden gaan. Niet veel later kwam dan de drukpers en de boekdrukkunst. Leerden alsmaar meer mensen lezen en schrijven en nu helpt ook de hedendaagse technologie ons een handje.

Tegenwoordig doet men voor het schrijven van teksten, verhalen of scenario’s beroep op artificiële intelligentie, kortweg AI.
En eerlijk gezegd fascineert dat fenomeen mij toch wel. Elke dag komen er nieuwe mogelijkheden en toepassingen bij, het lijkt wel eindeloos.
Maar tegelijk huiver ik bij het idee dat kunstmatige intelligentie onze eigen intelligentie zou vervangen en zelfs overtreffen. Alsook zit ik een beetje met het idee dat AI ons een beetje lui zal maken. Net zoals Google, Google Maps, rekenmachines, autocorrect en teksten typen ipv schrijven dat doen.
Net zoals onze spieren worden ook onze hersenen lui als we ze niet of te weinig gebruiken. ‘If you don’t use it, you loose it’, het zijn loze woorden maar een harde realiteit die we altijd in gedachten moeten houden. Daarom zal je me niet snel betrappen op het gebruik van AI om teksten of verhalen te schrijven, tenzij misschien om ermee te experimenteren, om te weten of het wel werkt en hoe?
Maar er gebruik van maken omdat het zoveel gemakkelijker is? Hmmm nee.
Want ik haal veel te veel voldoening uit het zelf schrijven van verhalen en artikelen waarin ik ook een beetje van mezelf blootgeef en jullie een inkijk geef in mijn gedachten en zielenroerselen.

Maar wat ik jullie met dit korte, in de late avond geschreven artikel wil zeggen is dat ik nog meer en nog regelmatiger dingen op mijn blog ga publiceren. En ja, dat ga ik zo lang mogelijk proberen vol te houden.
Want het kriebelt, en je weet… ALS HET KRIEBELT MOET JE SCHRIJVEN!

Liefs.
Miguel.

zondag 30 juni 2024

Vijftig kaarsjes uitblazen.

 



Dag lieve mensen.
Het is mijn verjaardag morgen.
Op zich niet zo wereldschokkend, ik doe dat namelijk elk jaar op 1 juli en dit sinds het jaar 1974.
Maar we zijn nu 2024, en laat dat dus exact 50 jaar later zijn.
Huh???? Wat????
Ben ik al zo oud?
Ja, dat is zo.
Veel mensen zien daar tegenop, maar ik niet.
Zeker niet na wat ik het afgelopen half jaar doorstaan en meegemaakt heb.
Had ik die hartklep operatie niet ondergaan dan had ik deze vijftigste verjaardag misschien wel nooit kunnen vieren.
Het leven kan soms aan een zijden draadje hangen, en voor je er erg in hebt kan dat draadje knappen en is het voorgoed voorbij. Zoals dat met mijn toffe collega Paul gebeurde.
Hij mocht niet ouder worden dan dertig jaar.

Ik heb het al eens eerder gezegd. Ooit had ik een profiel op een andere site en één van de vragen was: ‘Wie of wat ik ooit zal zijn’. Mijn antwoord was: EEN WIJZE MENS!
En ben ik een wijze mens geworden?
Hmmm, ik denk het wel.
Het is te zeggen, ik ben toch zeker een stuk wijzer dan toen ik dat schreef.
Ik was als jonge gast vooral heel onzeker. En kwam eigenlijk veel te weinig voor mezelf op.
Zo bleef ik veel te lang bij werkgevers die van mij profiteerden en mij eigenlijk als een stuk vuil behandelden. Wat maakte dat ik er heel gestresseerd en eigenlijk ongelukkig bijliep.
Vooral op mijn eerste vaste werk was dat zo. En het was pas toen ik daar ben weggegaan dat ik echt ben beginnen te leven. Dat ik al een stuk minder onzekerder werd en dat ik ook wat meer begon buiten te komen en na het werk al eens een stapje in de wereld zette, dit onder zachte druk van mijn toenmalige collega’s, ken je dat?



En dan kwam de liefde in mijn leven.
De immer zoete en diepe liefde van mijn schatje Christiane Vermeulen.
Zij heeft mijn leven in de goede richting geduwd en voor haar verlegde ik mijn grenzen. We gingen op vakantie in Duitsland, Nederland en de Ardennen en deden heel wat uitstapjes en wandelingen. Er kwamen veranderingen in mijn appartementje, een nieuw laminaat, nieuwe rolluiken, een vernieuwd terras en relingen en nog van die dingen.
En we besloten om een hondje in huis te nemen.
EN NOG EENTJE!
En die twee lieve, grappige en superschattige woelwatertje bezorgen ons elke dag heel veel plezier met hun fratsen en grapjes en vertederen onze harten met die lieve blik in hun oogjes.

De tijd dat ik alleen woonde en dat mijn appartement een rommeltje was is definitief voorbij. Evenals het net iets teveel drinken, ongezond eten en te weinig slapen.
In het begin was dat wennen, rekening houden met je partner, aan vrijheid inboeten en dat soort dingen. Maar nu weet ik meer dan ooit dat het mij dat waard was, want… IK HEB ER ZOVEEL
VOOR TERUGGEKREGEN!

En dat wil ik nooit meer kwijt.
En het feit dat ik mij nu zelfzekerder, rijper, verstandiger en vooral wijzer ben geworden, ook niet.
Veel mensen zien erop tegen om ouder te worden en zeggen dat ze na verloop van tijd verjaren niet meer zo leuk vinden.
Wel, ik zie dat anders.
Ik wil zeker niet die onzekere, veel te verlegen en veel te weinig voor zichzelf opkomende jonge gast zijn die ik tot zo’n 15 jaar geleden was. En de ongezonde levensstijl die ik toen had daar wil ik ook voorgoed van af. Niet dat ik een toonbeeld ben van gezond leven, er is echt nog veel werk aan de winkel. Zo zou ik eigenlijk wat meer fruit moeten eten en vooral veel minder bewerkte rotzooi. Wat ik met dat laatste bedoel ga ik spoedig in een ander blogartikel uit de doeken doen.
En ik zou eigenlijk meer moeten bewegen. Ook al ga ik nu twee a drie keer per week naar de kiné en twee keer per week naar de cardio training in ‘het Kei’. Het kan niet de bedoeling zijn dat als die sessies afgelopen zijn dat ik terug in een ‘couch-potato’ modus herval.

Ja ik weet dat wanneer je over de vijftig wordt, dat dan de ‘ouderdomskwaaltjes’ beginnen.
De stijfheid, stramheid, sneller moe zijn als je de trap opgaat of zware inspanningen doet. Maar nu ik herstel van mijn operatie en terugdenk aan hoe mijn conditie ervoor was, dan kan ik alleen maar blij zijn dat mijn conditie niet verbetert is. Beetje bij beetje krijg ik de conditie en vooral levenslust terug die ik vroeger had. En dat stemt me optimistisch.
Maar het doet me ook beseffen dat je een goede gezondheid niet zomaar cadeau krijgt.
En laat het dat nu net zijn waar het om gaat om zo lang mogelijk een zekere vorm van levenskwaliteit te hebben. Zo lang mogelijk gezond en fit blijven.
Elk gezond levensjaar extra telt.
En nee, dat wil niet zeggen dat je moet gaan leven als een monnik en alles wat enigszins vreugde verschaft in je leven ontzeggen. Maar het gaat er vooral om om mate toe te staan in je leven.
ALLES MET MATE!
Matigheid.
En wat is dat, matigheid?
Dat is een barbecue met grote hopen vlees gedoopt in vettige sausjes en de nodige glazen alcohol afwisselen met een sobere periode waarin gezond eten, suiker, vet en alcohol mijden en niet de hele dag door smikkelen en snoepen centraal staan.
Dat is je houden aan aanbevelingen als ‘niet meer dan tien glazen alcohol per week drinken’, fruit verkiezen ipv zoete tussendoortjes en vooral – hier ben ik nog eens – minder bewerkt voedsel tot u nemen.



U vindt misschien dat ik een beetje aan het zagen ben over gezond leven en zo. Maar dat is nu zo’n beetje waarover ik nadenk op een avond als deze waarop ik met mijn laptop op schoot in de zetel lig. Ik besef dat ik door het oog van de naald ben gekropen, en ik kus mijn beide handjes dat ik hier nog rondloop en dat ik weer de conditie en gezondheid heb die ik lange tijd heb moeten ontberen. Als ik met mijn hondjes door de straten wandel dan geniet ik meer dan ooit van het leven om me heen. Van de vogeltjes die fluiten, de mensen die mij en vooral Cecieleke en Celientje groeten en dingen zeggen als: ‘maar zo’n mooie hondjes zeg, en zo lief’.
En zelfs het feit dat het weer niet is wat het zou moeten zijn voor het begin van de zomer deert of stoort me niet. Kijk hoe de wolken over drijven. Voel de wind. Hoor de vogeltjes fluiten.
Het leven is toch zo schoon.
En mijn lieve schat ziet mij graag!

 

zaterdag 29 juni 2024

Onblusbare passie (slot).

 


Een week later.
Ik opende de deur van Jessica’s appartement, waar ik vlak nadat we elkaar leerden kennen introk.
En waar we zulke gelukkige momenten beleefden.
Alles was nog onaangeroerd en haar geur hing nog overal. Ik liep naar de slaapkamer waar het bed nog onopgemaakt lag, want we waren vergeten om het op te maken. Ik legde me op bed en nam haar hoofdkussen en rook eraan. Om het dan dicht tegen me aan te houden.
Deze ochtend werd ze gecremeerd in intieme kring en haar urne hebben we begraven in de bossen achter het huis waar ze opgroeide. Want zowel haar moeder als ik wisten dat ze dit zo gewild zou hebben. Vredig rusten in de natuur tussen de vogels, konijnen, hazen en andere dieren.
Voor ik vertrok nam haar moeder mij apart. De avond voor onze laatste tocht had Jessica een lang gesprek met haar tijdens het bereiden van het avondmaal. Ze zei dat ze minder voor haar werk en het geld wilde leven en tijd maken voor haar gezin.
Ze wilde een gezin stichten met mij.
De moeder zijn van mijn kinderen.
Ze wilde op termijn haar appartement verkopen en ergens in de buurt van Chiny een huisje kopen. En daar wilde ze dan een nieuw leven beginnen ‘met de man van mijn leven aan mijn zijde en ons liefdeskindje in mijn moederschoot’. Dit waren haar woorden.
Dan snuisterde ik in haar nachtkastje en vond daar haar dagboek en gewikkeld in een vel papier het sleuteltje. Ik opende het dagboek en kwam uit op de dag waarop ik haar ontmoette.

“Ik lig naakt op bed met mezelf te spelen.
Ik kan die gast maar niet uit mijn hoofd zetten.
Ik wil hem.
Ik wil zijn penis tussen mijn benen, fuck dat is nu echt wat ik wil.
Als hij terug komt zwemmen verleid ik hem en neem ik hem mee naar huis.
En daar wil ik dat hij me neukt tot er geen zaad meer in zijn kloten zit.
Die jongen heeft mijn oude lust voor seks terug aangewakkerd, fuck ik heb te lang geleefd als een non. Ik wil seks! Ik wil poepen! Zoals die gast in Hasta La Vista.
Oh fuck dat is echt jong.
Ik wil poepen verdomme! En het liefst van al met Tom!”

Ik hapte naar adem, die meid had al van het eerste moment al een crush op mij. Jessica toch.
Ik bladerde verder…

“He’s mine now.
Hij is van mij en ik laat hem verdomme niet meer los.
Ik zocht hem op in het kleedhokje en daar stond hij, zijn lid in vol ornaat. Hij was er verdomd in geslaagd om mij tot bij hem te lokken en hij was van zin om mij te neuken.
En ik… Wilde niets liever dan dat hij mij keihard pakte en zijn knoert in me ramde.
Ik kleedde me uit en bukte me, voor ik het goed besefte was Tom mij aan het palen. Ik raakte meteen in een heerlijke megazalige extase.
Ge kunt niet weten wat er op dat moment door me heen ging.
Hoe mijn lijf schokte en trilde van pure opwinding.
Tuurlijk wilde hij meer, en ik ook. Maar niet in dat kleine kleedhokje waar we gemakkelijk betrapt kunnen worden. Dus ik sprak ik af met hem om na zes uur bij mij thuis te komen.
Daar hebben we een hele avond  en nacht lang gevreeën en my God wat was het zalig.
Hij drong niet alleen heel diep in mijn vagina… Maar ook in mijn hart.
Ja dat is echt.
Hoe meer hij me streelde, aanraakte en kuste. Hoe meer hij lieve woordjes in mijn oor fluisterde. Hoe sterker mijn gevoelens voor hem werden. Hoe meer ik aan die jongen gehecht raakte.
Alle zorgen, het werk, de contacten die ik onderhouden moet, de bijeenkomsten waar ik werd verwacht en waar men van mij verwacht dat ik vooral veel en hard ga netwerken. Dat alles was verder weg dan ooit.
EINDELIJK!
Toen hij gelukzalig in mijn armen lag te slapen rijpte in mijn hoofd een plan.
Ja!
Ik ga mijn leven helemaal omgooien!”

Vandaag de laatste dag in New-York.
Niet alleen de laatste dag van de zoveelste slopende zakenreis. Maar gewoon de allerlaatste dag in deze veel te drukke stad waar alles en iedereen er een moordend tempo op nahoudt.
Morgenvroeg zal ik mijn reiskoffer in de laadruimte van de taxi leggen en daarna zal de chauffeur mij door het hectische verkeer van deze veel te drukke stad leiden richting luchthaven. Daar na het inchecken zal het veel te lang wachten zijn om aan boord te gaan van het vliegtuig dat zes uur lang in de lucht zal hangen. Zo lang zal het duren eer ik terug vaste grond onder mijn voeten zal hebben.
Pas dan zal ik hem weer zien.
MIJN ALLERLIEFSTE TOM!
God wat heb ik die jongen toch gemist. Al van de eerste dag al. De eerste nacht in New-York was voor mij al een marteling. Alleen in een kingsize bed in een luxe hotel met een fles whisky als gezelschap en da diepe gemis in mijn hart.
Nu weet ik het zeker.
Ik wil dit niet meer!
Nee, ik ben het godverdomme spuugzat om mezelf voorbij te steken en de mooiste jaren van mijn leven te verkloten aan dat rotbedrijf waar men alleen aan omzet en winstmarges denkt en waar je gepusht wordt om zoveel mogelijk vette deals te sluiten in ruil voor wat extra premies, een nieuwe bedrijfswagen of een veel te duur snoepreisje.
Het kan me niet verrotten wat moeder ervan gaat denken, wat mijn vrienden ervan gaan denken en alle anderen die menen zich te moeten moeien met mijn leven.
Ik ga voor Tom, ik ga voor mijn geluk. En mijn geluk ligt niet in New-York of Brussel.
Mijn geluk bevindt zich niet in een uit glas, staal en beton opgetrokken kantoorgebouw of een veel te duur luxehotel, en al zeker niet in dat veel te dure appartement van mij waar ik ooit zo trots op was dat ik het kon kopen, maar nu een plaats is die ik tot in het diepste van mijn ziel veracht.
Heel binnenkort verkoop ik die keet en met dat geld koop ik mij een klein huisje in de Ardennen dat Tom en ik helemaal zullen opknappen. En dan ga ik enkel en alleen nog voor één ding.
MIJN GELUK!!!”

Ik slikte en fluisterde zacht haar naam.
Jessica liefje, je meende het zo hard met mij lieve schat.
Hoe kan ik nu ooit mijn leven verderzetten? Zonder u, zonder uw wilde plannen, uw zelfzekerheid, je doorzettingsvermogen. Zelfs tegen beter weten in zoals vlak voor het fatale moment, het moment waarop het voor jou stopte.
Ondanks het gevaar het risico, zette je door. Ondanks de regen die tot door onze regenjassen drong. Je zette gewoon door.
Ook al was er iets wat je ongerust maakte.
Wat ik bevestigd zag toen ik verder bladerde in haar dagboek die ze de laatste maanden weidde aan mij en de liefde die we voor elkaar voelden.
Dan las ik haar laatste dagboekbrief.

“Morgen gaan we naar de Ardennen.
Nu ja, ik heb fucking veel goesting om die hele trip gewoon af te blazen en thuis te blijven. We houden het wel op af en toe een uitstapje naar zee tijdens ons verlof.
Ik ben er niet gerust in, en ik weet niet waarom?
Aan de ene kant wil ik er dolgraag heen. Mama opzoeken, dat is al veel te lang geleden en ja dat komt door mijn werk, mijn vorige werk waarvan ik nu echt wel blij ben dat ik dat heb opgegeven en dat ik snel iets anders vond. Iets totaal verschillend van het vorige. Ik werk nu in een kantoor van de vakbond en ik moet vooral mensen te woord staan die om een of andere reden problemen hebben met hun werkgever en hiervoor juridische hulp nodig hebben.
Ik heb eerst rechten gestudeerd voor ik in een vlaag van onbezonnenheid voor economie koos, en dat komt me nu goed van pas. Het geeft me een enorme drive om mensen in nood te helpen met raad en daad, dat ik nu pas ontdek waar mijn roeping echt ligt.
Maar ik wil meer dan gewoon mijn moeder bezoeken en even langsgaan bij het graf van Papa.
Ik wil de natuur in, de stilte horen, de petrichor ruiken en die heerlijk rust voelen die ik als kind ontdekte en mij tot rust bracht in mijn turbulente tienerjaren. Ik wil terug naar de plek waar ik ontmaagd werd en daar met Tom de liefde bedrijven en zo die heerlijke energie naar hem overbrengen. Ik weet zeker dat hij het zal zien zitten om naar de Ardennen te verhuizen. Hij houdt van hiking en lange wandelingen, en dat was de reden dat hij aan zijn conditie begon te werken. Hij wil terug wandelen en met een bierbuik ten gevolge van een ongezonde levensstijl lukt dat niet.
Maar toch ben ik bang. Er bekruipt mij nu al enkele dagen zo’n raar voorgevoel. Zo heftig dat ik er ongemakkelijk van wordt. Maar ik vecht er tegen, ik wil doorgaan. Ik wil de natuur in en daar alles op een rijtje zetten, want ik wil echt wel mijn leven een andere wending geven.
Nee, het is nu duidelijk, ik zet door. Tommy en ik wij trekken morgenvroeg naar de Ardennen. Weg van wat ze zogezegd beschaving noemen, weg van alle zorgen, stress en verplichtingen en terug verbonden zijn met de natuur. Want de natuur… Heeft mij nog nooit teleurgesteld.
En als er iets moest gebeuren. Wel… Ik heb er tenminste alles aan gedaan om mijn leven in eigen handen te houden. Liever kort leven dan lang geleefd worden!”

Toen ik deze woorden las brak ik.
Ik liet het dagboek vallen, gooide me op bed met mijn hoofd diep in mijn hoofdkussen en barstte in diepe snikken uit. Zeker een uur lang heb ik onbedaarlijk gehuild.
Daarna lag ik een hele poos op mijn rug naar het plafond te staren.
“Jessica,” zei ik. “Waarom moest je nu al gaan? Je had nog zoveel plannen schat. En ik wilde er zo graag deel van uitmaken.
Lieve meid, je deed me heel anders kijken naar het leven. Je gaf me energie, de energie die ik voordien ontbeerde wat mij ertoe aanzette om aan mijn conditie te werken. Dankzij jou ging dat stukken beter en was ik gemotiveerder dan ooit.
Godverdomme Jessica, bloem van een vrouw. Mijn hart doet zoveel pijn, alsof het in stukken wordt gescheurd. Ik zou mijn hoofd tegen de muur kunnen bonken en andere dwaze dingen doen om die vreselijke hartenpijn te doen stoppen. Er zit nog een fles whisky in de drankenkast, ik heb zin om hem open te doen en helemaal soldaat te maken.
Maar ik doe het niet.
Want ik weet dat ik je hiermee zo keihard zou teleurstellen.
Daarom verbijt ik de pijn liefje. Om je nagedachtenis in ere te houden.”

Dan stapte ik uit bed, deed mijn jas aan en trok de deur van het appartement achter mij dicht.
Ik liep door de stad, het was valavond.
En hier was het weer beter dan in de Ardennen waar ik vanmorgen afscheid nam van de enige vrouw die ik zo hard en zo intens liefhad.
Het regende.
Niets zo triest als een uitvaart op een regenachtige dag.
En het was zo’n dag toen ik afscheid van je nam en daarna in mijn eentje de terugreis aanvatte.
Uren zat ik op de trein in gedachten verzonken. Tranen liepen over mijn wangen?
“Waarom weent u meneer?” vroeg een oudere man die naast me kwam zitten. Ik vertelde het en hij legde zijn hand op mijn knie. “Mijn diepste en oprechte deelneming,” zei hij waarna hij rechtstond en de trein verliet in Brussel Centraal.
Eens Brussel voorbij zag ik da het eindelijk was opgehouden met regenen en toen ik van het station naar Jesscia’s appartement wandelde waar ik de laatste maanden meer verbleef dan op mijn eigen appartement, kwam de zon er zelfs door.
Nu is het helemaal uitgeklaard en de mensen komen terug buiten.
Ik passeer de viswinkel op de hoek van de straat waar de uitgestalde vissen in bakken worden gelegd om in de frigo te worden gezet en waar alles tot in de puntjes wordt proper gemaakt; Bij café De Noordzee dat van dezelfde eigenaar – een uitgeweken Oostendenaar – is zit het terras goed vol met mensen die na al die dagen van druilerig weer nog eens hun neus buitensteken.
Dan loop ik naar het stationsplein en ook hier zitten de terrassen van de cafés tjokvol.
Hier bevindt zich mijn oude stamcafé de Dinky Toys.
Ik stapte er binnen en zag een oude bekende zitten. Een oude bekende die door toedoen van Jessica terug een vriend werd, want hij werkt ook bij de vakbond en hij was het die Jessica opgeleid heeft en haar hielp om in te werken.  
Maar ik ken hem vooral als een muzikant in hart en nieren, zijn groep waarmee hij destijds enorm veel succes oogste klinkt na al die jaren nog altijd als een klok hier in de stad. En nu nog altijd gord hij zjjn gitaar om met de bedoeling om een stevig potje te rocken en is hij een veel gevraagde gast voor bands die tijdelijk om een gitarist verlegen zitten. En het was zo dat ik hem leerde kennen.
Ik speelde als jonge gast basgitaar bij een rockgroepke en dan ineens gaf onze gitarist er de brui aan. Onze zanger zei terstond, ‘ik weet wie ons uit de nood kan helpen’. En daar stond hij dan.
Lou Selleslaghs.
Crème van een vent met het hart op de juiste plaats. I fucking love that guy.
Hij zag me en vroeg om een pint, dit zette hij voor mijn neus toen ik mij op de kruk naast hem ging zitten.
Hij zei geen woord maar sloeg zijn arm rond mij en trok me dichter.
“Jessica,” ze hij.
“Nog maar twee maanden bij ons in dienst en ze is alweer weg.
Voorgoed.
Ik werkte graag met haar,” zei Lou. “Jessica was een supertoffe griet. Een aanwinst voor ons bureau, dat was ze. Zonder zeveren.
Die meid had iets in eur kopke, echt wel.
Veel meer dan de meeste mensen vandaag de dag.
En ze zag u geire.
Ey ge moogt het weten ze Tom. Ze kon gewoon niet zwijgen over u.
Die… Die zag u geire.
En ik weet, gij zag eur ook geire.
Ge had haar lief met heel uw hart. Ze is in uw leven gekomen en heeft heel uw leefwereld door elkaar geschud. Ze is in uw vel gekropen en ze gaat er nooit meer uitgaan.
Waar of niet?” vroeg Lou.
“Ja,” zei ik,” terwijl ik het hoofd liet hangen en een zware krop in mijn keel kreeg.
“Mijn hart doet zeer Lou, echt waar,” zei ik.
“Zo verdomd veel zeer.
En wat ik ook doe, het gaat gewoon niet over.
Die verrekte pijn in mijn hart wil maar niet overgaan!
Ik sta ermee op. En ga ermee slapen.
Nu ja, pas nadat ik uren aan een stuk in mijn bed heb liggen wenen.
Ik mis haar zo hard Lou.
Ik mis Jessica zo verdomd hard!”
Lou keek me aan,
“Ik versta u,” zei hij.
Ik heb het verdomme zelf meegemaakt.
Ik heb zelf gevoeld hoeveel pijn het doet om iemand te verliezen die ge zo verrekt graag zag.
Dat gevoel of uw hart wordt in duizend stukken gescheurd. En telkens weer opnieuw.
Telkens weer opnieuw de hele dag door.
Maar dat weet ge.”
Ik keek hem aan, tuurlijk kende ik de tragische geschiedenis van Lou’s grote liefde Gracienne.
Ze ging op dezelfde manier als Jessica. Totaal onverwacht en net op het moment dat ze boordevol plannen had.
En ze liet iedereen die ze kende en die haar graag zag achter met een hart vol intens verdriet.

Waarom blijven zo’n dingen zich altijd herhalen?

vrijdag 28 juni 2024

Onblusbare passie 6

 


Drie dagen later.
De laatste etappe van ons hiking avontuur in de Ardennen.
Direct na het ontbijt vertrokken Jessica en ik en trokken we de bossen in voor onze laatste etappe. Het einddoel was ditmaal Neufchateau. Daar zouden we de trein terug huis nemen.
We stapten door de bossen en ik voelde een gevoel van gemis. Onze laatste dag in dit prachtige gebied. Onze laatste dag dat we kunnen genieten van de stilte en het feit dat menselijke aanwezigheid veraf is.
En toch wisten we dat we blij zouden zijn om terug thuis te zijn.
We zeiden geen woord, Jessica en ik. Zwijgend liepen we over het smalle paadje.
We zaten nu echt diep in de bossen. In het begin van de wandeling wisselden de bossen zich nog met weilanden of akkers, maar nu alleen nog bos en steile hellingen.
In tegenstelling tot de afgelopen dagen was het nu grijs en regenachtig, De avond ervoor heeft het flink geonweerd en sindsdien sloeg het weer helemaal om en volgens de weerberichten zou het nog de hele week grijs en druilerig zijn.
De regen maakte dat de paden er glibberig bij lagen, en dat maakten dat we nu extra voorzichtig moesten zijn.
Jessica zette zich op een boomstronk om even uit te rusten, ik sloeg mijn armen rond haar hals en trok haar dichte bij me. Ze draaide haar hoofd en glimlachte.
“Ik ben zo gelukkig met je,” zei ze met hese stem.
“Soms lijkt het echt te mooi om waar te zijn. En dat maakt me een beetje bang.”
“Waarom?” vroeg ik.
“Dat er ineens iets onverwachts zou gebeuren waardoor ik je voorgoed kwijt geraak, of jij mij.”
“Maar schatje toch, dat zal heus niet gebeuren hoor. Hey, wij worden samen oud, jij en ik.
En als het even kon hier in deze prachtige streek.”
Jessica trok me dichter en kuste me.
“Oh, als dat eens zou kunnen liefje,” zei ze met zachte doch doorleefde stem.
Dan trokken we verder, maar het pad werd alsmaar steiler en gevaarlijker, zeker met dit natte weer.
“Zouden we niet beter teruggaan?” vroeg ik.
“En een omweg maken, ik ben nu al doorweekt,” reageerde Jessica. Verdomme als ik geweten had dat het zo zou ‘draschen’ dan had ik de wandeling toch enigszins aangepast.
Hoe verder we gingen hoezeer ik me minder op mijn gemak voelde. “Dit is hier levensgevaarlijk meid, nog eens… Laat ons teruggaan!”
Eens boven is het minder steil Tom, nog even doorbijten,” zei Jessica vastberaden.

Het begon nu echt heftig te regenen. Jessica liep een heel eind voor me, naast ons werd de helling naar beneden alsmaar steiler, het regenwater liep tussen de keien rotsen door langs onze voeten.
Dan gebeurde het…
Jessica schoof weg, ik zag hoe de keien onder haar wegschoven. Ik wilde haar nog tegemoet lopen maar….
JESSICA STORTTE DE DIEPTE IN!
Ik schreeuwde haar naam: “JESSICAAAAA!”
Ze verdween tussen het kreupelhout, ik zag haar nergens meer. Wat moest ik nu doen?
Ik zocht naar mijn gsm, maar er was natuurlijk geen bereik, wanhoop maakte zich van mij meester. Ik schreeuwde nogmaals haar naam, maar het enige wat ik hoorde was het geroffel van de regen op het bladerdak.
“Help ons! Au secour!” schreeuwde ik, waarna ik een hele poos voor me uit staarde. Langzaam drong het besef tot me door dat Jessica meer dan waarschijnlijk een fatale val maakte.
Dan stond ik recht, ik moest iets doen. Ik liep een eindje verder waar het al wat minder steil was, daar liet ik me naar beneden glijden. Een eind verder zag ik iets rood, haar regenjas.
Ik liep er naartoe, bijna struikelend over een boomstronk. Ik vervloekte mezelf, want hier mijn been breken is nu echt geen goed idee.
Ik zag Jessica liggen en liep tot bij haar, ik zakte door mijn knieën en probeerde haar lichaam te draaien.
“Jessica, liefje,” zei ik. Ik zag haar gezicht, helemaal onder het bloed en gezwollen. Niet meer of ze maakte een ware doodsmak tegen de boom waarnaast haar lichaam lag.
“Laat me hier niet achter schatje. Laat me niet in de steek… Toe!”
Ik legde mijn vinger op haar hals en voelde dat ze nog polsslag had, er was nog hoop. En ik had bereik op mijn gsm, ik probeerde het noodnummer 112 te bellen en slaagde erin. In mijn beste Frans probeerde ik uit te leggen waar ik me bevond. “On va localisé vous avec la signal de ton portable,” zei de dispatcher. Maar ik beseft dat het nog een hele poos zou duren eer de hulpdiensten mij zouden bereiken.
Maar ongeveer een kwartier later zag ik een helikopter boven de bossen hangen. Ik stond recht, zocht een open plek op en zwaaide met mijn armen. De helikopter zakte en de piloot gaf teken dat hij mij gezien had. Boven zag ik koplampen van een terreinwagen, enkele mannen daalden de helling af.
“Spreek je Nederlands?” vroeg één van de hulpverleners, ik zei ja. “Ik ben Robbe,” zei de jonge hulpverlener en ben perfect tweetalig.”
Dan richtte hij zijn aandacht op Jessica. “Ze is er heel slecht aan toe en haar pols verzwakt. Ze moet zo snel mogelijk naar het ziekenhuis.
Er werd een draagberrie naar beneden gebracht en Jessica werd er met de grootste voorzichtigheid opgelegd. Dan klom ik achter de hulpverleners naar boven en werd Jessica in de terreinwagen gelegd. Ik nam plaats in een wagen die er achter reed. We reden naar een hoofdweg waar een ambulance klaarstond, ik stapte achteraan in en de ziekenwagen reed in zeven haasten naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis.

In het ziekenhuis werd Jessica meteen in een aparte kamer ondergebracht waar de dokters haar meteen onderzochten. Ik hoorde hen dingen zeggen als ‘iedereen los’ en wist dat ze haar aan het reanimeren waren. “Vecht liefje,” prevelde ik zachtjes. “Ik wil je nog niet kwijt.”
Dan kwam een dokter naar buiten, een grote ietwat magere man met blond haar in de gel en bril. Een Nederlander, flitste het door mijn hoofd. En dat was ook zo.
“Dag meneer, ik ben Dr Bruinisse, neuroloog,” zei hij met een sterk hoorbaar Zeeuws accent<.
“Kijk meneer, ik zal er geen doekjes om winden hoe hard de waarheid ook is,” zei hij op ernstige toon.
“Jessica is… HERSENDOOD!”
Ik hield mijn handen voor het gezicht en kon geen geluid uitbrengen.
“Nee,” zei ik stilletjes.
De sociale dienst nam contact op met Martine, Jessica’s moeder. Ze kwam met grote spoed naar het ziekenhuis en vloog me huilend in de armen. “Elle est ou ma petite fille?” vroeg ze snikkend.
De dokter leidde ons terug de kamer in waarin Jessica lag, maar niet zonder haar eerst apart te nemen om haar uit te leggen dat ze haar toestemming nodig had om de machines die haar in leven hielden uit te schakelen.
Met trillende hand zette ze haar handtekening onderaan het document. Dan liet de dokter ons alleen om afscheid te nemen. Huilend streelde Martine het gezicht en de haren van haar dochter. “Adieu mon couer,” snikte ze.
Dan richtte ze zich tot mij. “Ik weet, je hield zielsveel van Jessica,” zei ze. “Ik wil je de kans geven om afscheid van haar te nemen.
Bedankt dat je mijn dochter zo gelukkig maakte in haar laatste levensmaanden,” voegde ze eraan toe. Dan verdween ze stil door de deur die ze half openhield en weer sloot.
Ik draaide me om, Jessica lag aan allerlei machines gekoppeld.
Ik streelde haar haren en wreef zacht over haar wangen.
“Liefje,” zei ik.
“Ik moet je laten gaan, met pijn in het hart. Maar er is geen weg meer terug.
Het lot was wreed voor jou, voor ons.
Mijn hart doet pijn, maar ergens weet ik. Wij zien elkaar terug.
Ooit… Ergens.”
Ik kuste haar voorhoofd en woelde door haar haren. Ik probeerde haar geur op te vangen en in mijn geheugen op te slaan. Haar zo typische en herkenbare geur.
Dan legde ik mijn hoofd op haar borst en begon onbedaarlijke te huilen.

Onblusbare passie 5

 


We daalden af naar het dorp.

Jessica liep voor me.
“Wie ben je toch?” vroeg ik me af. “Waarom heb je me nooit over je ouders verteld?
Welke verrassing heb je nog voor mij in petto?”
We liepen langs het dorp en hielden halt bij een klein oud huisje langs een weg die leidde naar een nabijgelegen bos. Hier bleef ze staan.
“Hier ben ik geboren,” zei Jessica. “In dit huisje dat toen nog het enige was in ons straatje.
Dan kwam er een vrouw vanuit de achtertuin naar de poort gelopen. “Qoui tu cherche ici?” vroeg ze met een stevig Waals accent.
“Bonjour maman,” zei Jessica terwijl ze naar de poort riep.
“Jessica! C’est toi?” zei de vrouw terwijl ze de poort opende en naar Jessica toe liep. Ze legde haar handen op Jessica’s gezicht en streelde haar wangen.
“Oui c’est moi ‘maman’, ik ben het. Ik wil mijn geliefde aan je voorstellen. De man van mijn leven.
“Ohla, qu’elle bonhomme! Wat een aardige man,” zei Jessica’s moeder. “C’mon tu t’appeller?” vroeg ze me.
Ik stelde mezelf voor en Jessica’s moeder, een slanke vrouw met zwart grijzend haar en een gezicht met vele rimpels die een lastig en zwaar leven verraadden gebood ons om haar te volgen. We liepen om het huis om dan via de achterdeur in de achterkeuken te komen. Het was nog een ouderwetse achterkeuken met een gasvuur, een fluitketel en koffie die wachtte op het kokende water dat nog in de ketel zat.
Ze opende de kast en haalde er een doos koekjes uit.
“Non, faites pas ça maman,” zei Jessica. Dat is echt niet nodig. Koffie volstaat.”
“Mais non mon coeur. Ik ben zo blij om je eindelijk nog eens terug te zien. Hoe is het nog met je? En met je job? Reis je nog vaak naar Amerika?”
“Je quitter mon bulot,” zei Jessica. “Ik heb mijn werk opgegeven en werk nu als administratief bediende voor een kleine verzekeringsmaatschappij.”
“Mais tu est stupide!” gilde haar moeder uit. “Je had een mooie job waar je veel verdiende en die meetelde voor je pensioen. Waarom geef je dat op? Toch niet voor hem zeker?”
“Ja voor hem,” zei Jessica terwijl het vuur in haar ogen te lezen was. “Tom is de liefde van mijn leven en telkens weer weken van hem gescheiden zijn dat doet me teveel pijn aan het hart.
Ik heb lang genoeg voor het werk geleefd ‘maman’,” zei Jessica. “Het wordt tijd dat ik mijn hart volg en ga voor dingen die echt belangrijk zijn. Er is meer dan het leven dan alleen maar ‘argent, argent, argent’ hoor.” Jessica had het vuur in haar ogen toen ze dat uitsprak.
Haar moeder zuchtte, maar ze besefte dat ze dit haar dochter toch niet uit het hoofd kon praten.
“Vous ete juste comme ton pere, je bent helemaal je vader.”
“C’est un compliment pour moi,” reageerde Jessica.

Dan stelde ik mezelf voor aan Martine, Jessica’s moeder en sinds enige tijd weduwe. Haar man bezweek aan leverkanker als gevolg van zijn problematische alcoholgebruik. De laatste jaren van zijn leven was hij zo teleurgesteld in het feit dat hij als kunstenaar niet meer aan de bak kwam dat hij overmatig is gaan drinken, hij zoop zijn lever letterlijk kapot alsook zijn huwelijk. Martine wilde hem op straat zetten, maar daar stak Jessica een stokje voor. Ze zorgde ervoor dat hij werd opgenomen in een palliatief verzorgingstehuis en bleef waken bij zijn sterfbed tot zijn laatste ademstoot.
“Gij zijt de enige wie ik nog heb,” zei de getormenteerde man met zijn laatste krachten. Het beeld van haar stervende vader staat voor eeuwig op Jessica’s netvlies gebrand.

“Tu boire d’alcool?” vroeg Martine ineens. “Drink jij alcohol?”
“Minder da vroeger,” zei ik. “Ik ben de laatste jaren meer op mijn voeding en gezondheid gaan letten en ook beginnen sporten.”
“L’alcool c’est la salopperie,” zei Martine streng. “Het is de grootste en goorste smeerlapperij die er bestaat. In amper vijf jaar ging mijn echtgenoot er aan onder, en ik bijna ook.
Als het aan mij lag dan werd deze smerige drug meteen verboden. L’alcool c’est du poison pour les gens, het is vergif. Niets meer en niets minder. Onthoud dat heel goed.”
Toch leek het me dat Martine blij was met het feit dat er iemand in het leven van haar dochter is. Ze keek me aan en nam mijn hand vast.
“Zorg goed voor mijn dochter,” zei ze in het Nederlands. “Ze is de enige die ik nog heb.
En ze blijft me dierbaar, welke weg ze ook inslaat in het leven.”
We gingen buiten zitten met de koffie en de koekjes. Het werd gezellig en ook de buurman kwam erbij zitten, zijn naam is Claude, een kranige man van ver over de tachtig. Voormalig militair en boswachter op rust, kent de bossen in de streek op zijn duimpje en hij vertelt met smaak over zijn tijd toen hij nog bij het leger was en in Duitsland gestationeerd was, dicht bij het IJzeren Gordijn.
En zo ging de dag over in de avond. Moeder Martine maakte een lekker stoofpotje klaar en er werd buiten gegeten, want het was immers prachtig weer en tot laat in de avond heerlijk warm buiten, al ging het zo tegen middernacht wel wat afkoelen wat normaal is als je aan de rand van het bos woont. Maar een vuurkorf en enkele warme dekens boden uitkomst.
Moeder Martine ging slapen en Jessica en ik zaten nog buiten terwijl het vuur in de vuurkorf lichtjes aan het doven was nestelde Jessica zich in mijn schoot en legde ze haar hoofd op mijn schouder.
“Moeder vindt je best aardig,” zei ze.
“Ja, ze lijkt me een toffe vrouw. Maar het lijkt me beter dat ze niet te weten komt dat er nog wat flesjes bier in uw rugzak zitten.”
“Moeder is verteerd door verdriet omdat mijn vader zo snel aftakelde als gevolg van zijn alcoholisme. Ze heeft zware tijden met hem meegemaakt, eigenlijk waren hun karakters veel te verschillend en ik heb nooit anders geweten dan dat ze alle dagen ruzie hadden. En toch zagen ze elkaar graag. Meermaals heeft moeder vader buitengezet en hem even vaak terug binnen gepakt.”

Jessica slikte.
“Papa was een goed mens, maar hij voelde zich vaak onbegrepen en miskend. Mijn moeder en ik waren de enige die hij nog had. Veel van zijn vrienden lieten hem vallen, zeker toen hij begon e drinken. Als hij gedronken had kreeg hij vaak oncontroleerbare woede aanvallen en moesten mama en ik het huis uitvluchten om aan zijn razernij te ontsnappen. De volgende dag werd hij wakker en wist hij daar niets meer van.
En toch… Mis ik papa zo hard,” zei Jessica met een krop in de keel. Tranen liepen over haar wangen. Ik zoende haar op haar voorhoofd en woelde zacht door haar haren.
“Je hart doet vast pijn nu,” zei ik.
“Ja,” zei Jessica. “Heel veel pijn.
Fuck, ik ben blij dat ik jou heb. Was ik nu alleen dan had ik de hele nacht in bed liggen wenen, echt waar Tom.”
Ik kon het niet vatten, de vrouw die tot voor kort een gehaaide zakenvrouw was die miljoenendeals sloot in het harde New-York lag hier in mijn armen te snikken als een klein kind. Ik voelde haar fijngevoeligheid en de diepe liefde in haar hart. Liefde voor mij, voor haar moeder en haar vader die haar veel te vroeg ontvallen is. Ze was amper zeventien toen hij overleed.
Dan doofde ik het vuur van de vuurkorf en zochten we de slaapkamer op. “Vous a fermer la porte?” hoorde we Moeder Martine roepen vanuit haar kamer.
"Oui maman,” antwoordde Jessica meteen.

Het was ochtend en de geur van koffie en gebakken eieren en vers gebakken brood prikkelde mijn neusgaten.
Jessica en ik genoten van een heerlijke portie ochtendseks terwijl haar moeder beneden het ontbijt klaarmaakte.
Het oude bed waarin Jessica haar hele jeugd lang in sliep kraakte en piepte en het was eigenlijk maar een eenpersoonsbed. Maar wat deerde dat.
Het feit dat we zo dicht bij elkaar lagen maakte dat er niet veel nodig was om ons te verleiden tot een stevig potje vrijen.
Jessica kreunde zacht en fluisterde mijn naam. Ik voelde de zonnestralen in mijn rug prikken alsook een fris briesje uit de venster die open stond met een vliegenraam erin. Dit was toch echt wel de perfecte ochtend. Ik hoorde Jessica zacht kreunen en de vogels buiten hun ochtendlied zingen. Niet veel later kwam ik klaar en stootte nog een laatste keer lekker diep in haar liefdesgrotje. Jessica bedankte mij met een zalige lange kus.
Ook het ontbijt werd buiten genuttigd. Vers gebakken brood, spek met eieren en koffie die nog ouderwets in een filter rechtstreeks de kan in ging. Minouch de huiskat gaf kopjes en vroeg om aandacht, Jessica riep het dier dat meteen op haar schoot sprong en zich tegen haar buik nestelde. Het aandoenlijke tafereel verwarmde mijn hart, God wat hou ik van die vrouw.

donderdag 27 juni 2024

Onblusbare Passie 4



 Twee maanden later.

Het is hoogzomer.
We bevinden ons in de Ardennen, Jessica en ik.
Al vroeg in de ochtend braken we onze tent af en zetten we onze tocht verder.
We reisden per trein naar Dinant welks het vertrekpunt werd van een lange hiking tocht door de prachtige bossen en ongerepte natuur van onze Ardennen.
Langs de Maas en de Lesse gingen we steeds verder van de drukke asfaltwegen af en liepen over weilanden en bossen, bedwongen bij momenten nijdige hellingen en liepen parallel met de Franse grens naar de vallei van de Semois. De bossen werden dichter en we hadden het gevoel dat we de beschaving almaar verder achter ons lieten liggen.
Twee dagen later bereikten we het dorpje Bohan waar we onze tent konden opzetten op een kleine camping aan de oever van de Semois.
Bij valavond zaten Jessica en ik bij het smeulende kampvuur waarboven we marshmallows roosterden onder het genot van een lokaal biertje welks we rechtstreeks uit de fles dronken.
Jessica leunde achterover en legde haar hoofd tegen mijn borst, ik legde mijn handen op haar ontblote buik. Ze had een flinke knoop in haar T-shirt gelegd om zo wat af te koelen tijdens de wandeling. Onze tent stond in een uithoek van de camping, de andere tenten lagen een stuk verder dan die van ons. Dus hadden we privacy genoeg, alsook weinig last van het feestje dat de jongelui die er kampeerden er hielden.
De zon was al achter de steile heuvels verdwenen en de krekels zongen hun avondlied en de Semois stroomde rustig verder en zette haar weg voort naar Frankrijk waar de spelling van de naam van de stroom heel anders is. Daar is het Semoy. Uiteindelijk zal de rivier daar in de Maas uitmonden. Ik zoen haar zachtjes in haar nek en fluister lieve woordjes in haar oor. Ik hoor haar gelukzalig zuchten, een zachte glimlach siert haar lippen.
Ze haalt een stok met marshmallows uit het vuur en reikt deze naar mijn mond. Ik neem er één en trek hem met mijn tanden van de stok, om hem dan in mijn handen te laten vallen. “Verdomme da’s heet.”
Jessica lacht en neemt er zelf één. Ze bijt erin en spoelt hem door met het bier. Dan kust ze me op de mond. Wat een heerlijke avond is dit toch. 
Als het donker is zoeken we de tent op en daar ontdoen we ons van onze kleren. Jessica ligt op haar slaapzak die op een matras ligt. Ik kruip op haar en begin haar te kussen nadat ik de zaklamp die het geraamte van de tent hangt had uitgedaan. Ik hoor haar zacht kreunen, neuk me smeekt ze terwijl ze haar hoofd achterover slaat.
Even later hoor ik alleen nog maar Jessica’s gekreun, het feestje wat verderop en het stromen van de Semois. We vrijen een uurtje en daarna ritsen we onze slaapzakken dicht en vallen we in slaap.

Weer twee dagen later.
We zetten ons tentje op in een weide vlakbij het dorpje Herbeumont. We hebben een prachtig panoramisch zicht op het dorpje en de omliggende weilanden en bossen.
We besluiten om even in het dorp wat mondvoorraad in te slaan en om daarna op een terrasje te aperitieven. Ik zie het geluk in haar ogen wanneer ze een Rochehaut bestelt. Hetzelfde bier als wat we gisteren dronken, lokaal gebrouwen in het gelijknamige dorpje aan de oevers van de Semois. We genieten van de gemoedelijke sfeer en het heerlijke warme weer.
Jessica haalt de stafkaart uit haar rugzak om verder de route uit te stippelen. En ik begin mij dingen af te vragen.
Waarom heb ik de indruk dat ze een band heeft met de Ardennen en dan vooral met deze streek.
Ze herkent elke boom en plant en weet waar welk dier zich waar verschuilt? Ze maakte mij attent op de roep van een hert welks we effectief zagen lopen nadat ze mij aanmaande om zo stil mogelijk te zijn.
De geharde zakenvrouw die pendelde tussen New-York en Brussel, die in een luxueus appartement woont en houdt van cocktails en volgens de regels geschonken gin-tonic, lijkt zich als een vis in het water te voelen in de diepe donkere wouden van onze Ardennen. Met ingehouden bewondering en verwondering geniet ze van de uitzichten en het prachtige natuurschoon. Bij momenten was ze zelfs tot tranen toe beroerd. Het gaat wel was altijd haar antwoord als ik haar troostte en vroeg of het wel ging.
“Kijk hoe mooi het hier is,” zei ze terwijl ze achter mij stond en haar armen rond mijn buik sloeg.
“Dit is mijn paradijs, hier voel ik intens en diep geluk en een soort spiritualiteit die ik nergens anders ervaar. En ik wil dat jij daar deel van gaat uitmaken.
Ze stippelde de route uit tot bij de gekende abdij van Orval. “Van daaruit nog één dagje en dan zijn we op de plek waar ik het meeste verbondenheid voel, meer dan op welke plaats dan ook.”
“Waar wil je eigenlijk heen?” vroeg ik.
“Zal je wel zien lieverd,” zei ze terwijl ze mijn hand vastnam. Wat die plek voor mij betekent kan ik niet met woorden uitdrukken. Je moet het gewoon zelf voelen en ervaren Tom, echt wel.



De volgende ochtend waren we echt wel vroeg op pad. Het schemerde nog toen we onze tent afbraken en ons materiaal in de rugzak stopte en de ochtendzon kwam van achter de oostelijke heuvels piepen. We liepen in de door nevel gehulde bossen, tot Jessica ineens stil hield.
“Kijk,” zei ze.
Verderop op het pad liep een edelhert, een dier dat hier leeft maar erg schuw is. Je moet echt heel veel geluk hebben om er één te zien.
Het imposante dier draaide zich om en zag ons staan. Dan liep het weg het bos in.
“Hier had ik graag een foto van willen nemen,” zei ik.
“Wat nou, bewaar dat beeld toch gewoon in je hart,” reageerde Jessica. Deze ervaring vergeet je nooit, dat weet ik zeker.”
We stapten verder en het leek alsmaar warmer te worden. Het was vochtig in de bossen van de mist en de warmte maakte dat de vochtigheid algauw tropisch aanvoelde.
We hielden halt om tussendoor een energiereep te eten en wat water te drinken. We zaten in een dicht mastbos, een sparrenbos. De zon priemde door de nevelen heen wat voor een prachtig zicht zorgde. Dan stond Jessica recht en liep ze tussen de bomen van het pad af. Dan trok ze ineens haar T-shirt uit en knoopte ze haar broek los. Naakt stond ze voor zich uit te staren.
“Waarom doe je dit?” vroeg ik.
Jessica draaide zich om en sloeg haar armen rond mijn hals.
“Lieve Tom, hier beleefde ik het meest magische moment uit mijn leven.
Hier verloor ik mijn MAAGDELIJKHEID!
Hier bedreef ik de liefde met de eerste jongen waarvan ik vond dat hij het waard was dat ik hem mijn lichaam, mijn jeugd en mijn kuisheid schonk.
Ik stond naakt voor hem zoals ik nu voor je staat. Alleen, hij was ook naakt.” Terwijl ze dat zei knoopte ze mijn broek los en trok ze mijn T-shirt omhoog. Ik begreep de boodschap en kleedde me uit. Daar stond ik, naakt in een Ardens bos ver van de bewoonde wereld. Jessica sloot mij opnieuw in haar armen en zoende me teder doch met heel veel diepe ingehouden hartstocht.
Ze zette enige stappen achteruit en leunde tegen een boom. “Help me om dit magische moment opnieuw te beleven Tom,” smeekte ze. Trek mijn benen open en neuk me.
Kom zo vaak mogelijk klaar als je maar kan. Samuel, die lieve jongen die hier met mij de liefde bedreef kwam zeker zes keer in me klaar, Hij bleef maar ejaculeren, zo hard geilde hij op mijn lichaam. Fuck, waar zit je toch lieve schat? Ou est tu mon amour?” mijmerde Jessica terwijl ze haar hoofd achterover sloeg.
Je vertrok uit deze streek zonder een spoor achter te laten.
Ik trok haar benen open en schoof mijn pik in haar grotje dat al behoorlijk nat was. Ik nam haar armen en drukte ze tegen de stam van de boom terwijl ik ritmisch in haar heen en weer ging.
Ik hoorde mijn lieve hartendief zachtjes zuchten en kreunen. Ze ging helemaal in extase en eigenlijk was dat zalig om zien hoe ze zo opging in haar goesting en haar herinneringen. Die meid geniet van seks, dat is meer dan duidelijk.
We bedreven meer dan een uur lang de liefde. Ik voelde de zon die beetje bij beetje draaide priemen op mijn rug, afgewisseld door een heel zacht windje. Er was geen ander geluid dan het gekreun van Jessica en het gefluit van wat verre vogels. God wat was dit toch heerlijk. Ik spoot lekker in haar nauwe liefdesgrotje, nog maar eens. “Gij maakt me zo geil schatje,” zei ik.
“Dan ben je op je best lieveling,” was haar antwoord waarna ze me terug begon te kussen en ik weer krachtig in haar heen en weer ging.”

Na een zalige vrijpartij zaten Jessica en ik naakt op een boomstronk en aten we broodjes met ham en dronken we van de flesjes cola die we gisteren in Herbeumont kochten.
“Wat doen we? Trekken we verder?” vroeg ik toen ik mijn afval in het zakje stopte dat we aan onze rugzak vastbonden zodat iedereen goed kan zien dat we ons afval meenemen en niet in de bossen achterlaten.”
Ze keek me smekend aan. “Eerst nog een vluggertje, toe,” zei ze.
Ik stond recht en nam haar arm om haar ook overeind te trekken.
“Sla je armen om die boomstam en buig je voorover,” gebood ik. Ze deed meteen wat ik haar opdroeg en richtte haar blik naar beneden.
Ik drong in haar binnen en neukte haar met harde krachtige stoten. Mijn buik petste tegen haar kont en dat maakte een grappig petsend geluid, welks mij net aanmoedigde om verder te gaan.
Ik greep haar bij de heupen en trok haar dichter zo kon ze mijn pik nog beter voelen. Ik krijg gewoon geen genoeg van Jessica’s heerlijke lichaam. Wat is het toch heerlijk om die vrouw te neuken. Ik voel me geprivilegieerd omdat ze mij uitverkoren heeft om van haar heerlijke lichaam te MOGEN genieten. En dat doe ik dan ook met volle teugen. Na een kwartier kwam ik klaar, ik voelde mijn laatste restje zaad in haar heerlijke liefdesgrotje spuiten waarna ik hem er terug uithaalde.
Ze draaide zich om en keek me met haar indringende blik aan.
“Mon amour,” zei ze met een snik in haar stem. “Mon grand amour, mon ame.
Mon petit papillion,”
zei Jessica.
“Zo noemde Samuel mij altijd.
Mijn kleine vlinder.
Fuck, die jongen was zo romantisch.
Te gevoelig voor deze wereld.
Heel anders dan die vaak lompe boerenkinkels hier in deze streek.
Werd er ook om gepest. Ik nam het altijd voor hem op.”
“Dat siert je,” zei ik terwijl ik haar met veel liefde aankeek.”
“Dank je schat,” zei Jessica terwijl ze zich terug aankleedde.
We liepen verder en klommen langs een smal weggetje een steile heuvel op.  Even verderop zagen we een prachtig zicht op een vallei en beneden een klein dorpje.
Chiny.
“Mijn geboortedorp,” zei Jessica terwijl ze vol ontroering haar blik over het landschap en het dorp liet dwalen.
“Jij bent van hier?” vroeg ik.
“Geboren uit een Vlaamse vader en een Ardense moeder,” zei Jessica.
“Papa was een kunstenaar die er in zijn jonge jaren was neergestreken. Hij kon niet aarden in Vlaanderen, hij had rust ruimte en de aanwezigheid van de natuur nodig. Ik ken geen grotere natuurmens dan papa.
Reeds als klein meisje nam hij me mee op lange wandelingen door de prachtige bossen. Hij leerde me alles over de bomen, planten en het onderscheiden van giftige en eetbare paddenstoelen. Hij leerde me sporen zoeken en vogelgeluiden herkennen.
Maar hij leerde me vooral om respect te hebben voor de natuur en om dieren in hun waarde te laten. Papa was vegetariër en werd later ook veganist. Hij verafschuwde de cultus rond het jagen die hier heerste en nog meer de rijke Vlamingen en Fransen die hier kwamen jagen omdat de wetten op de jacht hier zoveel soepeler waren.
Mama was dan weer veel praktischer. Ze zette me regelmatig aan het werk in het huishouden en leerde mij hoe je een budget moest beheren, prijzen vergelijken en waardebonnen bijhouden. Ze had in haar jeugd heel veel armoede gekend en ergerde zich rot aan het feit dat Papa zo nonchalant was als het op het vergaren van inkomsten was. Papa was heel selectief in zijn opdrachten en wilde niet te commercieel worden. Mama wilde vooral dat er geld in het laadje kwam en we het einde van de maand haalde. Net omdat ze zoveel had meegemaakt. Daarom ging ze werken in een kleine superette in het dorp.
Maar ik heb een gelukkige jeugd gehad hier, echt wel.